Besluit tot wijziging van de Mandaatregeling college en burgemeester gemeente Utrecht

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Utrecht, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;

Gelet op:

  • •

    de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • •

    de Mandaatregeling college en burgemeester gemeente Utrecht (hierna: de Mandaatregeling);

 

Overwegende dat:

  • •

    in verband met de opheffing van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) een nieuw mandaatbesluit ODU is genomen en het mandaatbesluit RUD is ingetrokken;

  • •

    het in verband daarmee noodzakelijk is de Mandaatregeling aan te passen;

Besluiten het volgende:

Artikel I

De Mandaatregeling wordt als volgt gewijzigd:

A. Nummer 11.3.1 vervalt.

B. Nummer 11.3.2 wordt vernummerd tot 11.3.1 en komt te luiden:

11.3.1 Mandaatbesluit Omgevingsdienst Utrecht (Gmb-2025-559331): het nemen van besluiten en het verrichten van (rechts)handelingen die nodig zijn ter uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst die tussen gemeente Utrecht en ODU gesloten is. College en Burgemeester Directeur van de ODU. De directeur mag deze bevoegdheden doorgeven aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concrete bevoegdheid uitdrukkelijk is uitgesloten.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking;

Aldus vastgesteld door

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 12 mei 2026

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Aldus besloten op 12 mei 2026

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

Naar boven