Gemeenteblad van Ommen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ommen | Gemeenteblad 2026, 464147 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ommen | Gemeenteblad 2026, 464147 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het ontwerp van het “Wijzigingsbesluit omgevingsplan Ommen, Westerweg 10 Beerzerveld”, inclusief bijbehorend stukken (Bijlage B: Motivering, Motivering bijlage milieuhygiënisch vooronderzoek bodemonderzoek en Motivering bijlage standaard waterparagraaf), wordt op 7 oktober 2026 bekendgemaakt en ter inzage gelegd. Op een later moment zal de gemeenteraad besluiten over de vaststelling. Het college van burgemeester en wethouders heeft ingestemd met de tekst van het wijzigingsbesluit zoals aangegeven in Bijlage A van dit Besluit.
Dit ontwerpbesluit betreft een nieuwe planologische regeling voor het perceel Westerweg 10 in Beerzerveld. Op het perceel staat een woning met tuin. Er is geen bedrijf meer op het perceel aanwezig. Daarom is het verzoek om het perceel te herbestemmen van de functie “Bedrijf” naar de functie “Wonen”. Een deel van het perceel heeft nu de bestemming “Sport”. Ook dat wordt omgezet naar “Wonen”.
A
Artikel 9.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De tekeningen als bedoeld in artikel 8.349.34 moeten in ieder geval voldoen aan de volgende eisen:
de tekeningen zijn voorzien van een tekeninghoofd met een unieke referentie en voorzien van versiebeheer met datum;
de tekeningen zijn voorzien van een noordpijl;
de matvoering van het geplande tracé is eenduidig en volledig aangegeven ten opzichte van vaste punten in de omgeving;
het aantal kabels en leidingen is aangegeven inclusief materiaalsoorten en diameters van de leidingen.
B
Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De besluiten als bedoeld in in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie Westerweg 10.
In aanvulling op bijlage I gelden voor de toepassing van titel 21.3 de volgende begripsbepalingen:
bebouwingspercentage:
bouwlaag:
bouwperceel:
bouwperceelgrens:
detailhandelsactiviteit:
grondactiviteiten uitvoeren:
horeca-activiteit:
een activiteit waarbij hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijf, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
huishouden:
overkapping:
peil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein;
indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabijgelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;
prostitutie:
rooilijn:
voorgevel:
waterpartijen wijzigen:
woning:
wooneenheid:
De locatie Westerweg 10 is aangewezen als locatie waarbinnen de ontwikkeling Westerweg 10 Beerzerveld plaatsvindt.
De locatie Westerweg 10 – archeologisch waardevol gebied is aangewezen als archeologisch waardevol gebied.
De locatie Westerweg 10 – intrekgebied is aangewezen als intrekgebied zoals bedoeld in de provinciale omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 21.6 Gebruiksactiviteiten algemeen - verbod
Gebruiksactiviteiten anders dan geregeld op grond van afdeling 21.3.3 zijn verboden, met uitzondering van gebruiksactiviteiten die voldoen aan hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7.
Tot een gebruik wat op grond van artikel 21.6, eerste lid is verboden, wordt in ieder geval gerekend:
het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van grond of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de activiteit gerichte gebruik en onderhoud;
het gebruik van gronden als stallings- en opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de activiteit gerichte gebruik en onderhoud; en
het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
Artikel 21.7 Gebruik van voorzieningen algemeen - toegestaan
Ondergeschikt aan de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten is het gebruik van de volgende voorzieningen toegestaan:
Artikel 21.8 Toepassingsbereik
Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor wonen ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – wonen – toegestaan.
Onder wonen als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt verstaan:
Onder wonen als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt niet verstaan:
Artikel 21.10 Toepassingsbereik
Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van beroepen of bedrijven aan huis ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – wonen – toegestaan.
Onder beroepen of bedrijven aan huis als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt verstaan:
de uitoefening van een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep;
de uitoefening van een kleinschalige bedrijfsactiviteit; en
opslag van goederen ten behoeve van de activiteiten als bedoeld onder a en b.
Onder beroepen of bedrijven aan huis als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt niet verstaan:
Artikel 21.11 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan
De uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan als:
het beroep of bedrijf aan huis uitsluitend in een woning of bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
de oppervlakte niet meer dan 30% van de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken bedraagt, tot een maximum van 45 m2;
de woonactiviteit in de woning in overwegende mate behouden blijft en het beroep of bedrijf aan huis een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is;
degene die het beroep of bedrijf aan huis uitoefent de (hoofd)bewoner van de betreffende woning is;
geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband met het beroep of bedrijf aan huis;
het beroep of bedrijf aan huis geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling; en
bezoekers parkeren op het bij de woning behorende eigen terrein.
Artikel 21.12 Toepassingsbereik
Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van het uitoefenen van een bed & breakfast aan huis ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – wonen – toegestaan.
Onder een bed & breakfast aan huis als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt verstaan:
Onder een bed & breakfast aan huis als bedoeld in deze subsubparagraaf wordt niet verstaan:
Artikel 21.13 Bed & breakfast aan huis - toegestaan
Het gebruik voor een bed & breakfast aan huis is toegestaan als:
de bed & breakfast aan huis uitsluitend in een woning wordt uitgeoefend;
de oppervlakte niet meer dan 30% van de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de woning bedraagt, tot een maximum van 45 m2;
de woonactiviteit in de woning in overwegende mate behouden blijft en de bed & breakfast aan huis een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is;
degene die de bed & breakfast aan huis uitoefent tevens de (hoofd)bewoner van de betreffende woning is;
de bed & breakfast aan huis geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling; en
gasten van de bed & breakfast parkeren op het bij de woning behorende eigen terrein.
Artikel 21.14 Bouwactiviteiten algemeen - verbod
Bouwactiviteiten anders dan geregeld op grond van afdeling 21.3.4 zijn verboden, met uitzondering van bouwactiviteiten die voldoen aan hoofdstuk 8.
Artikel 21.15 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij de toepassing van afdeling 21.3.4 gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Bij de toepassing van afdeling 21.3.4 worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding ten opzichte van de bouwregels niet meer dan 1 meter bedraagt.
Artikel 21.17 Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, in stand houden en gebruiken van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – hoofdgebouw bouwen – vergunningplicht.
Artikel 21.18 Hoofdgebouw bouwen - beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een hoofdgebouw, alleen verleend als:
Artikel 21.19 Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, in stand houden en gebruiken van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – bijbehorend bouwwerk bouwen – toegestaan.
Artikel 21.20 Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan
Bij de toepassing van artikel 22.27 of artikel 22.36 moet ook worden voldaan aan de volgende voorwaarde:
Artikel 21.21 Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, in stand houden en gebruiken van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – bijbehorend bouwwerk bouwen – vergunningplicht, tenzij toepassing kan worden gegeven aan subparagraaf 21.3.4.3.1.
Artikel 21.22 Bijbehorend bouwwerk bouwen - beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:
het bijbehorend bouwwerk is gelegen in het achtererfgebied;
het bijbehorend bouwwerk is gelegen op een afstand van niet minder dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied;
het bijbehorend bouwwerk is gelegen in of op een afstand van niet minder dan 1 meter uit de zijdelingse bouwperceelgrens;
het bijbehorend bouwwerk is gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw;
de goothoogte niet meer dan 3,5 meter bedraagt;
de bouwhoogte niet meer dan 6 meter bedraagt;
de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan één bouwlaag, alleen is gelegen op de eerste bouwlaag;
het bijbehorend bouwwerk niet is voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;
wanneer het bijbehorend bouwwerk vrijstaand wordt gebouwd: het bijbehorend bouwwerk functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan:
bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied;
bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en
bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2;
met dien verstande dat de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken die is gelegen binnen de maximale begrenzing van het hoofdgebouw op grond van subparagraaf 21.3.4.2.1 buiten beschouwing wordt gelaten; en
het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer dan 60% bedraagt.
Artikel 21.23 Bijbehorend bouwwerk bouwen - beoordelingsregel erker
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een erker aan de voorgevel van een hoofdgebouw, alleen verleend als:
Artikel 21.24 Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – ander bouwwerk bouwen – vergunningplicht, tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 of artikel 22.36.
Onder ander bouwwerk als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan:
Artikel 21.25 Ander bouwwerk bouwen - beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; en
het bouwwerk in overeenstemming is met de toegestane gebruiksactiviteiten als bedoeld in afdeling 21.3.3.
Artikel 21.26 Bouwwerk bouwen - beoordelingsregels archeologisch waardevol gebied
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een bouwwerk in archeologisch waardevol gebied, alleen verleend als:
het bouwplan heeft betrekking op wijziging of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut;
de bouwactiviteit geen grotere oppervlakte beslaat dan 2.500 m2;
de bouwactiviteit de grond niet dieper roert dan 0,5 meter;
is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of
de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
Artikel 21.27 Bouwwerk bouwen - specifieke aanvraagvereisten archeologisch waardevol gebied
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld artikel 22.26 worden, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 21.26, onder d of e, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Artikel 21.28 Bouwwerk bouwen - inwinnen advies archeologisch waardevol gebied
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26, voor het bouwen van een bouwwerk in archeologisch waardevol gebied, wint het college, wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 21.26, onder d of e, schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen, in verband met het archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Artikel 21.29 Bouwwerk bouwen - vergunningvoorschriften archeologisch waardevol gebied
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op de bescherming van archeologische waarden.
Artikel 21.30 Bouwwerk bouwen - beoordelingsregel parkeren
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt, voor het bouwen van een bouwwerk, alleen verleend als:
bij de beoogde en op basis van dit omgevingsplan voor die locatie toegestane gebruiksactiviteit voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels ‘Parkeernormennota Ommen’ of het meest actuele gemeentelijke parkeerbeleid zoals deze geldt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning; of
aangetoond wordt dat het voldoen aan de regels onder a op overwegende bezwaren stuit of op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
Bij toepassing van het bepaalde in artikel 21.30, eerste lid, onder a mag de parkeerruimte niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw.
Bij toepassing van het bepaalde in artikel 21.30, eerste lid, onder a moet de bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s de afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto’s. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels ‘Parkeernormennota Ommen’ of het meest actuele gemeentelijke parkeerbeleid zoals deze geldt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning.
Artikel 21.31 Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan
Aanlegactiviteiten in overeenstemming met de gebruiksactiviteiten zoals omschreven in afdeling 21.3.3 zijn toegestaan, tenzij het aanlegactiviteiten betreft waarvoor op grond van hoofdstuk 9 of paragraaf 21.3.5.2 regels gelden.
In afwijking van artikel 21.31, eerste lid zijn aanlegactiviteiten ook toegestaan als:
Artikel 21.32 Toepassingsbereik
De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – archeologisch waardevol gebied.
Onder het uitvoeren van aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan:
De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:
Artikel 21.34 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - toegestaan
Het uitvoeren van aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied is toegestaan als:
Artikel 21.35 Toepassingsbereik
De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied ter plaatse van de locatie Westerweg 10 – archeologisch waardevol gebied, tenzij toepassing kan worden gegeven aan subparagraaf 21.3.5.2.1.
Onder het uitvoeren van aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan:
het planten van bomen en beplanting;
het verwijderen van bomen en beplanting;
het aanbrengen van drainage;
het uitvoeren van grondactiviteiten;
het aanleggen van kabels en leidingen;
het wijzigen van waterpartijen;
het verhogen van het waterpeil; en
het verlagen van het waterpeil.
De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:
Artikel 21.37 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied uit te voeren.
Artikel 21.38 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.37 wordt alleen verleend als:
Artikel 21.39 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - specifieke aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.37 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Artikel 21.40 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.37, wint het college schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen aanlegactiviteiten de belangen, in verband met een archeologisch waardevol gebied, niet onevenredig worden geschaad en welke voorschriften dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
Artikel 21.41 Aanlegactiviteiten in archeologisch waardevol gebied - voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.37 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op de bescherming van archeologische waarden, welke in ieder geval kunnen gaan over:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en een door het college goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen; en
de verplichting de uitvoering van de werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en een door het college goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen.
Artikel 21.42 Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op het bestaande gebruik van gronden en bouwwerken dat niet in overeenstemming is met de regels als bedoeld in afdeling 21.3.3.
Artikel 21.43 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten
Gebruiksactiviteiten die niet in overeenstemming zijn met de regels in afdeling 21.3.3 zijn toegestaan tot 10 jaar na het tijdstip waarop de regels uit afdeling 21.3.3 op die locatie in werking zijn getreden, mits die gebruiksactiviteiten voorafgaand aan dat tijdstip vergunningsvrij konden worden uitgeoefend of vergund zijn.
Een wijziging van de gebruiksactiviteit als bedoeld in artikel 21.43, eerste lid is alleen toegestaan als de afwijking ten opzichte van de toegestane gebruiksactiviteiten op grond van afdeling 21.3.3 op die locatie naar aard en omvang wordt verkleind.
Als een gebruiksactiviteit als bedoeld in artikel X, eerste lid voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dat gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 21.44 Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken die niet in overeenstemming zijn met de regels als bedoeld in afdeling 21.3.4.
Artikel 21.45 Overgangsrecht bouwwerken
Bouwwerken die niet in overeenstemming zijn met de regels in afdeling 21.3.4 zijn toegestaan na het tijdstip waarop de regels uit afdeling 21.3.4 op die locatie rechtskracht hebben gekregen, mits die bouwwerken voorafgaand aan dat tijdstip vergunningsvrij zijn gerealiseerd of vergund.
De bouwwerken als bedoeld in artikel X, eerste lid mogen:
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd als de afwijking van de regels als bedoeld in afdeling 21.3.4 naar aard en omvang niet wordt vergroot; of
na het teniet gaan vanwege een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd als de afwijking van de regels als bedoeld in afdeling 21.3.4 naar aard en omvang niet wordt vergroot en als de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk geheel of gedeeltelijk is tenietgegaan.
C
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/pubdata/gm0175/2026/b515e77826234c9382c4824809922272/nld@2026‑10‑01;2
/join/id/pubdata/gm0175/2026/a315ddf3d37f46d691003434c1d66f11/nld@2026‑10‑01;5
/join/id/pubdata/gm0175/2026/eba086645e7e42d491e45487c0764735/nld@2026‑10‑01;3
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-464147.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.