Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 462259 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 462259 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over veiligheid in horecabedrijven (Nadere regels veiligheid horecabedrijven Amsterdam)
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
horecazaak: de voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of eetwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, lokaliteit waarbij vanuit de gevel tegen vergoeding dranken worden geschonken of eetwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt en voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar tegen vergoeding shisha, waterpijptabak of vergelijkbare genotsmiddelen worden verstrekt;
VIP-tafel: een tafel en/of zitgelegenheid in een horecabedrijf dat hoofdzakelijk in gebruik of bestemd is voor het bieden van dansgelegenheid, waarbij de tafel of zitgelegenheid wordt aangeboden tegen betaling van een tarief en/of tegen voorwaarden die afwijken van het reguliere toegangstarief en/of de reguliere voorwaarden en/of er worden extra services aangeboden zoals snelle entree, toegang tot een afgeschermd gedeelte van de gelegenheid, speciale bediening en/of er wordt een bepaalde hoeveelheid alcoholhoudende drank aangeboden als onderdeel van de prijs van de tafel of zitgelegenheid;
eerste hulp gekwalificeerde medewerker: medewerker die minimaal beschikt over een geldig EHBO of BHV-certificaat met de modulen spoedeisende hulp en niet spoedeisende hulp, overeenkomstig de Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp van 10 maart 2026 van het Oranje Kruis, Nederlands Rode Kruis en NIBHV, aangevuld met een geldig EHBD- of EHBDu-certificaat overeenkomstig het landelijk curriculum Eerste Hulp bij Drank- en Drugsincidenten in het uitgaanscircuit.
De volgende horecabedrijven zijn verplicht te beschikken over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan:
De exploitant is verplicht te controleren of personeel dat in het horecabedrijf beveiligingswerkzaamheden verricht toestemming heeft van de korpschef van de Politie Eenheid Amsterdam en beschikt over een geldig legitimatiebewijs voorgeschreven op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
Hoofdstuk 4 Aanbieden van waterpijpen
Bij het aanbieden van waterpijpen in een horecabedrijf gelden, ter bescherming van de gezondheid, brandveiligheid en het woon- en leefklimaat, de volgende verplichtingen:
In de besloten ruimte als bedoeld in onderdeel a moeten de vloer en de vloerafwerking zodanig zijn uitgevoerd en onderhouden dat bij contact met vallende of gloeiende kooltjes geen brandgevaarlijke situatie ontstaat, waarbij de vloerafwerking ten minste voldoet aan brandklasse Bfl-s1 overeenkomstig NEN-EN 13501-1;
Hoofdstuk 5 Aanbieden van VIP-tafels
Exploitanten die in hun horecabedrijf VIP-tafels aanbieden nemen de volgende maatregelen, om geweldsincidenten en het gebruik van VIP-tafels ten behoeve van criminele activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen:
Het VIP-gedeelte wordt volledig in beeld gebracht met camera’s, waarbij de camerabeelden ten minste 14 dagen worden bewaard en indien er een incident heeft plaatsgevonden in het horecabedrijf, worden de camerabeelden zo snel mogelijk ter beschikking gesteld aan de politie als de politie hierom verzoekt;
Artikel 6.1 Intrekking oude regels
De Nadere regels veiligheidsplan horecabedrijven (Gemeenteblad 2015, afd. 3B, nr. 256), Nadere regels dance events in horeca (Gemeenteblad 2017, 121946) en Nadere regels VIP-tafels in de horeca (Gemeenteblad 2018, 162889) worden ingetrokken.
Horecabedrijven die op 2 november 2026 al beschikken over een goedgekeurd veiligheidsplan hoeven het nieuwe document in bijlage 1 pas te gebruiken bij de aanvraag van een nieuwe exploitatievergunning, tenzij de bedrijfsvoering tussentijds aangepast wordt of de burgemeester eist dat er een nieuw veiligheidsplan ingediend wordt vanwege verstoring van de openbare orde en veiligheid, de impact op het woon- en leefklimaat en de gezondheid.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 29 september 2026
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
Bijlage 1, behorende bij artikel 2.2, eerste lid: Veiligheidsplan horecabedrijven Amsterdam
In 2025 heeft de gemeenteraad het Horecabeleid 2025 vastgesteld. In 2026 heeft de raad ingestemd met de vertaling hiervan in regels in het omgevingsplan en de APV die op 15 september 2026 zijn gepubliceerd en ingaan op 14 oktober 2026. Vanwege het nieuwe Horecabeleid en de regels in het omgevingsplan en de APV is het noodzakelijk de nadere regels veiligheidsplan, nadere regels dance events in horeca en de nadere regels vip-tafels aan te passen. Daarnaast is er behoefte aan meer duidelijkheid over de voorwaarden in het veiligheidsplan met betrekking tot het aanbieden van waterpijpen en sociale veiligheid. Wat betreft het aanbieden van waterpijpen zijn de bijzondere vergunningsvoorwaarden ten aanzien van shisha (gebruik waterpijp) die de afgelopen jaren in stadsdeel nieuw-west in de exploitatievergunningen zijn opgenomen als basis gebruikt. Wat betreft sociale veiligheid is in overleg met de horecabranche in het format van het veiligheidsplan concreter gemaakt wat er van de exploitant verwacht wordt. Ten slotte zijn voor de overzichtelijkheid de verschillende nadere regels die over de veiligheid in de horeca gaan samengevoegd in één besluit.
Het college van burgemeester en wethouders streeft naar een zo veilig mogelijk uitgaansleven. Bij het exploiteren van bepaalde (categorieën) horecabedrijven of bij het aanbieden van bepaalde activiteiten zoals dance events, VIP-tafels en waterpijpen, kunnen veiligheidsrisico’s ontstaan. Om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken is het noodzakelijk extra voorwaarden te stellen in deze nadere regels.
Hoofstuk 2 gaat over de horecabedrijven die verplicht zijn te beschikken over een veiligheidsplan en wat er in het veiligheidsplan moet staan. In het veiligheidsplan licht de exploitant toe hoe invulling wordt gegeven aan de nadere regels veiligheid horeca en op welke wijze die en diens leidinggevende(n) zorgdragen voor een goede gang van zaken in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de maatregelen die de exploitant neemt om te voorkomen dat overlast plaatsvindt, drugs worden verhandeld of aanwezig zijn, wapens worden binnengebracht of aanwezig zijn, wordt gediscrimineerd, geweld wordt gebruikt, geld of goederen van bezoekers worden gestolen, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag of intimidatie plaatsvindt en/of de Alcoholwet wordt overtreden.
Hoofdstuk 3 gaat over de maatregelen die genomen moeten worden als in een horecabedrijf een dance event plaatsvindt om middelengebruik en daarmee gepaard gaande risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Hoofstuk 4 gaat over de maatregelen die genomen moeten worden als er in een horecabedrijf waterpijpen worden aangeboden ter bescherming van de gezondheid, brandveiligheid en het woon- en leefklimaat.
Hoofdstuk 5 gaat over de maatregelen die genomen moeten worden als een horecabedrijf VIP-tafels wil aanbieden om geweldsincidenten en het gebruik van VIP-tafels ten behoeve van criminele activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen.
Dance event: het begrip dance event is zo breed mogelijk gedefinieerd. Het gaat niet om een bepaald muziekgenre maar om de combinatie van langdurig dansen op versterkte elektronische muziek. Omdat is gebleken dat er bij dance events een verhoogd risico op middelengebruik is, ontstaan er risico’s voor de gezondheid. Dat het hoofddoel is om langdurig te dansen op versterkte elektronische muziek, kan onder andere blijken uit de duur van het dance event, de openingstijden van het horecabedrijf, het feit dat het horecabedrijf is ingericht op het bieden van dansgelegenheid door de aanwezigheid van een dansvloer en de aanwezigheid van DJ-apparatuur.
De in dit artikel genoemde categorieën horecabedrijven moeten beschikken over een veiligheidsplan omdat in de praktijk blijkt dat de risico’s op verstoring van de openbare orde en veiligheid, de impact op het woon- en leefklimaat en de gezondheid hier groter zijn dan bij andere horecabedrijven. Onderdeel a gaat om alle horecabedrijven die vaker dan twaalf keer per jaar open kunnen zijn tussen 04.00 en 06.00 uur. Dit gaat in ieder geval om alle zware horecabedrijven en alle horecabedrijven die met een (persoonlijke) maatwerkontheffing vaker dan twaalf keer per jaar open kunnen zijn tussen 04.00 en 06.00 uur. Daarnaast gaat het om horecabedrijven waar beveiligers worden inzet (onderdeel b), met een capaciteit van meer dan 500 bezoekers (onderdeel c), waar feesten plaatsvinden met een verhoogde kans op middelengebruik zoals dance events (onderdeel d) en horecabedrijven waar VIP-tafels (onderdeel e) of waterpijpen (onderdeel f) worden aangeboden. Daarnaast kan de burgemeester aanvullend aan bovenstaande categorieën horecabedrijven, gebieden (onderdeel g) of individuele horecabedrijven (onderdeel h) aanwijzen waar het noodzakelijk is dat deze een veiligheidsplan hebben. Dit kan bijvoorbeeld wanneer in een gebied of in een individueel horecabedrijf sprake is van verstoring van de openbare orde en veiligheid, aantasting van het woon- en leefklimaat en de gezondheid. Onderdeel h kan ook gebruikt worden wanneer een horecabedrijf heropend wordt na een openbare orde sluiting op basis van artikel 13b Opiumwet, de artikelen 172, derde lid, 174a en 175 Gemeentewet of artikel 2.10 APV. De exploitant is zelf verantwoordelijk om na te gaan of hij verplicht is een veiligheidsplan te hebben.
De exploitant gebruikt voor het veiligheidsplan het format in bijlage 1 (lid 1). Een in te vullen versie van dit format met een uitgebreide toelichting is te vinden op amsterdam.nl/horeca. In de toelichting van dit format en in deze nadere regels staat wat er (minimaal) van de exploitant verwacht wordt. Lid 2 benadrukt dat het veiligheidsplan moet overeenkomen met de bedrijfsvoering van het horecabedrijf en actueel dient te zijn. Bij de aanvraag van een exploitatievergunning wordt dit gecontroleerd door de vergunningverlener. Als voor de verlenging van de exploitatievergunning grote wijzigingen worden doorgevoerd in de bedrijfsvoering, die direct invloed hebben op de onderwerpen die staan beschreven in het veiligheidsplan, moet het veiligheidsplan geactualiseerd worden. De exploitant is zelf verantwoordelijk om dit door te geven door het indienen van een nieuw veiligheidsplan of, als het om een kleine wijziging gaat, door een bijlage met de wijzigingen in te dienen. Zo kan bijvoorbeeld het (incidenteel) organiseren van dance events, het aanbieden van VIP-tafels of meerdere incidenten met overlast, geweld, discriminatie of (seksueel) grensoverschrijdend gedrag een dusdanige invloed hebben op de bedrijfsvoering en de te treffen maatregelen, dat voor het aflopen van de exploitatievergunning het opstellen of aanpassen van het veiligheidsplan noodzakelijk is. De burgemeester beoordeelt het veiligheidsplan en kan hierbij advies vragen aan de politie. Het kan zijn dat de exploitant het veiligheidsplan moet aanpassen op advies van de politie en/of de burgemeester (lid 3). Pas als het veiligheidsplan is goedgekeurd door de burgemeester kan de exploitatievergunning voor een horecabedrijf worden verleend (lid 4). Als de burgemeester het veiligheidsplan goedkeurt maakt deze onderdeel uit van de exploitatievergunning (lid 5). Lid 6 benadrukt dat de exploitant verantwoordelijk is voor de naleving van het veiligheidsplan en de maatregelen die hierin benoemd zijn. Lid 7 benadrukt dat de exploitant personeel inzet in het horecabedrijf zelf moet controleren of dit personeel hiervoor toestemming heeft en beschikt over een geldig legitimatiebewijs op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Ook als zij deze beveiligers (extern) inhuren ligt de verantwoordelijkheid bij de exploitant. Lid 8 is bedoeld om, bij selectie aan de deur door een portier of doorhost, discriminatie en willekeur te voorkomen. Als het voor een bezoeker duidelijk is wanneer die naar binnen kan, worden daarmee zoveel mogelijk frustraties bij de bezoeker en (de schijn van) willekeur en discriminatie voorkomen. Dit betekent dat er niet alleen bij directe discriminatie kan worden opgetreden maar ook als verschillende bezoekers anders worden behandeld en om onduidelijke redenen worden geweigerd.
Om middelengebruik en daarmee gepaard gaande risico’s zoveel mogelijk te beperken moet de exploitant extra maatregelen nemen. Deze maatregelen zijn gebaseerd op het Amsterdams beleidskader dance events, die gaan over dance events die op basis van een evenementvergunning worden georganiseerd. Omdat deze risico’s ook gelden voor dance events die in horecabedrijven plaatsvinden zijn deze regels opgesteld. In het Amsterdams beleidskader dance events staat meer achtergrondinformatie over de risico's van dance events en de manier waarop deze kunnen worden beperkt.
De visitatie door een beveiliger (onderdeel a) gaat over de controle van iedereen die tijdens het dance event de horecazaak wil betreden en is gericht op het tegengaan van het naar binnen brengen van verboden middelen en wapens en andere niet geoorloofde goederen. Een goede visitatie bestaat uit de privaatrechtelijke oppervlakkige veiligheidsfouillering waarbij wordt gevraagd alle zakken te legen en de inhoud te tonen, het van top tot teen oppervlakkig aftasten van de kleding en het doorzoeken van alle meegevoerde bagage zoals handtassen en rugzakken. De controle vindt plaats voordat iemand de horecazaak betreedt en wordt uitgevoerd op basis van het deurbeleid en de huisregels. Het instemmen met de controle geldt als voorwaarde om toegang te krijgen tot het horecabedrijf maar kan niet worden afgedwongen. Weigert een betrokkene mee te werken, dan dient de toegang te worden geweigerd. Uiteraard moeten het deurbeleid en de huisregels vooraf kenbaar zijn voor de bezoekers. Vanaf de start tot het einde van het feest moet iedereen gecontroleerd worden inclusief VIP’s, personeel en artiesten. Dit geldt ook voor iedereen die even naar buiten is geweest bijvoorbeeld om te roken. Het doorzoeken van iemands kleren of zakken is voorbehouden aan bevoegde opsporingsambtenaren zoals de politie, maar aan bezoekers moet wel worden gevraagd om al hun zakken leeg te maken en de inhoud te tonen.
Mocht de situatie zich voordoen dat er openbare orde-, veiligheids- dan wel gezondheidsrisico’s ontstaan door de lengte of de duur van de wachtrij, dan kan de exploitant (eventueel op aanwijzing van de politie) besluiten dat de visitatie bij sommige bezoekers wat sneller gebeurt. In een dergelijk geval moet nog wel iedereen (snel) worden gecontroleerd en moet er met enige regelmaat (steekproefsgewijs) een bezoeker zeer grondig worden gecontroleerd. Daarbij is het essentieel dat dit zichtbaar is voor de rest van de rij (signaalwerking) en dat niet kan worden voorspeld wie er uit de rij wordt gehaald voor een zeer grondige visitatie (dus willekeurig). Het is van belang dat de visitatie goed wordt uitgevoerd ten behoeve van de veiligheid van de bezoekers en het beperken van gezondheidsrisico's. De exploitant is hiervoor verantwoordelijk. Wanneer er verboden middelen of wapens in een horecazaak worden aangetroffen, kan dit in het uiterste geval tot gevolg hebben dat de zaak door de burgemeester wordt gesloten.
Bij de visitatie kunnen verboden middelen en wapens worden aangetroffen, die ook een beveiliger niet in bezit mag hebben (onderdeel c). Daarom moet er een horecakluis aanwezig zijn, waarin deze goederen direct worden gedeponeerd en daarmee feitelijk worden overgedragen aan de politie (onderdeel d). De exploitant is verantwoordelijk om een horecakluis te hebben maar de politie is de enige die de kluis kan openen en mag legen. De exploitant moet de beschikbare sleutels/codes direct na ontvangst bij de politie inleveren en er mogen geen exemplaren van de (moeder)sleutel worden behouden of worden gekopieerd en codes mogen niet bekend zijn bij het personeel. Doordat de horecakluis alleen door de politie is te openen en de politie de horecakluis periodiek komt legen (op onderling afgesproken tijdstippen), hoeft de beveiliging of de exploitant niet met de inhoud over straat. Op deze manier kan ook niemand in de verleiding komen om de verboden goederen weer uit de kluis te halen en heeft het geen zin voor bezoekers om hun spullen terug te vragen/eisen, aangezien de ondernemer of beveiliger hier niet bij kan. Er wordt geadviseerd de horecakluis in de buurt van de entree te positioneren, zodat de beveiligers ook niet met de in beslag genomen spullen door de zaak hoeven te lopen.
De eerste hulp gekwalificeerde medewerkers kunnen bijvoorbeeld BHV’ers of beveiligers zijn (onderdeel g en h). Op de website van het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (www.nibhv.nl) kunt u nagaan wat de modules spoedeisende hulp en niet-spoedeisende hulp inhouden en welke opleiders gecertificeerd zijn. Op de websites van Educare Groningen (www.educaregroningen.nl) en van Jellinek (www.jellinek.nl) is informatie te vinden over het gecertificeerde landelijk curriculum EHBDu, dat is ontwikkeld door Educare in samenwerking met het Trimbos-instituut. Om eerste hulp te kunnen verlenen, moeten er minimaal twee eerste hulp gekwalificeerde medewerkers aanwezig zijn tijdens een dance event, die te allen tijde direct kunnen optreden. Bij kleinere horecazaken, met een maximumcapaciteit van 300 bezoekers, of wanneer aantoonbaar maximaal 300 bezoekers aanwezig zijn, kan eventueel worden volstaan met één eerste hulp gekwalificeerde medewerker (als de interne risico-inventarisatie dit toelaat).
Ook kan het in incidentele gevallen nodig zijn om een complete EHBO-post in te richten met een gespecialiseerde medische organisatie. Dit wordt in eerste instantie ter beoordeling gelaten aan (de risico-inschatting van) de exploitant, maar dergelijke maatregelen kunnen ook verplicht worden gesteld door het bevoegd gezag. De GHOR kan het bevoegd gezag hierin adviseren.
Naast mensen zijn er ook middelen nodig om de eerste hulp te kunnen bieden (onderdeel i). Het gaat minimaal om een EHBO-koffer die voldoet aan de laatste richtlijnen van het Oranje Kruis. Al het personeel dient alert te zijn op afwijkend gedrag dat kan duiden op (middelen gerelateerde) gezondheidsproblemen, zodat hierop kan worden geacteerd. Voor bezoekers moet het kenbaar zijn dat en waar er eerste hulp beschikbaar is in het horecabedrijf.
Voorlichting over de gezondheidsrisico’s die gepaard gaan met het gebruik van middelen is een belangrijk element in de preventiestrategie bij dance events (onderdeel j). Van exploitanten wordt verwacht dat zij hieraan bijdragen, bijvoorbeeld door een link te plaatsen op hun website of sociale media, waarbij wordt verwezen naar een professionele voorlichtingswebsite bij voorkeur van Celebrate Safe of Unity. Als de exploitant eigen voorlichtingsmaterialen ontwikkelt of laat ontwikkelen, dient de inhoud daarvan te worden afgestemd met Jellinek en/of de GGD/GHOR.
Wanneer er van overheidszijde een waarschuwingscampagne wordt opgestart (bijvoorbeeld een Red Alert), dan wordt van de exploitant verwacht dat hij hier op verzoek aan meewerkt.
Gratis drinkwater moet beschikbaar zijn voor bezoekers die daarom vragen bij een andere consumptie, of als de situatie daarom vraagt (onderdeel k). Als er bij de bar geen gratis drinkwater verkrijgbaar is, dan moet er een ander drinkwaterpunt zijn in de horecazaak waar gratis drinkwater op een hygiënische wijze wordt verstrekt. Het is van belang dat dit punt goed bereikbaar en makkelijk te vinden is en personeel moet ernaar kunnen verwijzen. Omdat oververhitting en waterintoxicatie belangrijke oorzaken zijn van incidenten op dance events, dient hier in de voorlichting over het gebruik van middelen nadrukkelijk aandacht voor te zijn.
Het aanbieden van waterpijpen brengt risico’s met zich mee voor de gezondheid, brandveiligheid en het woon- en leefklimaat. Niet alleen voor de gebruiker van een waterpijp maar ook voor het horecapersoneel en de omgeving. In de Tabaks- en rookwarenwet is bepaald dat het niet is toegestaan om tabak te roken in een horecabedrijf, hier valt shisha gebruik ook onder. Dit houdt in dat er geen gebruik mag worden gemaakt van waterpijpen met (deels) tabak. Geen onderscheid wordt gemaakt tussen tabak met of zonder nicotine. Het verbod geldt dus uitdrukkelijk ook voor tabak zonder nicotine. Dit verbod geldt niet op het buitenterras. Bij het roken van een waterpijp komen veel schadelijke stoffen vrij en bij verhitting met niet-elektrische kooltjes ontstaat veel uitstoot van (onder meer) koolmonoxide (CO) met risico op koolmonoxidevergiftiging. Daarnaast kunnen er brandgevaarlijke situaties ontstaan door verhitting. De verplichtingen in dit artikel zijn gebaseerd op de adviezen van het RIVM. Onderdeel a is opgenomen zodat het duidelijk is in welke besloten ruimtes de verplichtingen gelden. Onderdeel b is bedoeld om minderjarigen te beschermen tegen de schadelijke stoffen die vrijkomen bij het roken van waterpijpen en het verhitten van kooltjes. In onderdeel c wordt benadrukt dat er een deugdelijk werkend mechanisch ventilatiesysteem met voldoende capaciteit voor het bovendaks afvoeren van lucht, ter voorkoming van geurhinder, dient te zijn die aansluit bij de eisen zoals genoemd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsplan Amsterdam. De CO-waarde van 30 ppm is de officiële grenswaarde die het RIVM hanteert voor ingrijpen waarbij bezoekers direct de horecazaak moeten verlaten. Onderdeel d verplicht om voldoende CO-meters te hebben om de CO-waarde te kunnen meten. De CO-meters moeten functioneren en onderhouden worden. Een CO-meter functioneert niet adequaat, als deze uitstaat of zich bevindt bij bijvoorbeeld een raam of een deur. Alle CO-meters worden bij opening van het horecabedrijf gecontroleerd op hun werking. Onderdeel e en f zijn bedoeld om de brandveiligheid te waarborgen. Denk bij onderdeel f bijvoorbeeld aan het gebruik van stalen asbakken, bewaarbakken en een kluis ten behoeve van de opslag van kooltjes. Onderdeel g is noodzakelijk om te controleren of de exploitant de CO-waarde goed monitort. De CO-waarden in onderdeel h en i zijn gebaseerd op de richtlijnen van het RIVM.
Exploitanten die in hun horecabedrijf VIP-tafels aanbieden moeten maatregelen nemen om geweldsincidenten en het gebruik van VIP-tafels ten behoeve van criminele activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen. De exploitant geeft het aanbieden, de verkoop en/of promotie niet uit handen aan derden, zoals een promotor (onderdeel a). Niet in de (online) voorverkoop en niet aan de deur. Het is belangrijk dat de exploitant zelf de regie houdt over de bedrijfsvoering. Door de verkoop in eigen hand te houden bepaalt de exploitant aan wie VIP-tafels worden verkocht (of worden geweigerd), lopen de geldstromen via de exploitant en kan die controleren of alle rekeningen giraal worden voldaan, zoals is bepaald in onderdeel b. De exploitant is er zelf verantwoordelijk voor om eventuele derden zoals een organisator of promotor te informeren over bovenstaande voorwaarden. Gezien de geweldsincidenten die zich rondom VIP-tafels hebben voorgedaan en de aantrekkingskracht die VIP-tafels hebben op personen met criminelen antecedenten, bestaat bij feesten met VIP-tafels een verhoogd risico op openbare orde incidenten. De visitatie van gasten draagt ertoe bij deze risico’s te verlagen (onderdeel b). Door een geldig identiteitsbewijs te eisen wordt voorkomen dat minderjarigen plaats kunnen nemen aan VIP-tafels en daar gebruik kunnen maken van alcoholhoudende drank. Daarmee wordt ook een drempel opgeworpen voor gevestigde criminele die jongeren willen fêteren aan VIP-tafels om hen daarmee in hun invloedsfeer te brengen. Ook haalt een geldig identiteitsbewijs VIP-gasten uit de anonimiteit, waardoor het naar verwachting voor criminelen minder aantrekkelijk wordt (onderdeel c). Ook het cameratoezicht haalt VIP-gasten uit de anonimiteit (onderdeel d). Rekeningen van en behorende bij de VIP-tafel dienen giraal te worden betaald, contante betalingen worden niet geaccepteerd (onderdeel e). Denk hierbij aan de rekening voor de aanschaf van de VIP-tafel, de drankrekening en eventuele andere bijkomende kosten. Het is van belang dat de exploitant van tevoren aan de bezoekers kenbaar maakt dat contante betalingen niet worden geaccepteerd. Met deze maatregel wordt beoogd het uitgeven en witwassen van zwart geld te voorkomen, waardoor de aanschaf van een VIP-tafel minder aantrekkelijk wordt voor criminelen. Doordat flessen in de gehele horecazaak giraal moeten worden betaald, wordt voorkomen dat gasten van het VIP-gedeelte bij een andere bar of plek buiten het VIP-gedeelte alsnog flessen drank met contant geld kunnen aanschaffen en daarmee vervolgens op het VIP-gedeelte plaatsnemen (onderdeel f). Met flessen wordt niet bedoeld flessen waaruit enkel één consumptie kan worden geschonken zoals bierflesjes. Bij een horecazaak met veel incidenten met (gebroken) glazen flessen, kan het aanwezig hebben van flessen bij een VIP-tafel op last van de burgemeester worden verboden. Daartoe wordt dan een extra voorschrift aan de vergunning verbonden. Het krijgen van een VIP-behandeling mag niet betekenen dat VIP-gasten niet aan de veiligheidsmaatregelen hoeven te voldoen (onderdeel g).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-462259.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.