Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 459965 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 459965 | beleidsregel |
Beleidsregel eerder aanvragen transportcapaciteit en prioriteit onderwijs en woonbehoefte Rotterdam 2026
De concerndirecteur Stadsontwikkeling Rotterdam,
gelet op: artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Het verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit bij de systeembeheerder is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet, waardoor er geen sprake is van het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Alle bevoegdheden van de gemeente die in deze beleidsregel genoemd worden, zijn daarom privaatrechtelijk van aard.
Hoofdstuk 2 Werkwijze ‘Eerder aanvragen’ bij verzoeken uiterlijk op 7 september 2026
Artikel 6 Stap 1: vereisten verzoek transportcapaciteit
Het college neemt een verzoek om transportcapaciteit alleen in behandeling als het verzoek in ieder geval de volgende gegevens bevat:
een partijverklaring als opgenomen in Bijlage 1 waarmee de initiatiefnemer verklaart dat de aangeleverde bewijstukken compleet zijn, naar waarheid zijn ingevuld en dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld en/of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken.
Artikel 7 Stap 2: samenstellen volgordelijst transportcapaciteit
De datum startbouw is alleen aantoonbaar als deze is onderbouwd met een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, contractuele planning, subsidievoorwaarden uit een verleningsbeschikking, omgevingsvergunning, of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat de bouw van het project op die datum zal starten.
De vastgestelde rangorde bepaalt de volgorde waarin de gemeente de aanvragen in behandeling neemt en met de invoer start. De gemeente spant zich in om de vastgestelde rangorde daarbij zoveel mogelijk te volgen. Door verschillen in verwerkingstijd, technische omstandigheden, benodigde aanvullingen of andere omstandigheden tijdens het invoerproces kan de feitelijke registratievolgorde afwijken van de vooraf vastgestelde rangorde.
Artikel 8 Stap 3: vereisten verzoek prioriteit
Een project komt uitsluitend voor prioriteit in aanmerking als:
het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit en de bewijsstukken, als bedoeld voor primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, en woonbehoefte - algemeen of - collectieve woonvormen, in tabel 4 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026, bevat; en
Aldus vastgesteld op 23 september 2026.
Namens het college van burgemeester en wethouders,
J. Meijer
Concerndirecteur Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam
Op veel plaatsen in Nederland is er te weinig transportcapaciteit op het elektriciteitsnet, deze schaarste heet netcongestie. Systeembeheerders kunnen nieuwe verbruikers daardoor op dit moment niet in alle gevallen direct op het elektriciteitsnetwerk aansluiten en aansluitingen van bestaande verbruikers kunnen niet in alle gevallen direct worden uitgebreid. Overheden, netbeheerders en toezichthouders werken aan maatregelen om de negatieve gevolgen van deze netcongestie zo veel mogelijk te beperken.
Om de beschikbare transportcapaciteit eerlijk te verdelen hanteren systeembeheerders een verdelingssystematiek, waarbij transportcapaciteit in beginsel wordt toegekend op volgorde van binnenkomst. Deze verdelingssystematiek was eerst alleen van toepassing op grootverbruikers. Vanaf 1 juli 2026 geldt deze verdelingssystematiek ook voor kleinverbruikers en komen alle kleinverbruik en grootverbruik stroomaanvragen in gebieden met netcongestie op één wachtlijst.
Om te zorgen dat in netcongestiegebieden belangrijke maatschappelijke functies zoals scholen, woningen en ziekenhuizen voorrang krijgen op een aansluiting, heeft de Autoriteit Consument & Markt (hierna: de ACM) het maatschappelijk prioriteringskader opgesteld. Daarmee zetten systeembeheerders de aanvragen voor transportcapaciteit op basis van maatschappelijk belang op de wachtlijst. Het kader werkt net als bij de prioritering op een wachtlijst voor huurwoningen. Het creëert geen extra ruimte, maar regelt enkel de verdeling van de beschikbare transportcapaciteit. Dit betekent dat ook geprioriteerde aanvragen op een wachtlijst komen, maar wel voorrang krijgen op andere aanvragen.
Gemeenten kunnen in een vroegtijdig stadium prioriteit (tot maximaal 10 jaar vooruit) aanvragen, zodat de projecten duidelijkheid krijgen of er transportcapaciteit voorradig is bij oplevering. Voor het aanleveren en verwerken van deze aanvragen is op initiatief van de ACM de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ afgesproken. Eenmalig worden deze aanvragen gecoördineerd ingediend aan de hand van tijdsblokken. Daarna wordt het prioriteringskader ook gebruikt voor andere verzoeken dan de gecoördineerde verzoeken van de volgordelijst.
Op basis van het door de ACM opgestelde prioriteringskader, heeft Rotterdam op 7 juli 2026 (Gemeenteblad 2026, 323672) een uitvraag gedaan richting ontwikkelaars die menen in aanmerking te komen binnen het kader van ‘Eerder Aanvragen’ Hierbij is een uiterste datum gesteld van 7 september 2026. Op dit moment is de gemeente in afwachting van de door ontwikkelaars in te dienen projecten.
In deze beleidsregel is opgenomen hoe het college na ontvangst van de op of voor 7 september 2026 gedane meldingen van projecten invulling geeft aan de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’. Het verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit bij de systeembeheerder is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet, waardoor er geen sprake is van het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Alle bevoegdheden van de gemeente die in deze beleidsregel genoemd worden, zijn daarom privaatrechtelijk van aard.
De definities sluiten aan bij de terminologie uit de Systeemcode elektriciteit 2026.
De definitie wordt ruim uitgelegd, omdat de Systeemcode vereist dat er in de overeenkomst concrete afspraken staan, waardoor het redelijkerwijs aannemelijk is dat het project zal starten. Het gaat hier bijvoorbeeld om een koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of verleningsbeschikking voor een rijkssubsidie ten behoeve van woningbouw.
Hoewel middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is opgenomen onder Onderwijs in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode, heeft de gemeente vanuit ruimtelijke ordening geen sturende rol bij de bouw van mbo-locaties en ontbreekt een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs als bewijsstuk voor de realisatie van de bouw. Het mbo valt daardoor buiten het bereik van deze beleidsregel. De mbo-instelling moet dus zelf rechtstreeks bij de systeembeheerder een verzoek indienen.
Onder woonbehoefte vallen naast woningbouw ook kleinschalige, onlosmakelijk verbonden activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van de woonbehoefte. Kleinschalig betekent dat de hoofdfunctie van een gebouw of project het voorzien in woningen is, terwijl de activiteiten los staan van deze functie, maar wel randvoorwaardelijk zijn voor de realisatie van het woningbouwproject. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om een supermarkt of zorgpraktijk. Daarnaast vallen ook collectieve voorzieningen die nodig zijn om een gebouw bewoonbaar te maken onder woonbehoefte, zoals warmtevoorzieningen, liften en centrale verlichting. Verder gaat het ook om collectieve woonvormen. Voorbeelden hiervan zijn de opvang van asielzoekers, beschermd wonen, langdurige zorginstellingen, accommodaties voor verstandelijk gehandicapten, jeugdhulp met verblijf en woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten of studenten.
De volgordelijst bevat de rangschikking die het college aanbrengt bij het indienen van de verzoeken. Het gaat niet om de volgorde waarin projecten door de systeembeheerder, naar aanleiding van die verzoeken, al dan niet op de wachtlijst worden geplaatst. Hiervoor is het college ook niet verantwoordelijk. Dat is aan de systeembeheerder. Het college heeft alleen een inspanningsverplichting om het verzoek bij de systeembeheerder in te dienen.
Het college kan, ingevolge de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’, alleen om transportcapaciteit en prioriteit verzoeken voor projecten die voorzien in onderwijs of woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode elektriciteit 2026. Projecten die voorzien in andere behoeften vallen niet onder deze beleidsregel.
Partijen kunnen voor die projecten op grond van artikel 7:21, eerste lid, onderdeel b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 rechtstreeks bij de systeembeheerder een verzoek indienen. Daarnaast is deze beleidsregel niet van toepassing op projecten waarvoor reeds een huisnummerbesluit is afgegeven. De werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ is bedoeld om vroeg in het planproces om transportcapaciteit of prioriteit te verzoeken. Projecten waarvoor al een huisnummerbesluit beschikbaar is, bevinden zich niet meer vroeg in het planproces. Voor die projecten kunnen initiatiefnemers zelf een verzoek indienen bij de systeembeheerder. Verder vallen ook projecten waarvoor al een transportovereenkomst met de systeembeheerder is gesloten, buiten het toepassingsbereik van deze beleidsregel. De transportcapaciteit daarvoor is immers al toegekend.
Handelingen die in het kader van deze beleidsregel worden verricht zijn handelingen ter voorbereidingen van een privaatrechtelijke rechtshandeling, namelijk het verzoeken om transportcapaciteit of prioriteit. Omdat er geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zijn hoofdstuk 6, 7 en 8 van de Awb niet op handelingen van de gemeente uit deze beleidsregel van toepassing.
Artikel 4 Gelijke behandeling verzoeken
Gemeentelijke projecten worden beoordeeld aan de hand van dezelfde regels als projecten van andere initiatiefnemers en genieten geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op de volgordelijst op grond van de vereisten voor prioriteit dit rechtvaardigt.
Artikel 5 Verzoek transportcapaciteit en eventueel prioriteit
Volgens de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ kan het college, namens een initiatiefnemer, met ingang van 1 oktober 2026 bij de systeembeheerder een verzoek indienen om transportcapaciteit of prioriteit voor een project dat voorziet in onderwijs of woonbehoefte. Om ervoor te zorgen dat het college de verzoeken die in aanmerking komen voor het traject van ‘Eerder Aanvragen’ tijdig bij de systeembeheerder kan indienen, is een strak tijdpad noodzakelijk. De uiterste datum voor het indienen van verzoeken door initiatiefnemers voor het mee kunnen lopen in het traject van ‘Eerder aanvragen’ is daarom vastgesteld op 7 september 2026. Deze datum is bij bekendmaking van 7 juli 2026 (Gemeenteblad 2026, 323672) ook extern gecommuniceerd. Deze datum geeft het college voldoende tijd om de volgordelijst op te stellen, voordat deze wordt aangeboden aan de systeembeheerder. Verzoeken die geen plaats krijgen op de volgordelijst zullen pas op een later moment worden ingediend.
De procedure is in deze beleidsregel in de basis in twee stappen vormgegeven. Stap 1, die is opgenomen in artikel 6, betreft de voorwaarden en bepalingen voor het aanvragen van transportcapaciteit. Stap 2, opgenomen in artikel 7, betreft de voorwaarden en bepalingen voor het aanvragen van prioriteit.
Stap 1: Voor een verzoek om transportcapaciteit dient een initiatiefnemer een verzoek in bij het college. De eisen die aan dit verzoek worden gesteld, zijn opgenomen in artikel 6. Het college plaatst de verzoeken om transportcapaciteit vervolgens op een volgordelijst.
Stap 2: Gelijktijdig met een verzoek om transportcapaciteit kan ook een verzoek om prioriteit worden ingediend. Als een verzoek van een initiatiefnemer ook ziet op prioriteit, moet het verzoek aanvullende bewijsstukken bevatten, waaronder een bestuursverklaring. Als verder ook wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 8, in de beleidsregels geduid als Stap 3, herschikt het college de verzoeken om transportcapaciteit die ook in aanmerking komen voor prioriteit op de volgordelijst.
Het college verzoekt vervolgens, op basis van de volgordelijst, om enkel transportcapaciteit, dan wel prioriteit bij de systeembeheerder.
Van belang is dat de datum van indiening van het verzoek om transportcapaciteit bij de systeembeheerder bepalend is voor de plaats van een project op de wachtlijst van de systeembeheerder. Een verzoek om prioriteit hoeft daarom niet gelijktijdig met het verzoek om transportcapaciteit te worden ingediend en kan ook op een later moment worden gedaan.
Het college neemt verzoeken die uiterlijk op 7 september zijn ingediend alleen in behandeling als deze volledig zijn, en dus de gegevens bevatten die voor transportcapaciteit of prioriteit zijn vereist. Vanwege het strakke tijdpad voor de behandeling van deze verzoeken is er na 7 september geen ruimte meer om onvolledige verzoeken aan te vullen. Die verzoeken komen dan in een latere fase voor behandeling en eventueel indiening bij de systeembeheerder in aanmerking. Dit is de periode na het eenmalig gecoördineerd in tijdsblokken indienen van verzoeken die uiterlijk op 7 september moeten zijn ingediend.
Artikel 6 Stap 1: vereisten verzoek transportcapaciteit
Een van de vereisten voor het verzoek om transportcapaciteit is een verklaring die is bedoeld voor situaties waarin het college optreedt namens een initiatiefnemer (artikel 6, eerste lid, onder e). Deze verklaring regelt de rechtsverhouding tussen de gemeente en de initiatiefnemer, onder meer ten aanzien van de juistheid van de verstrekte gegevens, vrijwaring, aansprakelijkheid en, indien van toepassing, doorbelasten van kosten. Wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer is, ontbreekt de rechtsverhouding tussen de gemeente en een initiatiefnemer, dat zijn namelijk één en dezelfde. Om die reden is deze verklaring in die situatie niet vereist.
Artikel 7 Stap 2: samenstellen volgordelijst transportcapaciteit
De maatstaf op basis van het aantoonbare startbouwjaar van een project is afgeleid van het vereiste dat de activiteit 'op korte termijn' van start moet gaan, als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdeel c, van de Systeemcode elektriciteit 2026. Hiermee wordt voorkomen dat initiatiefnemers strategisch een vroege datum opgeven en zo eerder in aanmerking kunnen komen voor prioriteit.
Als meerdere projecten naar verwachting op dezelfde datum zullen starten, geldt vervolgens voor de rangschikking dat de beoogde opleverdatum bepalend is voor plaatsing op de volgordelijst. Als projecten dan alsnog gelijk gerangschikt zijn, zal er voor de plaatsing op de volgordelijst geloot worden door een notaris.
De op basis van de voorgaand artikelen vastgestelde rangorde bepaalt de volgorde waarin de gemeente de aanvragen in behandeling neemt en met de invoer start. Om de aanvragen zo snel mogelijk te kunnen verwerken, vindt de invoer gelijktijdig door meerdere medewerkers plaats. De gemeente spant zich in om de vastgestelde rangorde daarbij zoveel mogelijk te volgen. Aan de rangorde kan echter geen garantie worden ontleend ten aanzien van het exacte tijdstip of de uiteindelijke volgorde van registratie bij de netbeheerder. Door verschillen in verwerkingstijd, technische omstandigheden, benodigde aanvullingen of andere omstandigheden tijdens het invoerproces kan de feitelijke registratievolgorde bij de netbeheerder afwijken van de door de gemeente vastgestelde rangorde.
Artikel 8 Stap 3: vereisten verzoek prioriteit
De bewijsstukken die voor een verzoek om prioriteit nodig zijn, zijn bedoeld om aan te tonen dat het project voldoende concreet is. Uit de toelichting bij het prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt blijkt dat de naam of vorm van de overeenkomst die betrekking heeft op een project dat voorziet in woonbehoefte, daarbij niet doorslaggevend is. Drie punten staan centraal: (1) concrete bindende afspraken over te bouwen woonbehoefte, inclusief collectieve voorzieningen en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, op een specifieke locatie; (2) indien van toepassing, de geplande wijziging van het omgevingsplan voor de locatie; en (3) afspraken die redelijkerwijs aannemelijk maken dat het project start, bijvoorbeeld concrete afspraken over de datum van start bouw of oplevering. Naast de in het prioriteringskader genoemde overeenkomsten kan het bijvoorbeeld ook gaan om een overeenkomst met het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw of een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling. Dit zolang aan de drie bovenstaande punten is voldaan.
Bij een verzoek om prioriteit moet het verzoek ook een bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevatten. Hierin wordt onderbouwd op welke manier wordt voldaan aan de gestelde eisen en wordt dus gemotiveerd dat de verzochte transportcapaciteit noodzakelijk is voor de onderwijsfunctie of woonbehoefte, het project niet kan starten zonder de verzochte transportcapaciteit en het project op korte termijn, na de realisatie van de aansluiting, zal starten. Deze bestuursverklaring is noodzakelijk voor het verzoeken om prioriteit, maar wordt als bewijsstuk door of namens het college vereist. Hiervoor is in het tweede lid een bepaling opgenomen.
Als verder binnen een project dat voorziet in woonbehoefte, sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten of collectieve voorzieningen, wordt de noodzaak van het toekennen van prioriteit voor deze activiteiten of voorzieningen afzonderlijk onderbouwd in de bestuursverklaring.
Op grond van de Systeemcode elektriciteit 2026 is een bestuursverklaring door of namens het college vereist voor prioriteit. Deze bestuursverklaring wordt door de initiatiefnemer opgesteld, omdat deze het best in staat is om deugdelijk te motiveren waarom transportcapaciteit voor het project noodzakelijk is. In de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ is het college echter de partij die een overeenkomst aangaat met de systeembeheerder en dus de bestuursverklaring moet onderschrijven. Het is daarom van belang dat het college kan vertrouwen op de juistheid van de feiten en motivering in de bestuursverklaring.
De Systeemcode elektriciteit 2026 stelt zware eisen aan een verzoek om prioriteit. Hierdoor komen niet alle verzoeken in aanmerking voor een verzoek om prioriteit, ofwel een hogere positie op de wachtlijst, bij de systeembeheerder. Deze verzoeken komen wel op de volgordelijst van het college, maar op een lagere positie dan projecten die wel voldoen aan de eisen voor prioriteit.
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-459965.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.