Gemeenteblad van Leudal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leudal | Gemeenteblad 2026, 458827 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leudal | Gemeenteblad 2026, 458827 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Sociaal-medische indicatie gemeente Leudal 2026
De raad van de gemeente Leudal,
Gelet op artikel 147,149 en 156 van de Gemeentewet en artikel 1.6 lid 1, onder a, van de wet kinderopvang;
Het voor de verlening van de Sociaal Medische Indicatie kinderopvang en de vaststelling van regels over de ouderbijdrage noodzakelijk is regels op basis van een verordening te regelen.
Besluit vast te stellen de Verordening Sociaal-medische indicatie gemeente Leudal 2026
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Sociaal-medische indicatie (SMI): kinderopvang in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang ingezet als tijdelijke voorziening voor kinderen in de leeftijd van acht weken tot aan de leeftijd van instroom op het voortgezet onderwijs, waarbij de ouder(s) die door ziekte, psychische problemen of een crisissituatie tijdelijk niet volledig voor hun kinderen kunnen zorgen en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Voorliggende voorziening: hulp of regeling van het Rijk, de gemeente of andere organisaties. Dit kan een adequate voorziening in niet professionele zin (Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet) of een adequate (opvang)voorziening (zoals peuteropvang en VVE) in professionele zin.
Artikel 2.4 Beoordeling en vaststellingen
Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Indien voor de beoordeling inschakeling van een (medisch) deskundige noodzakelijk is, kan deze termijn eenmalig worden verlengd met maximaal 8 weken. Van een verlenging wordt de aanvrager vóór afloop van de oorspronkelijke beslistermijn gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regeling gelet op het belang van de ouder of het kind of beiden tot onbillijkheden van overwegende aard leiden.
Als een inwoner vóór het ingaan van de nieuwe verordening SMI van de gemeente Leudal een aanvraag heeft gedaan op basis van de nadere regels uit de tegemoetkoming SMI-kinderopvang 2023, en daar is nog geen besluit over genomen, dan wordt die aanvraag afgehandeld volgens de oude regels — maar alleen als dat gunstiger is voor de inwoner.
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leudal, 22 september 2026.
De Raad van de gemeente Leudal,
De griffier,
Bc. F.G. Simons
De voorzitters
D.H. Schmalschläger
Met het ingaan van de Wet kinderopvang in 2005 kunnen ouders via het Rijk een inkomensafhankelijke vergoeding voor de kosten van kinderopvang krijgen: de kinderopvangtoeslag. Voorwaarde is onder andere dat beide ouders werken of een traject naar werk volgen, zoals een opleiding of een reïntegratietraject.
De SMI-regeling is bedoeld voor ouders, die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar die vanwege een sociale of medische indicatie (deels) niet in staat zijn om voor hun kinderen te zorgen. De redenen waarom ouders niet voor hun kinderen kunnen zorgen, kunnen sterk verschillen. Evenals de periode waarin zij daartoe niet in staat zijn en de mate waar in zij (geheel of gedeeltelijk) niet voor hun kinderen kunnen zorgen. Voor deze diverse groep ouders is maatwerk wenselijk en is dit beleid daarom belegd bij gemeenten.
De SMI moet worden gezien als een vangnetregeling en kan worden ingezet om ouders tijdelijk te ontlasten, om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren en zo mogelijk de situatie structureel te verbeteren. Uitgangspunt is dat alleen tijdelijk gebruik kan worden gemaakt van de tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang op basis van een SMI-indicatie.
Volgens de richtlijnen van de VNG is het toepassen van een inkomenscriterium om in aanmerking te komen voor een SMI-indicatie niet wenselijk.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Artikel 2.1 Aanspraak op de regeling
Dit artikel bepaalt, bij de door de gemeenteraad gegeven delegatieopdracht, de doelgroep van de SMI- kinderopvang. Factoren die daartoe aanleiding geven kunnen gelegen zijn in de ouder(s) en het kind of bij beiden. Een tegemoetkoming in de kosten van de SMI-kinderopvang kan vanzelfsprekend alleen worden verstrekt aan ouders met een Sociaal Medische Indicatie (SMI).
Deze regeling heeft een tijdelijk karakter. Wanneer er binnen het gezin sprake is van problematiek die met passende ondersteuning kan worden verminderd, kan professionele begeleiding worden ingezet om het gezin hierbij te ondersteunen. De aanvrager heeft hierin een belangrijke eigen verantwoordelijkheid. We vinden het van belang dat mensen zelfredzaam zijn en dit ook naar vermogen nastreven.
Dit artikel bepaalt enkele weigeringsgronden. De instelling waarmee ouder(s) een contract wenst te sluiten moet ingeschreven staan in Landelijk register kinderopvang en in de gemeente Leudal zijn gevestigd. Voor zover de ouder of het kind een adequate voorliggende voorziening beschikbaar is die voor dezelfde ondersteuningsbehoefte toereikend en passend is, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming op grond van SMI. Een voorliggende voorziening betreft iedere voorziening waar de aanvrager een beroep op kan doen ter bekostiging van specifieke uitgaven en ter verwerving van middelen, of ondersteuning die voorziet in een passende oplossing. Het college verstaat onder een voorliggende voorziening: de Wet kinderopvang; algemene wet op bijzondere ziektekosten AWBZ; een vergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo; een vergoeding op grond van de Wet langdurige zorg Wlz; een vergoeding op grond van de zorgverzekeringswet Zvw; voorzieningen voor voorschoolse en vroegschoolse educatie vve; de mogelijkheid voor informele opvang, bijvoorbeeld bij familieleden, buurtgenoten of vrienden.
Op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan de ouder(s) gebruik maken van het Medisch Kinder Dagverblijf (MKD) of en Kinderdagcentrum (KDC).
De enkele omstandigheid dat ondersteuning op grond van de Jeugdwet wordt ingezet, is geen zelfstandige weigeringsgrond. Het college beoordeelt per gezin of een voorliggende voorziening in dezelfde ondersteuningsbehoefte voorziet en daarvoor toereikend en passend is. Wanneer een voorliggende voorziening slechts een deel van de ondersteuningsbehoefte afdekt, kan aanvullend SMI worden toegekend voor het niet gedekte deel.
Het college stelt een aanvraagformulier beschikbaar voor degene die in aanmerking wenst te komen voor een tegemoetkoming. Daarbij kan het college nadere regels stellen. Beide ouders bij wie het kind verblijft dienen de aanvraag te ondertekenen. In geval van een alleenstaande ouder dient alleen die ouder de aanvraag in.
Dit artikel bepaalt eveneens dat de aanvraag moet worden ingediend voordat de ouder(s) de kosten voor de SMI-kinderopvang maken. De beschikking wordt gebaseerd op het geschat verzamelinkomen op bruto basis. Aan het einde van het kalenderjaar wordt het bruto verzamelinkomen vastgesteld middels een inkomensverklaring.
Artikel 2.4 Beoordeling en vaststellingen
Gegevens die nodig zijn om een goed besluit te nemen kunnen worden opgevraagd, zoals informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen. De aanvrager wordt vooraf geïnformeerd wanneer aanvullende gegevens worden opgevraagd. Voorbeelden van aanvullende gegevens zijn een bewijsstuk van een therapeut of behandelaar waarin staat hoe veel uren per week therapie/behandeling wordt gevolgd en in welke periode. Of informatie vanuit Jeugd en Gezin (JGZ), het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of andere hulpverleningsinstanties. In het gesprek met de betrokken klantregisseur van de gemeente wordt besproken welke informatie bij wie wordt opgevraagd om een goed besluit te kunnen nemen. Wanneer de aanvrager niet bekend is bij deze organisaties kan zo nodig ook om toestemming gevraagd worden om de informatie m.b.t. de SMI aanvraag met één of meerdere van deze organisaties te delen, zodat nagegaan kan worden of de aanvrager misschien nog een andere vorm van hulp/ondersteuning nodig heeft. Ook de mogelijkheid voor informele opvang speelt een rol bij het bepalen van de omvang van een SMI.
Het toekenningsbesluit bevat de motivering voor de tegemoetkoming en de aard en omvang van de benodigde kinderopvang. Tevens kan de klantregisseur voorwaarden (verplichtingen) in een plan van aanpak opleggen aan ouders waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in het kader van SMI. Voorbeelden zijn het volgen van een training, opleiding of therapie waardoor de ouder(s) in staat is om (beter) zorg te dragen voor het kind/de kinderen.
Artikel 2.5 Uitkering van de tegemoetkoming
De kinderopvangorganisaties sturen maandelijks de facturen naar de gemeente. De ingediende factuur van de kinderopvangorganisatie wordt gecontroleerd door de gemeente aan de hand van het verstrekte toekenningsbesluit, waarna al dan niet de betaling door de gemeente plaatsvindt. De tegemoetkoming wordt na afloop van het kalenderjaar definitief ambtshalve vastgesteld.
Dit artikel regelt de duur van de indicatie. Die kan voor negen maanden, maar ook voor een kortere periode zijn. Dat laatste zal doorgaans aan de orde zijn als duidelijk is dat de noodzaak voor kinderopvang voor minder dan negen maanden wordt vastgesteld of kind(eren) binnen een jaar naar het voortgezet onderwijs gaat. Het toekennen van SMI gaat om een tijdelijke oplossing; mocht er na negen maanden SMI een verlenging van de indicatie nodig zijn, dan mag er nog maximaal één keer drie maanden verlengd worden. Verder geeft dit artikel het college de bevoegdheid om tussentijds een heronderzoek uit te voeren.
Dit artikel regelt de omvang van de indicatie. Het college bepaalt de noodzaak en hoogte van een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang met inachtneming van het SMI-advies. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in leeftijdscategorieën (eerste lid onderdeel a, b en c). Het college stemt de omvang van de indicatie af met het peuterprogramma en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor kinderen tussen de 2 en 4 jaar oud. De vve wordt namelijk beschouwd als voorliggende voorziening. Voor het aantal uren dat een kind peuteropvang of VVE krijgt, kan geen SMI worden ingezet.
Artikel 3.3. Hoogte tegemoetkoming en ouderbijdrage
Dit artikel bepaalt de hoogte van de tegemoetkoming en de eigen bijdrage van ouders. De eigen bijdrage van ouders vervalt op het moment dat een inkomen lager is dan de bijstandsnorm (130% van het minimum inkomen). Bovendien vervalt de eigen bijdrage wanneer een inwoner niet kan beschikken over inkomsten waarop executoriaal beslag is gelegd of die gereserveerd worden voor schuldeisers, omdat een schuldsaneringsregeling op grond van de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen of de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijk Personen is uitgesproken.
Hoofdstuk 4 Beëindiging, herziening en terugvorderen SMI
Er wordt gesproken van een beëindiging als de inwerkingtreding van het besluit ingaat vanaf het heden of naar de toekomst toe. Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot een herziening of intrekking, geen terugwerkende kracht. Dit kan voorkomen op het moment dat de omstandigheden bij ouder(s) of kind wijzigt in die zin dat er geen recht meer bestaat op een SMI-indicatie en de daaruit voortvloeiende tegemoetkoming. Bovendien kan het college de tegemoetkoming beëindigen wanneer ouder(s) niet voldoen aan gestelde voorwaarden opgenomen in het plan van aanpak. Het kan dus ook om voorwaarden gaan die zijn opgenomen in nadere regels.
Het (deels) ongedaan maken van het recht over een periode in het verleden, wordt herzien of intrekken genoemd. Een herziening of intrekking van het besluit is het met terugwerkende kracht opnieuw beslissen over de aanspraak over een periode in het verleden. Daarbij kan het recht afwijkend worden vastgesteld (herzien) of worden ingetrokken als er in het geheel geen aanspraak heeft bestaan. Het gaat om situaties waarin het college anders over de aanvraag zou oordelen als het op dat moment bekend was met de achteraf bekende informatie.
Het college kan overgaan tot terugvordering van de tegemoetkoming als het toekenningsbesluit is herzien of introkken onder toepassing van artikel 4.2 van deze verordening. Bovendien kan het college over gaan tot terugvordering in het geval van een onverschuldigde betaling op basis van artikel 6:203 e.v. BW. Op grond van dit lid kan het college een zonder rechtsgrond verrichte betaling ongedaan maken. Denk bijvoorbeeld aan een administratieve vergissing.
Hoofdstuk 5 Verplichting van ouder(s)
Artikel 5.1 Inlichtingenplicht en medewerkingsplicht
Dit lid bepaalt dat de ouder(s) desgevraagd de inlichtingen (gegevens en bescheiden) moet verstrekken die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen. Het gaat om bescheiden waarover de ouder(s) redelijkerwijs over kan beschikken. Deze verplichting geldt op grond van artikel 4:2 van de Awb.
Een eenmaal toegekende tegemoetkoming ontslaat de ouder(s) niet van de inlichtingenplicht. Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om het toekenningsbesluit te herzien of in te trekken. Denk bijvoorbeeld aan omstandigheden op grond waarvan er geen noodzaak meer bestaat voor SMI-kinderopvang of een wijziging van het inkomen op grond waarvan toch een ouderbijdrage verschuldigd is.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder(s) of het kind afwijken van de bepalingen van de verordening. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van hen. De hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering. Bij de beoordeling van de aanvraag zou het college zelf aanleiding kunnen zien om de hardheidsclausule toe te passen. In het algemeen geldt echter dat de ouder(s) gemotiveerd moeten aangeven dat hun situatie bijzonder is en zullen zij dat desgevraagd ook nader moeten onderbouwen.
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-458827.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.