Gemeenteblad van Rijssen-Holten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijssen-Holten | Gemeenteblad 2026, 454280 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijssen-Holten | Gemeenteblad 2026, 454280 | beleidsregel |
Beleidsregels maatschappelijk erfpachttarief buitensportaccommodaties gemeente Rijssen-Holten 2026
Deze beleidsregels hebben tot doel de maatschappelijke functie van sportverenigingen te ondersteunen, een uniform en transparant kader te bieden voor de erfpacht van grond voor buitensportaccommodaties, uitvoering te geven aan de Visie Sportparken 2040 en het Beleidsplan Sportparken 2026-2031 en bij te dragen aan betaalbare en toekomstbestendige sportvoorzieningen.
Artikel 3 Maatschappelijk erfpachttarief
Deze beleidsregels regelen uitsluitend de toepassing van het maatschappelijk erfpachttarief. Zij geven een sportvereniging geen aanspraak op de uitgifte van gemeentelijke grond of op de vestiging van een erfpachtrecht. De gemeente beslist afzonderlijk over een eventuele gronduitgifte en neemt daarbij de geldende regels voor mededingingsruimte en gelijke behandeling in acht.
Artikel 5 Aanvraag en procedure
De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens die nodig zijn om te beoordelen of de sportvereniging voldoet aan de voorwaarden van artikel 4. Daartoe behoren ten minste de meest recente vastgestelde jaarrekening, een toelichting op de maatschappelijke sportfunctie, het gebruik, de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de buitensportaccommodatie en gegevens over toegankelijkheid, breedtesport en maatschappelijke participatie.
Het college controleert na ontvangst of de aanvraag volledig is. Indien gegevens ontbreken, stelt het college de aanvrager schriftelijk in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken na verzending van het verzoek aan te vullen. Het college kan deze termijn op een gemotiveerd verzoek eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. De inhoudelijke beoordeling vindt plaats nadat voldoende gegevens beschikbaar zijn. Indien de aanvraag niet binnen de gestelde of verlengde termijn voldoende is aangevuld, kan het college besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.
Na toekenning hoeft niet jaarlijks opnieuw een aanvraag te worden ingediend. Bij een voorgenomen erfpachtsituatie is een nieuwe aanvraag vereist. Voorzienbare relevante wijzigingen in het gebruik, het beheer, de exploitatie, de financiële situatie of de erfpachtverhouding worden vóór de wijziging aan het college gemeld. Onvoorziene relevante wijzigingen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken nadat zij bij de sportvereniging bekend zijn geworden, aan het college gemeld. Het college beoordeelt vervolgens of de melding aanleiding geeft om aanvullende gegevens of een nieuwe aanvraag te verlangen en of het maatschappelijk erfpachttarief kan worden voortgezet.
Het maatschappelijk erfpachttarief wordt uitsluitend toegepast indien geen sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan wel indien voor de steun een geldige staatssteunrechtelijke grondslag bestaat, waaronder een toepasselijke vrijstelling of een de-minimisverordening.
Voorafgaand aan de eerste toepassing van het maatschappelijk erfpachttarief wordt beoordeeld of sprake is van staatssteun en, zo ja, of daarvoor een geldige staatssteunrechtelijke grondslag aanwezig is. Een nieuwe beoordeling vindt plaats bij een voorgenomen erfpachtsituatie en bij relevante wijzigingen in het gebruik, het beheer, de exploitatie, de financiële situatie of de erfpachtverhouding.
Artikel 7 Beëindiging bestaande subsidiëring
Met ingang van 1 januari 2026 vervangt het maatschappelijk erfpachttarief de bestaande systematiek waarbij het reguliere erfpachttarief werd toegepast in combinatie met een afzonderlijke subsidie van 75%. Voor zover het maatschappelijk erfpachttarief wordt toegepast op een buitensportaccommodatie, wordt vanaf die datum geen afzonderlijke subsidie van 75% op het reguliere erfpachttarief meer verstrekt.
Bestaande subsidiebeschikkingen, uitvoeringsovereenkomsten en erfpachtafspraken worden voorafgaand aan toepassing van het maatschappelijk erfpachttarief afzonderlijk beoordeeld en, voor zover nodig, gewijzigd of beëindigd met inachtneming van de daarin opgenomen voorwaarden en het overige geldende recht.
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels als strikte toepassing, gelet op de privaatrechtelijke verhouding en de beginselen van behoorlijk bestuur, tot een onredelijke uitkomst zou leiden, voor zover het gelijkheidsbeginsel, de regels over gronduitgifte en de staatssteunregels zich daartegen niet verzetten.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten op 22 september 2026.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten,
Rick Tukker
Gemeentesecretaris
Jurgen van Houdt
Burgemeester
Sportverenigingen vervullen een belangrijke maatschappelijke functie binnen de gemeente Rijssen-Holten. Zij dragen bij aan gezondheid, ontmoeting, sociale samenhang, participatie en leefbaarheid. Voor het kunnen uitoefenen van deze functie is de beschikbaarheid van betaalbare en toekomstbestendige buitensportaccommodaties van belang.
Met deze beleidsregels stelt het college een uniform en transparant kader vast voor het toepassen van een maatschappelijk erfpachttarief voor gemeentelijke erfpachtgrond die wordt gebruikt voor buitensportaccommodaties. Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Visie Sportparken 2040 en het Beleidsplan Sportparken 2026-2031, waarin betaalbaarheid, duurzaamheid en toekomstbestendigheid centraal staan.
Het maatschappelijk erfpachttarief is bedoeld voor amateursportverenigingen zonder winstoogmerk die een aantoonbare maatschappelijke sportfunctie vervullen. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om per situatie te beoordelen of aan de voorwaarden wordt voldaan en of toepassing van het tarief verenigbaar is met de geldende staatssteunregels.
De terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 maakt toepassing vanaf het begin van het kalenderjaar mogelijk, voor zover de geldende erfpachtovereenkomst, bestaande subsidiebeschikkingen, overige afspraken en staatssteunregels dit toelaten. Bestaande rechtsposities wijzigen hierdoor niet automatisch. Ook is de terugwerkende kracht niet bedoeld om sportverenigingen in een nadeliger positie te brengen.
Dit artikel omschrijft de belangrijkste begrippen die in de beleidsregels worden gebruikt. De begrippen maken duidelijk dat de regeling is gericht op amateursportverenigingen zonder winstoogmerk en op gemeentelijke erfpachtgrond die wordt gebruikt voor buitensportaccommodaties.
In dit artikel is vastgelegd waarom deze beleidsregels worden vastgesteld. Het artikel verbindt het erfpachtbeleid aan de maatschappelijke waarde van sportverenigingen en aan de gemeentelijke beleidskaders voor sportparken.
Artikel 3 Maatschappelijk erfpachttarief
Dit artikel bepaalt de hoogte en reikwijdte van het maatschappelijk erfpachttarief. Het tarief bedraagt € 0,25 per m² per jaar en kan alleen worden toegepast op gemeentelijke erfpachtgrond die wordt gebruikt voor een buitensportaccommodatie. Het tarief kan gelden voor bestaande en voorgenomen erfpachtsituaties. De beleidsregels hebben geen betrekking op rechten van opstal of andere zakelijke rechten. Zij regelen uitsluitend het tarief en geven een sportvereniging geen aanspraak op de uitgifte van gemeentelijke grond of op de vestiging van een erfpachtrecht. Over een eventuele gronduitgifte beslist de gemeente afzonderlijk, met inachtneming van de geldende regels voor mededingingsruimte en gelijke behandeling.
Dit artikel bevat in het eerste lid de voorwaarden waaraan een sportvereniging moet voldoen om voor toepassing van het maatschappelijk erfpachttarief in aanmerking te komen. De regeling is uitsluitend bedoeld voor een sportvereniging die erfpachter is of wordt van gemeentelijke grond die wordt gebruikt voor een buitensportaccommodatie. De overige voorwaarden waarborgen dat het tarief wordt toegepast op verenigingen met een maatschappelijke sportfunctie, zonder hoofdzakelijk commerciële exploitatie en met voldoende aandacht voor beheer, onderhoud, toegankelijkheid en financiële continuïteit. Het tweede lid maakt heroverweging of beëindiging mogelijk wanneer een sportvereniging niet langer aan de voorwaarden voldoet. Daarbij houdt het college rekening met de toepasselijke erfpachtovereenkomst en het overige geldende recht.
Bij de beoordeling van de voorwaarden betrekt het college in ieder geval de volgende gegevens. Van een aantoonbare maatschappelijke sportfunctie is sprake als de vereniging structureel sport- en beweegactiviteiten aanbiedt en toegankelijk is voor leden uit de gemeente. De financiële gezondheid wordt beoordeeld aan de hand van de continuïteitsverwachting, het eigen vermogen, de liquiditeitspositie en eventuele betalingsachterstanden zoals die blijken uit de meest recente jaarrekening en overige aangeleverde gegevens. Van hoofdzakelijk commerciële exploitatie is geen sprake als de feitelijke activiteiten en inkomsten overwegend zijn gericht op de statutaire amateursportdoelstelling en niet op winstuitkering of commerciële dienstverlening.
Artikel 5 Aanvraag en procedure
Dit artikel beschrijft de procedure voor toepassing van het maatschappelijk erfpachttarief. Een sportvereniging dient bij de eerste toepassing of bij een voorgenomen erfpachtsituatie een aanvraag in met het gemeentelijke aanvraagformulier. De aanvraagtermijn van 1 oktober geeft het college voldoende tijd om vóór het volgende kalenderjaar de volledigheid van de aanvraag, de voorwaarden van artikel 4, de erfpachtsituatie en de staatssteunrechtelijke aspecten te beoordelen. In bijzondere gevallen kan het college een andere termijn toestaan, bijvoorbeeld wanneer de erfpachtverhouding pas na 1 oktober tot stand komt of wijzigt.
De aanvrager verstrekt de gegevens die nodig zijn om te beoordelen of aan de voorwaarden wordt voldaan. Het gaat in ieder geval om de meest recente vastgestelde jaarrekening en informatie over de maatschappelijke sportfunctie, het gebruik, de exploitatie, het beheer en onderhoud, de toegankelijkheid, de breedtesport en de maatschappelijke participatie. Het college kan aanvullende gegevens opvragen als de aanvraag onvoldoende informatie bevat of als nadere verificatie nodig is. De beoordeling ziet zowel op de feitelijke situatie van de sportvereniging als op de toepasselijke erfpachtverhouding en de staatssteunregels.
Na ontvangst controleert het college of de aanvraag volledig is. Ontbreken gegevens of zijn deze onvoldoende duidelijk, dan vermeldt het college in een schriftelijk verzoek welke gegevens of bewijsstukken nog nodig zijn. De aanvrager krijgt vier weken om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn begint op de dag na verzending van het verzoek.
De aanvrager kan vóór het einde van de aanvultermijn gemotiveerd om verlenging verzoeken. Het college kan de termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Dit ligt vooral voor de hand als de aanvrager afhankelijk is van gegevens van een accountant, bank, notaris of andere derde.
Tijdens de aanvultermijn wordt de inhoudelijke beoordeling opgeschort. Wordt de aanvraag tijdig en voldoende aangevuld, dan zet het college de behandeling voort. Gebeurt dit niet, dan kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Een verlenging of een nieuwe aanvraag kan gevolgen hebben voor de gevraagde ingangsdatum van het maatschappelijk erfpachttarief.
Na een positieve beoordeling hoeft de sportvereniging niet jaarlijks opnieuw een aanvraag in te dienen. Bij een voorgenomen erfpachtsituatie is een nieuwe aanvraag vereist. Voorzienbare relevante wijzigingen in het gebruik, het beheer, de exploitatie, de financiële situatie of de erfpachtverhouding worden vóór de wijziging aan het college gemeld. Onvoorziene relevante wijzigingen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken nadat zij bij de sportvereniging bekend zijn geworden, aan het college gemeld. Het college beoordeelt vervolgens of aanvullende gegevens of een nieuwe aanvraag nodig zijn, of het maatschappelijk erfpachttarief kan worden voortgezet en of een nieuwe staatssteuntoets moet plaatsvinden.
Het college legt de uitkomst van de beoordeling schriftelijk vast en vermeldt daarbij in ieder geval de ingangsdatum, de oppervlakte waarop het tarief wordt toegepast, het tarief en eventuele voorwaarden die uit de erfpachtovereenkomst of de staatssteunregels voortvloeien. Deze vastlegging maakt voor beide partijen kenbaar onder welke voorwaarden het maatschappelijk erfpachttarief geldt en vormt de basis voor de toepassing ervan binnen de privaatrechtelijke erfpachtverhouding. De schriftelijke vastlegging vervangt de erfpachtakte of erfpachtovereenkomst niet; als wijziging van de contractuele afspraken nodig is, wordt die afzonderlijk vastgelegd.
Dit artikel waarborgt dat het maatschappelijk erfpachttarief alleen wordt toegepast wanneer dit staatssteunrechtelijk is toegestaan. Het college beoordeelt voorafgaand aan de eerste toepassing en vervolgens bij relevante wijzigingen of het tarief een economisch voordeel oplevert dat als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet worden aangemerkt. Indien geen sprake is van staatssteun, kan het tarief worden toegepast. Indien wel sprake is van staatssteun, is toepassing uitsluitend mogelijk wanneer daarvoor een geldige staatssteunrechtelijke grondslag bestaat, zoals een toepasselijke vrijstelling of een de-minimisverordening.
Bij de staatssteuntoets wordt onder meer onderzocht of de sportvereniging voor de betrokken activiteiten als onderneming handelt, of met het tarief een selectief economisch voordeel wordt verleend, of overheidsmiddelen zijn betrokken en of het voordeel de mededinging en het handelsverkeer tussen lidstaten kan beïnvloeden. De beoordeling wordt toegespitst op de concrete activiteiten en financiering van de sportvereniging; de rechtsvorm of het ontbreken van een winstoogmerk is daarbij niet doorslaggevend.
De staatssteuntoets vindt plaats bij de eerste toepassing, bij een voorgenomen erfpachtsituatie en bij relevante wijzigingen in het gebruik, het beheer, de exploitatie, de financiële situatie of de erfpachtverhouding. De sportvereniging verstrekt de benodigde feitelijke gegevens; het college verricht de juridische beoordeling. Bij een beroep op een de-minimisverordening verstrekt de vereniging een de-minimisverklaring en gegevens over andere de-minimissteun binnen de toepasselijke referteperiode.
Als het tarief staatssteun bevat, bepaalt het college vóór toepassing welk staatssteunkader kan worden gebruikt en welke voorwaarden gelden. Bij de-minimissteun beoordeelt het college de waarde van het voordeel, het toepasselijke plafond en de cumulatie met andere steun. Bij een vrijstelling wordt getoetst aan de voorwaarden van die vrijstelling. De gekozen grondslag moet gedurende de toepassingsperiode geldig blijven.
Het college legt de gekozen staatssteunrechtelijke grondslag, de berekening van het voordeel, de toepassingsperiode en de voorwaarden vast. Voor zover vereist, wordt de steun geregistreerd en geadministreerd. De voorwaarden worden ook opgenomen in de schriftelijke vastlegging als bedoeld in artikel 5. Ontbreekt een geldige grondslag, dan wordt het maatschappelijk erfpachttarief niet toegepast of voortgezet.
Artikel 7 Beëindiging bestaande subsidiëring
Het eerste lid vervangt de oude systematiek, waarbij het reguliere erfpachttarief werd gecombineerd met een afzonderlijke subsidie van 75%, door één maatschappelijk erfpachttarief. Voor dezelfde buitensportaccommodatie, grondoppervlakte en periode worden beide instrumenten niet naast elkaar toegepast. Kosten voor opstallen, andere zakelijke rechten, nutsvoorzieningen, onderhoud of overige diensten vallen buiten deze overgang, tenzij daarover afzonderlijke afspraken zijn gemaakt.
Het tweede lid regelt de overgang voor bestaande subsidiebeschikkingen, uitvoeringsovereenkomsten en erfpachtafspraken. Het college beoordeelt per sportvereniging welke buitensportaccommodatie, grondoppervlakte, periode en financiële verplichtingen onder de bestaande afspraken vallen. Ook wordt nagegaan welke looptijd, wijzigings- en beëindigingsvoorwaarden gelden. Een bestaande beschikking of overeenkomst eindigt niet automatisch door deze beleidsregels; zo nodig volgt een afzonderlijk besluit of een schriftelijke contractuele wijziging.
Bij de financiële afwikkeling voorkomt het college dubbele toepassing over dezelfde grondoppervlakte en periode. Is subsidie al verleend of betaald, dan wordt beoordeeld of verrekening, wijziging, terugbetaling of nabetaling nodig is. De terugwerkende kracht van artikel 9 wijzigt bestaande rechtsposities niet automatisch. De uitkomst, ingangsdatum en financiële afwikkeling worden schriftelijk vastgelegd en afgestemd op artikel 5. Totdat de benodigde besluitvorming of contractuele wijziging is afgerond, blijven de bestaande rechtsverhoudingen gelden.
Dit artikel biedt het college ruimte om in een bijzonder en concreet geval gemotiveerd van deze beleidsregels af te wijken wanneer strikte toepassing, gelet op de privaatrechtelijke verhouding en de beginselen van behoorlijk bestuur, tot een onredelijke uitkomst zou leiden. Het betreft een uitzonderingsbevoegdheid; de enkele omstandigheid dat toepassing van de beleidsregels voor een sportvereniging nadelig uitpakt, is onvoldoende. Het college motiveert welke bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen en op welke wijze rekening is gehouden met de toepasselijke erfpachtovereenkomst en de belangen van de gemeente en de betrokken sportvereniging. Afwijking is uitsluitend mogelijk voor zover het gelijkheidsbeginsel, de regels over gronduitgifte en de staatssteunregels zich daartegen niet verzetten.
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel bepaalt dat de beleidsregels in werking treden op de dag na bekendmaking en terugwerken tot en met 1 januari 2026. De terugwerkende kracht biedt een grondslag om het maatschappelijk erfpachttarief vanaf het begin van het kalenderjaar toe te passen, voor zover per erfpachtsituatie aan de voorwaarden van deze beleidsregels is voldaan en de geldende erfpachtovereenkomst, bestaande subsidiebeschikkingen, overige afspraken en staatssteunregels dit toelaten. De terugwerkende kracht wijzigt bestaande rechtsposities niet automatisch en is niet bedoeld om sportverenigingen in een nadeliger positie te brengen. Het derde lid bevat de citeertitel waaronder deze beleidsregels worden aangehaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-454280.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.