Gemeenteblad van Gooise Meren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2026, 45286 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2026, 45286 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren
Verordening van de raad van gemeente Gooise Meren houdende bepalingen over lokaal eigendom bij lokale opwek van elektriciteit (Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren)
De raad van de gemeente Gooise Meren;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [1425270];
gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en 6.12, derde lid, van de Energiewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen
Overtredingen van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde kan gestraft worden met een geldboete van de tweede categorie, en in voorkomende gevallen, met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.
De raad van de gemeente Gooise Meren
De voorzitter,
De griffier,
De grondslag van deze verordening zijn de gemeentewet en artikel 6.12, derde lid, van de energiewet. De begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Energiewet zijn van toepassing op deze verordening.
De gemeente Gooise Meren vindt het belangrijk dat inwoners in brede zin zeggenschap hebben over en profiteren van lokale opwek van elektriciteit die wordt gerealiseerd in hun omgeving. De ambitie voor het lokaal eigendom kent als uitgangspunt 100 procent.
Wanneer redelijkerwijs te verwachten is dat meer dan één lokale energiegemeenschap uit de nabije omgeving recht van opstal wil verkrijgen voor de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie wordt op overheidsgronden in lijn met het Didam-arrest uitgegeven.
Bij de ‘kring van partijen’ is aangesloten bij de mogelijke leden van een energiegemeenschap zoals in art. 2.4 van de Energiewet vermeld. Wat onder ‘kleine’ en ‘middelgrote’ ondernemingen wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen in art. 1.1 van de Energiewet. Onder ‘binding hebbend met’ wordt verstaan: bedrijven die hun verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen.
Brievenbusfirma’s vallen niet onder de definitie van lokale ondernemers. Maatschappelijke instellingen wel.
Bewoners, ondernemers en/of lokale overheden (zoals beschreven bij de ‘kring van partijen’) kunnen zelfstandig of door middel van een energiegemeenschap eigenaar worden van de lokale installatie. Daarbij kan het in het geval van een lokale installatie in het kader van de opwek van elektriciteit door middel van wind, voorkomen dat een bewoner of een onderneming uit een andere gemeente dan de gemeente Gooise Meren binnen een straal van 10 keer de tiphoogte gemeten vanaf de voet van de windturbine woont. In dat geval worden zij op grond van artikel 1 ook gerekend tot de kring van partijen. Gemeenten zijn er vrij in overleg te voeren met buurgemeenten om elkaar eventueel over en weer te benoemen in de verordening.
Met de straal van 10 keer de tiphoogte wordt aangesloten bij de jurisprudentie van het begrip belanghebbende in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7).
Lokaal eigendom is gedefinieerd als het juridisch en economisch (mede-)eigendom van de installatie en het juridisch bezitten van een lokale installatie en de daarmee gegenereerde energie. Dit houdt in dat economisch bezien zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap is over de installatie. Deze definiëring sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden en/of lokaal gevestigde ondernemingen die deelnemen door middel van een lokale energiegemeenschap.
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening. De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van lokale installaties. In het tweede lid wordt verduidelijkt dat het niet alleen gaat om de opwek van elektriciteit, maar ook om aanverwante functies zoals opslag van elektriciteit, maar daarbij hoort bijvoorbeeld ook energiemanagement. De Energiewet hanteert een brede definitie. In de Regionale Energiestrategie (hierna: RES) zijn specifieke afspraken gemaakt over zon en wind. Kleine erfmolens (ashoogte tot 15 meter) en zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik zijn uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening. In het derde lid wordt de lokale installatie nader afgebakend.
Artikel 3 Resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
In het eerste lid is een resultaatsverplichting voor gemeentegronden opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 2, moet de initiatiefnemer 100 procent lokaal eigendom realiseren. Dit betekent dat het realiseren van 100 procent lokaal eigendom de norm is op gemeentegronden. Voor overheidsgronden niet zijnde gemeentegronden en voor niet-overheidsgronden geldt een inspanningsverplichting van 50 procent, waarbij een hoger percentage aangemoedigd wordt.
Van de initiatiefnemer wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dat bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat bijvoorbeeld niet. De initiatiefnemer moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Bij een georganiseerde vorm van personen en ondernemingen zoals genoemd in dit lid onder a, kan gedacht worden aan bijvoorbeeld individuele bewoners die in de directe omgeving van het initiatief wonen, een wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energiecoöperatie of energiegemeenschap.
Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken of een inkoopregeling met dermate hoge inkoopprijzen dat deze niet in een paar jaar terug te verdienen zijn uit de opbrengsten van het energieproject dan wel op voorhand financieel minder aantrekkelijk is dan als men niet zou deelnemen in het lokale eigendom. Tot slot dient ook een verantwoord rendement te worden geboden en dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor huishoudens uit de omgeving.
In het derde lid wordt expliciet vastgelegd dat de gemeente kan afwijken van de norm en dat afwijking van de norm alleen mogelijk is met een onderbouwde motivering waaruit blijkt dat het te realiseren percentage lokaal eigendom niet mogelijk is.
Dit lid bevat een uitzondering voor die rijksgronden binnen het OER project Zonneroute Gooi en Vechtstreek die betrokken worden in de definitieve aanbesteding van die Zonneroute. De verplichtingen op basis van artikel drie gelden niet voor die gronden in het project Zonneroute. Het verkrijgen van lokaal eigendom voor betreffende gronden in dit project wordt gerealiseerd door middel van een aanbestedingsprocedure. De mate van Lokaal Eigendom die de initiatiefnemer realiseert wordt hierbij meegenomen als één van de belangrijkste wegingsfactoren om de inschrijvers punten toe te kennen. Hiermee wordt concreet invulling gegeven aan het uitgangspunt “streven naar 50 procent lokaal eigendom” uit de RES en een groter aandeel lokaal eigendom bevorderd. Voor de gemeentegronden binnen het OER project Zonneroute geldt deze verordening wel en wordt in de selectieprocedure een voorkeurspositie gegeven aan energiegemeenschappen.
Artikel 4 Motivering resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
De initiatiefnemer is verplicht voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie aan het college te motiveren hoe is voldaan aan de resultaatsverplichting en/of de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom. Het gekozen moment is een uiterste moment dat de initiatiefnemer de resultaatsverplichting of inspanningsverplichting moet aantonen. Bij voorkeur gebeurt dit eerder, omdat logischerwijs dan alle afspraken rondom participatie zijn vastgelegd. Het ligt voor de hand dat het college de initiatiefnemer vervolgens informeert of en hoe aan de resultaatsverplichting en/of inspanningsverplichting is voldaan.
Deze bepaling is gebaseerd op bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet (Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23, Amendement lid Rooderkerk).
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de initiatiefnemer moet aanleveren voor de motivering van de resultaatsverplichting en/of de inspanningsverplichting. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om te motiveren dat de initiatiefnemer heeft geleverd wat betreft het streven naar lokaal eigendom. Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is af te bakenen.
In het tweede lid is opgenomen welke stukken de initiatiefnemer moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt ook als 100 procent lokaal eigendom wordt behaald.
De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is ook opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Verder bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de kring van partijen. Lokaal eigendom houdt in dat de kring van partijen in alle opzichten betrokken kan zijn bij de ontwikkeling, dat is dus niet puur financieel. Het is van belang dat de kring van partijen onderdeel is van het besluitvormingsproces en de ontwikkeling van de lokale installatie. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van partijen en de initiatiefnemer.
In het geval dat de initiatiefnemer het van toepassing zijnde percentage lokaal eigendom niet heeft behaald, worden in het derde lid stukken gevraagd ter onderbouwing waarom dit percentage lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financiële participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van lokaal eigendom moet de initiatiefnemer deugdelijk motiveren dat dit ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was.
Deze bepaling is gebaseerd op artikel 154 van de Gemeentewet. Deze sanctie kan opgelegd worden naast de bestuursrechtelijke bevoegdheden van de gemeente voor het eventuele toepassen van een last onder dwangsom als bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (een herstelsanctie).
Deze verordening treedt gelijktijdig in werking met artikel 6.12 van de Energiewet. De Energiewet treedt in werking op 1 januari 2026 (zie Koninklijk Besluit 17 februari 2025, Stb. 2025/40).
Dit artikel bevat de citeertitel van de verordening. Naar deze titel kan worden verwezen in ander beleid en regelgeving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-45286.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.