Gemeenteblad van Zwartewaterland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zwartewaterland | Gemeenteblad 2026, 44950 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zwartewaterland | Gemeenteblad 2026, 44950 | overige overheidsinformatie |
3. Visie en strategie voor de energietransitie in Zwartewaterland
In dit hoofdstuk beschrijven we eerst het gemeentelijke beeld van de toekomstige ontwikkeling van het energiesysteem richting 2050. Daarin kijken we onder meer naar de ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de verschillende sectoren, de toename van de decentrale opwek van duurzame energie en de veranderingen in de energiemix. Vervolgens hebben we deze toekomstverwachting vertaald in leidende principes en in strategische doelen en ambities.
Deze energievisie is een bouwsteen voor de omgevingsvisie en is vastgesteld door de gemeenteraad van Zwartewaterland. De strategische doelen en ambities sluiten aan op de zogenaamde ER-doelen uit het Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN) schema.
Daarnaast wordt er gewerkt aan bouwstenen voor economie, het buitengebied en ontwikkellocaties. Energie is bij al deze andere bouwstenen een randvoorwaarde.
3.1 Energiesysteem van de toekomst
In 2050 wil Nederland volledig klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat Nederland netto geen broeikasgassen meer uitstoot. Datgene wat nog uitgestoten wordt, is dan gecompenseerd door CO₂- opslag of bomen. Om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn, neemt ook Zwartewaterland afscheid van fossiele brandstoffen zoals aardgas, diesel en benzine. Deze uitfasering is essentieel voor het behalen van onze doelen op het gebied van CO₂-reductie, energiebesparing en een betrouwbaar energiesysteem. Hoe deze transitie verloopt, is afhankelijk van vele factoren. Voor een deel is dit een autonoom proces dat aangestuurd wordt door (inter)nationale ontwikkelingen. Hoewel het lastig is, is het belangrijk om een beeld te schetsen van de verwachte toekomstige ontwikkelingen en dit te gebruiken als basis voor de verdere uitwerking van beleid.
De toekomstbeelden in deze paragraaf hebben we gebaseerd op wat we nu al met zekerheid weten en dat wat we met een slag om de arm voorzien. Daarbij hebben we de ambities en doelen van de gemeente en andere overheden betrokken en afgeleid hoe het energiesysteem van de toekomst eruit kan zien.
In de volgende paragrafen zien we dat bijna alle sectoren blijven groeien en onze energiebehoefte verandert.
Het aantal inwoners in Zwartewaterland groeit naar verwachting van 23.500 nu naar circa 29.000 in 2050. Die groei vraagt om meer woningen, voorzieningen en bedrijvigheid. Tot 2040 bouwen we 1450 woningen. De periode 2040-2050 is wat betreft woningbouw nog ongewis. Daarnaast worden naar schatting 75 maatschappelijke en commerciële gebouwen gerealiseerd, zoals scholen, zorginstellingen, winkels en kantoren. We zetten in op netbewuste nieuwbouw van woningen en bedrijven. Alle nieuwbouw wordt aardgasvrij gebouwd en is goed geïsoleerd. Bouwmaterialen uit andere projecten worden hergebruikt.
Bestaande woningen en gebouwen worden waar nodig eerst aanvullend geïsoleerd en gereed gemaakt voor een aardgasvrije warmtevoorziening. Circulaire materialen krijgen een belangrijke plaats in de isolatieopgave. Voor het aardgasvrij verwarmen zijn inwoners met name aangewezen op elektrische warmtepompen, meestal individueel. Dit kunnen luchtwarmtepompen zijn, maar in Zwartewaterland is de bodem ook uitermate geschikt als warmtebron. In de gemeente zijn weinig andere duurzame warmtebronnen voorhanden die aardgas kunnen vervangen. In 2050 zijn alle wijken aardgasvrij.
Ook de industrie groeit mee. Tot 2040 wordt er nog circa 30 ha aan gemengde bedrijventerreinen ontwikkeld. De energievraag in de industrie wordt met name bepaald door de zogenaamde cluster-6- bedrijven. Dit zijn bedrijven die meer dan 1 miljoen m3 gas of 10 MW elektriciteit verbruiken. In Zwartewaterland betreft dit vier bedrijven die actief zijn in de tapijtindustrie, wegenbouw en de vervaardiging van kunststof producten. De energievraag in de industrie daalt door een verbetering van de efficiency en verduurzaming. De bedrijven zullen hun processen veelal elektrificeren. In de tapijtindustrie en de asfaltproductie zal daarnaast mogelijk waterstof nodig zijn voor processen met hoge temperaturen. In 2050 moet deze transitie zijn voltooid.
De verwachting is dat het aantal auto’s meegroeit met het aantal inwoners. Toch neemt de energievraag af, omdat we overstappen op elektrisch rijden. Elektrische auto’s verbruiken ongeveer drie keer minder energie dan benzineauto's1.
Ook het vrachtverkeer zal in beperkte mate groeien maar ook hier neemt het energieverbruik af. Circa 85% van de vrachtwagens zal in 2050 elektrisch zijn en de rest rijdt op waterstof. Ook het transport per schip zal elektrificeren.
De landbouw is een grote speler als gekeken wordt naar het landgebruik. Het energieverbruik in de landbouw is een fractie van dat in de andere sectoren. We verwachten dat het aantal agrarische bedrijven in de toekomst afneemt. Bijvoorbeeld door het ontbreken van een opvolger of door andere ruimteclaims. De agrarische sector moet wel behouden worden en een duidelijk toekomstperspectief hebben. We zetten in op een toekomstbestendige, klimaatneutrale agrarische sector. De landbouw zal voor een belangrijk deel elektrificeren.
De energiemix is het totale energieverbruik in alle sectoren. De onderstaande figuur laat duidelijk zien dat de totale energiebehoefte in alle sectoren afneemt.
Elektriciteit wordt de belangrijkste energiedrager. De totale vraag naar elektriciteit neemt dan ook fors toe. In de volgende figuur is deze verschuiving in de energiemix weergegeven.
Groengas komt niet voor in de energiemix. Rondom groengas is nog veel onzekerheid over de beschikbaarheid. Wat vrij zeker is, is dat het een transitiebrandstof kan zijn, op weg naar een duurzame en uitstootvrije toekomst. Een zeer klein deel van de gebouwde omgeving, zoals monumentale panden, en een deel van de industrie komt mogelijk in aanmerking voor groengas.
3.1.6. Omslag naar decentrale opwek
In de toekomst wordt het grootste deel van de gevraagde energie lokaal opgewekt, met name door wind en zon. Door het aanbod en de vraag van energie zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen, wordt de afhankelijkheid van grootschalige energie-infrastructuur en fossiele brandstoffen verkleind en het transport van energie over langere afstanden beperkt. Dit draagt bij aan het voorkomen van verdere netcongestie. Ook zorgt het ervoor dat we minder afhankelijk zijn van andere landen voor onze energie.
Maatschappelijk gezien is er minder draagvlak voor zonnevelden en grote windturbines. De opwek van elektriciteit zal met name met zonnepanelen op daken plaatsvinden. Ook zullen er meer kleine erfmolens komen maar deze leveren slechts een kleine bijdrage aan de totale opwek. Echter, ze dragen wel bij aan een systeem waarbij lokale opwek en lokaal verbruik meer in balans zijn.
Een andere mogelijkheid om lokaal elektriciteit op te wekken is de installatie van een Small Modular Reactor (SMR), een kleine kernreactor. De verwachting is dat deze niet voor 2040 beschikbaar zijn. Daarom zetten we daar in deze visie niet op in. De provincie doet onderzoek naar de potentie van SMR’s voor Overijssel. We volgen dit onderzoek op de voet.
In het kader van circulariteit liggen binnen onze gemeente ook kansen voor het benutten van reststromen. Door mestvergisting kan lokaal groengas geproduceerd worden. We verwachten dat er in 2035 twee mono-vergisters staan die groengas leveren via lokale invoeding aan het landelijke gasnet. Ook is restwarmte beschikbaar bij onze bedrijven. Deze restwarmte proberen we zo lokaal mogelijk te benutten.
De mogelijkheden voor het benutten van lokale warmtebronnen zijn beperkt in onze gemeente. Er zijn geen grote restwarmtebronnen die voor grote delen van de gemeente kunnen worden ingezet. Voor een deel van de nieuwbouw en de bestaande gebouwde omgeving kunnen aquathermie uit oppervlaktewater en bodemenergie kansrijke opties zijn.
3.1.7. Netcongestie bottleneck voor de transitie en ruimtelijke ontwikkelingen
Beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid
Tot voor kort konden we de elektriciteitsvoorziening als vanzelfsprekend beschouwen: overal beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar. Maar het elektriciteitsnet in Nederland zit vol: er is te weinig capaciteit om de gevraagde en opgewekte stroom te transporteren. Door deze netcongestie staan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening onder druk.
Netbeheerder Enexis heeft recentelijk aangegeven dat zij de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet niet langer kunnen garanderen. Dit vraagt om een fundamentele herbezinning. Als samenleving dienen we ons actief voor te bereiden op deze nieuwe realiteit. In samenwerking met partners zoals de veiligheidsregio zetten we de komende periode stappen om hier beleidsmatig en operationeel op in te spelen.
Netcongestie vormt een bottleneck voor vrijwel alle ambities binnen de energietransitie én de ruimtelijke ontwikkeling van Zwartewaterland. Deze netcongestie wordt in alle sectoren gevoeld. Zonder voldoende stroomcapaciteit kunnen woningen niet worden gebouwd, bedrijven niet verduurzamen, laadpalen niet worden geplaatst en warmteprojecten niet van de grond komen. Ook uitbreiding of verduurzaming van bedrijfsprocessen en wagenparken, de bouw van woningen en gebouwen en het aardgasvrij maken van bestaande bouw worden hierdoor ernstig vertraagd.
Verzwaren, verslimmen en verdelen
Om de netcongestie op te lossen zijn de netbeheerders, TenneT en Enexis de komende decennia druk bezig met de verzwaring van de hoog-, midden- en laagspanningsnetten. Voor de verzwaring van het laagspannings- en het middenspanningsnet volgt Enexis de buurtaanpak waarmee een complete buurt in één keer toekomstgereed wordt gemaakt. Dit doet Enexis ook pro-actief, dus ook voordat er daadwerkelijk meer vraag en aanbod van elektriciteit is. Het hoogspanning-middenspanningstation in Zwartsluis wordt vervangen en uitgebreid. En ook zal er gewerkt gaan worden aan de hoogspanningsverbindingen die door onze gemeente lopen. Ondanks alle inspanningen van de netbeheerders TenneT en Enexis is de verwachting dat de netcongestieproblematiek nog minstens tien jaar voortduurt en ook daarna moet rekening worden gehouden met schaarste aan stroom.
Om de netcongestieproblemen te verlichten wordt naast verzwaring de elektrische infrastructuur ook uitgebreid met batterijen en conversiesystemen om lokaal opgewekte elektriciteit tijdelijk op te slaan of om te zetten in andere energiedragers (met name waterstof). Deze oplossingen zullen onder andere leiden tot energiehubs op bijvoorbeeld bedrijventerreinen. Daar wordt gebruik gemaakt van de opwek van zonne-energie, laadpleinen, batterijen en de conversie in waterstof om de energievraag lokaal op te wekken en te gebruiken. Ook bij netbewuste nieuwbouw kan de infrastructuur worden uitgebreid met batterijopslagen.
De verzwaring van het elektriciteitsnet, batterijopslagen en conversiesystemen hebben een forse ruimtelijke impact, zowel ondergronds als bovengronds. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het toenemende aantal transformatorstations dat in veel buurten tweemaal zo groot zal worden. Dit heeft consequenties voor het groen of de parkeerplekken in wijken. Vooral in centrumgebieden is beperkte ondergrondse ruimte voor alle nutsvoorzieningen.
Naast versterkte elektriciteitsnetten zullen in sommige buurten ook lokale warmtenetten worden ontwikkeld, veelal kleinschalig. Ook deze vragen om boven- en ondergrondse ruimte.
Zwartewaterland werkt aan een toekomst waarin energie schoon, betrouwbaar en betaalbaar is voor iedereen. De energietransitie is een gezamenlijke opgave, waarin we als gemeente richting geven, samenwerken en ruimte bieden aan lokale initiatieven.
In de voorgaande paragraaf hebben we laten zien hoe het energiesysteem en de verschillende sectoren zich de komende jaren gaan ontwikkelen. Voor een deel is dit een autonoom proces, aangestuurd door nationale en internationale ontwikkelingen, waar de gemeente weinig vat op heeft. Op andere delen heeft de gemeente wel sturingsmogelijkheden of heeft zelfs de regie vanuit het Rijk toebedeeld gekregen. Dit speelt met name in de gebouwde omgeving waar de gemeente de regie over de warmtetransitie heeft en ervoor moet zorgen dat alle woningen en gebouwen in 2050 aardgasloos zijn. Maar ook kan de gemeente richting geven aan de energievoorziening op bedrijventerreinen.
In het energietransitieprogramma dat in 2019 is vastgesteld is de ambitie uitgesproken om in 2040 onafhankelijk te zijn van aardgas. Op grond van de ontwikkelingen die sindsdien hebben plaatsgevonden denken we niet langer dat dit een haalbare ambitie is. Daarom stellen we deze bij. De herijkte ambitie is: ‘In 2050 is Zwartewaterland klimaatneutraal’. De volledige energiebehoefte van de gemeente wordt dan ingevuld door hernieuwbare energie die lokaal én elders is opgewekt.
Het tussendoel is de landelijke doelstelling: In 2030 worden 55% minder broeikasgassen uitgestoten vergeleken met 1990.
Om deze strategische doelen te bereiken volgen we een strategie die is opgebouwd rond de drie tactische ER-doelen van de gemeente:
In paragraaf 3.3 hebben we per ER-doel onze strategie verder uitgewerkt.
Als onderdeel van de strategie hanteren we een aantal leidende principes. Deze kunnen als richtsnoeren gezien worden voor de ontwikkeling van het energiesysteem in 2050. Deze doen recht aan de identiteit van Zwartewaterland en bieden handelingsperspectief bij het maken van toekomstige keuzes. De leidende principes zijn in de volgende figuur weergegeven.
Het besparen van energie is de eerste stap in de energietransitie. Alle energie die niet wordt verbruikt, hoeft ook niet duurzaam te worden opgewekt. Het besparen van energie vindt plaats in alle sectoren. De overall doelstelling is een energiebesparing van 1,5% per jaar vanaf het peiljaar 2015.
Het beleid voor de warmtetransitie is erop gericht om alle woningen en gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij te hebben. Een goede isolatie is daarbij de eerste stap. Om te voorkomen dat isoleren ten koste gaat van beschermde diersoorten, stellen we uiterlijk 2027 een soortenmanagementplan op. Isoleren maakt een woning gereed voor een aardgasvrije verwarming met lage temperaturen, zoals met een all-electric warmtepomp. Goed geïsoleerde en geventileerde woningen en gebouwen verlagen daarnaast de warmtevraag en verbeteren het wooncomfort. Isolatie is daarmee niet alleen een technische maar ook een sociale maatregel.
We zetten de huidige isolatieaanpak door en blijven woning- en gebouweigenaren stimuleren en ondersteunen om hun pand te isoleren. We blijven ons inzetten voor de aanpak van energiearmoede. Hierbij zetten we ook in op preventie en vroegsignalering. We werken samen met inwoners, het sociaal domein en de woningcorporatie. Concrete doelen zijn:
De gemeente zet zich, samen met het bedrijfsleven, in voor de gefaseerde verduurzaming van industriële processen. Dit onderwerp is sterk verbonden aan het thema economie. De nadruk ligt op de grootste uitstoters binnen de sector, in het bijzonder de energie-intensieve Cluster 6-bedrijven. In lijn met de landelijke Cluster-6-Energiestrategie hanteren wij een integrale benadering, waarbij enerzijds duurzame initiatieven worden gestimuleerd en anderzijds wordt ingezet op duidelijke normstelling en handhaving.
Op korte termijn faciliteren wij ondernemers bij energieoptimalisatie achter de meter, het afsluiten van gezamenlijke transportovereenkomsten (GTO’s) en de ontwikkeling van collectieve laadinfrastructuur voor transport en logistiek.
Op de middellange termijn richten wij ons op het vergroten van de opwekcapaciteit door middel van zonnepanelen op bedrijfsdaken, gezamenlijke batterijopslag en de realisatie van één of meerdere windturbine(s) op of rondom de industrieterreinen.
Voor de lange termijn wordt aansluiting op de waterstofbackbone of energieopwekking via Small Modular Reactors (SMR) als potentiële oplossing voor de energiebehoefte van Cluster 6-bedrijven beschouwd. De gemeente sluit actief aan bij de provinciale lobby ten aanzien van beide technologieën.
Een goed georganiseerde ondernemerskring wordt gezien als een essentiële succesfactor in de energietransitie op bedrijventerreinen. De gemeente zal daarom met ondernemerskringen afspraken maken over verdere professionalisering.
De gemeente heeft beperkte invloed op de energiebesparing dan wel de elektrificatie van motorvoertuigen omdat dit gestuurd wordt door Europese en nationale regels. De gemeente speelt wel een stimulerende rol en zorgt voor het creëren van de juiste randvoorwaarden door:
We versnellen de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, met prioriteit voor strategische locaties zoals dorpskernen, bedrijventerreinen, winkelgebieden en OV-knooppunten. We zetten in op een fijnmazig netwerk van laadpunten dat meegroeit met het aantal elektrische voertuigen, inclusief voorzieningen voor deelmobiliteit en logistiek vervoer. We stimuleren de samenwerking met netbeheerders en marktpartijen om slimme laadoplossingen te realiseren die bijdragen aan netbalans en lokaal energiegebruik. We werken samen met regionale partners aan een integrale aanpak voor duurzame mobiliteit.
Landbouw in Zwartewaterland verbruikt weinig energie ten opzichte van de overige sectoren. De gemeente voert hier geen actieve regierol, maar faciliteert en ondersteunt initiatieven die bijdragen aan een duurzamer buitengebied. Wat betreft de warmtetransitie bij de woningen in het buitengebied, neemt de gemeente wel een actieve regierol op zich. We ondersteunen de woningeigenaren met subsidies en advies bij het isoleren van hun woning en de overstap naar aardgasvrij verwarmen. Hierbij geldt dezelfde ambitie als voor de rest van de woningen in Zwartewaterland:
Opwek hernieuwbare elektriciteit
4We ondersteunen het principe dat de benodigde energie op zo kort mogelijke afstand van de vraaglocaties wordt opgewekt. Het beperken van het transport van energie kan netcongestie helpen oplossen en het maakt onze inwoners en bedrijven minder afhankelijk van (inter)nationale ontwikkelingen.
Als gemeente zetten we ons in om het bestaande RES-bod 1.0 in 2030 te behalen. Het windpark Genne Holten is hierin een belangrijk project. Hier willen we voor 2030 circa 60 GWh/jaar aan windenergie opwekken. In 2028 hebben we duidelijk of en zo ja, waar nieuwe windturbines mogelijk zijn.
Na het behalen van het RES-bod 1.0 is de meest verstrekkende ambitie om nog meer lokale energie op te wekken en in 2050 binnen de gemeente zelfvoorzienend te zijn. Hier kiezen we niet voor omdat dit zou betekenen dat bovenop het RES-bod 1.0 nog 21 grote windmolens moeten worden geplaatst of ongeveer 300 ha zonnevelden moeten worden aangelegd. Dit belemmert andere ruimtelijke opgaven. Bovendien is in de provinciale omgevingsvisie 2024 opgenomen dat er in de provincie geen ruimte meer is voor het plaatsen van extra windmolens en zonnevelden bovenop het RES-bod 1.0. Dat betekent niet dat er geen uitzonderingen mogelijk zijn. In het kader van netcongestie kan het plaatsen van een of enkele windmolen bij een bedrijventerrein een oplossing bieden om bedrijven van stroom te voorzien.
De ambitie van Zwartewaterland is dat we in 2050 54% van de geconsumeerde energie (900 TJ) binnen de gemeentegrenzen opwekken.
Daarvoor is het nodig om extra elektriciteit op te wekken en dat doen we door het zo goed mogelijk benutten van grote bedrijfsdaken en daken van maatschappelijk vastgoed voor zonnepanelen en kleinschalige energieopwek via erfturbines in het buitengebied. Hiermee kunnen agrariërs en ondernemers zelf duurzame energie opwekken en bijdragen aan de energietransitie.
Met name de daken van de industrie bieden veel potentie voor grootschalige opwek. Voor alle daken geldt dat we streven naar maximale benutting, waarbij we uiteraard rekening houden met technische en ruimtelijke beperkingen. Daken vol leggen is niet het doel, het aantal geplaatste zonnepalen moet overeenkomen met de vraag naar elektriciteit.
Tot slot volgen we de ontwikkelingen rond Small Modular Reactors (SMR’s) die mogelijk op termijn een bijdrage kunnen leveren aan de energievoorziening. We houden deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten in samenwerking met de provincie Overijssel. We willen goed voorbereid zijn op de mogelijke impact en kansen die deze technologie op termijn kan bieden voor de betrouwbaarheid van het energiesysteem.
Los van Genne Holten, mag vanwege nieuw provinciaal beleid geen opwek gerealiseerd worden in de andere door de raad vastgestelde zoekgebieden. Ondanks deze belemmering willen we deze zoekgebieden behouden (figuur 3.4). Zodra wet- en regelgeving de plaatsing van windturbines in gebieden zonder programmeringsafspraken of zonnepanelen op landbouwgrond weer toestaat, benutten wij actief de vastgestelde zoekgebieden. Mocht het tot concrete ruimtelijke initiatieven komen, dan hanteren wij het principe van water- en bodem sturend.
Aangezien we de zoekgebieden behouden, zijn in de toekomst significante milieueffecten niet uitgesloten. Daarom moet een MER opgesteld worden. De zoekgebieden worden meegenomen in de MER die wordt uitgevoerd voor de bouwsteen Ontwikkellocaties.
Overstap naar aardgasvrije warmtevoorziening
Doelstelling voor de warmtetransitie is om alle woningen en gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij te hebben. De nieuwbouw wordt standaard aardgasvrij gebouwd. Om de bestaande bouw aardgasvrij te maken, moet er voldoende elektriciteit zijn voor de duurzame alternatieven (met name warmtepompen). We gaan ervan uit dat netcongestie tot 2035 nog een rem zet op de grootschalige overgang op aardgasvrije alternatieven. We gebruiken de periode tot 2040 om eigenaren van woningen en gebouwen te stimuleren om hun panden aardgasvrijgereed te maken. Als gemeente zorgen we dat onze eigen gebouwen ook tijdig aardgasvrijgereed zijn.
Ook gaan we in deze periode onderzoek doen naar de ontwikkelmogelijkheden van duurzame warmtebronnen zoals aquathermie en bodemenergie. Deze technieken kunnen in de toekomst bijdragen aan een duurzame warmtevoorziening en passen bij netbewust bouwen.
Dat wil niet zeggen dat er geen panden aardgasvrij worden gemaakt; dat verloopt in een natuurlijk tempo en is mede afhankelijk van de buurtaanpak van Enexis. Na 2040 zetten we ons in voor een versnelde groei van het aantal aardgasvrije woningen en gebouwen en kunnen we ook de aanwijsbevoegdheid gebruiken.
Naast de opwek van elektriciteit zetten we in op de opwek van biogas. We gaan uit van twee mono(mest)vergisters in 2035.
3.3.4. BetrouwbaardER energiesysteem
De energietransitie vraagt om een betrouwbaar en robuust energiesysteem. De grootste uitdagingen hiervoor vinden we in het elektriciteitsnet. Dit moet aanzienlijk worden uitgebreid en verzwaard om de toenemende stroomvraag en -aanbod te transporteren.
We willen een gemeente blijven waar bedrijven kunnen bloeien en groeien en we zien dat netcongestie de vestiging, verduurzaming en uitbreiding van bedrijven hindert. Daarnaast moeten in Zwartewaterland veel woningen gebouwd worden. Dit is niet mogelijk zonder een stroomaansluiting. Ook dreigen de doelen van de energietransitie door netcongestie uit beeld te raken. We verwachten dat dit probleem tot 2035 zal voortduren en ook daarna zullen we met de beperkingen van het stroomnet rekening moeten houden.
Daarnaast is de ondergrondse ruimte in centrumgebieden beperkt, wat het verzwaren van elektriciteitskabels lastiger maakt.
We willen ons maximaal inspannen om binnen onze cirkel van invloed netcongestie het hoofd te bieden. We werken op een positieve oplossingsgerichte manier samen met Enexis, Tennet, regio en provincie en zoeken gezamenlijk naar uitwegen voor de netcongestieproblematiek. We zetten in op:
Verzwaren: de netbeheerders hebben de taak om de netten te verzwaren maar zijn afhankelijk van de gemeente voor onder meer planologische keuzes en vergunningverlening. We zetten ons in om deze ruimtelijke processen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hierbij borgen we dat de verzwaring van het net samengaat met voldoende groen en parkeerplaatsen in de wijken.
3.4 Circulariteit als onderdeel van de aanpak
De energietransitie in Zwartewaterland gaat verder dan het verduurzamen van energiebronnen. We zetten in op een circulaire aanpak. In 2027 heeft gemeente Zwartewaterland een visie op circulariteit, inclusief concrete doelstellingen en beleidsrichtingen
Door grondstoffen slimmer te gebruiken, producten langer in de keten te houden en afval te minimaliseren dragen we bij aan een meer circulaire economie. Circulariteit draagt bij aan CO₂-reductie en vermindert afhankelijkheid van schaarse grondstoffen. We stimuleren circulariteit via aanbestedingen en ruimtelijke kaders.
In de gebouwde omgeving stimuleren we het hergebruik van bouwmaterialen, het vervangen van asbestdaken door zonnedaken en het toepassen van circulaire principes bij renovatie en nieuwbouw. Gemeentelijke gebouwen en voorzieningen worden energiezuinig en duurzaam aanbesteed, met aandacht voor materiaalgebruik en levensduur.
Binnen de landbouw en industrie benutten we reststromen waar mogelijk voor energieproductie, zoals via mestvergisting of biogasinstallaties. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan het sluiten van kringlopen.
Ook in het openbaar gebied en de gemeentelijke organisatie maken we stappen: van energiezuinige straatverlichting tot afvalscheiding en maatschappelijk verantwoord inkopen. Circulariteit is daarmee geen aparte opgave, maar een integraal onderdeel van onze energietransitie.
Als gemeente hebben we verschillende rollen in het realiseren van de energietransitie. We coördineren door kaders te stellen via beleid en regelgeving. Ook dragen we zorg voor de samenwerking tussen partijen die nodig zijn voor het realiseren van gezamenlijke oplossingen. Daarnaast hechten we veel waarde aan participeren en communiceren. We betrekken inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden op een passende manier. We maken hun wensen en belangen zichtbaar en betrekken deze in besluitvorming. Ten derde zetten we ons in voor het stimuleren van inwoners en bedrijven in de overstap naar duurzaam opgewekte energie. We ondersteunen hen met subsidies en advies. Ten vierde, hebben we als gemeente ook een privaatrechtelijke rol als vastgoedeigenaar. We zijn daarmee verantwoordelijk voor de verduurzaming van onze eigen gebouwen en stellen eisen aan projectontwikkelaars die op onze gronden gaan bouwen.
Tegelijkertijd zijn we in de energietransitie afhankelijk van de medewerking van andere partijen zoals netwerkbedrijven, overheden, marktpartijen en de woningcorporatie. Zij hebben net als onze inwoners, bedrijven en organisaties een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de energietransitie. Daarbij houden we uiteraard rekening met hun mogelijkheden om deze bijdrage te kunnen leveren.
Financiering van het programma vindt plaats vanuit verschillende budgetten. Er zijn structurele en incidentele middelen.
We ontvangen middelen van het Rijk om de gedecentraliseerde taken uit het Klimaatakkoord en het Nationaal Isolatie Programma uit te voeren. We leggen verantwoording af over de inzet die we
plegen. Onze inwoners, ondernemers en instellingen kunnen eveneens een beroep doen op landelijke middelen. Zo zijn er verschillende subsidies die de energie- en warmtetransitie ondersteunen.
Denk bij de landelijke middelen aan SPecifieke UitKeringen (SPUK) voor de uitvoering van de Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE-regeling), het Nationaal Isolatie Programma (NIP) en Energiearmoede, Decentrale Uitkering (DU) als tijdelijke opvolger van de SPUK CDOKE in
2026 en Bijzondere FondsUitkering (BFU) als uiteindelijke opvolger van de SPUK CDOKE vanaf 2027.
Vanuit de provincie ontvangen we middelen, inzet en kennis via het Programma Nieuwe Energie Overijssel (Programma NEO). Samen met de andere gemeenten in Overijssel doen we een beroep op landelijke en Europese financiering voor het ontwikkelen van instrumenten, aanpakken of het uitvoeren van gezamenlijke projecten. Daarnaast ontvangen we incidentele middelen en ondersteuning voor specifieke projecten zoals wind in Genne-Holten.
In de gemeentelijke begroting zijn middelen opgenomen voor het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de energietransitie. Dit zijn initiatieven die bijdragen aan de opwek van duurzame energie, het besparen van energie of (kleine) collectieve warmtevoorzieningen. Ook zijn middelen gereserveerd voor het opstellen van een soortenmanagementplan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-44950.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.