Water- en Rioleringsprogramma 2027-2031

Wijzigartikel I

De inhoud van het Water- en Rioleringsprogramma 2027-2031, zoals opgenomen in Bijlage A van dit Besluit, voor de hoofdstukken 1 t/m 6 als ontwerp vrij te geven en gedurende zes weken ter inzage leggen.

Artikel II

Bovengenoemd programma ter informatie toe te zenden aan de gemeenteraad.

Bijlage A Wijziging Programma voor Gemeente Peel en Maas

Water- en Rioleringsprogramma 2027-2031

Samenvatting

1. Inleiding

Het Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) 2027-2031 beschrijven we hoe we als gemeente invulling geven aan de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater, en hoe we omgaat met oppervlaktewater. Goed werkende riolering en stedelijk water zijn belangrijk voor volksgezondheid, milieu, het voorkomen van wateroverlast en een klimaatbestendige leefomgeving. Het Wrp bouwt voort op het eerdere Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 en sluit aan op de Omgevingswet en de regionale samenwerking binnen Waterpanel Noord. Het programma is opgebouwd uit een evaluatie, visie, plan, programma, opgave en kostendekking.

2. Even terugkijken: wat ging goed, wat kan beter?

De dagelijkse werkzaamheden en het reguliere rioolonderhoud verlopen goed. De afgelopen periode zijn de geplande projecten uitgevoerd, zoals het afkoppelen van bedrijventerreinen, uitbreiding van het grondwatermeetnet, optimalisatie van persleidingen en renovatie of verbetering van riolering. Integrale projecten zoals reconstructies en grotere afkoppelopgaven liepen soms vertraging op.

Er waren in de natte periode van 2023 en 2024 meer meldingen van grondwaterproblemen. Eind 2025 is een algemene inwonersraadpleging via Maptionnaire gehouden (135 respondenten). De komende tijd werken we aan duidelijke regels, scherp toezicht en een goede samenwerking met het waterschap en de regio. Ook blijven we in gesprek met inwoners over onze water zorgtaken. De rioolheffing is de afgelopen jaren niet volledig meegestegen met de werkelijk opgetreden inflatie in de sector.

3. Visie: wat willen we bereiken?

We willen stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). In de bebouwde kom geldt een aansluitplicht: stedelijk afvalwater mag niet in de bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. In het buitengebied wordt de infrastructuur (drukriolering, gemalen) onderhouden totdat vervanging nodig is. Bij vervanging wordt in overleg met het waterschap een nieuwe afweging gemaakt. Waar geen aansluiting mogelijk is, moet minimaal een IBA klasse IIIB worden ingezet en goed onderhoud geborgd zijn.

We willen afstromend hemelwater verwerken volgens de voorkeursvolgorde vasthouden, bergen, afvoeren. Het uitgangspunt is dat gebouwen en percelen geen hemelwater afvoeren naar de gemeentelijke riolering, tenzij dat redelijkerwijs niet kan. Bij grote ontwikkelingen geldt een bergingsnorm van 100 mm per project, waarvan minimaal 50 mm op particulier terrein. Voorzieningen moeten binnen 72 uur geleegd zijn. We beheren de oppervlaktewateren als belangrijk onderdeel voor het afvoeren van hemelwater, ook willen we oppervlaktewater ecologisch op orde houden om bij te dragen aan de doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water.

We hebben een zorgplicht voor doelmatige maatregelen op openbaar terrein om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand tegen te gaan. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de waterdichtheid van hun constructies. Van structurele overlast is pas sprake bij een wederkerende te hoge grondwaterstand die minimaal drie jaar aanhoudt én waarbij meldingen van nadelige gevolgen bestaan.

De visie sluit aan op de Omgevingsvisie van Peel en Maas. Klimaatadaptatie speelt een grote rol: door hevigere buien en langere droge perioden is meer ruimte nodig voor water, groen en berging. Ook ontwikkelingen zoals de Omgevingswet, KRW-doelen, participatie, energietransitie en nieuwe Europese regelgeving voor stedelijk afvalwater vragen aandacht.

4. Plan: wie doet wat, samenwerken en regels

De gemeente is verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken, maar doet dit niet alleen. Afstemming vindt plaats met onder andere Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, WML en omliggende gemeenten. Ook inwoners en bedrijven hebben een rol in het zorgvuldig omgaan met hemelwater, grondwater en lozingen. Regels worden waar nodig juridisch geborgd in het omgevingsplan en via de Leidraad Water Peel en Maas om te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen klimaatbestendig worden ontworpen.

5. Programma: wat hebben we nu?

We beheren een omvangrijk systeem, waaronder 354 km vrijvervalriolering en 224 km pers- en drukriolering. Dat is ongeveer de afstand van Panningen naar Leipzig. Het grootste deel van de vrijvervalriolering is van het gemengde type. Daarnaast beheert de gemeente 72 gemalen, 967 drukrioleringunits, 113 IBA’s, 256 km waterlopen, bijna 8 ha waterbuffers en 29 externe overstorten. We houden de gegevens van ons areaal bij in beheersysteem en voeren onderzoek en onderhoud uit. We werken hierbij ook toe naar een beter inzicht in objecten zoals duikers.

6. De opgave: wat gaan we doen?

In de planperiode blijven we het bestaande stelsel onderhouden, monitoren en waar nodig verbeteren. Nieuwbouw wordt aangesloten op gescheiden riolering, waarbij voldoende “blauwe ruimte” wordt gereserveerd. Belangrijke projecten waar we mee aan de slag gaan zijn onder meer de bergbezinkleiding Vergelt Baarlo, afkoppelen en het duurzaam inrichten van de Koninginnenbuurt en Fuusstraat in Baarlo, aanpak van wateroverlast bij de Bosbeek, renovatieprojecten van de riolering en de aanpassingen van waterbuffers .

Voor de uitvoering van de watertaken zijn voldoende personeel en middelen nodig. Uit de formatiescan blijkt een theoretisch tekort aan personele capaciteit. De kerntaken kunnen nu nog worden uitgevoerd, maar de organisatie is kwetsbaar, vooral op databeheer, toenemende wettelijke eisen, kennisborging en vergrijzing.

1 Inleiding

1 Nieuw Wrp voor Peel en Maas

Goed werkende riolering en stedelijk water zijn nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In dit Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast gaan we in op hoe wij omgaan met de zorg voor het oppervlaktewater. Ook gaan we in op ontwikkelingen die onze zorgplichten raken, zoals klimaatadaptatie, de omgevingswet, nieuwe wetgeving en de woningbouw.

In veel opzichten is dit programma een voorzetting van het beleid van het voorgaande Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP). Met de komst van de Omgevingswet is ook de naam van het GRP aangepast naar Wrp.

2 De waterketen

Het afvalwatersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering en het daar schoon te maken.

Via het watersysteem streven we ernaar voldoende hemelwater lokaal vast te houden voor functies die hiervan afhankelijk zijn, zoals de bodem, watergangen en groenvoorzieningen. Het watersysteem draagt daarnaast bij aan de kwaliteit en beleving van de leefomgeving en ondersteunt recreatieve functies. Ook streven we naar een zo natuurlijk mogelijk grondwaterpeil, zonder structurele grondwateroverlast of verdroging.

Het water- en rioolsysteem vormen samen een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden in de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte.

Afbeelding 1. De waterketen
Afbeelding2Dewaterketen.jpg

Als Peel en Maas zijn we onderdeel van Waterpanel Noord. Waterpanel Noord is een samenwerkingsverband voor de waterketen en bestaat uit de noordelijke gemeenten van Limburg (Mook- en Middelaar, Bergen, Gennep, Venray, Peel en Maas, Horst aan de Maas, Venlo, Beesel, Roermond, Roerdalen, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Weert en Echt-Susteren), Waterleiding Maatschappij Limburg en Waterschap Limburg. Waterpanel Noord streeft naar een water- en klimaatbestendig Noord- en Midden Limburg.

Afbeelding 2. het Waterpanel Noordgebied
Afbeelding3hetWaterpanelNoordgebied.jpg

Visie

In 2021 hebben de waterambtenaren en bestuurders van WPN gezamenlijk de volgende visie en missie geformuleerd.

De partners in de waterketen van Waterpanel Noord:

  • Benutten de waarde van afvalwater, gaan duurzaam om met water in de leefomgeving en koesteren het drinkwater.

  • Leggen de relatie tussen waterketen, ruimtelijke inrichting en watersysteem en zorgen samen voor een goede borging van waterkwaliteit- en waterkwantiteitsaspecten in boven- en ondergrondse ruimtelijke plannen.

  • Ontwikkelen de benodigde kennis en vaardigheden om het waterbeheer verder te professionaliseren en doelmatig in te vullen.

  • Kiezen voor haalbare ontwikkelstappen met meerwaarde voor de betrokken deelnemers.

  • Gaan steeds meer gezamenlijk beheren om de kwetsbaarheid te verminderen, specialisatie mogelijk te maken en de innovatiekracht te versterken.

  • Richten ons op het effectief bundelen van kennis en operationele capaciteit, maar geven ruimte aan de eigen afwegingen over deelname aan operationele samenwerking in uitvoeringsorganisaties.

  • Blijven ieder voor zich verantwoordelijk voor de eigen zorgtaken, maar stellen gezamenlijk het maatschappelijk belang centraal.

In 2023 is het vernieuwde samenwerkingsconvenant tussen de partners van Waterpanel Noord getekend. Binnen het samenwerkingsverband worden uiteenlopende projecten uitgevoerd, zoals Waterklaar (dat inmiddels provinciebreed is geworden), het vergroenen van schoolpleinen, het afkoppelen van regenwater en klimaatadaptatieprojecten in diverse gemeenten. Ook het inrichten van een regionaal grondwatermeetnet, het voeren van risicodialogen en het coördineren van klimaatstresstesten maken onderdeel uit van de gezamenlijke aanpak.

Centraal in het programma plan staan de vier K’s: de drie K’s van het Bestuursakkoord Water (VNG, 2018) aangevuld met klantgerichtheid naar interne en externe klant, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan.

De vier K’s zijn:

  • Kwaliteit: een hogere kwaliteit van werkzaamheden en het watersysteem.

  • Klantgerichtheid, zowel intern als extern.

  • Kwetsbaarheden: Werken aan onze gezamenlijke kwetsbaarheden.

  • Kosten: Het verminderen van maatschappelijke kosten.

Afbeelding 3. de 4 K's
Afbeelding4de4Ks.jpg

3 De watertaken

In dit WRP geven we aan hoe we onze wettelijke zorgtaken invullen:

Afbeelding 4: Wettelijke zorgtaken
Afbeelding5TabelTiteltoevoegenv2.jpg

In bijlage IV Lozingsvoorwaarden gemeente Peel en Maas staan we uitgebreid stil bij de lozingsvoorwaarden in de gemeente.

4 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van het Rijk, Provincies, waterschappen en gemeenten om Nederland zo in te richten dat het bestendig is tegen klimaatverandering. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Het Deltaplan bestaat uit 7 ambities om bovenstaand doel te behalen:

  • a.

    Kwetsbaarheid in beeld brengen met een stresstest

  • b.

    Risicodialoog voeren en strategie opstellen

  • c.

    Uitvoeringsagenda opstellen

  • d.

    Meekoppelkansen benutten

  • e.

    Reguleren en borgen

  • f.

    Stimuleren en faciliteren

  • g.

    Handelen bij calamiteiten.

Binnen Waterpanel Noord werken we samen om de 7 ambities te behalen.

5 Wat is er veranderd onder de Omgevingswet?

Met de komst van de Omgevingswet per 2024 is de verplichting om een gemeentelijk rioleringsplan op te stellen, vervallen. In de memorie van toelichting wordt echter benadrukt dat een gemeentelijk omgevingsprogramma voor riolering en water nog steeds van groot belang is. Gemeenten blijven verplicht hun zorgtaken uit te voeren en de besteding van de rioolheffing te verantwoorden. Dit Wrp voorziet daarin. De wettelijke taken op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet (zie ook paragraaf 1.2). Daarnaast is het vaststellen van een Wrp bij het college van B&W belegd en is een inzagetermijn van 6 werken vóór vaststelling voorgeschreven.

Op grond van de Omgevingswet is de gemeente ook gehouden rekening te houden “met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen” (art. 2.1) en “met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zonodig met deze andere bestuursorganen af” (art. 2.2). Mede daarom is onder andere Waterschap Limburg nauw betrokken bij de totstandkoming van dit Wrp.

Daarnaast vindt er intensieve samenwerking plaats met andere gemeentelijke vakgebieden en zorgen we voor regelmatige interne afstemming.

6 Leeswijzer

Dit Wrp is een eerste Water- en rioleringsprogramma onder de Omgevingswet. We onderscheiden verschillende delen: evaluatie huidig GRP, visie, plan, programma en kostendekking:

  • We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe Wrp 2027-2031.

  • In het visiedeel beschrijven we de doelen en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote rol. Dit deel heeft een sterke relatie met het Onderhoudsplan Leefomgeving van de gemeente en kan daar ook de input vanuit de gemeentelijke watertaken voor leveren.

  • In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan.

In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode. Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening. Daarnaast gaan we in dit deel in op de personele kant van de gemeentelijke watertaken.

Afbeelding 5. Leeswijzer WRP
Afbeelding5LeeswijzerWRP.jpg

2 Even terugkijken: wat ging goed, wat kan beter?

1 Terugblik op de afgelopen periode

De dagelijkse werkzaamheden verlopen goed.

De laatste tijd is er relatief weinig overlast geweest. Met name in het buitengebied is het aantal storingen en calamiteiten door goed onderhoud teruggebracht, waardoor ook het aantal storingen en meldingen is afgenomen.

In 2023 en 2024 hebben we meer grondwateroverlast ervaren dan gebruikelijk. In 2023 viel er uitzonderlijk veel neerslag, waardoor de grondwaterstanden sterk stegen. Aan het begin van 2024 was de bodem nog grotendeels verzadigd door deze natte periode. Hierdoor kon nieuwe neerslag minder goed in de bodem infiltreren, wat leidde tot aanhoudend hoge grondwaterstanden en extra grondwateroverlast.

We zijn goed bezig met het afkoppelen maar moeten hier genoeg aandacht voor blijven houden om dit door te kunnen zetten. Wat betreft het onderhoud van de riolering lukt het ons goed om de projecten op tijd uit te voeren. Echter, wanneer het op integrale projecten aankomt (reconstructies van wegen en grotere afkoppelopgaves), loopt er vaak vertraging op. In 2024 hebben we extra capaciteit gekregen voor een rioolbeheerder en projectleider. Hierdoor kunnen we meer projecten aanpakken.

We worden als ambtenaren door de politiek van de gemeente beter gevonden, dit resulteerde de afgelopen periode in een betere samenwerking.

2 Uitgevoerde werkzaamheden

De afgelopen jaren zijn we druk bezig geweest met het uitvoeren van de geplande projecten, onderzoeken en maatregelen zoals benoemd in het GRP van 2022-2026. We hebben de projecten met succes uitgevoerd (zie ook afbeelding 6. Tabel - Uitgevoerde inversteringen).

Zo hebben we bedrijventerreinen afgekoppeld, is het grondwatermeetnet uitgebreid, zijn persleidingen in het buitengebied geoptimaliseerd en is de riolering waar nodig vervangen of verbeterd.

Afbeelding 6. Tabel - Uitgevoerde inversteringen
Afbeelding7TabelUitgevoerdeinversteringen.jpg

3 Raadpleging inwoners

Eind 2025 is een online vragenlijst uitgezet onder inwoners met Maptionnaire, het is daarmee nadrukkelijk een momentopname, maar biedt goede handvatten voor dit Wrp en communicatie. De vragenlijst is verspreid via de gemeentelijke website, de wekelijkse digitale nieuwsbrief en social media.

De vragenlijst is door 135 inwoners, verspreid over de gemeente, ingevuld. De vragen gingen met name over wateroverlast, het afkoppelen van de regenpijp, en wat inwoners belangrijk vinden voor de werking van de riolering. De uitkomsten van de vragenlijst zijn voor zover mogelijk in dit Wrp verwerkt. Een belangrijke conclusie is dat duidelijke communicatie over verwachtingen en over wat wel en niet mag worden geloosd belangrijk blijft. Een aantal resultaten is opgenomen in bijlage III Enkele resultaten Maptionnaire-enquête.

4 Verloop van de heffing

De rioolheffing dekt de kosten voor de gemeentelijke zorgplichten. In afbeelding 8 Ontwikkeling rioolheffing is het verloop van de rioolheffing vanaf 2022 weergegeven. De blauwe lijn (onderste) geeft de geraamde rioolheffing uit het GRP 2022-2026 aan, op prijspeil 2022. De rode lijn (bovenste) geeft de geraamde rioolheffing aan met inflatiecorrectie op basis van de CBS-cijfers voor civieltechnische werken en bouw, waar ook riolering onder valt. Die inflatie was fors, dat zien we ook terug in de kosten van maatregelen. De groene lijn (onderste) geeft de werkelijke rioolheffingsontwikkeling in Peel en Maas aan. De eerste jaren is de rioolheffing niet aangepast aan inflatie, de afgelopen twee jaren is de heffing gaan stijgen, maar niet voldoende om de achterstand van de jaren ervoor geheel goed te maken.

Afbeelding 7. Ontwikkeling rioolheffing
Afbeelding8Ontwikkelingrioolheffing.jpg

5 Wat nemen we mee voor de komende planperiode?

Hoewel in de afgelopen planperiode alle geplande activiteiten zijn uitgevoerd, biedt de terugblik waardevolle inzichten voor verdere verbetering. Er is altijd ruimte om te leren en onze aanpak te versterken aan de hand van nieuwe inzichten.

Het buitengebied bevindt zich in een duidelijke transitie, vooral op het gebied van glastuinbouw is er sprake van een opgave, net als binnen de akkerbouw en de veehouderij. Hierdoor komt de huidige manier van landbouw steeds meer onder druk te staan. Dit vraagt om een scherpere en meer toekomstgerichte visie, de transitie richt zich op een verschuiving van landbouw naar andere en alternatieve functies. Daarbij ontstaat meer ruimte voor recreatie. Door deze nieuwe functies ontstaat de noodzaak om de bestaande infrastructuur zoals het type riolering aan te passen, omdat voorzieningen die bij landbouw hoorden niet altijd geschikt zijn voor andere functies. Het landelijk gebied verandert daarmee van een agrarisch gebied naar een gebied met een meer diverse invulling.

De samenwerking en afstemming met het waterschap en de regio verdienen verdere aandacht, met name rondom de regels voor hemelwaterberging en waterkwaliteit. Het is van belang dat deze regels helder zijn en op de juiste plaatsen eenduidig zijn vastgelegd (juridisch borgen in het Omgevingsplan).

Daarnaast zien we kansen om handhaving en toezicht verder te versterken, zodat beleid en uitvoering beter op elkaar aansluiten. Tot slot blijft communicatie richting inwoners een belangrijk aandachtspunt. Het is essentieel om duidelijk te maken wat inwoners van ons mogen verwachten en wat wij op onze beurt van hen verwachten, bijvoorbeeld bij thema’s als wateroverlast, het maaibeleid en wat wel en niet geloosd mag worden op riolering.

3 Visie: wat willen we bereiken?

De visie in dit Wrp sluit aan op de omgevingsvisie en het beleid van de gemeente Peel en Maas. Dit bevat de invulling van de gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Ook gaan we in op de ontwikkelingen en opgaven die spelen op het gebied van oppervlaktewater en klimaatadaptatie.

1 Omgevingsvisie

In de gemeentelijke Omgevingsvisie geeft Peel en Maas aan op welke manier zij haar taken invult en welke strategische beleidsdoelen en ambities voor de fysieke leefomgeving gelden. De omgevingsvisie is een vertrekpunt van dit Wrp, waarin de uitwerking staat van de visie op het gebied van riolering en stedelijk water. In de omgevingsvisie is per deelgebied een visie weergegeven, onder meer met betrekking tot klimaatadaptatie en/of water.

Afbeelding 8. De waardenkaart
Afbeelding9Dewaardenkaart.jpg

Deelgebied Bos- en natuurgebieden

Voor het deelgebied: Bos- en natuurgebieden is de ambitie om ruimte te bieden voor water en piekberging. Ook willen we verdroging tegengaan en meer natuurvriendelijke oevers aanleggen langs de sloten en beken in het gebied, om ook het ecologisch netwerk te ondersteunen.

Deelgebied Beekdalen en rivierdal

Voor het beekdal is de ambitie om de natuurlijke dynamiek (hoge en lage waterstanden, meandering, natuurvriendelijke oevers) te versterken.

Deelgebied kleinschalige half open ontginningslandschappen

Voor de ontginningslandschappen is de ambitie om natte plekken te maken in relatief lage gebieden, en het behoud van extensieve (natte) weilanden.

Klimaatadaptatie

Om de gevolgen van klimaatverandering beter op te vangen en klimaatvitaal te worden, zoeken we samen met inwoners en bedrijven naar kansen die bijdragen aan een prettige, gezonde en veilige leefomgeving. Daarbij heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid en we realiseren ons dat we dit alleen samen kunnen bereiken. Communicatie en bewustwording spelen hierbij een belangrijke rol.

Water- en bodemsturend is een belangrijk begrip geworden. Alleen daar bouwen waar er geen problemen met het water ontstaan en waar de bodem dat aan kan. Klimaatadaptief ontwikkelen en bouwen zien we als de nieuwe standaard bij ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe initiatieven. Hiervoor hanteren we de Leidraad Water Peel en Maas (eisen openbare ruimte). Ook bij herontwikkelingen zoeken we actief en op innovatieve wijze naar meekoppelkansen om onze leefomgeving toekomstbestendig in te richten.

Ruimtelijk Ontwikkelperspectief (ROP)

Als er meerdere opgaven in een gebied spelen en deze opgaven beïnvloeden elkaar ruimtelijk, is het nodig deze in samenhang te bekijken en af te wegen. Hiervoor stellen we een zogenaamd Ruimtelijk Ontwikkelperspectief (ROP) op. Dit ROP is een perspectief van een gebied, waarin de ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden in het gebied worden beschreven. Het ROP vormt ook input voor de actualisatie van de Omgevingsvisie Peel en Maas. De werkwijze die we hanteren om tot een ROP te komen is het gebiedsgericht werken. Hierbij staan de identiteit en opgaven van het gebied centraal. Er wordt een gemeentelijk gebiedsteam met alle betrokken vakdisciplines gevormd. Er wordt samengewerkt met een brede afvaardiging vanuit het gebied om aan te sluiten op datgene wat er in het gebied leeft.

Programma duurzaamheid

Begin 2026 stelde het college het programma 'Duurzaamheid – Duurzaam tot in de kern' vast. Dit programma vervangt de eerdere Duurzaamheidsagenda: de onderwerpen zijn overgenomen en waar nodig bijgewerkt op basis van de nieuwste ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving. Het programma 'Duurzaamheid – Duurzaam tot in de kern' maakt deel uit van de Omgevingsvisie. Het is gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde kaders, de geldende wet- en regelgeving en de duurzaamheidsambitie van de gemeente Peel en Maas.

2 Ontwikkelingen en opgaven

Duurzaamheid

We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen verder te verduurzamen. Bij de keuze en toepassing van materialen geven we waar mogelijk de voorkeur aan hergebruikte en herbruikbare materialen. Daarnaast kunnen uit afvalwater waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen en kan energie worden opgewekt. Waar mogelijk werken we hiervoor samen met betrokken partijen om te bepalen waar en hoe we de meest effectieve maatregelen kunnen nemen.

Ook in de bedrijfsvoering staat duurzaamheid centraal. Gemalen en drukrioleringspompen worden geoptimaliseerd en preventief onderhouden, zodat het energieverbruik laag blijft, storingen worden voorkomen en de levensduur wordt verlengd. Het drukrioolstelsel wordt zo ingericht dat water zo efficiënt mogelijk wordt verpompt – over korte afstanden en met minimaal energieverbruik. Beschadigde vrijvervalriolering wordt, waar mogelijk en zinvol, duurzaam gerenoveerd in plaats van vervangen. Dit beperkt graafwerk, transport, grondstoffengebruik en overlast voor de omgeving.

Urban Waste Water Treatment Directive UWWTD

De Urban Waste Water Treatment Directive (de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater) is herzien en sluit nu beter aan bij de ambities van de Europese Green Deal. Een belangrijk gevolg hiervan is dat lidstaten verplicht worden een plan op te stellen voor de omgang met stedelijk afvalwater. Voor gebieden met meer dan 100.000 inwonerequivalenten moet dit plan uiterlijk op 31 december 2033 gereed zijn. Voor kwetsbare gebieden met 10.000 tot 100.000 inwonerequivalenten geldt een deadline van 31 december 2039. Deze plannen moeten vervolgens elke zes jaar worden herzien.

Daarnaast stelt de richtlijn strengere eisen aan de kwaliteit van het gezuiverde rioolwater (effluent). Dit kan ook gevolgen hebben voor het afvalwater dat gemeenten aanleveren aan de zuivering (influent) en voor de lozingen van bedrijven op het riool (indirecte lozingen).

Artikel 19 van de Richtlijn stelt eisen aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van sanitaire voorzieningen (openbare wc’s), actie voor 12 januari 2029.

De herziene richtlijn is nog niet opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Zodra dit gebeurt, wordt duidelijk wat de precieze gevolgen zijn voor Peel en Maas en wat dit betekent voor de uitvoering. Tot die tijd is het belangrijk de ontwikkelingen nauwlettend te blijven volgen.

Participatie

Onder de omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. Bij de uitvoering van projecten betrekken we de betreffende bewoners, maar ook bij de ontwikkeling van beleid hechten we aan input van onze inwoners. Voor dit Wrp hebben we een enquête uitgezet over riolering en stedelijk water en kunnen er in de inzagetermijn zienswijzen worden ingediend. Daarnaast is participatie gerealiseerd door middel van raadpleging van de betrokken gemeenten binnen Waterpanel Noord, alsmede door de gezamenlijke opstelling van dit Water- en rioleringsprogramma (Wrp) in nauwe afstemming met Waterschap Limburg.

Energietransitie

Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de wijken wordt steeds vaker gezocht naar kansen om opgaven te combineren. Wanneer in een wijk wordt gewerkt aan de energietransitie, onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om aan te sluiten met werkzaamheden in de (afval)waterketen of de openbare ruimte.

De komende jaren worden veel werkzaamheden voor de energietransitie verricht. Dit vormt een grote opgave, ook voor Peel en Maas, waar ongeveer 300 transformatorhuisjes moeten worden toegevoegd. Bij elke ontwikkeling komt daarbij de noodzaak terug om ruimte te maken voor de transformatiehuisjes, wat direct raakt aan de riolering. De huisjes hebben namelijk allemaal kabels en leidingen onder de grond, waardoor de riolering niet altijd de ruimte heeft om hier ook te liggen. In Peel en Maas zal daarnaast bijna 300 kilometer aan nieuwe sleuven worden gegraven voor elektriciteitskabels.

Het tempo van de energietransitie ligt vaak hoger dan dat van de vervanging of aanpassing van riolering. Daardoor zijn de praktische raakvlakken tussen beide opgaven in de uitvoering meestal kleiner dan op het eerste gezicht lijkt. Toch blijven we alert op koppelkansen, zodat we waar mogelijk werkzaamheden kunnen combineren en overlast voor bewoners kunnen beperken.

Integrale kijk op de afvalwaterketen/waterketenplan

Integraal werken betekent dat we bij elke opgave verder kijken dan onze eigen sector of discipline. Het is belangrijk om stil te staan bij mogelijke neveneffecten van maatregelen: een idee dat in de ene sector positief uitpakt, kan in een andere sector juist onbedoelde negatieve gevolgen hebben. Daarom wegen we verschillende belangen en effecten zorgvuldig mee, zodat onze keuzes goed onderbouwd, breed gedragen en duurzaam zijn. Daarom wegen we de verschillende belangen en effecten zorgvuldig af, zodat onze keuzes goed onderbouwd, breed gedragen en toekomstbestendig zijn — ook in samenhang met andere opgaven in een gebied, zoals die vanuit het Ruimtelijk Ontwikkelperspectief.

Water en bodem sturend

Water en bodem zijn van grote invloed op ons leven, maar we lopen steeds vaker tegen de grenzen aan van het water- en bodemsysteem. Daarom willen we water en bodem sturend laten zijn in de ruimtelijke ordening. Hiervoor hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd:

  • Niet afwentelen. Hiermee wordt bedoelt dat er niet afgewenteld mag worden naar andere gebieden of functies, niet van privaat naar publiek maar ook niet naar toekomstige generaties.

  • Meer rekening houden met extremen, zoals hevige regen of langere periode van droogte.

  • In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem.

  • Meerlaagse veiligheid om de risico’s van overstromingen te beperken.

  • Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen.

  • Integrale aanpak in de leefomgeving.

  • “comply or explain” / “pas toe of leg uit”. Wanneer wordt afgeweken van de aandachtspunten geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds wel gehaald worden.

Circulariteit

De EU heeft als doelstelling tussen nu en 2050 een circulaire en klimaatneutrale economie realiseren en het gebruik van gerecycled materiaal tussen 2020 en 2030 verdubbelen. Circulariteit krijgt daarom binnen het programma Duurzaamheid expliciet aandacht.

Binnen Peel en Maas loopt een pilot voor duurzaam inkopen. Bij het aanschaffen van producten, diensten en werken kijken we niet alleen naar de prijs, maar ook naar milieu-, sociale en maatschappelijke aspecten, zoals levensduur, kwaliteit en duurzame uitvoering.

Op productniveau werken we met de R-ladder van duurzaamheid: refuse, reduce, reuse, recycle. Dat betekent dat we in het ontwerpproces altijd de vraag stellen of iets wel nodig is – want niet toepassen is vaak beter dan groen verpakken. Zo optimaliseren we de mechanische drukriolering niet zomaar, maar herontwerpen we hem met minder slijtage en lager stroomverbruik, of laten we overbodige delen weg.

Personele capaciteit

De demografische transitie in Nederland wordt gekenmerkt door een toenemende vergrijzing. Het aandeel ouderen groeit, terwijl het aantal mensen in de werkende leeftijd relatief afneemt. Hierdoor ontstaat er minder personele capaciteit op de arbeidsmarkt. Dit heeft gevolgen voor de zorg voor water en riolering. Het wordt lastiger om projecten uit te voeren, zowel intern als extern. Hier zullen we rekening mee moeten houden in planning van projecten. Het vraagt om andere manieren van werken en het efficiënt inzetten van beschikbare capaciteit.

Kader Richtlijn Water (KRW)

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) streeft naar een goede chemische en ecologische kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in heel Europa. In 2027 moeten alle aangewezen waterlichamen in Nederland een gezond leefgebied vormen voor de planten en dieren die er van nature thuishoren.

Om de vervuiling vanuit onze riolering op het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken, nemen we maatregelen zoals het afkoppelen van verhard oppervlak en het creëren van extra (groene) berging achter overstorten. Door middel van monitoring hebben we inzicht gekregen in het werkelijke gedrag van onze gemeentelijke overstorten.

In bijlage II Overzicht externe overstorten staat een volledig overzicht van alle gemeentelijke overstorten op watergangen die zijn aangewezen als KRW-waterlichamen, inclusief de bijbehorende opgaven voor de gemeentelijke overstorten.

De gemeente Peel en Maas is de afgelopen jaren voortvarend aan de slag gegaan met de KRW-opgaven bij haar eigen gemeentelijke overstorten. Samen met Waterschap Limburg hebben we op basis van monitoring en ecologische toetsing bepaald welke gemeentelijke overstorten al aan de KRW voldoen en waar nog restopgaven liggen.

Deze restopgaven – voortkomend uit de systeemanalyse, de ecologische toetsingen en de overstortmetingen – zijn opgenomen in lopende projecten. Dat geldt zowel voor het aflopende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) als voor het voorliggende Water en Rioleringsprogramma (WRP). Het gaat hierbij om het afkoppelen bij probleemoverstorten en het realiseren van extra berging in het achterliggende rioolstelsel.

Met de laatste KRW-investeringen in Baarlo werken we eraan om in 2027 voldoende systeemberging te realiseren bij ons grootste knelpunt: de overstort ter hoogte van Vergelt Baarlo (sleutelveld 2626). Daarnaast zetten wij verder in op het afkoppelen van hemelwater bij reconstructies in het rioleringsgebied Baarlo, waardoor ook sleutelveld 2627 aan de norm T=2 gaat voldoen.

Voor de aanpak van de restopgave zoekt de gemeente nadrukkelijk de medewerking en ondersteuning van het Waterschap op bij het realiseren en vergunnen van KRW-projecten.

Voldoet een overstort aan de doelen? Dan nog blijven we waar het kan of kansrijk is bij reconstructie schoon en vuil water scheiden. En we nemen maatregelen die de bodem en het oppervlaktewater helpen.

3 Stedelijk afvalwater

Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

Bebouwde kom

Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw) is het verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit houdt in principe in dat er een aansluitplicht geldt. We zijn als gemeente verplicht om het stedelijk afvalwater in te zamelen en het te transporteren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Voor Peel en Maas is dat de RWZI in Meijel. Via vrijvervalriolen en persleidingen voeren we ons afvalwater af naar die RWZI.

Buitengebied

Voor het buitengebied geldt dat wij huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater inzamelen en transporteren naar het overnamepunt van het waterschap, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn:

  • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet (meer) toereikend, als dan niet door veranderd gebruik;

  • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande;

  • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI;

  • Doelmatigheid.

Wij onderhouden de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat de leidingen moeten worden vervangen. Ook bieden we ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie.

Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zullen we in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.

Wanneer er niet aangesloten kan worden op het gemeentelijk rioolstelsel moet er een andere voorziening (zoals een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA)) worden ingezet om ervoor te zorgen dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Wanneer er gebruik moet worden gemaakt van een IBA, moet deze minimaal voldoen aan klasse IIIB.

Beschermen van de bodem- en waterkwaliteit

We zorgen goed voor ons grond- en oppervlaktewater en de bodem. Daarbij volgen we belangrijke milieubeginselen: voorkomen is beter dan genezen, vervuiling pakken we aan bij de bron en de vervuiler draait op voor de kosten (artikel 3.3 Omgevingswet).

De RWZI werkt met biologische processen, dus het is belangrijk dat er alleen het juiste afvalwater in terechtkomt. We controleren lozingen van bedrijven, stellen duidelijke regels op en houden toezicht. Dat hebben we uitbesteed aan de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML). Het is belangrijk om het WL hierbij nauw te betrekken.

We willen foutaansluitingen van vuilwater op hemelwaterriolen tegengaan om vervuiling te voorkomen.

Bedrijfsafvalwater

Voor proces- en bedrijfsafvalwater geldt geen inzamelplicht. We zamelen afvalwater in dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater gekeken naar biologische afbreekbaarheid en hoeveelheid. Bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering, ook mag er niet worden afgewenteld. Het buitengebied vraagt hierbij speciale aandacht door de veranderingen die hier plaats vinden zoals het ontstaan van camper(parkeer)plaatsen, migrantenhuisvesting, etc. Het Waterschap geeft ons hierbij advies.

Bijzondere aandacht besteden we in dit Wrp aan de glastuinbouwsector, vanwege de kansen die daar liggen op het verbeteren van de waterkwaliteit en waterkwantiteit. De capaciteit van bestaande systemen is daar beperkt en niet ontworpen op bedrijfsmatige lozingen.

Glastuinbouw

Aanleiding en context: De KRW-opgave in de glastuinbouw

De glastuinbouwsector in onze gemeente staat voor een grote kwaliteitsopgave in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het doel van de KRW is het bereiken van een goede chemische en ecologische toestand van onze oppervlaktewateren. Voor de glastuinbouw vertaalt dit zich naar de verplichting om te komen tot nul-emissie van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Dit betekent dat er vanuit de teeltactiviteiten geen verontreinigingen in het milieu terecht mogen komen die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. De huidige praktijk en de infrastructuur van de gemeente zijn hierop nog onvoldoende ingericht, wat vraagt om een gerichte en gezamenlijke aanpak.

Probleemstelling: Lozingen op bodem en oppervlaktewater

Om de KRW-doelen te halen, is het essentieel dat er geen ongezuiverde lozingen van bedrijfsafvalwater of proceswater meer plaatsvinden op de bodem of het oppervlaktewater. Dergelijke lozingen, bijvoorbeeld van spoelwater van filters, condenswater of drainwater, vormen een groot risico voor de waterkwaliteit. Via de bodem kunnen deze stoffen uitspoelen naar het grondwater of afstromen naar nabijgelegen sloten en beken. In de glastuinbouwgebieden is dit een urgent aandachtspunt, omdat het water van deze percelen direct van invloed is op de ecologische kwaliteit van de regionale watergangen die door Waterschap Limburg worden beheerd.

Randvoorwaarde: Beperkingen van de riolering in het buitengebied

Het is van groot belang om te benadrukken dat de aanwezigheid van riolering in het buitengebied geen oplossing biedt voor deze problematiek. De gemeentelijke riolering, met name in het buitengebied, is primair ontworpen voor de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater. Deze riolering is niet toegerust op de inzameling van bedrijfsmatige lozingen zoals die in de glastuinbouw vrijkomen.

Het aansluiten van glastuinbouwbedrijven op de riolering is om meerdere redenen niet geschikt en niet toegestaan:

Capaciteit: De rioolbuizen zijn vaak te klein gedimensioneerd voor de grote volumes drainage- of regenwater die bij piekbuien vrijkomen.

Zuiveringstechnisch: Het hemelwater- en drainagewater van kassen mag niet worden vermengd met huishoudelijk afvalwater; dit verstoort het zuiveringsproces op de RWZI en kan resten van gewasbeschermingsmiddelen bevatten die niet door de reguliere zuivering verwijderd kunnen worden.

Bedrijfsvoering: Het lozen van bedrijfsafvalwater op de riolering is in beginsel niet toegestaan zonder een specifieke vergunning of melding, waarbij vaak een zuiveringsheffing van toepassing is. De focus moet liggen op hergebruik en verwerking op eigen terrein, niet op afwenteling naar de gemeente.

Gezamenlijke aanpak: Drie partijen, één doel

Om de KRW-opgave in de glastuinbouw daadkrachtig aan te pakken, werken wij intensief samen met Waterschap Limburg en, cruciaal, met de glastuinbouwondernemers zelf. Alleen door de krachten te bundelen kunnen we de waterkwaliteit daadwerkelijk verbeteren. In deze aanpak zijn de rollen en verantwoordelijkheden helder verdeeld:

De ondernemer: Draagt de primaire verantwoordelijkheid voor een schone bedrijfsvoering. Dit betekent investeren in gesloten watersystemen, hergebruik van drainwater, en het treffen van voorzieningen om emissie naar bodem en oppervlaktewater te voorkomen. De ondernemer is aan zet om zijn bedrijfsvoering toekomstbestendig en emissieloos te maken. Als gemeente denken we hier samen met Waterschap Limburg in mee wat wel en niet kan op een locatie.

Het Waterschap: Is als vergunningverlener en handhaver verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Zij toetsen bedrijven op emissies, geven voorlichting over de regelgeving en handhaven op de nul-emissieverplichting.

De Gemeente: Richt zich vanuit het Water- en Rioleringsprogramma op de ruimtelijke en infrastructurele randvoorwaarden.

Wij faciliteren, informeren en adviseren bedrijven over de mogelijkheden van (her)gebruik van water op eigen terrein. Daarnaast fungeren wij als verbindende schakel tussen de sector en de waterbeheerder, en bewaken wij dat de beperkte capaciteit van het riool in het buitengebied niet wordt overschreden. Waar mogelijk leveren we op kosten van de ondernemer maatwerk. In de samenwerking met ruimtelijke ontwikkeling en economie (team omgevingsontwikkeling) zorgen we ervoor dat bedrijven ruimte hebben en houden voor deze opgaven. Waarbij onze inzet in verhouding blijft tot de verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf.

Gezamenlijk streven wij naar een toekomstbestendige glastuinbouwsector waarin bedrijfsvoering en waterkwaliteit hand in hand gaan, met als uitgangspunt: schoon water begint bij een schone bedrijfsvoering, zonder afwenteling op bodem, oppervlaktewater of riolering.

4 Afvloeiend hemelwater

Hemelwater omvat regen, sneeuw, hagel en andere vormen van neerslag. Afvloeiend hemelwater is water dat niet door de grond wordt opgenomen, maar in plaats daarvan over het oppervlak stroomt.

Vasthouden op eigen terrein – infiltreren en bergen – afvoeren

Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor het inzamelen van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren het water niet zelf kunnen afvoeren naar de bodem of het oppervlaktewater. Hierbij hanteren wij een vaste voorkeursvolgorde. Allereerst verwachten wij dat water op eigen terrein wordt vastgehouden, zodat het water blijft waar het valt. Dit geldt zowel voor gemeentelijk openbaar terrein als voor private percelen van particulieren en bedrijven.

Wanneer vasthouden niet voldoende of niet mogelijk is, komt de volgende stap: infiltreren en bergen. Dit betekent dat wij het water zoveel mogelijk in de bodem laten infiltreren of het tijdelijk bergen. Het tijdelijk bergen van water op straat of in de (openbare) ruimte hoort er ook steeds meer bij. Pas wanneer infiltreren en bergen niet mogelijk is, gaan wij over tot de laatste stap: het afvoeren van water naar het oppervlaktewater of de rioolwaterzuivering.

Zodra wij als gemeente ervoor kiezen om het water af te voeren naar het oppervlaktewater of de zuivering, blijven wij verantwoordelijk voor de verdere verwerking van dat water.

Afbeelding 9. Vasthouden - bergen - afvoeren (STOWA)
Afbeelding10VasthoudenbergenafvoerenSTOWA.jpg

Schoonhouden – scheiden – zuiveren

We kunnen hemelwater zowel gescheiden van als samen met huishoudelijk afvalwater inzamelen. Ons uitgangspunt is dat gebouwen en percelen geen hemelwater afvoeren naar de gemeentelijke riolering, tenzij dit noodzakelijk is voor de leefbaarheid of de volksgezondheid. Daarbij hanteren we de voorkeursvolgorde schoonhouden – scheiden – zuiveren.

Wij geven de voorkeur aan het schoonhouden van hemelwater. Hemelwater blijft bij voorkeur schoon en infiltreert waar het valt hiermee wordt het zoveel mogelijk vastgehouden in de bodem. Wanneer infiltratie in de bodem niet mogelijk is, kiezen wij ervoor om het hemelwater centraal in te zamelen, maar dan nog steeds gescheiden van het huishoudelijk afvalwater. Pas wanneer ook gescheiden inzameling geen haalbare optie meer is, beschouwen wij zuivering als de laatste stap in de afvalwaterketen. In dat uiterste geval worden hemelwater en huishoudelijk afvalwater gemengd afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Hiermee verminderen we de piekbelasting op het stelsel en zullen er ook minder overstorten plaatsvinden. Dit is bevorderlijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater conform de eisen van de Kader Richtlijn Water (KRW).

Bestaande bouw

Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat we bij een gemengd rioolstelsel hemelwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI. Bij een gescheiden rioolstelsel zamelen we het hemelwater apart in, waar we een voorkeur hebben om het water eerst te infiltreren in de bodem en als dit niet kan lozen we het op het oppervlaktewater. We stimuleren het gescheiden aanleveren van hemelwater en vuilwater. Daarnaast stimuleren we dat overtollig regenwater zoveel mogelijk op het eigen perceel wordt verwerkt.

Als we aan het werk gaan bij rioolvervangingsprojecten of wateroverlastknelpunten en hierbij de mogelijkheid hebben om het gemengde stelsel te vervangen door een gescheiden stelsel dan heeft dat onze voorkeur (afkoppelen). Om het afkoppelen te bevorderen hanteren we de trits ‘stimuleren-faciliteren-afdwingen’. We stimuleren waar dat kan dat inwoners zelf hemelwater afkoppelen van de riolering, we faciliteren het als we in een gebied aan het werk zijn. In het geval van afdwingen kunnen we het lozen van hemelwater op het vuilwater riool verbieden op grond van het omgevingsplan.

Nieuwbouw / verbouw / herinrichting bestaand gebied

Bij nieuwbouwsituaties zamelen we in principe geen hemelwater in. Bij grote ontwikkelingen moet 100 mm gebufferd worden binnen het project waarvan de eigenaar van gebouwen en percelen minstens 50 mm per m2 verhard oppervlak zelf verwerkt binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Binnen 72 uren moeten de bergingsvoorzieningen weer beschikbaar zijn. Voor extreme neerslag wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte.

Bij uitbreiding of vernieuwing van bestaande bebouwing zamelen we als gemeente geen hemelwater in. Ook dan is de eigenaar van gebouwen en percelen verantwoordelijk om het hemelwater te verwerken binnen de eigen perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. In dit geval eisen wij 50 mm berging per m2 verharding op eigen terrein, met een oppervlakkige overloop naar openbare ruimte.

Bij herinrichting van het openbaar gebied zal hemelwater zoveel als mogelijk worden geïnfiltreerd in de bodem. Hierbij wordt ook een bergingsnorm van 50 mm per m2 gehanteerd met een ledigingstijd van 72 uren, tenzij blijkt dat er aanvullende berging of maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de normbui T=10.

Buitengebied

In het buitengebied wordt hemelwater niet door de gemeente ingezameld. De eigenaar van gebouwen en percelen is zelf verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater op het eigen terrein of voor de afvoer naar het oppervlaktewater in overleg met het waterschap. In overleg met de gemeente kan het hemelwater ook in de bodem worden geloosd. Ook het onderhoud van sloten langs percelen, inritten en duikers daaronder zijn verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar.

Voorbereiding op klimaatverandering

Door klimaatverandering gaat het in de toekomst vaker en harder regenen en zullen er langere perioden van droogte zijn. Dit heeft grote invloed op het functioneren van de riolering. De afgelopen jaren zijn er al buien gevallen waarbij het water niet volledig kon worden verwerkt door de riolering. Zoals de bui in mei 2025 waarbij er een bui over Heldingen en Panningen zorgde voor water op straat en overlast.

Wij maken onderscheid in drie situaties:

  • Hinder. Er is sprake van hinder bij korte perioden van water op straat (ongeveer een uur). Op straat worden plassen gevormd van één tot enkele centimeters diep. Hinder treedt op door buien met een herhalingstijd van één of twee keer per jaar.

  • Overlast. Er is sprake van overlast wanneer grote hoeveelheden water op straat blijven staan. Er is geen sprake meer van plasvorming, maar van ondergelopen straten. De straat fungeert hierbij als berging, waarbij het water tussen de stoepranden blijft voor een periode van maximaal vier uren. De wegen en/of fietspaden zijn slecht toegankelijk. Overlast treedt op door buien met een herhalingstijd van eens in de vijf tot tien jaar.

  • Schade. Er is sprake van schade wanneer het regenwater bebouwing en tunnels in stroomt. Wegen zijn slecht bruikbaar. Dit gebeurt bij buien die in theorie ongeveer eens in de vijfentwintig jaar voorkomen (met de kennis van nu). Op gevoelige locatie komt dit vaker voor dan eens per 25 jaar. Gevoelige locaties staan beschreven in het Basisrioleringsplan en de stresstesten. Ook hebben wij aanvullende onderzoeken gedaan naar knelpunten bij extreme regenval die hier informatie over geven.

Water op straat voor korte duur (hinder, ongeveer een uur) zal steeds meer aan de orde zijn. Deze hinder moet worden geaccepteerd, omdat de aanleg van riolering die dergelijke hoeveelheden water kan verwerken extreem duur is en daarmee niet past binnen doelmatig rioleringsbeheer. De huidige riolering is voor het overgrote deel ontworpen op een bui die eenmaal in de twee jaar voorkwam. Die bui valt nu vaker. Verder wordt het ook steeds drukker in de ondergrond door kabels en leidingen, waardoor ondergrondse maatregelen ook steeds moeilijker te nemen zijn.

Hoewel wij proberen zoveel mogelijk overlast en schade te voorkomen, zullen er echter altijd regenbuien kunnen vallen waartegen wij geen maatregelen kunnen treffen. Bovendien hebben lagergelegen woningen en bedrijven een verhoogde kans op schade door hevige regenval, omdat het regenwater zich verzamelt op lagergelegen locaties. Het is dus belangrijk om hier goed op voorbereid te zijn en de juiste verwachtingen te hebben.

Overlast en schade willen we zoveel mogelijk voorkomen om de leefbaarheid op peil te houden. Waar mogelijk laten we het afvloeiend hemelwater in de bodem infiltreren of leiden het via het oppervlak naar open water. Hierbij hebben we de voorkeur voor eerst het water bergen voordat het wordt afgevoerd.

Onze inwoners en bedrijven hebben ook een rol bij het opvangen van hevige buien en de gevolgen hiervan te verkleinen. Ze kunnen ervoor zorgen om zo min mogelijk verharding op eigen gebied te hebben, hierdoor kan het water in de bodem zakken en stroomt het niet direct naar de straat en de riolering.

5 Grondwater

Grondwater is al het water dat zich in de bodem bevindt. Grondwater is een regionaal systeem. Afbeelding 11. Grondwater geeft schetsmatig de grondwatersituatie weer.

Het grondwater wordt voornamelijk aangevuld door neerslag en door toestroming vanuit het oppervlaktewater. Tijdens langdurige droogte daalt de grondwaterstand, terwijl deze in natte perioden weer stijgt. Er is dus altijd sprake van natuurlijke schommelingen in het grondwaterpeil. Een grondwaterstand tot maximaal 0,5 m onder vloerpeil hoort bij een normale situatie.

Afbeelding 10. Grondwater
Afbeelding11Grondwater.jpg

Te veel en te weinig grondwater

De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige maatregelen op openbaar terrein tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de bestemming van de grond. Deze verantwoordelijkheid omvat ook de coördinatie en het onderzoek bij grondwaterklachten. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de waterdichtheid en staat van hun constructies. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor klachten.

Net als bij de hemelwaterzorgplicht geldt dat wij maatregelen nemen tegen grondwateroverlast in openbaar gebied, tenzij de overlast aantoonbaar het gevolg is van onrechtmatig handelen of nalaten van een aangrenzende eigenaar, overheid of particulier. Klimatologische omstandigheden, zoals incidentele extreme neerslag, kunnen tijdelijk tot een hogere grondwaterstand leiden. Dit vermindert de gebruiksfunctie tijdelijk, maar is niet automatisch een lange termijn aantasting. Een normaal maatschappelijk risico ligt daarom bij de perceeleigenaar, die incidentele overlast in zekere mate moet accepteren of zelf oplossen.

 Onder structurele gevolgen verstaan wij een wederkerende (minimaal jaarlijkse) te hoge grondwaterstand die ten minste drie jaar aanhoudt – dus geen incident – én waarbij meldingen bestaan over structureel nadelige gevolgen. Van zulke nadelige gevolgen is sprake bij een significante belemmering van het normale gebruik volgens het bestemmingsplan of omgevingsplan, bij chronische gezondheidsklachten, of bij schade aan gebouwen of infrastructuur. In bijlage VI Stroomschema’s grondwater staan stroomschema’s met de normeringen en het handelingsperspectief die wij per situatie hanteren.

Omgaan met grondwater

Eigenaren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater op hun eigen terrein. Concreet betekent dit dat gebouwen moeten voldoen aan de bouwregels: bij nieuwbouw, renovatie of funderingsherstel is waterdicht bouwen het uitgangspunt. Eigenaren worden geacht hun panden zodanig te ontwerpen en onderhouden dat grondwater geen constructieve schade of binnendringend vocht veroorzaakt. Alleen zo kan voorkomen worden dat er sprake is van natte kelders.

Alleen wanneer het voor eigenaren niet haalbaar en niet doelmatig is om aan deze verantwoordelijkheden te voldoen, en bovendien de leefbaarheid of volksgezondheid in het geding is, kan de gemeente een uitzondering maken. Deze uitzondering geldt uitsluitend voor de gebouwde omgeving, zonder onderscheid naar gebiedstype. In alle gevallen is het niet toegestaan grondwater op het riool te lozen.

De gemeente beschikt over een grondwatermeetnet om zicht te houden op de lokale situatie. Dit meetnet biedt inzicht in grondwaterstanden en -fluctuaties en geeft een grof beeld van het gedrag van het freatische grondwater. Wanneer een inwoner zich met een grondwatervraag meldt, helpen wij hem of haar verder. Waar nodig schakelen wij het Waterschap Limburg in. Bij de beoordeling toetst de gemeente of de inwoner heeft voldaan aan de bouwregels, waaronder de waterdichtheidsplicht. Alleen als dat het geval is en er desondanks onoplosbare grondwaterproblemen blijven bestaan, komt de inwoner in aanmerking voor verdere gemeentelijke ondersteuning.

Ter verduidelijking van de verwachtingen rondom gebiedsontwikkeling is in bijlage VII Tabellen gebiedsontwikkeling een overzichtstabel opgenomen. Deze tabel scherpt de toetsingscriteria en werkwijzen aan en biedt bewoners en initiatiefnemers een helder kader: wat zij van de gemeente mogen verwachten en wat er van henzelf wordt verwacht, inclusief de eigenverantwoordelijkheid zoals waterdicht bouwen en het voorkomen van grondwateroverlast op eigen terrein.

 Grondwaterkwaliteit

Naast de kwantiteit is ook de kwaliteit van grondwater erg belangrijk. Vanuit de drinkwaterwet en de Kader Richtlijn Water (KRW) hebben wij hier ook een (zorg)plicht in. We hebben oog voor de kwaliteit van het grondwater en zetten ons in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij activiteiten zoals nieuwe initiatieven of afkoppelen houden we hier rekening mee. We koppelen alleen af in gebieden waar dat wat het grondwater betreft kwalitatief en kwantitatief acceptabel is.

6 Oppervlaktewater

Oppervlaktewater is het water dat zich op het oppervlak van de aarde bevindt, op gemeentelijk niveau zijn dat beken, kanalen, vijvers en sloten. Dit water is direct toegankelijk en zichtbaar, in tegenstelling tot grondwater dat zich onder de aardbodem bevindt. Oppervlaktewater speelt een cruciale rol in het ecosysteem, de waterhuishouding en bij menselijke activiteiten zoals drinkwatervoorziening, landbouw en industrie.

We hebben als gemeente een aantal oppervlaktewateren onder ons beheer. Deze beheren we als onderdeel van ons hemelwaterstelsel omdat het hemelwater zo nodig afvoert uit onze (bebouwde) omgeving. We zorgen ervoor dat de afvoercapaciteit op orde blijft door bijvoorbeeld regelmatig te baggeren. Aandachtspunt hierbij zijn de sloten en duikers in het buitengebied. In principe is de aangrenzende perceeleigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud van deze sloten en duikers. Om een goede werking te garanderen, gaan we hier, samen met het waterschap, beter op toezien.

In onze gemeente hebben we de volgende KRW-wateren: Everlose beek, bovenloopjes van Noord Limburg, Kwistbeek en de Groote Moolenbeek. Deze zijn te zien in Afbeelding 11. KRW-waterlichamen in Peel en Maas en in meer detail in bijlage VIII KRW opgave Peel en Maas. Er zijn ook wateren die niet aangewezen zijn als KRW-water, maar wel van invloed zijn op de waterkwaliteit van de KRW-waterlichamen omdat ze erin uitmonden.

Afbeelding 11. KRW-waterlichamen in Peel en Maas
Afbeelding12KRWwaterlichameninPeelenMaas.jpg

4 Plan: wie doet wat, samenwerken, regels

1 Gemeentelijke zorgplicht

We zijn verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur stemmen we ons beleid af met andere overheden, zoals het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat. Ook werken we goed samen met het drinkwaterbedrijf WML en omliggende gemeenten. In Afbeelding 12. Verantwoordelijkheden zijn de zorgplichten samengevat die de gemeente, overheidsinstellingen en inwoners hebben in de waterketen.

Afbeelding 12. Verantwoordelijkheden
Afbeelding13Verantwoordelijkheden.jpg

Wat is er veranderd onder de Omgevingswet?

De zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen zijn ongewijzigd opgenomen in de Omgevingswet artikel 2.16. De Waterwet en Wet milieubeheer zijn (voor het overgrote deel) vervallen.

De regels voor lozingen uit de AMvB’s (Besluit lozen afvalwater huishoudens, Besluit lozen buiten inrichtingen, Activiteitenbesluit) staan nu voor een deel in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De regels die niet in het Bal zijn opgenomen, zijn met de bruidsschat voor gemeenten meegekomen naar het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Over deze regels moet voor 2032 worden besloten of we ze handhaven, aanpassen of verwijderen.

Ook belangrijk is artikel 8.22 uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, zie tekstkader.

In Waterpanel-Noord verband is gewerkt aan diverse ‘Bouwstenen’ voor het opnemen van regels in het omgevingsplan.

Artikel 8.22 (beoordelingsregels milieubelastende activiteit gevolgen voor watersystemen)

1. Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die gevolgen kan hebben voor watersystemen, en voor zover het gaat om het beschermen van het milieu, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  • a.

    het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;

  • b.

    het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en

  • c.

    het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam.

2 Samenwerking

Binnen de gemeente wordt samengewerkt met diverse afdelingen en sectoren die actief zijn in de openbare ruimte, waaronder de afdelingen Wegen en Groen. Wij hanteren een integrale werkwijze en signaleren waar mogelijk koppelkansen met andere projecten. Deze integrale benadering vereist een zorgvuldige afstemming en samenwerking met de betrokken afdelingen zoals RO.

We werken ook samen met de Omgevingsdienst Noord-Midden Limburg en de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschap (BsGW). Een omgevingsdienst ondersteunt gemeenten en provincies bij taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de fysieke leefomgeving. Zij zorgen ervoor dat regels voor milieu, bouwen en veiligheid worden nageleefd. BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband voor heffing en inning van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen en voor uitvoering van de wet WOZ.

Met omliggende gemeenten werken we samen in het verband van de regio Waterpanel Noord. Hierbij zitten ook Waterschap Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg. Waar mogelijk voeren we samen onderzoeken uit, wisselen we kennis uit en voeren we werkzaamheden samen uit.

We werken ook samen met bedrijven en inwoners omdat zij ook duidelijk een eigen rol hebben als het gaat om de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater.

3 Wat verwachten we van inwoners en bedrijven

Klimaatadaptatie

Een groot deel van het oppervlak in de gemeente is eigendom van particulieren en bedrijven. Daarom dragen zij ook verantwoordelijkheid voor het zo klimaatadaptief maken van de gemeente. Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Wettelijk zijn zij verplicht om het water wat op hun perceel valt, zelf te verwerken, tenzij dat redelijkerwijs niet kan, dan is de gemeente aan zet.

Functioneren van de riolering

Wij kunnen als gemeente veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering en het watersysteem, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Onze inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen dat de inwoners en bedrijven helpen bij het goed laten functioneren van de riolering en het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving. Daarom spreken we in dit Wrp een aantal verwachtingen uit.

  • a.

    Wij verwachten dat inwoners en bedrijven het riool verstandig gebruiken en alleen de 3 P's door het toilet spoelen: Plas, Poep en (toilet)Papier.

  • b.

    Wij verwachten dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en beheerd, dat geldt ook voor aansluitingen op minigemalen waar geen hemelwater op mag worden geloosd.

  • c.

    Wij verwachten dat inwoners en bedrijven hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen.

  • d.

    Wij verwachten dat water-op-straat meer wordt geaccepteerd.

  • e.

    Wij verwachten dat inwoners bij grondwateroverlast controleren of hun woning (ook de kelder) voldoende waterdicht is. Is die niet waterdicht, dan kan er water in de kelder komen te staan.

  • f.

    Wij verwachten dat inwoners en bedrijven geen afval, vervuilende stoffen of exoten op het oppervlaktewater lozen.

  • g.

    Wij verwachten dat wateroverlast en droogte worden gezien als gezamenlijke opgave, waarbij inwoners zelf ook maatregelen nemen zoals het groen inrichten van eigen tuin, groene daken en het afkoppelen van regenpijpen.

  • h.

    Wij verwachten dat inwoners verharding in hun tuin verminderen en vervangen door plantvakken, geveltuinen of halfverharding, zodat regenwater direct in de bodem kan infiltreren.

  • i.

    Wij verwachten dat inwoners en bedrijven bijdragen aan het herstel van de waterhuishouding door grondwater op eigen terrein zoveel mogelijk te laten infiltreren.

  • j.

    Wij verwachten dat zichtbaar water – zoals vijvers, beken en singels – wordt omarmd als onderdeel van de leefomgeving, en dat inwoners helpen deze schoon en vrij van vervuiling te houden.

  • k.

    Als gemeente zamelen we het huishoudelijke afvalwater en zo nodig het hemelwater onder voorwaarden in op een door de gemeente aangegeven plaats en hoogte. Dat kan betekenen dat inwoners en bedrijven op eigen terrein maatregelen moeten treffen om dit mogelijk te maken (dit moet nog worden vastgelegd in het omgevingsplan).

Door gezamenlijke inzet en een duidelijk communicatieplan maken we helder wat we van elkaar verwachten. Zo zorgen we er samen voor dat onze leefomgeving leefbaar, veilig en veerkrachtig blijft, ook bij extreme weersomstandigheden. Daarnaast streven we naar maatwerkoplossingen op lokaal niveau voor de problemen die zich voordoen.

Wat betreft de IBA’s zijn wij als gemeente bevoegd gezag voor lozingen in de bodem, dus ook voor de bodemlozende IBA’s. Het waterschap is bevoegd gezag voor lozingen op het watersysteem, dus ook de lozingen van IBA’s die lozen op oppervlaktewater.

Zorgplicht lozers

In de omgevingswet is opgenomen dat iedereen voldoende zorgdraagt voor de fysieke leefomgeving (artikel 1.6). Daar vallen ook alle voorzieningen voor onze watertaken onder. Eenzelfde bepaling is ook opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL 2.11) en in de Bruidsschat artikel 22.44.

Deze zorgplicht betekent onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Dit met het oog op de doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet moet worden gerecycled of ook met het vaste afval worden weggegooid. Ook hoort hemelwater niet op mechanische riolering te worden geloosd, dat verstoort de werking.

Dit betekent voor ons als gemeente dat we inwoners en bedrijven daarop kunnen aanspreken en zonodig handhavend kunnen optreden. Ook moeten we als gemeente regelmatig communiceren wat wel en niet mag met riolering en stedelijk water.

Omgevingswet artikel 1.7. (activiteit met nadelige gevolgen)

Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:

  • a.

    alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,

  • b.

    voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken,

  • c.

    als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

5 Programma: wat hebben we nu?

1 Totaaloverzicht voorzieningen

Onze gemeente heeft een areaal aan voorzieningen die onze riolering vormen en ondersteunen. In Afbeelding 13. Tabel - Areaal is een overzicht gegeven.

Afbeelding 13. Tabel - Areaal
Afbeelding14TabelAreaal.jpg
Afbeelding 14. Verdeling vrijvervalriolering
Afbeelding15Verdelingvrijvervalriolering.jpg

In de gemeente is het grootste aandeel van de vrijvervalriolering gemengde riolering. Vanaf de jaren ’70 werd er steeds meer gescheiden riolering aangelegd (zie Afbeelding 15. Aanlegdecennia vrijvervalriolering).

Afbeelding 15. Aanlegdecennia vrijvervalriolering
Afbeelding16Aanlegdecenniavrijvervalriolering.jpg
Afbeelding 16. Plattegrond riolering met riooltypen
Afbeelding17Plattegrondrioleringmetriooltypen.jpg

Gedetailleerde informatie over de lay-out van de stelsels is opgenomen in het rioleringsbeheersysteem en vastgelegd in de hydraulische berekeningen en basisrioleringsplannen/systeemoverzichten stedelijk water (BRP/SSW), waaronder de stelselgegevens en gegevens van de overstorten van waaruit (incidenteel) wordt geloosd. Wijzigingen t.o.v. de situatie in de BRP’n zullen met de betreffende waterbeheerder worden overlegd.

2 Stedelijk afvalwater en hemelwater

Technische staat

Vrijvervalriolering

De vrijvervalriolering verkeert over het algemeen in een goede staat. Jaarlijks wordt ongeveer 10% van het totale areaal gereinigd en geïnspecteerd. Deze inspecties worden uitgevoerd volgens de actuele NEN-EN-normen. Op basis van de inspectieresultaten en bijbehorende beoordelingen bepalen we welke acties nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. Daarna stellen we een maatregelenpakket op waarin is vastgelegd welke maatregel (reparatie, renovatie of vervanging) nodig is en op welk moment dit zal plaatsvinden.

Gemalen en drukriolering

Elk hoofdgemaal wordt minimaal 1 keer per jaar gereinigd en 1 keer per jaar geïnspecteerd. Elke drukrioleringsunit wordt 1 keer per jaar gereinigd en 1 keer in de 2 jaar conform de BRL geïnspecteerd. Op basis van de inspectie wordt er beoordeeld welke onderdelen toe zijn aan vervanging. Voor het veilige en correcte beheer van de drukriolering en gemalen heeft de gemeente een bedrijfsvoeringsplan opgesteld.

De huidige onderhoudstoestand van de gemalen en drukrioleringsunits is volgens verwachting.

Om de werking van de drukriolering te waarborgen is het niet toegestaan om hemelwater te lozen op de drukriolering. Hemelwater verstoort namelijk de werking van drukriolering. Hierop voeren we periodiek controles uit. Het reinigen, periodiek inspecteren en kleine reparaties bij de drukriolering voeren we zelf uit.

Individuele installaties voor behandeling van afvalwater (IBA’s)

We hebben 113 IBA’s als gemeente in beheer. Deze IBA’s bevinden zich voornamelijk bij verspreide bebouwing in het buitengebied en worden onderhouden door het waterschap. Aansluiting op drukriolering is door de afstand vanaf het perceel naar de drukriolering niet mogelijk.

Persleidingen en drukleidingen

Bij pers- en drukriolering vindt er onderzoek en onderhoud plaats wanneer er aanleiding toe is, zoals een verminderd functioneren van de gemalen en drukunits.

Werking

De riolering van onze gemeente functioneert over het algemeen goed. De meest actuele doorrekening van het gehele areaal vond plaats in 2024. Hierbij zijn een stresstest voor hevige buien en een milieutoets uitgevoerd, aangevuld met inundatiekaarten voor het hele gebied op basis van:

• Inundatiekaarten_Peel en Maas_T=2 (composietbui C2_2050_H)_dekkend

• Inundatiekaarten_Peel en Maas_T=5 (composietbui C5_2050_H)_dekkend

• Inundatiekaarten_Peel en Maas_T=10 (composietbui C10_2050_H)_dekkend.

De laatste milieukundige doorrekening van alle overstorten dateert van 2025 (Bureau Kragten Limburg). Maatgevend is de T=2-gebeurtenis: 18,0 mm in 60 minuten. Waterschap Limburg gebruikte deze resultaten voor de ecologische toestandsbepaling (KRW-toetsing).

Ook in onze gemeente komen foutaansluitingen voor. Dat zijn aansluitingen van vuilwater op hemelwaterriolering en van hemelwater op vuilwaterriolering (zoals bijvoorbeeld drukriolering). Controle op foutaansluitingen maakt structureel onderdeel uit van de onderhoudswerkzaamheden aan de riolering. De perceeleigenaren worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden waardoor de foutaansluitingen worden opgeheven.

De kolken reinigen we regelmatig. We zijn overgegaan op risicogestuurd onderhoud: daar waar kolken steeds problemen veroorzaken, kijken we op detailniveau wat we kunnen doen en passen we zo mogelijk de onderhoudsfrequentie aan.

Afkoppelen

Afkoppelen is het er voor zorgen dat (relatief) schoon hemelwater niet meer naar de RWZI wordt afgevoerd. Het hemelwater wordt dan in de bodem geïnfiltreerd of naar oppervlaktewater afgevoerd. Het afkoppelen van verhard oppervlak is een veel toegepaste maatregel om overstortingen en wateroverlast door hemelwater te verminderen. Daarnaast helpt deze aanpak om verdroging tegen te gaan. In onze gemeente leggen we meestal een aanvullend rioolstelsel aan, waarmee hemelwater gescheiden van afvalwater kan worden geïnfiltreerd via een IT-riool of kan worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Afkoppelen vindt uitsluitend plaats wanneer dit kan worden gecombineerd met andere werkzaamheden of wanneer sprake is van een KRW-opgave.

Binnen de gemeente geldt sinds 2017 een verordening voor de afvoer van hemel- en grondwater, deze is sinds 2024 van rechtswege opgenomen in het Omgevingsplan. Op basis hiervan kunnen gebieden worden aangewezen waar het niet is toegestaan om afstromend hemelwater en grondwater te lozen op het openbare vuilwaterriool. Op wetten.overheid.nl is terug te vinden welke gebieden dit betreft.

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de kwaliteit van afstromend hemelwater. Daaruit komt naar voren dat hemelwater van bedrijventerreinen beter niet kan worden afgekoppeld. Ook in andere gebieden is hemelwater niet altijd even schoon. Daarom kan afkoppelen het beste via een bodempassage (zoals bij een wadi) gebeuren, eventuele vervuiling hecht zich dan aan de gronddeeltjes in de bovenste laag, die na verloop van tijd vervangen zal moeten worden. We maken bij de afwegingen ook gebruik van het stroomschema “verantwoord omgaan met hemelwater in Limburg”.

Afbeelding 17. Stroomschema verantwoord omgaan met hemelwater
Afbeelding18Stroomschemaverantwoordomgaanmethemelwater.jpg

3 Grondwatermaatregelen

Op de meeste locaties binnen de gemeente bevindt het grondwater zich op voldoende diepte onder het maaiveld. In het gebied komen verschillende bodemsoorten voor, zoals veen, zand en klei, al dan niet met leemlagen, waarvan sommige een beperkte waterdoorlatendheid hebben. Over het algemeen doen zich weinig grondwaterproblemen voor. Met uitzondering van 2023 en 2024, door extreme neerslag en een verzadigde bodem.

De gemeente beschikt over een beperkt grondwatermeetnet. Dit meetnet bestaat uit peilbuizen van onder andere de Waterleidingmaatschappij Limburg en Waterschap Limburg, aangevuld met metingen bij nieuwbouwlocaties. Dit meetnet biedt geen volledig beeld van de grondwatersituatie, waardoor het wenselijk is om het verder uit te breiden, met name binnen de kernen.

Peel en Maas is gelegen binnen de Roerdalslenk, een geologisch verzakkingsgebied dat wordt begrensd door verschillende breukzones, waaronder de Peelrandbreuk. Deze geologische structuur beïnvloedt de bodemopbouw en grondwaterstromen in de regio. Hierdoor kunnen lokaal verschillen ontstaan in grondwaterstanden, infiltratiecapaciteit en kweldruk. Bij de inrichting van het watersysteem en ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met deze natuurlijke ondergrondse processen.

4 Oppervlaktewater

Om het overtollige hemelwater uit de bebouwde omgeving af te voeren, is een stelsel van sloten en duikers aanwezig. We hebben nog geen volledig inzicht in waar welke duikers liggen. Wel zijn al duikers aan renovatie of vervanging toe. Dat leidt vaak tot hoge kosten. In de praktijk blijken de duikers niet altijd even goed te functioneren, waardoor opstuwing en hoge waterstanden optreden, met soms overlast.

Het onderhoud aan oppervlaktewateren die deel uitmaken van ons hemelwaterstelsel wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen uit Afbeelding 19. Tabel - Oppervlaktewateren. Voor kansrijke, grotere percelen – waar ruimte is voor ecologische ontwikkeling – passen we maatwerkbeheer toe dat specifiek is gericht op het versterken van de biodiversiteit. Dit maatwerkbeheer omvat onder andere begrazing met geiten en schapen, waarmee we een natuurlijker en gevarieerder water- en oeverbeheer realiseren, afgestemd op de lokale situatie en ecologische doelen.

Afbeelding 18. Tabel - Oppervlaktewateren
Afbeelding19TabelOppervlaktewateren.jpg

5 Klachten en meldingen

Jaarlijks ontvangen we klachten en meldingen die te maken hebben met riolering en water. In 2024 en 2025 waren dat gemiddeld jaarlijks 210 storingen in de drukrioleringsgemalen en 74 storingen in de hoofdgemalen.

Van de bewoners kwamen in 2024 609 meldingen binnen en in 2025 492. Veel klachten komen over verstopte kolken, water op straat na een regenbui en stankklachten na een overstorting. Indien mogelijk wordt hier zo snel mogelijk actie op ondernomen.

Afbeelding 19. Voorbeeld klachtendashboard 2024
Afbeelding20Voorbeeldklachtendashboard2024.jpg

We ontvangen bijna elk jaar ook enkele meldingen die pas na onderzoek en grootschaliger maatregelen kunnen worden verholpen. Het aantal meldingen is vaak afhankelijk van de weersomstandigheden. Deze meldingen gaan over hemelwateroverlast en grondwateroverlast. De meldingen over hemelwateroverlast komen voort uit hevige buien. Tijdens en na deze buien wordt duidelijk waar het water niet voldoende wegloopt en zo overlast veroorzaakt. Bij het opstellen van het BRP+ analyseren we hierop en zoeken we naar oplossingen.

2023 en 2024 waren extreem natte jaren. Dat had tot gevolg dat ook de grondwaterstand hoger was dan normaal, en dat zorgde voor natte kelders en kruipruimtes.

6 Verordeningen, vergunningen en leidraden

Vergunningen

Lozingen van afvalwater op de riolering (indirecte lozingen) worden geregeld op basis van de Omgevingswet en de AmvB Besluit Activiteiten Leefomgeving. De vergunningverlening en controle/handhaving van omgevingsvergunningen en algemene regels hebben we ondergebracht bij het team VTH. Deels zijn werkzaamheden ondergebracht bij de RUD, die houden bijvoorbeeld toezicht. De milieu-inspecteurs bezoeken met een zekere regelmaat de bedrijven. Waar nodig worden afvalwatermonster genomen en beoordeeld.

Voorkomen moet worden dat bedrijven stoffen lozen op de riolering die de juiste werking van RWZI kunnen verstoren. Het waterschap is niet verplicht een dergelijke afvalwaterstroom te zuiveren. Het is voor de juiste werking van de RWZI belangrijk te weten welke stoffen, waar en in welke hoeveelheden op de riolering geloosd worden. Bij vergunningverlening zoeken we daarom de samenwerking met het waterschap als zaken en belangen elkaar raken. Op die manier kunnen we tot een samenhangende aanpak voor problemen bij bedrijven komen.

Verordeningen en regels

Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater

In de aangewezen gebieden zoals beschreven in het omgevingsplan geldt een verplichting tot het afkoppelen van hemelwater en vrijkomend grondwater van het openbare vuilwaterriool. Het lozen van hemelwater, drainagewater en opgepompt grondwater op het vuilwaterriool is binnen deze gebieden niet toegestaan. Deze verplichting richt zich op eigenaren van bouwwerken en terreinen en is bedoeld om het rioolstelsel doelmatiger en toekomstbestendig te laten functioneren.

De verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater geldt sinds 2024.

Verordening rioolheffing Peel en Maas 2026

De Verordening rioolheffing Peel en Maas 2026 legt vast dat eigenaren van percelen die zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering een directe belasting betalen van €318,60 per perceel, met uitzondering van ongebouwde percelen. De heffing dekt de kosten van inzameling, transport en zuivering van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, evenals de afvoer van hemel- en grondwater en maatregelen tegen nadelige gevolgen van de grondwaterstand.  

Overige regels

In de ‘Regeling privaatrechtelijke tarieven openbare ruimte’ van 2 september 2025 zijn de tarieven vastgelegd voor rioolaansluitingen en de voorwaarden die daarbij horen.

Binnen Peel en Maas gelden “nadere regels voor het maken of veranderen van uitwegen”. Daarin staat onder andere dat de aanleg van een uitweg niet te koste mag gaan van onder andere infiltratievoorziening, beek, sloot, etc. In artikel 7 staan regels voor een toe te passen duiker, waarbij de onderhoudsplicht bij de aanvrager/melder is gelegd.

Ook zijn er gemeentelijke regels voor het omgaan met verstoppingen. Deze staan op de website van de gemeente.

Leidraad Water Peel en Maas

De leidraad voor de gemeente Peel en Maas is opgesteld om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren door middel van effectief waterbeheer in de openbare ruimte. Het richt zich op het benutten van (afval)water en duurzame omgang met water, waarbij de gemeente nauw betrokken is bij het ontwerp van watersystemen om de juiste keuzes te garanderen. De richtlijn voorziet in duidelijke processtappen en eisen voor initiatiefnemers, het team omgevingsontwikkeling, externe ontwikkelaars én het team openbare ruimte, waardoor duurzame en klimaatadaptieve maatregelen worden geïmplementeerd. De richtlijn onderscheid 3 fases:

  • Onderzoeksfase: Tijdens de onderzoeksfase moeten initiatiefnemers waterbergingsoplossingen integreren. Voor grote ontwikkelingen is een totale waterberging van 100 mm vereist binnen het project, waarvan 50 mm op particulier terrein. Bij toepassing van groene daken wordt ten minste 25 liter per m² gerealiseerd. Verder is het essentieel dat het hemelwatersysteem wordt ontworpen conform de juiste randvoorwaarden en dat er minstens 10% ruimte voor openbaar groen en oppervlakkige waterberging is gereserveerd.

  • Ontwerpfase: In de ontwerpfase worden voorkeuren voor bovengrondse infiltratievoorzieningen benadrukt. Het ontwerp moet bovengrondse oplossingen voor hemelwater bevatten die bijdragen aan biodiversiteit en vergroening. Er gelden specifieke dimensierichtlijnen voor vuil- en hemelwaterleidingen en ontwerpstandaarden voor verschillende typen bouwoppervlakken.

  • Realisatiefase: De realisatiefase omvat strikte controle- en toetsingsmomenten, zoals inspecties van nieuwe rioleringen om waterdichtheid te garanderen en foutaansluitingen te voorkomen en het uitvoeren van een 0-meting voor infiltratievoorzieningen. Tevens zijn er afspraken voor de nazorgperiode, waarin onderhoud van waterbergende voorzieningen zoals wadi’s wordt gewaarborgd.

6 De opgave: wat gaan we doen?

1 Aan de slag

We willen onze doelen bereiken. Dit doen we door het huidige stelsel in stand te houden, de kwaliteit te monitoren en waar dat nodig is te verbeteren. Hiervoor voeren we onderzoek en maatregelen uit. Daarnaast letten we er in nieuwe situaties op dat we riolering aanleggen en het gebied klimaatadaptief inrichten in lijn met de Omgevingsvisie. Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2026 en exclusief BTW.

2 Stedelijk afvalwater en hemelwater

Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw

We sluiten alle nieuwbouw in de kernen aan op riolering. In nieuwbouwgebieden wordt stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden. Voor nieuwbouwlocaties ontwerpen we riolering volgens de laatste stand der techniek, in overleg met Waterschap en/of Rijkswaterstaat. Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de ‘weging van het waterbelang’ (voorheen de watertoets). De trits “vasthouden-bergen-afvoeren” is hierbij nog steeds leidend.

Dat betekent ook dat in nieuwe plannen voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water, de zogenaamde “blauwe ruimte”. Om dit te waarborgen, moeten we vanaf het beginstadium van planontwikkelingen worden betrokken (voor de bestemmingsfase). Hiervoor hebben we de Leidraad Water Peel en Maas, zie H5.

We sluiten bebouwing zonder riolering of IBA aan op de riolering mits dat doelmatig is en voldaan wordt aan de afstandscriteria in de bruidsschat / omgevingsplan. In het buitengebied werken we met drukriolering.

De aanvrager van een aansluiting betaalt de kosten voor het aansluiten van nieuwe percelen binnen en buiten de bebouwde kom. Hiervoor wordt voor een standaard rioolaansluiting een vast bedrag in rekening gebracht. Voor alle overige aansluitingen worden de werkelijke kosten betaald.

Onderzoek

We gaan de komende planperiode de overstortingen van vuilwater op het oppervlaktewater registreren. Dit met oog op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en de doelstellingen uit de herijkte Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Daarnaast doen we onderzoeken ter voorbereiding van nieuwe investeringen. Beide typen onderzoek bekostigen we uit onze reguliere onderzoekspost uit de exploitatie.

Maatregelen

Onderhoud

Onderhoudswerkzaamheden zijn deels uitbesteed. We onderhouden het areaal op basis van onderstaande frequenties.

Afbeelding 20. Tabel - Reinigings- en inspectiefrequenties
Afbeelding21TabelReinigingseninspectiefrequenties.jpg

Waar mogelijk werken we er risicogestuurd. Bij risicogestuurd beheer wordt afgestapt van het alleen kijken naar de leeftijd van een object. We reinigen, inspecteren, renoveren of vervangen dan niet meer alleen omdat het zoveel jaar geleden is gedaan, maar kijken naar de noodzaak. Sommige riolen inspecteren we vaker, zoals stamriolen, riolen onder hoofdwegen en inpriklocaties van de drukriolering.

Het reinigen van de straten zorgt ervoor dat er minder vuil in de kolken en riolen terechtkomt. Straatreinigen dient ook andere doelen, daarom worden de kosten voor 51% toegerekend aan de riolering.

Een duiker ten behoeve van een weg of inrit valt onder de verantwoordelijkheid van de beheerder van die weg of inrit. De eigenaar van de inrit is echter zelf verplicht tot onderhoud van de duiker. Indien als gevolg van onvoldoende onderhoud stagnatie van de waterdoorvoer optreedt, komen de kosten voor reiniging en noodzakelijke aanpassingen volledig voor rekening van de eigenaar van de inrit. Dit is geregeld in de 'nadere regels voor uitwegen' (vastgesteld in 2025).

Renovatie en vervanging

Op basis van inspectiegegevens bepalen we welke riolen vervangen of gerelined moeten worden. We gaan hierbij uit van gemiddeld 10% relinen en 90% vervangen. We relinen minder dan de afgelopen jaren. Dat komt onder andere door het meer integraal werken, het gegeven dat afkoppelen en relinen vaak niet samen gaan en dat we het laaghangende fruit grotendeels hebben gehad.

Ook werken we samen met andere beleidsdomeinen binnen de gemeente aan integrale projecten voor klimaatadaptatie, en het gezamenlijk vervangen of onderhouden van wegen en groen. Dit doen we de komende planperiode onder andere bij de herinrichting van Merwijck. Op basis van de geprogrammeerde projecten in de komende jaren, en een langjarige strategische vervangingsplanning op basis van levensduur verwachten we onderstaand patroon in de vervangingskosten.

Afbeelding 21. Benodigd budget voor renovatie en vervanging vrijvervalriolen
Afbeelding22Benodigdbudgetvoorrenovatieenvervangingvrijvervalriolen.jpg

Dit benodigde budget is hoger dan dat waar we in het vorige GRP op uitkwamen. Dat komt onder andere doordat we minder gaan relinen en meer gaan vervangen, onder andere doordat afkoppelen en relinen niet samengaan. Een andere oorzaak is dat de prijzen de afgelopen jaren fors zijn gestegen.

We optimaliseren delen van onze mechanische leidingen in het buitengebied, en vervangen of renoveren gemalen, drukunits, IBA’s waar nodig. De geraamde jaarlijks benodigde bedragen zijn in onderstaande tabel aangegeven.

3 Klimaatadaptatie- en milieumaatregelen

Om bij hevige regenval wateroverlast te voorkomen, doen we de komende jaren een aantal aanpassingen aan onze waterbuffers. We koppelen daarnaast de Koninginnenbuurt en de Fuusstraat af en richten deze duurzaam in. Ook pakken we wateroverlastlocaties als de Bosbeek aan. Met een ondergrondse bergbezinkleiding nabij de Vergelt in Baarlo realiseren we meer waterberging voor de KRW-doelstellingen voor stroomgebied Kwistbeek.

Voor bovenstaande projecten zijn de komende jaren onderstaande bedragen geraamd:

Afbeelding 22. Tabel - Klimaatadaptatie- en milieumaatregelen
Afbeelding23TabelKlimaatadaptatieenmilieumaatregelen.jpg

4 Grondwatermaatregelen

We gaan de komende planperiode het grondwater meetnet uitbreiden. Dit onderzoek wordt bekostigd uit de reguliere onderzoekspost in de exploitatie. Ook letten we bij activiteiten steeds meer op de gevolgen voor de kwaliteit van ons grondwater, ook al liggen er in onze gemeente geen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden.

5 Meerjareninvesteringsprogramma

De beschreven werkzaamheden zijn voor de jaren 2027 tot en met 2031 opgenomen in met Meerjareninvesteringsprogramma (MIP). Een overzicht hiervan is te zien in de volgende tabel.

Afbeelding 23. Tabel - Meerjareninvesteringsprogramma 2027-2031
Afbeelding24TabelMeerjareninvesteringsprogramma20272031.jpg

6 Risicobeheersing

Bij het opstellen van dit Wrp zijn we uitgegaan van aannames en verwachtingen. Het is mogelijk dat er gebeurtenissen plaatsvinden waar we geen rekening mee hebben gehouden, dit zijn risico’s. We noemen hier de belangrijkste risico’s die wij zien, leggen uit waarom we er (nog) geen rekening mee houden en vertellen hoe we ermee omgaan als het risico werkelijkheid wordt.

Afbeelding 24. Cyber veiligheid
Afbeelding25Titeltoevoegen.jpg

Risico: Cyberveiligheid

Digitale dreigingen op maatschappelijk belangrijke systemen zoals riolering groeien. De komende jaren moeten we onderzoeken in hoeverre bijvoorbeeld ons beheersysteem en de besturing van de gemalen gevoelig is voor aanvallen van buitenaf. Welke risico’s treden op bij uitval van de gemalen, installaties en/of sleutelpersonen? Hoe mitigeren we die risico’s? Ook moeten we test- en oefeningsprotocollen ontwikkelen. Stichting RIONED heeft in 2026 een brochure over dit thema uitgebracht.

Risico: een sterk toename van hevige buien

De buien die vallen worden, vooral in de zomer, heviger. Het rioolstelsel is hier niet op ontworpen, waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. Binnen Waterpanel Noord hebben we ingezet op klimaatadaptatie, inclusief lokale risicodialogen. Onze inzet is erop gericht om op de plekken waar het nodig is sneller maatregelen te treffen.

Risico: onvoldoende plek voor water in de openbare ruimte

In het vorige GRP en ook nu is dit een aandachtspunt. Water stroomt altijd naar het laagste punt. De ligging van de weg, bochten en verkeersdrempels zijn daarbij bepalend voor de plaatsen waar het water zich uiteindelijk ophoopt. Bij de herinrichting van de openbare ruimte houden wij daarom rekening met het tijdelijk bergen van water op straat of het afvoeren van water naar een geschikte locatie. Op wegen waar recent geen herinrichting heeft plaatsgevonden, bestaat nog het risico dat er onvoldoende ruimte is om water tijdelijk te bergen.

Hinder door water op straat accepteren wij, schade niet. Onder hinder verstaan wij plassen op straat gedurende een korte periode (circa 1–2 uur) met een beperkte diepte van enkele centimeters. Uit een enquête onder inwoners blijkt dat ruim 60% van de respondenten vindt dat water op straat past bij een veranderend klimaat (bijlage III Enkele resultaten Maptionnaire-enquête).

Bij herinrichtingsprojecten onderzoeken wij de mogelijkheden om water op straat te bergen of via het oppervlak af te voeren. Op de lange termijn wordt zo in de gehele gemeente in de openbare ruimte meer ruimte voor water gecreëerd. Het is daarom belangrijk dat wij vanaf de eerste planfase bij gebiedsontwikkelingen betrokken zijn. Op de korte termijn wordt na een melding van wateroverlast beoordeeld of aanpassing van de openbare ruimte nodig is. De realisatie hiervan kan enige tijd vergen, waardoor overlast en incidenteel ook schade niet altijd direct te voorkomen zijn.

Afbeelding 25. Water op straat
Afbeelding26Titeltoevoegen.jpg

Risico: een onverwachte verslechtering van de toestand van de riolering

De toestand van de riolering is in beperkte mate te voorspellen. Het is mogelijk dat bij een nieuwe rioolinspectie plotseling een groot deel van de riolering een slechtere staat heeft dan verwacht. Ook kan een riool instorten door de belasting van voertuigen op de weg erboven. Indien dit gebeurt, zal er meer moeten worden geïnvesteerd in rioolrenovatie en –vervanging.

Risico: tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel

Landelijk is sprake van een toenemend tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel als gevolg van vergrijzing. Ervaren medewerkers treden met pensioen, terwijl er niet altijd in voldoende mate nieuwe, adequaat gekwalificeerde medewerkers instromen. Dit kan ertoe leiden dat werkzaamheden blijven liggen of op een lager kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.

Binnen Peel en Maas is op dit moment sprake van voldoende personele capaciteit. Indien zich in de toekomst knelpunten voordoen bij het aantrekken van gekwalificeerd personeel, wordt ingezet op het ontwikkelen en uitvoeren van gerichte opleidingstrajecten en het spreiden van werkzaamheden over een langere periode. Daarnaast wordt in dat geval, in samenwerking met Waterpanel Noord, actief gezocht naar passende oplossingen

Risico: onvoldoende of incorrecte gegevens

Bij het maken van plannen gaan we uit van de beschikbare gegevens. We beoordelen of deze gegevens volledig en juist zijn en verzamelen zo nodig extra informatie. Op basis van deze gegevens maken we keuzes en voeren we werkzaamheden uit. Op verschillende plaatsen in het land is gebleken dat na uitvoering van het werk de gebruikte gegevens toch onvoldoende of onjuist waren, waardoor achteraf betere keuzes mogelijk waren geweest.

Databeheer krijgt daarom veel aandacht in onze dagelijkse werkprocessen. Als toch blijkt dat keuzes zijn gemaakt op basis van onvoldoende of onjuiste gegevens, wordt dit – afhankelijk van de financiële en andere gevolgen – gedeeld met collega’s, leidinggevenden, het college van B&W en/of de gemeenteraad.

Risico: rattenbestrijding

De aanwezigheid van ratten in stedelijke gebieden vormt een groeiend probleem, met name in en rondom rioleringssystemen. Ratten gebruiken het riool als schuil- en nestelplek en vinden daar volop voedsel, wat hun populatie in stand houdt en laat toenemen. De afgelopen jaren is geconstateerd dat de overlast door ratten in het riool toeneemt, mede als gevolg van klimaatverandering (mildere winters), toename van voedsel in de openbare ruimte en het afnemen van natuurlijke vijanden.

Ratten zijn slimme dieren die goed kunnen overleven in donkere, vochtige ruimtes zoals riolen. Via defecte rioolbuizen, lekke aansluitingen of andere toegangswegen vinden ze gemakkelijk nieuwe nestplaatsen. Bovendien ontbreken natuurlijke vijanden in het riool. Om rattenproblemen structureel aan te pakken, is preventie essentieel. Dit kan door het repareren van kapotte rioolbuizen en het blokkeren van mogelijke toegangswegen. Maar ook door het verminderen van voedselbronnen en nestelplekken, waardoor de populatiegroei wordt geremd. Een duurzame aanpak via rioolbouwkundige wering zorgt ervoor dat ratten minder makkelijk kunnen overleven en voortplanten, waardoor het risico op een plaag afneemt.

Bij renovatie of vervanging van het riool worden ratten verstoord in hun leefomgeving. Zonder voorafgaande bestrijding wijken ze massaal uit naar woonwijken, wat leidt tot toegenomen overlast en gezondheidsrisico’s voor bewoners. Schade aan eigendommen en negatieve beeldvorming over de leefbaarheid. Om dit te voorkomen, is een gerichte bestrijding vóór aanvang van  werkzaamheden noodzakelijk. Dit vereist een structurele aanpak met gespecialiseerde ongediertebestrijding, monitoring en inzet van rioolvallen.

Ondanks preventieve maatregelen (waaronder rioolbouwkundige wering) kan een rattenpopulatie soms hardnekkig zijn. In dat geval kan er gekozen worden voor knaagdierbestrijdingsmiddelen (klemmen). Dit mag alleen plaats vinden als uiterste redmiddel en in combinatie met rioolbouwkundige wering. Bovendien mogen alleen gecertificeerde bedrijven met speciaal opgeleide personen deze middelen toepassen.

Deze aanpak sluit aan bij het advies van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD), dat preventie beschouwt als ultiem bestrijdingsmiddel. In samenwerking met Stichting RIONED wordt gewerkt aan duurzame oplossingen voor dierplagen in relatie tot rioolbeheer.

7 Personele capaciteit

Om de beschreven werkzaamheden uit te voeren is voldoende capaciteit nodig. Bij het opstellen van dit Wrp is een formatiescan gemeentelijke watertaken uitgevoerd. Hiervoor is in 2023 de formatiescan uit de kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED gebruikt.

Benodigde bezetting

Op basis van het te beheren areaal, de gemeentegrootte, het uitbestedingsbeleid en de geplande investeringen verwachten wij 15,5 fte (fulltime equivalent) nodig te hebben aan eigen bezetting. Het gaat om het totaal aantal fte van binnen- en buitendienst samen.

Huidige bezetting

De huidige bezetting voor de gemeentelijke watertaken in Peel en Maas is op dit moment 10,8 fte. Hiermee is er een theoretisch tekort van 4,7 fte. Het overzicht is hieronder te zien:

Afbeelding 26. Tabel - Formatie gemeentelijke watertaken
Afbeelding27TabelFormatiegemeentelijkewatertaken.jpg

Hoewel er een theoretisch tekort van 4,7 fte bestaat, kunnen wij met de huidige bezetting van 10,8 fte onze wettelijke en programmatische taken nog uitvoeren. Dit vraagt echter wel om een realistische inschatting van knelpunten en risico's. De volgende aandachtspunten zijn daarbij belangrijk:

  • Dataverwerking en gegevensbeheer worden steeds belangrijker, maar de capaciteit hiervoor is in de huidige bezetting nog onvoldoende. Dit leidt tot risico's voor de kwaliteit van monitoring, rapportage en rioolbeheer.

  • Wettelijke eisen nemen toe, waardoor de werkdruk op de bestaande formatie verder oploopt. Zonder capaciteitsuitbreiding wordt lastiger om aan alle verplichtingen te voldoen.

  • Vergrijzing vraagt aandacht. Binnen vijf jaar moet tijdige vervanging van vertrekkende medewerkers worden gewaarborgd. Met een minimale bezetting is er geen buffer om kennisverlies op te vangen. In het team plan van openbare ruimte krijgt dit een duidelijke plek.

  • Kennisniveau op peil houden is essentieel, mede gelet op ontwikkelingen zoals AI, digitalisering en nieuwe technieken in de watersector. De huidige formatie biedt beperkt ruimte voor scholing en innovatie.

  • In de regionale samenwerking Waterpanel Noord is er vraag naar meer inzet. Peel en Maas levert hier vanuit de huidige bezetting voldoende bijdrage. Extra inzet, bovenop de huidige inzet is vanwege de beperkte capaciteit voor eigen taken niet mogelijk.

De huidige bezetting van 10,8 fte is op dit moment dus voldoende om de kerntaken uit te voeren, maar de organisatie is kwetsbaar, met name op gebied van dataverwerking. Zonder aanvullende maatregelen ontstaan op langere termijn risico's voor de kwaliteit en continuïteit. In het teamplan openbare ruimte krijgt dit onderwerp een prominente plek.

Bijlage I Geografische Informatieobjecten

Deze regeling bevat geen GIO informatie.

Bijlage II Overzicht externe overstorten

Afbeelding 27.
Kaart1.jpg
Afbeelding 28.
Kaart2.jpg
Afbeelding 29.
Kaart3.jpg
Afbeelding 30.
Kaart4.jpg
Afbeelding 31.
Kaart5.jpg
Afbeelding 32.
Kaart6.jpg
Afbeelding 33.
Kaart7.jpg
Afbeelding 34.
Kaart8.jpg
Afbeelding 35.
Kaart9.jpg
Afbeelding 36.
Bijlagetabel1.jpg

Bijlage III Enkele resultaten Maptionnaire-enquête

Wateroverlast

Ruim 50% van de respondenten geeft aan in 2024 en 2025 geen situaties tegen te zijn gekomen waarbij het water in de woonstraat niet goed weg stroomde. Ruim 40% vindt water op straat tot een half uur na afloop van een bui acceptabel, 30% tot twee uur na afloop van een bui. Bijna 60% van de respondenten geeft aan dat water op straat hoort bij het veranderende klimaat, zie onderstaande afbeelding. Stelling uit de Maptionnaire-enquête “Hoort wateroverlast bij klimaatverandering”?.

Afbeelding 37.
Afbeelding27StellinguitdeMaptionnaireenquteHoortwateroverlastbijklimaatverandering.jpg

Ruim 20% van de respondenten geeft aan last te hebben van grondwater in hun huis of bijgebouw. Dat is een hoog percentage, er ligt hier mogelijk een relatie met de extreem natte jaren 2023 en 2024. In dit Wrp krijgt ook het grondwaterbeleid een duidelijke plaats. Ook zullen we communicatie over de verantwoordelijkheid van gemeente én van de particulier duidelijk(er) moeten maken.

Maatregelen op eigen terrein

Ruim 35% van de respondenten geeft aan dat bij hun woning de regenpijp afgekoppeld is van het riool. Bijna 25% is bereid om nog af te gaan koppelen. De respondenten die aangeven niet te kunnen afkoppelen geven als reden aan dat ze in een huurwoning wonen of meer informatie nodig hebben over hoe af te koppelen. Bijna 80% van de respondenten geeft aan bereid te zijn de verharding in hun tuin te halveren.

Ruim 30% van de respondenten geeft aan het handig te vinden om meer informatie te krijgen over wat wel en niet te lozen in het riool.

Afbeelding 38.
Afbeelding28StellinguitdeMaptionnaireenqutebereidheidverminderenverhardingtuin.jpg

Belangen waterbeheer

Bij het aanvinken van de voor hun 3 belangrijkste aspecten in de werkwijze van riolerings- en waterbeheer kozen de respondenten als volgt:

Afbeelding 39.
Afbeelding29TabelBelangrijksteaspectenstedelijkwaterbeheerPeelenMaasEnqute2026.jpg

Bijlage IV Lozingsvoorwaarden gemeente Peel en Maas

In de Omgevingswet artikel 1.7, in het Besluit Activiteiten Leefomgeving en in de Bruidsschat (22.44) zijn zorgplichtbepalingen opgenomen. Hieronder staan deze zorgplichten weergegeven.

Omgevingswet (tekst 19 mei 2026):

Artikel 1.7. (activiteit met nadelige gevolgen)

Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:

  • a.

    alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,

  • b.

    voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken,

  • c.

    als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

Besluit Activiteiten Leefomgeving (tekst geldend op 19 mei 2026)

Artikel 2.11 (specifieke zorgplicht)

  • a.

    Degene die een milieubelastende activiteit, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht:

    • 1.

      alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • 2.

      voor zover ie gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

    • 3.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • b.

    Voor milieubelastende activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat:

    • 1.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • 2.

      alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

    • 3.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • 4.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • 5.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;

    • 6.

      afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • 7.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;

    • 8.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd;

    • 9.

      voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat: herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en

    • 10.

      afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3.

  • c.

    Voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk houdt deze plicht in ieder geval in dat:

    • 1.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • 2.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • 3.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • 4.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;

    • 5.

      lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • 6.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en

    • 7.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.

Bruidsschat 22.44 (tekst geldend op 22‑12‑2023)

Artikel 22.44

Specifieke zorgplicht

  • a.

    Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht:

    • 1.

      alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • 2.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

    • 3.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • b.

    Deze plicht houdt in ieder geval in dat:

    • 1.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • 2.

      alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

    • 3.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • 4.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • 5.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;

    • 6.

      afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • 7.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;

    • 8.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd;

    • 9.

      voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en

    • 10.

      afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

  • c.

    De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat:

    • 1.

      de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en

    • 2.

      de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

    • 3.

      Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

- Einde wetsteksten -

Lozingsvoorwaarden (tekst nog te actualiseren in de planperiode)

Er mag dus niet worden geloosd als dat de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater belemmert. Dat betreft de riolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

De doelmatige werking wordt in ieder geval belemmerd als:

  • de PH van het afvalwater te laag of te hoog is. Dan worden pompen en appendages aangetast;

  • water van ontijzeringsinstallaties wordt geloosd, ijzer slaat neer op pompen, appendages en riolen, verstopt persleidingen en dat belemmert de goede werking en zorgt voor extra benodigde reinigingsactiviteiten;

  • het te lozen water te veel zand bevat, dat tast de pompen en appendages aan, verstopt persleidingen en dat belemmert de goede werking en zorgt voor extra benodigde reinigingsactiviteiten;

  • het te lozen water pesticiden of andere bestrijdingsmiddelen bevat die de werking van de rioolwaterzuiveringsinrichting en/of IBA dan wel helofytenfilter belemmeren;

  • hemelwater op mechanische riolering wordt geloosd. Mechanische riolering is een openbaar vuilwaterriool, deze is niet ontworpen op het afvoeren van hemelwater. Lozing van hemelwater zorgt voor capaciteitsproblemen en belemmert dus de goede werking;

  • hemelwater op een IBA of helofytenfilter wordt geloosd. Een IBA is een systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Deze systemen zijn niet ontworpen op het verwerken van hemelwater. Lozing van hemelwater zorgt voor een capaciteitsprobleem en belemmert dus de goede werking;

  • de maximale lozing groter is dan 1 m3 per uur.

Gelet op het bovenstaande gelden in de gemeente Peel en Maas de volgende lozingsregels:

  • a.

    Ter bescherming van de doelmatige werking van rioolstelsels en de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas (naast de algemene regels) eisen op voor lozingen van afvalwater op deze rioolstelsels en drukriolering, zie Afbeelding 30. Tabel - Eisen aan lozingen op het vuilwaterstelsel en drukriolering. Afwijkingen van bovengenoemde waarden en het lozen van niet in het Activiteitenbesluit genoemde en/of vrijgestelde stoffen moeten afgestemd worden met de gemeente Peel en Maas. De gemeente Peel en Maas geeft een bindend onderbouwd advies.

  • b.

    Ter bescherming van de doelmatige werking van de IBA’s en helofytenfilters stelt de gemeente Peel en Maas (naast de algemene regels) eisen op voor lozingen van afvalwater op deze IBA’s en helofytenfilters, zie Afbeelding 31. Tabel - Eisen aan lozingen op IBA’s en helofytenfilters.

  • c.

    Ter bescherming van de doelmatige werking van de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas dat spoelwater van ontijzeringsinstallatie alsmede hemelwater niet op de drukriolering geloosd mogen worden.

  • d.

    Ter bescherming van de doelmatige werking van de drukriolering stelt de gemeente Peel en Maas dat het te lozen water geen zand mag bevatten.

Afbeelding 40.
Afbeelding30TabelEisenaanlozingenophetvuilwaterstelselendrukriolering.jpg
Afbeelding 41.
Afbeelding31TabelEisenaanlozingenopIBAsenhelofytenfilters.jpg

Bijlage V Woordenlijst

De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit de voormalige NEN 3300 Buitenriolering Termen en definities en de publicatie “Ontwatering in stedelijk gebied”.

Afkortingen

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

BBB

bergbezinkbassin

BBL

bergbezinkleiding

BAL

Besluit Activiteiten Leefomgeving

BKL

Besluit Kwaliteit Leefomgeving

BRP

basisrioleringsplan

BBV

Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten

GRP

gemeentelijk rioleringsplan / gemeentelijk rioleringsprogramma

bob

binnenonderkant buis

DWA

droogweerafvoer

HWA

hemelwaterafvoer

IBA

installatie voor individuele behandeling van afvalwater

NEN

IBANederlandse norm

RWA

regenweerafvoer

RWZI

RWArioolwaterzuiveringinrichting

OW

Omgevingswet

SSW

Systeemoverzicht Stedelijk Water

WL

Waterschap Limburg

WML

Waterleidingmaatschappij Limburg

TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater

aangroei

verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen

aansluitvergunning

vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI)

aantasting

een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen

afkoppelen

het niet meer inzamelen en naar de RWZI transporteren van hemelwater

afvalwater

alle water waarvan de houder zich  met het oog op de verwijdering daarvan  ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)

afvoerend oppervlak

het naar de riolering afwaterende oppervlak

afzetting

aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur

basisinspanning

Term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren

basisrioleringsplan

document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen

beheer

zie rioleringsbeheer

bemalingsgebied

een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd

beoordelen

het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing

bergbezinkkelder

reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden

berging

de inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm/ha

bergingsverlies

de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen

beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak

hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak in West-Nederland op wijk- en straatniveau

classificatie

de indeling van toestandsaspecten in klassen

controleren

controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine

droogweerafvoer (dwa)

de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd

drukriolering

riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen

dwa-rioolstelsel

zie vuilwaterrioolstelsel

emissiespoor

onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit

externe overstort

rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater

gemengd rioolstelsel

rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd

gescheiden rioolstelsel

rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd

hoofdpost

centrale eenheid voor de besturing van gemalen

hydraulisch

waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt

hydraulische berekening

het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel

ingrijpmaatstaf

grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld

inhangend voegmateriaal

voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt

inhangende rubberring

een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt

inspectie

het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand

lekkage

het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand

maatstaf

grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan

obstakels

voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom

onderhoud

herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt

onderzoek

het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering

overstorting

de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater

overstortput

rioolput voorzien van een overstortdrempel

pompovercapaciteit

(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de regenwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer

randvoorziening

vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen

regenwaterriool

riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag

regenwaterrioolstelsel

rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag

renovatie

herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg

reparatie

herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd

riolering

het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater

rioleringsbeheer

zorg voor het functioneren van de buitenriolering

riool

samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater

rioolput

constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)

rioolwaterzuiveringsinrichting

het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)

rwariool

zie regenwaterriool

rwarioolstelsel

zie regenwaterrioolstelsel

scheuren

het geheel van scheuren, barsten en breuken

verbeterd gescheiden rioolstelsel

gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.

verbeteren

het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren

vervangen

herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst

visuele inspectie

het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optische hulpmiddelen inspecteren van de toestand

vrijvervalriool

riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd

vuilemissie

zie vuiluitworp

vuiluitworp

het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het oppervlaktewater via overstorten . Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen

vuilwaterriool

riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag

vuilwaterrioolstelsel

rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag

Waarschuwingsmaatstaf              

grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is

wadi

systeem voor hemelwater afvoer door drainage en infiltratie

waterkwaliteitsdoelstelling

doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen

water op straat

het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau

wateroverlast

het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden

wortelingroei

de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid

zandinloop

het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren

zand en vuilophoping

opgehoopt materiaal met een losse structuur

TERMEN EN DEFINITIES grondwater

Afsluitende laag

Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat

DINO

Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft

Doorlatendheid

Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten

Drainage

De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel

Drooglegging

De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld

Afbeelding 42.
Afbeelding32Drooglegging.jpg

Freatisch grondwater

Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel

Geohydrologie

De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.

GHG

Gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.

Grondwater

Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel

Grondwaterisohypse

Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater

Grondwateronderlast

Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand

Grondwateroverlast

Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten

Infiltratie

Intreding van water in de bodem

Kruipruimte

Ruimte onder de begane grondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning

Kwel

Het uittreden van grondwater

Ontwatering

De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering

Ontwateringsdiepte

De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.

Afbeelding 43.
Afbeelding33Ontwateringsdiepte.jpg

Onverzadigde zone

Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water

Opbolling

Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen

Peilbuis

Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten

REGIS

Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.

Stijghoogte

Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis

Wadi

Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.

Zetting

Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen

Bijlage VI Stroomschema's grondwater

Afbeelding 44.
Bijlagetabel2.jpg
Afbeelding 45.
Bijlagetabel3.jpg
Afbeelding 46.
Bijlagetabel4.jpg

Bijlage VII Tabellen gebiedsontwikkeling

Gebiedskenmerken

Afbeelding 47.
Bijlagetabel5.jpg

Historische/bestaande bebouwing

Afbeelding 48.
Bijlagertabel6.jpg

Nieuwe constructie

Afbeelding 49.
Afbeelding39Nieuweconstructie.jpg

Structurele klachten gezondheid als gevolg grondwateroverlast

Afbeelding 50.
Afbeelding40Structureleklachtengezondheidalsgevolggrondwateroverlast.jpg

Grenswaarde grondwateroverlast incidenteel

Afbeelding 51.
Afbeelding41Grenswaardegrondwateroverlastincidenteel.jpg

Grenswaarde grondwateroverlast structureel

Afbeelding 52.
Afbeelding42Grenswaardegrondwateroverlaststructureel.jpg

Structurele klachten t.o.v. wateroverlast (overstroming)

Afbeelding 53.
Afbeelding43Structureleklachtentovwateroverlastoverstroming.jpg

Peilbuizen

Afbeelding 54.
Afbeelding44Peilbuizen.jpg

Neerslag

Afbeelding 55.
Afbeelding45Neerslag.jpg

Droogte - bebouwing

Afbeelding 56.
Afbeelding46Droogtebebouwing.jpg

Droogte – natuur (vochtminnende beheertypen)

Afbeelding 57.
Afbeelding47Droogtenatuurvochtminnendebeheertypen.jpg

Droogte – natuur (droge beheertypen)

Afbeelding 58.
Afbeelding48Droogtenatuurdrogebeheertypen.jpg

Bijlage VIII KRW opgave Peel en Maas

Afbeelding 59.
Kaart10.jpg
Naar boven