ARTIKEL I Wijziging verordening
De Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Drimmelen 2026 wordt als volgt gewijzigd:
A
In Artikel 5 Maatstaf van heffing rioolheffing wordt in het tweede en zesde lid het woord “belastingjaar” vervangen door “kalenderjaar”.
B
Artikel 6 Belastingtarieven wordt als volgt gewijzigd. De tekst:
Het gebruikersdeel van woningen per perceel bedraagt per perceel per jaar:
- 1.
Een vast bedrag van € 213,10 per perceel, te vermeerderen met:
- 2.
Een variabel bedrag per perceel bij een hoeveelheid afgevoerd water van
- a.
0 tot en met 250 m³, een bedrag van: € 0,61 per m³;
- b.
251 tot en met 500 m³, een bedrag van: € 151,50 vermeerderd met € 0,42 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water boven de 250 m³;
- c.
501 tot en met 1.000 m³, een bedrag van: € 257,00 vermeerderd met € 0,08 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water boven de 500 m³;
- d.
meer dan 1.000 m³: € 298,00 vermeerderd met € 0,03 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water van meer dan 1.000 m³.
Waarbij de belasting voor gebruikers (eigenaren indien gebruiker anders dan de eigenaar) van garageboxen wordt geheven naar:
Een vast bedrag van € 106,75 per perceel voor eigenaren garageboxen waarbij er geen vermeerdering van een variabel deel geldt.
Wordt vervangen door:
Het gebruikersdeel bedraagt per perceel per jaar:
- 1.
Een vast bedrag van € 213,10 per perceel, te vermeerderen met:
- 2.
Een variabel bedrag per perceel bij een hoeveelheid afgevoerd water van
- a.
0 tot en met 250 m³, een bedrag van: € 0,61 per m³;
- b.
251 tot en met 500 m³, een bedrag van: € 152,50 vermeerderd met € 0,42 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water boven de 250 m³;
- c.
501 tot en met 1.000 m³, een bedrag van: € 257,50 vermeerderd met € 0,08 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water boven de 500 m³;
- d.
meer dan 1.000 m³: € 297,50 vermeerderd met € 0,03 per m³, voor de hoeveelheid afgevoerd water van meer dan 1.000 m³.
- 3.
De belasting voor gebruikers van garageboxen wordt geheven naar een vast bedrag van € 106,75 per perceel voor garageboxen waarbij er, in afwijking van artikel 5, eerste lid, geen vermeerdering van een variabel deel geldt.
C
Artikel 9 Belastingjaar wordt als volgt gewijzigd. De tekst:
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Wordt vervangen door:
- 1.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
- 2.
In afwijking van het eerste lid is voor een perceel dat een niet-woning is het belastingjaar gelijk aan de periode van 1 maart tot en met 31 december 2026.
D
Artikel 11 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang wordt als volgt gewijzigd. De tekst:
- 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, zoals bedoeld in artikel 6, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, zoals bedoeld in artikel 6, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 4.
Het gestelde in het tweede en derde lid van dit artikel is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt
Wordt vervangen door:
- 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, zoals bedoeld in artikel 6, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, zoals bedoeld in artikel 6, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 4.
In plaats van het eerste tot en met het derde lid zijn het vijfde tot en met het zevende lid van toepassing op een perceel dat een niet-woning is.
- 5.
De belasting is verschuldigd op 1 maart 2026 of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 6.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, zoals bedoeld in artikel 6, verschuldigd over zoveel tiende gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 7.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel tiende gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, zoals bedoeld in artikel 6, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 8.
Het gestelde in het tweede en derde lid en in het zesde en zevende lid van dit artikel is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
E
Aan Artikel 15 Inwerkingtreding wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
- 3.
In afwijking van het tweede lid is de datum van ingang van heffing voor een perceel dat een niet-woning is 1 maart 2026.
ARTIKEL II Inwerkingtreding
Deze wijzigingsverordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking, en werkt terug tot en met 1 januari 2026.