U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Herstel technisch in beheer nemen Bruidsschat gemeente Voorschoten

Door middel van deze publicatie voert de gemeente Voorschoten een technisch herstel door met betrekking op de nummering van artikelen in de Bruidsschat. Met dit document worden uitsluitend enkele technische aanpassingen doorgevoerd. Het bevat geen wijzigingen in de juridische inhoud van de bruidsschatregels en de aanpassingen hebben geen rechtsgevolg. Het betreft daarmee een feitelijke handeling. Dit document is daarom geen besluit in de zin van de Awb en tegen deze technische aanpassingen staat geen beroep open.

Artikel I

In het "Omgevingsplan gemeente Voorschoten" worden de technische aanpassingen aangebracht die zijn opgenomen in Bijlage A.

Artikel II

Deze technische aanpassing treedt per direct in werking.

Aldus vastgesteld door Gemeente Voorschoten, 30‑01‑2026.

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

  • 1.

    Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.28322.287, 22.28422.288, 22.28622.290 tot en met 22.28922.293 en 22.29122.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

  • 2.

    Het eerste lid is van toepassing:

    • a.

      als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

    • b.

      als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

B

Artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

  • 1.

    Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.

  • 2.

    Artikel 22.29922.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

C

Subparagraaf 22.3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.90 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden:

  • a.

    als het gaat om een geurgevoelig object: op of tot de gevel;

  • b.

    als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en

  • c.

    in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.

Artikel 22.93 Geur: functionele binding

De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, zijn niet van toepassing als het geurgevoelig object een functionele binding heeft met de activiteit.

Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding

Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in paragraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, niet van toepassing op een geurgevoelig object dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.

Artikel 22.95 Geur: cumulatie

Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.24122.245, is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.

D

Subparagraaf 22.3.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen

[Gereserveerd]

Artikel 22.133

[Gereserveerd]

Artikel 22.134

[Gereserveerd]

Artikel 22.135

[Gereserveerd]

Artikel 22.136

[Gereserveerd]

E

Het opschrift van artikel 22.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.133 22.137 Toepassingsbereik

F

Artikel 22.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.134 22.138 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.13322.137, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering, als:

    • a.

      het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of

    • b.

      het lozen plaatsvindt bij wonen.

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.

G

Het opschrift van artikel 22.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.135 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen

H

Het opschrift van artikel 22.136 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.136 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering

I

Het opschrift van artikel 22.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.137 22.141 Meet- en rekenbepalingen

J

Het opschrift van artikel 22.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.138 22.142 Toepassingsbereik

K

Het opschrift van artikel 22.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.139 22.143 Gegevens en bescheiden

L

Het opschrift van artikel 22.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.140 22.144 Lozen van afvloeiend hemelwater

M

Het opschrift van artikel 22.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.141 22.145 Toepassingsbereik

N

Artikel 22.142 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.142 22.146 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.14422.148, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;

    • b.

      de wijze van behandeling van het afvalwater; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

O

Het opschrift van artikel 22.143 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.143 22.147 Geen voedselvermaling

P

Het opschrift van artikel 22.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.144 22.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater

Q

Het opschrift van artikel 22.145 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.145 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

R

Het opschrift van artikel 22.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.146 22.150 Meet- en rekenbepalingen

S

Het opschrift van artikel 22.147 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.147 22.151 Toepassingsbereik

T

Artikel 22.148 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.148 22.152 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.14722.151, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de maximale warmtevracht; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

U

Het opschrift van artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.149 22.153 Koelwater

V

Het opschrift van artikel 22.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.150 22.154 Toepassingsbereik

W

Het opschrift van artikel 22.151 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.151 22.155 Periodiek reinigen

X

Het opschrift van artikel 22.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.152 22.156 Toepassingsbereik

Y

Het opschrift van artikel 22.153 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.153 22.157 Inerte goederen

Z

Artikel 22.154 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.154 22.158 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.15222.156, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de opgeslagen goederen; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.

AA

Het opschrift van artikel 22.155 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.155 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen

BB

Het opschrift van artikel 22.156 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.156 22.160 Meet- en rekenbepalingen

CC

Het opschrift van artikel 22.157 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.157 22.161 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen

DD

Het opschrift van artikel 22.158 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.158 22.162 Toepassingsbereik

EE

Het opschrift van artikel 22.159 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.159 22.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel

FF

Het opschrift van artikel 22.160 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.160 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

GG

Het opschrift van artikel 22.161 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.161 22.165 Toepassingsbereik

HH

Het opschrift van artikel 22.162 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.162 22.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen

II

Het opschrift van artikel 22.163 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.163 22.167 Toepassingsbereik

JJ

Artikel 22.164 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.164 22.168 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.16322.167, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de activiteit; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

KK

Het opschrift van artikel 22.165 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.165 22.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen

LL

Het opschrift van artikel 22.166 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.166 22.170 Toepassingsbereik

MM

Artikel 22.167 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.167 22.171 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen 22.17022.174 en 22.17122.175, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing;

    • b.

      de plaats van de lozingspunten; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

NN

Het opschrift van artikel 22.168 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.168 22.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas

OO

Het opschrift van artikel 22.169 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.169 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen

PP

Het opschrift van artikel 22.170 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.170 22.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit

QQ

Het opschrift van artikel 22.171 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.171 22.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw

RR

Het opschrift van artikel 22.172 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.172 22.176 Meet- en rekenbepalingen

SS

Het opschrift van artikel 22.173 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.173 22.177 Toepassingsbereik

TT

Artikel 22.174 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.174 22.178 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.17322.177 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de lozingsroute;

    • b.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

UU

Het opschrift van artikel 22.175 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.175 22.179 Water

VV

Het opschrift van artikel 22.176 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.176 22.180 Meet- en rekenbepalingen

WW

Het opschrift van artikel 22.177 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.177 22.181 Toepassingsbereik

XX

Artikel 22.178 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.178 22.182 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.17722.181 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

YY

Het opschrift van artikel 22.179 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.179 22.183 Water

ZZ

Het opschrift van artikel 22.180 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.180 22.184 Meet- en rekenbepalingen

AAA

Het opschrift van artikel 22.181 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.181 22.185 Toepassingsbereik

BBB

Artikel 22.182 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.182 22.186 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.18122.185 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

CCC

Het opschrift van artikel 22.183 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.183 22.187 Water: lozingsroute

DDD

Het opschrift van artikel 22.184 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.184 22.188 Toepassingsbereik

EEE

Artikel 22.185 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.185 22.189 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.18422.188 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

FFF

Het opschrift van artikel 22.186 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.186 22.190 Water

GGG

Het opschrift van artikel 22.187 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.187 22.191 Meet- en rekenbepalingen

HHH

Het opschrift van artikel 22.188 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.188 22.192 Toepassingsbereik

III

Het opschrift van artikel 22.189 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.189 22.193 Bodem

JJJ

Het opschrift van artikel 22.190 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.190 22.194 Water

KKK

Het opschrift van artikel 22.191 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.191 22.195 Meet- en rekenbepalingen

LLL

Het opschrift van artikel 22.192 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.192 22.196 Toepassingsbereik

MMM

Artikel 22.193 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.193 22.197 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.19222.196 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

NNN

Het opschrift van artikel 22.194 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.194 22.198 Water

OOO

Het opschrift van artikel 22.195 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.195 22.199 Geur

PPP

Het opschrift van artikel 22.196 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.196 22.200 Toepassingsbereik

QQQ

Artikel 22.197 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.197 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit

  • 1.

    Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 22.19622.200 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.

  • 2.

    Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.

RRR

Het opschrift van artikel 22.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.198 22.202 Toepassingsbereik

SSS

Artikel 22.199 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.199 22.203 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.19822.202 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten; en

      • 6.

        de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, geproduceerd of uitgestoten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

TTT

Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.200 22.204 Water: lozingsroute en zuivering

  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.

  • 2.

    Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van:

    • a.

      het bewerken van dierlijke bijproducten; of

    • b.

      het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in artikel 22.19822.202 is uitgevoerd.

  • 3.

    Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.

  • 4.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2;

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of

    • c.

      een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

  • 5.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

  • 6.

    Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.

  • 7.

    Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.

UUU

Het opschrift van artikel 22.201 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.201 22.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder

VVV

Het opschrift van artikel 22.202 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.202 22.206 Bodem: bodembeschermende voorziening

WWW

Het opschrift van artikel 22.203 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.203 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

XXX

Het opschrift van artikel 22.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.204 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem

YYY

Het opschrift van artikel 22.205 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.205 22.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

ZZZ

Het opschrift van artikel 22.206 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.206 22.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

AAAA

Het opschrift van artikel 22.207 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.207 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit

BBBB

Het opschrift van artikel 22.208 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.208 22.212 Informeren: herstelwerkzaamheden

CCCC

Het opschrift van artikel 22.209 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.209 22.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen

DDDD

Het opschrift van artikel 22.210 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.210 22.214 Toepassingsbereik

EEEE

Artikel 22.211 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.211 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

  • 1.

    In afwijking van artikel 22.21022.214, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:

    • a.

      in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 22.21022.214, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:

    • a.

      het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of

    • b.

      een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

FFFF

Het opschrift van artikel 22.212 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.212 22.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening

GGGG

Artikel 22.213 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.213 22.217 Slagschaduw: functionele binding

Artikel 22.21222.216 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.

HHHH

Artikel 22.214 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.214 22.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding

Bij een agrarische activiteit is artikel 22.21222.216 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat:

  • a.

    op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of

  • b.

    eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.

IIII

Het opschrift van artikel 22.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.215 22.219 Lichtschittering: beperken van reflectie

JJJJ

Het opschrift van artikel 22.216 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.216 22.220 Lichtschittering: meten reflectiewaarden

KKKK

Het opschrift van artikel 22.217 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.217 22.221 Toepassingsbereik

LLLL

Het opschrift van artikel 22.218 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.218 22.222 Bodem: bodembeschermende voorziening

MMMM

Het opschrift van artikel 22.219 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.219 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

NNNN

Het opschrift van artikel 22.220 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.220 22.224 Toepassingsbereik

OOOO

Het opschrift van artikel 22.221 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.221 22.225 Gegevens en bescheiden

PPPP

Het opschrift van artikel 22.222 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.222 22.226 Lucht en geur: afvoeren emissies

QQQQ

Het opschrift van artikel 22.223 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.223 22.227 Toepassingsbereik

RRRR

Artikel 22.224 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.224 22.228 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.22322.227 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen; en

      • 3.

        de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

SSSS

Het opschrift van artikel 22.225 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.225 22.229 Bodem en externe veiligheid

TTTT

Artikel 22.226 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.226 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening

  • 1.

    Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.

  • 2.

    De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in artikel 22.22522.229, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.

UUUU

Het opschrift van artikel 22.227 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.227 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

VVVV

Het opschrift van artikel 22.228 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.228 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem

WWWW

Het opschrift van artikel 22.229 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.229 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

XXXX

Het opschrift van artikel 22.230 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.230 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

YYYY

Het opschrift van artikel 22.231 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.231 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit

ZZZZ

Artikel 22.232 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.232 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.23122.235 geïnformeerd over de begindatum.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.23122.235 geïnformeerd over de einddatum.

AAAAA

Het opschrift van artikel 22.233 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.233 22.237 Toepassingsbereik

BBBBB

Artikel 22.234 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.234 22.238 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.23322.237 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

CCCCC

Het opschrift van artikel 22.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.235 22.239 Licht

DDDDD

Het opschrift van artikel 22.236 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.236 22.240 Toepassingsbereik

EEEEE

Artikel 22.237 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.237 22.241 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.23622.240 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

FFFFF

Het opschrift van artikel 22.238 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.238 22.242 Bodem: opslag

GGGGG

Het opschrift van artikel 22.239 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.239 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

HHHHH

Het opschrift van artikel 22.240 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.240 22.244 Water: lozingsroute

IIIII

Het opschrift van artikel 22.241 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.241 22.245 Geur

JJJJJ

Het opschrift van artikel 22.242 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.242 22.246 Toepassingsbereik

KKKKK

Artikel 22.243 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.243 22.247 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.24222.246 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering;

      • 5.

        op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;

      • 6.

        of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en

      • 7.

        op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl;

    • d.

      gegevens over de lozingsroutes; en

    • e.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

LLLLL

Het opschrift van artikel 22.244 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.244 22.248 Bodem: bodembeschermende voorziening

MMMMM

Het opschrift van artikel 22.245 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.245 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

NNNNN

Het opschrift van artikel 22.246 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.246 22.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen

OOOOO

Het opschrift van artikel 22.247 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.247 22.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening

PPPPP

Het opschrift van artikel 22.248 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.248 22.252 Toepassingsbereik

QQQQQ

Artikel 22.249 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.249 22.253 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.24822.252 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein;

      • 2.

        de ligging en de indeling van de gebouwen;

      • 3.

        het gebruik van de te onderscheiden ruimten;

      • 4.

        de ligging van de bedrijfsriolering; en

      • 5.

        de plaats van de lozingspunten;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl;

    • d.

      per dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren:

      • 1.

        gegevens over het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat ten hoogste zal worden gehouden;

      • 2.

        een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en

      • 3.

        een beschrijving van het ventilatiesysteem;

    • e.

      per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren met geuremissiefactor worden gehouden,:

      • 1.

        een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en

      • 2.

        een doorsnedetekening per dierenverblijf met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt; en

    • f.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

RRRRR

Het opschrift van artikel 22.250 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.250 22.254 Bodem: bodembeschermende voorziening

SSSSS

Het opschrift van artikel 22.251 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.251 22.255 Bodem: logboek

TTTTT

Het opschrift van artikel 22.252 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.252 22.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde

UUUUU

Het opschrift van artikel 22.253 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.253 22.257 Meet- en rekenbepalingen

VVVVV

Het opschrift van artikel 22.254 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.254 22.258 Toepassingsbereik

WWWWW

Het opschrift van artikel 22.255 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.255 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars

XXXXX

Het opschrift van artikel 22.256 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.256 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem

YYYYY

Het opschrift van artikel 22.257 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.257 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten

ZZZZZ

Het opschrift van artikel 22.258 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.258 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen

AAAAAA

Het opschrift van artikel 22.259 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.259 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG

BBBBBB

Het opschrift van artikel 22.260 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.260 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen

CCCCCC

Het opschrift van artikel 22.261 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.261 22.265 Omgevingsvergunning biologische agens

DDDDDD

Het opschrift van artikel 22.262 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.262 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen

EEEEEE

Het opschrift van artikel 22.263 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.263 22.267 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen

FFFFFF

Het opschrift van artikel 22.264 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.264 22.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem

GGGGGG

Het opschrift van artikel 22.265 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.265 22.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool

HHHHHH

Artikel 22.266 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.266 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen 22.25722.261 tot en met 22.26522.269, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

IIIIII

Het opschrift van artikel 22.267 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.267 22.271 Toepassingsbereik

JJJJJJ

Het opschrift van artikel 22.268 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.268 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

KKKKKK

Artikel 22.269 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.269 22.273 Aandachtsgebied

  • 1.

    Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in artikel 22.26822.272, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf:

    • a.

      binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; en

    • b.

      buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg:

      • 1.

        voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m;

      • 2.

        voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en

      • 3.

        voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m.

  • 2.

    Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in artikel 22.26822.272, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf:

    • a.

      voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en

    • b.

      voor een andere spoorweg: 100 m.

  • 3.

    Als zich langs een weg of spoorweg een aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende delen dat het breedste deel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de breedte, nog langs de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op het smalste aandachtsgebied.

  • 4.

    Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt het aandachtsgebied door over een afstand gelijk aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de as van de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het had ter hoogte van het uiteinde.

LLLLLL

Artikel 22.270 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.270 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.26822.272, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een akoestisch onderzoek naar:

    • 1.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;

    • 2.

      het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;

    • 3.

      het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;

    • 4.

      de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en

  • c.

    een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

MMMMMM

Artikel 22.271 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.271 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26822.272, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.

NNNNNN

Artikel 22.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.272 22.276 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26822.272, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat:

  • a.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.27022.274, onder a, onder 4, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en

  • b.

    maatregelen als bedoeld in artikel 22.27022.274, onder c, worden getroffen.

OOOOOO

Het opschrift van artikel 22.273 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.273 22.277 Toepassingsbereik

PPPPPP

Het opschrift van artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.274 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht

QQQQQQ

Het opschrift van artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.275 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk

RRRRRR

Het opschrift van artikel 22.276 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.276 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

SSSSSS

Artikel 22.277 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.277 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen

Voor zover de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet gestelde regels over het voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.27622.280 bij omgevingsvergunning afwijken van regels in dat tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de activiteit niet in strijd is met die regels de omgevingsvergunning te verlenen, wordt deze verplichting gelezen als een bevoegdheid.

TTTTTT

Artikel 22.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.278 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht

  • 1.

    Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 22.27622.280 die in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, gestelde regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.

  • 2.

    Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:

    • a.

      artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • c.

      artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

UUUUUU

Artikel 22.279 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.279 22.283 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van:

  • a.

    het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet;

  • b.

    artikel 22.27622.280 van dit omgevingsplan;

  • c.

    een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet; of

  • d.

    artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

VVVVVV

Het opschrift van artikel 22.280 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.280 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

WWWWWW

Het opschrift van artikel 22.281 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.281 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

XXXXXX

Artikel 22.282 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.282 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.27622.280 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

      • 1.

        de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

      • 2.

        de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

      • 3.

        de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

      • 4.

        de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

      • 5.

        het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

  • 2.

    Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

YYYYYY

Het opschrift van artikel 22.283 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.283 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen

ZZZZZZ

Artikel 22.284 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.284 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument

  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.28322.287, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:

      • 1.

        de omvang in vierkante meters; en

      • 2.

        de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;

    • b.

      een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;

    • c.

      doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;

    • d.

      als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;

    • e.

      als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;

    • f.

      als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en

    • g.

      voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;

    • b.

      een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;

    • c.

      detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:

      • 1.

        de exacte locatie;

      • 2.

        de omvang; en

      • 3.

        de diepte ten opzichte van het maaiveld;

    • d.

      voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:

      • 1.

        een bestek met bijbehorende tekeningen; of

      • 2.

        een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;

    • e.

      als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of

    • f.

      als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

AAAAAAA

Artikel 22.285 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.285 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288

Tekeningen als bedoeld in artikel 22.28422.288 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  • a.

    1:2000, als het gaat om een topografische kaart;

  • b.

    1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en

  • c.

    1:50, als het gaat om een detailtekening.

BBBBBBB

Artikel 22.286 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.286 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument

  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.28322.287, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand;

    • b.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 3.

        slooptekeningen; en

    • c.

      een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    • b.

      als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of

    • d.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.

CCCCCCC

Artikel 22.287 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.287 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument

  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.28322.287, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    • b.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;

      • 2.

        foto’s van de bestaande toestand; en

      • 3.

        overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;

    • c.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 3.

        plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht;

    • d.

      een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en

    • e.

      als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving;

    • b.

      als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    • d.

      aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of

    • e.

      een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.

DDDDDDD

Artikel 22.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.288 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen

  • 1.

    Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.28322.287, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:

      • 1.

        overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      • 2.

        detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;

    • b.

      de volgende tekeningen:

      • 1.

        een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;

      • 2.

        opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht;

      • 3.

        als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;

      • 4.

        plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        • i.

          plattegronden;

        • ii.

          doorsneden;

        • iii.

          gevelaanzichten; of

        • iv.

          een dakaanzicht; en

      • 5.

        als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en

    • c.

      een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:

      • 1.

        de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en

      • 2.

        als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  • 2.

    Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    • b.

      als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;

    • c.

      een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    • d.

      een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    • e.

      aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;

    • f.

      voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of

    • g.

      als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

EEEEEEE

Artikel 22.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.289 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen

Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.28322.287 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

FFFFFFF

Artikel 22.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.290 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292

  • 1.

    Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 22.28622.290 tot en met 22.28822.292 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan:

    • a.

      1:1000, als het gaat om een situatietekening;

    • b.

      1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;

    • c.

      1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en

    • d.

      1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.

  • 2.

    Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

  • 3.

    Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.

  • 4.

    Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:

    • a.

      balklagen:

      • 1.

        gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en

      • 2.

        getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;

    • b.

      geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;

    • c.

      houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en

    • d.

      bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

GGGGGGG

Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.291 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument

De artikelen 22.28322.287 tot en met 22.29022.294 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.

HHHHHHH

Het opschrift van artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.292 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

IIIIIII

Het opschrift van artikel 22.293 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.293 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg

JJJJJJJ

Het opschrift van artikel 22.294 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.294 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie

KKKKKKK

Het opschrift van artikel 22.295 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.295 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand

LLLLLLL

Het opschrift van artikel 22.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.296 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame

MMMMMMM

Het opschrift van artikel 22.297 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.297 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken

NNNNNNN

Het opschrift van artikel 22.298 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.298 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht

OOOOOOO

Artikel 22.299 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.299 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg

  • 1.

    Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.28022.284, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot:

    • a.

      het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden;

    • b.

      het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

    • c.

      het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en

    • d.

      het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

  • 2.

    Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.

PPPPPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument». Deze begrippen gelden op grond van artikel 1.1, eerste lid, van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.28322.287, 22.28422.288, 22.28622.290 tot en met 22.28922.293 en 22.29122.295.

De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.

Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument» dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten «oude stijl»).

Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd. Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan. In dat geval kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te worden gecreëerd.

Voor zover het gaat om de continuering van de gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht wordt in de bescherming van de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» al voorzien door de artikelen 22.4 en 22.8 van de Omgevingswet, zoals die artikelen bij de Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar voor een adequate bescherming van deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» is ook vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28, 22.38, 22.27222.276, 22.27322.277, 22.27522.279 tot en met 22.27822.282 en 22.28022.284 die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten in overeenstemming met de daarvoor geldende begripsomschrijvingen, ook op deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» van toepassing zijn. Artikel 22.2 van dit omgevingsplan voorziet hierin. Daarbij is het uiteraard zo dat als bij voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten de uitkomst van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening is dat wordt afgezien van de aanwijzing, op dat moment de voorbescherming vervalt en niet langer sprake is van een «monument of archeologisch monument waarop die verordening van overeenkomstige toepassing is» als bedoeld in artikel 22.2, eerste lid. Het van toepassing zijn van dit artikel op de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» kan dus niet alleen worden beëindigd doordat gedurende de overgangsfase daaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument wordt gegeven of ter zake in het omgevingsplan een voorbeschermingsregel wordt opgenomen (de situaties beschreven in artikel 22.2, tweede lid), waardoor de desbetreffende monumenten en archeologische monumenten rechtstreeks onder de begrippen gemeentelijk monument en voorbeschermd gemeentelijk monument komen te vallen, maar ook doordat de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening uiteindelijk niet tot een aanwijzing leidt.

QQQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Dit artikel is voor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit de voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de gevallen, bedoeld in artikel 22.26. Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarin de mogelijkheid tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg afhankelijk was gesteld van een expliciete regeling in het bestemmingsplan.

Op het verbinden van deze voorschriften is artikel 22.29922.303, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Dat artikellid omschrijft nader welke voorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval kunnen worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.28022.284, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument. Gelet op deze van overeenkomstige toepassing verklaring wordt hier verder volstaan met een verwijzing naar artikel 22.29922.303 en de toelichting daarop.

RRRRRRR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.114 lid 1

onderdeel a

Dit artikel geldt niet voor de opslag van vaste mest afkomstig van andere dieren dan landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden in verband met het berijden, zoals honden, dieren op de kinderboerderij of dieren in dierentuinen. Voor de geurhinder, veroorzaakt door die mestopslagen geldt artikel 22.23622.240.

SSSSSSS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.114 lid 2

onderdeel a

Bij het opslaan van minder dan 3 m3 vaste mest, champost of dikke fractie gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.

onderdeel b

Als vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is dit artikel niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.

onderdeel c

Een opslag van meer dan 600 m3 vaste mest valt niet onder het toepassingsbereik van dit artikel. In artikel 22.25822.262 is aanvullend op deze bovengrens een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m3 vaste mest.

TTTTTTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.117 lid 1

Met dit artikellid en de begripsomschrijvingen in het Bal zijn de artikelen 3.50, derde lid, en 3.51, elfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer omgezet.

Het mestbassin is bovengronds gelegen en kan ook uit een mestzak of foliebassin bestaan. Voor de berekening van de gezamenlijke oppervlakte en de gezamenlijke inhoud worden de oppervlakte en inhoud van mestkelders en ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer fungeert niet meegerekend. Is sprake van meerdere bassins, dan worden deze voor de oppervlakte- of inhoudsbepaling dus bij elkaar opgeteld. Een uitgebreide toelichting over het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie is te lezen in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.855 van het Bal.

In het Bal staat geen vergunningplicht voor het opslaan van dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m3. Deze vergunningplicht komt wel terug in artikel 22.25822.262 van dit omgevingsplan.

UUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13322.137 Toepassingsbereik

VVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13422.138 Gegevens en bescheiden

WWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13522.139 Lozen van grondwater bij saneringen

XXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13622.140 Lozen van grondwater bij ontwatering

YYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13722.141 Meet- en rekenbepalingen

ZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13822.142 Toepassingsbereik

AAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13922.143 Gegevens en bescheiden

BBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14022.144 Lozen van afvloeiend hemelwater

CCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14122.145 Toepassingsbereik

DDDDDDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14222.146 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.13422.138 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

EEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14322.147 Geen voedselvermaling

FFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14422.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater

GGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14522.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

HHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14622.150 Meet- en rekenbepalingen

IIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14722.151 Toepassingsbereik

JJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.14822.152 Gegevens en bescheiden

KKKKKKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

LLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15022.154 Toepassingsbereik

MMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15122.155 Periodiek reinigen

NNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15222.156 Toepassingsbereik

OOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15322.157 Inerte goederen

PPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15422.158 Gegevens en bescheiden

QQQQQQQQ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15522.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen

RRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15622.160 Meet- en rekenbepalingen

SSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15722.161 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen

TTTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15822.162 Toepassingsbereik

UUUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15922.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel

VVVVVVVV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16022.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

Voor lozingen vanuit «overheids-IBA’s» geldt dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22.15922.163.

WWWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16122.165 Toepassingsbereik

XXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16222.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen

YYYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16322.167 Toepassingsbereik

ZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16422.168 Gegevens en bescheiden

AAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16522.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen

BBBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16622.170 Toepassingsbereik

CCCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16722.171 Gegevens en bescheiden

DDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16822.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas

EEEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.16922.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen

FFFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17022.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit

GGGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17122.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw

HHHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17222.176 Meet- en rekenbepalingen

IIIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17322.177 Toepassingsbereik

JJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17422.178 Gegevens en bescheiden

KKKKKKKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

LLLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17622.180 Meet- en rekenbepalingen

MMMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17722.181 Toepassingsbereik

NNNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.17822.182 Gegevens en bescheiden

OOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

PPPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18022.184 Meet- en rekenbepalingen

QQQQQQQQQ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18122.185 Toepassingsbereik

RRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18222.186 Gegevens en bescheiden

SSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18322.187 Water: lozingsroute

TTTTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18422.188 Toepassingsbereik

UUUUUUUUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18522.189 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

VVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

WWWWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18722.191 Meet- en rekenbepalingen

XXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18822.192 Toepassingsbereik

YYYYYYYYY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.18922.193 Bodem

Het wassen van motorvoertuigen moet in principe plaatsvinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. Vanwege de aard van de activiteit, waarbij continue bodembedreigende vloeistoffen over de voorziening stromen, zijn niet-vloeistofdichte voorzieningen niet toereikend.

Op de plicht om het wassen van motorvoertuigen plaats te laten vinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening is een uitzondering gemaakt voor het wassen van motorvoertuigen op een mobiele wasinstallatie. Dit soort installaties worden tegenwoordig steeds meer toegepast bij initiatiefnemers die zelf niet beschikken over de vereiste voorzieningen. Mobiele installaties moeten wel voldoende bodembeschermende werking hebben. Daarom is bepaald dat er geen vloeistoffen in de bodem terecht mogen komen.

Ook geldt, in navolging van de artikelen 3.23b, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.24, aanhef en onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, een uitzondering voor het per week uitwendig wassen van ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. Artikel 22.19022.194, tweede lid, van dit omgevingsplan regelt in samenhang hiermee dat het water bij het wassen in de bodem mag komen. Dit zal in beperkte mate het geval zijn, als de verharding waarop wordt gewassen niet vloeistofdicht is.

ZZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

AAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19122.195 Meet- en rekenbepalingen

BBBBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19222.196 Toepassingsbereik

CCCCCCCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19322.197 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

DDDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

EEEEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

FFFFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

GGGGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HHHHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

IIIIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19622.200 Toepassingsbereik

JJJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19722.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit

KKKKKKKKKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19822.202 Toepassingsbereik

Op het slachten van meer dan 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week is paragraaf 3.4.8 (Voedingsmiddelenindustrie) van het Bal van toepassing. Bij de andere drie activiteiten genoemd in artikel 22.19822.202, eerste lid, onderdelen c tot en met d, staat geen ondergrens. Paragraaf 3.4.8 van het Bal is van toepassing op alle IPPC-installaties in de voedingsmiddelenindustrie. Wanneer dus de andere drie activiteiten onderdeel zijn van een IPPC-installatie, dan is deze paragraaf niet van toepassing.

LLLLLLLLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19922.203 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

MMMMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20022.204 Water: lozingsroute en zuivering

NNNNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20122.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder

OOOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20222.206 Bodem: bodembeschermende voorziening

PPPPPPPPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20322.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.19822.202, eerste lid verricht houdt in een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.

Op grond van artikel 22.50, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.

QQQQQQQQQQ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20422.208 Bodem: eindonderzoek bodem

RRRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

SSSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

TTTTTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

UUUUUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20522.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

VVVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20622.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

WWWWWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20722.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit

XXXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

YYYYYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

ZZZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20822.212 Informeren: herstelwerkzaamheden

AAAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.20922.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen

BBBBBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21022.214 Toepassingsbereik

CCCCCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

DDDDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

EEEEEEEEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21222.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening

De passerende schaduw van draaiende wieken van een windturbine kan op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden een hinderlijk schaduweffect, dat wil zeggen wisseling van lichtsterkte, veroorzaken. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt en zich bijvoorbeeld over een werkplek beweegt waar gestudeerd of gelezen wordt. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. Passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz (aantal passeringen per seconde) veroorzaken hinder. Bij grotere turbines is het toerental lager zodat de passeerfrequenties doorgaans beneden 2,5 Hz liggen. Naast de passeerfrequentie is een aantal andere factoren ook bepalend voor eventuele hinder in de omgeving. Deze factoren zijn dermate locatie specifiek dat het ondoenlijk is een eenduidige alomvattende norm te stellen. Doorgaans is het noodzakelijk deze factoren in samenhang te analyseren en te projecteren op de specifieke situatie. Zo nodig kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden gesteld. Een hinderduur van maximaal 64 (en gemiddeld 17) dagen per jaar met een maximum van 20 minuten per dag is op grond van artikel 5.89f van het Bkl als aanvaardbaar te beschouwen. Bovendien zijn in veel gevallen eenvoudige voorzieningen aan te brengen aan een turbine. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een stilstandregeling. De eis uit dit artikel geldt in slagschaduwgevoelige ruimten. Een blinde gevel of tuinen bij woningen worden niet beschermd tegen slagschaduw. Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door slagschaduw als de maatregel in artikel 22.21222.216 in een specifiek geval niet toereikend is.

FFFFFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21322.217 Slagschaduw: functionele binding

GGGGGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21422.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding

HHHHHHHHHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21522.219 Lichtschittering: beperken van reflectie

Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen worden door het gebruik van niet-reflecterende materialen of door coating op de rotorbladen aan te brengen. Daarnaast blijkt dat door weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden (glansgraad maximaal 30%) waardoor reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode van meten van reflectiewaarden is opgenomen in NEN-EN-ISO 2813, «Verven en vernissen – Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°». Hoewel de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632.

Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering als artikel 22.21522.219 of artikel 22.21622.220 in een specifiek geval niet toereikend is.

IIIIIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21722.221 Toepassingsbereik

JJJJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21822.222 Bodem: bodembeschermende voorziening

KKKKKKKKKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.21922.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

LLLLLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22022.224 Toepassingsbereik

MMMMMMMMMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22122.225 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

Deze paragraaf treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen. De plicht gegevens en bescheiden te verstrekken treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen. Dit verschil is afkomstig uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij een parkeergarage pas vanaf 30 parkeerplaatsen meldingsplichtig was.

NNNNNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

OOOOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

PPPPPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22322.227 Toepassingsbereik

QQQQQQQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22422.228 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

Met de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied, van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats waar de munitie terecht kan komen.

RRRRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22522.229 Bodem en externe veiligheid

SSSSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

TTTTTTTTTTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22622.230 lid 2

De kogelvanger, bedoeld in artikel 22.22522.229, moet opgesteld worden boven een bodembeschermende voorziening. Dit om te voorkomen dat de kogels die opgevangen worden door de kogelvanger, maar onverhoopt niet in de verzamelbak terecht komen, op of in de bodem terecht kunnen komen. De exploitant van de schietbaan kan een keuze maken voor de toe te passen bodembeschermende voorzieningen (en daarbij horende maatregelen).

Doorgaans gaat het om een verharding, kleed of voldoende dik plasticfolie met voldoende oppervlakte onder de kogelvanger. De kogels die niet worden opgevangen in de verzamelbak komen op deze voorziening terecht. Deze kogels, maar ook de kogels die worden opgevangen in de verzamelbak, moeten na afloop van een schietdag worden verwijderd om uitloging naar de bodem te voorkomen.

Een andere optie is het treffen van voorzieningen waardoor verzekerd wordt dat alle kogels die worden opgevangen door de kogelvanger terecht komen in de verzamelbak. Dit kan gerealiseerd worden door de kogels, die worden opgevangen door de kogelvanger, met een gesloten buis af te voeren naar een afgesloten verzamelbak.

UUUUUUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22722.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

VVVVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22822.232 Bodem: eindonderzoek bodem

WWWWWWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

XXXXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

YYYYYYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

ZZZZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22922.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem

AAAAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23022.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit

BBBBBBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23122.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit

CCCCCCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

DDDDDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

EEEEEEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23222.236 Informeren: herstelwerkzaamheden

FFFFFFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23322.237 Toepassingsbereik

GGGGGGGGGGGG

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23422.238 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

HHHHHHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

IIIIIIIIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23622.240 lid 1

Bij het opslaan van minder dan 3 m3 vaste mest gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht. Een opslag van meer dan 600 m3 valt niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf. In artikel 22.26322.267 is een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m3 vaste mest.

JJJJJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

KKKKKKKKKKKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23722.241 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

LLLLLLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23822.242 Bodem: opslag

MMMMMMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23922.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

NNNNNNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24022.244 Water: lozingsroute

OOOOOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

PPPPPPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24222.246 Toepassingsbereik

QQQQQQQQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24322.247 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

RRRRRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24422.248 Bodem: bodembeschermende voorziening

SSSSSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24522.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening

TTTTTTTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24622.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen

UUUUUUUUUUUU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24722.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening

Onder de genoemde voorwaarden is het lozen op of in de bodem niet bezwaarlijk en is daarom mogelijk gemaakt. Als aan de voorwaarden niet kan worden voldaan moet afvalwater van de bodembeschermende voorziening samen met de vrijkomende vloeistoffen worden opgevangen en kan dit over onverharde bodem worden verspreid in lijn met artikel 22.24622.250.

VVVVVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24822.252 Toepassingsbereik

WWWWWWWWWWWW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.24922.253 Gegevens en bescheiden

Zie de toelichting bij artikel 22.18222.186 voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.

XXXXXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25022.254 Bodem: bodembeschermende voorziening

YYYYYYYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25122.255 Bodem: logboek

ZZZZZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25222.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde

AAAAAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25322.257 Meet- en rekenbepalingen

BBBBBBBBBBBBB

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25422.258 Toepassingsbereik

CCCCCCCCCCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25522.259 lid 1

Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor handelingen met polyesterhars en de bijbehorende toetsingsgrond voor geurhinder. Bij het verwerken van polyesterhars worden producten van polyesterhars gemaakt in een mal of op een ondergrond die deel uitmaakt van het product. Een mal wordt elke keer weer opnieuw gebruikt. Voor het «loslaten» uit de mal wordt vaak een was gebruikt. Voor het ontvetten van de mal een organisch oplosmiddel, zoals aceton of dichloormethaan.

Op grond van artikel 22.25422.258 geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.135 van het Bal geldt voor deze activiteit een vergunningplicht als de activiteit onderdeel is van een ippc-installatie.

DDDDDDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

EEEEEEEEEEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25522.259 lid 3

Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor handelingen met polyesterhars en de bijbehorende toetsingsgrond voor geurhinder. Bij het verwerken van polyesterhars worden producten van polyesterhars gemaakt in een mal of op een ondergrond die deel uitmaakt van het product. Een mal wordt elke keer weer opnieuw gebruikt. Voor het «loslaten» uit de mal wordt vaak een was gebruikt. Voor het ontvetten van de mal een organisch oplosmiddel, zoals aceton of dichloormethaan.

Op grond van artikel 22.25422.258 geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.135 van het Bal geldt voor deze activiteit een vergunningplicht als de activiteit onderdeel is van een ippc-installatie.

FFFFFFFFFFFFF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

GGGGGGGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

HHHHHHHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25722.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten

IIIIIIIIIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.25822.262 lid 1

Opslagtanks voor gassen die in elkaars onmiddellijke nabijheid staan, kunnen elkaar beïnvloeden bij incidenten. Het risico op een incident van twee opslagtanks in elkaars nabijheid is meer dan twee keer zo groot als het risico van de twee opslagtanks apart. De PGS-richtlijnen schrijven om die reden voor dat opslagtanks onderling bepaalde afstanden aan moeten houden, en ook een bepaalde afstand tot de erfgrens aan moeten houden. Bij het toelaten van een opslag van gassen op een locatie in meer dan twee opslagtanks moet de veiligheid beoordeeld worden. Dit vergt maatwerk.

Op grond van artikel 22.25422.258 geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.22 van het Bal geldt er een vergunningplicht voor opslagtanks met een inhoud van meer dan 13 m3.

JJJJJJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

KKKKKKKKKKKKK

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

LLLLLLLLLLLLL

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

MMMMMMMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26022.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen

NNNNNNNNNNNNN

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

OOOOOOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

PPPPPPPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

QQQQQQQQQQQQQ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

RRRRRRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

SSSSSSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

TTTTTTTTTTTTT

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

UUUUUUUUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26422.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem

VVVVVVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26522.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool

WWWWWWWWWWWWW

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26622.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

XXXXXXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26722.271 Toepassingsbereik

YYYYYYYYYYYYY

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26822.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

ZZZZZZZZZZZZZ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.26922.273 Aandachtsgebied

AAAAAAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27022.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

BBBBBBBBBBBBBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27122.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg

De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften. Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op artikel 22.27022.274 is ingegaan op de achtergrond hiervan.

CCCCCCCCCCCCCC

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27322.277 Toepassingsbereik

DDDDDDDDDDDDDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27422.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht

Wat in artikel 22.33 van dit omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, is in artikel 22.278 op vergelijkbare wijze geregeld voor de omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of aanlegactiviteit genoemd). Net als voor bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3 een voorbeschermingsregime in de vorm van een aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt artikel 22.278 voor de regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats. Voor zijn verdere werking is artikel 22.27422.278 identiek aan de werking van artikel 22.33. Voor de toelichting op die werking wordt dan ook verwezen naar de toelichting op artikel 22.33.

EEEEEEEEEEEEEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27522.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk

In artikel 22.27522.279 is een beoordelingsregel opgenomen voor in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen verbodsbepalingen om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten. Onder «sloopactiviteit» moet op grond van de bijlage bij de Omgevingswet «het slopen van een bouwwerk» worden verstaan. Deze begripsbepaling is op grond van artikel 1.1 van dit omgevingsplan ook van toepassing op hoofdstuk 22 van dit plan. De vergunningenstelsels voor de hier bedoelde sloopactiviteiten konden op grond van artikel 3.3, aanhef en onder b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening in onder meer bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen zijn opgenomen. In het nieuwe stelsel zijn deze regelingen onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De beoordelingsregel voor deze in ruimtelijke regelingen opgenomen sloopvergunningenstelsels was opgenomen in artikel 2.16 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ter vervanging van deze bepaling is in artikel 22.27522.279 in een gelijkluidende beoordelingsregel voorzien. In de nieuwe redactie is er echter rekening mee gehouden dat naast deze (vanuit artikel 2.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht overgehevelde) beoordelingsregel ook nog andere specifieke beoordelingsregels kunnen zijn gesteld in de vergunningenstelsels voor sloopactiviteiten in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de jurisprudentie is de mogelijkheid om in bijvoorbeeld een bestemmingsplan ook nog specifieke beoordelingsregels voor het slopen te stellen bevestigd (verwezen wordt naar ABRvS 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:898, TBR 2014/61). Als dergelijke beoordelingsregels zijn gesteld, blijven deze onverminderd van toepassing en werkt de beoordelingsregel in artikel 22.27522.279 hierop aanvullend.

FFFFFFFFFFFFFF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27622.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Artikel 22.27622.280 heeft betrekking op regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan waarin is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels. Dergelijke afwijkingsmogelijkheden konden op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening worden gesteld in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen. Voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht hadden deze bepalingen de vorm van een bevoegdheid om een (binnenplanse) ontheffing te verlenen. Onder de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening werd nog gesproken van een (binnenplanse) vrijstelling. In de redactie van de ruimtelijke regelingen die onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn vastgesteld, hebben de bepalingen, zoals al vermeld, een vorm waarin wordt bepaald dat bij omgevingsvergunning van een gestelde regel kan worden afgeweken. Uit de letterlijke redactie van dergelijke bepalingen vloeit niet een zelfstandig verbod voort om een activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning. Onder de werking van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werden al deze bepalingen dan ook in juridische vorm «gevangen» onder de werking van het verbod behoudens omgevingsvergunning uit artikel 2.1, eerste lid, onder c. Deze wet is echter bij de inwerkintreding van de Omgevingswet ingetrokken, zodat de explicitering van de vergunningplicht voor deze afwijkingsmogelijkheden niet langer is geregeld. In plaats daarvan wordt deze explicitering van de vergunningplicht nu in artikel 22.27622.280 van dit omgevingsplan geregeld. Met artikel 22.27622.280 wordt daarmee buiten twijfel gesteld dat de bepalingen uit het tijdelijke deel waarin de mogelijkheid wordt geboden om bij omgevingsvergunning van regels af te wijken, gelden als binnenplans verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Ook de nog voorkomende redacties in oude ruimtelijke regelingen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, met termen als ontheffing en vrijstelling, worden door dit binnenplanse verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten aangestuurd.

GGGGGGGGGGGGGG

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27722.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen

Artikel 22.27722.281 moet worden gelezen in samenhang met artikel 22.27622.280 en heeft ook betrekking op de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van gestelde regels te kunnen afwijken. Zoals al toegelicht bij artikel 22.27622.280 vielen dergelijke afwijkingsmogelijkheden onder de juridische werking van de vergunningplicht van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, konden deze omgevingsvergunningen worden verleend. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft er in haar advies over het ontwerp Invoeringsbesluit Omgevingswet terecht op gewezen dat uit de werking van de beoordelingsregel in artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl een imperatieve werking voortvloeit, die ertoe leidt dat een omgevingsvergunning voor activiteiten als hier bedoeld moet worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Hierdoor zou de mogelijkheid uit artikel 2.12 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht om de vergunning, ook als werd voldaan aan de in de betrokken planologische regeling gestelde regels over afwijking, toch te kunnen weigeren, komen te vervallen. Voor zover de regels voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor deze afwijkingsmogelijkheden geen zelfstandige beslissingsruimte bieden (maar een imperatieve redactie kennen die kan dwingen tot vergunningverlening), zou dit onder de werking van het nieuwe stelsel tot het probleem kunnen leiden dat het bevoegd gezag wordt gedwongen een vergunning te verlenen terwijl onder oud recht artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog de afwegingsruimte bood de vergunning in die omstandigheid toch te kunnen weigeren. Om een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel te borgen, wordt met artikel 22.27722.281 beslissingsruimte toegevoegd aan de imperatief geformuleerde regels voor het verlenen van deze vergunningen. Daarmee blijft het net als onder de werking van het oude stelsel mogelijk een afweging te maken en de vergunning voor een geboden afwijkingsmogelijkheid in voorkomende omstandigheden toch te weigeren, in het geval de regels voor het verlenen van de afwijking zouden dwingen om de vergunning te verlenen. Het zal overigens in de praktijk geregeld voorkomen dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een dergelijke afwijking van een regel gezamenlijk wordt verleend met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.

HHHHHHHHHHHHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27822.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht

Artikel 22.27822.282 biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 22.27622.280 een aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde regels over afwijking, waardoor vergunningverlening op grond van die regels niet mogelijk is, maar niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel. Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid geboden zoals artikel 22.32 van dit omgevingsplan biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Omdat de werking identiek is wordt voor de toepassing van deze bepaling verder verwezen naar de toelichting bij artikel 22.32.

IIIIIIIIIIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27922.283 Toepassingsbereik

Onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren de indieningsvereisten voor omgevingsvergunningen op rijksniveau geregeld, ook als de vergunningplicht was ingesteld in een bestemmingsplan of gemeentelijke verordening. Deze indieningsvereisten waren opgenomen in de voormalige Regeling omgevingsrecht en komen, voor zover het gaat om die laatste vergunningen, niet meer terug op rijksniveau. Daarom worden deze opgenomen in deze paragraaf. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in een bestemmingsplan, maken die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in gemeentelijke verordeningen (artikel 2.2 van die wet) houden de aanvraagvereisten verband met artikel 22.8 van de Omgevingswet. Artikel 22.8 van de Omgevingswet brengt met zich dat zolang deze vergunningenstelsels nog niet zijn overgeheveld naar het omgevingsplan, de regeling van artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht feitelijk wordt gecontinueerd. Een in een autonome verordening opgenomen vergunningplicht, die krachtens artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd aangemerkt als een Wabo-omgevingsvergunningplicht, wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet aangemerkt als een omgevingsvergunningplicht op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

In deze afdeling zijn daarnaast nog de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor twee andere activiteiten opgenomen. In de eerste plaats de activiteit die strekt tot het afwijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in dat tijdelijke deel is bepaald dat daarvan bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De hiermee samenhangende vergunningplicht die onder de gelding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht volgde uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, is opgenomen in artikel 22.27622.280 van dit omgevingsplan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de hiervoor gegeven toelichting op dat artikel.

De tweede activiteit waarvoor deze afdeling nog aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning bevat, is het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Ook dat artikel is een overgangsrechtelijke bepaling.

In artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was een vergunningplicht opgenomen voor het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Onder de Omgevingswet is dit geen afzonderlijke, in artikel 5.1 van die wet geregelde vergunningplicht meer, maar wordt het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten onderdeel van het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat bestemmingsplannen nog uitgingen van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing. Vanwege dit beschermingsregime zijn ook de indieningsvereisten voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zoals die waren opgenomen in artikel 6.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht naar deze afdeling overgeheveld.

De vier categorieën activiteiten waarop de aanvraagvereisten in deze afdeling betrekking hebben, komen terug in de nadere onderverdeling van paragraaf 22.5.2 van deze afdeling in een viertal subparagrafen.

De indieningsvereisten uit de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komen niet allemaal in identieke bewoordingen als aanvraagvereisten terug. Dat kan alleen al niet vanwege de begrippen uit het oude recht die in die regels voorkomen. In de artikelen 22.2 en 22.14 van de Omgevingswet is bepaald dat de bruidsschat bestaat uit rijksregels of daaraan gelijkwaardige regels. Door aan te sluiten op de terminologie van het nieuwe stelsel wordt invulling gegeven aan het opstellen van gelijkwaardige regels. Dat betekent bijvoorbeeld dat het begrip locatie wordt gehanteerd en niet het begrip grond. Wat betreft de aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument is aangesloten bij de formulering van de aanvraagvereisten voor een rijksmonumentenactiviteit die in de Omgevingsregeling zijn opgenomen.

De artikelen 22.28322.287 tot en met 22.29122.295 voorzien in specifieke aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument. Bij een gemeentelijk monument gaat het op grond van bijlage I bij het Bbl om een monument of archeologisch monument als bedoeld in de Erfgoedwet waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. Op grond van artikel 22.29122.295 zijn deze aanvraagvereisten van overeenkomstige toepassing op eventuele voorbeschermde gemeentelijke monumenten in dit omgevingsplan. Bijlage I bij het Bbl definieert een voorbeschermd gemeentelijk monument voor zover in het kader van het omgevingsplan van belang als een monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding van gemeentelijk monument te geven. De artikelen 22.28322.287 tot en met 22.29122.295 zijn ook van toepassing op monumenten en archeologische momenten die een (voor)beschermde status hebben op grond van een gemeentelijke verordening en nog niet via een voorbeschermingsregel of functie-aanduiding in het omgevingsplan zijn overgezet. Dit volgt uit artikel 22.2 van dit omgevingsplan.

Voor de leesbaarheid wordt hierna alleen van gemeentelijk monument gesproken, maar kan steeds ook voorbeschermd gemeentelijk monument worden gelezen.

Omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument komen overeen met de activiteiten die op grond van de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet onder de «rijksmonumentenactiviteit» vallen: het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of een archeologisch monument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Waar in deze begripsomschrijving gesproken wordt van «monument» wordt alleen op gebouwde en aangelegde (groene) monumenten gedoeld. Waar gesproken wordt van «archeologisch monument» wordt gedoeld op een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen (zie de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet).

Voor deze aanvraagvereisten hebben, zoals hierboven al aangegeven, de indieningsvereisten in de voormalige Regeling omgevingsrecht onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als basis gediend, aangevuld met indieningsvereisten voor archeologische rijksmonumenten op grond van de Monumentenwet 1988. De redactie is daarbij wel aangepast aan voortschrijdend inzicht en aan de stelselkeuzes van de Omgevingswet.

In artikel 22.27222.276 zijn de algemene aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument opgenomen, die bij iedere aanvraag van toepassing zijn. Voor het overige zijn de aanvraagvereisten in verschillende artikelen gespecificeerd voor de volgende activiteiten:

  • –.

    activiteiten die betrekking hebben op archeologische monumenten;

  • –.

    het slopen (= geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen) van monumenten;

  • –.

    het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van monumenten;

  • –.

    het wijzigen van een monument (restauratie, verbouw, reconstructie of op een andere manier wijzigen) of het door herstel ontsieren of in gevaar brengen van een monument;

  • –.

    het gebruiken van een monument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Ook zijn er twee artikelen opgenomen met eisen aan tekeningen, een voor monumenten en een voor archeologische monumenten.

Met deze uitsplitsing in activiteiten wordt voorkomen dat initiatiefnemers (vergunningaanvragers) worden geconfronteerd met aanvraagvereisten die niet relevant voor hen zijn. Deze insteek bestond al in de voormalige Regeling omgevingsrecht, maar is nu verder vereenvoudigd. Bij een aantal artikelen is ook een splitsing aangebracht in aanvraagvereisten die in beginsel altijd noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit in relatie tot het monument of archeologisch monument en zijn monumentale waarde (eerste lid), en aanvraagvereisten die niet in alle gevallen nodig zijn of die alleen voor bepaalde soorten gemeentelijke monumenten van toepassing zijn (tweede lid).

De aard en de omvang van de activiteit en het soort gemeentelijk monument bepalen welke aanvraagvereisten in een concreet geval van toepassing zijn. Zo zijn voor de beoordeling van een vergunningaanvraag voor uitvoering van een restauratie- of (ver)bouwplan meer gegevens en bescheiden noodzakelijk dan voor het beoordelen van een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van gevelreclame. Voorafgaand aan ingrijpende restauraties is het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek vaak wenselijk, terwijl dit voor kleinere herstelwerkzaamheden meestal niet aan de orde zal zijn. Ook de locatie van de activiteiten is voor de aanvraagvereisten van belang. Als er werkzaamheden in het interieur worden uitgevoerd, zijn interieurfoto’s nodig, maar deze zijn doorgaans niet relevant als de ingrepen alleen de buitenkant van het monument betreffen.

Door de grote verscheidenheid aan activiteiten die van invloed kunnen zijn op de monumentale waarde van een monument of archeologisch monument is geen volledig dekkend beeld te geven van alle mogelijke aanvraagvereisten. Het bevoegd gezag kan in specifieke gevallen, naast de genoemde aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2, tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ook nog andere aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde informatie moet uiteraard wel noodzakelijk zijn voor, en in directe relatie te staan tot, de beoordeling van de aanvraag. Het is dan ook in het algemeen bij voorgenomen omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument raadzaam voor een aanvrager om eerst in vooroverleg te treden met het bevoegd gezag en daarna pas over te gaan tot het maken van definitieve plannen. Zo krijgt hij vroegtijdig inzicht in welke aanvullende aanvraagvereisten in het concrete geval nodig worden geacht en kan rekening worden gehouden met eventuele toepasselijke kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten.

Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag zal het belang van de (archeologische) monumentenzorg bij het behoud van het monument of archeologisch monument in redelijkheid moeten worden afgewogen tegen de belangen van de aanvrager (eigenaar/gebruiker) en die van derde belanghebbenden. Bij die belangenafweging staat het voorkomen van nadelige gevolgen van de aangevraagde activiteiten voor het monument of archeologisch monument en de monumentale waarden ervan voorop. Ook zal er bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning rekening moeten worden gehouden met de volgende beginselen uit het verdrag van Granada (de op 3 oktober 1985 te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa; Trb. 1985, 163) en het verdrag van Valletta (het op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed; Trb. 1992, 32):

  • a.

    het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten,

  • b.

    het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten,

  • c.

    het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden, en

  • d.

    het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.

Een aanvraag moet dus voldoende inzicht geven in de reden, aard en omvang van de activiteit, de impact op het monument of archeologisch monument en de monumentale waarde ervan, en het (voorgenomen) gebruik van het monument of archeologisch monument.

JJJJJJJJJJJJJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28022.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

KKKKKKKKKKKKKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28122.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

Dit artikel bevat een aanvraagvereiste voor een sloopactiviteit. In verband met de beoordelingsregel uit artikel 22.27522.279 moeten gegevens worden overgelegd waarmee aannemelijk moet worden gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Met «kan» worden gebouwd wordt gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk te maken is in beginsel een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor het bouwen van het vervangende bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is verleend, «zal» worden gebouwd, moet de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht te geven in vergevorderde bouwplannen. Dat laatste geldt ook als voor het bouwen van een vervangend bouwwerk op de locatie geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Als het naar het oordeel van het bevoegd gezag onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake zal zijn van vervangende nieuwbouw, biedt artikel 22.27522.279 de mogelijkheid om de vergunning te weigeren. Het is mogelijk dat naast artikel 22.27522.279 nog andere specifieke beoordelingsregels zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bij de daar opgenomen vergunningplicht om een bouwwerk te slopen zonder omgevingsvergunning. Op grondslag van artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag zo nodig nog aanvullende gegevens en bescheiden opvragen die gelet op die beoordelingsregels nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag.

LLLLLLLLLLLLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28222.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet

Dit artikel bevat aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning om af te wijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.27622.280. Voor een nadere toelichting op deze vergunningplicht wordt verwezen naar de toelichting op dat artikel. De aanvraagvereisten in artikel 22.28222.286 zijn ontleend aan artikel 3.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht.

Het tweede lid betreft een rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.

MMMMMMMMMMMMMM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28322.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen

NNNNNNNNNNNNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28422.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument

In dit artikel staan de specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft. Een archeologisch monument is in de Erfgoedwet gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Dit artikel is van toepassing als de aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een archeologisch monument is, en kan in bepaalde gevallen van toepassing zijn als deze een archeologisch monument betreft dat geen zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich ter plaatse van een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van een als gemeentelijk monument beschermde kerk die zich daar nog onder bevinden, of aan het bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin. Als voor die locatie nog geen afweging over de archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden in het kader van besluitvorming over het toedelen van functies aan locaties, kunnen de archeologische belangen worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument betreft. Er kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor het in situ- of ex situ-behoud van het zich daaronder bevindende archeologisch monument (zie verder de toelichting bij artikel 22.29922.303).

In de meeste gevallen zal het bij een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van de bodem, maar het kan bij zichtbare archeologische monumenten, zoals terpen/wierden, kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel van het archeologisch monument.

Veel voorkomende activiteiten die betrekking hebben op een archeologisch monument, zijn:

  • –.

    bouw-, sloop-, inrichtings- en graafwerkzaamheden,

  • –.

    de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, rioleringen, kabels en leidingen.

Ook kan het gaan om:

  • –.

    het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte,

  • –.

    het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen,

  • –.

    het aanplanten en verwijderen van (diepwortelende) bomen en struiken,

  • –.

    het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld,

  • –.

    het wijzigen van het grondwaterpeil,

  • –.

    het winnen van grondstoffen,

  • –.

    agrarische grondwerkzaamheden, en

  • –.

    activiteiten die tot doel hebben de fysieke staat van het archeologisch monument te consolideren of te restaureren.

OOOOOOOOOOOOOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

PPPPPPPPPPPPPP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

QQQQQQQQQQQQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28522.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288

Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.28422.288.

RRRRRRRRRRRRRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28622.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument

SSSSSSSSSSSSSS

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

TTTTTTTTTTTTTT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28622.290 lid 2

onderdeel a

De rapporten, bedoeld in onderdeel a, kunnen nodig zijn om de monumentale waarde van het monument of de te slopen onderdelen (nader) te bepalen. Lang niet altijd zullen de actuele monumentale waarden al in voldoende mate in beeld zijn om de gevolgen van de voorgenomen sloopwerkzaamheden voor de aanwezige monumentale waarden te kunnen beoordelen.

onderdeel b

Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28422.288.

onderdeel c

Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c is bijvoorbeeld nodig in geval van een voorgenomen sloop op grond van de technische staat van een monument of een onderdeel daarvan. Als deze beschrijving en de foto’s niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d).

UUUUUUUUUUUUUU

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28722.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument

VVVVVVVVVVVVVV

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

WWWWWWWWWWWWWW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28722.291 lid 2

Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument of voor de nieuwe locatie (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28422.288.

Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel d kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument op de nieuwe plek, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-visualisaties.

Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een rijksmonumentenactiviteit kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel e moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.

XXXXXXXXXXXXXX

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28822.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen

YYYYYYYYYYYYYY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28822.292 lid 1

onderdeel a

De foto’s in onderdeel a moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat en de ruimtelijke context van het monument, zodat de noodzaak van de voorgenomen activiteit voldoende wordt geïllustreerd. Het mogen daarom geen onduidelijke kopieën zijn.

onderdeel b

Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 2, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Welke soort tekeningen in een concreet geval nodig zijn, hangt af van de aard van de activiteit. In de regel zullen plattegronden en doorsnedetekeningen nodig zijn. Als de activiteit ook impact heeft op het exterieur of het aangezicht van het monument, zullen ook geveltekeningen en in voorkomend geval een dakaanzicht nodig zijn.

Gebrekentekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 3, zijn nodig als er gebreken worden hersteld. Het betreft feitelijk opnametekeningen waarop de te verhelpen gebreken adequaat zijn weergegeven.

Plantekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 4, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van het monument (na afloop van de voorgenomen activiteit) is weergeven.

Als er in het kader van de activiteit ook materiaal wordt verwijderd, moeten er in een dergelijk geval ook enkele gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 22.28622.290 (slopen) worden overgelegd. Zoals blijkt uit de begripsbepaling van slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet wordt onder slopen ook verstaan het gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen. In de praktijk van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bleek dat een aanvrager die zijn monument wil restaureren of verbouwen zich niet altijd realiseert dat het wegnemen van materialen ook onder slopen valt en noodzakelijke gegevens en bescheiden daardoor geregeld ontbraken. Daarom zijn de aanvraagvereisten uit artikel 22.28622.290 expliciet (en niet met een verwijzing) in dit artikel opgenomen. Op grond van onderdeel b, onder 5, moet de aanvrager in een dergelijk geval ook slooptekeningen overleggen, waaruit blijkt welke materialen of onderdelen verwijderd worden. De slooptekeningen moeten de exacte impact van de voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk maken.

onderdeel c

Op grond van onderdeel c moet in het bestek of in de werkomschrijving de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal worden omschreven. Aan de omgevingsvergunning kan namelijk het voorschrift worden verbonden deze onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg voor hergebruik elders beschikbaar te stellen.

ZZZZZZZZZZZZZZ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28822.292 lid 2

onderdeel b

Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.28422.288.

onderdeel c en d

Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c kan bijvoorbeeld nodig zijn in geval van het herstellen van technische gebreken. Als deze beschrijving en de foto’s niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d). Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een (complexe) restauratie.

onderdeel e

Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel e kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument na verrichting van de activiteit, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-visualisaties.

onderdeel f

Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel f moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.

onderdeel g

Een beheervisie als bedoeld in onderdeel g is een visie op het beheer van een groenaanleg, gebaseerd op een analyse en een waardering op grond van (cultuur)historisch onderzoek en inventarisaties van natuurwaarden, recreatieve en belevingswaarden, waterhuishouding en bodem, en wensen van belanghebbenden (eigenaar en gebruikers). De beheervisie maakt duidelijk welke keuzes zijn gemaakt voor het beheer en is richtinggevend voor een langere periode, bijvoorbeeld 12 tot 18 jaar, of langer. De visie kan ook worden weergegeven in streefbeelden.

AAAAAAAAAAAAAAA

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28922.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen

BBBBBBBBBBBBBBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29022.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292

Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.28622.290, 22.28722.291 en 22.28822.292. Daar waar er meerdere schalen genoemd zijn, moet een schaal worden gekozen die het onderdeel van het monument adequaat weergeeft. Bij detailtekeningen van stucwerk of ornamenteel stuc kan bijvoorbeeld een schaal van 1:1 gevraagd worden ter verificatie van het profiel. Maar deze schaal zal lang niet altijd nodig zijn om details voldoende duidelijk weer te geven. Het is aan de aanvrager om zijn aanvraag voldoende duidelijk te maken en aan het bevoegd gezag om te beoordelen of de ingediende bescheiden volstaan voor de beoordeling.

CCCCCCCCCCCCCCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29122.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument

In dit artikel is bepaald dat de aanvraagvereisten die op grond van de artikelen 22.28322.287 tot en met 22.29022.294 voor gemeentelijke monumenten gelden, ook gelden voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten (als bedoeld in bijlage I bij het Bbl). Omwille van de leesbaarheid is voor een apart artikel gekozen in plaats van het opnemen in voornoemde artikelen zelf.

DDDDDDDDDDDDDDD

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

EEEEEEEEEEEEEEE

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

FFFFFFFFFFFFFFF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29822.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht

Zoals hiervoor al toegelicht bij artikel 22.27922.283 gaat het hier om het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Hiervoor gelden dezelfde aanvraagvereisten als voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 22.29222.296. Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting op dat artikel. Ook onder de voormalige Regeling omgevingsrecht golden voor deze activiteiten dezelfde indieningsvereisten.

GGGGGGGGGGGGGGG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29922.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg

HHHHHHHHHHHHHHH

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

IIIIIIIIIIIIIII

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Naar boven