Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2026, 428596 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2026, 428596 | beleidsregel |
Regeling briefadres gemeente Ridderkerk 2026
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;
de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en briefadres (2016-0000656211) van de minister van BZK van 18 oktober 2016, het Protocol voor ondersteuning door Dienstverlening aan achterblijvers in geval van vermissing (NVVB-2016), Stappenplan inschrijven BRP en briefadres van 6 maart 2018 van Rijksdienst voor Identiteitsgegevens;
het gewenst is een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres in de basisregistratie personen (BRP) om het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan en om kwetsbare personen in de samenleving die niet in de BRP zijn opgenomen, te registeren in de BRP;
wanneer iemand in de gemeente Ridderkerk wordt aangetroffen, die geen woonadres heeft en niet ingeschreven kan worden op een particulier briefadres, de gemeente deze persoon ambtshalve kan inschrijven op een briefadres op het Koningsplein 1-het adres van de gemeente Ridderkerk en de gemeente in deze situatie optreedt als briefadresgever;
In deze regeling wordt verstaan onder:
Woonadres: het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten (artikel 1.1, onder o, van de Wet BRP);
Artikel 3 Voorwaarden particulier briefadres
Een particulier briefadres wordt slechts opgenomen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Artikel 4 Voorwaarden gemeentelijk briefadres
Een gemeentelijk briefadres kan alleen worden toegekend als voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden:
Onder benodigde gegevens als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
Een schriftelijke instemmingsverklaring van de briefadresgever waarop het briefadres gehouden wordt, als dit een natuurlijk persoon betreft dan moet er een geldig identiteitsbewijs worden overlegd, of een kopie ervan, van de briefadresgever. Als de briefadresgever een instelling betreft dient er een schriftelijke instemmingsverklaring door het hoofd van de instelling worden gevoegd bij de aangifte van het briefadres;
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 1 september 2026,
Burgemeester en wethouders van Ridderkerk,
Secretaris,
M. Kitselar
Burgemeester,
C.A. Oosterwijk
Toelichting op de Regeling briefadres gemeente Ridderkerk 2026
Per 1 januari 2022 is de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) gewijzigd. Artikel 2.23, lid 2 verplicht dat er een adres van de gemeente als briefadresgever aanwezig moet zijn, indien het woonadres ontbreekt en geen aangifte wordt gedaan van een briefadres. Hiermee is de bevoegdheid van het college gewijzigd in een wettelijke verplichting tot ambtshalve registratie van een persoon op een briefadres. Als een persoon geen vast woonadres heeft en ook geen geschikte briefadresgever kan vinden moet de gemeente zelf als briefadresgever optreden of een in de gemeente gevestigde instelling in Nederland aanwijzen waarin beschermd wonen of opvang plaatsvindt, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wanneer de gemeente optreedt als briefadresgever, kan de gemeente nadere regels stellen aan de toekenning van een gemeentelijk briefadres.
Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de regeling briefadres.
Het uitgangspunt is dat de aangever ingeschreven wordt op een woonadres en bij het ontbreken hiervan op een briefadres. Om te bepalen of de aangever een woonadres heeft wordt dit vastgesteld aan de hand van de definitie van artikel 1.1, onder o, Wet BRP: ‘Een woonadres is het adres waar iemand woont of naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten’. Wanneer het onduidelijk is waar de aangever gaat verblijven, maar wel duidelijk is dat deze in de gemeente Ridderkerk verblijft, kan er gedurende de onderzoeksperiode een ambtshalve briefadres verstrekt worden.
Op grond van artikel 2.43 Wet BRP kan iemand die voor een periode meer dan 8 maanden naar het buitenland vertrekt niet als ingezetene ingeschreven blijven in de BRP. In dit geval is de burger verplicht om aangifte te doen van zijn vertrek naar het buitenland bij zijn woongemeente. Op grond van deze aangifte wordt de bijhouding van zijn persoonslijst in de BRP opgeschort vanwege emigratie.
Er is een aantal wettelijke uitzonderingen op de regel van inschrijving op een woonadres.
Degene die zijn woonadres heeft in een instelling, kan in afwijking van artikel 2.38 jo. artikel 2.39 Wet BRP, in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 Wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen (huizen van bewaring, gevangenissen, gecombineerde inrichtingen, bijzondere inrichtingen en overige diensten). In de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden.
Het college is eveneens bevoegd, om op grond van artikel 2.40, lid 4 Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te wijzen. Deze instellingen moeten in Nederland zijn gevestigd, zoals bedoeld in artikel 2.42, onder b, Wet BRP.
Wanneer de burgemeester van oordeel is dat om veiligheidsredenen het niet wenselijk is dat burger in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1, in plaats van een woonadres een briefadres heeft, kan er een uitzondering gemaakt worden.
De aangifte briefadres wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
Bij de aangifte dient de reden van het briefadres en de te verwachte duur worden opgenomen op het aangifteformulier briefadres. Als het gaat om een verblijf in een instelling of op een adres waarvan het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is, zal er een schriftelijke instemmingsverklaring noodzakelijk zijn van het hoofd van de instelling of van de burgemeester.
De identiteit van de aanvrager voor het briefadres moet deugdelijk worden vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 2.4, lid 3 jo artikel 2.20, lid 4 Wet BRP. Voor een aangifte briefadres betekent dit dat er online hiervoor een afspraak gemaakt kan worden op de gemeentelijke website. Bij de afspraak en aangifte briefadres moet er een geldig identiteitsbewijs, zoals bepaald in artikel 1 WID, worden overlegd. Als de aanvrager naar een zorginstelling of penitentiaire inrichting gaat kan er online op de gemeentelijke website een briefadres aangevraagd worden. Er zal dan ook een schriftelijk bewijs moeten worden overlegd van deze instelling of inrichting. Bewijs kan worden geüpload bij de aangifte briefadres die door middel van Digitale Identiteit (DigiD) wordt ingediend.
Bij een aangifte briefadres wordt er door de medewerker van afdeling Front- en Backoffice vastgesteld of de aangever in aanmerking komt voor inschrijving in de BRP, op grond van artikel 2.38 en 2.39 Wet BRP. Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de persoon langer buiten Nederland verblijft dan een periode van 2/3e deel van een jaar. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres.
Aangifte briefadres bij een natuurlijk persoon
Bij een aangifte briefadres bij een natuurlijk persoon dient er een schriftelijke instemmingsverklaring van de briefadresgever gevoegd te worden, zoals bedoeld in artikel 2.45, lid 2 Wet BRP, inclusief een (kopie) van een geldig identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 WID.
Aangifte briefadres bij een instelling
Bij een aangifte briefadres bij een instelling zoals bedoeld in artikel 2.40, lid 3 Wet BRP en de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling BRP, dient er door het hoofd van de aangewezen instelling tijdig aan betrokken persoon een schriftelijke mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres worden gedaan, artikel 2.40, lid 5 Wet BRP.
Een briefadres kan niet worden gehouden bij iemand van wie de verblijfplaats (categorie 08 op de persoonslijst van betrokkene) in de BRP in onderzoek staat. Immers de verplichtingen van de briefadresgever kunnen pas vervuld worden wanneer deze zelf op het adres woonachtig is. Wanneer daar nog geen uitsluitsel over is, zal de aangever een andere briefadresgever moeten zoeken of zal, indien dit niet mogelijk is, de gemeente als briefadresgever optreden.
De briefadresgever verstrekt op grond van artikel 2.45, lid 4 Wet BRP, op verzoek van het college, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de registratie van het briefadres en de bijhouding met betrekking tot de BRP.
De briefadreshouder verstrekt op grond van artikel 2.45, lid 1 Wet BRP, op verzoek van het college, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie personen. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
Een briefadresgever kan alleen een rechtspersoon zijn wanneer deze door het college wordt aangewezen, zoals bepaald in artikel 2.40, lid 4 Wet BRP. Denk hierbij aan een opvanginstelling of beschermd wonen. Commerciële aanbieders zijn uitgesloten en zullen niet als briefadreshouder worden aangewezen.
Toelichting artikel 4, sub a en d
Om in aanmerking te komen voor een gemeentelijk briefadres, moet een persoon zijn aangetroffen in de gemeente Ridderkerk. Dat houdt in, dat de persoon binnen de gemeentegrenzen moet verblijven. Daarnaast moet er sprake zijn van ontbreken van een woonadres. Het gaat dan om dak- en thuisloze personen.
De identiteit van de aanvrager voor het briefadres moet deugdelijk worden vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 2.4, lid 3 jo artikel 2.20, lid 4 Wet BRP. Voor een aangifte briefadres betekent dit dat er online hiervoor een afspraak gemaakt kan worden op de gemeentelijke website. Bij de afspraak en aangifte briefadres moet er een geldig identiteitsbewijs, zoals bepaald in artikel 1 WID, worden overlegd. Een aanvraag voor een gemeentelijk briefadres moet altijd in persoon (aan de balie) worden ingediend.
Bij een aangifte briefadres wordt er door de medewerker van afdeling Front- en Backoffice vastgesteld of de aangever in aanmerking komt voor inschrijving in de BRP, op grond van artikel 2.38 en 2.39 Wet BRP. Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de persoon langer buiten Nederland verblijft dan een periode van 2/3e deel van een jaar. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres.
Bij een aangifte briefadres op het adres van de gemeente Ridderkerk dient er een schriftelijke instemmingsverklaring aanwezig te zijn. Deze instemmingsverklaring omvat een besluit tot wel of geen toekenning tot het briefadres. Deze beoordeling wordt gedaan door een medewerker Backoffice van de gemeente Ridderkerk. De medewerkers zijn gemandateerd door het college en zijn hierdoor bevoegd om de aangiften in behandeling te nemen en hierover een beslissing te nemen (zie hiervoor ook de mandaatbesluitregeling van de gemeente Ridderkerk).
Een briefadres op het adres van de gemeente Ridderkerk wordt alleen in uitzonderingsgevallen toegekend. Het is alleen van toepassing op mensen die dak- of thuisloos zijn en geen personen in hun eigen netwerk (familie, vrienden, collega’s, kennissen) hebben bij wie een briefadres gevestigd kan worden. Het is hierbij van belang dat het hebben van schulden geen reden is om geen briefadres bij een persoon te vestigen. Een briefadreshouder telt immers niet mee als bewoner van een adres. Een inschrijving van een briefadreshouder heeft dan ook geen financiële gevolgen voor de bewoner(s) van het adres, tenzij vastgesteld wordt dat de briefadreshouder wel daadwerkelijk op het adres woont.
De briefadreshouder verstrekt op grond van artikel 2.45, lid 1 Wet BRP, op verzoek van het college, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie personen. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
Een briefadres kan, in tegenstelling op wat de wet regelt en in tegenstelling tot een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden en stond geregistreerd in de BRP. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische instelling verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting.
Wanneer er sprake is van een gemeentelijk briefadres, is in de meeste gevallen ook sprake van een hulpvraag. Dit betreft bijvoorbeeld de zoektocht naar een woonruimte of de behoefte aan een uitkering. Het uitgangspunt is, dat een gemeentelijk briefadres tijdelijk is. Het is altijd de bedoeling dat iemand zo snel mogelijk naar een woonadres overgeschreven kan worden. Wanneer hierbij hulp vanuit de gemeente geboden kan worden, is de aanvrager altijd verplicht deze hulp te aanvaarden.
Het briefadres is een adres waar de bestemde geschriften of inlichtingen daarover door de betrokken briefadreshouder in ontvangst worden genomen. De briefadresgever moet ervoor zorgen dat de post van de overheid (bijvoorbeeld een stempas, belastingformulier of dagvaarding) de persoon in kwestie bereikt. Bij gebruik van het gemeentelijke briefadres Ridderkerk mag het briefadres niet worden gebruikt voor:
Het doel van een briefadres is, dat post van de overheid de briefadreshouder bereikt. Daarom moet de briefadreshouder regelmatig zijn post ophalen. Voor mensen met die een uitkering van de gemeente Ridderkerk ontvangen geldt, dat zij iedere week hun post moeten ophalen. Dat is zo afgesproken met de collega’s van de uitkeringsadministratie. De aanvragers die dit betreft zijn hier ook van op de hoogte. Personen met een pandverbod tot het gemeentehuis van Ridderkerk kunnen hier geen gemeentelijk briefadres krijgen dan wel houden, omdat de post hen dan niet kan bereiken. Zij kunnen immers niet in het gemeentehuis hun post ophalen.
In bijlage 1 zijn de voorwaarden opgenomen die gelden wanneer iemand ingeschreven wordt op het briefadres van de gemeente Ridderkerk. Houdt men zich niet aan deze voorwaarden, dan vervalt het recht op het gemeentelijk briefadres en moet de briefadreshouder zich binnen twee weken inschrijven op een ander adres. Doet hij dit niet, dan wordt zijn adres in onderzoek gezet. Dat houdt in, dat onderzocht wordt waar hij daadwerkelijk verblijft, zodat hij op dat adres ingeschreven kan worden. Lukt het niet om binnen de termijnen van het onderzoek (7 weken) een adres te achterhalen, dan schrijft de gemeente de briefadreshouder met onbekende bestemming uit. Dit heeft tot gevolg dat deze persoon in geen enkele Nederlandse gemeente meer ingeschreven staat en ook geen recht (meer) heeft op voorzieningen, zoals pensioenopbouw, toeslagen, uitkering etc.
De aangifte van het briefadres vindt plaats bij de gemeente waar het briefadres zich bevindt. Het adres moet dus een bestaand adres zijn in de gemeente Ridderkerk.
Toelichting artikel 5, lid 2 en lid 3
Indien het aangifteformulier niet volledig is ingevuld en de instemmingsverklaring van de briefadresgever (natuurlijk persoon, instelling of rechtspersoon) ontbreekt kan er geen juiste beoordeling worden gedaan om tot toekenning van het briefadres over te gaan, de aangifte wordt dan behandeld als een onvolledige aangifte.
In de gevallen dat een briefadres vanwege veiligheidsreden wordt aangevraagd en dit wordt vastgesteld door de burgemeester, is er een schriftelijke instemmingsverklaring met toelichting van de burgemeester nodig om het briefadres toe te kennen.
Toelichting artikel 5, lid 5, lid 6 en lid 7
De aangever wordt schriftelijk in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen na verzending van het verzoek het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen met de ontbrekende informatie en/of benodigde stukken, zoals bijvoorbeeld de instemmingsverklaring bij een aangifte briefadres bij een particulier, een instelling of als er een toelichting, verklaringen nodig zijn voor instemming om een briefadres te houden op het adres van de gemeente Ridderkerk. De aangever kan echter in reactie daarop het verzoek doen de termijn om de aangifte aan te vullen eenmalig te verlengen met veertien dagen. Wanneer de aangever niet binnen veertien dagen de aangifte aanvult of uitstel aanvraagt, wordt een brief verstuurd over het besluit dat aan de aangifte briefadres geen gevolg wordt gegeven wegens het ontbreken van de gevraagde documenten, met inachtneming van artikel 2.60 Wet BRP. Hiertegen is bezwaar mogelijk.
Het is toegestaan om in de mededeling tot aanvulling van gegevens (4:5 Awb) al melding te maken van het voornemen om aan de aangifte geen gevolg te geven (4:7 Awb) in het geval dat niet voldaan wordt aan de aanvulling.
Toelichting artikel 6, lid 1 en lid 2
De verplichting tot ambtshalve inschrijving van het college gaat in ‘op het moment dat het college kennis krijgt van de situatie die tot het ambtshalve handelen noopt’. Dit betekent dat zodra het college op de hoogte wordt gesteld van de aanwezigheid van een persoon in de gemeente, die niet als ingezetene met een woonadres in de BRP is ingeschreven, maar gezien zijn feitelijk en rechtmatig verblijf wel als ingezetene in de BRP zou moeten worden opgenomen, en zelf niet in staat of bereid is tot aangifte van een briefadres, het college ambtshalve dient over te gaan tot opneming van een briefadres van deze persoon. Het briefadres wordt dan gehouden op het adres van de gemeente Ridderkerk.
Bij een particulier briefadres in de gemeente Ridderkerk wordt er door het college op toegezien dat de briefadreshouder op verzoek van het college, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen verstrekt die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot de registratie van het briefadres en inschrijving in de BRP. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
Als de briefadreshouder niet kan worden bereikt, of de briefadreshouder niet reageert op verzoeken van het college om contact op te nemen over de briefadresregistratie in de BRP, dan zal de briefadreshouder in onderzoek geplaatst worden op zijn persoonslijst, in categorie 08 verblijfplaats. Hiermee wordt duidelijk voor afnemers van de BRP dat deze persoon bij ons niet meer in beeld is en bij geen reactie een ambtshalve uitschrijving zal plaatsvinden van betrokkene in de BRP.
Als de burgemeester een inschrijving van een briefadres voor een beperkte termijn noodzakelijk achtte vanwege veiligheidsredenen, controleert het college aan het einde deze termijn of het briefadres nog noodzakelijk is.
De briefadreshouder dient er zelf alles aan te doen om een vaste verblijfplaats (woonadres) te vinden en is verplicht binnen vijf dagen na wijziging van zijn adres aangifte van verhuizing te doen, op grond van artikelen 2.38 en 2.39 van de Wet BRP. Bij vertrek naar het buitenland dient de briefadreshouder binnen vijf dagen voor het vertrek schriftelijk aangifte te doen op grond van artikel 2.43 Wet BRP, met uitzondering als er bewoners achterblijven met hetzelfde woonadres of de aangifte een minderjarig persoon betreft, dan dient de briefadreshouder de aangifte persoonlijk te doen, op grond van artikel 2.43, lid 3 en 4 Wet BRP.
Wanneer de briefadreshouder geen recht meer heeft op een briefadres of zich niet houdt aan de voorwaarden, wordt het briefadres beëindigd. Schrijft hij zich niet tijdig in op het juiste adres in de BRP, dan wordt hij in onderzoek geplaatst, zoals aangegeven in de toelichting bij artikel 7, lid 1.
Bij een briefadres op het adres van de gemeente Ridderkerk wordt er door het college op toegezien dat de briefadreshouder op verzoek van het college, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen verstrekt die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot de registratie van het briefadres en inschrijving in de BRP. De betrokkene verschijnt hierbij desgevraagd in persoon.
Voorafgaand wordt de briefadreshouder geïnformeerd over het bereikbaar moeten zijn voor het college en het komen afhalen van de post en dat tussentijdse controle en bijbehorende contactmomenten zullen plaatsvinden om erop toe te zien dat de briefadreshouder niet op een briefadres blijft staan ingeschreven terwijl deze een woonadres heeft. Als de briefadreshouder niet kan worden bereikt, of de briefadreshouder niet reageert op verzoeken van het college om contact op te nemen over de briefadresregistratie in de BRP, dan zal de briefadreshouder in onderzoek geplaatst worden op zijn persoonslijst, in categorie 08 verblijfplaats. Hiermee wordt duidelijk voor afnemers van de BRP dat deze persoon bij ons niet meer in beeld is en bij geen reactie een ambtshalve uitschrijving zal plaatsvinden van betrokkene in de BRP.
Het doel van een briefadres is, dat post van de overheid de briefadreshouder bereikt. Daarnaast worden door de gemeente Ridderkerk met de aanvrager afspraken gemaakt, die gelden voor het gemeentelijk briefadres. Komt de briefadreshouder zijn post niet tijdig halen of houdt hij zich niet aan de overige afspraken, dan vervalt het recht op het briefadres. Vanzelfsprekend wordt de briefadreshouder bij het niet houden aan de afspraken in eerst eenmaal de mogelijkheid geboden zich hierin te verbeteren.
De briefadreshouder dient er zelf alles aan te doen om een vaste verblijfplaats (woonadres) te vinden en is verplicht binnen vijf dagen na wijziging van zijn adres aangifte van verhuizing te doen, op grond van artikelen 2.38 en 2.39 van de Wet BRP. Bij vertrek naar het buitenland dient de briefadreshouder binnen vijf dagen voor het vertrek schriftelijk aangifte te doen op grond van artikel 2.43 Wet BRP.
Wanneer de briefadreshouder geen recht meer heeft op een briefadres of zich niet houdt aan de voorwaarden, wordt het briefadres beëindigd. Schrijft hij zich niet tijdig in op het juiste adres in de BRP, dan wordt hij in onderzoek geplaatst, zoals aangegeven in de toelichting bij artikel 8, lid 1.
In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze regeling.
Volgens artikel 4:84 Awb wordt gehandeld overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Uitgangspunt is inschrijven met een woonadres maar wanneer hierdoor voor de aangever een ernstig nadeel ontstaat wordt gekeken of de nadelige effecten van de inschrijving met een woonadres weggenomen kunnen worden. Als dit niet mogelijk is zal de aanvrager alsnog met een briefadres worden ingeschreven. De hardheidsclausule kan ook worden toegepast in gevallen waarin iemand langdurig vermist is. Hiervoor wordt het protocol vermiste personen van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) gevolgd.
De hardheidsclausule wordt niet toegepast wanneer er sprake is van (woon)fraude.
Bijlage 1 Afspraken briefadres bij de gemeente Ridderkerk
De gemeente Ridderkerk biedt de mogelijkheid om een gemeentelijk briefadres te verstrekken. Deze mogelijkheid is alleen aanwezig als u geen vaste woon- en/of verblijfplaats heeft. Het briefadres wordt in overleg met Lokaal Zorgnetwerk (LZN) aangevraagd bij de afdeling Front- en backoffice.
U gaat akkoord met de volgende regels:
Als u uw post niet meer ophaalt, dan krijgt u geen briefadres meer en zetten wij uw adres in onderzoek. Tijdens het onderzoek gebruiken wij de bij ons bekende contactgegevens, zoals telefoonnummer en e-mailadres. Reageert u niet op dit onderzoek, dan loopt u het risico om met onbekende bestemming uitgeschreven te worden. Dit heeft gevolgen voor sociale voorzieningen, zoals een uitkering en toeslagen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-428596.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.