U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan gemeente Barendrecht locatie Voordijk 275

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht

Gelezen de tekstinhoud van het collegevoorstel van 1 september 2026

Besluit;

Om de ontwerp planwijziging van het omgevingsplan, voor de locatie Voordijk 275, ter inzage te leggen. Deze wijziging voorziet in een regeling waarmee de vestiging van een supermarkt op de locatie Voordijk 275 niet langer mogelijk is. Overeenkomstig het voorbereidingsbesluit op de locatie. 

Besluit;

De omwonenden van de locatie, de eigenaar van de locatie en de provincie Zuid-Holland afzonderlijk schriftelijk te informeren over de ontwerpwijziging en de mogelijkheid om gedurende de terinzagelegging een zienswijze naar voren te brengen en de brieven daartoe vast te stellen;

Artikel I

De ontwerpwijziging van "Omgevingsplan gemeente Barendrecht" , zoals opgenomen in Bijlage A , voor Voordijk 275 vast te stellen.

Artikel II

De ontwerpwijziging vrij te geven voor terinzagelegging gedurende zes weken ten behoeve van het indienen van zienswijzen overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. 

Artikel III

Dit omgevingsplan treedt in werking nadat de gemeenteraad Barendrecht deze definitief vaststelt.

Aldus besloten in de vergadering van het college op 1 september 2026

De secretaris

L. van Zanten MSc

De burgemeester

drs. R.E. Schneider

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 15 Ontwikkelhoofdstuk

[Gereserveerd]

Afdeling 15.1 Supermarkt exploiteren

Artikel 15.1 Toepassingsbereik 

Deze afdeling is van toepassing op het exploiteren van een supermarkt binnen de locatie ‘detailhandel – supermarkt uitgesloten’. 

Artikel 15.2 Supermarkt 

In deze afdeling wordt onder ‘supermarkt’ verstaan: een zelfbedieningswinkel ten behoeve van de verkoop van hoofdzakelijk voedingsmiddelen, en daarnaast niet-dagelijkse goederen. 

Artikel 15.3 Oogmerken 

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: 

  • a.

    het versterken van de kernwinkelgebieden; 

  • b.

    het voorkomen van verrommeling in de gemeente. 

Artikel 15.4 Verbod 

Het is verboden een supermarkt te exploiteren binnen de locatie ‘detailhandel – supermarkt uitgesloten’. 

Artikel 15.5 Voorrangsbepaling 

Artikel 4.1, aanhef en onder a en d, van het in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, opgenomen bestemmingsplan Woongebied Oost is niet van toepassing, voor zover dit onderdeel gaat over supermarkten als bedoeld in artikel 15.2. 

Afdeling 15.2 Overgangsrecht algemeen 

Paragraaf 15.2.1 Lopende procedures en gelijkschakelingen  
Artikel 15.6 Lopende procedures besluiten op aanvraag of ambtshalve  
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor de inwerkingtreding van die wijziging een aanvraag om een besluit voor die activiteit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. 

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor de inwerkingtreding van die wijziging een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit ter inzage is gelegd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. 

  • 3.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor de inwerkingtreding van die wijziging voor een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. 

Artikel 15.7 Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten 
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, en die onherroepelijk is, als een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning is vereist. 

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, gelden de voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit geen omgevingsvergunning is vereist. Dit geldt alleen voor zover over die activiteit maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld op grond van dit omgevingsplan.  

Artikel 15.8 Overgangsrecht meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften 
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een melding is vereist.  

  • 2.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, als het verstrekken van informatie op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een verplichting geldt om informatie te verstrekken.  

  • 3.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, als: 

    • a.

      een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een melding is vereist; of  

    • b.

      het verstrekken van informatie op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een verplichting geldt om informatie te verstrekken. 

  • 4.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidden direct voor de inwerkingtreding van die wijziging, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan.  

Artikel 15.9 Overgangsrecht handhavingsbesluiten  

Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor de inwerkingtreding van die wijziging een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop:  

  • a.

    de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd;  

  • b.

    de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of  

  • c.

    als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:  

    • 1.

      de last volledig is uitgevoerd;  

    • 2.

      de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of  

    • 3.

      de last is opgeheven.  

Paragraaf 15.2.2 Eerbiedigende werking  
Artikel 15.10 Eerbiedigende werking bouwwerken  
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan van toepassing is op een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan, en dat bouwwerk afwijkt van de regels in dit omgevingsplan, kan dat bouwwerk, als deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:  

    • a.

      gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; of  

    • b.

      na het teniet gaan door een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om de omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.  

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor bouwwerken die al in strijd waren met de regels van het voorheen geldende omgevingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.  

Artikel 15.11 Eerbiedigende werking activiteiten, anders dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken 
  • 1.

    Als een wijziging van dit omgevingsplan van toepassing is op een activiteit, anders dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken, die al wordt verricht en die in strijd is met de regels in dit omgevingsplan voor die activiteit, mag die activiteit in strijd met die regels worden voortgezet zo lang de activiteit niet wordt gewijzigd.  

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor activiteiten die al in strijd waren met de regels van het voorheen geldende omgevingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan en met in begrip van voorbeschermingsregels.  

  • 3.

    Het eerste lid geldt ook niet als dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.  

  • 4.

    Als de activiteit na het tijdstip, waarop de wijziging van het omgevingsplan van kracht is geworden, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, wordt de activiteit daarna niet hervat.  

B

Na het lichaam wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

detailhandel – supermarkt uitgesloten

/join/id/regdata/gm0489/2026/758476ad905c4b99bd2ce0b376725b58/nld@2026‑09‑04;12441436

C

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

geurgevoelig object:
  • a.

    gebouw:

    • 1.

      dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;

    • 2.

      dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en

    • 3.

      dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of

  • b.

    geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten; en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • 1.

      rundvee tot 24 maanden;

    • 2.

      kalkoenen;

    • 3.

      eenden; of

    • 4.

      parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578:

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

straatpeil:
  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

warmteplan:

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

activiteit met gebruiksruimte: 

activiteit als bedoeld in artikel 15.7 die planologische of milieukundige gebruiksruimte inneemt; 

detailhandelsactiviteit: 

bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 

D

Na sectie ' Begripsbepalingen' worden tien secties ingevoegd, luidende:

Artikel 15.1 Toepassingsbereik 

Dit artikel bepaalt op welke activiteiten deze afdeling van toepassing is. In dit geval is de afdeling alleen van toepassing op het exploiteren van een supermarkt.

Artikel 15.2 Supermarkt 

In dit artikel wordt bepaald wat het in deze afdeling gehanteerde begrip ‘supermarkt’ betekent. Bij ‘voedingsmiddelen’ kan gedacht worden aan verse groente, brood, zuivel en vlees. Met ‘niet-dagelijkse goederen’ worden bijvoorbeeld huishoudelijke en verzorgingsartikelen bedoeld.

Artikel 15.3 Oogmerken 

Dit artikel beschrijft de belangen die de regels in deze afdeling beogen te beschermen. De gemeente Barendrecht wil ervoor zorgen dat supermarkten geconcentreerd zijn op de plaatsen waar ook andere winkels geconcentreerd zijn, de kernwinkelgebieden. Als supermarkten op alle locaties zouden zijn toegestaan, zou dit leiden tot verrommeling van de gemeente in die zin, dat de ontwikkeling van detailhandel in de gemeente dan anders zou kunnen verlopen dan conform de detailhandelsvisie die de gemeente daarop heeft.

Artikel 15.4 Verbod 

Dit artikel bevat een verbod om supermarkten te exploiteren binnen de aangegeven locatie.

Artikel 15.6 Lopende procedures besluiten op aanvraag of ambtshalve  

Dit artikel bevat het overgangsrecht voor procedures (zoals de behandeling van een aangevraagde omgevingsvergunning) die lopen tijdens de inwerkingtreding van een wijziging van dit omgevingsplan. Het is een generieke overgangsregeling voor alle wijzigingen van het omgevingsplan, ook wijzigingen in de toekomst. De regeling sluit aan bij de algemene lijn voor overgangsrecht die het Rijk in de Invoeringswet Omgevingswet heeft opgenomen. Een generieke regeling heeft als voordeel dat er een standaard systematiek is voor het overgangsrecht, en dat er bij toekomstige planwijzigingen een basis ligt voor passend overgangsrecht. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, zal er voor een planwijziging aanvullend overgangsrecht nodig zijn. Het overgangsrecht in dit artikel geldt niet voor lopende handhavingsbesluiten; daarvoor is een specifieke regeling opgenomen in artikel 15.9 (lex specialis).  

  In het eerste lid is geregeld dat op alle lopende aanvragen het oude recht van toepassing blijft. Het oude recht betekent: het recht zoals dat gold direct voorafgaand aan de planwijziging. Bij bijvoorbeeld de integratie van regels uit een bestemmingsplan in het nieuwe deel van het omgevingsplan, houdt het oude recht dus in: de regels in het bestemmingsplan zoals dat direct voorafgaand aan de planwijziging gold in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.  

Het tweede en derde lid bevatten het overgangsrecht voor ambtshalve besluiten (dus niet op aanvraag). Dat kunnen bijvoorbeeld maatwerkvoorschriften zijn die op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden gesteld, maar ook ambtshalve wijzigingen van een vergunning. Het aangrijpingspunt voor het overgangsrecht hangt af van de voorbereidingsprocedure. Bij de uitgebreide procedure is het overgangsrecht van toepassing op ambtshalve besluiten waarvan het ontwerpbesluit voorafgaand aan de planwijzing ter inzage is gelegd. Bij de reguliere procedure is het overgangsrecht van toepassing als voorafgaand aan de planwijziging aan de betreffende belanghebbende conform artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid is geboden om diens zienswijze naar voren te brengen, of als het besluit al is bekendgemaakt. 

Zodra het besluit onherroepelijk is, geldt het overgangsrecht zoals opgenomen in artikel 15.7 en verder. Er is in dit artikel (anders dan in de artikelen 4.3 t/m 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet) niets geregeld voor besluiten waartegen geen beroep open staat. Een besluit waartegen geen beroep open staat komt weinig voor, maar zou bijvoorbeeld een wijziging van een gemeentelijke verordening kunnen zijn. Dergelijke wijzigingen worden echter direct meegenomen in de omgevingsplanwijziging, zodat geen overgangsrecht nodig is.

Artikel 15.7 Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten 

Dit artikel bevat het overgangsrecht voor vergunningen die golden direct voorafgaand aan een wijziging van dit omgevingsplan. Het is een generieke overgangsregeling voor alle wijzigingen van het omgevingsplan, ook wijzigingen in de toekomst. De regeling sluit aan bij de algemene lijn voor overgangsrecht die het Rijk in de Invoeringswet Omgevingswet heeft opgenomen. Een generieke regeling heeft als voordeel dat er een standaard systematiek is voor het overgangsrecht, en dat er bij toekomstige planwijzigingen een basis ligt voor passend overgangsrecht. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, zal er voor een planwijziging aanvullend overgangsrecht nodig zijn.  Het overgangsrecht voor lopende procedures (waaronder lopende aanvragen om een omgevingsvergunning en lopende ambtshalve wijzigingen van een omgevingsvergunning) is opgenomen in artikel 15.6.  

 Net als in de Invoeringswet Omgevingswet, is de lijn in dit artikel dat vergunningen uit het verleden worden gelijkgeschakeld met het opvolgende besluit op grond van het gewijzigde omgevingsplan. Bij activiteiten die voorafgaand aan en na inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan vergunningplichtig zijn, wordt de bestaande vergunning (bijvoorbeeld op grond van een verordening of op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan) gelijkgeschakeld met een omgevingsvergunning op grond van het nieuwe deel van het gewijzigde omgevingsplan. Als de activiteit na de planwijziging niet meer vergunningplichtig is, worden de voorschriften van de bestaande vergunning gelijkgeschakeld met maatwerkvoorschriften op grond van het nieuwe deel van het gewijzigde omgevingsplan. Als het omgevingsplan geen mogelijkheid biedt om maatwerkvoorschriften te stellen, dan vervalt de oude vergunning en blijven de voorschriften niet als maatwerkvoorschrift voortbestaan.

Artikel 15.8 Overgangsrecht meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften 

Dit artikel bevat het overgangsrecht voor andere besluiten of rechtsfeiten dan vergunningen, die golden direct voorafgaand aan een wijziging van dit omgevingsplan. Het is een generieke overgangsregeling voor alle wijzigingen van het omgevingsplan, ook wijzigingen in de toekomst. De regeling sluit aan bij de algemene lijn voor overgangsrecht die het Rijk in de Invoeringswet Omgevingswet heeft opgenomen. Een generieke regeling heeft als voordeel dat er een standaard systematiek is voor het overgangsrecht, en dat er bij toekomstige planwijzigingen een basis ligt voor passend overgangsrecht. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, zal er voor een planwijziging aanvullend overgangsrecht nodig zijn. Het overgangsrecht voor lopende procedures (waaronder lopende aanvragen om een maatwerkvoorschrift en lopende procedures voor ambtshalve maatwerkvoorschriften) is opgenomen in artikel 15.6.  

 Net als in de Invoeringswet Omgevingswet, is de lijn in dit artikel dat besluiten of rechtsfeiten uit het verleden worden gelijkgeschakeld met het opvolgende besluit of rechtsfeit op grond van het gewijzigde omgevingsplan. Zo bepaalt het eerste lid dat meldingen en kennisgevingen die voorafgaand aan de planwijziging zijn ingediend, gelden als meldingen op grond van het nieuwe deel van het gewijzigde omgevingsplan, als de betreffende activiteit op grond van dat nieuwe deel meldingsplichtig is. Het tweede lid bepaalt hetzelfde voor activiteiten waarvoor op grond van het nieuwe deel een informatieplicht geldt. Het derde lid heeft betrekking op voorheen vergunningplichtige activiteiten, die na de planwijziging niet meer vergunningplichtig zijn. En het vierde lid bevat de gelijkschakeling van maatwerkvoorschriften die golden voorafgaand aan de planwijziging met maatwerkvoorschriften op grond van het nieuwe deel van het (gewijzigde) omgevingsplan.

Artikel 15.9 Overgangsrecht handhavingsbesluiten  

Dit artikel bevat het overgangsrecht voor handhavingsbesluiten die zijn genomen direct voorafgaand aan een wijziging van dit omgevingsplan. Het is een generieke overgangsregeling voor alle wijzigingen van het omgevingsplan, ook wijzigingen in de toekomst. De regeling sluit aan bij de algemene lijn voor overgangsrecht die het Rijk in de Invoeringswet Omgevingswet heeft opgenomen. Een generieke regeling heeft als voordeel dat er een standaard systematiek is voor het overgangsrecht, en dat er bij toekomstige planwijzigingen een basis ligt voor passend overgangsrecht. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, zal er voor een planwijziging aanvullend overgangsrecht nodig zijn.

Dit artikel bevat een speciale regeling ten opzichte van artikel 15.6; dat artikel is daarom niet van toepassing op lopende handhavingsbesluiten.

Net als in de Invoeringswet Omgevingswet, blijft op handhavingsbesluiten het oude recht van toepassing totdat het handhavingstraject volledig is afgerond. Het oude recht betekent: het recht zoals dat gold direct voorafgaand aan de planwijziging. Bij bijvoorbeeld de integratie van regels uit een bestemmingsplan in het nieuwe deel van het omgevingsplan, houdt het oude recht dus in: de regels van het bestemmingsplan zoals dat direct voorafgaand aan de planwijziging gold in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Artikel 15.10 Eerbiedigende werking bouwwerken  

Het overgangsrecht in dit artikel sluit aan bij het overgangsrecht dat op grond van het voormalige Besluit ruimtelijke ordening verplicht in bestemmingsplannen moest worden opgenomen. Het artikel regelt dat bestaande, legale bouwwerken (of bouwwerken die in aanbouw zijn of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend) mogen blijven bestaan en mogen worden herbouwd, vernieuwd of veranderd, ook al past het bouwwerk niet in de regels van het gewijzigde omgevingsplan. Voorwaarde is dat de afwijking van de omgevingsplanregels bij het bouwen niet verder worden vergroot.

Artikel 15.11 Eerbiedigende werking activiteiten, anders dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken 

Het overgangsrecht in dit artikel sluit aan bij het overgangsrecht dat op grond van het voormalige Besluit ruimtelijke ordening verplicht in bestemmingsplannen moest worden opgenomen. Het artikel regelt dat bestaande, legale activiteiten (anders dan het bouwen en in stand houden van bouwwerken) mogen worden voortgezet, ook al zijn ze in strijd met de regels in het nieuwe deel van het gewijzigde omgevingsplan over die activiteit. Dit geldt in principe zo lang de activiteit ongewijzigd wordt voortgezet. In de specifieke regels over activiteiten in dit omgevingsplan kunnen afwijkingen op dit overgangsrecht worden opgenomen.

Motivering

1 Motivering

De onderbouwing en motivatie van het wijzigingsbesluit is terug te vinden in het document "Motivering planwijziging Ontwikkelhoofdstuk Voordijk 275". Dit document is als pdf-bijlage hieronder te raadplegen, zie I Overzicht Documentenbijlagen

I Overzicht Documentenbijlagen

Motivering planwijziging Ontwikkelhoofdstuk Voordijk 275

/join/id/pubdata/gm0489/2026/5157308cc3d743768284961606b303a9/nld@2026‑09‑04;12441436

Naar boven