Marktreglement gemeente Vlissingen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen;

gelet op artikel 160, eerste lid sub h, Gemeentewet, artikel 4 van de Marktverordening Vlissingen 2026 en de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de Marktverordening gemeente Vlissingen 2026 en een ordelijk verloop van de markt(en);

 

B E S L U I T:

vast te stellen het volgende: Marktreglement gemeente Vlissingen 2026

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

De in artikel 1 van de marktverordening gemeente Vlissingen 2026 weergegeven begripsomschrijvingen zijn tevens van toepassing op deze nadere regels.

 

Artikel 2. Dag, tijd en plaats van de markt

1.De markt wordt gehouden op:

- vrijdag van 8.00 uur tot 16.00 uur in de Spuistraat en de Lange Zelke te Vlissingen;

2. De markt kan op grond van dringende redenen, dit ter beoordeling van het college in afwijking van het eerste lid, tijdelijk plaatsvinden op een andere dag, op andere tijd, op een andere plaats, dan wel geheel worden afgelast;

3. Geen markt wordt gehouden op Koningsdag en op dagen waarop het conform de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening Vlissingen niet is toegestaan te verkopen;

4. De markt wordt niet gehouden op zondagen en erkende nationale feestdagen.

Artikel 3. Indeling van de markt

De locaties van de in artikel 2 genoemde markten zijn aangegeven in bijlage 1 van dit marktreglement.

Artikel 4. Veilig en ordelijk verloop

Ten behoeve van de hulpdiensten in het geval van calamiteiten wordt standaard tussen de (kramen)rijen een vrije doorgang aangehouden van tenminste 3,50 meter breed en 4,20 meter hoog.

Artikel 5. Afmetingen standplaats

1. De afmeting van een standplaats is bepaald op minimaal 2,00 strekkende meter frontbreedte of een veelvoud daarvan tot een maximum door het college te bepalen.

2. Het college kan vanwege het gebruik van eigen materieel of om andere redenen bij verlening van de standplaatsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 6 Het gebruik van zeilen en parasols

1.Het college staat op verzoek van de vergunninghouder het gebruik van zeilen toe als:

a. de weersomstandigheden dit rechtvaardigen; en

b. de zeilen aan de voorzijde van doorzichtig materiaal zijn; en

c. de zeilen een verzorgd aanzien bieden.

2. Het college staat op verzoek van de vergunninghouder het gebruik van parasols toe als:

a. de weersomstandigheden dit rechtvaardigen; en

b. de parasols niet uitsteken buiten de toegewezen standplaats; en

c. de parasols een verzorgd aanzien bieden.

Artikel 7. Branches

1. De op de markt aangeboden goederen behoren tot de branches, zoals vermeld in Bijlage II van dit marktreglement.

2. De vaste standplaatsvergunning vermeldt tot welke branche de door de vergunninghouder aangeboden goederen behoren.

3. De vaste standplaatsvergunning vermeldt niet meer dan 1 branche.

4. Tenminste één keer per twee jaar gaat het college na of de in Bijlage II van het marktreglement Vlissingen 2026 opgenomen branche-indeling aangepast moet worden in het belang van een voor de ondernemer en de consument aantrekkelijke markt. Het college kan daarbij advies vragen aan de marktcommissie.

Artikel 8. Persoonlijk karakter van vaste standplaatsvergunning

De vergunning is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens dit reglement anders is bepaald.

Artikel 9. Marktcommissie en selectieprocedure

1. Het college kiest de leden van de marktcommissie na daartoe een verkiezing, zoals beschreven in het derde lid, te hebben gehouden.

2. Alle vergunninghouders van een vaste standplaats worden in de gelegenheid gesteld zichzelf beschikbaar te stellen voor het lidmaatschap van de marktcommissie. Na de beschikbaarstelling kiezen de vergunninghouders van een vaste standplaats bij meerderheid van stemmen, wie wordt voorgedragen als lid van de marktcommissie. Het college kan afwijken van deze voordracht.

3. De marktcommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden. De leden vertegenwoordigen bij voorkeur verschillende branches.

4. De leden:

a. zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het college;

b. worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen;

c. worden benoemd voor een door het college te bepalen termijn van ten hoogste vier jaar;

d. zijn na hun aftreden opnieuw herkiesbaar;

e. kunnen op elk moment ontslag nemen en doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

4. Tenminste één keer per jaar vergadert de marktcommissie over marktbeleid en algemene marktaangelegenheden. Deze vergaderingen worden voorgezeten door de portefeuillehouder.

5. De vergaderingen van de marktcommissie zijn niet openbaar.

Artikel 10. Inhoud vaste standplaatsvergunning

1.Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

c. de kraam of het eigen materieel die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken, inclusief de afmetingen;

d. het soort artikel(en) dat de vergunninghouder mag verhandelen en/of de branche, zoals opgenomen in Bijlage II;

f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt en de vergoeding ervan;

g. welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan;

h. welke kook-, bak en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.

Hoofdstuk 2 Bepalingen over het gedrag op de markt en het gebruik van de standplaats

 

 

Artikel 11. Gedrag

1.Het is de vergunninghouder verboden:

a. het belang van een veilige, ordelijke, eerlijke, ondernemers- en consumentvriendelijke markt te schaden;

b. zich aan wangedrag of bedrog schuldig te maken;

c. meer dan twee uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt met een voertuig of anderszins goederen aan of af te voeren of ruimte op het marktterrein in te nemen;

d. zich vóór zijn standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen, zonder voorafgaande toestemming van de marktmeester.

e. buiten de openingstijden van de markt zijn goederen of diensten aan te bieden;

f. andere goederen ter verkoop aan te bieden of in voorraad te hebben dan die behoren tot de branche waarvoor de standplaatsvergunning is verleend.

g. zijn kraam of eigen materieel gedurende de openingstijden van de markt af te breken of te verplaatsen.

h. vóór de sluitingstijd van de markt zijn goederen op te ruimen of af te dekken.

i. gedurende de openingstijden van de markt de vrije doorgang op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te verhinderen of te belemmeren.

j. goederen uit te stallen, aan te prijzen, te koop aan te bieden of te verkopen op een zodanige wijze dat de orde op de markt wordt verstoord, in gevaar wordt gebracht of hinder wordt veroorzaakt.

k. het marktterrein te beschadigen, bijvoorbeeld door daarin pinnen, haringen of andere verankeringen aan te brengen.

l. aan de op het marktterrein geplaatste opstallen, aangebrachte verlichting en andere voorzieningen wijzigingen aan te brengen.

m. aan de op het marktterrein geplaatste opstallen, aangebrachte verlichting en andere voorzieningen wijzigingen aan te brengen.

2. De vergunninghouder dient aanwijzingen van de marktmeester of de door het college aangewezen toezichthouders terstond op te volgen.

3. De vergunninghouder:

a. verankert de opstallen waarmee de standplaats wordt ingenomen deugdelijk in de van gemeentewege daartoe aangebrachte voorzieningen.

b. zamelt tijdens het gebruik van de standplaats zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in en slaat dat op een voor marktbezoekers niet zichtbare wijze op.

c. maakt, voordat hij het marktterrein verlaat, zijn standplaats en de directe omgeving daarvan schoon en zorgt voor het afvoeren van zijn afval.

Artikel 12. Voertuigen

Alleen indien het vanuit verkooptechnische redenen noodzakelijk is, zulks ter beoordeling van de marktmeester, mag het voertuig (of voertuigen), waarmee de waren worden aangevoerd, achter de kraam worden geparkeerd. De overige voertuigen dienen op een reguliere parkeerplaats te worden geparkeerd.

 

Artikel 13. Verzekering

De vergunninghouder dient zich verzekerd te houden voor het risico van aansprakelijkheid wanneer hij, zijn vervanger, zijn medewerkers, of zijn producten schade veroorzaken bij anderen.

Hoofdstuk 3. Overige maatregelen van orde

Artikel 14. Het bereiden van eet- of drinkwaren

Indien de vergunninghouder op de standplaats eet- of drinkwaren voor consumptie gereed maakt en verkoopt:

a. plaatst hij aan de voorzijde van de standplaats tenminste twee voor marktbezoekers bruikbare afvalbakken met een inhoud van 50 liter en voorzien van een deksel; en

b. voldoet hij, onverminderd het bepaalde in de Warenwet, aan de eisen van hygiëne.

Artikel 15. Verwarmings-, kook-, bak- en braadtoestellen

1.Het is de vergunninghouder toegestaan een verwarmings-, kook-, bak- of braadtoestel te gebruiken, mits hij daartoe schriftelijke toestemming heeft gekregen van het college.

2. Het verwarmings-, kook-, bak- en braadtoestel moet voldoen aan de geldende norm NPR 2577 (installaties in mobiele werktuigen).

3 . Het verwarmings-, kook-, bak- en braadtoestel moet vast op de vloer of op de tafel staan opgesteld en tegen omvallen of omstoten zijn beschermd.

4.Het verwarmings-, kook-, bak- en braadtoestel moet:

a. staan op een draagvlak dat, gemeten van de rand van het toestel, tot tenminste 15 centimeter buiten het toestel onbrandbaar is of bekleed is met onbrandbaar materiaal of materiaal dat warmte slecht geleid; en

c. geplaatst zijn op een afstand van tenminste 0,50 meter van wanden en zeilen. De

d. wanden en zeilen moeten onbrandbaar zijn of voorzien van materiaal dat warmte slecht geleid; en/of

e. voorzien zijn van een goed werkende thermostaat of thermokoppel met een maximaal ingestelde waarde van 190 graden Celsius.

6. Indien in de kraam of verkoopwagen wordt verhit, gekookt, gebakken of gebraden dient tenminste 1 goedgekeurd blustoestel met een inhoud van tenminste 6 kilogram poeder of 5 kilogram koolzuursneeuw of gelijkwaardige vulling in de kraam of verkoopwagen aanwezig te zijn.

7. In de onmiddellijke nabijheid van het verwarmings-, kook-, bak- of braadtoestel moet een goed passende deksel of afdekplaat aanwezig zijn om het toestel in geval van brand te kunnen afdekken. Voor personen moet er een blusdeken aanwezig zijn.

Artikel 16. Geluidsapparatuur

1. Het is verboden op de standplaats gebruik te maken geluidsapparatuur, luidsprekers, versterkers en andere middelen te versterking van het geluid.

2. Het college kan, al dan niet onder voorwaarden, ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 17. Elektriciteit

1. Indien de vergunninghouder gebruik maakt van elektriciteit, dient deze betrokken te worden vanuit een door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorziening.

2. De elektrische installatie die de vergunninghouder gebruikt:

a. voldoet aan de geldende norm NEN 1010; en

b. is voorzien van groepszekeringen en een aardlekschakelaar met een normale aanspreekstroom van 30 mA; en c. maakt ten behoeve van verlichting uitsluitend gebruik van spaarlampen of LED lampen.

3. Kabels die in de looppaden op de grond liggen worden zodanig afgedekt met rubberen afdekmatten, zodat zij geen gevaar opleveren voor personen of voertuigen van de hulpdiensten.

4. Indien de vergunninghouder elektriciteit betrekt vanuit de door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorzieningen, wordt dat op de vaste standplaatsvergunning vermeld.

5. Aan het gebruik van door het college beschikbaar gestelde elektriciteit zijn kosten verbonden.

Artikel 18. Veiligheidsnormen gasinstallatie

Voor de voorschriften met betrekking tot gasinstallaties en brandveiligheid is het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing.

 

Artikel 19. Voorschriften inzake brandveiligheid

Voor de voorschriften met betrekking tot brandveiligheid is het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing.

 

Hoofdstuk 4. Bepalingen over het innemen van de standplaats

Artikel 20. Persoonlijk innemen standplaats, bijstand en tijdelijke vervanging

1. De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is vergund persoonlijk in.

2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

3. Het is de vergunninghouder verboden om de standplaats aan een ander af te staan of in gebruik te geven.

4. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op verzoek tijdelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. De vergunninghouder laat zich dan tijdelijk vervangen.

5. Bij het verzoek om een ontheffing, zoals bedoeld in het vierde lid, verstrekt de vergunninghouder aan het college de volgende informatie:

a. de naam, het adres en de woonplaats van de vervanger; en

b. een kopie van het geldige identiteitsbewijs van de vervanger; en

c. een verklaring van de vervanger waarin hij verklaart voor de vergunninghouder werkzaam te zijn; en

d. de verwachte duur van de vervanging.

6. De vergunninghouder kan middels een ontheffing, zoals bedoeld in het vierde lid, in de hierna genoemde gevallen gedurende de hierna vermelde maximumtermijnen worden vervangen:

a. in geval van ziekte: gedurende een half jaar te rekenen vanaf de dag waarop het verzoek om ontheffing is gedaan;

b. in geval van vakantie: gedurende zes weken per kalenderjaar;

c. in geval van een bijzondere omstandigheid: gedurende de termijn die naar het oordeel van het college, gelet op de aard van de bijzondere omstandigheid, redelijk is.

7. Het college verleent de vergunninghouder een ontheffing, zoals bedoeld in het vierde lid, indien:

a. de maximale duur van de vervanging, zoals beschreven in het achtste lid, niet wordt overschreden; en

b. aannemelijk is dat gedurende de vervanging op de standplaats nog steeds en uitsluitend voor rekening en risico van de vergunninghouder goederen worden verkocht; en

c. aannemelijk is dat het belang van een veilige, eerlijke, transparante en ondernemers- en consumentvriendelijke markt door de vervanging niet wordt geschaad.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

 

 

Artikel 21. Hardheidsclausule

Het college kan het bepaalde in deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van deze nadere regels, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag na die van bekendmaking.

Artikel 23. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Marktreglement Vlissingen 2026.

Vlissingen, 13 januari 2026

Burgemeester en wethouders van Vlissingen,

de secretaris,

drs. R.D.A. Wiskerke

de burgemeester,

drs. A.R.B. van den Tillaar

Bijlage 1 Inrichtingsplan

Bijlage 2 Branchelijst

 

 

 

 

 

 

Toegestaan

 

Food

 

a

Aardappelen, groente en fruit

3

b

Vis & visproducten

2

c

Poelierswaren

2

d

Slagerij

2

e

Zuivel, kaas en eieren

2

f

Olijven en tapas

2

g

Zelfgemaakte maaltijden

2

h

Noten en zuidvruchten

2

i

Reformartikelen en specerijen

2

j

Brood, koek en banket

2

k

Snoep, chocolade en suikergoed en stroopwafels

2

 

 

 

Food voor directe consumptie

 

a

Snacks (friet, broodjes, ijs, etc.)

1

b

Buitenlandse snacks (loempia's, pizza's, etc.) aanbieders met uitsluitend verschillende producten

2

c

Overig (dranken, churro's, poffertjes, etc.)

2

 

 

 

Textiel

 

a

Bovenkleding (volwassenen)

2

b

Onderkleding, nachtkleding

2

c

Beenmode

2

d

Kinderkleding

2

e

Schoenen

2

f

Modestoffen

2

g

Kleinvak, fournituren en handwerkartikelen

2

h

Overig (sportkleding, carnavalskleding, etc.)

2

 

 

 

 

Huis, dier en vrije tijd

 

a

Dierbenodigdheden

2

b

Huishoudelijke artikelen (stofzuigerzakken, etc.)

2

c

Doe-het-zelf, gereedschappen, fietsonderdelen, fietsaccessoires, elektrische apparaten en verlichting

2

d

Wenskaarten, hobby en creativiteitsartikelen

2

e

Telefoonaccessoires en computeronderdelen

 

 

 

 

 

Modeaccessoires

 

a

Lederwaren en koffers

2

b

Bijouterie, shawls en hoofddeksels

2

c

Sieraden en horloges

2

 

 

 

 

Bloemen en planten

 

a

Snijbloemen

2

b

Planten, bloembollen en zaden en tuingoederen

2

 

 

 

 

Drogisterijartikelen

 

a

Parfum, cosmetica en geneesmiddelen

2

 

 

 

 

 

 

Naar boven