Gemeenteblad van Hulst
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hulst | Gemeenteblad 2026, 419794 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hulst | Gemeenteblad 2026, 419794 | beleidsregel |
Beleidsregels plaatsing Laadpalen Gemeente Hulst 2026
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Elektrische voertuig: een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c van de Wegenverkeerswet 1994 dat bij de RDW staat geregistreerd als auto en geheel of gedeeltelijk door een elektromotor wordt aangedreven waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan de batterij (mede) kan worden opgeladen door middel van een oplaadpunt;
Houder van een motorvoertuig: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt:
degene die een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf dan wel in dienst is/eigenaar is van een bedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig of een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf, of
Een elektrisch voertuig mag niet met inbegrip van de lading een lengte hebben van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,50 meter, en mag geen woonwagen, , aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig zijn dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd.
In dit artikel is beoogd een afbakening te maken voor de voertuigen die gebruik mogen maken van de voorzieningen die worden getroffen in het kader van het elektrisch rijden. Niet meegenomen zijn snorfiets, scooter, bromfiets en andere (tweewielige) motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur. Verondersteld wordt dat in de meeste gevallen deze voertuigen op eigen terrein kunnen worden opgeladen en er geen voorzieningen nodig zijn in de openbare ruimte. Alleen volledig elektrische en hybride plug-in voertuigen mogen op een oplaadlocatie parkeren.
Artikel 3 Parkeergelegenheid op eigen terrein
Op een aanvraag wordt géén toestemming verleend wanneer de aanvrager:
Artikel 4 Eén laadpaal per perceel of woning
Per perceel of woning geldt een maximum van één laadpunt in de openbare ruimte.
Mocht er zich een situatie voordoen waarbij er meer dan 4 aanvragen zijn binnen het gebied zoals te bepalen conform artikel 5 sub b., kan overwogen worden een tweede paal te plaatsen indien het gebruik van de reeds aanwezige paal zo groot is, dat het aannemelijk is dat een gebruiker niet de mogelijkheid heeft om zijn/haar auto op te laden. CPO levert hiervoor de benodigde data over de belasting van de laadpunten.
Voor een aanvraag voor een laadpaal in de binnenstad geldt dat deze enkel gesitueerd mag worden op de bolwerken, dwarsparkeervakken in de Lange Bellingstraat, parkeervakken in de Piersensstraat, de Paardenmarkt, het ’s Gravenhofplein, het Smedenlein of het Brouwersplein. Gekozen zal worden voor de locatie dichtst bij de woonlocatie van de burger waarvoor de aanvraag wordt ingediend en er nog geen laadpunt aanwezig is binnen het gebied zoals te bepalen conform artikel 5 sub b.
Indien het parkeervak dat aangewezen wordt voor het laden van elektrische voertuigen, binnen een gebied valt waar betaald parkeren is ingesteld, blijft dit vak ook betaald parkeren.
Een elektrische laadpaal mag alleen in de openbare ruimte geplaatst worden door een bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst tot het plaatsen van laadpalen heeft afgesloten.
Aanvragen van particulieren voor het plaatsen van een eigen laadpaal op gemeentelijke grond worden niet toegestaan. De argumentatie hierachter is:
Het oplaadpunt moet gebruikt kunnen worden binnen de Europese afspraken op het gebied van interoperabiliteit.
De laadpaal dient voorzien te zijn van de door Europa goedgekeurde en aanbevolen laadstekker of moet de mogelijkheid bieden deze te kunnen aankoppelen, zodat er geen onderscheid gemaakt kan worden voor het opladen van een verschillend merk of type elektrisch voertuig.
Doel is dat ook anderen gebruik kunnen maken van voorzieningen in de (semi) openbare ruimte, ook al zijn ze geplaatst door derden.
Artikel 8 Dubbele laadvoorziening
Er wordt alleen toestemming verleend indien de laadpaal is voorzien of kan worden voorzien van een dubbele laadvoorziening zodat er-gelegenheid is voor het laden van twee elektrische voertuigen tegelijk.
Hiermee wordt getracht de capaciteit en uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen te vergroten. Volgens deze beleidsregel wordt in principe binnen een straal van 250 meter (vogelvlucht) van één van deze laadpalen geen medewerking verleend aan een nieuwe laadpaal op gemeentelijke grond. De houder van een elektrische voertuig kan dan van deze bestaande laadpaal gebruik maken. Echter, artikel 5 sub f prefereert boven deze.
Indien er leveranciers dan wel bedrijven zijn die grotere aantallen willen plaatsen op of nabij een locatie, dan zullen hier andere afwegingen moeten plaatsvinden buiten deze beleidsregel om. Hiervoor is maatwerk noodzakelijk.
Artikel 9 Kosten plaatsen, onderhoud, beheer en aansprakelijkheid ten gevolge van schade door laadpaal en oplaadpunt
Alle kosten voor het plaatsen, onderhouden, beheren van en schade veroorzaakt door de laadpaal en aan het oplaadpunt, die niet worden gedragen door degene die de laadpaal en het oplaadpunt realiseert en/of exploiteert (bijvoorbeeld de netbeheerder en/of de leverancier), zijn voor rekening van de aanvrager.
De gemeente verleent alleen toestemming op een aanvraag wanneer in een overeenkomst met de leverancier/exploitant ervan is vastgelegd, dat alle aansprakelijkheid voor het gebruik en onderhoud van de laadpalen en oplaadpunten en eventuele schade hierdoor voor rekening van de leverancier/exploitant of de aanvrager komen.
Om de aanleg van laadvoorzieningen te stimuleren, heft de gemeente geen leges voor het te nemen verkeersbesluit en brengt geen degeneratievergoeding in rekening voor de graafwerkzaamheden. Daarnaast stelt zij de grond ‘om niet’ ter beschikking aan de aanvrager en maakt dus geen gebruik van de mogelijkheid tot het heffen van een tarief (precariobelasting) hiervoor.
De gemeente Hulst legt in een overeenkomst met de leverancier/exploitant van de oplaadpalen vast, dat alle aansprakelijkheid waaronder voor het gebruik en onderhoud van de oplaadpalen en eventuele schade bij de gebruiker van een oplaadpaal voor rekening van de leverancier/exploitant van de oplaadpalen of de aanvrager komen. De gemeente Hulst aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor het gebruik en eventuele schade door een laadpaal en oplaadpunt, ook al staat deze op gemeentelijk grondgebied.
Om voor toestemming op een aanvraag in aanmerking te komen, dient een oplaadpaal op de oplaadlocatie werkelijk te kunnen worden gerealiseerd. In dat kader wordt tevens de (technische) haalbaarheid bezien. Daarbij is de aanwezigheid van (hoofd)kabels en leidingen en het voorhanden zijn van een netwerk van belang.
De technische haalbaarheid zal worden bepaald in overleg tussen leverancier/exploitant en de gemeente Hulst.
Voor de realisatie dient de aanvraag, behalve aan de beleidsregels zoals hier omschreven, ook te voldoen aan algemene wetgeving zoals:
Voor het openbreken van de verharding en het graven in de weg om de laadvoorziening te plaatsen en aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk, is op grond van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) artikel 2:9 lid 1 een vergunning nodig.
Voor het verlenen van de vergunning zal getoetst worden aan de hiervoor gebruikelijke gemeentelijke regels.
Om er voor te zorgen dat de parkeerplaats bij een laadvoorziening enkel te gebruiken is voor het opladen van elektrische auto’s, dient de gemeente een verkeersbesluit te nemen.
In het verkeersbesluit wijst het college de betreffende parkeerplaats(en) aan door middel van het (laten) plaatsen van het verkeersbord geschikt volgens het RVV om parkeervakken te reserveren voor elektrisch laden met onderbord ‘met aanduiding van de 2 vakken, middels 2 pijlen’. Het afdelingshoofd Realisatie en beheer (strategisch manager I) en de teamleiders (Tactisch leidinggevende II) zijn gemandateerd om namens het college de verkeersbesluiten te nemen.
Privaatrechtelijke overeenkomst;
In een overeenkomst tussen de gemeente en de exploitant van het laadpunt worden afspraken vastgelegd over aspecten zoals de eisen aan de laadvoorziening, eigendom en beheer, realisatie en installatie, storingen en calamiteiten, kosten, bereikbaarheid, veiligheid, aansprakelijkheid en dergelijke.
Intrekken / wijzigen van vergunning en verkeersbesluit:
Indien de aanvrager (exploitant) van de laadvoorziening zich niet houdt aan de voorschriften verbonden aan de vergunning, kan het de gemeente de vergunning intrekken. Het college kan in dat geval ook het verkeersbesluit, waarbij de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen zijn aangewezen, intrekken.
De vergunning en/of het verkeersbesluit kan tevens worden ingetrokken, wanneer er in de praktijk niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de laadvoorziening. Het is niet gewenst dat daardoor een of meerdere parkeerplaatsen (nagenoeg) geheel onbenut blijven. In deze gevallen heeft de aanvrager het recht en de plicht de laadvoorziening te verwijderen. De hiermee samenhangende kosten zijn voor de rekening van de leverancier/exploitant.
Indien uit de aanvraag blijkt dat er meerdere gebruikers van één elektrische auto zijn (bijvoorbeeld bij een deelauto), kan in afwijking van deze regeling toestemming worden gegeven.
De toestemming voor het realiseren van een laadpaal op grond in eigendom van de gemeente wordt verleend voor de maximale duur van vijf jaar met een stilzwijgende verlenging van telkens een jaar. Deze gaat in op de dag dat partijen de Overeenkomst hebben getekend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-419794.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.