U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Ontwerp wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oss,

gelezen de inhoud van de ontwerp wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss', de motivering, het verslag omgevingsdialoog en afstemming ketenpartners en de overige op het besluit betrekking hebbende stukken,

besluit;

Artikel I

De wijzigingsprocedure 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss' zoals opgenomen in Bijlage A te starten door deze ter inzage te leggen.

Artikel II

De kennisgeving van de ontwerp wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss' op 5 februari 2026 te publiceren.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 27 januari 2026. 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss,

De secretaris,

H. Reints

De burgemeester, 

F.T. de Jonge

U kunt reageren op de ontwerp wijziging van het omgevingsplan

U kunt reageren van vrijdag 6 februari 2026 tot en met donderdag 19 maart 2026. Uw reactie noemen we een zienswijze. U kunt dit schriftelijk doen of mondeling. Let op: u kunt niet per e-mail reageren.

Wilt u mondeling reageren? Maak hiervoor dan op tijd een afspraak met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, via telefoonnummer 14 0412.

Wilt u schriftelijk reageren? Stuur dan een brief aan: 

De gemeenteraad van Oss

Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling

Postbus 5

5340 BA  OSS

Geef in uw brief aan dat deze over de ontwerp wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss' gaat. Geef ook aan waarom u het niet eens bent met het ontwerp.

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Algemene gegevens en bescheiden bij meldings- en informatieplicht

  • 1.

    Als gegevens en bescheiden worden verstrekt in het kader van een meldings- of informatieplicht op grond van dit omgevingsplan, dan worden die ondertekend en in ieder geval voorzien van:

    • a.

      een beschrijving van de activiteit waarop het verstrekken van de gegevens en bescheiden betrekking heeft;

    • b.

      naam, adres en telefoonnummer van degene die de activiteit verricht;

    • c.

      als de gegevens en bescheiden worden ingediend door een gemachtigde: naam, adres, woonplaats en telefoonnummer van de gemachtigde;

    • d.

      als de gegevens en bescheiden elektronisch worden ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of gemachtigde;

    • e.

      het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • f.

      een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • g.

      een tekening en/of beschrijving van de bestaande en beoogde nieuwe toestand; en

    • h.

      de datum.

  • 2.

    Voor activiteiten die onder voorwaarden of op basis van beoordelingsregels mogelijk zijn op grond van de regels in hoofdstuk 3 en/of hoofdstuk 4 van dit omgevingsplan, en die leiden tot wijziging van gebruik van gronden of gebouwen en/of tot het bouwen van gebouwen, moeten daarnaast alle overige gegevens of bescheiden worden verstrekt die nodig zijn voor een toetsing aan dit omgevingsplan.

  • 2 3.

    Gegevens en bescheiden die worden verstrekt in het kader van een meldings- of informatieplicht op grond van dit omgevingsplan worden uiterlijk vier weken voor aanvang van de activiteit verstrekt.

B

Artikel 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.6 Meldingsplichtige activiteit - activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats

  • 1.

    Een activiteit in of op een voormalige stortplaats mag in de aangewezen gevallen uitsluitend worden verricht na het doen van een melding.

  • 2.

    De aangewezen gevallen zijn:

    • a.

      De activiteit heeft geen gevolgen voor de bodem en het grondwater.

    • b.

      De activiteit leidt niet tot belemmering of beschadiging van de nazorgvoorzieningen.

  • 3.

    Als sprake is van een activiteit ter uitvoering van een hergebruikplan waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend, kan met een melding worden volstaan als:

    • a.

      de activiteit een ondergeschikte wijziging betreft in de uitvoering; of

    • b.

      de activiteit een nadere uitwerking betreft van maatregelen ter bescherming van de nazorgvoorzieningen.

  • 4.

    In aanvulling op artikel 1.6eerste lid bevat een melding activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats ook:

    • a.

      uitleg op welke wijze voldaan wordt aan het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel; en

    • b.

      een verklaring van de normadressaat waarmee deze instemt tot het verrichten van de activiteit(en).

  • 5.

    In afwijking van artikel 1.6tweedederde lid worden de gegevens en bescheiden ten minste zes weken voor de aanvang van de activiteit verstrekt.

  • 6.

    De indiener van de melding krijgt binnen vier weken na ontvangst een reactie of de melding voldoet aan de indieningsvereisten uit artikel 1.6 en het vierde lid van dit artikel.

  • 7.

    De reactie als bedoeld in het zesde lid kan inhouden dat maatwerkvoorschriften of beperkingen worden verbonden aan het uitvoeren van de meldingsplichtige activiteit die betrekking hebben op:

    • a.

      de periode waarin van de melding gebruik mag worden gemaakt;

    • b.

      maatwerkvoorschriften om:

      • 1.

        beschadiging te voorkomen aan de afdeklaag en de voorzieningen die zijn getroffen ter bescherming van de bodem- en grondwaterkwaliteit;

      • 2.

        de bereikbaarheid en de uitvoerbaarheid van de nazorgvoorzieningen te garanderen; en 

      • 3.

        verontreiniging van de bodem en het grondwater te voorkomen;

    • c.

      de plicht om de start van de activiteiten en de daarmee samenhangende werkzaamheden vooraf te melden; en

    • d.

      de plicht om voor de activiteit een vergunning aan te vragen.

C

Na titel 11.1 wordt een titel ingevoegd, luidende:

Titel 11.2 POSTZEGELPLAN NOORDELIJKE ONTSLUITINGSWEG - OSS

Afdeling 11.2.1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 11.129 Toepassingsbereik

Titel 11.2 gaat over activiteiten op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss, behalve waar deze titel aangeeft dat de regel(s) voor een andere locatie gelden.

Artikel 11.130 Oogmerken

De regels in titel 11.2 zijn, als uitwerking van de doelen in artikel 1.4, in het bijzonder gesteld met het oog op:

  • a.

    een goede verkeersontsluiting van de noordzijde van de kern Oss;

  • b.

    een goede doorstroming van doorgaand verkeer;

  • c.

    een groene, veilige buitenruimte;

  • d.

    voldoende waterberging; en

  • e.

    de bescherming van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 11.131 Voorrangsbepaling

Voor zover de regels in titel 11.2 afwijken van de regels in de overige hoofdstukken van dit omgevingsplan, gelden de regels uit deze titel.

Artikel 11.132 Begripsbepalingen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.1 zijn de volgende begripsbepalingen op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss van toepassing. Als in bijlage I van dit omgevingsplan bepalingen voor hetzelfde begrip zijn opgenomen dan geldt de begripsbepaling uit artikel 11.132.

  • a.

    verkeersvoorzieningen: gronden en voorzieningen voor verkeers-, parkeer-, laad- en losactiviteiten, waaronder begrepen wegen, (brom)fietspaden, voetpaden, parkeervoorzieningen en laad- en losplaatsen;

  • b.

    werken: alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructies of inrichtingen, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan.

Afdeling 11.2.2 GEBRUIK

Paragraaf 11.2.2.1 Algemene bepalingen
Artikel 11.133 Toepassingsbereik

Afdeling 11.2.2 gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten en het gebruik van gronden en bouwwerken.

Paragraaf 11.2.2.2 Algemene regels
Artikel 11.134 Algemene regel - overige regels van toepassing op gebruiksactiviteiten

Voor de gebruiksactiviteiten uit afdeling 11.2.2 gelden ook de regels uit de afdelingen 11.2.5 en 11.2.6.

Artikel 11.135 Algemene gebruiksregel - verboden gebruik
  • 1.

    Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bepaalde in afdeling 11.2.2.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid is het gebruik voor de volgende activiteiten altijd verboden, ook als dit niet expliciet volgt uit het bepaalde in titel 11.2:

    • a.

      stort- en/of opslagplaats;

    • b.

      buitenopslag;

    • c.

      (detail)handel;

    • d.

      bedrijfsdoeleinden;

    • e.

      een kleinschalig kampeerterrein, groepskampeerterrein en/of natuurkampeerterrein;

    • f.

      motor-, water-, en modelvliegtuigsport en andere vormen van lawaaisport;

    • g.

      een seksinrichting en/of escortbedrijf;

    • h.

      de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing als binnen een aan een locatie gegeven functie of functies met de daarop betrekking hebbende (algemene) regels over gebruik het betreffende gebruik expliciet toestaat.

Artikel 11.136 Voorwaardelijke verplichting - waterhuishouding
  • 1.

    Indien op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss het verhard oppervlakte meer dan 500 m2 toeneemt, is het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in afdeling 11.2.2 is uitsluitend toegestaan nadat één of meerdere waterbergingsvoorzieningen zijn gerealiseerd met een minimale inhoud van 60 mm per m2 nieuw verhard oppervlak.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde waterbergingsvoorziening(en) dienen duurzaam in stand en effectief beschikbaar te worden gehouden.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op het legale gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van titel 11.2.

Paragraaf 11.2.2.3 Functie verkeer
Subparagraaf 11.2.2.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 11.137 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.2.3 gaat over het gebruiken van de gronden voor verkeersactiviteiten op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - verkeer.

Subparagraaf 11.2.2.3.2 Algemene regels

Artikel 11.138 Algemene gebruiksregel - toegestaan gebruik

  • 1.

    Gronden en bouwwerken zijn primair bedoeld voor de afwikkeling van het doorgaande verkeer.

  • 2.

    Onder het gebruik in het eerste lid valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor:

    • a.

      wegen en straten anders dan primair bedoeld voor de afwikkeling van het doorgaande verkeer;

    • b.

      voet- en fietspaden;

    • c.

      parkeervoorzieningen;

    • d.

      nutsvoorzieningen;

    • e.

      groenvoorzieningen;

    • f.

      kunstwerken;

    • g.

      voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, openbaar vervoer en telecommunicatie; en

    • h.

      water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Paragraaf 11.2.2.4 Functie water
Subparagraaf 11.2.2.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 11.139 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.2.4 gaat over het inrichten van de gronden voor het vasthouden, bergen en/of afvoeren van hemelwater op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - water.

Subparagraaf 11.2.2.4.2 Algemene regels

Artikel 11.140 Algemene gebruiksregel - toegestaan gebruik

  • 1.

    Gronden en bouwwerken zijn primair bedoeld voor het vasthouden, bergen en/of afvoeren van hemelwater.

  • 2.

    Onder het gebruik van gronden en bouwwerken, als bedoeld in het eerste lid, valt ook het gebruik voor:

    • a.

      water en waterhuishoudkundige voorzieningen; en

    • b.

      voorzieningen voor verkeer, waaronder bruggen, duikers en gelijksoortige voorzieningen.

Afdeling 11.2.3 BOUWEN

Paragraaf 11.2.3.1 Algemene bepalingen
Artikel 11.141 Toepassingsbereik
  • 1.

    Afdeling 11.2.3 gaat over het verrichten van bouwactiviteiten en het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 

  • 2.

    Deze paragraaf gaat ook over het verbouwen of wijzigen van bestaande bouwwerken.

Paragraaf 11.2.3.2 Algemene regels
Artikel 11.142 Anti-dubbeltelbepaling

Bij het beoordelen van een nieuw bouwplan wordt grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging.

Artikel 11.143 Bouwen passend binnen gebruiksactiviteit

Bouwactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functie en al dan niet met een omgevingsvergunning toegelaten gebruiksactiviteiten zoals bedoeld in afdeling 11.2.2.

Artikel 11.144 Algemeen verbod bouwactiviteiten

Het is verboden bouwactiviteiten te verrichten anders dan bouwactiviteiten die zijn toegelaten op grond van de regels uit afdeling 11.2.3.

Artikel 11.145 Overige regels van toepassing op bouwactiviteiten

Voor de activiteiten uit afdeling 11.2.3 gelden ook de regels uit afdelingen 11.2.5 en 11.2.6.

Paragraaf 11.2.3.3 Functie verkeer
Subparagraaf 11.2.3.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 11.146 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.3.3 gaat over bouwactiviteiten binnen de functie verkeer op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - verkeer.

Subparagraaf 11.2.3.3.2 Bouwwerk bouwen

Artikel 11.147 Toegestane activiteit - nutsvoorziening bouwen

  • 1.

    Het bouwen van een bouwwerk voor een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    De voorwaarden zijn:

    • a.

      het bouwwerk staat in de openbare ruimte;

    • b.

      de bouwhoogte is maximaal 3 m; en

    • c.

      de oppervlakte is maximaal 20 m².

Artikel 11.148 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen

  • 1.

    Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    De voorwaarden zijn:

    • a.

      de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor verkeer is maximaal 12 m;

    • b.

      de bouwhoogte van een zend- en ontvangstinstallatie is maximaal 12 m;

    • c.

      de bouwhoogte van een kunstwerk is maximaal 12 m, met dien verstande dat de hoogte van hekwerken en borstweringen bij bruggen maximaal 2 m boven de bovenkant van de brug mag bedragen; en

    • d.

      de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 4 m.

Paragraaf 11.2.3.4 Functie water
Subparagraaf 11.2.3.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 11.149 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.3.4 gaat over bouwactiviteiten binnen de functie water op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - water.

Subparagraaf 11.2.3.4.2 Bouwwerk bouwen

Artikel 11.150 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen

  • 1.

    Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    De voorwaarden zijn:

    • a.

      de bouwhoogte is maximaal 3 m;

    • b.

      er blijft sprake van een goede waterhuishouding.

Afdeling 11.2.4 AANLEGGEN

Paragraaf 11.2.4.1 Algemene bepalingen
Artikel 11.151 Toepassingsbereik

Afdeling 11.2.4 gaat over het verrichten van aanlegactiviteiten en het aanleggen van:

  • a.

    rioolleiding;

  • b.

    waterleiding; en

  • c.

    verkeersvoorzieningen (11.132).

Paragraaf 11.2.4.2 Algemene regels
Artikel 11.152 Overige regels van toepassing op aanlegactiviteiten

Voor de activiteiten uit afdeling 11.2.4 gelden ook de regels uit de afdelingen 11.2.5 en 11.2.6.

Paragraaf 11.2.4.3 Rioolleiding
Artikel 11.153 Toepassingsbereik
  • 1.

    Paragraaf 11.2.4.3 gaat over het verrichten van aanlegactiviteiten op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - rioolleiding.

  • 2.

    De regels in deze paragraaf zijn niet van toepassing op activiteiten:

    • a.

      die op het moment van inwerkingtreding van het plan al legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat moment geldende dan wel aangevraagde vergunning; en

    • b.

      die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden.

Artikel 11.154 Vergunningplichtige activiteit - werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren
  • 1.

    De volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning:

    • a.

      het uitvoeren van graafwerkzaamheden;

    • b.

      het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • c.

      het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting en/of bomen;

    • d.

      het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen van maaiveld- of weghoogte; en

    • e.

      het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

  • 2.

    De volgende beoordelingsregel is van toepassing:

    • a.

      door de aanleg van het werk of de werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen ontstaat geen of kan geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingen en/of afvalwaterzuivering ontstaan.

  • 3.

    Voordat wordt besloten een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de beheerder van de leiding.

Paragraaf 11.2.4.4 Waterleiding
Artikel 11.155 Toepassingsbereik
  • 1.

    Paragraaf 11.2.4.4 gaat over het verrichten van aanlegactiviteiten op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - waterleiding.

  • 2.

    De regels in deze paragraaf zijn niet van toepassing op activiteiten:

    • a.

      die op het moment van inwerkingtreding van het plan al legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat moment geldende dan wel aangevraagde vergunning; en

    • b.

      die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden.

Artikel 11.156 Vergunningplichtige activiteiten - werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren
  • 1.

    De volgende werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning:

    • a.

      het uitvoeren van graafwerkzaamheden;

    • b.

      het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;

    • c.

      het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting en/of bomen;

    • d.

      het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen van maaiveld- of weghoogte; en,

    • e.

      het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

  • 2.

    De volgende beoordelingsregel is van toepassing:

    • a.

      door de aanleg van het werk of de werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen ontstaat geen of kan geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingen en/of afvalwaterzuivering ontstaan.

  • 3.

    Voordat wordt besloten een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de beheerder van de leiding.

Paragraaf 11.2.4.5 Verkeersvoorzieningen
Artikel 11.157 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.4.5 gaat over het verrichten van aanlegactiviteiten voor verkeersvoorzieningen (11.132) op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - verkeer.

Artikel 11.158 Vergunningplichtige activiteit - gemeenteweg aanleggen of wijzigen
  • 1.

    Een gemeenteweg op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - verkeer mag uitsluitend aangelegd of gewijzigd worden na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

  • 2.

    De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing:

    • a.

      de wegdekverharding wordt uitgevoerd met wegdektype dunne deklagen B;

    • b.

      als niet wordt voldaan aan het bepaalde onder a, dan wordt een geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverharding toegepast;

    • c.

      de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw is niet hoger dan de standaardwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan wel de hogere waarde zoals vastgelegd in bijlage IV (pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss | Hogere waarden);

    • d.

      de maximale binnenwaarde uit artikel 3.52 van het Besluit kwaliteit leefomgeving mag, al dan niet na het treffen van maatregelen, niet worden overschreden;

    • e.

      er blijft sprake van een goede waterhuishouding; en

    • f.

      er zijn geen onevenredig nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit.

  • 3.

    In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van:

    • a.

      een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het tweede lid, onder c; 

    • b.

      een onderzoek naar de effecten van geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverhardingen en maatregelen indien het tweede lid, onder b van toepassing is;

    • c.

      een onderzoek naar de binnenwaarde van woningen waarop de geluidbelasting de waarde(n), zoals bedoeld in het tweede lid, onder c, overschrijdt; en

    • d.

      een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 waarmee is aangetoond dat de werkzaamheden niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit.

  • 4.

    Voordat wordt besloten een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij het Waterschap Aa en Maas over de beoordelingsregel als bedoeld in het tweede lid, onder d.

Artikel 11.159 Vergunningplichtige activiteit - verkeersvoorziening of duiker aanleggen
  • 1.

    Verkeersvoorzieningen (11.132), alsmede duikers en/of soortgelijke voorzieningen, mogen uitsluitend worden aangelegd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

  • 2.

    De volgende beoordelingsregel is van toepassing:

    • a.

      er blijft sprake van een goede waterhuishouding; en

    • b.

      er zijn geen onevenredig nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit.

  • 3.

    In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 waarmee is aangetoond dat de werkzaamheden niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit.

  • 4.

    Voordat wordt besloten een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij het Waterschap Aa en Maas over de beoordelingsregel als bedoeld in het tweede lid, onder a.

Afdeling 11.2.5 MILIEU

Paragraaf 11.2.5.1 Algemeen
Artikel 11.160 Toepassingsbereik
  • 1.

    Afdeling 11.2.5 gaat over milieubelastende activiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

  • 2.

    Deze afdeling gaat ook over activiteiten, niet zijnde milieubelastende activiteiten, die hinder kunnen veroorzaken voor de woon- en leefomgeving.

Artikel 11.161 Oogmerken

De regels in afdeling 11.2.5 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.130, in het bijzonder gesteld met het oog op:

  • a.

    het beschermen van de gezondheid;

  • b.

    het beschermen van het milieu en de woon- en leefomgeving, waaronder het voorkomen of beperken van hinder.

Paragraaf 11.2.5.2 Geluid
Artikel 11.162 Toepassingsbereik

Paragraaf 11.2.5.2 gaat over het beschermen van de leefomgeving tegen geluid door wegverkeerslawaai en industrielawaai.

Artikel 11.163 Hogere waarde wegverkeerslawaai

Op de gevels van geluidgevoelige gebouwen als opgenomen in kolom 1 van bijlage IV (pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss | Hogere waarden) geldt een hogere waarde (Lden) voor wegverkeerslawaai zoals opgenomen in kolom 2 van genoemde bijlage. 

Artikel 11.164 Geluidaandachtsgebied industrielawaai bedrijventerrein 

Op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - geluidzone industrie geldt op grond van artikel 12.7, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving de vastgestelde geluidzone.

Artikel 11.165 Geluidaandachtsgebied begrenzing geluidsgezoneerd industrieterrein

De gronden op de locatie pz Noordelijke Ontsluitingsweg - begrenzing geluidsgezoneerd industrieterrein vormen het aanwezig industrieterrein als bedoeld in artikel 12.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Afdeling 11.2.6 BESCHERMING VAN LEEFOMGEVING EN WAARDEN

Paragraaf 11.2.6.1 Algemene bepalingen
Artikel 11.166 Toepassingsbereik

Afdeling 11.2.6 heeft betrekking op het verrichten van activiteiten binnen gebieden waar waarden gelden. 

Paragraaf 11.2.6.2 Cultuurhistorie
Subparagraaf 11.2.6.2.1 Archeologie

Artikel 11.167 Toepassingsbereik

Artikel 11.168 Vergunningplichtige activiteit - werkzaamheid uitvoeren op locaties met archeologische waarden

  • 1.

    Het uitvoeren van een werkzaamheid op locaties met archeologische waarden, zoals opgenomen in Tabel 1 in artikel 11.167tweede lid, die zich uitstrekt over een oppervlakte en diepte die meer bedraagt dan in Tabel 1 is opgenomen, is uitsluitend toegestaan na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

  • 2.

    De werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid zijn:

    • a.

      graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage;

    • b.

      het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem;

    • c.

      heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem;

    • d.

      het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd;

    • e.

      het verlagen van het waterpeil;

    • f.

      het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren;

    • g.

      het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies;

    • h.

      het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

    • i.

      het plaatsen en/of verwijderen van funderingen;

    • j.

      graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.

  • 3.

    De vergunningplicht zoals bedoeld in het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      het uitvoeren van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits dit gebeurt door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

    • b.

      het uitvoeren van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen die legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; en

    • c.

      het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf.

  • 4.

    De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing:

    • a.

      door de betreffende werkzaamheid, dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en/of;

    • b.

      uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zeker gesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad;

    • c.

      uit het archeologisch rapport, uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie blijkt dat de aanlegactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van de archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer vergunningvoorschriften te verbinden.

  • 5.

    In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

  • 6.

    Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist worden beschermd, waaronder:

    • a.

      de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of

    • b.

      de verplichting tot het doen van opgravingen; of

    • c.

      de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties;

    • d.

      de verplichting om toe te staan dat opgravingen of andere activiteiten die raken aan de bescherming van archeologische waarden uitgevoerd worden in aanwezigheid van leden van de lokale heemkundevereniging, historische vereniging of archeologische werkgroep.

D

Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage III Overzicht Informatieobjecten

buitengebied

/join/id/regdata/gm0828/2025/1e10febd829c4ba494bebc8850992f89/nld@2025‑12‑16;11224859

/join/id/regdata/gm0828/2025/1e10febd829c4ba494bebc8850992f89/nld@2026‑01‑28;08520255

centrum en gemengd gebied

/join/id/regdata/gm0828/2025/35e1822999384acd86979b1612e15aee/nld@2025‑09‑01;09432732

pz Amsteleind Noord - Oss

/join/id/regdata/gm0828/2025/d71486b3cad5415b9a3da0b4f75bf2df/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - bouwvlak

/join/id/regdata/gm0828/2025/de66ecdf4a0d4c44b41be5623b54367b/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - Brandstraat 15

/join/id/regdata/gm0828/2025/0a0a8b4589124c5596cfd1c916a65a87/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - groen - landschapszone

/join/id/regdata/gm0828/2025/a83ae98f12b0435e9b2fce64c957d5c9/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - milieuzone - geurzone

/join/id/regdata/gm0828/2025/d414d3ede1ab4b1eb5864df9228e8d3a/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen

/join/id/regdata/gm0828/2025/4ecf1b9f9ec748e9a51aee8f29e3a648/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - bebouwingscontour geur

/join/id/regdata/gm0828/2025/2f0730f9c7a648e58c4e02275d4b5a27/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie hoog

/join/id/regdata/gm0828/2025/8308fdc262794acb902eb2c3777b34f2/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie laag

/join/id/regdata/gm0828/2025/5da7752ff73a42fba171831792f54efd/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie middelhoog

/join/id/regdata/gm0828/2025/3977359acf9a42ff9117449d83bf0f51/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologisch monument

/join/id/regdata/gm0828/2025/e072fa8551e24098ae23609d1fdc607c/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - verkeer

/join/id/regdata/gm0828/2025/3338d4c23a4648cab2de3cc1f5c6d12b/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss - wonen

/join/id/regdata/gm0828/2025/5a601c2bedb349fe8c490d29ec15f19b/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - archeologie historische huisplaats

/join/id/regdata/gm0828/2026/3f37b1f140cb40f6a61feffbc8573ca2/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - archeologie hoog bebouwd

/join/id/regdata/gm0828/2026/7c67ab6e00e84723a34893cb21ca4cde/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - archeologie hoog onbebouwd

/join/id/regdata/gm0828/2026/b317942e4d5e4af0a859cde4f23351a2/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - archeologie middelhoog

/join/id/regdata/gm0828/2026/b688082dd9d3445e8fc3aae3f194dd14/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - archeologisch monument

/join/id/regdata/gm0828/2026/19196a289fe645a3b264cf90244486e8/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - begrenzing geluidsgezoneerd industrieterrein

/join/id/regdata/gm0828/2026/dbc06f88d54242f893693f825ef30672/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - geluidzone industrie

/join/id/regdata/gm0828/2026/feae4f9215d44e1689a96c4bea466782/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss

/join/id/regdata/gm0828/2026/ac0b0dfb5e214e7e82a67b1df99e0305/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - rioolleiding

/join/id/regdata/gm0828/2026/3c278d5f95d04e91b21846fdaa7db04f/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - verkeer

/join/id/regdata/gm0828/2026/2f0d4fc95a6a4c8ea2c53b0fc184520b/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - water

/join/id/regdata/gm0828/2026/d3680eb7bb944900ae9ecd760de2f207/nld@2026‑01‑28;08520255

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss - waterleiding

/join/id/regdata/gm0828/2026/d4a6065d8c1043b68921e3aef6d2ab61/nld@2026‑01‑28;08520255

ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen

/join/id/regdata/gm0828/2025/abd94c9106c84c0fb975b35300eb7012/nld@2025‑12‑16;11224859

voormalige stortplaats

/join/id/regdata/gm0828/2025/17295d44a0ca4b3883b477fdf8bb2f97/nld@2025‑09‑01;09432732

werkgebied

/join/id/regdata/gm0828/2025/157edaea24a94b908932988825b67b0c/nld@2025‑09‑01;09432732

woongebied

/join/id/regdata/gm0828/2025/b9d44ea9f97244a69bb033bbcd87b9de/nld@2025‑12‑16;11224859

E

Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage IV Overzicht Documentenbijlagen

pz Amsteleind Noord - Oss | Kaart wegdekverhardingen

/join/id/regdata/gm0828/2025/0a24ff5ee8304fd1880b42a48ab20685/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord Oss | ontwerp Heihoeksingel Parkway

/join/id/regdata/gm0828/2025/844cb31179354388a478e0c572314824/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord Oss | Landschapsplan Amsteleind Noord

/join/id/regdata/gm0828/2025/c809fcabf43b488d8c55e617558dad2e/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Amsteleind Noord - Oss | Kruispuntberekeningen Amsteleind Oss

/join/id/regdata/gm0828/2025/488e1701f4234050bbf4072074ae3031/nld@2025‑12‑16;11224859

pz Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss | Hogere waarden

/join/id/regdata/gm0828/2026/1b7ffa393d484f4494461125ccb8bde6/nld@2026‑01‑28;08520255

F

Na sectie ' Vergunningplichtige activiteit - aanlegactiviteit in beperkingengebied archeologie ' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 11.162 Toepassingsbereik

De bescherming van de fysieke leefomgeving tegen geluid door wegverkeer is geregeld in paragraaf 11.2.4.5

Motivering

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en achtergrond

De gemeente Oss heeft de ambitie om aan de noordzijde van Oss enkele bestaande aaneengesloten wegen op te waarderen en daarmee een nieuwe ontsluitingsweg te realiseren. Meer concreet betekent dit het opwaarderen van de bestaande erftoegangswegen Frankenbeemdweg, Spitsbergerweg, Achterschaykstraat en Kanaalstraat (met een maximumsnelheid van 60 km/uur) tot gebiedsontsluitingswegen gelegen binnen de bebouwde kom (met een maximumsnelheid van 50 km/uur). Het doel is dat daarmee de Singel 1940 – 1945 in het centrum van Oss wordt ontlast en de verkeersproblemen worden opgelost. Hiertoe worden de bestaande wegen deels verbreed of verlegd, aansluitingen worden gerealiseerd of aangepast en rotondes gerealiseerd. In de Koersnota Mobiliteit van 2023 is reeds rekening gehouden met de aanleg van de Noordelijke ontsluitingsweg. In de koersnota is omschreven dat de Noordelijke ontsluitingsweg een van de primaire hoofdwegen is en bijdraagt aan het verminderen van autoverkeer in het centrum.

Figuur 1.1-1
afbeelding binnen de regeling
Ligging projectgebied PDOK
Figuur 1.1-2
afbeelding binnen de regeling
Ligging projectgebied PDOK

Voorliggend plan past gedeeltelijk niet binnen de kaders van de verschillende vigerende bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Oss: 

  • Bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, vastgesteld op 16 april 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Midden Noord – Oss 2012’, vastgesteld op 13 september 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Horzak Noord – Oss – 2015’, vastgesteld op 17 september 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Elzenburg - De Geer – Oss – 2011’ (incl. herzieningen), vastgesteld op 7 april 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Oijense Zij Noord – Oss – 2019’, vastgesteld op 5 maart 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Uitwerking 2 Horzak - Noord – Oss – 2015’, vastgesteld op 19 december 2017 door het college van B&W van de gemeente Oss.



Deze bestemmingsplannen maken sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Oss. Op verschillende plaatsen worden de langs de weg gelegen bestemmingen overschreden. Op de locatie rusten verschillende bestemmingen, zoals ‘Verkeer – Verblijf’, ‘Groen’,  ‘Agrarisch met waarden - Landschap’, ‘Natuur’, ‘Water’ en ‘Sport’. Daarnaast liggen er diverse dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen in het gebied, zoals aan de noordzijde van de weg een aantal archeologische dubbelbestemmingen.

De ontwikkeling van een weg past niet overal binnen deze bestemmingen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet van het planologisch regime worden afgeweken. Dit kan middels een wijziging van het omgevingsplan (WOP). Onderhavige motivering is essentieel voor het onderbouwen van deze wijziging.

1.2 Locatie en projectgebied 

Het projectgebied bevindt zich aan de noordzijde van de kern Oss in de gelijknamige gemeente. Het projectgebied waarvoor een planologische wijziging plaatsvindt, bestaat uit het tracé van de nieuwe weg, inclusief kruisingen en rotondes. Gezien de omvang van het projectgebied is gekozen om niet alle kadastrale percelen exact op te noemen, maar dit met een lijn aan te duiden, echter is het ontwerp van de weg hierin leidend. In figuur 1.1 is een indicatie van de ligging van het projectgebied opgenomen. Een gedetailleerde omschrijving van de ligging en begrenzing van het projectgebied volgt in hoofdstuk 2 ‘Beschrijving bestaande situatie’. 

1.3 Juridisch-planologisch kader

Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet het omgevingsplan worden gewijzigd. De wijziging van het omgevingsplan voor dit deelgebied wordt opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Oss. Deze is opgesteld volgens de STOP/TPOD-systematiek. De Standaard officiële publicaties (STOP) en de bijbehorende Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten (TPOD) zijn ontwikkeld voor het publiceren van omgevingsdocumenten, zoals het omgevingsplan. Deze standaard zorgt ervoor dat omgevingsdocumenten na publicatie in de wetten- en regelingenbanken komen. Maar ook dat de regels daarna te zien zijn op een kaart in het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het omgevingsplan maakt de beoogde opwaardering van de weg en het gebruik ervan mogelijk en stelt nieuwe kaders vast voor het projectgebied.

Onderhavige motivering is essentieel ter onderbouwing van deze wijziging. In deze motivering worden alle relevante gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor de fysieke leefomgeving uiteengezet en wordt onderbouwd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL) én uitvoerbaar is. 

1.4 Leeswijzer

Deze wijziging van het omgevingsplan maakt activiteiten mogelijk. Na dit inleidende hoofdstuk volgen de hoofdstukken met de verantwoording van die activiteiten. In hoofdstuk 2 staat een beschrijving en analyse van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 5 vindt toetsing plaats aan de ruimtelijke beleidskaders; in welke mate sluit de voorgenomen wijziging aan op het beleid en aan de (omgevings)visie en programma’s van de gemeente Oss en hogere overheden. In hoofdstuk 6 vindt toetsing plaats aan regels en normen van omgevingsaspecten en milieu. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke haalbaarheid van de activiteit aan de orde. In hoofdstuk 8 leest u dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (conclusie).

2 Beschrijving huidige situatie 

2.1 Beschrijving huidige situatie 



Het projectgebied ligt aan de noordzijde van de stad Oss. De locatie bevindt zich op de overgang van het bebouwde gebied naar het buitengebied. Zoals eerder vermeld, bevindt zich op de locatie nu een aantal bestaande wegen inclusief kruisingen en een rotonde.  Aan de westzijde van het projectgebied is dit de kruising Frankenbeemdweg en John F. Kennedybaan. Daarnaast de verdere Frankenbeemdweg tot aan de kruising met de Oijenseweg, inclusief een deel van deze weg. Verder omvat het de gehele Spitsbergerweg inclusief de bestaande rotonde met de Macharenseweg. De Achterschaykstraat maakt volledig deel uit van het projectgebied inclusief een deel van de Maaskade en de Kanaalstraat. De Kanaalstraat bevat kruisingen met de Vechtstraat, Havenstraat, Rijnstraat, Reggesstraat en Spaanderstraat waardoor deze wegen gedeeltelijk in het projectgebied liggen. Tussen de Achterschaykstraat en de Kanaalstraat omvat het projectgebied tevens een groenstrook met dichte begroeiing. Naast de bestaande weg liggen er in de huidige situatie ook de bestaande bermen en greppels in het projectgebied.

Het projectgebied wordt omringd door diverse functies, waaronder wonen, (agrarische) bedrijven, sport, detailhandel, recreatie en maatschappelijke voorzieningen. Aan de noordkant grenst het gebied aan het buitengebied en hoofdzakelijk agrarische functies en ter hoogte van de Kanaalstraat het bedrijventerrein Elzenburg. Ten zuiden van het projectgebied liggen voornamelijk woningen. 

Figuur 2.1 
afbeelding binnen de regeling
Frankenbeemdweg Google
Figuur 2.2 
afbeelding binnen de regeling
Spitsbergerweg en kruising met de Oijenseweg  Google
Figuur 2.3 
afbeelding binnen de regeling
Rotonde Macharenseweg en Spitsbergerweg Google
Figuur 2.4 
afbeelding binnen de regeling
Kanaalstraat  Google

De stadsrand die ten zuiden van het tracé van de Noordelijke Ontsluitingsweg ligt is een afwisselende zone waar groen en water de landschappelijke inpassing en de stad-land overgang vormen. Het groen heeft zich hier inmiddels goed ontwikkeld en is uitgegroeid tot een stevige structuur die de stad omsluit. Het water maakt onderdeel uit van het watersysteem van Oss en zorgt voor afvoer, opvang en buffering van water. Het groen en water heeft een belangrijk natuurfunctie. Op deze plek vormt het de schakel tussen de stedelijke natuur en de natuur in het buitengebied. Zowel beschermde soorten als niet beschermde soorten maken gebruik van de gebieden. Recreatief is het groen onderdeel van een belangrijke uitloop vanuit de wijk. Hier wordt veel gebruik van gemaakt. Een ommetje dichtbij huis kan op vele manieren worden uitgebreid tot een langer rondje. Bijzonder zijn de aansluitingen op het buitengebied waarmee een belangrijke stad-land verbinding ontstaat. Ten slotte is het groen onderdeel van de directe leefomgeving van de bewoners van Oss noord. Groen en natuur dichtbij de woonomgeving is een belangrijke kwaliteit die ondermeer wordt gerelateerd aan gezondheid en sociale samenhang.

Enkele impressies van de huidige situatie van het projectgebied zijn weergegeven in figuur 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4.

3 Beschrijving voorgenomen ontwikkeling en toekomstige situatie

3.1 Beoogde ontwikkeling 

Het voornemen bestaat om over een lengte van ruim 3,5 kilometer, grotendeels ter plaatse van bestaande wegen aan de noordzijde van Oss, een nieuwe ontsluitingsweg te realiseren. Het project omvat het opwaarderen van de bestaande erftoegangswegen Frankenbeemdweg, Spitsbergerweg, Achterschaykstraat en Kanaalstraat (met een maximumsnelheid van 60 km/uur) tot gebiedsontsluitingswegen gelegen binnen de bebouwde kom (met een maximumsnelheid van 50 km/uur). Het doel is dat daarmee de Singel 1940 – 1945 in het centrum van Oss wordt ontlast en de verkeersproblemen worden aangepakt. Belangrijk is ook dat er een goede ontsluiting komt voor de noordelijke woonwijken van Oss. Hiertoe worden de bestaande wegen deels breder of verlegd, aansluitingen worden gerealiseerd of aangepast en rotondes gerealiseerd. Voor verdere motivatie en afweging wordt tevens verwezen naar het rapport RHDHV 2020 in de bijlage. Omdat de functie van de weg voor een groot deel wijzigt, kan dit effecten hebben op de directe omgeving. Deze effecten moeten worden onderzocht en tevens moet de omgeving betrokken worden bij de plannen. Dit alles zorgt ervoor dat een wijziging van het omgevingsplan nodig is.

Globaal genomen verbindt de Noordelijke Ontsluitingsweg de John F. Kennedybaan aan de westzijde met de N329 aan de oostzijde. De ontwikkeling omvat het aanleggen van nieuwe kruisingen en één rotonde met diverse wegen. Meer specifiek gaat het om één rotonde ter plaatse van de Frankenbeemdweg en John F. Kennedybaan. Ter plaatse van de Frankenbeemdweg en Oijenseweg wordt een bestaande kruising aangepast. Langs de gehele weg wordt een vrijliggend fietspad aangelegd, dat ter hoogte van de Oijenseweg via de bestaande wegen Hofvijver en Valbrug wordt geleid.

Ter hoogte van de Spitsbergerweg en de Macharenseweg wordt gebruik gemaakt van de recent aangelegde rotonde. De Achterschaykstraat wordt deels opgewaardeerd en buigt af om de aansluiting met de Kanaalstraat te maken. Daarbij wordt een groenstrook met dichte begroeiing doorsneden. De woningen aan de Achterschaykstraat worden via het fietspad ontsloten op de Maaskade. Ook de kruising Maaskade en Achterschaykstraat wordt opnieuw ingericht. Vanaf deze kruising wordt geen autoverkeer meer mogelijk in zuidelijke richting. Het kruispunt wordt zo aangepast dat de zuidzijde alleen door langzaamverkeer gebruikt kan worden. Op de Kanaalstraat worden de kruisingen met de Havenstraat, Reggestraat en Spaanderstraat opgewaardeerd.

 

3.2 Ruimtelijke inpassing

Het ontwerp voor de Noordelijke Ontsluitingsweg is in onderstaande afbeelding 3.1 weergegeven, een hogere resolutie van de afbeelding is bijgevoegd als Bijlage 1 - Ontwerp Noordelijke Ontsluitingsweg.

Onderbouwing ontwerp

Door de gemeente Oss is op basis van een aantal uitgangspunten een ontwerp voor de Noordelijke Ontsluitingsweg gemaakt. De weg wordt aangelegd als een gebiedsontsluitingsweg (GOW). Langs de weg wordt een vrijliggend fietspad aangelegd omdat die bij een GOW 50 km hoort. Het fietspad wordt aangelegd voor de veiligheid van fietsers, maar ook voetgangers die gebruik kunnen maken van het fietspad. Het uitgangspunt is dat de weg blijft liggen op de huidige plek. Uitzondering is het gedeelte ter hoogte van ‘Harnas’. Hier wordt de weg in noordelijke richting verplaatst, zodat bestaande knotwilgen en een waterpartij aan de zuidzijde gehandhaafd kunnen worden. De Kanaalstraat wordt via de Achterschaykstraat verbonden met de Spitsbergerweg om de doorstroming van het verkeer te bevorderen. De Achterschaykstraat wordt hiervoor gedeeltelijk verlegd. Het fietspad Oijensezij Noord via Hofvijver naar de Frankenbeemdweg wijkt af van de ligging nabij de Noordelijke Ontsluitingsweg, omdat er onvoldoende ruimte is bij het kruispunt Oijenseweg-Spitsbergerweg-Frankenbeemdweg om een veilige west-oost fietsverbinding te maken.

Groene inpassing en aansluiting op omgeving

De Noordelijke Ontsluitingsweg en het vrijliggend fietspad maken grotendeels gebruik van bestaande structuren. Echter, een goede landschappelijke inpassing is altijd nodig. Want vanuit landschappelijk oogpunt is het opwaarderen van deze bestaande weg van grote invloed op het functioneren van deze stad-land overgang. Daarbij zullen zowel directe effecten (extra verharding in het groen en water) als indirecte effecten ten gevolge van het intensiveren van het gebruik optreden. Hierdoor kunnen er negatieve effecten zijn op natuur, water, landschap en recreatie. Daarom wordt de weg wordt zo goed als mogelijk ingepast en worden de noodzakelijke compenserende en mitigerende maatregelen getroffen. De bomen die gekapt moeten worden voor de aanleg, worden elders langs de weg gecompenseerd waarbij extra bomen worden toegevoegd. Dit vindt plaats aan de zuidzijde van de weg, zodat aan de noordzijde de openheid richting het landelijk gebied behouden blijft. De invulling van de groene bermen en bestaande greppels en sloten wordt uitgebreid. Daarnaast worden er maatregelen genomen om soorten de weg te kunnen laten passeren. Zo kunnen extra aanrijdingen van dieren deels worden voorkomen. Binnen het plangebied is slechts beperkte ruimte beschikbaar om volledig te voorzien in de landschappelijke inpassing. Daarom vindt een storting plaats in het groenfonds waarmee ongeveer drie hectare groen gerealiseerd kan worden. Daarmee wordt elders in de gemeente de groen-blauwe situatie verbeterd met maatregelen. 

Er heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie Noord-Brabant over het initiatief. Zij hebben aangegeven onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het project. Aan de noordzijde van de Frankenbeemdweg en Spitsbergerweg wordt de weg op een aantal plaatsen aangelegd binnen de gebiedsaanwijzing Landelijk gebied of binnen Natuur Netwerk Brabant (NNB). Daarom zal inpassing en compensatie plaatsvinden, zoals hiervoor aangegeven. 

Figuur 3.1 
afbeelding binnen de regeling
Ontwerp noordelijke ontsluitingsweg Oss  Gemeente Oss

 

4 Toetsing aan Omgevingsplan gemeente Oss

4.1 Inleiding

Ter plaatse van het projectgebied aan de noordrand van Oss gelden verschillende bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Oss, te weten:

  • Bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, vastgesteld op 16 april 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Midden Noord – Oss 2012’, vastgesteld op 13 september 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Horzak Noord – Oss - 2015’, vastgesteld op 17 september 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Elzenburg - De Geer – Oss – 2011’ (incl. herzieningen), vastgesteld op 7 april 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Oijense Zij Noord - Oss – 2019’, vastgesteld op 5 maart 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Oss;

  • Bestemmingsplan ‘Uitwerking 2 Horzak - Noord – Oss – 2015’, vastgesteld op 19 december 2017 door het college van B&W van de gemeente Oss.



Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege als het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). De geldende bestemmingsplannen worden een ‘omgevingsplan van rechtswege’ genoemd en zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Oss’ (verder te noemen: omgevingsplan).

4.2 Bestaande functie en gebruiksmogelijkheden

Omdat het tracé een groot aantal bestemmingsplannen doorsnijdt wordt alleen globaal ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen en gebiedsaanduidingen per bestemmingsplan. In figuur 4.1 is de uitsnede van de bestemmingsplannen met het projectgebied weergegeven. Deze figuur is in Bijlage 2 - Ontwerp Noordelijke Ontsluitingsweg t.o.v. vigerende bestemmingen in hogere resolutie bijgevoegd.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’: 

  • Verkeer – Verblijf

  • Agrarisch met waarden – Landschap

  • Agrarisch met waarden – Landschap en natuur

  • Natuur

Dubbelbestemmingen: 

  • Waarde – Archeologie Monument

  • Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog

Gebiedsaanduidingen: 

  • Overige zone – komgebied

  • Overige zone – dekzandrand 

  • Overige zone – stads- en dorpsranden 

  • Overige zone – beperking veehouderij

 

Bestemmingsplan ‘Midden Noord – Oss 2012’:

  • Verkeer

  • Verkeer – Verblijf

  • Detailhandel: (functieaanduiding parkeerterrein)

  • Groen

  • Water

  • Tuin

  • Sport

Dubbelbestemmingen:

  • Leiding – Water

Bestemmingsplan ‘Horzak Noord – Oss 2015’: 

  • Groen

  • Verkeer

  • Verkeer – Verblijf

Dubbelbestemmingen:

  • Leiding – Water

Gebiedsaanduidingen:

  • Geluidzone – industrie

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Elzenburg-De Geer-Oss 2011’: 

  • Groen

  • Verkeer-Verblijf

  • Verkeer

Gebiedsaanduidingen:

  • Geluidzone – industrie

Bestemmingsplan ‘Oijense Zij Noord - Oss – 2019: 

  • Woongebied (functieaanduidingen: specifieke vorm van wonen – 1, specifieke vorm van wonen - 3, waterweg, ontsluiting)

Dubbelbestemmingen:

  • Leiding – Water

Gebiedsaanduidingen: 

  • milieuzone – geurzone

  • overige zone – overige - beschermingszone watergang

Bestemmingsplan ‘Uitwerking 2 Horzak-Noord – Oss – 2015’:

  • Verkeer – Verblijf

  • Groen

Dubbelbestemmingen:

  • Leiding - Water

  • Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog 

4.3 Strijdigheden met het omgevingsplan

In aanvulling op het voorgaande zijn de gronden bestemd voor een aanzienlijk aantal andere doeleinden die specifiek gelden bij de hoofdbestemming behorende voorzieningen. De ontsluitingsweg is globaal genomen alleen toegestaan binnen de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Verkeer –Verblijf’. Het fietspad is tevens toegestaan binnen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Sport’. De aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg inclusief fietspad, rotondes en kruisingen, is in strijd met de overige bestemmingen (gebruiksactiviteit). 

Figuur 4.1
afbeelding binnen de regeling
Uitsnede vigerende bestemmingsplannen met ontwerp weg Gemeente Oss

5 Toetsing aan ruimtelijke beleidskaders

5.1 Rijksbeleid en rijksregels

5.1.1 Omgevingswet

De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen, meer rekening houden met regionale verschillen, meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belanghebbenden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), te bundelen in één wet die toeziet op het omgevingsrecht en daarmee te voorkomen dat initiatiefnemers rekening moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, planvormen en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving streeft de regering vier verbeterdoelen na: 

  • a.

    het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; 

  • b.

    het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; 

  • c.

    het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; 

  • d.

    het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uit te voeren, hebben overheden de beschikking over 6 'kerninstrumenten':

  • a.

    de omgevingsvisie: op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld; een samenhangend, strategisch plan dat rekening houdt met alle ontwikkelingen in de leefomgeving.

  • b.

    het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp, een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen.

  • c.

    decentrale regels: Decentrale overheden hebben 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben.

  • d.

    algemene rijksregels: dit zijn het Bkl, Bal, Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB’s) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.

  • e.

    de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag.

  • f.

    het projectbesluit: Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning.

Doorwerking projectgebied

Het voorliggende plan haakt aan op het kerninstrument decentrale regels. Dit betreft de wijziging van het gemeentelijk omgevingsplan om een specifieke ontwikkeling mogelijk te maken.

5.1.2 Omgevingsbesluit

Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen:

  • a.

    Bevoegdheden, handhaving en beheer

  • b.

    Procedurele regels

  • c.

    Projectprocedure

  • d.

    Milieueffectrapportage

  • e.

    Financiële bepalingen

  • f.

    Digitale voorzieningen

Doorwerking projectgebied

In het kader van het omgevingsbesluit wordt de procedure voor de wijziging van het omgevingsplan doorlopen. 

5.1.3 Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn:

  • a.

    Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;

  • b.

    De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;

  • c.

    De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;

  • d.

    De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;

  • e.

    Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;

  • f.

    Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Doorwerking projectgebied

Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het betreft een ontwikkeling op lokaal niveau. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Gezien de aard, omvang en ligging van het plan zijn er geen nationale belangen aan de orde.

5.1.4 Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen:

  • a.

    In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen.

  • b.

    In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl, zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. 

  • c.

    Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. 

  • d.

    En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed.

Doorwerking projectgebied

Hieronder wordt getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

In deze motivering wordt in hoofdstuk 6 ‘Toetsing aan omgevingsaspecten en milieu’ gedetailleerd ingegaan op de overige aspecten van het Bkl. Het geeft een grondige bespreking van de bovenstaande onderwerpen, waarbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied.

5.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking

De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De toelichting bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 

Artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5.129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2 (per functie). 

Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappelijke functies, cultuur, leisure of recreatie. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling.

Doorwerking projectgebied

Voorliggend planvoornemen bestaat uit het opwaarderen van bestaande wegen en de aanleg van een weg, inclusief vrijliggend fietspad en bijbehorende rotonde en kruisingen.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De aanleg van een weg valt niet onder de in artikel 5.129g Bkl genoemde omschrijving. Uit een uitspraak van de Afdeling uit 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:448) blijkt dat de aanleg van een weg niet onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ valt en daarom geen stedelijke ontwikkeling is. Daarmee is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet verplicht. 

Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking

De ontwikkeling betreft geen stedelijke ontwikkeling, waardoor niet getoetst hoeft te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 

5.1.6 Besluit activiteiten leefomgeving

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen. 

Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen.

Doorwerking plangebied

De relevante regels uit het Bal komen in hoofdstuk 6 aan de orde.

5.1.7 Besluit bouwwerken leefomgeving

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat 

  • a.

    algemene regels, 

  • b.

    meldingsplichten, 

  • c.

    vergunningplichten, 

  • d.

    maatwerkmogelijkheden, 

  • e.

    specifieke zorgplichten.

Doorwerking plangebied

Het Bbl is voor onderhavige ontwikkeling niet relevant, aangezien er geen bouwwerken worden gerealiseerd.

5.1.8 Omgevingsregeling

In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid.

5.1.9 Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk. 

5.2 Provinciaal beleid

5.2.1 Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving’

Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen.

De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. 

Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld:

  • Werken aan de Brabantse energietransitie

  • Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant

  • Werken aan de slimme netwerkstad

  • Werken aan een concurrerende, duurzame economie

 

Doorwerking projectgebied

De ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg in Oss sluit aan bij de provinciale omgevingsvisie van Noord-Brabant door in te spelen op de ambitie van de provincie om een robuust mobiliteitssysteem te ontwikkelen. De infrastructuur wordt verbeterd en bestaande knelpunten in de kern Oss worden hierdoor aangepakt. Hiermee wordt de doorstroming van het verkeer verbeterd. Daarnaast draagt het vrijliggend fietspad bij aan de ambitie voor maximale ondersteuning van duurzaam vervoer. Er wordt immers bijgedragen aan de fietsinfrastructuur in de gemeente waarmee fietsers zich veiliger en sneller kunnen verplaatsen. De ontwikkeling is in lijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. Verder wordt verwezen naar hoofdstuk 6 ‘Toetsing aan omgevingsaspecten en milieu’ waarin nader wordt onderbouwd waarom met de beoogde ontwikkeling sprake is van een gezonde leefomgeving en een gezonde omgevingskwaliteit. 

5.2.2 Beleidskader leefomgeving

Het beleidskader Leefomgeving geeft duidelijkheid over de rol, positie en werkwijze van de provincie bij de samenhangende en gebiedsgerichte aanpak van opgaven in de leefomgeving. Hiermee biedt de provincie duidelijkheid aan haar samenwerkingspartners over de wijze waarop zij regie voert op samenvallende opgaven en keuzes maakt bij afwegingen tussen schaalniveaus

De provinciale Omgevingsvisie benadrukt het belang van ‘diep, rond en breed’ kijken bij de vele samenvallende opgaven in Brabant als noodzakelijk om tot goede en gedragen oplossingen te komen. Deze manier van kijken is essentieel en wordt uitgewerkt in vijf stelregels die de provincie hanteert bij de aanpak van opgaven in de leefomgeving en samenleving. Dit zijn:

  • Water en bodemsysteem is leidend

  • Gebied centraal

  • Steeds schoner, gezonder en veiliger

  • Altijd zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde

  • Afwentelen voorkomen

 

Doorwerking projectgebied

Het initiatief past binnen de uitgangspunten diep, rond en breed kijken de vijf stelregels van het provinciale beleidskader leefomgeving. Er is zorgvuldig gekozen voor de ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg en de keuze om de bestaande weg op te waarderen sluit aan bij de vijf stelregels. Ten aanzien van de stelregel ‘Water en bodemsysteem is leidend’ kan gesteld worden dat het plan geen waterbelangen beschadigt danwel dat de benodigde maatregelen genomen worden. In paragraaf 6.3 wordt nader op het aspect water ingegaan en in paragraaf 6.8 wordt bij het aspect bodem stilgestaan.

5.2.3 Verstedelijkingsstrategie en ontwikkelperspectief stedelijk Brabant

Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de verstedelijkingsopgave tot 2040:

  • a.

    Nieuw stedelijk Brabant

  • b.

    Nieuwe relaties tussen stad en land

  • c.

    Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken.

Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de  demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstofreductie, versnelling van de transitie naar een circulaire economie etc. 

Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met een forse bouw- transformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die bestaan uit een netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen. Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij onze bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX.

De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak:

  • a.

    Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

  • b.

    Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

  • c.

    Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp

  • d.

    Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

  • e.

    Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant en de stedelijke regio’s. 

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch, waar Oss onderdeel van uitmaakt, heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.000- 60.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking.

Doel is een leefbare, werkbare en klimaat robuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek - Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog) stedelijkheid in woon- en werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT, OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. 

Dit wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groene en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. 

Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek. Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA.

Doorwerking projectgebied

Onderhavig initiatief heeft met name raakvlakken met het vierde ontwikkelprincipe, mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp. De ontwikkeling sluit aan bij de ambitie de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk op te lossen.

5.2.4 Instructieregels uit omgevingsverordening

Op 16 september 2025 heeft de provincie de definitieve omgevingsverordening vastgesteld, de omgevingsverordening Noord-Brabant, welke per 20 september 2025 onherroepelijk in werking is getreden. In de omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor:

  • Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding.

  • Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

Figuur 5.1 
afbeelding binnen de regeling
Uitsnede omgevingsverordening Noord-Brabant met aanduiding landelijk gebied, stedelijk gebied en NNB

 

Doorwerking projectgebied

Het realiseren van de Noordelijke Ontsluitingsweg wordt op basis van de omgevingsverordening gezien als een ontwikkeling en een uitbreiding. Uit de kaart ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’, uit de omgevingsverordening, blijkt dat het projectgebied ten westen van de Achterschaykstraat wordt aangemerkt als ‘Landelijk gebied’. Het vestigen van niet-agrarische functies is binnen dit gebied in beginsel niet toegestaan. De Noordelijke Ontsluitingsweg betreft het opwaarderen van een bestaande weg en deze ontwikkeling blijft grotendeels binnen het bestaande profiel. Daarom heeft de ontwikkeling slechts beperkte invloed op de omgevingskwaliteit en is de lagenbenadering conform artikel 5.9 niet noodzakelijk. In 5.6.5 wordt onderbouwd dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is, omdat een weg geen stedelijke ontwikkeling betreft. Daarmee is onderbouwd dat voldaan wordt aan zorgvuldig ruimtegebruik conform artikel 5.8. 

Er heeft reeds afstemming plaatsgevonden met de provincie Noord-Brabant over de ontwikkeling. De omgevingsverordening bevat uitsluitend regels over provinciale wegen.

Verder moet worden voldaan aan artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik en artikel 5.10 Meerwaardecreatie. Tevens gelden ook de artikelen: 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap, artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting, artikel 5.30 en artikel 5.34 Bescherming Natuur Netwerk Brabant en tot slot artikel 5.60 Ov.

In voorliggende motivering van het Omgevingsplan voor de ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg wordt in hoofdstuk 5 per milieuaspect getoetst of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties conform artikel 5.7.

Binnen de kaders van het omgevingsplan wordt meerwaarde gecreëerd doordat hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van het tracé van de bestaande weg en deze percelen, waar door middel van zorgvuldig ruimtegebruik de ontsluiting van Oss wordt verbeterd. De verkeersproblemen in Oss worden hiermee gemitigeerd, waardoor hier het leefklimaat verbeterd wordt. Het zorgvuldige ruimtegebruik, de landschappelijke inpassing en de versterking van de leefbaarheid zorgen voor een combinatie van opgave en ontwikkelingen, waarmee het plan past binnen de kaders van de Omgevingsverordening conform artikel 5.10.

Kwaliteitsverbetering

Met de ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg wordt een kwaliteitsverbetering teweeggebracht. De wegen worden verbreed en verbeterd voor een veiligere en betere doorgang. De kwaliteit van het wegennet wordt verhoogd en bestaande knelpunten worden opgelost. De percelen aan de weg worden als neveneffect beter bereikbaar. Bij de planvorming is rekening gehouden met water en bodem. De landschappelijke inpassing is op een zo goed mogelijke manier vormgegeven. Met het leidende uitgangspunt van de aanleg van de weg voornamelijk op het bestaande tracé van de huidige weg, is vanwege ruimtegebrek geen optimale landschappelijke inpassing mogelijk. De invulling van de groene bermen en bestaande greppels en sloten wordt uitgebreid. Ook wordt, waar dat mogelijk is, het groen aangevuld. Hierbij is zoveel mogelijk de structuur aangehouden van knotbomen aan de zuidzijde en openheid aan de noordzijde, zodat het kenmerkende zicht op de polder behouden blijft. Tevens vindt een storting plaats in het groenfonds waarmee ongeveer drie hectare groen kan worden gerealiseerd. 

Ontwikkelingsrichting

Er wordt aan artikel 5.12 voldaan omdat het projectgebied grenst aan de stedelijke kern van Oss, ligt ter plaatse van een bestaande weg en hiermee een logische locatie voor deze ontwikkeling. Verder wordt met voorliggende motivering ingegaan op de invulling aan kwaliteitsverbetering en in hoofdstuk 5 wordt aangetoond wat de effecten zijn op de ontwikkeling van toekomstige activiteiten en functies op andere aspecten. Hoofdstuk 4 gaat in op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met deze aspecten wordt voldaan aan artikel 5.12. 

Natuur Netwerk Brabant

In artikel 5.30 van de omgevingsverordening is de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) geborgd. Onderhavige ontwikkeling resulteert op enkele plaatsen in een afname van de oppervlakte van het NNB. Met toepassing van artikel 5.34 en 5.37 uit de omgevingsverordening kan de ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Deze motivering voor de wijziging van het omgevingsplan kan gezien worden als de onderbouwing voor artikel 5.34. Er is sprake van een groot openbaar belang, de behoefte aan de ontwikkeling is beschreven in Hoofdstuk 3. De ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg kan gezien worden als een ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden. De aantasting van het areaal NNB is namelijk kleinschalig en de aantasting van de ecologische waarden en kenmerken is beperkt. In de ecologische quickscan (zie paragraaf 6.14) is tevens ingegaan op het NNB. De verbreding van de weg op deze locatie is zorgvuldig afgewogen en er zijn meerdere alternatieven en varianten van de Noordelijke Ontsluitingsweg onderzocht (voor locatiekeuze en afweging, zie verkeersonderzoek RHDHV 2020 in RHDHV (2020) verkeersonderzoek Randweg Oss Noord). Daar is onderhavig project als meest kansrijk uit voortgekomen. De landschappelijke en natuurlijke inpassing zijn beperkt, aangezien de ontwikkeling plaatsvindt op de locatie van een bestaande weg. Artikel 5.37 geeft aan hoe het verlies van ecologische waarden en kenmerken moet worden gecompenseerd. In dit geval zal sprake zijn van financiële compensatie, conform artikel 5.39. Aan de benodigde financiële compensatie zal voldaan worden. Daarmee wordt voldaan aan de regels voor het NNB.

Verkeersdoeleinden

In artikel 5.60 van de omgevingsverordening worden instructieregels gesteld voor de ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit ten aanzien van verkeersdoeleinden. Door middel van dit artikel kan voorzien worden in de aanleg of wijziging van een gemeentelijke- of provinciale weg, inclusief de bouw van daarbij behorende kunstwerken. Onderhavige omgevingsplanwijziging motivering kan gezien worden als de onderbouwing van de noodzaak, tracékeuze, maatregelen voor inpassing en bijdrage aan een gezonde leefomgeving. Voor de landschappelijke inpassing zal een bedrag gestort worden in het (gemeentelijk) landschapsfonds. Er hoeft daarom geen landschappelijke inpassing uitgewerkt te worden. Er is geen sprake van aan de weg gerelateerde voorzieningen. 

Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen hetgeen gesteld in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Noord-Brabant vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5.2.5 Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

5.3 Regionaal beleid

5.3.1 Inleiding

In artikel 2.2, lid 2 van de Omgevingswet is de mogelijkheid tot gezamenlijke besluitvorming of taakuitvoering opgenomen. Het gaat daarbij niet om (extra) besluiten over de uitoefening van bevoegdheden of taken, maar om het gezamenlijk nemen van een besluit of het gezamenlijk uitvoeren van een taak met betrekking tot het gemeenschappelijke grondgebied. Tegenwoordig overstijgen veel opgaven het lokale belang.

5.3.2 Regionaal Mobiliteitsprogramma 2022 

Noordoost-Brabant is een van de 40 regio’s in Nederland waar gewerkt wordt aan snel, comfortabel en veilig reizen. Het regionaal Mobiliteitsprogramma richt zich op duurzame bereikbaarheid in de regio, met aandacht voor robuuste wegennetwerken, hoogwaardig openbaar vervoer en een uitgebreid fietsnetwerk. Tijdens de Regiodag op 2 december 2021 zijn interbestuurlijke afspraken gemaakt met de provincie. De samenwerking levert efficiëntie en betere resultaten op. Het RMP kent vijf deelprogramma’s:

  • a.

    Duurzame bereikbaarheid en robuuste infranetwerken

  • b.

    Slimme en efficiënte mobiliteit

  • c.

    Veilige mobiliteit

  • d.

    Versterking vitale leefomgeving en klimaat 

  • e.

    Versterking vestigingsklimaat en verstedelijkingsstrategie Brabant.

Doorwerking projectgebied

Het voorgestelde plan beoogt de realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg doormiddel van het opwaarderen van bestaande wegen. Het project draagt bij aan het versterken van de robuustheid van het infranetwerk in de regio. Daarnaast zorg het voor een efficiëntere doorstroming en wordt de veiligheid verbeterd. Het vrijliggend fietspad draagt tevens bij aan veilige mobiliteit en versterking van de vitale leefomgeving en klimaat. Het project is dan ook in overeenstemming met de doelstellingen van het regionaal mobiliteitsprogramma. 

5.3.3 Regionale Energiestrategie (RES) Noordoost-Brabant

In het Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken dat 30 energieregio’s in Nederland de mogelijkheden in hun gebied onderzoeken voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie op land. In februari 2021 is door een diversiteit aan partijen de ‘RES 1.0’ opgesteld, welke de concept-RES van september 2020 vervangt. Hiermee werken gemeenten, waterschappen en de provincie samen om invulling te geven aan het Klimaatakkoord. Het doel van de RES is om in regionaal verband concrete maatregelen te nemen die bijdragen aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen. In de RES worden keuzes gemaakt voor het opwekken van duurzame hernieuwbare energie, het besparen van energie en het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Bij de opwekking van elektriciteit gaat het in de periode tot 2030 vooral om het plaatsen van windmolens en zonnepanelen. Bij het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen denkt de RES na over isolatie van woningen en mogelijk een andere manier van het verwarmen van alle gebouwen. 

Belangrijke leidende principes die uit de RES van de regio Noordoost-Brabant volgen, zijn:

  • a.

    De regionale energietransitie opgave (RES) is een gegeven, voortkomend uit het Nationale Klimaatakkoord met de opgave van 49% CO2 reductie in 2030. 

  • b.

    De energietransitie gaat iedereen in de regio aan. Wij hechten aan een sterke lokale procesparticipatie van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de realisatie van de opgave via een omgevingsdialoog zoals bedoeld in de Omgevingswet. 

  • c.

    De lokale democratie besluit over de borging en uitvoering van de RES-opgave, waarbij we rekening houden met het regionaal perspectief om te komen tot de beste locaties in de regio, waarin ook mogelijke kansen en/of knelpunten voor de toekomstige opgave na 2030 worden afgewogen (no-regret). 

  • d.

    Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid in de regio Noordoost-Brabant. Alle partijen zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de RES-opgave, welke lokaal en regionaal afgewogen, technisch haalbaar en vóór 2025 vergund zijn.

  • e.

    Uitgangspunt is dat de omgeving evenredig profiteert van de maatschappelijke lusten ten opzichte van de maatschappelijke lasten van de energietransitie. 

  • f.

    We willen de energietransitie benutten om de regio economisch, ecologisch en sociaal te versterken. Waarbij het gebruik van circulair materiaal een uitgangspunt is.

  • g.

    We beogen een adaptieve benadering en staan steeds open voor innovatieve ontwikkelingen om betere (technische en financieel haalbare) keuzes te maken. 

  • h.

    We streven een zorgvuldig en waar mogelijk meervoudig gebruik van ruimte in de regio na.

Doorwerking projectgebied

Bij deze ontwikkeling is geen sprake van grootschalige opwek van energie. De ontwikkeling sluit wel aan bij het leidende principe te streven naar een zorgvuldig ruimtegebruik, doordat de weg grotendeels op het huidige tracé gerealiseerd wordt. 

5.3.4 Conclusie

De activiteit past binnen de regionale doelstellingen en het regionale beleid.

5.4 Beleid Waterschap

5.4.1 Inleiding

Omdat het projectgebied in het beheergebied van waterschap Aa en Maas valt, wordt hier specifiek het beleid van het desbetreffende waterschap besproken.

5.4.2 Waterbeheerplan 2022-2027 en Waterschapsverordening Waterschap Aa en Maas 

Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s:

  • a.

    Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 

  • b.

    Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).

  • c.

    Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. 

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: 

  • a.

    schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;

  • b.

    de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; 

  • c.

    de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; 

  • d.

    de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. 

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; de waterschapsverordening, communicatie en stimuleringsmiddelen. 

Waterschapsverordening/ Onderhoudsverordening water en waterkeringen

Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de waterschapsverordening in de vorm van algemene gebods- en verbodsbepalingen en locatiespecifieke regels over beschermingszones van waterstaatswerken. 

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm.

De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn:

  • a.

    Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater;

  • b.

    Voorkomen van vervuiling van water;

  • c.

    Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt:

    • 1.

      Hergebruik

    • 2.

      Vasthouden / infiltreren

    • 3.

      Bergen en afvoeren

    • 4.

      Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect)

    • 5.

      Afvoeren naar de riolering

  • d.

    Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat:

    • 1.

      De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie;

    • 2.

      De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt;

    • 3.

      Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties;

    • 4.

      De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied;

    • 5.

      Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Doorwerking projectgebied

Voor de toetsing aan het waterschapsbeleid wordt verwezen naar paragraaf 6.3.

5.4.3 Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van waterschap Aa en Maas.

5.5 Gemeentelijk beleid

5.5.1 Omgevingsvisie Oss 2040

In 2025 heeft de gemeenteraad van Oss de Omgevingsvisie Oss vastgesteld. De visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid van de gemeente Oss voor de komende jaren. Daarnaast beschrijft de visie hoe de gemeente Oss daar op hoofdlijnen uitvoering aan wil geven. De gemeente wil hiermee uitnodigen, inspireren en tegelijkertijd duidelijke ruimtelijke kaders stellen. Voorafgaand aan de omgevingsvisie hebben we eerst drie gebiedsvisies opgesteld:

  • De gebiedsvisie Vitaal Buitengebied;

  • De gebiedsvisie Stedelijk gebied Oss-Berghem;

  • De gebiedsvisie Stadjes en Kernen. 

Deze drie gebiedsvisies gelden als bouwstenen voor de omgevingsvisie en vormen samen met de ambitienota het fundament van de omgevingsvisie. Aan de hand van de analyse van de geschiedenis van Oss, een schets van de huidige situatie en het toekomstverhaal van Oss in 2040 gelden er vier structurerende principes: (1) de groei langs het spoor, (2) een gezonde en sociale samenleving, (3) groen en blauw verbonden en (4) ondernemersgeest Oss. Deze zijn in de visie doorvertaald naar vier integrale kernambities voor Oss richting 2040:

  • a.

    Toekomstbestendige verstedelijking en vitale kernen;

  • b.

    Een gezonde, veilige en groene leefomgeving;

  • c.

    Energieneutraal, circulair en klimaatbestendig Oss in 2050;

  • d.

    Ondernemend en uitnodigend Oss.

Aan de hand van visiekaart laten we zien welke koers we als gemeente inzetten en welke ontwikkelingen we op welke locaties vorm krijgen, met in elk gebied zijn eigen accent en snelheid.

De kernambities zijn in hoofdstuk 4 van de visie nader uitgewerkt en vervolgens door vertaald in een gebiedsgerichte uitwerking, gelijk aan de eerdere bouwstenen, te weten: het stedelijk gebied Oss-Berghem, het buitengebied en de stadjes en kernen.

De omgevingsvisie geeft niet alleen de koers en ambities van de gemeente weer maar is ook een uitnodiging aan onze inwoners en ondernemers, initiatiefnemers, en samenwerkingspartners om samen te werken aan de toekomst van de leefomgeving.

Doorwerking projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de rand van de kern Oss. Het plan draagt bij aan het doel om Oss in 2040 goed bereikbaar te houden doormiddel van een robuuste hoofdwegenstructuur waar de doorstroming prioriteit heeft. Daarnaast wordt met het vrijliggend fietspad bijgedragen aan een aantrekkelijk fietsnetwerk. Echter, het opwaarderen van deze bestaande weg raakt diverse waarden die ook als belangrijke waarden in de Omgevingsvisie Oss 2024 zijn opgenomen. Dit zijn waarden zoals de stad-land verbinding, landschappelijke inpassing en recreatieve uitloop. Er is hiervoor een modus gevonden middels landschappelijke inpassing, compenseren, mitigeren en een storting in het groenfonds voor het deel dat niet nu en niet binnen het plangebied kan worden gecompenseerd. Bij de planvorming is rekening gehouden met water en bodem. De landschappelijke inpassing is op een zo goed mogelijke manier vormgegeven. Met het leidende uitgangspunt van de aanleg van de weg voornamelijk op het bestaande tracé van de huidige weg, is vanwege ruimtegebrek geen optimale landschappelijke inpassing mogelijk. Wel is, waar dat mogelijk is, groen aangevuld. Hierbij is zoveel mogelijk de structuur aangehouden van knotbomen aan de zuidzijde en openheid aan de noordzijde, zodat het kenmerkende zicht op de polder behouden blijft. Op deze manier wordt, met inachtneming van de diverse waarden en beperkte mogelijkheden binnen het plangebied, zo goed mogelijk aangesloten bij de Omgevingsvisie Oss 2040.

5.5.2 Koersnota Mobiliteit 2023

De Koersnota Mobiliteit Oss is een strategisch document dat de visie en plannen van de gemeente Oss uiteenzet voor een toekomstbestendige mobiliteitsstructuur. Oss staat voor grote ruimtelijke opgaven, waaronder de bouw van 8.500 woningen tot 2040, vooral in de Spoorzone. Dit vraagt om een herinrichting van de stad waarbij duurzame mobiliteit, leefbaarheid en veiligheid centraal staan. De auto krijgt een minder prominente rol in de binnenstad en fiets en openbaar vervoer worden juist gestimuleerd. 

Oss wordt opgedeeld in 5 zones met elk een eigen mobiliteitsprofiel:

  • a.

    Binnenstad

  • b.

    Centraal stedelijk woonmilieu

  • c.

    Laagstedelijk woonmilieu

  • d.

    Kernen in het buitengebied

  • e.

    Bedrijventerreinen

Elk gebied krijgt een specifiek parkeerbeleid en een eigen mobiliteitsaanpak. Met betrekking tot het wegennet is gekozen voor autoluwe wijken en centrum door invoering van 30 km/u zones; het aanpassen van de hoofdwegenstructuur voor betere doorstroming; Het toevoegen van ongelijkvloerse spoorwegovergangen voor het verbeteren van veiligheid en doorstroming. Het doel van de maatregelen is een afname van het autoverkeer in wijken en bundeling op hoofdwegen. Daarnaast nemen de verkeersveiligheid en leefbaarheid nemen toe.

Doorwerking projectgebied

Voorliggend plan voorziet in het realiseren van de Noordelijke Ontsluitingsweg, aan de noordkant van Oss. In de Koersnota Mobiliteit van 2023 is reeds rekening gehouden met de aanleg van de Noordelijke ontsluitingsweg. In de koersnota is omschreven dat de Noordelijke ontsluitingsweg een van de primaire hoofdwegen is en bijdraagt aan het verminderen van autoverkeer in het centrum. Daarmee is de ontwikkeling in lijn met de Koersnota Mobiliteit 2023.

5.5.3 Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss

Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss (2025–2035) vertaalt de visie uit de Koersnota Mobiliteit naar 31 concrete projecten die bijdragen aan een leefbare, veilige, duurzame en bereikbare gemeente Oss. 

De projecten zijn onderverdeeld onder de vijf doelen van het vastgestelde mobiliteitsbeleid: 

Versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte

Vooral in het centrum en de spoorzone de openbare ruimte vergroenen en veraangenamen. Door de beschikbare ruimte meer te benutten voor bestemmingsverkeer en minder voor doorgaand verkeer kan ruimte worden gewonnen. Ruimte voor o.a. ontmoeting en groen. 

Toegankelijk en bereikbaar voor iedereen 

We streven ernaar dat basisvoorzieningen zoveel mogelijk op loop- en fietsafstand te bereiken zijn. Voorzieningen die niet voor iedereen binnen loop- en fietsafstand zijn, blijven bereikbaar met de auto. 

Verduurzamen van de mobiliteit 

Het gebruik van duurzame vervoersmiddelen bevorderen en stimuleren, onder meer door verbetering van het fietsroutenetwerk en versterking van het openbaar vervoer.

Versterken van het economisch vestigingsklimaat

Inzetten op het beter verbinden van Pivot Park met de stad, het verbeteren van de doorstroming op het hoofdwegennet en de bedrijventerreinen om de bereikbaarheid van economische kerngebieden te garanderen en waar mogelijk verbeteren. 

Vergroten van de verkeersveiligheid en terugdringen van de hinder 

Door het realiseren van meer ongelijkvloerse kruisingen en het beperken van conflicten tussen fietsers en (vracht)-autoverkeer vergroten we de verkeersveiligheid.

Doorwerking projectgebied

Voorliggend plan is als ‘realiseren Noordelijke Ontsluitingsweg’ benoemd als één van de projecten in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss, onder het thema versterken van het economisch vestigingsklimaat. In het uitvoeringsprogramma wordt benoemd dat er al langere tijd problemen zijn met de doorstroming van het verkeer op de Singel 1940-1945. De bereikbaarheid van de noordelijke woonwijken in Oss staat daardoor onder druk. Om te zorgen voor een betere bereikbaarheid van Oss-Noord wordt de Noordelijke Ontsluitingsweg gerealiseerd tussen de N329 en de John F. Kennedybaan. Naast de ontsluitingsweg wordt een vrijliggend fietspad aangelegd. Daarnaast wordt op een aantal plekken voor goede oversteekplaatsen voor voetgangers gezorgd. Daarmee is de ontwikkeling in lijn met het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Oss.

5.5.4 Beleid ten aanzien van Landschap, Natuur en Biodiversiteit

De gemeente Oss hecht grote waarde aan haar landschap, natuur en biodiversiteit. Dit wordt weerspiegeld in het beleid dat is gericht op het beschermen en versterken van deze aspecten binnen de gemeente. Dit beleid biedt kaders en richtlijnen voor initiatiefnemers om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen harmoniseren met de natuurlijke en landschappelijke waarden van Oss. Het beleid stimuleert een proactieve benadering van de initiatiefnemers om de natuurlijke rijkdom van Oss te respecteren en te versterken. Daarbij wordt de samenwerking met lokale gemeenschappen en bedrijven benadrukt, evenals het belang van innovatie en creativiteit in het vinden van oplossingen die zowel economisch levensvatbaar als ecologisch duurzaam zijn.

Landschapsbeleid (Nota Landschapsbeleid 2015)

Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar.

In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn:

  • a.

    Uiterwaarden

  • b.

    Oeverwal

  • c.

    Komgebied

  • d.

    Dekzandrand

  • e.

    Dekzandrug

Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. 

Natuur en Biodiversiteit

In het Bal zijn regels gesteld over ‘Natura 2000-activiteiten’ (gebiedsbescherming) en 'Activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten' (soortenbescherming). Deze regels zijn gericht op het behoud van natuurgebieden, planten- en diersoorten, waarbij een verplichte toetsing van plannen op impact op beschermde gebieden en soorten geldt.

Dit is in Oss door vertaalt in verschillende gebieds- en ontwikkelingsvisies gericht op het creëren van natuur- en landschapsparken en het behouden van natuurwaarden. Daarnaast moedigt de gemeente Oss initiatiefnemers aan om rekening te houden met natuur en biodiversiteit in bouwprojecten. Ten aanzien van bijzondere bomen geldt beleid voor het behoud van specifiek waardevolle bomen.

Natuurnetwerk 

Routekaart Groen Blauw Natuur 2017: Huidig beleid voor het versterken van het natuurnetwerk, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. De gemeente Oss werkt aan het verbinding en versterking van natuurlijke gebieden binnen en buiten de bebouwde kom, gericht op het verbeteren van biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatiemogelijkheden.

Doorwerking projectgebied

Met de ruimtebeperking die voortkomt uit de keuze het bestaande tracé te gebruiken is het niet mogelijk om negatieve effecten te voorkomen. Ten aanzien van natuur, groen, recreatie, landschap en klimaatadaptatie heeft het project een negatief effect. Dit sluit niet aan bij het beleid zoals beschreven in de omgevingsvisie. Met het project wordt er groen en water verhard en wordt de barrière tussen stad en land vergroot. Uitgangspunt voor ruimtelijke projecten in het buitengebied is dat de kwaliteit wordt verbeterd. Om aan deze uitgangspunten invulling te geven wordt de kwaliteitsverbetering op een andere plek gerealiseerd. Bijvoorbeeld in het Noorderpark, of ergens anders waar de stad-land verbinding verbeterd kan worden. Dit wordt gedaan middels een storting in het groenfonds. 

5.5.5 Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Oss.

6 Toetsing aan omgevingsaspecten en milieu

6.1 Algemeen

6.1.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. De ontwikkeling wordt als het ware getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er een bredere kijk op de leefomgeving, onder meer vanuit het oogpunt van milieu, duurzaamheid en gezondheid. 

6.2 Waarborgen van de veiligheid (5.1.2 Bkl)

6.2.1 Toetsingskader

Omgevingsveiligheid richt zich op het beschermen tegen incidenten met gevaarlijke stoffen, die voor de omgeving tot slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden. Het gaat bijvoorbeeld om incidenten bij opslag en bewerking van gevaarlijke stoffen. Maar het gaat ook over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water en over het spoor of via buisleidingen en risico’s als gevolg van windturbines.

De regels om ervoor te zorgen dat de risico’s rondom omgevingsveiligheid aanvaardbaar zijn staan in het Bkl, afdeling 5.1.2 (instructieregels). In bijlage VI van het Bkl zijn kwetsbare gebouwen en locaties aangewezen. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Het betreft de volgende activiteiten:

  • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving

  • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor)

  • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving

  • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving

 

In het Bal zijn de volgende risicobronnen aangewezen als milieubelastende activiteit (waarvoor in het Bkl ook instructieregels zijn opgenomen):

  • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl)

  • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl)

  • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl)

  • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl)

 

Binnen het beleidskader voor activiteiten staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder zijn beide begrippen verder uitgewerkt.

Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijke harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR)

Het zogenaamde groepsrisico speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de aanvaardbaarheid van de risico’s rondom externe veiligheid. Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval door gevaarlijke stoffen een groep slachtoffers (10 of meer) valt. Daarmee is het ook een maat voor de beoordeling van de maatschappelijke ontwrichting bij een incident.

Bij het beschouwen van het groepsrisico staan de aandachtsgebieden en de kwaliteit van het groepsrisico centraal. De aandachtsgebieden vormen daarmee een uitwerking van het groepsrisicobeleid van de Omgevingswet. Het zijn gebieden nabij een risicoactiviteit waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de nadelige gevolgen van een incident:

warmtestraling door brand, overdruk door een explosie en een concentratie van giftige stoffen in de lucht door een gifwolk. Dit leidt tot drie typen aandachtsgebieden:

  • brandaandachtsgebied;

  • explosieaandachtsgebied;

  • gifwolkaandachtsgebied.

 

De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege.

Sprake is van aanvaardbaarheid van het groepsrisico als in een aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen/ locaties toe worden gelaten. Deze gebouwen en locaties zijn hier wel toelaatbaar als daarvoor extra maatregelen worden genomen. Om dit te borgen neemt de gemeente in het omgevingsplan voorschriftengebieden (5.14 Bkl) op waarbinnen aanvullende bouweisen gelden (artikel 4.2.14 Bbl) of verbindt hiervoor vooruitlopend op opname in het omgevingsplan een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarmee een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar gebouw (optie) dan wel een zeer kwetsbaar gebouw (verplichting) wordt toegelaten (12.27c Bkl).

Deze regels zijn anders dan de regels die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet golden en waarop de gemeentelijke beleidsvisie externe veiligheid welke op 19 mei 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld is gebaseerd. Die visie is daarom totdat deze is geactualiseerd niet meer als toetsingskader maar als richtlijn voor de verantwoordingsplicht van het groepsrisico aan de orde.

 

6.2.2 Onderzoek 

Het is noodzakelijk om de impact van het planvoornemen op de fysieke leefomgeving te beoordelen en vice versa.

Met het planvoornemen worden bestaande wegen opgewaardeerd om de Noordelijke Ontsluitingsweg te realiseren. Er worden geen gebouwen mogelijk gemaakt die volgens bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als kwetsbaar zijn aangeduid.  

Wel liggen in de omgeving van het project meerdere woningen, waarvoor wel sprake is van kwetsbare objecten. De weg is in de bestaande en toekomstige situatie niet in gebruik als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Met het planvoornemen is dus geen sprake van de realisatie van een risicovolle activiteit. Er is geen onderzoek nodig naar externe veiligheid.

De locatie van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals bedrijven, transportroutes, buisleidingen en windturbines, is vastgesteld aan de hand van kaarten uit de 'Atlas Leefomgeving'. In figuur 6.1 worden de risicobronnen in de omgeving van het projectgebied geïllustreerd. Er liggen in de omgeving van het projectgebied geen aandachtsgebieden. 

Risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven

Met name ter plaatse van bedrijventerrein Elzenburg zijn verscheidene risicovolle activiteiten gelegen. Een weg is in het Bkl niet aangeduid als kwetsbaar. Nadere beoordeling is daarom niet noodzakelijk. 

Risicovolle transportroutes

In de omgeving van het projectgebied en op de betreffende weg zelf zijn geen risicovolle transportroutes gelegen waarlangs gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. De te realiseren ontsluitingsweg valt dan ook buiten het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied. Het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van deze weg kan daarom redelijkerwijs achterwege blijven.

Figuur 6.1 
afbeelding binnen de regeling
Uitsnede risicokaart met aanduiding projectgebied  Atlas Leefomgeving

Risicovolle buisleidingen

In de omgeving van het projectgebied zijn geen buisleidingen gelegen. Aangezien het projectgebied zich niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle buisleiding bevindt, is het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico met betrekking tot buisleidingen niet relevant. Er zijn geen belemmeringen.+

Windturbines

In de omgeving van het projectgebied zijn geen windturbines, die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit, gelegen. Het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico met betrekking tot windturbines is derhalve niet nodig. Er zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen.

6.2.3 Conclusie 

Vanuit het milieuaspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.3 Water (afd. 5.1.3 Bkl en afd. 2.2.2)

6.3.1 Toetsingskader 

We wegen het belang van het water- en bodemsysteem in ruimtelijke afwegingen. Dat is belangrijk om het gebied minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering, en voor een gezonde en veilige leefomgeving voor inwoners van de gemeente Oss. De Omgevingswet stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat bij het vaststellen van een omgevingsplan het waterbelang moet worden gewogen. Bij de totstandkoming van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De opvattingen van de waterbeheerder moeten daarbij worden betrokken. Bij het wegen van het waterbelang wordt de waterbeheerder benaderd voor een proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten die worden meegewogen zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. Het wegen van het waterbelang heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij het wegen van het waterbelang. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod.

6.3.2 Onderzoek 

Zoals eerder aangegeven, valt het projectgebied onder het beheer van waterschap Aa en Maas. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een Waterhuishoudkundig plan en weging van het waterbelang[1] opgesteld door Movares. Zie Bijlage 4 - Weging van het Waterbelang. Daarnaast heeft in het kader van de weging van het waterbelang vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap Aa en Maas. De conclusies worden hieronder samengevat.

Waterhuishouding – watersysteem

De sloten blijven grofweg op dezelfde plek liggen aan de noordzijde van de Frankenbeemdweg. Alleen op de plek waar de weg gaat uitbuigen zal de sloot verlegd en verruimd worden. Er wordt een klein stukje sloot gedempt bij de Maaskade om de aansluiting met de Kanaalstraat te maken. Er wordt wel een duiker verlengd en geplaatst en een stuw verplaatst. Er zal ook een deel van de bermsloot Frankenbeemdweg ter hoogte van het tuincentrum (Frankenbeemdweg 50) gedempt moeten worden. Het dempen van sloten is vergunningsplichtig. 

De "kop" A watergang oostelijk van de rotonde Macharensweg- Achterschaykstraat zal ook aangepast moeten worden wat geen invloed heeft op de doorstroming. Dit is eerder informeel tussen de gemeente en het Waterschap Aa en Maas besproken.

Waterhuishouding – watercompensatie

Er wordt circa 9.322 m2 verhard oppervlak aangelegd, dit wordt gecompenseerd door het verbreden van schouwsloten en het aanleggen van greppels voor 560 m3.

Waterveiligheid – waterkeringen

Er zijn geen gevolgen.

Waterveiligheid – overstromingsrisico

Het gebied ligt op een locatie met een middelgrote kans om te overstromen. Echter, heeft het overstromen van het fietspad en de weg weinig kans op schade.

Waterkwaliteit

Er worden geen negatieve gevolgen op de waterkwaliteit verwacht ten aanzien van de aanleg van het fietspad en verbreding van de weg.

Bodemdaling

De projectlocatie ligt niet in een gebied dat gevoelig is voor veenoxidatie.

Beheer en onderhoud

Er kan regulier onderhoud worden gepleegd, de verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de gebruiker of perceeleigenaar bij het aangrenzende perceel van schouwsloten en voor primaire watergangen bij het waterschap.

[1]  Movares Smart Urban Engineering, ‘Waterhuishoudkundig plan Noordelijke ontsluitingsweg Oss; Weging waterbelang’, kenmerk:P-25011799 , d.d. 10 december 2025. 

6.3.3 Conclusie

Vanuit het milieuaspect weging van het waterbelang is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.4 Luchtkwaliteit 

6.4.1 Algemeen 

Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals omgevingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De wet bevat grenswaarden voor de stoffen zoals zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM5). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. Met name in aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de Rijksomgevingswaarden ten aanzien van PM10. Oss ligt echter niet een aandachtsgebied als hiervoor bedoeld. Ook is Oss geen agglomeratie als bedoeld in artikel 2.38 Omgevingsregeling.

6.4.2 Rijksomgevingswaarden

In artikel 5.51 van het Bkl is opgenomen dat met name in aandachtsgebieden overheden moeten toetsen aan de Rijksomgevingswaarden ten aanzien van NO2 en PM10, behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Deze toetsing moet gedaan worden voor activiteiten die gevolgen hebben voor het gebruik van wegen, water en spoor (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels zijn opgenomen in het Bal. 

Oss ligt niet een aandachtsgebied zoals hierboven is bedoeld. Ook is Oss geen agglomeratie als bedoeld in artikel 2.38 Omgevingsregeling. 

6.4.3 Luchtkwaliteit wonen en verblijven

De gemeente moet beoordelen of de luchtkwaliteit bij de toe te laten woning(en) aanvaardbaar is. Dit volgt uit de taak tot het evenwichtige toedelen van functies (artikel 4.2 Omgevingswet). Er gelden geen instructieregels. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke luchtkwaliteit zij aanvaardbaar vinden bij woningen. Dit kunnen bijvoorbeeld de Rijksomgevingswaarden zijn, maar de gemeente kan ook strengere omgevingswaarden opnemen voor woningbouw. Bijvoorbeeld de advieswaarden van de WHO. Daarnaast beoordeelt de gemeente of de nieuwe woningen tot een overschrijding van de omgevingswaarden leiden. 

Gemeente Oss toetst aan luchtkwaliteit indien sprake is van significante blootstellingsduur en toetst of het initiatief in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Significante blootstellingsduur 

Voor de toetsing hanteert de gemeente de rijksomgevingswaarden (40 µg/m³ (PM10) en 40 µg/m³ (NO²). De achtergrondwaarden van de twee dichtstbijzijnde rekenpunten zijn in tabel 5.1 weergegeven. De data uit het CIMLK tonen aan dat de achtergrondwaarden significant lager zijn dan de gestelde normen.

Fijnstof (PM10) 

Voor fijnstof bedraagt de grens voor de jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³. De achtergrondwaarden van de twee dichtstbijzijnde rekenpunten zijn in tabel 6.1 weergegeven. De data uit het CIMLK tonen aan dat de achtergrondwaarden significant lager zijn dan de gestelde normen

Stikstofdioxide (NO2) 

Voor stikstofdioxide geldt een grenswaarde van 40 µg/m³ voor een jaargemiddelde concentratie. De achtergrondwaarden van de twee dichtstbijzijnde rekenpunten zijn in tabel 6.1 weergegeven. De data uit het CIMLK tonen aan dat de achtergrondwaarden significant lager zijn dan de gestelde normen

Tabel 6.1 Achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied

Id

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

PM10 overschrijdingsdagen

PM2.5 μg/m3

Jaar

16294764215041

11,55

14,92

6

8,515

2025

50616641_36423

12,33

15,55

6

8,953

2025

Norm

40

40

35

25

 

NIBM projecten 

De wet maakt namelijk onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). Het gaat dan over woningen, kantoren, combinatie hiervan, telen van gewassen, het aanleggen van een spoorwegemplacement. Het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een rekenmodel. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 1500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 3000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Voor veehouderijen wordt gebruik gemaakt van een vuistregel om te bepalen of er sprake is van NIBM-situatie. Deze gaat uit van afstanden tot stallen, dieraantallen en bijbehorende emissiefactoren voor stof. Gemeente Oss heeft geen aanvullende eisen vastgesteld voor fijnstof of NO2.

Het aanleggen van een weg valt buiten de hiervoor beschreven standaardgevallen NIBM. Voor onderhavig project moet daarom op een andere manier aannemelijk gemaakt worden dat het de 3%-grens niet overschrijdt. Hiervoor kan de NIBM-tool worden toegepast en inzichtelijk gemaakt worden of het project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Middels de NIBM-tool is in beeld gebracht wat de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit zijn. Voor het toepassen van de NIBM-tool is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de verkeersgeneratie die samenhangt met het project. Deze verkeersgeneratie is berekend door Goudappel. Bij de berekening is uitgegaan van de grootste toename, die op de Achterschaykstraat, namelijk circa 6.500 mvt/etmaal in 2027. De resultaten uit de berekening met de NIBM-tool zijn weergegeven in de navolgende tabel.

Tabel 6.2
afbeelding binnen de regeling
NIBM-berekening

Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat het project mogelijk in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Daarom is nader onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek zal in het kader van de vaststelling van deze wijziging omgevingsplan uitgevoerd worden. De verwachting op basis van de achtergrondconcentratie en concentraties langs vergelijkbare wegen in de omgeving is dat er geen toetswaarden worden overschreden. Daarmee valt geen belemmering te verwachten en zal naar verwachting sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens behoort het projectgebied niet tot een van de aandachtsgebieden, welke genoemd zijn in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Het opwaarderen van een bestaande weg is geen milieubelastende activiteit, als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Het is geen activiteit die relatief veel luchtvervuiling veroorzaakt en over een grotere afstand effect heeft.

6.4.4 Houtstook 

Houtstook mag niet leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen. Deze specifieke zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bruidsschat). Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen). Beide artikelen vervangen het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit.

De gemeente kan deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsings- en handhavingscriteria op te stellen voor het beoordelen van overlast. Zo kan de gemeente overlast op eenzelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. Zoals hierboven beschreven, kan de gemeente ook specifieke stookregels opnemen in het omgevingsplan, waarop ze direct kan handhaven.

In het kader van het uitvoeringsprogramma schone lucht akkoord zetten we op basis van de bruidsschatregels in op actieve voorlichting en registratie van meldingen over overlast. Via dit omgevingsplan worden de bruidsschatregels in het omgevingsplan van rechtswege niet geschrapt of aangepast, die blijven naast dit omgevingsplan via voorrangsregels van kracht. Dit betekent dat deze regels ook voor het planvoornemen/ de locatie aan de orde zijn en eraan voldaan moet worden.

6.4.5 Schone Lucht Akkoord

Gemeente Oss is deelnemer van het Schone Lucht Akkoord. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is het behalen van 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 in heel Nederland. Dit is gebaseerd op specifiek de Nederlandse bronnen.

Het Schone Lucht Akkoord richt zich op beleid, activiteiten en maatregelen die een verdere afname van fijnstof en stikstofdioxide beogen en wel zodanig dat wordt voldaan aan de normstelling uit 2015 van de gezondheidsraad. 

Het uitvoeringsprogramma Schone Lucht Akkoord van gemeente Oss loopt tot 2030 en jaarlijks wordt deze geactualiseerd en wordt er door het rijk een landelijke voortgangsrapportage opgesteld.

Het initiatief voldoet aan het Schone Lucht Akkoord.

6.4.6 Conclusie 

Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.5 Gezondheid (geen onderdeel Bkl)

6.5.1 Toetsingskader

In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.

Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezondheid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeenten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omgevingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal het beleid sterk per gemeente verschillen.

Omgevingsvisie

In artikel 3.3 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met milieubeginselen. Artikel 191 van het 'Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie' kent 4 milieubeginselen:

  • het voorzorgsbeginsel;

  • het beginsel van preventief handelen;

  • het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;

  • het beginsel dat de vervuiler betaalt.

In de omgevingsvisie staat dat expliciet rekening moet worden gehouden met deze vier beginselen. Samen met de algemene rechtsbeginselen dragen de milieubeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving, en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving (artikel 23.6 en artikel 3.3 van de Omgevingswet).

De omgevingsvisie van de gemeente Oss bevat diverse ambities ten aanzien van het aspect gezondheid. Ten aanzien van mobiliteit wordt meer nadruk gelegd op actieve mobiliteit en andere duurzame vervoersmogelijkheden.

Omgevingsplan

Volgens artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet moet het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies in het omgevingsplan rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Naast het waarborgen van gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag ook het belang van gezondheidsbevordering in overweging nemen. Een fysieke leefomgeving kan positieve gezondheidseffecten hebben wanneer deze uitnodigt tot gezond gedrag, mensen aanspoort tot meer bewegen, gezonder eten en sociale interactie.

Het Rijk legt ondergrenzen vast voor de bescherming van de gezondheid, bijvoorbeeld door middel van instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur, trillingen, waterkwaliteit en bodem. Het Bkl bevat specifieke instructieregels voor de bescherming van de gezondheid en het milieu (paragraaf 5.1.4). Deze randvoorwaarden worden geïntegreerd in het omgevingsplan.

Het gezondheidsaspect is in het omgevingsplan van de gemeente Oss geïntegreerd in diverse aspecten. Met betrekking tot milieubelastende activiteiten zijn regels en een zorgplicht opgesteld om de gezondheid te beschermen (artikel 22.42 en 22.44). Zo is bijvoorbeeld vastgelegd dat vrijgekomen grond bij graafwerkzaamheden niet langer dan 8 weken na beëindiging in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie mag worden opgeslagen.

Gezien de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet, vereist dit aspect een brede motivering. Milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit zijn nauw verweven met gezondheid. Daarom wordt in deze paragraaf ook verwezen naar andere milieuaspecten in deze motivering.

6.5.2 Onderzoek 

Aangezien het planvoornemen de realisatie van een nieuwe activiteit omvat, is het essentieel om te onderzoeken op welke manier dit initiatief rekening houdt met het gezondheidsaspect. 

De Noordelijke Ontsluitingsweg zorgt voor minder congestie in de stad Oss. Dit draagt bij aan het gemak en welzijn van de bewoners. De weg krijgt een vrijliggend fietspad wat uitnodigt tot actieve mobiliteit en beweging en ontspanning in de buitenlucht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid zouden kunnen veroorzaken. Andere milieuaspecten, die nauw verbonden zijn met gezondheid en meer lokaal van aard zijn komen in deze motivering aan bod komen. Deze bevestigen dat er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Aangezien er geen gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, is het aspect ‘geitenhouderijen’ niet relevant voor deze ontwikkeling.

6.5.3 Conclusie 

Vanuit het milieuaspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.6 Geluid (afd. 5.1.4.2 Bkl)

6.6.1 Algemeen 

Geluid heeft invloed op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Geluid speelt bijna altijd een rol bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, maar ook in de bestaande omgeving. In de Omgevingswet zijn regels opgenomen die ervoor zorgen dat de geluidbelasting in de fysieke leefomgeving aanvaardbaar is. Het gaat dan om regels voor geluid door activiteiten (artikel 5.55 Bkl e.v.) en geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen (artikel 5.78 Bkl e.v.) welke relevant zijn voor geluidgevoelige gebouwen.

Deze regels in de Omgevingswet bestaan uit ‘direct werkende regels’ (regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit) en ‘instructieregels’ (algemene regels waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe een taak of bevoegdheid op het gebied van ‘geluid’ moet worden uitgeoefend). De direct werkende regels moet de gemeente vastleggen in het omgevingsplan, de instructieregels zien op de wijze waarop o.a. gemeenten het aspect geluid moeten betrekken bij nieuwe ontwikkelingen die zij mogelijk maakt via omgevingsvergunningen en het omgevingsplan.

Zowel de direct werkende regels als de instructieregels staan in het Bkl. Daarnaast zijn nog direct werkende regels over geluid opgenomen in de bruidsschat, deze zijn bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege en op die manier (totdat ze zijn vertaald in het omgevingsplan of geschrapt) van kracht. Aanvullend hierop kan ook de provincie in de omgevingsverordening instructieregels opnemen.

6.6.2 Toetsing aan geluid door activiteiten

De regels over geluid door activiteiten zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. De regels zien op:

  • Het toelaten van een geluidveroorzakende activiteit op een locatie;

  • Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de nabijheid van een activiteit.



Het gaat om geluid afkomstig van alle denkbare activiteiten, niet alleen bedrijfsmatige activiteiten zoals bedrijven en instellingen, maar ook bijvoorbeeld speeltuinen. De regels zien niet op het geluid afkomstig van het gebruik van woningen (bijvoorbeeld het stemgeluid van spelende kinderen in de tuin), maar wel over geluid door bedrijfsmatige of hobbymatige activiteiten die het niveau overstijgen dat tot het woongedrag behoort.

Eén van de hoofdregels voor de beoordeling van geluid is dat het geluid door een (individuele) activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar moet zijn. Dit volgt uit artikel 5.59, tweede lid, van het Bkl. Dit vraagt van de gemeente om te waarborgen dat bij elke activiteit die geluidsbelasting veroorzaakt op geluidgevoelige gebouwen sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. Wat aanvaardbaar is, is afhankelijk van de specifieke plaatselijke situatie. Ter invulling van de aanvaardbaarheidseis zijn waarden en regels opgenomen voor geluid door activiteiten. Enkele activiteiten zijn uitgezonderd van deze waarden en de waarden gelden niet voor activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht en voor evenementen die in de openbare ruimte plaatsvinden.

In artikel 5.65 van het Bkl zijn standaardwaarden opgenomen voor geluidgevoelige gebouwen. Ook bevat dit artikel grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Door deze standaardwaarden en grenswaarden te hanteren wordt voldaan aan het aanvaardbaarheidsvereiste. Het gaat dan om waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau.

Artikel 5.66 van het Bkl bepaalt dat andere waarden kunnen worden gehanteerd dan de standaardwaarden, gelet op de aard of locatie van de activiteit. Niet in alle gevallen leiden de standaardwaarden namelijk tot het gewenste evenwicht tussen het beschermen en het benutten

van de fysieke leefomgeving. De gemeente kan dan gemotiveerd kiezen voor andere (lagere of hogere) waarden of zelfs afzien van het stellen van waarden. Hogere waarden zijn toegestaan tot de opgenomen grenswaarden. Deze grenswaarden zijn de binnenniveaus in geluidsgevoelige gebouwen en ruimten en zijn harde grenswaarden. Bij het vaststellen van hogere waarden moet daarom worden onderbouwd dat die hogere waarden, gegeven de concrete omstandigheden, een aanvaardbare situatie opleveren en bovendien de grenswaarden niet worden overschreden.

Ter invulling van het aanvaardbaarheidsvereiste wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het gemeentelijke geluidbeleid ‘Geluidvisie Oss’.

Om aan te tonen dat de grenswaarden niet worden overschreden moet in geval sprake is van geluid ten gevolge van activiteiten waarvan het mogelijk aannemelijk is dat de standaardwaarden op geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid door de initiatiefnemer van een planvoornemen een akoestisch onderzoek worden aangeleverd. Het gaat dan om situaties waarbij in de dagperiode de geluidsbelasting groter is dan 55 dB in de nabijheid van goed onderhouden geluidgevoelige gebouwen in de omgeving. Bij goed onderhouden gebouwen kan namelijk worden uitgegaan van een geluidwering van de gevel van 20 dB. Daarmee is voldoende aangetoond dat aan de grenswaarden wordt voldaan.

Relevant is dat bij de beoordeling van geluid voor de toedeling van functies cumulatie van geluid van meerdere activiteiten samen betrokken wordt. Het is mogelijk dat meerdere activiteiten, die op zichzelf aan de standaardwaarden voldoen, door cumulatie leiden tot een situatie waarin geen sprake meer is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Het is aan de gemeente (beleidsvrijheid) om te beoordelen of cumulatie nodig is te onderzoeken.

Met voorliggend planvoornemen wordt de Noordelijke Ontsluitingsweg in Oss gerealiseerd. Dit betekent het opwaarderen van de wegen Frankenbeemdweg, Spitsbergerweg, Achterschaykstraat en Kanaalstraat. Er is daarmee geen sprake van de toevoeging van geluidsgevoelige objecten, maar wel een wijziging in de geluidsproductie voor bestaande geluidsgevoelige objecten. Gebouwen met een woonfunctie zijn in de zin van het Bkl geluidsgevoelig gebouw. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai[1] uitgevoerd om na te gaan of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het projectgebied. De rapportage is als Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek opgenomen. Hierna volgt de conclusie.

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

De realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg is beschouwd als fysieke wijziging in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Omgevingswet). Daarbij mag de geluidsbelasting in beginsel niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie, wanneer deze hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB.

Uit het onderzoek is gebleken dat voor diverse woningen sprake is van toenames van de geluidsbelasting en dat de geluidsbelasting hoger is dan de standaardwaarde. Dit is met name het gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Omdat sprake is van toenames van de geluidsbelasting, dient de toepassing van geluidsbeperkende maatregelen te worden overwogen. In tabel B5.1 in de rapportage zijn de resultaten samengevat per adres.

Met de toepassing van een geluidsreducerend wegdek kan de geluidsbelasting met circa 2 dB worden teruggebracht. Deze maatregel sorteert echter onvoldoende effect om voor alle woningen de geluidssituatie te compenseren. Bovendien is een geluidsreducerend wegdek niet eenvoudig inpasbaar op kruispuntvlakken en rotondes. Wel zorgt het toepassen van een geluidsreducerend wegdek voor een verbetering van de geluidssituatie. Uit het doelmatigheidsonderzoek blijkt dat wegdektype dunne deklagen B doelmatig kan worden ingepast.

Overdrachtsmaatregelen, als geluidsschermen, zijn niet nader beschouwd in dit onderzoek omdat deze vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk zijn. Er is immers een landschappelijke overgang ontworpen door de woningen ten zuiden van de weg op afstand van de weg te plaatsen en ruimte te maken voor groen en water, zodat er een geleidelijke overgang ontstaat richting het open landschap. Die landschapszone verdwijnt uit het beeld wanneer er geluidsschermen worden geplaatst. Dit zou tot onevenredige afbreuk van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden van de overgang tussen buitengebied en woongebied leiden.

Omdat bron- en overdrachtsmaatregelen niet kunnen worden toegepast, of onvoldoende effect sorteren, dient nader onderzoek plaats te vinden naar het geluidsniveau binnen de woningen. Het geluidsisolerend vermogen van de gevels van woningen dient te worden onderzocht om te beoordelen of wordt voldaan aan de maximale binnenwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van de weg zal nader akoestisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. Daarbij zal voldaan worden aan de maximale binnenwaarde van 36 dB uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. 

[1]   Goudappel, ‘Actualisatie akoestisch onderzoek’, kenmerk: 022456.20251209.R1.concept, d.d. 9 december 2025.

6.6.3 Toetsing aan geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

De regels over geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl. De regels zien op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen, die zijn gelegen in een geluidsaandachtsgebied van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Hoofdlijnen van de systematiek is dat alle geluidbronnen een standaardwaarde en een grenswaarde kennen voor het geluid op de gevel op een geluidgevoelig gebouw. Ook is er sprake van een grenswaarde voor het binnengeluid in een geluidgevoelig gebouw. Deze regels hebben primair tot doel schade aan de gezondheid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken en tegelijk wel ruimte te bieden aan deze geluidbronnen.

Zolang aan de standaardwaarde wordt voldaan zijn de gezondheidsrisico’s aanvaardbaar: de kans op schade aan de gezondheid is klein. Daarom stellen de regels geen eisen bij situaties met geluidniveaus die de standaardwaarde niet overschrijden. Bij een geluidniveau tussen de

standaardwaarde en de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw maakt het bevoegd gezag een afweging. Uitgangspunt van deze afweging is dat waar nodig geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te laten voldoen aan de standaardwaarde. Het betreft dan alle geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Als dat niet mogelijk is, moeten geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om een overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk te beperken.

Het geluid boven de standaardwaarde mag niet hoger zijn dan de grenswaarde op de gevel. In specifieke gevallen zijn gemotiveerd uitzonderingen mogelijk op die grenswaarden. Bij overschrijding van de grenswaarde voor het binnengeluid worden geluidwerende maatregelen aan het gebouw getroffen. Hierop zijn ook weer enkele uitzonderingen mogelijk.

6.6.4 Industrieterreinen

Uit de Omgevingswet volgt dat voor industrieterreinen geluidproductieplafonds als omgevingswaarden moeten worden vastgesteld. Een geluidproductieplafond begrenst het geluid door een industrieterrein. Daarmee beschermt het de omgeving van het industrieterrein tegen het gezamenlijke geluid van alle activiteiten op een industrieterrein.

Industrieterreinen zijn terreinen waar in het Bkl specifiek aangewezen activiteiten kunnen worden verricht, die in aanzienlijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Deze activiteiten zijn aangewezen in artikel 5.78b in samenhang gelezen met bijlage VIII van het Bkl. Het gaat om de ‘grote lawaaimakers’ op de (voormalig) gezoneerde industrieterreinen. Op het moment dat op een locatie een ‘grote lawaaimaker’ wordt toegestaan, is de regeling omtrent de geluidproductieplafonds van toepassing.

Er hoeven nog geen geluidproductieplafonds voor de (voormalig) gezoneerde industrieterreinen te zijn of worden vastgelegd. De wetgever hanteert een ruime overgangstermijn om de geluidproductieplafonds vast te leggen. Daarom heeft de wetgever expliciet overgangsrecht opgenomen in artikel 3.6 van de Aanvullingswet Geluid. Daaruit volgt (kort gezegd) dat de Wet geluidhinder en onderliggende regelgeving van kracht blijft op het nemen van besluiten (via een BOPA) met betrekking tot de voormalig gezoneerde industrieterreinen en de geluidzone daaromheen (BOPA of Omgevingsplan). Dit betekent dat de oude systematiek rondom industrieterreinen voorlopig nog blijft bestaan en het gemeentelijke geluidbeleid nog van toepassing blijft op deze besluitvorming.

Bedrijventerrein Elzenburg – De Geer is voorzien van een geluidzone. Een weg is geen geluidgevoelige functie en geen industrieterrein. De regeling omtrent geluidproductieplafonds is daarom niet van toepassing. Aannemelijk is dat ten gevolge van geluid door industrieterreinen sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau.

6.6.5 Wegen en spoorwegen

De gemeente is voor een tweetal situaties het bevoegd gezag bij besluitvorming, waarbij aan het Bkl moet worden getoetst:

  • Geluid door wegen (aanleg/wijziging van gemeentelijke infrastructuur);

  • Het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden.

 

De regels van het geluid afkomstig van gemeentelijke wegen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Bkl. Dit betreft onder meer de aanleg of wijziging van gemeentewegen. Kort gezegd komen de regels erop neer dat bij de aanleg van een gemeenteweg erin wordt voorzien dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de standaardwaarde. Bij de wijziging van een gemeenteweg mag het geluid niet hoger zijn dan de standaardwaarde of niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Overschrijding van de standaardwaarde of een toename van het geluid ten opzichte van de huidige situatie is onder voorwaarden toegestaan (artikel 5.78n Bkl).

Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook wordt beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De regels voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl. Kort gezegd komen de regels erop neer dat bij het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw erin wordt voorzien dat het geluid niet hoger is dan de standaardwaarde. Overschrijding van de standaardwaarde of een toename van het geluid ten opzichte van de huidige situatie is onder voorwaarden toegestaan (artikel 57.8u Bkl). Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook wordt beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het gaat om de volgende voorwaarden:

  • Er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om het geluid te laten voldoen aan de standaardwaarde of de toename van geluid te voorkomen.

  • De overschrijding van de standaardwaarde wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

  • Het geluid niet hoger is dan de grenswaarde, uitgezonderd in geval van vervangende nieuwbouw, functiewijziging (transformatie), niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, zwaarwegende belangen.

  • Meewegen van het belang van een geluidluwe gevel.

  • Een beoordeling plaatsvindt van de aanvaardbaarheid van het ge-cumuleerd geluid.

  • Het bepalen van het gezamenlijk geluid op de gevel van het geluid-gevoelige gebouw.

In het gemeentelijke geluidbeleid “Geluidvisie Oss” is het beleid vastgelegd voor het vaststellen van hogere waarden. De grondslag voor dit beleid is gelegen in de Omgevingswet en het Bkl. In het beleid zijn ontheffingscriteria opgenomen welke de gemeente meeweegt bij het via het omgevingsplan (of BOPA) toelaten van een overschrijding van de standaardwaarde niet hoger dan de grenswaarde.

Het initiatief, de realisatie van een weg is geen geluidgevoelig object. Er is in paragraaf 6.6 getoetst aan het aspect geluid dat door de weg gegenereerd wordt. Nadere toetsing is hier niet aan de orde.

6.6.6 Conclusie 

Het milieuaspect geluid vormt in beginsel geen belemmering voor het planvoornemen. Echter dient voor een aantal locaties nader onderzoek plaats te vinden in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.7 Trillingen (afd. 5.1.4.4 Bkl)

6.7.1 Beleidskader 

Met het oog op de bescherming van de fysieke leefomgeving kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels opnemen voor trillingen. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillingsgevoelige ruimten in trillingsgevoelige gebouwen en alleen voor trillingen door activiteiten. Het gaat hierbij om activiteiten die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, in een frequentie van 1 tot 80 Hz.

De centrale beoordelingsregel voor trillingen door activiteiten is geformuleerd in artikel 5.83 van het Bkl (reeds via de bruidsschat in het omgevingsplan van rechtswege opgenomen):

  • In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. 

  • Een omgevingsplan voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

 

Bij de beoordeling vindt een afweging plaats tussen het beschermen van de fysieke leefomgeving en het benutten van een locatie. Daarbij houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. Trillingen zijn aanvaardbaar als de standaardwaarden uit de artikelen 5.87 en 5.87a van het Bkl worden overgenomen (conform artikel 5.86 Bkl). In dat geval is een beperkte motivering van aanvaardbaarheid nodig. Bij het afwijken van de standaardwaarde op basis van artikel 5.86, lid 2, van het Bkl is een uitgebreidere motivering nodig.

Uitgezonderd van de instructieregels in het Bkl zijn:

  • Trillinggevoelige gebouwen op een industrieterrein waarvoor een geluidproductieplafond is ingesteld (artikel 5.79, lid 2, onder a, Bkl);

  • De activiteit wonen;

  • Verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.

 

Er gelden hiervoor geen instructieregels van het Rijk. Echter, bij de ruimtelijke inpassing van trillinggevoelige functies dichtbij een (spoor)weg speelt het aspect trillingen wel een rol in het kader van artikel 4.2 van de Omgevingswet, ‘Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

Zo veroorzaakt verkeer over een oneffen wegdek trillingen. Bij het passeren van vooral zware voertuigen, zoals vrachtwagens en bussen, kunnen trillingen ontstaan met een kortdurend karakter. De aard van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig en de belading, de rijsnelheid en de vorm van de oneffenheden, zoals bij een brug. Ook treinverkeer (vooral goederenvervoer) kan leiden tot trillingen in trillinggevoelige gebouwen. Indien dit het geval is moet bezien worden of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en zo niet, welke maatregelen eventueel getroffen kunnen worden. In deze situaties kan het bevoegd gezag gebruikmaken van de SBR-richtlijn.

6.7.2 Onderzoek 

Het planvoornemen maakt geen trilling gevoelige bebouwing mogelijk, maar in plaats daarvan een opschaling van bestaande wegen naar een ontsluitingsweg. Het is van belang dat de bewoners van nabijgelegen woningen geen hinder ervaren van trilling door de ontsluitingsweg.

Voor een nieuwe weg zijn de instructieregels voor trillingen uit het Bkl niet van toepassing. Verkeer is hier namelijk voor uitgezonderd. Wel kan trilling veroorzaakt worden door zwaardere voertuigen (zoals zwaar vrachttransport, elektrische bussen en landbouwverkeer), een hogere snelheid of een oneffen wegdek (zoals putdeksels, naden en verkeersdrempels). 

Uit de volgende analyse is gebleken dat er bij bestaande woningen geen sprake zal zijn van trillingen waar hinder van ervaren kan worden. In de huidige situatie ligt er op deze locatie al een bestaande weg. De dichtstbijzijnde woningen liggen op een afstand van minstens 8 meter van de weg. De snelheid op de weg wordt verlaagd van 60 naar 50 km/uur. Er zal vooral een toename zijn van normaal verkeer op de weg vanuit de ten zuiden gelegen woonwijken. Er wordt niet voorzien in nieuwe functies die de aantrek van zwaar verkeer zullen laten toenemen. Omdat de volledige weg opnieuw wordt aangelegd zal geen sprake zijn van een oneffen wegdek. Eventuele drempels zullen voldoen aan de CROW-normen, waardoor trillingshinder wordt voorkomen.

Geconcludeerd kan worden dat onderhavig planvoornemen passend is binnen de instructieregels uit de provinciale omgevingsvisie en het gemeentelijke omgevingsplan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

6.7.3 Conclusie

Vanuit het milieuaspect trilling is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.8 Bodem en ondergrond 

6.8.1 Bodemkwaliteit 

Toetsingskader

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl opgenomen. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, waarbij drie basisvormen van bodemgebruik worden onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie.

De instructieregels regelen dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl).

Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Bkl, het Bal en in de bruidsschat.

Het gaat om regels over:

  • nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel 5.89n Bkl);

  • graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal);

  • activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar

 

Onderzoek

De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste ontwikkeling. Daarom is door Movares een quickscan conditionering[1] uitgevoerd waarin ingegaan wordt op de bodemkwaliteit. De onderzoek is opgenomen in Bijlage 6 - Quickscan conditionerende onderzoeken. Hieruit blijkt dat het tracé Noordelijke Ontsluitingsweg Oss hoofdzakelijk verdacht wordt op het voorkomen van lichte verontreinigingen en plaatselijk sterke verontreinigingen. Deze verontreinigingen worden veroorzaakt door onder andere het gebruik nabij infrastructuur, de aanwezigheid van onverharde wegbermen, voormalige stortplaatsen langs de weg en de voormalige rioolwaterzuivering.

Er wordt geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uit te voeren. Gezien de aanvullende eisen uit de notitie Gebiedsspecifiek beleid DDT/DDD/DDE dient het analysepakket te worden uitgebreid met onderzoek naar bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Tevens wordt aanbevolen om het vrijkomende asfalt inclusief fundatie te onderzoeken conform CROW210.

De benodigde onderzoeken zullen in het kader van de omgevingsvergunning uitgevoerd worden. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de toekomstige ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg.

Conclusie

Vanuit het milieuaspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

[1]  Movares Smart Urban Engineering, ‘Quickscan conditionering’, kenmerk: JBR-25007016, d.d. 14 juli 2025.

6.8.2 Ontplofbare oorlogsresten 

Toetsingskader

Ontplofbare oorlogsresten zijn niet-gesprongen explosieven en andere munitie, bijvoorbeeld uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen Rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht gemeenten ook niet tot het opstellen van regels voor ontplofbare oorlogsresten. De Omgevingswet biedt decentrale overheden wel de mogelijkheid zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving, zoals voor ontplofbare oorlogsresten. De gemeente Oss heeft geen eigen beleid voor ontplofbare oorlogsresten, maar stimuleert initiatiefnemers actief om hiernaar indien nodig onderzoek uit te voeren en eventuele in de bodem aanwezige niet-gesprongen explosieven op te ruimen.

Op basis van het in opdracht van de gemeente uitgevoerde vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven in de gehele gemeente Oss beoordeelt de gemeente of de locatie mogelijk verdacht is van de aanwezigheid van munitie uit WOII. Het (historisch) vooronderzoek is in 2016 door AVG uitgevoerd. Dit is kort samengevat een bureauonderzoek op basis van luchtfoto’s en archiefdocumenten uit WOII en van de EODD. Hier komen gebieden uit waar op basis van de documenten en luchtfoto’s een verwachting is voor munitie uit WOII.

Het advies is om altijd – maar vooral binnen een verdacht gebied - het protocol toevalsvondsten onder de aandacht te brengen van mensen die grond- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie, stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Team Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.

Onderzoek

In de QuickScan conditionering[1] is onderzocht of er belemmeringen zijn vanuit het thema ontplofbare oorlogsresten. Uit de in de quickscan geïnventariseerde gegevens komt naar voren dat er een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (OO) is uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied ‘Noordelijke Ontsluitingsweg Oss’. Uit de onderzoeken blijkt dat het projectgebied Noordelijke Ontsluitingsweg Oss niet verdacht is op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Dit betekent dat toekomstige grondwerkzaamheden regulier kunnen worden uitgevoerd.

Conclusie

Vanuit het milieuaspect ontplofbare oorlogsresten is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

[1] Movares Smart Urban Engineering, ‘Quickscan conditionering’, kenmerk: JBR-25007016, d.d. 14 juli 2025.

6.8.3 Aardkundige waarden/bodemopbouw (breukrand, bodem/water)

Aardkundige waarden in de bodem geven inzicht in de geologische geschiedenis en processen die de bodemopbouw hebben gevormd. De bodemopbouw omvat verschillende lagen, elk met unieke eigenschappen zoals textuur en samenstelling, die invloed hebben op waterdoorlatendheid en vruchtbaarheid. Breukranden, oftewel geologische scheuren in de aardkorst, kunnen de structuur van de bodem beïnvloeden en leiden tot variaties in de bodemopbouw. Deze breuken kunnen ook waterwegen beïnvloeden en bijdragen aan ongelijkmatige wateropbouw en -distributie. Het begrijpen van deze elementen is cruciaal voor ruimtelijke ontwikkelingen en het bijbehorende waterbeheer, aangezien ze samenhangen met erosie, waterbuffering en de stabiliteit van de ondergrond.

De provincie heeft op een kaart die onderdeel uitmaakt van haar omgevingsverordening de aardkundige waarden van het gehele provinciale grondgebied weergegeven. Op de kaart zijn aardkundige waarden zoals de peelrandbreuk, cultuurhistorische waarden zoals de Beerse Overlaet en groenblauwe waarden opgenomen. Hieronder is een uitsnede van deze kaart ter hoogte van de locatie en haar omgeving weergegeven.

Figuur 6.2 
afbeelding binnen de regeling
Uitsnede aardkundige waardevolle gebiedenkaart  Omgevingsverordening Noord-Brabant

Onderzoek

Uit de uitsnede van de aardkundige waardevolle gebiedenkaart blijkt dat de Noordelijke Ontsluitingsweg op een aantal plaatsen het Peelrandbreukstelsel doorsnijdt. Omdat de Noordelijke Ontsluitingsweg het bestaande tracé volgt is er geen negatieve invloed op het Peelrandbreukstelsel. Er is in de huidige situatie reeds een weg aanwezig.

Conclusie

Vanuit het milieuaspect aardkundige waarden/bodemopbouw is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.9 Geur 

6.9.1 Toetsingskader

Er bestaan diverse sectoren en activiteiten waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten.

Om geurhinder en gezondheidsschade te voorkomen, zijn in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl instructieregels voor geur door het Rijk opgesteld. Het rekening houden met geur werkt twee kanten op: 

  • bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen;

  • bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven.



In artikel 5.91 zijn geurgevoelige gebouwen aangewezen die beschermd moeten worden. Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie en bijeenkomstfunctie voor kinderopvang. De gemeente moet daarmee in het omgevingsplan rekening houden (artikel 5.92, lid 1 Bkl). Voor deze gebouwen zijn specifieke beoordelingsregels aan geurbelasting gesteld. Het bevoegd gezag gebruikt in beide gevallen de beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. Voor overige gebouwen en/of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten.

De gemeente Oss heeft in haar omgevingsplan het milieuaspect ‘geur’ in paragraaf 22.3.6 opgenomen. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Op grond van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen sprake is van een volwaardig omgevingsplan, gelden de regels uit de bruidsschat. Het bevat regels over:

  • a.

    Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (paragraaf 22.3.6.2);

  • b.

    Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren opslaan van groenafval (paragraaf 22.3.6.4);

  • c.

    geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (paragraaf 22.3.6.5).

6.9.2 Onderzoek

Het planvoornemen omvat niet de ontwikkeling van geurgevoelige gebouwen in de zin van artikel 5.91 van het Bkl. Met de voorgenomen realisatie wordt tevens geen milieubelastende activiteit op het gebied van geur toegevoegd. Een weg is geen milieubelastende activiteit, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van het Bal. Een weg is geen geur producerende functie. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen garanderen, is daarom geen onderzoek noodzakelijk.

6.9.3 Conclusie 

Vanuit het milieuaspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.10 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed  (afd. 5.1.5 Bkl)

6.10.1 Toetsingskader

De gemeente moet bij het vaststellen van een (omgevings)plan rekening houden met het belang van het behoud van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Deze monumenten worden bij voorkeur in situ (ter plekke) behouden. 

Een archeologisch monument is een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Een aantoonbaar te verwachten archeologisch monument is een op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument. 

In april 2024 is het archeologiebeleid van de gemeente Oss opnieuw door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid bestaat uit een beleidsnota en geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten. De kaarten zijn voorzien van een uitgebreide toelichting en motivering. 

De kaarten zijn opgesteld door RAAP, een onderzoeks- en adviesbureau voor archeologie, cultuurhistorie en erfgoed. De verwachtingskaarten geven inzicht in de bekende en verwachte aanwezigheid van archeologische waarden. In de bijbehorende rapportage heeft RAAP de verwachtingen gemotiveerd. 

Binnen de gemeente Oss wordt al 50 jaar professioneel archeologisch onderzoek gedaan. De kaarten van RAAP zijn zeer gedetailleerd en opgesteld op basis van deze vele archeologische onderzoeken, bodemverstoringsinformatie, bodemkundige en historische informatiebronnen. Deze kaarten voldoen daarmee aan het hierboven geformuleerde uitgangspunt van aantoonbaar in de bodem te verwachten archeologie. 

Om de verwachtingskaarten ook te kunnen gebruiken op beleidsmatig niveau zijn deze kaarten vervolgens vertaald naar een archeologische beleidskaart. Kortweg geeft deze kaart aan waar en wanneer er rekening moet worden gehouden met archeologie. 

In beginsel zijn projecten die kleiner zijn dan 100 m2 vrijgesteld van een archeologische onderzoeksplicht. Maar de gemeente kan een grotere of kleinere vrijstellingsgrens vaststellen. De gemeente Oss heeft er in haar archeologiebeleid voor gekozen om inderdaad andere oppervlaktes te gebruiken. In dit beleid is per categorie vastgelegd en gemotiveerd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Op basis hiervan zijn 9 categorieën onderscheiden (zie onderstaande tabel).

Figuur 6.3
afbeelding binnen de regeling
Vrijstellingsgrenzen ten aanzien van oppervlaktes en dieptes

Onderzoek

Er is door Movares een quickscan conditionering[1] uitgevoerd waarin ingegaan wordt op de bodemkwaliteit. De quickscan conditionering is opgenomen in Bijlage 6 - Quickscan conditionerende onderzoeken. Hieruit blijkt voor het aspect archeologie het volgende. 

Uit de inventarisatie blijkt dat ter plaatse van het tracé Noordelijke Ontsluitingsweg Oss zowel archeologische waarden als -verwachtingen gelegen zijn. Het tracé doorkruist een tweetal AMK-terreinen met de nummers 11680 en 11681. AMK-terreinen/monumenten zijn terreinen waarvan bekend is dat er waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. Deze terreinen zijn aangewezen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en vaak ook door hen gewaardeerd. Voor deze terreinen geldt dat in principe gestreefd moet worden naar duurzaam behoud. Dat betekent dat ingrepen die kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van de archeologische resten dienen te worden voorkomen. Daarnaast wordt een historische huisplaats doorsneden en is hoofdzakelijk sprake van een hoge archeologische verwachting ter plaatse van het tracé. Gezien de omvang van het project is er sprake van archeologische onderzoeksplicht. 

Aanbevolen wordt om in de vervolgfase een verfijning aan te brengen in het onderzoek (archeologisch bureauonderzoek conform SIKB KNA protocol 4002). Op basis van het SIBK KNA protocol 4002 bureauonderzoek is duidelijk waar eventueel archeologische resten verwacht kunnen worden en/of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het vervolgonderzoek betreft in eerste instantie een inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende en/of karterende boringen. Hiervoor is een plan van aanpak nodig. Op basis van het booronderzoek wordt bepaald of gebieden vrij worden gegeven of dat vervolgonderzoek nodig is in de vorm van een proefsleufonderzoek en/of opgraving of archeologisch begeleiding. De keuze hangt onder andere af wat er exact gaat gebeuren m.b.t. grondverzet. Hiervoor is een programma van eisen nodig.

De benodigde onderzoeken zullen in het kader van de omgevingsvergunning uitgevoerd worden. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de toekomstige ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg.

[1]  Movares Smart Urban Engineering, ‘Quickscan conditionering’, kenmerk: JBR-25007016, d.d. 14 juli 2025.

6.10.2 Cultuurhistorie 

In het Bkl zijn in artikel 5.130 en 5.131 instructieregels opgenomen voor de bescherming van erfgoed. Ook gelden hiervoor algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Bal (Rijksmonumenten en werelderfgoed). De regels richten zich op de bescherming van cultureel- of werelderfgoed in het omgevingsplan (willen en moeten). Het gaat concreet om archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.

Cultuurhistorie: provinciaal beleid

Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang waarvoor rechtstreeks werkende en instructieregels gelden waarmee gemeenten in hun omgevingsplan (en BOPA) rekening moeten houden.

Het gemeentelijk beleid over cultuurhistorie is doorvertaald in cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, moet hieraan worden getoetst. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen.

Gemeentelijk en provinciaal beleid

Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang.

Cultuurhistorische waardenkaart

Gemeenten moeten bij ruimtelijke plannen rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Dit volgt uit de instructieregel van artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Om hieraan gevolg te kunnen geven, maakt de gemeente een inventarisatie en analyse van het binnen de gemeente aanwezige en te verwachten cultureel erfgoed. Voor het te behouden cultureel erfgoed moet de gemeente een toereikend beschermingsregime instellen. 

In februari 2025 heeft de gemeente Oss een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK Oss) openbaar beschikbaar gesteld waarmee we invulling geven aan deze instructieregel. De CHWK Oss is een inventarisatie van het gemeentelijk cultureel erfgoed. Gebouwde en landschappelijke erfgoedobjecten en structuren zijn hierop aangegeven. Zowel erfgoed met een beschermde status als ook elementen zonder status zijn opgenomen. Het beschermde erfgoed bestaat uit elementen zoals bijvoorbeeld rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beschermde stadsgezichten en elementen die beschermd zijn op basis van het tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan) met een aanduiding 'karakteristiek' of 'cultuurhistorische waarden'. Archeologie maakt geen onderdeel uit van deze CHWK Oss.  In relatie tot dit project is op de CHWK Oss weergegeven dat er geen beschermd gebouw en/of landschappelijk erfgoed is in het projectgebied of de nabije omgeving. De volgende elementen zonder beschermde status zijn hier aangeven; ruilverkavelingsweg (ruilverkaveling Huizenbeemd Landschapsplan), ruilverkavelingsbeplanting lijnbeplanting bomen (deels intact) en aangelegen ruilverkavelingserven. De nieuwe ontsluitingsweg doet geen afbreuk aan deze elementen en kan aanvullend hierop werken door nieuwe aanplant van weg begeleidend groen.

Het erfgoed dat geen beschermde status heeft, kan dienen als inspiratie bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruiken van, of in een of andere vorm verwijzen naar oude structuren, bestaand of verdwenen, zoals bijvoorbeeld oude wegen, dijken, perceelsgrenzen of typische landschapsinrichtingen. De kaart bevat ook jong erfgoed uit de jaren '60 en '70 en in sommige gevallen nog niet eerder in kaart gebrachte cultuurhistorische elementen. Het instellen van een toereikend beschermingsregime kan hier aan de orde zijn.

Aan de hand van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) herziening 2024’ van de provincie Noord-Brabant is bepaald of in en rondom het projectgebied relevante cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Uit de CHW kaart van de provincie Noord-Brabant volgt dat binnen het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden. Op enkele plaatsen wordt het cultuurhistorisch waardevol gebied ‘Beerse Overlaat’ geraakt. Dit gebied wordt gekenmerkt door het gebrek aan bebouwing en opgaande begroeiing. Kenmerkend voor de Beerse Overlaat is daarnaast de samenhang tussen dijken, dwarskaden, weteringen, terpen en sluizen. Het tracé van de Noordelijke Ontsluitingsweg bestaat vrijwel geheel uit bestaande wegen. Op sommige plaatsen wordt hierbuiten getreden, maar dit zal slechts beperkte invloed hebben op het open en weids karakter van dit gebied. In de omgeving van het projectgebied zijn verder geen cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen. Het initiatief zal hierdoor de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving niet belemmeren. 

6.10.3 Kwaliteitsverbetering landschap

Indien de projectlocatie in het stedelijk gebied is gelegen is deze subparagraaf niet van toepassing. Indien de projectlocatie buiten bestaand stedelijk ligt, moet aangegeven worden hoe met artikel 5.11 van de omgevingsverordening Noord-Brabant (regeling kwaliteitsverbetering van het landschap) wordt omgegaan. De tegenprestatie moet passen binnen de regionale afspraken. Deze afspraken staan hieronder verwoord.

De omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een omgevingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 5.11 van de omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds.

6.9.3.1 Toepassingsbereik

De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. 

Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.

6.9.3.2 Afspraken toepassingsbereik

De notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 

  • bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 

  • bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: 

  • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie 

  • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing 

  • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap 

6.9.3.3 Afspraken kwaliteitsverbetering

  • Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 

  • Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 

Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

Voor onderhavige ontwikkeling is gekozen voor een financiële bijdrage in het landschapsfonds. 

6.10.4 Conclusie 

Vanuit het milieuaspect archeologie, cultuurhistorie en landschap is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, met in achtneming van de voorwaardelijke verplichting vanuit archeologie. 

6.11 Behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken (afd. 5.1.6 en afd. 5.1.7 Bkl)

6.11.1 Inleiding

De volgende Rijksbelangen kunnen relevant zijn voor omgevingsplannen in de gemeente Oss:

  • Rijksvaarwegen

  • Grote rivieren

  • Defensie 

  • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 

  • Elektriciteitsvoorziening

  • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 

  • Natuurnetwerk Nederland 

  • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 

 

De regels in het Bkl en de Omgevingsregeling zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. 

Bij het opstellen van omgevingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Bkl en de Or. In de bijlagen van de Omgevingsregeling worden de rijksbelangen geografisch begrensd. Voor de gemeente Oss zijn met name de paragrafen met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament, defensie (rechtstreeks) en buisleidingen van belang. In hoofdstuk van deze motivering wordt concreet ingegaan op deze rijksbelangen en wordt concreet aangegeven of deze relevant zijn voor de gemeente Oss.

6.11.2 Autowegen, snelweg en spoorwegen

In artikel 5.133 van het Bkl is opgenomen dat er reserveringsgebieden voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen. Als er reserveringsgebieden zijn aangewezen, dan geldt er een aan beide zijden van de autoweg of autosnelweg een zone waarbinnen geen bouwactiviteiten zijn toegestaan. De geometrische begrenzing van de reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen staat in artikel 2.25 en bijlage III van de Omgevingsregeling.

Binnen de gemeente Oss zijn geen Reserveringsgebieden autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen aangewezen.

6.11.3 Buisleidingen

De regels voor buisleidingen zijn opgenomen in artikel 5.135 e.v. van het Bkl. Op basis van artikel 5.136 kunnen er reserveringsgebieden voor buisleidingen van nationaal belang worden aangewezen door de minister. Deze aanwijzing heeft plaatsgevonden in artikel 2.32 lid 1 de Omgevingsregeling. In de gemeente Oss ligt een door de Minister aangewezen buisleiding, die in het zuidelijk deel van de gemeente van Vorstengrafdonk naar Ravenstein loopt. Deze ligt niet in de nabijheid van de planlocatie.

6.11.4 Militaire gebieden (o.a. radar, laagvlieggebieden, schiet- en oefengebied)

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn:

  • Radarverstoringsgebieden;

  • Obstakelbeheergebieden;

  • Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen;

  • Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen.

 

In paragraaf 5.1.7.2 van het Bkl zijn de regels opgenomen voor militaire terreinen. 

Artikel 5.150 lid 1 Bkl wijst militaire terreinen en terreinen met een militair object aan in bijlage XIV, onder A. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. 

Er zijn in Oss geen militaire terreinen en terreinen met een militair object aanwezig. 

Artikel 5.150 lid 2 Bkl wijst onveilige gebieden bij militaire schietbanen aan in bijlage XIV, onder B. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling

Er zijn in Oss geen onveilige gebieden bij militaire schietbanen aangewezen. 

Artikel 5.150 lid 3 Bkl wijst gebieden aan waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren in bijlage XIV, onder C. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. 

Er zijn in Oss geen gebieden aangewezen op basis van dit artikel. De beperking van de hoogte van bouwwerken uit artikel 5.153 Bkl is dan ook niet van toepassing. 

Artikel 5.150 lid 4 Bkl wijst gebieden aan waar zich een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt in bijlage XIV, onder D. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. 

Er zijn in Oss geen gebieden aangewezen voor jacht en transportvliegtuigen op grond van dit artikel. De beperking van de hoogte van bouwweken uit artikel 5.154 Bkl is dan ook niet van toepassing. 

Artikel 5.150 lid 5 wijst gebieden aan waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren, zijnde locaties binnen een straal van 75 km rondom de radarstations, genoemd in bijlage XIV, onder E. 

De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling.

In lid 5 van 2.41 is de geometrische begrenzing opgenomen van gebieden waar bouwwerken, niet zijnde windturbines, het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

In lid 6 van 2.41 is de geometrische begrenzing van gebieden opgenomen waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

In artikel 5.155 Bkl zijn maximale hoogtes opgenomen voor bouwwerken binnen een straal van 15 km en binnen straal van 75 km vanaf de radar. De maximale hoogten zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E, Bkl. 

De radar van de vliegbasis Volkel is aangewezen op de kaart behorende bij artikel 2.41 lid 5 Or. Zie de kaart hieronder. Gemeente Oss ligt helemaal in de 75 km zone rond deze radar en gedeeltelijk, voor een klein gebied in het zuiden, binnen de 15 km zone. De maximale bouwhoogtes in deze gebieden zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E. 

Figuur 6.34
afbeelding binnen de regeling
Begrenzing gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren  Omgevingsregeling

De beoogde ontwikkeling van de Noordelijke ontsluitingsweg heeft geen invloed op militaire gebieden. Er worden geen hoge objecten gerealiseerd.

6.11.5 Elektriciteitsvoorziening (netwerk, grootschalige opwek, hoogspanningsleidingen, hoogspanningsverbinding 150 kV)

In artikel 5.156 e.v. Bkl zijn regels opgenomen voor locaties voor elektriciteitsvoorziening. 

Locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking 

Deze locaties zijn aangewezen in bijlage XV, onder A, van het Bkl waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Er zijn in Oss geen locaties voor grootschalige energieopwekking. 

Locaties voor kernenergie

Locaties voor een kernenergiecentrale zijn de locaties, genoemd in bijlage XV, onder B. Er is in de gemeente Oss geen locatie voor een kernenergie aangewezen.

Locaties voor hoogspanningsverbinding

Locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV zijn de tracés tussen de locaties, genoemd in bijlage XV, onder C, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd en de tracés tussen een locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking en het hoogspanningsnet met een spanning van ten minste 220 kV. In bijlage c is de lijn Boxmeer – Uden – ’s Hertogenbosch aangewezen. Maar in arrtikel; 2.36 lid 4 Omgevingssregeling en de bijbehorende kaart komt deze hoogspaningsverbinding niet voor. Er zijn in de gemeente Oss geen hoogspanningsverbindingen waarop het Bkl van toepassing is.

6.11.6 Telefonie netwerken

In mei 2024 is het Antennebeleid Oss 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Het beleid is opgesteld om de balans te vinden tussen de noodzaak van goede mobiele dekking en de bescherming van de leefomgeving. Het beleid is gebaseerd op verschillende nationale en Europese wetten, waaronder de Omgevingswet, Telecommunicatiewet, en het Antenneconvenant. Er wordt rekening gehouden met de regels voor vergunningvrije plaatsing, bescherming van monumenten en natuurgebieden, en de eisen voor participatie van burgers. 

Het antennebeleid biedt een kader voor de plaatsing van antennes voor mobiele communicatie in de gemeente. Specifiek richt het antennebeleid zich op de plaatsing van antennes hoger dan 5 meter, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is en op het proces voor vergunningvrije plaatsing van kleinere antennes (zoals small cells) op gemeentelijke infrastructuur. Bij de plaatsing van antennes wordt rekening gehouden met de behoefte aan antennes, de tegengestelde wensen van inwoners, en het belang van de gemeente. Het beleid streeft naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij antennes zo veel mogelijk worden geïntegreerd in de bestaande infrastructuur en omgeving. 

Het antennebeleid biedt daarnaast ook een kader (regels) voor tijdelijke antenneplaatsing bij evenementen of calamiteiten. In het antennebeleid worden faciliterende en restrictieve gebieden voor antenneplaatsing onderscheiden. In gebieden met een woonfunctie binnen de bebouwde kom geldt een restrictief beleid, terwijl bedrijventerreinen en sportterreinen een faciliterend beleid kennen. Voor monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten is het beleid terughoudend. Antennes mogen geen blijvende bouwkundige aantasting of zichtbare schade veroorzaken aan monumenten.

De beoogde ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg heeft geen invloed op telefonie netwerken of het antennebeleid.

6.11.7 Rijksvaarwegen

In artikel 5.160 van het Bkl is opgenomen dat rijkswater, uitgezonderd de Noordzee, de Waddenzee, de Westerschelde en het IJsselmeer, dat een vaarweg is, aan weerszijden van die vaarweg een vrijwaringsgebied heeft met een breedte die afhankelijk is van de afmetingen van het scheepvaartverkeer op de vaarweg, maar die ten hoogste 50 m bedraagt en waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. In het Omgevingsplan moet rekening worden gehouden met die vaarweg of vrijwaringsgebied. In artikel 2.12 van de Omgevingsregeling is de geometrische begrenzing van de vrijwaringsgebieden voor rijksvaarwegen opgenomen. Dit artikel verwijst naar GML-bestanden in bijlage III van de Omgevingsregeling. 

De Maas is aangewezen als rijksvaarweg en heeft een vrijwaringszone. De Maas ligt niet op korte afstand van de planlocatie.

6.11.8 Landelijke fiets- en wandelroutes

In artikel 5.161b van het Bkl is opgenomen dat het belang van de instandhouding van fiets- en wandelroutes, opgenomen in bijlage XVI van het Bkl, bij het omgevingsplan wordt betrokken. De instructieregel voor landelijke fiets- en wandelroutes heeft tot doel deze wandel- en fietsroutes in stand te houden. Bij nieuwe ontwikkelingen die deze routes doorsnijden moeten gemeenten, provincies en waterschappen het belang van de instandhouding betrekken bij de totale belangenafweging. Bijlage XVI van het Bkl geeft aan om welke landelijke fiets- en wandelroutes het gaat. Dit zijn bepaalde langeafstandswandelpaden en streekpaden (wandelnet) en langeafstands fietroutes (fietsplatform).

Met het plan worden de wandel- en fietsroutes versterkt. Er zijn geen negatieve gevolgen voor wandel- en fietsroutes.

6.11.9 Conclusie

Er kan geconcludeerd worden dat de Noordelijke Ontsluitingsweg geen invloed heeft op het behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken.

6.12 Toegankelijkheid van openbare (buiten)ruimte (afd. 5.1.8 Bkl) 

6.12.1 Inleiding

Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, wordt in het omgevingsplan rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking (artikel 5.162 toegankelijkheid openbare buitenruimte).

6.12.2 Onderzoek

De gemeente Oss heeft een handboek toegankelijkheid welke onderdeel uitmaakt van de Richtlijnen Inrichting en beheer Openbare Ruimte (RIBOR). Dit handboek is van toepassing op elke ingreep in de openbare ruimte. Hiermee wordt voldaan aan de eisen voor toegankelijkheid van openbare (buiten)ruimte.

6.12.3 Conclusie

Er kan geconcludeerd worden dat de Noordelijke Ontsluitingsweg voldoet aan artikel 5.152 toegankelijkheid openbare buitenruimte.

6.13 Verkeer en parkeren (geen onderdeel van Bkl)

6.13.1 Toetsingskader 

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijkinstructieregels voor de instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet in acht genomen worden dat er geen belemmeringen zullen ontstaan voor de omliggende wegen. 

Daarnaast moeten er ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto’s en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid. Vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn er twee nationale belangen gericht op mobiliteit:

  • Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 

  • In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te bezien welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

De Koersnota Mobiliteit heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze nota vormt het strategische kader voor de lange termijn en geeft richting aan keuzes voor infrastructuur, verkeersstromen en duurzame mobiliteit. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss, waarin concrete maatregelen en prioriteiten zijn benoemd. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd, zodat duidelijk is welke rol een weg speelt in het totale netwerk. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden.

6.13.2 Onderzoek 

Voor het berekenen van de parkeerbehoefte kan worden uitgegaan van de kencijfers uit de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’. De locatie bevindt zich in een ‘weinig stedelijk’ gebied (conform de stedelijkheidsgraad van het CBS) en ligt in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ (conform de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’. 

Parkeren

Het ruimtelijk initiatief betreft het realiseren van een weg. Er wordt niet voorzien in functies met een parkeerbehoefte. Toetsing aan de parkeernormen van de gemeente Oss is daarom niet noodzakelijk. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht.

Verkeersgeneratie en afwikkeling autoverkeer  

De realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg heeft een effect op de verkeersgeneratie en verkeersstromen in Oss. Royal Haskoning DHV heeft een onderzoek[1] uitgevoerd naar de verkeerseffecten van de Noordelijke Ontsluitingsweg. In Bijlage 3 - Verkeersonderzoek is de rapportage opgenomen. 

In het onderzoek is een woningbouwopgave meegenomen die de gemeente Oss voornemens is nabij het tracé van de Noordelijke Ontsluitingsweg te realiseren. Naast deze woningbouwopgave kent de gemeente Oss ook een bereikbaarheidsopgave, waarbij de volgende doelen zijn geformuleerd ten aanzien van het voorgenomen tracé van de Noordelijke Randweg:

  • a.

    Een goede doorstroming op de Singel 1940-1945;

  • b.

    Een verbetering van de leefbaarheid van aanwonenden en inwoners uit omliggende buurten;

  • c.

    Een verbetering van de bereikbaarheid van Oss Noord op lange termijn. Hierbij rekening houdend met nieuwe woningbouw aan de rand van de stad. 

Met het onderzoek is onderzocht hoeveel de Noordelijke Ontsluitingsweg bijdraagt aan het verbeteren van de doorstroming op de Singel 1940-1945 en wat de gevolgen op andere wegen zijn. Daarnaast is onderzocht wat de verwachte verkeersintensiteit op de Noordelijke Randweg is en of het voorgestelde profiel en de kruispuntoplossingen hiervoor geschikt zijn. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen samengevat weergegeven.

Kruispuntanalyses

Voor het uitvoeren van de kruispuntberekeningen is uitgegaan van de intensiteiten conform variant 4: realisatie Noordelijke Randweg fase 1+2, inclusief openstellen Oijenseweg. De intensiteiten op de Noordelijke Randweg zijn bij deze variant het hoogst, waardoor gerekend is met een worstcasescenario. In tabel 15 in de rapportage is weergegeven of de voorgenomen kruispuntvormen voldoen op basis van de berekeningen met de intensiteiten van 2030. Hieruit blijkt dat uitsluitend de voorrangskruispunten K6, K8 en K9 niet voldoen. Voor K8 en K9 biedt het toepassen van een middenberm op de Kanaalstraat voldoende ruimte om het verkeer af te kunnen afwikkelen met een voorrangskruispunt. Echter is de restcapaciteit beperkt. Bij K6 biedt het toepassen van een middenberm onvoldoende oplossend vermogen, maar een enkelstrooksrotonde op deze locatie kan de intensiteiten van 2030 (variant 4) wel verwerken. Bij K10 kan de VRI het verkeer in 2030 zonder afwikkelingsproblemen verwerken, ook met de ophoging van de intensiteiten. Hierbij wel aandacht voor de lokale bijzonderheden, te weten de hoeveelheid vrachtverkeer op de Kanaalstraat en het bochtig ontwerp op de Kanaalstraat voor het kruispunt met de N329.

Voor K6 is uiteindelijk niet gekozen voor een enkelstrooksrotonde omdat hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar is. Er is gekozen om de zuidelijke tak van dit kruispunt af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer en een voorrangskruispunt zonder verkeerslichten aan te leggen. Voor oversteken van fietsverkeer is de aanwezigheid van middengeleiders in de Kanaalstraat - Achterschaykstraat wenselijk, zodat fietsers in twee fasen veilig kunnen oversteken.

[1] Royal Haskoning DHV, ‘Verkeersonderzoek Randweg Oss Noord’, projectnr.: BH3640, d.d. 8  december 2020.

6.13.3 Conclusie

Gelet op het voorgaande, is er vanuit het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.14 Natuur en biodiversiteit (afd. 3.5 Bkl)

6.14.1 Toetsingskader

Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Binnen het Bkl zijn diverse regels opgenomen ter bescherming van de natuur. Deze regels komen grotendeels overeen met de huidige regelgeving in de Wet natuurbescherming. Het betreft met name voorschriften voor de bescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels ter bescherming van plant- en diersoorten (waaronder vogels) en voorschriften met betrekking tot de bescherming van houtopstanden. De regelgeving met betrekking tot gebieds- en soortenbescherming vindt haar oorsprong grotendeels in twee Europese richtlijnen, namelijk de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Gebiedsbescherming

In Nederland zijn er specifieke gebieden van groot belang voor flora en fauna, waaronder Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Deze gebieden worden beschermd door verschillende wettelijke instrumenten.

In artikel 5.1, lid 1 van de Omgevingswet staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit uit te voeren. Daarnaast bepaalt lid 2 van hetzelfde artikel dat het eveneens verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren. Voor beide gevallen geldt dat afwijkende regelingen kunnen zijn opgesteld in het omgevingsplan, de waterschapsverordening, de omgevingsverordening of een ministeriële regeling. 

Hoofdstuk 11 van het Bal behandelt de vergunningplicht voor Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten. In dit hoofdstuk zijn tevens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de mogelijkheden tot maatwerk. Indien geen vrijstelling van toepassing is, dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen enkelvoudige en meervoudige aanvragen, afhankelijk van de aard van de activiteit (flora- en fauna-activiteit en/of Natura 2000-activiteit).

Natura 2000-gebieden 

De bescherming van Natura 2000-gebieden is gebaseerd op de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst deze gebieden aan via een aanwijzingsbesluit, zoals bepaald in artikel 2.44 van de Omgevingswet. Bovendien stelt hij op basis van artikel 2.43 van de Omgevingswet de instandhoudingsdoelstellingen vast. Nederland beschikt over meer dan 160 Natura 2000-gebieden.

Bij de voorbereiding van een omgevingsplan dienen mogelijke significante effecten als gevolg van projecten, plannen en activiteiten, zowel individueel als in combinatie met andere plannen of projecten, te worden geïdentificeerd en beoordeeld, zoals voorgeschreven in artikel 16.53, lid c, van de Omgevingswet. Een activiteit die potentieel significante nadelige gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied wordt aangeduid als een Natura 2000-activiteit, zoals beschreven in bijlage A van de Omgevingswet. Natura 2000-gebieden hebben externe effecten, wat betekent dat ook ingrepen buiten deze gebieden die verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden geëvalueerd op hun impact op soorten en habitats. 

Een ruimtelijk plan dat aanzienlijke gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden goedgekeurd als uit een passende beoordeling blijkt dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Bij verkregen zekerheid kan vergunningverlening plaatsvinden, zoals bepaald in artikel 8.74, lid b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Als er echter geen zekerheid is verkregen, kan het plan toch worden goedgekeurd mits wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  • a.

    Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;

  • b.

    Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 

  • c.

    De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. 

De criteria voor het beoordelen van de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten worden beschreven in afdeling 8.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze beoordelingsmaatstaven zijn vastgesteld binnen het aanvullingsspoor Natuur.[1]

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening, conform artikel 2.44, lid 4 van de Omgevingswet en artikel 7.6, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Vanuit de Omgevingsverordening draagt de provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met omringende agrarisch gebieden te verbinden. Ook is het gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van aanwezige dier- en plantensoorten, typen natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen. Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden maken del uit van het NNN. Het NNN omvat niet alleen natuurgebieden op land, maar omvat ook alle grote wateren in Nederland, zoals de grote rivieren, het IJsselmeer en de Waddenzee. De provincie wijst in de omgevingsverordening de NNN-gebieden aan.

Activiteiten in deze gebieden mogen alleen plaatsvinden indien ze geen nadelige effecten hebben op de essentiële kenmerken of waarden van het gebied, of als dergelijke effecten kunnen worden voorkomen of verminderd door het implementeren van mitigerende maatregelen. 

Bijzondere natuurgebieden en landschappen

Naast de Natura 2000-gebieden heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de bevoegdheid om bijzondere nationale natuurgebieden aan te wijzen, zoals vastgelegd in artikel 2.44, lid 2 van de Omgevingswet. Daarnaast kan de provincie in de omgevingsverordening specifieke provinciale natuurgebieden en landschappen als bijzonder aanwijzen, conform artikel 2.44, lid 5 van de Omgevingswet.

Soortenbescherming

Onder de Omgevingswet worden tal van dier- en plantensoorten beschermd, met aandacht voor soorten van Europees belang die vallen onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn, evenals bepaalde soorten van nationaal belang. De bescherming van soorten vindt zowel binnen als buiten het NNN plaats. Deze bescherming kan variëren van wet- en regelgeving tot concrete maatregelen die gericht zijn op het behouden, vestigen of uitbreiden van populaties van verschillende soorten. In overeenstemming met artikel 2.18, lid 1, sub f van de Omgevingswet rust de primaire verantwoordelijkheid hiervoor doorgaans bij de provincies. Niettemin hebben ook decentrale overheden de mogelijkheid actief beleid te voeren, bijvoorbeeld door het opstellen van programma's voor soortenbescherming.

Door de strike formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving worden nagegaan of er specifieke soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Zoals eerder aangegeven, wordt in hoofdstuk 11 van het Bal bepaald wanneer een omgevingsvergunning vereist is.

Stikstof

Stikstofemissie betreft de uitstoot van stikstof, afkomstig van bijvoorbeeld verkeer, energiecentrales en industriële activiteiten. Stikstofdepositie is de neerslag van stikstof op de grond. Met name voor de natuur vormt dit een uitdaging, omdat het de bodem verrijkt met voedingsstoffen, wat nadelig is voor de biodiversiteit in het betreffende gebied. Het behoud van alle planten- en diersoorten vereist zowel voedingsrijke als voedingsarme bodems.

Wanneer een project zich nabij een Natura 2000-gebied bevindt en potentieel significante stikstofuitstoot en -depositie kan veroorzaken, is het verplicht een stikstofberekening uit te voeren (voor de bouw- en/of gebruiksfase) met behulp van het rekeninstrument AERIUS. In artikel 4.15 van de Omgevingsregeling staat deze methode vermeld voor het berekenen van stikstofdepositie bij Natura 2000-activiteiten. Om het project te kunnen uitvoeren, mogen de berekende resultaten niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan, kunnen negatieve significante effecten op het betreffende Natura 2000-gebied op voorhand worden uitgesloten, waardoor het project op basis daarvan kan worden voortgezet.

Houtopstanden

Bomen en bossen vallen onder ‘houtopstanden’ en vervullen belangrijke en unieke functies in de fysieke leefomgeving, zoals het invangen van fijnstof, de opslag van koolstofdioxide, het bergen van water of het verminderen van grote temperatuurschommelingen in stedelijk gebied, en het vormen van een belangrijk leefgebied voor tal van planten en diersoorten. Gezien de langdurige ontwikkelingstijd van bossen is hun bescherming van aanzienlijk belang. De bescherming van houtopstanden is daarom vastgelegd in de Omgevingswet. De regelgeving omtrent de bescherming van houtopstanden is opgenomen in Afdeling 11.3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Conform artikel 11.126 van het Bal is het kappen van houtopstanden onderworpen aan een algemene meldplicht. Daarnaast geldt op basis van artikel 11.129 van het Bal een verplichting tot herbeplanting voor houtopstanden met een oppervlakte van 10 are of meer, evenals voor bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogenaamde 'bebouwingscontour houtkap'. De bebouwingscontour houtkap moet worden aangewezen in het omgevingsplan, zoals bepaald in artikel 5.165, lid b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bovendien is er een specifieke zorgplicht (artikel 11.116 van het Bal) van toepassing op het kappen van houtopstanden, het herbeplanten van grond, of na het tenietgaan van een houtopstand op andere wijze.

[1] ‘Vergunningplicht Natura 2000-activiteit’, aandeslagmetdeomgevingswet.nl 

6.14.2 Onderzoek

In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag ten behoeve van de realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg, is door middel van een verkennend ecologisch onderzoek (quickscan flora en fauna) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Het onderzoeksrapport is als separate Quickscan flora en fauna opgenomen.

Gebiedsbescherming

Door NLadviseurs is in het voorjaar van 2025 een QuickScan uitgevoerd[1]. Zie Bijlage 7 - Quickscan flora en fauna. In de door NLadviseurs uitgevoerde QuickScan wordt tevens ingegaan op het thema gebiedsbescherming. Voor gebiedsbescherming zijn Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant en Houtopstanden relevant.

Natura2000-gebieden

Op 8,7 kilometer afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Rijntakken en op circa 17 kilometer afstand ligt het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Op deze afstanden zijn verstorende effecten zoals trillingen, licht, optische verstoring of geluid uitgesloten. Tijdens de aanlegfase is er door inzet van mobiele werktuigen, aan- en afvoer van materialen en vervoersbewegingen van personeel sprake van een tijdelijke toename van stikstofemissie van het plangebied.

De voorgenomen ontwikkelingen leiden mogelijk tot wetsovertredingen ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Het is niet uitgesloten dat de werkzaamheden leiden tot overschrijding van de stikstofdepositiewaarden in omliggende Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening is benodigd om uitsluitsel te geven.

Stikstofonderzoek

Door Movares is een stikstofonderzoek uitgevoerd[2]. Uit deze AERIUS-berekening volgen de onderstaande conclusies. In Bijlage 8 - Stikstofonderzoek is de rapportage opgenomen.

De stikstofuitstoot die ontstaat tijdens de sloop/verwijdering van de bestaande situatie en de realisatie- en gebruiksfase van de gebiedsontsluitingsweg te Oss, is vastgesteld op 0,00 mol/ha/jaar in een Natura 2000-gebied. De schijnbare toename van 0,02 mol/ha/jaar in de beoogde situatie is het gevolg van randeffecten en heeft geen ecologische of juridische betekenis.

Op basis van de verschilberekening en de extra beoordeling ten behoeve van de gebruiksfase kan worden geconcludeerd dat er geen effect is op de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Het stikstofonderzoek is aangevuld conform de ‘’Handreiking omgaan met randeffecten 25 km’’, waarmee de juiste duiding van de berekeningen is geborgd.

Natuurnetwerk Brabant

De locatie is overlappend aan NNB-gebied. Een gedeelte valt onder kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) en vochtig bos met productie (N16.04). Op de desbetreffende locatie is men voornemens een tijdelijke opslag te creëren. Voorgenomen ingrepen dienen, indien binnen het plangebied aanwezig, getoetst te worden aan het ‘ja, mits’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelings-doelen van het deelgebied, kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd.

In eerste instantie wordt geadviseerd de werkzaamheden niet binnen beschermd NNB-gebied uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is zal beoordeeld moeten worden of de tijdelijke effecten in strijd zijn met de huidige en potentiële waarden. In dit geval zal een ‘ja-mits’-toets inzicht moeten geven op de effecten op NNB-gebied.

Houtopstanden

Het gebied bevindt zich deels buiten de bebouwingscontour houtkap, waardoor er mogelijk een melding zal moeten worden gemaakt bij de provincie en mogelijk geldt er een herplantingsplicht. Er gelden echter enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer er minder dan 20 bomen of 10 are wordt gekapt. Op dit moment is het nog niet duidelijk hoeveel bomen komen te verdwijnen. Indien meer dan 20 bomen/10 are komt te verdwijnen zal hiervan melding gemaakt worden bij de provincie en geldt er een herplantingsplicht.

Soortenbescherming

Quickscan flora en fauna

Door NLadviseurs is in het voorjaar van 2025 een QuickScan uitgevoerd[3]. Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat nader onderzoek nodig is naar: 

  • a.

    Boombewonende vleermuizen

  • b.

    Eekhoorn

  • c.

    Kleine marters

  • d.

    Roek

  • e.

    Jaarrond beschermd nest

  • f.

    Poelkikker

  • g.

    Rugstreeppad

  • h.

    Grote modderkruiper

Voor diverse vrijgestelde en algemene soorten moet de zorgplicht opgevolgd worden. Verder werd geadviseerd voor algemene broedvogels de werkzaamheden buiten de broedperiode (maart t/m 15 augustus) uit te voeren.

Nader onderzoek

Er is door NLadviseurs (27 oktober 2025) nader onderzoek[4] uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en naar de essentiële rol van het plangebied op deze soorten. Het nader onderzoek is gedurende het veldseizoen in 2025 uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 9 - Nader soortgericht ecologisch onderzoek

Er is onderzoek gedaan naar de in de quickscan benoemde soorten. Per soortgroep wordt hieronder aangegeven of er een aanwezige functie is en welke aanbeveling wordt gedaan in het nader onderzoek.

  • a.

    Boombewonende vleermuizen: Voor boombewonende vleermuizen zijn geen functies aanwezig. Aanbevolen wordt ongeschikt maken (april- medio mei of september –medio oktober) en opstellen ecologisch werkprotocol.

  • b.

    Eekhoorn: Voor de eekhoorn is een nest en essentieel leefgebied aangetroffen. Het is nodig een vergunning aan te vragen voor een flora en fauna activiteit.

  • c.

    Kleine marters: Er is essentieel leefgebied aangetroffen. Het is nodig een vergunning aan te vragen voor een flora en fauna activiteit.

  • d.

    Algemene broedvogels: Er zijn nesten aangetroffen. Er wordt aanbevolen buiten het broedseizoen (maart t/m medio augustus) te werken of voor aanvang een broedvogelcontrole uit te voeren.

  • e.

    Roek: Er is een kolonie aangetroffen. Er wordt aanbevolen buiten het broedseizoen (maart t/m medio augustus) te werken en nestbomen met nesten dienen behouden te blijven.

  • f.

    Rugstreeppad: Er zijn geen functies aangetroffen. Er zijn geen verplichtingen vanuit de omgevingswet.

  • g.

    Poelkikker: Er is voorplantingswater, overwinterhabitat en essentieel foerageergebied aangetroffen. Het is nodig een vergunning aan te vragen voor een flora en fauna activiteit.

  • h.

    Grote modderkruiper: Er zijn geen functies voor de grote modderkruiper aangetroffen. Er zijn geen verplichtingen vanuit de omgevingswet.

  • i.

    Diverse vrijgestelde & algemene soorten: Er zijn verblijf en voortplantingsplaatsen aangetroffen. Er wordt aanbevolen te werken volgens de algemene- en specifieke zorgplicht.

Er moet een ontheffing verleend worden voor de poelkikker, bunzing en eekhoorn. De aanvraag van de ontheffing loopt gelijk op.  Er is in beeld gebracht welke maatregelen nodig zijn en daarmee is het haalbaar om een ontheffing te verkrijgen. De kaders voor de ontheffing zijn:

Poelkikker

  • a.

    Winterhabitat: ca. 0,1 ha

  • b.

    Veilige oversteek voor poelkikker (die moet de weg oversteken om te overwinteren)

  • c.

    Veilig manier om de dieren onder de weg door te laten gaan (1 à 2 tunnels + geleiding)

Bunzing

  • a.

    Essentieel leefgebied: ca. 0,1 ha

  • b.

    Verblijfplaatsen (bijv. marterhopen en/of houtwallen)

Eekhoorn

  • a.

    Leefgebied: ca. 0,1 ha

  • b.

    Verblijfplaats (bijv. eekhoornnestkast)

  • c.

    Veilige oversteek (bijv. touwbruggen)

De leefgebieden kunnen gecombineerd worden. Voor de eekhoorn en bunzing kan ruimte gevonden worden in/bij het bosplantsoen achterzijde Dommelstraat. Voor de poelkikker wordt nog in het ontwerp bekeken waar dit kan plaatsvinden.

[1] NLadviseurs, ‘Quickscan Flora & Fauna’, projectnummer: 327.03.25, d.d. 24 november 2025.

[2] Movares, ‘Stikstofberekening (AERIUS), projectnummer: 25300443, d.d. 19 december 2025.

[3] NLadviseurs, ‘Quickscan Flora & Fauna’, projectnummer: 327.03.25, d.d. 24 november 2025.

[4] NLadviseurs, ‘Nader onderzoek Noordelijke ontsluitingsweg Oss’, projectnummer: 327.04.25, d.d. 27 oktober 2025.

6.14.3 Conclusie

Ten aanzien van gebiedsbescherming is geen sprake van significante negatieve effecten. De aanbevelingen uit het nader onderzoek voor soortenbescherming zullen worden overgenomen. Voor eekhoorn, kleine marters, en poelkikker zal een vergunning voor flora en fauna activiteit worden aangevraagd. Vanuit het aspect natuur en biodiversiteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.15 Lichthinder

6.15.1 Toetsingskader 

Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. 

Deze verlichting kan verschillende negatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclamezuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of aantrekking, wat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlichting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten. Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilometer en boven zee tot maximaal 15 kilometer.

Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen. Het Bkl bevat daarom geen Rijksinstructieregels voor lichthinder, met uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen, opgenomen in artikel 4.790 van het Bal.

Gemeenten beschikken over verschillende instrumenten om lichthinder te voorkomen. Ze kunnen zelf beslissen of lichthinder, verstoring door licht en horizonvervuiling thema’s zijn die moeten worden opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. In bepaalde gebieden kan het van belang zijn om deze aspecten op te nemen in de omgevingsvisie, bijvoorbeeld rond lichtgevoelige natuurgebieden, kassengebieden, grootschalige bedrijventerreinen of sportcomplexen. De visie kan beleid bevatten om lichthinder, verstoring of horizonvervuiling tegen te gaan.

Lichthinder is ook een aspect dat wordt meegewogen in het gemeentelijke omgevingsplan, vanuit het oogpunt van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Gemeenten kunnen zelf beslissen of ze regels willen stellen ter voorkoming van lichthinder en verstoring van de natuur in het omgevingsplan. Bij de beoordeling van lichthinder voor mensen maken gemeenten bijvoorbeeld een afweging tussen maatschappelijke belangen (zoals veiligheid op straat of bruikbaarheid van sportvelden) en hinderbeleving.

De gemeente Oss heeft een Beleidsnota Openbare verlichting waarin de voorwaarden voor verlichting zijn opgenomen. Zoals uitstraling van armaturen en lichtsterkte.

Voor lichthinder bij sportvelden zijn specifieke regels opgenomen in de ‘bruidsschat’. Deze regels zijn niet overgenomen vanuit het Activiteitenbesluit in het Bal. De bruidsschat zorgt ervoor dat deze regels worden opgenomen in de omgevingsplannen van de gemeenten. Gemeenten kunnen deze regels aanpassen en afstemmen op lokale omstandigheden.

Om beleid voor lichthinder uit te werken in instrumenten van de Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, is er een leidraad ontwikkeld ter ondersteuning.

Verder is het mogelijk om maatregelen te nemen om hinder en verstoring door kunstmatige verlichting te voorkomen. Bijvoorbeeld door geen verlichting te gebruiken wanneer dit niet nodig is en er alternatieven beschikbaar zijn. Andere mogelijke maatregelen zijn het afschermen van lichtbronnen, het verlichten met geringe oppervlaktehelderheid, het gebruik van betrekkelijk langgolvig licht, het beperken van de hoeveelheid gebruikte verlichting en het vermijden van risicogebieden zoals natuurgebieden.

6.15.2 Onderzoek

In de directe omgeving van het projectgebied zijn woningen aanwezig, waardoor hinder van autoverlichting, lantaarnpalen of reclamezuilen voor bewoners mogelijk is. De gemeente Oss noemt lichthinder niet specifiek in de Omgevingsvisie. In het Omgevingsplan van de gemeente Oss wordt uitsluitend lichthinder genoemd in relatie tot het beoefenen van sport in de buitenlucht. Het huidige planvoornemen omvat echter geen realisatie van een sportterrein. De gemeente Oss heeft in de ‘Beleidsnota openbare verlichting gemeente Oss’ specifieke voorschriften opgesteld met betrekking tot de preventie van lichthinder bij het opwaarderen/ de aanleg van een weg. Aan de beleidsnota en de bijbehorende Nederlandse praktijkrichtlijn zal voldaan worden.

Het planvoornemen houdt daarmee rekening met mogelijke negatieve effecten van nieuwe kunstmatige verlichting. Er zullen mogelijk maatregelen genomen worden zoals het afschermen van lichtbronnen, het gebruik van geringe oppervlaktehelderheid, het gebruik van betrekkelijk langgolvig licht en het beperken van de hoeveelheid gebruikte verlichting. Op deze manier zal de omgeving weinig tot geen hinder ervaren van het nieuwe kunstlicht, waardoor men ongestoord kan rusten en slapen. Mogelijk wordt in de toekomst de verlichting alleen gebruikt wanneer nodig.

Daarnaast is het mogelijk dat het planvoornemen, met name de installatie van kunstmatige verlichting, 's nachts effect kan hebben op het gedrag van dieren. Om verstoring op foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger te voorkomen dienen maatregelen genomen te worden ten aanzien van verlichting. Hiervoor dient een Ecologisch Werkprotocol opgesteld te worden. Het dichtstbijzijnde natuurgebied, ‘Natuurnetwerk Noord Brabant’, bevindt zich op een aantal plaatsen direct aangrenzend aan het projectgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, ‘Rijntakken’ ligt op ongeveer 8 km afstand. 

6.15.3 Conclusie

Gelet op het voorgaande, is er vanuit het aspect 'Lichthinder' sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.16 Activiteiten en milieuzonering

6.16.1 Inleiding

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 

  • a.

    menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is;

  • b.

    scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

6.16.2 Toetsingskader

Activiteiten met gebruiksruimte en bijbehorende regels

Activiteiten met gebruiksruimte verwijzen naar activiteiten die aan specifieke locaties worden toegewezen. De regels voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat een activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen een ander toegestane activiteit in dat gebied. De regels zijn niet alleen gericht op milieuzaken, maar ook op stedenbouwkundige overwegingen. De term ‘activiteiten met gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Bal. De term is dus ruimer dan de veelgebruikte term ‘milieubelastende activiteiten’. 

Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Overeenkomstig het Bkl is in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2023’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) alleen het wonen hiervan uitgezonderd. Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is.

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ van de VNG biedt onder de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en vervangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de oude wetgeving. 

De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling code (SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daarvan wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende aspect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ (oktober 2024) gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan van gemeenten.

6.16.3 Onderzoek

Met het planvoornemen is sprake van de realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg in Oss. Een weg is geen milieubelastende activiteit en er worden geen milieubelastende activiteiten met het project mogelijk gemaakt. Nader onderzoek naar dit thema is daarom niet noodzakelijk. De overige milieuaspecten zoals geluid komen in eigen paragrafen aan de orde in dit hoofdstuk.

6.16.4 Conclusie

Vanuit het milieuaspect activiteiten en milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 

6.17 Kabels en leidingen 

6.17.1 Toetsingskader 

Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Niettemin kunnen sommige ondergrondse leidingen en bovengrondse hoogspanningslijnen een potentieel risico vormen voor de omgeving. De Omgevingswet bevat daarom specifieke regels en instrumenten om dergelijke risico's te voorkomen en te beperken.

Zo adviseert het Rijk aan het bevoegd gezag om bij het toelaten van gevoelige gebouwen, zoals woningen, bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen rekening te houden met de magneetvelden[1]. De magneetvelden zijn mogelijk van invloed op de gezondheid van omwonenden. 

Voor de regeling omtrent buisleidingen wordt verwezen naar paragraaf 6.2 ‘Waarborgen van de veiligheid’.

[1]  https://iplo.nl/thema/praktijksituaties/hoogspanningsverbinding/toelaten/toelaten-gevoelige-gebouwen/

6.17.2 Onderzoek

Aan de hand van de ‘Netkaart’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kan achterhaald worden of het projectgebied zich bevindt in een magneetveldzone van een of meerdere hoogspanningslijnen[1]. Uit deze kaart volgt dat er in het projectgebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig zijn die bescherming behoeven. De dichtstbijzijnde 150 kV hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van ongeveer 580 meter van het projectgebied. Uit de Netkaart volgt dat ten aanzien van deze hoogspanningslijn kan worden uitgegaan van een magneetveldzone van 55 meter aan weerszijden van de hoogspanningslijn. Het projectgebied valt buiten deze magneetveldzone.

[1]  https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/netkaart

6.17.3 Conclusie

Vanuit het milieuaspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.18 Mer-beoordeling

6.18.1 Toetsingskader

De milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Per project dient te worden besloten of er een mer-plicht geldt, of dat er aanvankelijk slechts een mer-beoordeling wordt gevraagd. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-beoordelingsplicht of een mer-plicht van kracht zijn.

In kolom 1 zijn de categorieën van projecten aangewezen, waaronder een ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’ (J11). Voor deze categorie project is een mer-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 2). Echter, bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ geldt een mer-beoordelingsplicht (kolom 3). Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een project mededeling dient te doen bij het bevoegd gezag. De mededeling is ook wel een aanmeldnotitie en bevat een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten. Het bevoegd gezag beslist op basis daarvan of een mer nodig is. Of daadwerkelijk een mer-beoordelingsplicht geldt, is afhankelijk van of het project onder de benaming ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ valt.

Of een project als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van dat project. Aspecten zoals de aard, omvang, locatie, en omgeving van de ontwikkeling, de toename van bebouwd oppervlak, en het al dan niet plaatsvinden van een functiewijziging spelen hierbij een rol. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden. Het kan variëren per regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt.

Onder de Omgevingswet is er sprake van één mer-beoordelingsprocedure. Om te voldoen aan de voorwaarden in afdeling 16.4 Omgevingswet en hoofdstuk 11 en om de bijlage V van het Omgevingsbesluit moet een mer-aanmeldnotitie worden opgesteld bij een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’.

6.18.2 Onderzoek

De aanleg van de ontsluitingsweg komt voor in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen wordt genoemd in J1 in de eerste kolom. De ontwikkeling voldoet niet aan de voorwaarden van kolom 2, dus is er geen mer-plicht. Wel is een mer-beoordelingsplicht van toepassing. Het opstellen van een mer-aanmeldnotitie is dan ook benodigd.

Op basis hiervan en kolom 3 van bijlage V van het Omgevingsbesluit is een mer-aanmeldnotitie opgesteld om te onderzoeken of er aanzienlijke milieueffecten met de ontwikkeling kunnen optreden. In Bijlage 10 - Mer-aanmeldnotitie is de rapportage opgenomen. 

Op basis van de aanmeldnotitie kan worden gesteld dat het uitvoeren van een MER voor het project Noordelijke ontsluitingsweg Oss niet noodzakelijk is op basis van de kenmerken en ligging van het project in combinatie met de aard en omvang van de (potentiële) milieugevolgen van het project. De gemeente neemt hierover een separaat besluit.

6.18.3 Conclusie

Vanuit het milieuaspect ‘mer-beoordeling’ is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7 Haalbaarheid

7.1 Financieel-economische haalbaarheid, kostenverhaal en nadeelcompensatie

Kostenverhaal houdt de verplichting voor de gemeente in om er in dat geval voor te zorgen dat de kosten, die zij maakt om deze ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken, verhaald worden op de initiatiefnemer.

In artikel 13.13 van de Omgevingswet staat aangegeven dat bij de volgende planologische besluiten het kostenverhaal aan de orde kan zijn:

  • a.

    Bij het wijzigen van het omgevingsplan

  • b.

    Bij een omgevingsvergunningaanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Wanneer er sprake is van een van de voorgenoemde besluiten, moet er worden beoordeeld of er sprake is van een bouwactiviteit in de zin van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. 

De realisatie van een gemeentelijke ontsluitingsweg is echter geen bouwactiviteit in de zin van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Er is derhalve geen verplichting tot kostenverhaal. 

In de gemeentelijke begroting is budget beschikbaar voor de aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Dit bedrag is beschikbaar door een aandeel van de weg vanuit de grondexploitatie Oijense Zij en een bijdrage uit de reserve bovenwijkse voorzieningen. 

Bij de planvorming is rekening gehouden met eventuele kosten voor nadeelcompensatie.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Participatie en omgevingsdialoog

Als het gaat over het organiseren van participatie in het kader van de Omgevingswet, bij ontwikkelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving, dan hebben we het in de gemeente Oss over de omgevingsdialoog. Een omgevingsdialoog houdt in dat inwoners, ondernemers en organisaties betrokken worden bij het maken van visies of (concrete) plannen voor de fysieke leefomgeving om de belangen van de omgeving breed en zorgvuldig in beeld te brengen. Vanuit dit inzicht kan een visie of plan mogelijk worden verbeterd. De dialoog heeft niet tot doel dat iedereen het met een visie of plan eens is of wordt. 

Een omgevingsdialoog is maatwerk. De gemeente Oss heeft drie instrumenten die enige houvast bieden aan de vorm en kwaliteit van de omgevingsdialoog. Deze instrumenten zijn het Stappenplan Omgevingsdialoog, de IMPACTmeter en de Rollenplaat. In het algemeen geldt: hoe groter de impact van een visie of (concreet) plan, hoe belangrijker de omgevingsdialoog.

De omgevingsdialoog is voor dit project uitgebreid ingestoken. Het doel van deze participatie is het tijdig en voldoende betrekken van belanghebbenden in het proces, waardoor draagvlak wordt gecreëerd in de omgeving. Er zijn twee informatiebijeenkomsten georganiseerd waarbij de omgeving wordt meegenomen in het proces. Een bijeenkomst voor omwonenden en een voor de omliggende bedrijven. De opgehaalde informatie is verwerkt in een verslag. De reacties uit beide bijeenkomsten zijn door ons bekeken en voorzover mogelijk verwerkt in het ontwerp van de weg en in de wijziging van het omgevingsplan. De verslagen van beide informatiebijeenkomsten en het overzicht van vragen en antwoorden zijn op de gemeentelijke website geplaatst. 

Voor het verslag van de uitgevoerde participatie wordt verwezen naar bijlage I Verslag omgevingsdialoog en afstemming ketenpartners.

7.2.2 Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners

In het voortraject heeft afstemming en overleg plaatsgevonden met diverse ketenpartners. Hieronder is aangegeven met welke ketenpartners overleg gevoerd is en wat op hoofdlijnen de reactie op het plan is geweest. Voor een uitgebreide samenvatting van de reactie van de ketenpartners en de wijze waarop hiermee is omgegaan wordt verwezen naar I Verslag omgevingsdialoog en afstemming ketenpartners, onder 4. Het gaat om: 

Provincie Noord-Brabant

In het kader van afstemming met ketenpartners heeft de gemeente het concept ontwerp wijziging omgevingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft hierop gereageerd dat er vanuit ruimte geen aanvullende opmerkingen zijn, anders dan kwaliteitsverbetering en financiële compensatie in verband met de kleine aantasting van de NNB. 

Waterschap Aa en Maas

Het waterschap heeft op 12 januari 2026 met name een aantal verduidelijkende vragen gesteld. Deze hebben betrekking op het onderscheid watergang en greppel, ligging van een greppel en een fietspad in of buiten de beschermingszone, verduidelijking watergang langs de Maaskade en verplaatsen van een stuw. Deze opmerkingen zijn verduidelijkt in het ontwerp van de weg. De gemeente heeft contact met het Waterschap o.a. over de watergang langs de Maaskade en het verplaatsen van een stuw.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 19 december 2025 aangegeven dat het opwaarderen van de verschillende wegen tot een noordelijke ontsluitingsroute geen negatieve invloed op de mogelijkheden voor de incidentbestrijding rondom de betrokken wegen. Om deze reden ziet de Veiligheidsregio geen aanleiding voor het geven van een advies.

7.2.3 Vaststellingsprocedure

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt op grond van de Omgevingsweg en de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegelijkertijd wordt het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen bij de gemeenteraad kenbaar maken tegen het plan. Eventuele zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien door de gemeente. De wijziging van het omgevingsplan wordt vervolgens, al dan niet na het doorvoeren van aanpassingen, voor besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad.

7.2.4 Beroep

Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.3 Conclusie

Gelet op het voorgaande zijn er vanuit het aspect 'Haalbaarheid', zowel financieel als maatschappelijk, geen belemmeringen voor het planvoornemen. 

8 Belangenafweging en conclusie 

8.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In deze paragraaf wordt een algehele conclusie getrokken waarin gemotiveerd wordt dat gezien de nut/noodzaak, gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 

Op de Singel 1940-1945 in Oss zijn de nodige doorstromingsproblemen tijdens de spitsperioden. Hierdoor ontstaat sluipverkeer door de wijken en staat ook de bereikbaarheid van de hulpdiensten onder druk. Vanaf 2008 zijn er diverse onderzoeken gedaan naar de overbelasting van de Singel 1940-1945. Door middel van deze onderzoeken is het probleem in kaart gebracht en zijn mogelijke maatregelen onderzocht. Daarnaast staat de gemeente Oss voor een woningbouwopgave, aankomende jaren staat woningbouw gepland in Oss Noord en Oss West. Deze woningbouw legt extra druk op de bereikbaarheid van de stad. Het College ziet de Noordelijke Ontsluitingsweg als logische oplossing voor een goede bereikbaarheid van de stad. Het doel van het aanleggen van de Noordelijke Ontsluitingsweg is dat de noordelijke wijken van Oss beter worden ontsloten en dat daarmee de Singel 1940 – 1945 in het centrum van Oss wordt ontlast en de verkeersproblemen worden opgelost. Hiertoe worden de bestaande wegen deels verbreed of verlegd, aansluitingen worden gerealiseerd of aangepast en rotondes gerealiseerd.

Gezien de nut en noodzaak van de ontwikkeling, gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiertoe zijn in deze motivering de afweging van alle betrokken belangen tot uitdrukking gekomen. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 5 en 6).

8.2 Conclusie

Allesoverwegende kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg aanvaardbaar is. De wijziging van het omgevingsplan is adequaat gemotiveerd.

I Verslag omgevingsdialoog en afstemming ketenpartners

1 Inleiding

Deze nota bevat de volgende onderdelen:

  • een beschrijving van de omgevingsdialoog

  • een overzicht en samenvatting van de omgevingsdialoog (art. 10.2 Ob)

  • een samenvatting van de reacties van de ketenpartners (art. 2.2 Ow)

  • een beoordeling van de reacties op inhoud 

  • de gevolgen van de reacties voor de inhoud van de concept wijziging omgevingsplan



Deze nota is een onderdeel van en bijlage bij de motivering.

Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van

  • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.)

  • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden.



Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen namen van natuurlijke personen in de reacties.

2 Omgevingsdialoog en afstemming met ketenpartners

Op dinsdag 23 september 2025 heeft de gemeente Oss een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de aanleg van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Voorafgaand aan de avond zijn omwonenden uitgenodigd met een brief. Zij konden zich per e-mail aanmelden. In totaal hebben 167 personen zich aangemeld voor deze bijeenkomst. Vanwege de grote belangstelling is ervoor gekozen de bijeenkomst ook via een livestream beschikbaar te stellen, zodat belangstellenden via internet de avond live konden volgen. 

De avond werd geleid door een externe voorzitter en bestond uit een plenair en een interactief deel. Het plenaire deel begon met een welkomstwoord en inleiding door de wethouder mobiliteit, gevolgd door een toelichting op het ontwerp van de weg en een toelichting op het omgevingsplan en de planning. Voor het interactief gedeelte waren de aanwezigen bij binnenkomst in twee groepen verdeeld. De ene groep nam deel aan een vraaggesprek met de wethouder mobiliteit en de programmamanager mobiliteit, begeleid door de externe voorzitter. De andere groep kon vragen stellen aan medewerkers van de gemeente Oss aan verschillende thematafels, ingedeeld naar onderwerp: ontwerp, onderzoeken, omgevingsmanagement, proces en planning. Na ongeveer een halfuur wisselden de groepen van plek.  

Bij ieder thema konden er vragen worden gesteld en/of een toelichting gegeven worden door de betrokken professionals. Ook lagen er kaartjes waarop mensen hun vraag/opmerking kwijt konden. Er zijn onder andere reacties geuit over het vrachtverkeer, het paaltje aan de Oijenseweg, het kappen van bomen in de Achterschaykstraat, geluidsoverlast en de oversteekbaarheid van de nieuwe weg voor voetgangers. De opgehaalde reacties zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. Van deze bijeenkomst is een verslag opgesteld, zie daarvoor hoofdstuk 5.

Op donderdag 25 september 2025 vond een informatiebijeenkomst plaats waarbij diverse ondernemers uit de Kanaalstraat e.o. aanwezig waren. Voorafgaande aan de bijeenkomst zijn de ondernemers uitgenodigd met een brief. Zij konden zich per e-mail aanmelden, waarvan zes bedrijven gebruik hebben gemaakt. Vanuit de gemeente waren de wethouder mobiliteit, een tweetal projectleiders en een verkeerskundige aanwezig. De wethouder heeft de bijeenkomst geopend met een toelichting op de aanleiding en noodzaak van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Daarna heeft de technisch projectleider een toelichting gegeven op het ontwerp van de weg. Vervolgens hebben de ondernemers vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over het plan. Deze gingen onder andere over de afsluiting van de Maaskade en de Vechtstraat, het (niet) gebruiken van de Noordelijke Ontsluitingsweg door vrachtwagens, het fietspad ten zuiden van de Kanaalstraat en de aansluiting tussen de Kanaalstraat  en de N329. De procedure en planning zijn ook besproken. Rond 17.00 uur werd de bijeenkomst gesloten door de wethouder. Ook van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt, zie hoofdstuk 6.

Tijdens beide bijeenkomsten zijn aandachtspunten meegekregen van de aanwezigen. In hoofdstuk 7 is samengevat weergegeven hoe met deze aandachtspunten rekening is gehouden in het verdere verloop van het plan. 

Verder hebben wij de concept ontwerp wijziging omgevingsplan voor afstemming aangeboden aan de volgende bestuursorganen (artikel 2.2 Ow schrijft dit voor):

  • Provincie Noord-Brabant

  • Waterschap Aa en Maas

  • Veiligheidsregio Brabant Noord

 

3 In hoeverre hebben reacties geleid tot aanpassingen

Hieronder vatten wij alle reacties samen. Daarna geven we aan of en hoe we deze reacties hebben verwerkt in de ontwerp wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Noordelijke Ontsluitingsweg - Oss'. 

4 Reacties ketenpartners

Reactie ketenpartner 1: Provincie Noord-Brabant

Samenvatting casusoverleg

Op 21 januari 2025 is het project Noordelijke Ontsluitingsweg Oss besproken in het casusoverleg met de provincie. In dit overleg is het volgende besproken.

Er is aangegeven dat het project Noordelijke Ontsluitingsweg bestaat uit het aanpassen van bestaande wegen. Er is gekozen om de bestaande erftoegangswegen op te waarderen naar gebiedsontsluitingswegen. Hiervoor is een wijziging omgevingsplan nodig. De Frankenbeemdweg, Spitsbergerweg en de Achterschaykstraat liggen in het buitengebied. Deze hebben al een verkeersbestemming. Bij de Frankenbeemdweg wil de gemeente de bestaande knotwilgen en watergang ten zuiden van de Frankenbeemdweg behouden. En daarom schuift de weg hier in noordelijke richting en wordt de Natuurbestemming en NNB geraakt.  

Vanuit provinciaal oogpunt is verbreden van wegen in principe niet belemmerend, maar indien NNB geraakt wordt moet gekeken worden of een alternatief mogelijk is. Zo niet, dan moet compensatie plaatsvinden. Het lijkt op het eerste oog niet spannend. Het is nu aan de gemeente om dit verder uit te werken en dan toe te sturen aan de provincie, zodat dit aspect intern afgestemd kan worden bij de provincie. De provinciale collega’s van Verkeer kijken dan ook mee. Financieel compenseren middels een storting in een groenfonds lijkt hier meest voor de hand liggend en het snelst. Dit is altijd maatwerk. Omdat de weg op de grens van stedelijk en landelijk gebied ligt moet ook kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvinden.

Overleg team Mobiliteit

Op 9 september 2025 is overleg geweest team Mobiliteit van de provincie. Naar aanleiding daarvan is het ontwerp van de inrichting van de weg op een paar punten gewijzigd. De ligging van de weg is echter gelijk gebleven. 

Reactie vooroverleg

In het kader van afstemming met ketenpartners is het concept ontwerp wijziging omgevingsplan nogmaals voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft hierop gereageerd dat er vanuit ruimte geen aanvullende opmerkingen zijn, anders dan kwaliteitsverbetering en financiële compensatie in verband met de kleine aantasting van de NNB. 

Heeft de reactie gevolgen voor het ontwerp?

Nee

Reactie ketenpartner 2: Waterschap Aa en Maas

Samenvatting reactie

In het kader van afstemming met ketenpartners is het concept ontwerp wijziging omgevingsplan voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas. Het waterschap heeft op 12 januari 2026 de volgende reactie  gegeven.

1. Compensatie toename verharding

De toename van verharding wordt gecompenseerd, maar dit gebeurt alleen in de eigen bermsloot en niet in een leggerwaterloop. Graag dit onderscheid duidelijk uitwerken in de onderbouwing. Door het gebruik van de termen watergang en greppel ontstaat verwarring of het uitsluitend om greppels gaat en niet om aangrenzende leggerwatergangen.

2. Spitsbergerweg

Op basis van de tekening is niet duidelijk of de greppel buiten de beschermingszone van de A-watergang ligt. Er dient een onderhoudsstrook behouden te blijven, 5 meter vanaf de insteek van de A-watergang. Alleen met zakelijk recht is eenzijdig onderhoud toegestaan. 

3. Frankenbeemdweg

De A-watergang aan de noordzijde is niet uitgewerkt op de tekening. Graag de ligging van de nieuwe en oude watergang opnemen in de tekening, zodat de afwatering hier wordt geborgd en wij deze kunnen toetsen.

4. Maaskade

Voor de watergang langs de Maaskade is het onduidelijk:

  • Wordt de maatvoering van de huidige watergang één-op-één overgenomen, of wordt deze deels verkleind? Dit is niet duidelijk te zien op de tekening.

  • Indien de berging van de A-watergang vermindert, waar wordt deze demping gecompenseerd?

  • Graag nog even inhoudelijk afstemming(overleg) om deze aansluiting te verduidelijken.



5. Olympia-fietspad

Het fietspad ligt in de beschermingszone. Dit is toegestaan, mits het beheer over het fietspad goed is geregeld.

6. Verplaatsen stuw

Op pagina 12/13 is een alinea opgenomen over het verplaatsen van een stuw. Het verplaatsen van een stuw door een andere partij dan de beheerder is vergunningplichtig. Ons advies is om deze verplaatsing in een vooroverleg af te stemmen met de afdeling Vergunningen (VTH).

Samenvattend advies:

Wij adviseren om bovenstaande punten te verwerken in het ontwerp en de toelichting. Met name de borging van compensatie, uitwerking van watergangen en beheerafspraken zijn belangrijk om het plan waterhuishoudkundig goed te onderbouwen.

Heeft de reactie gevolgen voor het ontwerp?

Het ontwerp van de weg is op een aantal punten verduidelijkt. Het aangepaste ontwerp is voorgelegd aan het waterschap en opgenomen in de bijlagen bij de motivering. De gemeente heeft contact met het Waterschap over de watergang langs de Maaskade en het verplaatsen van een stuw.

Reactie ketenpartner 3: Veiligheidsregio Brabant-Noord

Samenvatting reactie

Op 19 december 2025 hebben wij een reactie ontvangen van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De veiligheidsregio heeft het plan als volgt beoordeeld.

Beoordeling

Het herinrichten en opwaarderen van de verschillende wegen, het aanleggen van een nieuwe verbinding tussen de Kanaalstraat en de Achterschaykstraat en de aanleg van losliggende fietspaden leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid en verminderd de kans op ongevallen.

Het is in de nieuwe situatie niet meer mogelijk om vanaf de Achterschaykstraat de Maaskade te bereiken. Dit leidt voor de panden op de hoek Neerveldstraat-Achterschaykstraat tot een zeer beperkte toename van de opkomsttijd, omdat een andere route moet worden gereden.

Dit heeft geen consequenties t.a.v. de incidentbestrijding.

Conclusie/advies

Het opwaarderen van de verschillende wegen tot een noordelijke ontsluitingsroute heeft geen negatieve invloed op de mogelijkheden voor de incidentbestrijding rondom de betrokken wegen. Om deze reden zien wij geen aanleiding voor het geven van een advies.

Heeft de reactie gevolgen voor het ontwerp?

Nee

5 Verslag informatiebijeenkomst Noordelijke Ontsluitingsweg d.d. 23 september 2025

Datum en tijd: dinsdag 23 september 2025, 19.00 - 21.00 

Locatie: Hocheyclub MHC Oss, Macharenseweg 14 Oss

Inleiding

Op dinsdagavond 23 september 2025 organiseerde de gemeente Oss in het kader van de omgevingsdialoog een informatiebijeenkomst voor direct omwonenden van de toekomstige Noordelijke Ontsluitingsweg. De bijeenkomst vond plaats in de kantine van Hockeyclub MHC in Oss, een goed bereikbare locatie voor omwonenden. De avond werd geleid door externe voorzitter en bestond uit een plenair deel en een interactief deel. 

Namens de gemeente sloten er diverse mensen aan, zoals de wethouder mobiliteit, projectleiders, planologen en juristen. Ook Movares, een bureau dat diverse onderzoeken uitvoert en het omgevingsplan maakt, sloot aan.

Opzet van de avond

Het plenaire deel begon met een presentatie over het project. Daarna werkte de avond interactief: de aanwezigen werden in twee groepen verdeeld. De ene groep nam deel aan een vraaggesprek met de wethouder mobiliteit en de programmamanager mobiliteit, begeleid door de externe voorzitter. De andere groep kon vragen stellen aan medewerkers van de gemeente Oss aan verschillende thematafels, ingedeeld naar onderwerp: ontwerp, onderzoeken, omgevingsmanagement, proces en planning. Na ongeveer een halfuur wisselden de groepen van plek. 

Voor inwoners die na de avond op de hoogte willen blijven of aanvullende vragen, zorgen of opmerkingen willen doorgeven, lagen formulieren klaar. De binnengekomen vragen en antwoorden worden gepubliceerd op de gemeentelijke website.

Plenaire programma

1. Welkomstwoord en inleiding door de wethouder mobiliteit

2. Toelichting ontwerp door de technisch projectleider van de gemeente Oss

3. Toelichting omgevingsplan en planning door de programmamanager mobiliteit van de gemeente en de adviseur van Movares

Onderdelen uit de presentatie

  • Aanleiding en doel: De wethouder lichtte toe dat de groei van Oss, en met name de noordkant waar veel woningen zijn toegevoegd, vraagt om investering in infrastructuur om de doorstroming te verbeteren. De Noordelijke Ontsluitingsweg is benoemd als belangrijk onderdeel van die aanpak.

  • Ontwerp: Het tracé beslaat circa 3,5 kilometer van Frankenbeemdweg tot en met Kanaalstraat. De weg wordt verbreed, krijgt vrijliggende fietspaden en de snelheidslimiet wordt 50 km/u in plaats van 60 km/u. 

    De Kanaalstraat en Spitsbergerweg worden via de Achterschaykstraat aan elkaar verbonden. De knotwilgen aan de Noordelijke Ontsluitingsweg blijven zoveel mogelijk behouden, ook blijft de vijver achter het Harnas behouden. Ter hoogte van Achterschaykstraat wordt de Maaskade afgesloten voor auto’s om de fietsveiligheid te vergroten. Bij de Spitsbergerweg blijft het bestaande tracé grotendeels gehandhaafd; de weg wordt daar circa 1 meter breder. De Frankenbeemdweg wordt ter hoogte van Harnas wat verder naar het noorden gelegd zodat de waterpartij en knotwilgen behouden kunnen blijven. De kruisingen worden aangepast zodat een veilige situatie ontstaat. Er is een nieuwe rotonde beoogd bij de J.F. Kennedybaan en een veilige fietsoversteek naar de N625. Het paaltje bij de Oijenseweg wordt verwijderd zodat inwoners van de noordelijke wijken de Noordelijke Ontsluitingsweg ook kunnen bereiken.

  • Omgevingsplan en procedures: Een deel van het tracé is in strijd met de geldende bestemmingen, waardoor een wijziging van het omgevingsplan vereist is. Hiervoor worden onderzoeken uitgevoerd, zoals flora- en faunaonderzoek en geluidsonderzoek. De resultaten van de onderzoeken worden verwerkt in het ontwerp wijziging omgevingsplan. Als het ontwerp wijziging omgevingsplan klaar is neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit over het ontwerp. Daarna volgt een periode van zes weken waarin het ontwerp wijziging omgevingsplan ter inzage ligt. Binnen deze termijn kan iedereen reageren (zienswijze). De gemeenteraad stelt uiteindelijk de wijziging omgevingsplan vast.

Reacties van omwonenden

Veel aanwezigen begrijpen de noodzaak van de nieuwe ontsluitingsweg en een aantal is positief over de plannen.

  • De grootste zorg betreft vrachtverkeer; bewoners van de Horzak Noord en de Achterschaykstraat vrezen een toename van verkeersintensiteit vanuit het bedrijventerrein naar de nieuwe weg. De wethouder gaf aan dat dit onderwerp wordt besproken in het overleg met ondernemers in de Kanaalstraat en omgeving.

  • Andere terugkerende aandachtspunten waren het verdwijnen van het paaltje aan de Oijenseweg, het kappen van bomen in de Achterschaykstraat, geluidsoverlast en de oversteekbaarheid van de nieuwe weg voor voetgangers.

Conclusies en vervolg

De informatiebijeenkomst leverde veel constructieve vragen en aandachtspunten op. De gemeente neemt alle opmerkingen mee in de verdere uitwerking van het plan. De volgende stappen zijn het beoordelen van binnengekomen voorstellen en opmerkingen door het projectteam, het uitvoeren van noodzakelijke onderzoeken en het opstellen van het aangepaste plan. Na vaststelling door het college van burgemeester en wethouders volgt de terinzagelegging van het ontwerp van de wijziging omgevingsplan en besluitvorming door de gemeenteraad. Voor actuele informatie en documenten over de Noordelijke Ontsluitingsweg kunt u terecht op de gemeentelijke website. Aanwezigen die hun e-mailadres hebben achtergelaten worden actief geïnformeerd.

Contact en verdere informatie

Voor wie actief op de hoogte wil blijven: stuur een e-mail naar noordelijkeontsluitingsweg@oss.nl.

6 Verslag informatiebijeenkomst Noordelijke Ontsluitingsweg ondernemers Kanaalstraat d.d. 25 september 2025

Datum en tijd: donderdag 25 september 20225, 15.45 - 17.00 

Locatie: De Rusheuvel, Rusheuvelstraat 5 Oss

Bij de informatie bijeenkomst waren diverse ondernemers uit de Kanaalstraat e.o. aanwezig. Vanuit de gemeente was de wethouder mobiliteit aanwezig, een tweetal projectleiders en een verkeerskundige.

Aanleiding

De wethouder opende de bijeenkomst met een toelichting op de aanleiding en noodzaak van de Noordelijke Ontsluitingsweg. De huidige woningbouwontwikkelingen in Oss vragen om aanvullende investeringen in de mobiliteit van de stad. De infrastructuur is de afgelopen jaren achtergebleven bij de groei van het aantal woningen, waardoor een inhaalslag noodzakelijk is. Ook het spoor speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Recent is de Koersnota mobiliteit en het uitvoeringsprogramma mobiliteit Oss vastgesteld. Deze plannen vormen het uitgangspunt voor toekomstige investeringen in de bereikbaarheid van de stad. Belangrijke verkeersaders zoals de Heihoeksingel, John F. Kennedybaan/Dr. Saal van Zwanenbergsingel (zuidzijde) en de Noordelijke Ontsluitingsweg (noordzijde) zijn essentieel voor een goede doorstroming van het verkeer. In het noordelijk deel van Oss zijn in het verleden veel woningen gerealiseerd, terwijl de infrastructuur daarbij onvoldoende is meegegroeid. 

Voor de realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg is een wijziging van de bestemming nodig voor een deel van het tracé. De aanpassingen worden doorgevoerd via een wijziging van het omgevingsplan. Het streven is de procedure hiervoor nog dit jaar te starten.

Toelichting op het ontwerp

De technisch projectleider gaf een toelichting op het ontwerp van de Noordelijke Ontsluitingsweg. De Noordelijke Ontsluitingsweg loopt over bestaande wegen; van Kanaalstraat t/m Frankenbeemdweg. Deze wegen worden op diverse punten verbreed, terwijl de Kanaalstraat grotendeels in de huidige vorm behouden blijft. De Kanaalstraat wordt via de Achterschaykstraat verbonden met de Spitsbergerweg. Ter hoogte van de splitsing wordt de Maaskade afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Voor panden die wel ontsluiting nodig hebben, wordt uiteraard een passende oplossing geboden.

Benadrukt werd dat het aantal ontsluitingen op een ontsluitingsweg beperkt moet blijven, om verkeersopstoppingen te voorkomen. Zo zou de Vechtstraat mogelijk kunnen vervallen. De enorme afmeting van huidige inritten zal in de toekomst niet meer toegestaan worden omdat dit gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg heeft.

Vragen en opmerkingen vanuit ondernemers

Een bedrijf uitte zorgen over de afsluiting van zowel de Maaskade als de Vechtstraat, wat gevolgen heeft voor het interne verkeer tussen hun bedrijfslocaties. Zij gaven aan de afsluiting van de Maaskade acceptabel te vinden, mits de Vechtstraat toegankelijk blijft. Tegelijkertijd ervaren bewoners van de Vechtstraat overlast door het bedrijfsverkeer van dit bedrijf. De gemeente neemt dit punt mee in de verdere afweging en verzocht het bedrijf om inzicht te geven in het aantal verkeersbewegingen, zodat de gemeente een beter beeld kan vormen. 

Tijdens de informatieavond van 23 september uitten verschillende inwoners de vrees dat vrachtverkeer van het bedrijventerrein gebruik maakt van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Van de zijde van ondernemers werd gezegd dat het niet logisch is om die kant op de rijden. De vrachtwagens gaan via de N329. Ook het fietsverkeer kwam ter sprake. In het nieuwe ontwerp ligt het fietspad ten zuiden van de Kanaalstraat, waardoor fietsers moeten oversteken om de noordzijde te bereiken. Een zorg hierbij is de bereikbaarheid voor fietsers van de noordkant. 

Er zijn plannen voor een fietspad bij de Maaskade. Dit is geen onderdeel van de huidige procedure en een zelfstandige ontwikkeling. Hoewel het vrijliggende fietspad als positief wordt ervaren, bestaan er zorgen over de veiligheid. De wethouder gaf aan dat er goede verlichting zal worden aangebracht. 

Ten slotte werd gesproken over de aansluiting tussen de Kanaalstraat en de N329. Een eventuele aanpassing is een aanzienlijke investering en daarnaast is er een spoorlijn aanwezig. Verkeersmodellen tonen bovendien geen knelpunten op dit traject. De ondernemers geven aan dat de afslag vanaf de N329 naar de Kanaalstraat in de ochtend wel een probleem is. De Havenvisie, die nog in ontwikkeling is, kan hier mogelijk ook invloed op hebben. Daarnaast speelt de aanwezigheid van een elektriciteitshuisje van Enexis een rol; als deze verplaatst wordt, ontstaat mogelijk ruimte voor een aangepaste aansluiting. Ondernemers suggereerden dat een aanpassing van de verkeerslichten al een deel van het probleem zou kunnen oplossen.

Procedure en planning

De tijdens de bijeenkomst geuite opmerkingen worden meegenomen in het verdere proces. Er wordt gewerkt aan een definitief ontwerp en een wijziging van het omgevingsplan. 

Deze wijziging wordt naar verwachting eind 2025 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Vervolgens wordt het ontwerp zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze termijn kan iedereen zienswijzen indienen. De verwachting is dat de wijziging van het omgevingsplan in het tweede of derde kwartaal van 2026 voor vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Daarna volgt de beroepstermijn.

Afsluiting

De bijeenkomst werd rond 17.00 uur afgesloten door de wethouder. Hij bedankte alle aanwezigen voor hun betrokkenheid en gaf aan het contact met ondernemers voort te zetten gedurende de verdere ontwikkeling van de Noordelijke Ontsluitingsweg.

7 Reacties in het kader van de omgevingsdialoog

Tijdens de informatiebijeenkomsten van 23 en 25 september 2025 zijn aandachtspunten meegekregen van de aanwezigen. Hieronder wordt in thema's samengevat weergegeven welke aandachtspunten zijn ontvangen gevolgd door een reactie hoe hiermee rekening is gehouden in het verdere verloop van het plan. 

Vrachtverkeer

  • Er is bezorgdheid over vrachtverkeer, vooral richting John F. Kennedybaan en vanuit het bedrijventerrein Elzenburg - De Geer.

  • Bewoners verwijzen naar een afspraak uit 2021 waarin vrachtverkeer werd uitgesloten.

  • Er wordt gevraagd om herbevestiging of uitleg over wijziging van beleid over weren vrachtverkeer. 

  • Verzoek om een verbod op vrachtverkeer op de Noordelijke Ontsluitingsweg. 

Reactie: 

In de raad van juli 2021 is besloten om de Noordelijke Ontsluitingsweg te realiseren. In het raadsvoorstel staat dat er een risico is dat vrachtverkeer vanaf de bedrijventerreinen gebruik gaat maken van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Er is toen gezegd dat de gemeente overweegt om een vrachtwagenverbod in te stellen. 

Deze overweging heeft, mede door de vele opmerkingen tijdens de informatieavond in september 2025, plaatsgevonden. Het college van burgemeester en wethouders wordt voorgesteld om een verkeersbesluit te nemen. Met dit besluit willen we een inrijverbod voor vrachtverkeer van de Kanaalstraat naar de Achterschaykstraat instellen. Vrachtverkeer vanuit de Kanaalstraat kan dan geen gebruik maken van de Achterschaykstraat. Er is dan een verplichte rijrichting voor vrachtverkeer vanuit de Kanaalstraat rechtsaf en vanaf de Maaskader (noord) verplicht linksaf. 

Vrachtverkeer met een bestemming aan de Noordelijke Ontsluitingsweg en bijvoorbeeld de Oijenseweg moet echter wel mogelijk blijven. Aan deze wegen zijn bedrijven gelegen die bereikbaar moeten blijven voor vrachtverkeer. Hiervoor handhaven wij de bestaande situatie. 

Verkeersdruk en snelheid 

  • Vragen richten zich op verwachte verkeersintensiteit.

  • Verzoek om verkeersremmende maatregelen. 

  • Verzoek rekening te houden met ontsluiting van Amsteleind die voorlopig nog niet opengaat.

  • Handhaving op snelheid (met verwijzing naar bestaande problemen op Klein Ussen en Heihoeksingel). 



Reactie: 

De Noordelijke Ontsluitingsweg beoogt een snellere doorstroming van verkeer in Oss. Met name de inwoners van de noordelijke wijken gaan hiervan gebruik maken. Het centrum, en vooral de Singel 1940-1945, wordt hiermee ontlast. Dit betekent dat er meer verkeer op de Noordelijke Ontsluitingsweg komt als nu in de huidige situatie het geval is. Volgens de verkeersmodellen gaat het grofweg (beide richtingen samen) over zo’n 7.000 voertuigen per etmaat. Per wegvak is dit aantal verschillend. De intensiteit is op de Kanaalstraat hoger en loopt richting de John F. Kennedybaan af. 

De planning is dat de nieuwe parkway, nieuwe spoortunnel en de aangepaste Heihoeksingel voor de ontsluiting van Amsteleind voor 2030 gereed zijn. Amsteleind zal voorlopig nog niet bebouwd zijn en de woningbouw zal in fasen plaatsvinden met de eerste opleveringen in het jaar 2028. Met de Noordelijke Ontsluitingsweg kan zonder bezwaren in 2027 gestart worden en de Noordelijke Ontsluitingsweg is dus ook gereed voor dat de opleveringen in Amsteleind op gang komen. Los van de planning verwachten wij niet dat de bewoners van Amsteleind via de Noordelijke Ontsluitingsweg verplaatsen om Oss te verlaten. Zij zullen vooral via de Heihoeksingel naar de Ruwaardsingel/Julianasingel rijden of naar de snelweg. In de planvorming van de spoortunnel wordt ingezet op scenario's waarin de tunnel schuin komt te liggen zodat de Heihoeksingel tijdens de bouw van de tunnel open kan blijven. 

De maximale snelheid op de Noordelijke Ontsluitingsweg wordt teruggebracht van 60 km p/uur naar 50 km p/uur. Wij hebben extra verkeersremmende maatregelen in het ontwerp opgenomen, zoals de aanleg van een tweetal (50 km) plateau’s. Daarnaast zijn de gewijzigde kruisingen al verkeersremmend. Tot slot zijn in het ontwerp trottoirbanden aan beide zijden van de weg en waar mogelijk groene hagen opgenomen, zodat de weg optisch smaller lijkt. Het is natuurlijk wel zo dat het aan de automobilist is om zich aan de snelheid te houden, maar met de vormgeving van de weg wordt hier stevig op ingezet. 

Fietsers en voetgangers 

  • Zorgen over veiligheid.

  • Zorgen over oversteek/kruising Oijenseweg (richting kinderdagverblijf). Verwachting dat men gaat fietsen over de Spitsbergerweg.

  • Veilig fiets-/wandelpad over Maaskade. 

  • Uitblijven van beloofd fietspad bij Macharenseweg/Spitsbergerweg. 

  • Toegang tot fietspad vanaf Spitsbergerweg? 

  • Komt er een trottoir naast het fietspad? Wens om het tuincentrum met openbaar vervoer en te voet te kunnen bereiken.

  • Zorgen over situatie fietspad Hofvijver en achteruitrijdende auto's. 



Reactie: 

Door de aanleg van een fietspad langs de gehele Noordelijke Ontsluitingsweg wordt de veiligheid voor fietsers en voetgangers sterk verbeterd. Ook voetgangers kunnen gebruik maken van dit fietspad. In de huidige situatie fietsen en lopen mensen op de weg. 

Op enkele plekken passen we het fietspad zodanig aan dat fietsers vanaf het fietspad de aan de noordzijde gelegen woningen en bedrijven kunnen bereiken. 

Het fietspad bij de Spitsbergerweg wordt binnenkort al uitgevoerd. Dit fietspad is namelijk geen onderdeel van het omgevingsplan Noordelijke Ontsluitingsweg, maar behoort bij de woonwijk Oijense Zij. De bijbehorende brug is gereed. 

De kruising met de Oijenseweg wordt een oversteekpunt met verkeersgeleiders in de weg. Fietsers vanuit het westen of oosten worden van dit kruispunt geweerd door het fietspad op dit punt via de bestaande woonwijk te laten lopen. Voor fietsers vanaf het noorden en zuiden is een separate fietsverbinding gemaakt. 

Aan de westzijde van de Maaskade gaan we een fietspad realiseren. Dit is onderdeel van het door de gemeenteraad vastgestelde Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Het is dus geen onderdeel van de Noordelijke Ontsluitingsweg en zal op een later moment uitgevoerd worden. 

Wat betreft de zorgen over het fietspad bij de Hofvijver en achteruitrijdende auto’s. Het lijkt hier vooral te gaan om het gedrag van verkeersdeelnemers. Bestuurders en fietsers dienen rekening met elkaar te houden en zich te houden aan de geldende verkeersregels. Uiteraard is het belangrijk dat de inrichting van de openbare ruimte dit gedrag zo goed mogelijk faciliteert, maar uiteindelijk blijft het een gedeelde verantwoordelijkheid van alle weggebruikers om de situatie veilig te houden. 

Verlichting 

  • Verzoek om dynamische verlichting. 

  • Behoud van donkere natuur in de avond. 

  • Wat voor soort verlichting Achterschaykstraat? Liever lampen op fiets aan. 

Reactie: 

Overal bij de Noordelijke Ontsluitingsweg gaan we verlichting plaatsen. Ook bij de Achterschaykstraat. Dit is wettelijk verplicht en ook gewenst vanuit sociale veiligheid. De keuze voor verlichting is nog niet gemaakt. Bij de keuze zal rekening gehouden worden met de omgeving. 

Oversteekplekken 

  • Oversteek voor bewoners van Thuis in Oss.

  • Toegang tot wandelroutes (Horzak, polder, Ossermeer).

  • Veiligheid voetgangers bij oversteekplaatsen naar wandelgebied. 



Reactie: 

De oversteek bij Thuis in Oss is gemaakt, omdat hier veel mensen de Spitsbergerweg oversteken. Er komen op de Noordelijke Ontsluitingsweg nog meer verkeersremmende maatregelen in de vorm van plateau’s. Door deze plateau's bij een wandelpad te leggen wordt op die plek minder hard gereden waardoor het ook veiliger is om over te steken. Dat doen we bijvoorbeeld ook bij het wandelpad wat aan de noordkant van de Frankenbeemdweg ligt, waarover we gehoord hebben dat mensen daar graag gaan wandelen.

Geluid 

  • Bewoners maken zich zorgen over de toename van geluid door meer verkeersbewegingen.

  • Er wordt gevraagd of het geluidsniveau wettelijk aanvaardbaar is.

  • Gevraagd wordt hoe geluidhinder gemeten wordt. 

  • Wanneer het geluidsonderzoek beschikbaar komt en of bewoners het kunnen ontvangen.

  • Of er maatregelen komen zoals stil asfalt, geluidschermen of verkeersremmende voorzieningen. 

  • Verzoek om contact vooraf als er een geluidscherm nodig blijkt. 



Reactie: 

De geluidsbelasting op de gevels van de bestaande woningen is getoetst aan de nieuwe Omgevingswet (Omgevingsregeling, Besluit kwaliteit leefomgeving). Deze toets is gebaseerd op het ontwerp van de weg. 

De geluidsbelasting is bepaald op basis van het verkeersmodel gemeente Oss. Er zijn geen geluidmetingen uitgevoerd. De reden is dat geluidmetingen onderhevig zijn aan stoorlawaai van andere bronnen in de directe omgeving. 

Bij overschrijdingen van de standaardwaarde (>53 dB) moet de wegbeheerder (gemeente Oss) onderzoek doen naar geluidsmaatregelen. Als de huidige waarde al hoger is dan 53 dB dan geldt de huidige waarde. De geluidsmaatregelen bestaan uit bron-, overdracht- (bijvoorbeeld scherm) of gevelmaatregelen aan de woningen. De volgende zaken zijn relevant: 

  • de weg wordt aangelegd met stil asfalt. Hiermee wordt de geluidsbelasting verlaagd met ongeveer 0,5 dB tot ruim 4 dB.

  • er komen diverse verkeersremmende maatregelen in de Noordelijke Ontsluitingsweg.

  • een geluidscherm is stedenbouwkundig niet gewenst. Daarmee wordt ook het zicht op het buitengebied verder belemmerd.

  • voor een aantal woningen zijn mogelijk gevelwerende maatregelen nodig. 



Het geluidsonderzoek is gebaseerd op het ontwerp van de Noordelijke Ontsluitingsweg. Voor de woningen waar mogelijk geluidwerende maatregelen nodig zijn wordt separaat met de betreffende woningeigenaren gecommuniceerd. 

Het geluidsonderzoek is onderdeel van de wijziging van het omgevingsplan en zal in dat kader ook openbaar te raadplegen zijn. 

Fijnstof en Luchtkwaliteit 

  • Zorgen over uitstoot bij woningen (Hofvijver).

  • Algemene zorgen over fijnstof. 



Reactie: 

Voor de vaststelling zullen aanvullende berekeningen voor luchtkwaliteit gemaakt worden. Op basis van de achtergrondconcentratie en concentraties langs vergelijkbare wegen in de omgeving, is de verwachting dat er geen toetswaarden worden overschreden en er derhalve geen aanzienlijke milieueffecten zijn. 

Flora en Fauna 

  • Bewoners vragen aandacht voor behoud van bomen (Achterschaykstraat, knotwilgen).

  • Grote boom op hoek Oijenseweg/Frankenbeemdstraat. Wat gebeurt daar mee? 

  • Geen budget voor onderhoud van groen.

  • Waarom sloten dicht bij Achterschaykstraat? 

  • Wat doet gemeente voor/met dieren zoals ooievaars, eekhoorns en bever. 

  • Aandacht wordt gevraagd voor natuurwaarden Achterschaykstraat als waardevol startpunt van de weg. 

  • Waarom is de vijver/Harnas belangrijker dan natuur Achterschaykstraat? 



Reactie: 

Bomen en andere natuurwaarden worden zoveel als mogelijk gehandhaafd. Op enkele plekken is dit echter niet mogelijk. Bijvoorbeeld aan de Achterschaykstraat moet een rij eiken gekapt worden. Er is anders te weinig ruimte voor de weg en een fietspad. Er komen echter ook weer bomen voor terug in de directe omgeving, dit wordt dus gecompenseerd. 

De natuurwaarden bij Harnas zijn niet belangrijker dan bij de Achterschaykstraat. Bij de Achterschaykstraat gaan we extra bomen aanplanten wat de natuurwaarden ten goede komt. 

Langs de Achterschaykstraat liggen nu twee sloten en een zakslootje. De eerste twee blijven gehandhaafd gezien hun functie. 

De grote boom (knotwilg) op het hondenuitlaatterrein hoek Oijenseweg-Frankenbeemdweg proberen we te behouden. 

Het bestaande en aan te leggen groen zal zoals gebruikelijk onderhouden worden. 

Onderzoek naar flora en fauna is uitgevoerd. Eerst is er een quick scan uitgevoerd. Hieruit bleek dat het terrein geschikt is als mogelijke verblijfplaats voor een aantal diersoorten. Daarop is nader onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er nu drie diersoorten aanwezig zijn waarvoor een ontheffing verleend moet worden; een eekhoorn, een bunzing en poelkikkers. Hiervoor moeten dan ook compenserende maatregelen genomen worden. Een ontheffing gaan we gelijktijdig met vaststelling van de wijziging omgevingsplan of de aanlegvergunning aanvragen. Voor een aantal andere diersoorten is geadviseerd over het moment van uitvoeren en/of hoe de werkzaamheden uit te voeren.  

Oijenseweg 

  • Veel vragen over het paaltje op de Oijenseweg en de verkeerssituatie. 

  • Verzoek tot behoud of verwijdering van het paaltje (nu en in toekomst). 

  • Zorgen om verkeersdruk en snelheid op de Oijenseweg (tijdens aanleg Noordelijke Ontsluitingsweg en als deze is gerealiseerd). 

  • Verzoek om extra toegangswegen vanuit de wijken naar de Noordelijke Ontsluitingsweg.

  • Verwerking van deze zorgen in wijkmobiliteitsplannen en stel hiervoor budget beschikbaar.

  • Verzoek om serieuze behandeling van bewonerssignalen. 



Reactie: 

Het is belangrijk dat de Noordelijke Ontsluitingsweg nadat hij is aangelegd ook de functie kan vervullen van een gebiedsontsluitingsweg. Daarvoor is het van belang dat er een goede toegankelijkheid is om vanuit de noordelijke Osse wijken op de gebiedsontsluitingsweg te kunnen komen. Dat vraagt om verbindingen waarvan de verbinding Oijenseweg – Noordelijke Ontsluitingsweg ook een belangrijke is. Vandaar dat de gemeenteraad in 2021 besloot dat het paaltje bij de Oijenseweg wordt verwijderd. Het college moet hiervoor nog een verkeersbesluit nemen. Dit zal medio 2026 gebeuren.

Volgens eerdere onderzoeken voldoet de huidige inrichting van de Oijenseweg ook in de nieuwe situatie. Er zal wel meer verkeer komen. Het is echter een brede weg. We zullen na openstelling van de Noordelijke Ontsluitingsweg monitoren of er te hard wordt gereden, zoals we dat nu ook al meten. Net als bij alle Osse wijken wordt er een wijkmobiliteitsplan gemaakt voor de noordelijke wijken. In dat kader worden eventuele maatregelen bekeken. 

Alle bewonerssignalen worden serieus genomen en de bewoners van de noordelijke wijken worden uitgenodigd wanneer het wijkmobiliteitsplan wordt gemaakt.

De suggestie is gedaan om een extra toegangsweg tussen Harnas en Hofvijver. De verkeersstructuur is hier niet op ingericht. Aanpassing van de verkeersstructuur kost veel geld en levert nauwelijks winst op. Verkeer vanuit deze wijken kunnen de Noordelijke Ontsluitingsweg bereiken via de John F. Kennedybaan of Oijenseweg. Dit gaat daarnaast ten koste van de aanwezige natuurwaarden en komt uit op een vijverpartij van de Frankenbeemdweg. 

Neerveldstraat/Achterschaykstraat 

  • Onzekerheid over de ontsluiting van woningen.

  • Wordt de Neerveldstraat afgesloten? 

  • Waarom valt deze straat niet onder de ontsluitingsweg? 

  • Hoe wordt de noordzijde van de Achterschaykstraat ingericht? Nu is daar een groenstrook. 



Reactie: 

Het meest oostelijk deel van de Achterschaykstraat wordt aangepast, zodat er een meer vloeiende aansluiting komt op de Kanaalstraat. Dit deel van de Achterschaykstraat wordt een fietsverbinding. Wij zorgen ervoor dat alle bestaande woningen gewoon kunnen worden ontsloten. 

De woningen aan de Neerveldstraat en de meest oostelijke woningen aan de Achterschaykstraat ontsluiten in de nieuwe situatie op de Maaskade en de Prof. Regoutstraat. Dit is nu ook het geval. 

Er zijn nu geen plannen om de groenstrook ten noorden van de Achterschaykstraat aan te passen. 

Maaskade/Kanaalstraat 

  • Hoe wordt de voorrang geregeld bij nieuwe T-splitsing Maaskade/Kanaalstraat/ Achterschaykstraat? Is er voldoende ruimte om een vrachtauto de bocht te laten nemen? 

  • Wat betekent de afsluiting van de Maaskade voor hulpdiensten en vuilniswagens? 

  • Het probleem van het logistiek bedrijf is op te lossen door een doorgang te maken op zijn eigen terrein (daar waar brand is geweest). Hij zal daar toch een stuk open moeten laten als brandgang. 

  • De kruising Kanaalstraat/Havenstraat is ook erg druk. Er zouden wat voorsorteervakken gemaakt kunnen worden zodat het veiliger en overzichtelijker wordt. Wanneer je hier wat voorsorteer vakken in schildert dan wordt het een stuk overzichtelijker en ook veiliger. 



Reactie: 

De T-splitsing Maaskade en Kanaalstraat wordt een voorrangskruispunt. Verkeer vanaf de Maaskade verleent voorrang aan het verkeer op de Noordelijke Ontsluitingsweg. Wij zorgen ervoor dat vrachtwagens voldoende ruimte hebben om de bocht te nemen. Hulpdiensten en vuilnisauto’s kunnen al de woningen en bedrijven bereiken. Afhankelijk van de herkomst en bestemming moet men maximaal 600 meter omrijden. 

Vanaf de Kanaalstraat kan in de toekomst niet meer in zuidelijke richting de Maaskade opgereden worden. De Vechtstraat is wel bereikbaar vanaf de Kanaalstraat. 

De kruising Kanaalstraat/Havenstraat blijft een voorrangskruispunt. Uit de vooronderzoeken is niet gebleken dat hier problemen zijn. Voorsorteerstroken zijn niet wenselijk vanwege de komst van een tweerichtingenfietspad aan de zuidzijde van de Kanaalstraat en de kans op beperkt zicht op dit fietspad. 

Olympia 

  • Aansluiting op fietspad vanuit hoek Olympia 55/57.

  • Afsluiting bouwweg hoek Olympia 55/57 

  • Vervalt uitweg langs sportvelden? 

  • Toegang tot fietspad vanaf Olympia of moet je dan via de Sportlaan? 



Reactie: 

De aansluiting Olympia (oostzijde bij sportvelden) vervalt. Dit is nu een bouwweg en bij de ontwikkeling van de woonwijk Oijense Zij was al gepland dat het vervalt. Wij hebben bekeken of hier nog een fietspadaansluiting op het toekomstige fietspad naast de Spitsbergerweg te maken is. Dit is echter niet mogelijk gelet op de A-watergang die hier ligt. Fietsers moeten daarom het fietspad op bij de Sportlaan. 

Horzak 

  • Navigatie stuurt verkeer via Horzak.

  • Verwachting dat verkeer Horzak blijft gebruiken (omdat Oijenseweg niet begaanbaar is). 



Reactie: 

We hebben inderdaad eerder meldingen ontvangen over de navigatie. De gemeente heeft hier geen invloed op. Mogelijk wijzigt dit door de Noordelijke Ontsluitingsweg; ervan uit gaande dat de snelste route wordt weergegeven. 

Wij verwachten dat de Noordelijke Ontsluitingsweg ervoor zorgt dat het verkeer sneller de noordelijke wijken uit kan rijden. De Oijenseweg is zodanig ingericht dat deze de verwachte verkeersstroom kan verwerken. 

Frankenbeemdweg 

  • Zorgen over een onveilige situatie bij het uitkomen van de uitrit Frankenbeemdweg 40. Fietspad over sloot getekend tegen de erfgrens. 



Reactie: 

Helaas moet een aantal knotwilgen verdwijnen in de nabijheid van deze woning. Voordeel daarvan is echter wel dat het zicht verbetert voor degene die de weg op wil rijden. 

Het fietspad is op gemeentegrond ingetekend. We gaan nog aan de slag met een verdere uitwerking van het ontwerp. Dan wordt ook duidelijk of het fietspad tegen de erfgrens ligt. 

Wegen in de omgeving 

  • Zorgen over verkeer dat bij John F. Kennedybaan oversteekt en via Mikkeldonkweg doorrijdt richting A59. 

  • Verzoek om aanpassingen aan Macharenseweg. 



Reactie: 

Uit verkeersmodellen is gebleken dat verkeer dat (via de Mikkeldonkweg) doorrijdt naar de A59 beperkt is. Dit is in 2021 al onderzocht voordat de raad een besluit nam over de Noordelijke Ontsluitingsweg. Dit was ook de reden dat de Mikkeldonkweg niet opgenomen is in de Noordelijke Ontsluitingsweg. 

Wij verwachten dat de Macharenseweg op termijn rustiger gaat worden. Of er daarna al dan niet aanpassingen aan de weg noodzakelijk zijn zal besproken moeten worden. Dit wordt dan overwogen bij het op te stellen wijkmobiliteitsplan. 

Huidige situatie 

  • Onderhoud Frankenbeemdweg tot realisatie. 

  • Verkeerssituatie bij Spitsbergerweg tijdens wedstrijden. 

  • Behoud van huidige inritten? 



Reactie: 

Op de Spitsbergerweg staan nu auto's tijdens wedstrijden van DESO in de berm geparkeerd. Dit zal ook aandacht gaan krijgen bij de nieuwe inrichting. 

De bestaande inritten handhaven we zodat de ontsluiting op de Frankenbeemdweg en Spitsbergerweg is gewaarborgd. 

Wij zorgen ervoor dat de Frankenbeemdweg blijft voldoen aan onze eisen voor een veilige en functionele infrastructuur. Tot aan de realisatie van de Noordelijke Ontsluitingsweg wordt de Frankenbeemdweg regulier onderhouden. Dit betreft met name het herstellen van verzakkingen en het aanpakken van eventuele veiligheidsrisico’s. Er is op korte termijn geen groot onderhoud gepland, maar meldingen worden uiteraard opgepakt via de gebruikelijke kanalen. 

Proces en Communicatie 

  • Verzoek om terugkoppeling van overleg met ondernemers. 

  • Vraag naar tekeningen en presentaties. 

  • Verzoek om nader overleg met buurtbewoners. 

  • Neerveldstraat heeft geen uitnodiging gehad. 



Reactie: 

Voor de informatieavond hebben wij de direct aanwonenden uitgenodigd omdat zij het meest direct betrokken zijn. Dit betrof al zo’n 400 uitnodigingen. Voor inwoners die iets verder weg wonen hebben wij een livestream georganiseerd. 

De gestelde vragen en opmerkingen zijn in dit document verwerkt. Voor zover mogelijk gaan we het ontwerp van de weg hierop aanpassen. Daarna zal het ontwerp van het omgevingsplan naar het college gaan en leggen wij deze ter inzage. 

Verder is informatie terug te vinden op de website: Noordelijke ontsluitingsweg in Oss - Gemeente Oss. Hier treft u het verslag van de informatieavonden, de presentatie, tekeningen en de link naar het ontwerp wijziging omgevingsplan.  

Diversen 

  • Verzameling van meetgegevens.

  • Ontlastingscentrumverkeer. 

  • Vraag over planschade en waardevermindering woningen.

  • Enkele complimenten over de informatieavond en het goed doordachte plan. 



Reactie: 

De gemeente maakt gebruik van verkeersmodellen zoals alle gemeenten dit doen. Hierin wordt een inschatting van het aantal verkeersbewegingen gemaakt gebaseerd op de bestaande en nieuwe situaties, denk bijvoorbeeld aan woningbouw en verkeer. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van Viastat cijfers. Dit is een softwareplatform voor verkeersveiligheid dat feitelijke gegevens visualiseert. 

Een ontlastingscentrumverkeer wordt niet opgericht. Voor vragen en opmerkingen kunt u bij de gemeente terecht. 

De gemeente houdt rekening met eventuele nadeelcompensatie (planschade). Dat geldt ook voor mogelijke waardevermindering van woningen/bedrijven. Dat doet de gemeente in elke ruimtelijke procedure.  

II Overzicht Documentenbijlagen

Bijlage 1 - Ontwerp Noordelijke Ontsluitingsweg

/join/id/pubdata/gm0828/2026/c0dadac2cea84bb391e2ec617041a62a/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 2 - Ontwerp Noordelijke Ontsluitingsweg t.o.v. vigerende bestemmingen

/join/id/pubdata/gm0828/2026/a99e537df1cd4a2aa03bc7857b5a8c79/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 3 - Verkeersonderzoek

/join/id/pubdata/gm0828/2026/62e5509330b049fb9eee77755d6a0d7d/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 4 - Weging van het Waterbelang

/join/id/pubdata/gm0828/2026/818eaabaf9784e6bb365bf8b02b50f68/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek

/join/id/pubdata/gm0828/2026/a81eca444f2a42ac8fb14890be8344ce/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 6 - Quickscan conditionerende onderzoeken

/join/id/pubdata/gm0828/2026/a15c57615081415a8ca06cac58d3a4f6/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 7 - Quickscan flora en fauna

/join/id/pubdata/gm0828/2026/26676a7d874c450d9c2fb29ab7be9511/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 8 - Stikstofonderzoek

/join/id/pubdata/gm0828/2026/e78d25a025df43e3a403bbfacb931567/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 9 - Nader soortgericht ecologisch onderzoek

/join/id/pubdata/gm0828/2026/4e3c39bd6d0d4578a38d4c6597ab4192/nld@2026‑01‑28;08520255

Bijlage 10 - Mer-aanmeldnotitie

/join/id/pubdata/gm0828/2026/95c74160feb141b6822819a14249ed7d/nld@2026‑01‑28;08520255

Naar boven