Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2026, 416284 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2026, 416284 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Archief Eemland
De colleges van burgemeester en wethouders (hierna: “de colleges”) van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Renswoude, Soest en Woudenberg;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Baarn hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Baarn”, indien en voor zover nodig opgeheven.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Eemnes hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Eemnes”, indien en voor zover nodig opgeheven.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Leusden hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Leusden”, indien en voor zover nodig opgeheven.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Renswoude hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Renswoude”, indien en voor zover nodig opgeheven.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Soest hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Soest”, indien en voor zover nodig opgeheven.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort en Woudenberg hebben de “gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van het archief van de gemeente Woudenberg”, indien en voor zover nodig opgeheven.
Het is wenselijk dat de colleges van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Renswoude, Soest en Woudenberg gelijktijdig een (nieuwe) gemeenschappelijke regeling aangaan, waarbij het uitgangspunt is dat ook het college van de gemeente Bunschoten in de toekomst zal deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling, om op een zo efficiënt mogelijke manier gezamenlijk de taken die hen zijn opgedragen krachtens de Archiefwet 1995, in het bijzonder de artikelen 32 lid 1 en 2, uit te voeren;
overwegende dat er een samenwerking wordt aangegaan op het gebied van archieftaken in de vorm van een dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Amersfoort enerzijds en de gemeente Bunschoten evenals de gemeenschappelijke regelingen de Afval Verwijdering Utrecht, de BEL Combinatie, Eemkracht, het Reinigingsbedrijf Midden Nederland, Het Waterschapshuis en de coöperatie ParkeerService U.A. anderzijds;
“Gemeenschappelijke regeling Archief Eemland” opgericht op grond van artikel 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: “de Wgr”).
Gelet op de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 2014, 306 en Stb. 2022, 18), de Gemeentewet, de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, alsmede de Archiefwet 1995;
gehoord de raden van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Renswoude, Soest en Woudenberg in de zin van artikel 1, derde lid van de Wgr;
gezien het besluit van de raden van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Renswoude, Soest en Woudenberg waarin toestemming is verleend voor opheffen en vervolgens gelijktijdig oprichten van de gemeenschappelijke regeling in de zin van artikel 1, vierde lid van de Wgr;
op te richten de gemeenschappelijke regeling “Archief Eemland”.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomsten gesloten door de gemeente Amersfoort met de gemeente Bunschoten, de gemeenschappelijke regelingen de Afval Verwijdering Utrecht, Uitvoeringsorganisatie BBS, de BEL Combinatie, het Reinigingsbedrijf Midden Nederland, Het Waterschapshuis en de coöperatie ParkeerService U.A.;
financieel statuut: het document houdende financiële regels als bedoeld in artikel 10, waarvan de eerste versie gelijktijdig met de gemeenschappelijke regeling “Archief Eemland” door de deelnemers bij gekwalificeerde meerderheid is vastgesteld dan wel een overeenkomstig de regeling vastgestelde wijziging daarvan;
Producten en Diensten Catalogus: de catalogus als bedoeld in artikel 4, derde lid waarvan de eerste versie gelijktijdig met de gemeenschappelijke regeling “Archief Eemland” door de deelnemers bij gekwalificeerde meerderheid is vastgesteld, dan wel een overeenkomstig de regeling vastgestelde wijziging daarvan;
Artikel 8 Bekostiging dienstverlening en budgettering
Het college van de centrumgemeente stelt jaarlijks in de eerste helft van april voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt, een budget vast met de verwachte integrale kosten die voor haar voortvloeien uit de taakuitvoering op grond van deze regeling ten behoeve van de deelnemers en de partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten.
Het conceptbudget wordt tien weken voor vaststelling als bedoeld in het tweede lid toegezonden aan het ambtelijk overleg. Het ambtelijk overleg wordt gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het voorgestelde budget en kan eventuele zienswijzen op het concept budget bij het college van de centrumgemeente kenbaar te maken.
Het definitieve budget wordt vergezeld met een reactie op de eventuele zienswijzen van het ambtelijk overleg als bedoeld in het derde lid en de eventuele zienswijzen van partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten. Daarbij wordt aangegeven of de eventuele zienswijzen hebben geleid tot een wijziging in het vastgestelde budget en wat deze wijziging inhoudt.
Indien gedurende een boekjaar blijkt dat de werkelijke kosten de begrote kosten lijken te gaan overstijgen, en dit gevolgen heeft voor de kosten die een deelnemer dient te vergoeden, stelt de centrumgemeente, in de persoon van de archivaris Archief Eemland, de betreffende deelnemer(s) daarvan zo spoedig in kennis. Tevens wordt het ambtelijk overleg hiervan in kennis gesteld.
Artikel 10 Verdeelsleutel en berekeningswijze
De kosten voor de uitvoering van taken worden onder de deelnemers verdeeld conform de verdeelsleutel en berekeningswijze zoals opgenomen in het financieel statuut. De kosten als bedoeld in de eerste volzin worden over de partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten verdeeld op basis van de voor hen geldende bekostigingsafspraken.
Artikel 11 Inhoud en proces van het overleg
De archivaris Archief Eemland agendeert het ambtelijk overleg ten minste twee maal per jaar, en zo veel vaker als daartoe een verzoek wordt gedaan door ten minste één van de vertegenwoordigers. Tijdens dit overleg wordt in ieder geval gesproken over de uitvoering van deze regeling, ten aanzien van:
De communicatie over de uitvoering van deze regeling vindt plaats in het ambtelijk overleg. Slechts indien sprake is van een uitvoeringskwestie die slechts één deelnemer en de centrumgemeente betreffen kan direct individueel contact tussen de centrumgemeente en de betreffende deelnemer plaatsvinden.
Hoofdstuk 6 Informatievoorziening en archief
Artikel 12 Informatievoorziening
De deelnemers ontvangen schriftelijk de door een of meer deelnemers gevraagde inlichtingen die zij nodig hebben voor het uitvoeren van hun taken, waaronder in ieder geval begrepen de inlichtingen die zij ontvangen in het kader van de uitvoerende dienstverleningsovereenkomst, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
De deelnemers zijn gevraagd en ongevraagd zorgvuldig in het verstrekken van informatie die nodig is om de taken als bedoeld in artikel 4 conform de Archiefwet 1995 doelmatig en efficiënt uit te kunnen voeren, waaronder in ieder geval begrepen de inlichtingen die Archief Eemland ontvangt in het kader van de uitvoerende dienstverleningsovereenkomst.
Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen de vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 11, eerste lid van de deelnemers waarop het geschil betrekking heeft. De vertegenwoordiger van de centrumgemeente neemt in ieder geval deel aan het overleg.
Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen de deelnemers waarop het geschil betrekking heeft elk een onafhankelijke deskundige. Deze deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De betreffende deelnemers treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. De betreffende deelnemers zetten in hun opdracht aan de adviescommissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt.
Na ontvangst van het advies, bedoeld in het vierde lid, treden de vertegenwoordigers, bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om tot een oplossing van het geschil te komen met in achtneming van het advies van de adviescommissie. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan iedere betrokken deelnemer het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de Wet, voorleggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht.
Hoofdstuk 8 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Artikel 15 Wijziging van de regeling
Deze regeling wordt niet gewijzigd dan nadat de raden van de deelnemers een ontwerp van de voorgenomen wijziging hebben ontvangen en zij in de gelegenheid zijn gesteld om gedurende acht weken hun zienswijze kenbaar te maken. De wijziging geschiedt niet dan nadat de raden van de deelnemers daartoe toestemming hebben gegeven, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet.
Het college van de centrumgemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst door aan de deelnemers tezamen met zijn advies omtrent en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. De deelnemers kunnen hun wensen of bedenkingen omtrent de toetreding bekendmaken aan het college van de centrumgemeente.
Toetreding geschiedt indien de centrumgemeente én de gewone meerderheid van de overige deelnemers, met uitzondering van de deelnemer(s) die op het moment van besluitvorming omtrent de wijziging of opheffing een besluit tot uittreding als bedoeld in artikel 17 heeft/hebben genomen, tot die toetreding, al dan niet onder voorwaarden, daartoe besluiten.
Uittreding van de deelname aan de regeling van een deelnemer geschiedt met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin die deelnemer dit schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente, of zoveel eerder als alle deelnemers daarmee instemmen. Een mededeling tot uittreding als in de vorige volzin bedoeld dient plaats te vinden voor 1 juli van het betreffende kalenderjaar. Indien een mededeling tot uittreding in een kalenderjaar geschiedt na 1 juli, wordt deze mededeling - in het licht van de volgens de eerste volzin in acht te nemen opzegtermijn - geacht te zijn gedaan voor 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar. Het college van de centrumgemeente zendt per omgaande een afschrift van de mededeling aan de andere deelnemers en de partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het college van de centrumgemeente, aan de hand van een door het ambtelijk overleg voorgesteld uittredingsplan, een uittredingsplan en voorlopige uittreedsom vast. De voorlopige uittreedsom wordt gebaseerd op de afrekening van het meest recent verstreken budgetteringsjaar.
De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van de redelijke en billijke frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de regeling die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van de deelnemer. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de regeling die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het college van de centrumgemeente brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. Feiten en omstandigheden die zich voordoen na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemer of het college van de centrumgemeente kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien de wederpartij andere inlichtingen zou hebben verstrekt waarvan redelijkerwijs kon worden aangenomen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
Het college van de centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. De uittredende deelnemer houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij overleg en in besluitvorming in het ambtelijk overleg rekening met de belangen van het Archief Eemland, zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding.
Gelijktijdig met het opstellen van het uittredingsplan stelt het college van de centrumgemeente, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de regeling en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met het concept uittredingsplan aan de raden en deelnemers toegezonden voor zienswijze en besluitvorming.
Deze regeling wordt slechts opgeheven bij unaniem besluit van de deelnemers. Alvorens tot opheffing of wijziging kan worden besloten, dienen de raden van de deelnemers en partijen bij de dienstverleningsovereenkomsten een ontwerp van de voorgenomen opheffing daaronder begrepen het concept opheffingsplan te ontvangen. De raden en partijen kunnen binnen acht weken eventuele zienswijzen kenbaar maken.
Hoofdstuk 9 Slot- en overgangsbepalingen
De regeling wordt ten minste eens per vier jaar geëvalueerd en zoveel vaker als op verzoek van ten minste twee derde van het aantal deelnemers. De deelnemers bepalen daarbij in onderling overleg de onderwerpen, de werkwijze en planning van de evaluatie. Daarbij kan besloten worden een onafhankelijke externe de evaluatie te laten uitvoeren.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort in de vergadering van 25-11-2025
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Baarn in de vergadering van 17-12-2025
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Eemnes in de vergadering van 31-03-2026
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Leusden in de vergadering van 11-12-2025
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Renswoude in de vergadering van 23-09-2025
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Soest in de vergadering van 13-01-2026
Aldus vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders van Woudenberg in de vergadering van 17-03-2026
Aldus vastgesteld door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling Archief Eemland, op 01-08-2026
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-416284.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.