Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ten behoeve van woningbouw- en onderwijsprojecten Breda

Burgemeester en wethouders van Breda

 

gelet op het bepaalde in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026

 

overwegende dat:

  • -

    de gemeente bij de werkwijze 'Eerder aanvragen in het planproces' prioriteit en transportcapaciteit aanvraagt bij de netbeheerder;

  • -

    de gemeente als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur, ook bij privaatrechtelijk handelen; en

  • -

    het noodzakelijk is transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria vast te stellen voor de prioritering en aanvraag voor transportcapaciteit voor woningbouw,

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ten behoeve van woningbouw- en onderwijsprojecten Breda

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    betaalbare woning: een woning als bedoeld in artikel 5:161c, eerste lid, onder a, of c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving dan wel een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling; of een koopwoning met:

    • a.

      een koopprijs van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Huisvestingswet 2014; en

    • b.

      een in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een verordening als bedoeld in artikel 8.2.15a van het Invoeringsbesluit Omgevingswet gestelde of anderszins verzekerde instandhoudingstermijn van ten minste een jaar.

  • -

    BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, inhoudende:

    • a.

      een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

    • b.

      een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

  • -

    civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;

  • -

    congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    initiatiefnemer: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert

  • -

    kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten: het geheel aan niet-woonfunctie binnen een woningbouwproject die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de wijk en de realisatie van het woningbouwproject. De kleinschalige voorzieningen zijn ondergeschikt ten opzichte van de functie wonen en bevinden zich fysiek of functioneel in hetzelfde project als de te bouwen woning. Binnen een woningbouwproject kan per woning maximaal 1,3 kilowatt aan KOVA-vermogen worden opgenomen om als ondergeschikt te worden aangemerkt.

  • -

    netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • -

    project: realisatie in de gemeente Breda van de basisbehoeften ‘onderwijs’ en ‘woonbehoefte’ als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    projectlocatie: locatie binnen de gemeente Breda waar het project zal worden ontwikkeld;

  • -

    initiatiefnemer: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • -

    prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek, waaronder de in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 voorgeschreven bewijsmiddelen;

  • -

    transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • -

    transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • -

    volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van initiatiefnemers als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2.

    Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • b.

    het bijdragen aan de realisatie van woon- en onderwijsbehoefte in congestiegebieden, ter uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid en de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte en onderwijs in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • c.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst;

  • d.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van initiatiefnemers; en

  • e.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van initiatiefnemers.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

  • 3.

    De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van alle projecten op de volgordelijst.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 8 september

  • 3.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

  • 4.

    Een verzoek tot opname op de volgordelijst heeft betrekking op één project of projectfase met een zelfstandige planning en een concreet bepaalbaar moment van start bouw en oplevering.

  • 5.

    Indien binnen een project meerdere woningen of voorzieningen worden gerealiseerd met verschillende beoogde bouwjaren, startmomenten of oplevermomenten, worden deze per bouwjaar, startmoment of opleverfase als afzonderlijk project of afzonderlijke projectfase aangemerkt. Voor iedere afzonderlijke projectfase dient een afzonderlijk verzoek te worden ingediend.

  • 6.

    Indien dit noodzakelijk is voor een zorgvuldige toepassing van de rangordebepaling als bedoeld in artikel 8, kan de gemeente een verzoek dat betrekking heeft op meerdere projectfasen splitsen dan wel de initiatiefnemer verzoeken de aanvraag te splitsen en opnieuw in afzonderlijke verzoeken in te dienen.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek initiatiefnemer

  • 1.

    De initiatiefnemer zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst, waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

  • 2.

    De gemeente stuurt een ontvangstbevestiging van het verzoek.

  • 3.

    Een initiatiefnemer waarvan een verzoek onvolledig is, wordt eenmalig in gelegenheid gesteld om het dossier aan te vullen. Deze aanvulling dient uiterlijk 10 september. De gemeente stelt de initiatiefnemer hiervan schriftelijk in kennis.

  • 4.

    Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 7. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van onderwijsbehoefte of woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • b.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • g.

    als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten: een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

  • h.

    als sprake is van collectieve voorzieningen: een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 8. Rangordebepaling volgordelijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast.

 

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van het jaar van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet het jaar van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

 

Stap 2: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van het projectdossier in een onderrangorde van één tot en met vier

 

Rangorde

Beschikbare documenten

1

Voor het project of de projectfase is een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend, waarmee de functies onderwijs en/of woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode Elektriciteit 2026 mogelijk worden gemaakt.

2

Voor het project of de projectfase is een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend, waarmee de functies onderwijs en/of woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 bij de Systeemcode Elektriciteit 2026 mogelijk worden gemaakt, maar deze vergunning is nog niet onherroepelijk.

3

Voor het project of de projectfase is een omgevingsplan vastgesteld of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verleend, waaruit blijkt dat op de betreffende locatie woningbouw of onderwijshuisvesting is voorzien.

4

Voor het project of de projectfase is een civielrechtelijke overeenkomst of een ander objectief bewijsstuk beschikbaar, waaruit aannemelijk blijkt dat het project zal starten op of omstreeks de door de initiatiefnemer opgegeven datum van start bouw. Onder objectieve bewijsstukken worden in ieder geval verstaan:

  • a.

    een overeenkomst tussen de gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw en/of integrale gebiedsontwikkeling;

  • b.

    prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties;

  • c.

    een college- of raadsbesluit waarbij de gemeente optreedt als initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling.

 

Stap 3: prioritering van onderwijs vanuit de gemeentelijke zorgplicht

Binnen de op basis van de in stap 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijke doel waaraan het project primair een invulling geeft (onderwijs, woningbouw met inbegrip van onderwijs, of woningbouw), waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de primaire functie van het project onderwijs betreft. Daarna volgen de woningbouwprojecten waar onderwijs een onderdeel van uitmaakt en daarna de woningbouwprojecten.

 

Stap 4: maatschappelijk belang

Binnen de op basis van de stappen 1, 2 en 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt naar gelang het aantal van onderstaande eisen waaraan een project voldoet:

  • a.

    Het project levert een bijdrage aan grootschalige woningbouwlocaties waarbij er sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren.

  • b.

    Het aandeel betaalbare woningen binnen het totaal in het project te realiseren aantal woningen bedraagt 70% of meer; en/of

  • c.

    Het project voorziet in de huisvesting voor urgente groepen, als genoemd in de Wet versterking regie volkshuisvesting.

Stap 5: datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1,2, 3 en 4 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt. Projecten of projectfasen met verschillende opleverjaren worden afzonderlijk gerangschikt op basis van de voor die fase geldende verwachte opleverdatum.

 

Stap 6: omvang van het project.

Binnen de op basis van de stappen 1, 2, 3, 4 en 5 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de omvang van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt op basis van het aantal woningen dat men voorziet te realiseren met dit project.

Artikel 9. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 8 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

  • 3.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 10. Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 6 en eventuele loting te vermelden.

  • 2.

    Op verzoek van de initiatiefnemer verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 11. Bekendmaking volgordelijst

  • 1.

    De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project in ieder geval vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen dan wel, indien sprake is van onderwijshuisvesting, de aard van de onderwijsvoorziening, de positie op de lijst en een korte onderbouwing van deze positie.

Artikel 12. Rechtsbescherming

  • 1.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan dit binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst bij de gemeente kenbaar maken.

  • 2.

    Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de initiatiefnemer uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.

Artikel 13. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de initiatiefnemer aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de initiatiefnemer het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3.

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de initiatiefnemer hiervan onverwijld in kennis.

  • 4.

    Wijzigen van de positie van een project op de volgordelijst op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 14. Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de reacietermijn, bedoeld in artikel 12 is verstreken, dan wel – als tijdig bezwaar is ingediend – nadat op het bezwaar is beslist.

  • 2.

    De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:

    • a.

      financiële afspraken met een initiatiefnemer, waarbij de initiatiefnemer zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of

    • b.

      de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 16. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit op het elektriciteitsnet voor woningbouw- en onderwijsprojecten Breda 2026

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Breda op 25 augustus 2026

, burgemeester

, gemeentesecretaris

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit op het elektriciteitsnet voor van woningbouw- en onderwijsprojecten Breda 2026

Algemeen

 

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Breda invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.

 

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan een beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

 

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

 

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte.

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

 

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

 

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

 

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

 

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouw- en onderwijsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

 

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woning- en onderwijsnieuwbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

 

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

 

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

 

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels voor het aanvragen van prioriteit voor transportcapaciteit. Breda heeft de modelregels aangepast aan de lokale situatie. De belangrijkste Bredase keuzes zijn:

  • de beleidsregels gelden voor zowel woningbouwprojecten als onderwijsprojecten;

  • projecten worden eerst gerangschikt op start bouw, zodat de beschikbare aanvraagpositie wordt gericht op projecten die eerder tot uitvoering komen;

  • grote projecten met verschillende bouwjaren, startmomenten of oplevermomenten moeten per fase afzonderlijk worden ingediend;

  • onderwijsprojecten krijgen binnen de gemeentelijke zorgplicht een afzonderlijke positie in de rangschikking;

  • Het maatschappelijk belang wordt mede beoordeeld aan de hand van bestuurlijke prioriteit, betaalbaarheid en huisvesting van urgente groepen;

  • de gemeente dient alleen verzoeken in als financiële dekking of voldoende zekerheid bestaat voor de verplichtingen richting de netbeheerder.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

 

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

 

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.

 

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van civielrechtelijke overeenkomst volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Het gaat om overeenkomsten waaruit voldoende concreet blijkt dat het project binnen een bepaalde termijn tot uitvoering komt, zoals een koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of een daarmee vergelijkbare overeenkomst, waaronder eventueel ook de overeenkomst met de Gemeente behorende bij de aanvraag voor transportcapaciteit door de gemeente.

 

Kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten

Deze definitie is opgenomen omdat binnen woningbouwprojecten ook beperkte niet-woonfuncties kunnen voorkomen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de wijk of voor de realisatie van het woningbouwproject. Dergelijke activiteiten kunnen alleen worden betrokken bij de aanvraag voor zover zij ondergeschikt zijn aan de woonfunctie en fysiek of functioneel onderdeel uitmaken van hetzelfde project.

 

Project

De definitie van project sluit aan bij tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en omvat in Breda zowel woonbehoefte als onderwijsbehoefte. Als een project meerdere fasen bevat met verschillende bouwjaren, startmomenten of oplevermomenten, wordt iedere fase voor de toepassing van deze beleidsregels afzonderlijk beoordeeld. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat de gevraagde transportcapaciteit moet aansluiten bij de fase waarvoor deze daadwerkelijk noodzakelijk is.

 

Volgordelijst

De volgordelijst is de door de gemeente vastgestelde rangordelijst op basis waarvan de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken indient bij de netbeheerder. De volgordelijst regelt uitsluitend de gemeentelijke indieningsvolgorde. Zij geeft geen recht op transportcapaciteit en bepaalt niet welke projecten door de netbeheerder uiteindelijk worden gehonoreerd.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

 

De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.

 

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.

 

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.

 

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria.

 

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.

 

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en niet-gemeentelijke projecten is een essentieel onderdeel van deze beleidsregels. Artikel 4 borgt dat projecten waarbij de gemeente zelf opdrachtgever of initiatiefnemer is, op basis van dezelfde regels worden beoordeeld als projecten van initiatiefnemers.

 

Een gemeentelijk project geniet dus geen voorrangspositie enkel omdat de gemeente daarbij betrokken is. Een hogere positie op de volgordelijst is alleen mogelijk indien de toepassing van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt. De gemeente motiveert de positie van alle projecten, waaronder gemeentelijke projecten, op transparante wijze.

 

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

 

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere initiatiefnemer onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.

 

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de initiatiefnemer. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet-levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

 

In artikel 5 is daarnaast bepaald dat een verzoek betrekking heeft op één project of projectfase met een zelfstandige planning en een concreet bepaalbaar moment van start bouw en oplevering. Indien binnen een project meerdere woningen of voorzieningen worden gerealiseerd met verschillende beoogde bouwjaren, startmomenten of oplevermomenten, moeten deze per bouwjaar, startmoment of opleverfase afzonderlijk worden ingediend. Hiermee wordt voorkomen dat latere fasen meeliften op de projectrijpheid of urgentie van een eerdere fase. Ook wordt daarmee geborgd dat de beoordeling aansluit bij de feitelijke planning en de daadwerkelijke transportbehoefte per fase.

 

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek initiatiefnemer

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de initiatiefnemer en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

 

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de initiatiefnemer die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.

 

Aanvraag transportcapaciteit

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

 

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de initiatiefnemer of onderwijsinstelling;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type ontwikkeling en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    de aard en omvang van het project, waaronder:

    • bij woningbouwprojecten: het verwachte totale aantal woningen en de verdeling naar woningcategorieën;

    • bij onderwijsprojecten: het type onderwijsvoorziening en, voor zover beschikbaar, de beoogde omvang van de onderwijsvoorziening;

  • d.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

    • 1.

      het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar woningen, onderwijsvoorzieningen, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

    • 2.

      de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen en koelen, als belangrijke factoren in de netbelasting;

    • 3.

      de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale looptijd van tien jaar na datum van indiening.

Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader

Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken, afhankelijk van de aard van het project.

 

Woningbouw – algemeen

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 7);

  • 2.

    Civielrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar (primair) of omgevingsplan (fallback);

  • 3.

    Indien van toepassing: aanvullende bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 en bewijsstukken ten aanzien van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten of collectieve voorzieningen.

Woningbouw – collectieve woonvormen

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 7);

  • 2.

    Overeenkomst inzake de collectieve woonvorm (primair) of omgevingsplan (fallback).

Onderwijs

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 7);

  • 2.

    Een besluit, overeenkomst, investeringsprogramma, integraal huisvestingsplan (IHP), omgevingsplan, vergunning of ander objectief bewijsstuk waaruit blijkt dat de onderwijsvoorziening door of namens het bevoegde gezag wordt gerealiseerd;

  • 3.

    Voor zover beschikbaar: aanvullende documenten waaruit de planning, omvang en realisatie van de onderwijsvoorziening blijken.

Verder is van belang:

  • 1.

    Een verklaring afgegeven door de initiatiefnemer over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de initiatiefnemer, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;

  • 2.

    Een verklaring afgegeven door de initiatiefnemer dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 12;

  • 3.

    Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en

  • 4.

    Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.

Het projectdossier wordt ingediend via het daarvoor bestemde webformulier op de website van de gemeente. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier zo spoedig mogelijk. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.

 

Indien een verzoek bij indiening onvolledig is, stelt de gemeente de initiatiefnemer overeenkomstig artikel 6, derde lid, eenmalig in de gelegenheid het projectdossier aan te vullen. De aanvulling moet uiterlijk op 10 september 2026 zijn ontvangen. Indien het projectdossier na afloop van deze termijn nog steeds onvolledig is, wordt het verzoek niet verder behandeld en wordt het project niet op de volgordelijst geplaatst.

 

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.

 

Artikel 7. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 7 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

 

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.

 

Artikel 8. Rangordebepaling volgordelijst

De rangschikkingscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn. Artikel 8 werkt de prioritering uit in zes achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is van toepassing binnen de onderverdeling die door de voorgaande stappen is ontstaan.

 

Stap 1 - Start bouw

 

Projecten met een eerder jaar van start bouw worden hoger gerangschikt dan projecten met een later jaar van start bouw. Het gaat hierbij niet om een wens of ambitie, maar om een startjaar dat voldoende concreet is onderbouwd. De onderbouwing kan bijvoorbeeld volgen uit een planning, een civielrechtelijke overeenkomst, subsidievoorwaarden of vergunning informatie.

 

Deze stap is opgenomen omdat de gemeente de schaarse aanvraagpositie in de eerste plaats wil richten op projecten die op korte termijn een daadwerkelijke behoefte aan transportcapaciteit hebben. Een project dat eerder start, zal de gevraagde capaciteit eerder nodig hebben dan een project dat pas in een later bouwjaar tot uitvoering komt.

 

Stap 2 - Projectrijpheid

 

Stap 2 is gebaseerd op de planologische en privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit daadwerkelijk en tijdig wordt benut.

 

De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de mate van planologische zekerheid en privaatrechtelijke binding. Een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit biedt een verdergaande mate van zekerheid dan andere bewijsstukken. Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvoor het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën, dan geldt de hoogste categorie.

 

Onder de categorie “andere bewijsstukken” kunnen onder meer bestuurlijke besluiten, prestatieafspraken of subsidieafspraken vallen, voor zover daaruit voldoende concreet blijkt dat het project in aanmerking komt voor prioritering en binnen een bepaalde termijn tot uitvoering komt.

 

Stap 3 - Prioritering van onderwijs binnen de gemeentelijke zorgplicht

 

Binnen de op basis van stap 1 en stap 2 gemaakte onderverdeling vindt vervolgens een onderverdeling plaats naar het maatschappelijke doel waaraan het project primair invulling geeft. Onderwijsprojecten worden hoger gerangschikt omdat de gemeente een wettelijke zorgplicht heeft voor voldoende onderwijshuisvesting en omdat onderwijs binnen het prioriteringskader als basisbehoefte wordt aangemerkt.

 

Daarna volgen woningbouwprojecten waar onderwijs onderdeel van uitmaakt, en vervolgens woningbouwprojecten zonder onderwijsfunctie. Bij combinatieprojecten wordt gekeken naar de primaire functie van het project en naar de vraag of onderwijs een zelfstandig en noodzakelijk onderdeel vormt van het project.

 

Stap 4 - Maatschappelijk belang

 

De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen. Binnen de op basis van de stappen 1, 2 en 3 gemaakte onderverdeling wordt daarom beoordeeld aan hoeveel van de in stap 4 genoemde criteria een project voldoet.

 

Het eerste criterium binnen stap 4 ziet specifiek toe op projecten die zijn aangewezen zijn als grootschalige woningbouwlocaties doordat deze projecten een cruciale positie kennen binnen de Bredase woningbouwopgave. Hierbij moet er sprake zijn van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies, die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren.

 

Daarnaast wordt in stap 4 gekeken naar betaalbaarheid en huisvesting van urgente groepen. Het criterium betaalbaarheid ziet op projecten waarin het aandeel betaalbare woningen 70% of meer bedraagt. Het criterium urgente groepen ziet op projecten die voorzien in huisvesting voor urgente groepen als genoemd in de Wet versterking regie volkshuisvesting of daarvoor in de plaats tredende regelgeving.

 

Stap 5 - Datum oplevering

 

Stap 5 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog onderscheid moet worden gemaakt. De verwachte opleverdatum biedt dan een nadere aanwijzing voor de termijn waarop de aangevraagde transportcapaciteit daadwerkelijk zal worden benut. Een project met een eerdere opleverdatum wordt hoger gerangschikt dan een project met een latere opleverdatum.

 

Projecten of projectfasen met verschillende opleverjaren worden afzonderlijk gerangschikt op basis van de voor die fase geldende verwachte opleverdatum. Daarmee wordt voorkomen dat een later op te leveren fase profiteert van de planning of urgentie van een eerdere fase.

 

Stap 6 - Omvang van het project

 

Als na toepassing van de stappen 1 tot en met 5 nog geen onderscheid bestaat, wordt gekeken naar de omvang van het project. Bij woningbouwprojecten wordt aangesloten bij het aantal woningen dat met het project wordt gerealiseerd. Een project met een groter aantal woningen wordt hoger gerangschikt dan een project met een kleiner aantal woningen.

 

Voor onderwijsprojecten kan de omvang, voor zover nodig voor de toepassing van deze stap, worden betrokken aan de hand van de aard en omvang van de onderwijsvoorziening en de bijdrage aan de gemeentelijke onderwijshuisvestingsopgave. Deze stap fungeert als laatste inhoudelijke onderscheidingscriterium voordat eventueel loting plaatsvindt.

 

Artikel 9. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als rangschikkingscriterium bij een verdere gelijke beoordeling is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.

 

De trekking kan worden uitgevoerd door een notaris of digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen.

 

Artikel 10. Transparantie en motivering

Artikel 10 borgt dat de toepassing van de rangschikkingscriteria transparant en toetsbaar wordt vastgelegd. De gemeente motiveert per project hoe de stappen 1 tot en met 6 zijn toegepast en, indien van toepassing, hoe loting heeft plaatsgevonden.

 

Op verzoek verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan een project is toegekend. Dit draagt bij aan de navolgbaarheid van de volgordelijst en beperkt het risico op discussie over de toepassing van de criteria.

 

Artikel 11. Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de reactietermijn van artikel 12. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst om te reageren. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van reacties door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.

 

Artikel 12. Rechtsbescherming

Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om toch een alternatieve rechtsbeschermingsprocedure te creëren.

 

De reactietermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig te reageren, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder.

 

Artikel 13. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.

 

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de initiatiefnemer op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.

 

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

 

Artikel 14. Indienen verzoek conform volgordelijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats voordat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om te reageren op de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.

 

Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder.

 

Naar boven