Omgevingsvisie gemeente Opmeer

Wijzigartikel I

De omgevingsvisie gemeente Gemeente Opmeer zoals weergegeven in Bijlage A van dit Besluit wordt vrijgegeven voor terinzagelegging.

Artikel II

Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het Gemeenteblad.

Bijlage A Wijziging Omgevingsvisie voor Gemeente Opmeer

Omgevingsvisie gemeente Opmeer

1. Voorwoord

De gemeente Opmeer is een “oud gebied”. Het is ontstaan vanuit het samenspel tussen land en water. Op de hoger gelegen gronden (kreekruggen) is woningbouw ontstaan. Nu nog steeds herkenbaar in de lintbebouwingen. Ons landschap draagt nog alle kenmerken van zijn ontstaanswijze. En dit bepaalt het karakter van het huidige Opmeer. Dit is het uitgangspunt om na te denken over de toekomstige ontwikkeling van onze leefomgeving.In onze toekomstvisie ‘Thuis in Opmeer’ wordt beschreven hoe de inwoners van Opmeer hun leefomgeving in 2030 zien. Dat krijgt nu een nieuwe impuls met de Omgevingsvisie. Dat is noodzakelijk vanwege de maatschappelijke vraagstukken die bepalend zijn voor onze toekomstige leefomgeving:De behoefte aan woningen is groot. Hoe gaan we daar in Opmeer mee om? Voor wie gaan we bouwen en waar? De klimaatverandering maakt een energietransitie noodzakelijk. Dit heeft invloed op de leefomgeving. De agrarische sector ontwikkelt zich, met invloed op de leefomgeving.Het landschap bepaalt het karakter van Opmeer door zijn openheid en groene uitstraling. In hoeverre gaan we andere ruimtevragers de gelegenheid geven om het landschap voor andere doelstellingen te gebruiken? Deze en andere vragen maken dat we in Opmeer een omgevingsvisie nodig hebben. Met deze visie geven we richting aan de ontwikkeling van onze leefomgeving. Wat kan wel of niet? Wat kan waar? Wat willen we behouden?Een visie die gedragen wordt door onze inwoners, bedrijven en organisaties. Daarom is er intensief samengewerkt.  Alle inbreng is verwerkt in deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Opmeer. Het geeft verdere invulling aan de toekomstvisie en is het vervolg hierop.Graag wil ik iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze visie: Bewoners, maatschappelijke organisaties, dorpsraden, belangenbehartigers, stakeholders, bestuurders en alle anderen. Uw inbreng was onmisbaar.

Herman ter Veen, wethouder

2. Inleiding

2.1 Welke opgaven komen er op ons af?

Opmeer staat voor grote uitdagingen én mooie kansen. Hoe zorgen we ervoor dat onze gemeente een plek blijft waar mensen graag wonen, werken en recreëren? Met deze omgevingsvisie geven we richting aan de keuzes die nodig zijn om Opmeer duurzaam, vitaal en verbonden te houden. We zetten in op passende woningen en betere doorstroming, sterke zorg en sociale samenhang, een energie neutrale toekomst, goede bereikbaarheid en een robuuste economie. Daarbij bewaken we ons landschap en versterken we de leefomgeving, zodat Opmeer aantrekkelijk blijft voor jong en oud. Deze visie is meer dan beleid: het is onze gezamenlijke routekaart naar een groen, gastvrij en gezond Opmeer.

2.2 Waarom een omgevingsvisie?

De Omgevingsvisie Opmeer is ons kompas voor de toekomst en vormt een vervolg op de eerdere structuurvisie Opmeer 2025 en de Toekomstvisie Opmeer 2030; 'Thuis in Opmeer!'. Het geeft richting aan hoe we samen de uitdagingen en kansen die op ons afkomen kunnen benutten. Deze visie helpt ons om weloverwogen keuzes te maken, zodat we niet alleen inspelen op de huidige ontwikkelingen, maar ook bouwen aan een sterke en duurzame gemeente voor de komende generaties. De omgevingsvisie biedt antwoorden door ons te helpen voort te bouwen op onze kwaliteiten en door ruimte te geven aan vernieuwing en samenwerking.

De omgevingsvisie is meer dan een beleidsdocument, het is onze gezamenlijke routekaart. Samen werken we aan een gemeente die groen, gastvrij en vitaal is. Een plek waar iedereen zich kan ontwikkelen, waar ondernemerschap en innovatie kansen krijgen, en waar de kwaliteit van leven voorop staat. Opmeer speelt in op actuele ontwikkelingen waarmee een leefomgeving wordt gecreëerd waar mensen zich thuis voelen en het Opmeerse DNA behouden blijft. Door samen te investeren in een gezonde leefomgeving en sterke gemeenschappen maken we Opmeer tot een gemeente waar iedereen zich thuis voelt. Dat is de ambitie van deze omgevingsvisie: richting geven, keuzes maken en samenbouwen aan een toekomstbestendig Opmeer.

2.3 Hoe is de omgevingsvisie tot stand gekomen?

De omgevingsvisie is een uitwerking en actualisatie van de toekomstvisie voor de langere termijn. Bij de totstandkoming van deze omgevingsvisie is uitgebreid geparticipeerd met inwoners, stakeholders en het gemeentebestuur, omdat het essentieel is dat de visie breed gedragen wordt en aansluit bij de wensen en behoeften van de gemeenschap. Het geldende beleid vormde hierbij de basis voor de omgevingsvisie. De ambities, opgaven en ideeën die tijdens het participatieproces naar voren zijn gekomen, zijn meegenomen in de verdere uitwerking van de visie. De participatie is daarbij bewust opgebouwd vanuit twee voorkeursvarianten: een lokale voorkeursvariant, gericht op de identiteit, kwaliteiten en behoeften binnen de gemeente, en een regionale voorkeursvariant, die inspeelt op bredere opgaven en samenwerking binnen de regio.

In april 2025 is een stakeholdersbijeenkomst georganiseerd waarbij ketenpartners, dorpsraden en andere betrokken partijen hun advies konden geven In september 2025 vond een Toekomstweek plaats, waarin inwoners hun toekomstwensen voor Opmeer konden delen. In november volgde een inloopavond voor inwoners en stakeholders om de conceptplannen te bespreken en reacties mee te nemen in de verdere uitwerking. Gedurende het proces zijn de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders meerdere keren geraadpleegd om input en richting te geven. Alle opgehaalde inzichten, reacties en bijdragen zijn samengebracht in het participatieverslag, waarin het volledige proces en de resultaten van de participatie zijn terug te vinden. In de bijlagen vindt u het participatieverslag.Er wordt tijdens de participatiemomenten aandacht gevraagd voor behoud van het dorpse karakter en landschap, gecombineerd met woningbouw vooral binnen bestaande kernen. Er is behoefte aan betaalbare woningen en creatieve oplossingen zoals herbestemming van stolpboerderijen. Voorzieningen zijn overwegend op orde, maar bereikbaarheid en verkeersveiligheid vragen aandacht. Verder is er draagvlak voor water- en bodemsturend bouwen, bescherming van natuur, en een zorgvuldige inpassing van energie-infrastructuur. Recreatie en cultuurhistorie worden gezien als pijlers voor leefbaarheid. Verschillen van inzicht, bijvoorbeeld over erfgoed en energieoplossingen, worden in het vervolgtraject zorgvuldig afgewogen.

2.4 Leeswijzer

Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit verschillende onderdelen die samen richting geven aan de toekomst van Opmeer. De visie start met een beschrijving van de basis en identiteit van Opmeer, waarin de samenhang tussen bodem, water, netwerken en cultuurhistorie centraal staat. Vervolgens presenteren we de integrale visie: onze koers op hoofdlijnen en de visiekaart die richting geeft aan alle keuzes.

Na deze hoofdlijnen werken we de visie uit in thematische hoofdstukken. Hierin leest u hoe we omgaan met onderwerpen zoals vitale dorpen, zorg en veiligheid, duurzaamheid, landschap en erfgoed, bereikbaarheid en economie. Elk thema bevat een toelichting op de opgaven, onze ambities en de acties die we willen ondernemen. Daarna vindt u een uitwerking per deelgebied, waarin we specifiek ingaan op hoofdkernen Opmeer/Spanbroek en Hoogwoud, de linten Aartswoud en De Weere en het buitengebied.

Tot slot beschrijven we hoe we de visie actueel houden, welke milieubeginselen zijn toegepast en hoe participatie en bevoegdheden zijn georganiseerd.

3. Wat vormt de basis voor verschillende gebiedsidentiteiten?

3.1 Inleiding

De gemeente Opmeer is gevormd door de bodem, het water, netwerken en de identiteit. De hoger gelegen zandgronden bieden ruimte voor wonen en ontwikkeling, terwijl de lagere veen- en poldergebieden hun waarde behouden voor landbouw, natuur en recreatie. De bebouwingslinten verbinden de dorpen met elkaar en vertellen het verhaal van een landschap waarin mens en omgeving nauw met elkaar verweven zijn. Door deze lagen te begrijpen, weten we wat we willen behouden en waar we op voortbouwen. In dit hoofdstuk onderzoeken we de betekenis van ‘de lagenbenadering’ in onze gemeente. In de bijlage vindt u een uitgebreide ruimtelijke analyse van de gemeente.

3.2 De ondergrond in Opmeer: water en bodem als fundament

De bodem en het water vormen de natuurlijke basis van Opmeer en bepalen in sterke mate de inrichting van het landschap. Dwars door de gemeente lopen twee hoger gelegen getij-inversieruggen, ontstaan in de prehistorie. Deze reliëfinversie is het gevolg van vroegere getijdengeulen die zand en klei afzetten. De kreekruggen zijn daardoor goed leesbaar in het landschap en vormen een kenmerkende aardkundige structuur. De hogere gronden bestaan uit zandafzettingen van een oude zeegatdelta. Deze zandgronden liggen boven het omliggende veen en bieden een stevige, droge ondergrond. Bij Zandwerven bevindt zich zelfs een oude strandwal. Op deze gronden zijn de belangrijkste dorpen ontstaan, waaronder Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek, omdat hier geen fundering op palen nodig was en de ligging gunstig was voor bewoning en infrastructuur.

De lagere delen van Opmeer bestaan uit klei- en veenpolders, ingericht voor landbouw en waterbeheer. Deze gebieden hebben een open en weids karakter en zijn van belang voor agrarisch gebruik, natuur en waterberging. Het watersysteem met sloten en weteringen volgt de ontginning van veengebieden en de aanleg van droogmakerijen. De Berkmeer is herkenbare droogmakerij met ringdijk en ringsloot die als ruimtelijke dragers zichtbaar blijven in het landschap. 

De opbouw van bodem en water maakt Opmeer tot een gebied met duidelijke contrasten: hoger gelegen zandgronden met bebouwing en infrastructuur, en lagere polders met open agrarische en natuurlijke structuren. Deze geologische en hydrologische lagen vormen samen de basis voor het huidige landschap en de ruimtelijke samenhang.

Hoogtebestand Nederland Opmeer
Afbeelding1.jpg

3.3 Netwerken: gebouwde en natuurlijke verbinding als structuurdragers

3.3.1 Inleiding

Opmeer kent een fijnmazig netwerk van structuren die het landschap en de dorpen verbinden. Dit netwerk bestaat uit wegen, bebouwingslinten, watergangen en groene verbindingen.

3.3.2 Bebouwingslinten

De bebouwingslinten vormen de historische aders van het Opmeerse landschap. Ze ontstonden op hoger gelegen kreekruggen en zijn langgerekt en gebogen van vorm. Langs deze linten liggen erven, stolpboerderijen, molens en kerken, die samen met de wegen een samenhangend netwerk vormen. Deze linten stoppen niet op de gemeentegrenzen: ze verbinden ons met de regio. De linten verbinden de dorpen en sluiten daarnaast aan op het regionale netwerk voor auto- en fietsverkeer.

3.3.3 Waterstructuren

Het watersysteem bestaat uit sloten, vaarten en weteringen die het agrarische landschap ontwateren en begrenzen. Deze structuren zijn ontstaan bij de ontginning van veengebieden en de aanleg van droogmakerijen. De waterstructuren liggen als een netwerk in de regio.

3.3.4 Wegen

Het wegennet verbindt de dorpen Hoogwoud, Opmeer, Spanbroek, Aartswoud, De Weere, Gouwe, Zandwerven en Wadway met elkaar en met de regio. Belangrijke assen zijn de N239, de A.C. de Graafweg (N241) en de verbindingen naar de A7. Dwarswegen met laanbeplanting zorgen voor een herkenbare structuur en verbinden de linten onderling. Deze wegen volgen vaak historische lijnen en versterken de leesbaarheid van het landschap.

3.3.5 Groenstructuren

Groenstructuren langs linten, erven en dwarswegen zorgen voor verbindingen in het landschap. Daarnaast liggen in en rond Opmeer delen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waaronder weidevogelgebieden en ecologische zones die aansluiten op regionale natuurstructuren.

3.3.6 Provinciale structuren

De Westfriese Omringdijk is een provinciaal monument en vormt een continue lijn door het landschap. Daarnaast markeert deze de regio Westfriesland: het is de bron van het ontstaan van de regio. Samen met de dijk rond de droogmakerij Berkmeer markeert hij de historische strijd van de Westfriezen tegen het water en verbindt hij verschillende netwerken: wegen, watergangen en recreatieve routes.

3.4 De Opmeerse identiteit: van stolpenlinten tot het veenontginningslandschap

3.4.1 Het karakteristieke landschap van Opmeer

Opmeer wordt gekenmerkt door een divers landschap, gevormd door zeekleipolders, oude kreekruggen en historische dijken. Het open landschap met uitgestrekte weilanden en slagenverkaveling weerspiegelt de rijke cultuurhistorie van het gebied, waarin landbouw, veenontginning, visserij en walvisvaart een belangrijke rol hebben gespeeld. De bebouwing volgt de kenmerkende lintstructuren langs wegen en kreekruggen, zoals in Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek. Deze linten zijn beeldbepalend en vormen samen met erven en groenstructuren een herkenbaar dorps- en landschapsbeeld. De identiteit van Opmeer wordt mede gedragen door stolpboerderijen, molens en kerken in de linten en kernen. Deze elementen vragen om bescherming en slimme her- of nevenfuncties die de samenhang met erf en landschap respecteren. Het buitengebied heeft een sterke agrarische identiteit. Dwarswegen met laanbeplanting verbinden de linten en versterken de landschappelijke structuur. Het groene karakter van de linten komt voort uit groenstructuren horend bij de bebouwing en erven. Een beeldbepalende structuur is de Westfriese Omringdijk, een provinciaal monument dat als continue lijn door het landschap loopt. Deze dijk is niet alleen van cultuurhistorische waarde, maar vormt ook een belangrijke recreatieve route. Het behoud van deze dijk en de zichtbaarheid van het open landschap vanaf de dijk zijn van grote betekenis. Archeologische monumenten zoals Maantjesland en Het Hoog dragen bij aan een sterk begrip van ons verleden. De historische ontwikkeling van bebouwing op de hoger gelegen kreekruggen en lintstructuren heeft bijgedragen aan het karakteristieke dorps- en landschapsbeeld dat de gemeente vandaag de dag bepaalt. De combinatie van openheid, stilte, weidevogelgebieden en erfgoed maakt Opmeer uniek en waardevol voor huidige en toekomstige generaties. Dit unieke landschap bepaalt het DNA van gemeente Opmeer en dient beschermt te worden en blijven. Echter, ook voor het landschap geldt: behoud door ontwikkeling en gebruik. Het dynamische karakter waarmee het landschap gevormd is dient ook als basis voor nu en in de toekomst.

3.4.2 Sociale identiteit

Naast het landschap en het cultuurhistorisch erfgoed vormt ook de sociale identiteit een belangrijke drager van de kwaliteit van Opmeer. De sociale identiteit van Opmeer is verbonden met verenigingen en gemeenschapszin. Naast het karakteristieke landschap en rijke historie wordt Opmeer gekenmerkt door een sterke sociale samenhang. De dorpen hebben een levendig verenigingsleven, waarin sportclubs, muziekverenigingen, toneelgroepen en buurtinitiatieven een centrale rol spelen. Deze verenigingen vormen niet alleen een plek voor ontspanning en ontmoeting, maar dragen ook bij aan het gevoel van verbondenheid en trots binnen de gemeenschap. De kracht van Opmeer zit in de betrokkenheid van inwoners: mensen kennen elkaar, helpen elkaar en zetten zich in voor lokale activiteiten en evenementen. Jaarmarkten, sporttoernooien en culturele festiviteiten versterken deze sociale identiteit en zorgen ervoor dat tradities behouden blijven, terwijl er ruimte is voor vernieuwing. Deze gemeenschapszin maakt Opmeer tot een plek waar sociale cohesie vanzelfsprekend is. Het is een gemeente waar jong en oud elkaar ontmoeten, waar mantelzorg en vrijwilligerswerk een belangrijke rol spelen, en waar samenwerking tussen inwoners, ondernemers en verenigingen bijdraagt aan een vitaal en leefbaar Opmeer.

3.5 Opmeer in beeld

3.5.1 Inleiding

De gemeente Opmeer heeft in 2026 circa 12.700 inwoners en bestaat uit de hoofdkernen Opmeer‑Spanbroek en Hoogwoud, de lintdorpen Aartswoud en De Weere en een uitgestrekt landelijk gebied met bebouwingslinten. De ruimtelijke opbouw van de gemeente wordt sterk bepaald door de bodemstructuur, zoals zichtbaar op de analysekaart bodem en landschap (zie bijlagen 2). Opmeer ligt in een overwegend zeekleigebied met daaronder hoger gelegen zandige kreekruggen. Deze kreekruggen vormen de stevige, droge ondergrond waarop de dorpen, historische linten en infrastructuur vroeger zijn ontstaan. De lager gelegen veen- en kleipolders ertussen zijn grotendeels open gebleven en worden vooral gebruikt voor landbouw, natuur en waterbeheer. Deze duidelijke tweedeling tussen hoog en laag land vormt de landschappelijke en ruimtelijke basis van de gemeente.

De bebouwingsstructuur van Opmeer is historisch gegroeid langs deze hogere gronden. Uit de analysekaart Historische ontwikkeling (zie bijlage) blijkt dat de oudste bewoning is ontstaan langs de linten op de kreekruggen, waar stolpboerderijen, kerken en erven het landschap structureren. De hoofdkernen zijn gegroeid rond kruispunten van wegen en hebben zich na de Tweede Wereldoorlog planmatig uitgebreid, waardoor Opmeer-Spanbroek en Hoogwoud inmiddels omvangrijke dorpen zijn. De lintdorpen Aartswoud en De Weere zijn daarentegen kleinschalig gebleven en volgen nog steeds de oorspronkelijke lintstructuur, met sterke doorzichten naar het open landschap. Deze contrasten maken dat Opmeer zowel dorpse compactheid als landschappelijke openheid kent.

Het landschap en de natuur zijn beeldbepalend voor de huidige verschijningsvorm van Opmeer. Op de analysekaart natuur en beschermd landschap is te zien dat grote delen van het buitengebied vallen binnen weidevogelgebieden en het Beschermd Landschap. Daarnaast liggen verspreid door de gemeente meerdere NNN‑gebieden (Natuurnetwerk Nederland), vaak gekoppeld aan waterstructuren en waterberging. De natuurgebieden zijn momenteel nog beperkt met elkaar verbonden. Het open, obstakelvrije polderlandschap tussen de linten is een belangrijke kwaliteit en bepaalt zowel de visuele beleving als de ruimtelijke ontwikkelruimte van de gemeente.

Verder laat de analyse van mobiliteit zien dat Opmeer goed is aangesloten op de regio via de A.C. de Graafweg (N241) en de Spanbroekerweg, maar dat het interne netwerk sterk autogeoriënteerd is. Tussen de kernen liggen veel polderwegen die oorspronkelijk zijn ingericht voor autoverkeer. Fietsers en voetgangers maken hier vaak gebruik van de rijbaan, wat de verkeersveiligheid en het comfort beperkt. Het openbaar vervoer is aanwezig in alle kernen, maar de onderlinge verbindingen en de frequentie buiten de spits vragen aandacht. Recreatieve fiets- en wandelroutes zijn ruim aanwezig, maar sluiten nog niet overal logisch en veilig op elkaar aan, zoals zichtbaar op de analysekaart recreatieve netwerken. Functioneel gezien concentreert het voorzieningenaanbod en de bedrijvigheid zich in de hoofdkernen en langs de dwarswegen, zoals blijkt uit de kaart functiegebieden. Opmeer-Spanbroek en Hoogwoud zijn de enige echte centrumgebieden met een clustering van winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Bedrijventerrein De Veken vormt de belangrijkste economische motor van de gemeente. In het buitengebied domineren agrarische bedrijven, die grotendeels langs de linten zijn gesitueerd. Recreatieve functies zijn landschappelijk ingepast, met enkele recreatieclusters aan de rand van de hoofdkernen.

De sociaal‑demografische cijfers sluiten aan bij dit ruimtelijk beeld. Opmeer heeft een relatief stabiele bevolkingssamenstelling, een overwegend grondgebonden woningvoorraad en een hoge mate van sociale samenhang. GezondNHN laat zien dat de gezondheid en leefomgeving over het algemeen gunstig zijn ten opzichte van de regio, met een groene woonomgeving en weinig zware milieubelasting. Tegelijkertijd vergrijst de bevolking en is de woningmarkt krap, wat de druk op doorstroming, voorzieningen en mobiliteit vergroot.

De komende jaren bevindt Opmeer zich in een duidelijke groeifase. Tot 2030/2032 worden circa 600 woningen gerealiseerd. Voor de periode tot 2040 zijn aanvullend nog 250 tot 550 woningen nodig voor de autonome bevolkingsgroei. Hierdoor groeit het inwonertal van circa 12.700 inwoners in 2026 naar ongeveer 14.000 inwoners in 2030/2032 en ongeveer 15.000 inwoners in 2040. Deze groei legt een directe relatie tussen de huidige ruimtelijke structuur, zoals zichtbaar in de analysekaarten, en de toekomstige opgaven voor wonen, bereikbaarheid, voorzieningen en het behoud van het open, karakteristieke landschap van Opmeer.

4. De integrale visie: Opmeer op eigen hoogte ruimte met karakter 2040

4.1 Koers voor 2040

Opmeer kijkt vooruit met vertrouwen. We bouwen aan een gemeente die haar landschap koestert, haar dorpen verbindt en ruimte geeft aan initiatieven van bewoners, ondernemers en partners. Met respect voor wat er is en oog voor wat mogelijk wordt, werken we stap voor stap aan een toekomstbestendige omgeving. De kracht van Opmeer zit in de samenhang: tussen hoog en laag, tussen linten en kernen, tussen erfgoed en vernieuwing en de samenhang met de regio. Opmeer ligt centraal in Westfriesland, wat kansen biedt in alle windrichtingen. Er ontstaat een koers die richting geeft en tegelijk ruimte laat voor gesprek, samenwerking en maatwerk.De koers van onze gemeente, het verhaal van ons landschap en de samenhang tussen de zes thema’s komen samen in onze visiekaart, zie hiervoor pagina 16.

4.2 Opmeer in de regio

De gemeente Opmeer vervult binnen Westfriesland de rol van een landelijke gemeente, met een sterke lokale gemeenschap, een aantrekkelijk woon- en werkklimaat en een duidelijke relatie met het agrarische landschap. De gemeente levert daarmee een wezenlijke bijdrage aan de brede welvaart van de regio. 

De ruimtelijke ontwikkeling van Opmeer staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van de gezamenlijke Westfriese opgave om o.a. wonen, werken, landschap en bereikbaarheid zorgvuldig in balans te brengen. In lijn met de Ruimtelijke Agenda Westfriesland richt Opmeer zich primair op het versterken van de bestaande hoofdkern(en) Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek met bijbehorende voorzieningen. De woningbouwopgave wordt vooral ingezet om de hoofdkernen te versterken en om te voorzien in de lokale woonbehoefte, met nadruk op betaalbare woningen voor starters en levensloopbestendige woningen voor senioren. Ontwikkelingen sluiten aan bij de schaal en het karakter van de kernen. Voor de kleine kernen Aartswoud en De Weere zijn inbreiding en landschappelijk zorgvuldig ingepaste kleine uitbreidingen aan de randen van de kernen het uitgangspunt. Het buitengebied blijft zoveel mogelijk open om het open karakter te behouden van Opmeer.

De economische rol van Opmeer ligt met name in het bieden van ruimte aan lokale bedrijvigheid met lokale werkgelegenheid die past bij het karakter van de gemeente en de regio. Opmeer draagt bij aan de Westfriese economie door het faciliteren van ondernemerschap, met aandacht voor verduurzaming en efficiënt ruimtegebruik. Daarnaast zet Opmeer zich in voor behoud van waardevolle landbouwgrond voor de agrarische sector, die een belangrijke drager is van zowel de regionale economie als het landschap.

Het landschap rond Opmeer maakt deel uit van het dynamische en oorspronkelijke Westfriese landschap, waar landbouw, water en cultuurhistorie nauw met elkaar zijn verweven. Bodem en water zijn sturend bij ruimtelijke keuzes. Opmeer staat ervoor open om regionaal bij te dragen aan de versterking van het groenblauwe netwerk door het benutten van koppelkansen tussen landbouw, natuur, recreatie en klimaatadaptatie. Dorpsranden vormen daarbij belangrijke overgangen tussen kern en landschap en fungeren als aantrekkelijke recreatieve en landschappelijke zones.

Op het gebied van bereikbaarheid sluit Opmeer aan bij de regionale inzet op multimodale bereikbaarheid. De gemeente is goed ontsloten via het regionale wegennet en ligt op korte afstand van het ov-knooppunt Obdam. Vanuit regionaal perspectief wordt ingezet op busverbindingen en sterke fietsverbindingen richting omliggende kernen, steden en stations, zodat Opmeer onderdeel blijft van het fijnmazige netwerk van Westfriesland en goed verbonden is met de grotere voorzieningen en werkgelegenheidsgebieden.

De energietransitie en klimaatopgaven vragen ook in Opmeer om zorgvuldige afwegingen. De gemeente draagt bij aan de regionale energieopgave door in te zetten op passende vormen van duurzame energie, met voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik en inpasbaarheid in het landschap. Regionale samenwerking is hierbij belangrijk, omdat energie-infrastructuur en -netwerken gemeentegrenzen overstijgen.

Opmeer kiest nadrukkelijk voor samenwerking binnen Westfriesland, vanuit het principe ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wat regionaal moet’. Door aan te sluiten bij de gezamenlijke ruimtelijke koers van Westfriesland levert Opmeer een actieve bijdrage aan een regio die leefbaar, economisch sterk en landschappelijk herkenbaar blijft, nu en richting 2040.

4.3 Het verhaal van ons landschap centraal

Ons landschap vormt het fundament van deze visie. Hoogteverschillen, historische linten en ons erfgoed vormen samen één verhaal. De hoger gelegen kreekruggen blijven het hart van onze dorpen en voorzieningen, waar we woningbouw, zorg en mobiliteit concentreren. De lagere polders behouden zoveel mogelijk hun rol voor landbouw, natuur en waterberging, waarmee we het open landschap versterken en klimaatadaptatie benutten. Linten en infrastructuur verbinden onze kernen en blijven leidend voor bereikbaarheid. De natuurlijke karakteristieken van het landschap zijn de basis voor de ontwikkeling van onder andere mobiliteit, toerisme, woningen en klimaatadaptatie. Erfgoed is meer dan geschiedenis: het inspireert nieuwe functies en ruimtelijke kwaliteit. We beschermen deze waarden en benutten ze voor wonen, ondernemerschap, recreatie en toerisme, zodat Opmeer herkenbaar en aantrekkelijk blijft. Als Opmeer blijven we in beweging: waar oud en nieuw moeiteloos in elkaar overvloeien en waar innovatie en historie hand-in-hand gaan.

Vanuit deze basis werken we aan zes samenhangende thema’s die richting geven aan onze keuzes. Deze thema’s worden in de volgende paragrafen toegelicht

4.4 Vitale dorpen

We bouwen aan dorpen met een sterke sociale basis, betaalbare woningen en voorzieningen die goed bereikbaar zijn, waarbij wij dorpen onderscheiden door een combinatie van omvang en (landelijk) karakter.

Nieuwe woonlocaties komen vooral op de hogere gronden en sluiten aan bij bestaande structuren. We stimuleren inbreiding en herbestemming om het open landschap te behouden. Wooninitiatieven passen we in met respect voor ons dorpskarakter en ons landschap. Er is speciale aandacht voor de leefbaarheid van onze lint(dorp)en.

4.5 Een zorgzame veilige gemeenschap

We creëren ontmoetingsplekken en multifunctionele voorzieningen in de kernen. Zorg en welzijn worden toegankelijk georganiseerd, met aandacht voor ouderen en jongeren. De inrichting van de openbare ruimte nodigt uit tot bewegen, ontmoeten en een gezonde leefstijl. We verkennen hoe we door middel van wooncirkels zelfstandig wonen nabij voorzieningen kunnen ondersteunen. Er gaat meer aandacht naar fijne speelvoorzieningen en veilige routes naar school en sport.

Daarbij hanteren we het principe van een positieve gezondheid als uitgangspunt voor de inrichting van onze leefomgeving. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar fysieke gezondheid, maar ook naar aspecten als kwaliteit van leven, meedoen, mentaal welbevinden, zingeving en dagelijks functioneren. De openbare ruimte en voorzieningen moeten bijdragen aan ontmoeting, beweging, toegankelijkheid, veiligheid en sociale samenhang. We zetten daarom in op een omgeving met ruimte voor sport en spel, rust en herstel, herkenbare en groene ontmoetingsplekken, goede bereikbaarheid van voorzieningen en een inclusieve leefomgeving waar iedereen mee kan doen.

4.6 Duurzaamheid en klimaatbestendigheid

We benutten de natuurlijke lagen van bodem en water voor klimaatadaptatie en houden rekening met weersextremen. Nieuwe wijken worden groen ingericht, met ruimte voor biodiversiteit. Ook is er aandacht voor klimaatadaptatie in bestaande wijken en het centrum van Opmeer. We streven naar een energieneutrale gemeente in 2040 en gebruiken technologische ontwikkelingen om dit te bereiken. We verkennen gebiedseigen oplossingen voor droogte en wateroverlast, zoals vasthouden en bergen van water op logische

4.7 Landschap en erfgoed

Het groene open agrarische landschap en de historische linten blijven identiteitsdragers. We beschermen cultuurhistorische structuren en geven erfgoed een nieuwe betekenis door herbestemming. Recreatie en natuurontwikkeling versterken de beleefbaarheid van het landschap. We dragen bij aan de landbouwtransitie richting vitale landbouw en zoeken balans tussen economische kwaliteit, landschap en natuur.

4.8 Bereikbaarheid en mobiliteit

We verbeteren de verbindingen tussen kernen en de regio met duurzame mobiliteit: veilige fietsroutes, beter open-baar vervoer en verkennen de kansen van deelmobiliteit. Netwerken van linten en infrastructuur blijven leidend voor nieuwe ontwikkelingen. De verbinding met de regio is een belangrijk onderdeel van wie we als Opmeer zijn: de grote rol van mobiliteit en bereikbaarheid hierin erkennen we. We stimuleren een gezonde levensstijl door fietsen en wandelen voor op te stellen, maar zien ook het belang van de auto in onze gemeente. Iedereen in Opmeer moet zich fijn kunnen verplaatsen.

4.9 Economische vitaliteit

We bieden ruimte voor agrarische kwaliteit, circulaire be-drijvigheid en recreatie. We geven ruimte aan het midden- en kleinbedrijf. Bedrijventerrein De Veken 1-3 in combinatie met De Veken 4 ontwikkelt zich tot een toekomstbestendig cluster, terwijl toerisme en lokale economie bijdragen aan een levendige gemeente. We stimuleren waar mogelijk de transitie naar een duurzame en circulaire economie, met aandacht voor innovatie in het MKB, dienstverlening en detailhandel. Het centrum van Opmeer functioneert als een levendig centrum met vol op voorzieningen en ruimte voor ontmoeten. Recreatie kan de lokale economie versterken, mits passend bij landschap en leefbaarheid. Door de ligging van Opmeer in de regio is onze gemeente zeer geschikt voor recreatie in ons unieke landschap.

4.10 De integrale visie

Deze integrale visie is geen optelsom van ambities, maar een samenhangend geheel. Woningbouw koppelen we aan mobiliteit en voorzieningen; klimaatadaptatie combineren we met groen en recreatie; erfgoed verbinden we met toerisme en identiteit. Zo ontstaat een gemeente die haar karakter bewaart en tegelijk openstaat voor vernieuwing.

Om alle opgaven en ambities van de gemeente te realiseren, is veel ruimte nodig. Ruimte die er vaak niet is. Dit is een uitdaging voor alle gemeenten en regio’s in Nederland. Tot nu toe was gangbaar dat we nieuwe grote ruimtevragers een plek gaven door het bebouwde gebied uit te breiden. Het stedelijke gebied van de gemeente Opmeer is daardoor de laatste jaren stevig gegroeid, waarvoor landelijk gebied is ingezet. Ruimte is spaarzaam geworden door de groeiende druk op de ruimte die ook nodig is voor natuur, energieopwekking, recreatie, woningbouw, bedrijfslocaties en landbouw.

De gemeente Opmeer ligt in de regio Westfriesland en in een groter verband in de regio Noord-Holland-Noord. Binnen deze regio’s werken we samen aan regionale opgaven. Belangrijk zijn de ontwikkelzones Alkmaar-Den Helder en Alkmaar-Enkhuizen waarin grootschalige woningbouwlocaties vallen en ingezet wordt op knooppuntontwikkeling, versterking regionale netwerken voor energie en mobiliteit en nabijheid wonen-werken. Regionale samenwerking is randvoorwaardelijk voor de uitvoering van onze omgevingsvisie. Met onze omgevingsvisie maken we duidelijk wat onze inzet en ambities in de regio zijn.

De mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente, de kwaliteit van de leefomgeving is hoog. De woningbehoefte is groot en op regionaal niveau is er behoefte aan bedrijventerreinen. En we willen bijdragen aan ook de andere ruimtelijke opgaven. Maar we vinden het ook belangrijk dat onze gemeente zich ontwikkelt vanuit de kernkwaliteiten en -waarden en een goede balans tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Dat vraagt scherpe keuzes, een koers voor de lange termijn.

We kiezen ervoor om de gemeente Opmeer vanuit de bestaande kenmerken, kwaliteiten en identiteit verder te ontwikkelen en te versterken. We zien de gemeente als groene, dorpse gemeente in de luwte van stedelijke gebieden. We hebben de focus op de leefbaarheid en kwaliteit van de leefomgeving (landschap, groen, voorzieningen en sociale cohesie) en na het inlopen van het huidige woningtekort minder op een verdere toename van woningen en inwoners.

We zetten in op duurzame bedrijventerreinen voor de lokale behoefte en lokale werkgelegenheid, woningbouw voor de autonome groei en inclusieve woongebieden voor een goede demografische samenstelling van onze bevolking, sterke voorzieningencentra in de hoofdkernen en een vitaal landelijk gebied. Hier kunnen natuur, recreatie en de landbouwsector als gebruikers samengaan en de ruimte krijgen. We willen het open en groene landschap behouden. We zijn gastvrij, open en we hechten waarde aan een goede verbondenheid en bereikbaarheid tussen onze kernen en de regio.Voor de komende jaren hebben wij een grote inhaalslag in de woningbouwopgave. Tot 2040 zetten we nog vol in op onze woningbouwambitie, met een scherp oog voor de menselijke maat. De ontwikkeling van woningbouwlocaties om aan de woningbehoefte te voldoen, geven wij in de belangenafweging een hogere prioriteit dan andere belangen.

De focus ligt op Hoogwoud Oost en herontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier realiseren we de broodnodige woningen voor starters en ouderen. Bij een grote nieuwe wijk hoort een investering in een ondersteunende sociale en fysieke leefomgeving en toegankelijke voorzieningen in de omgeving, zoals ontmoetingsplekken, hoogwaardig groen, recreatie en waterberging. Zo blijft de druk op de publieke ruimte in balans.

In de lintdorpen en het buitengebied zijn we terughoudend. Alleen ontwikkelingen die de cultuurhistorische identiteit behouden en de omgevingskwaliteit verbeteren, krijgen een kans. We beschermen de iconische doorkijken en het weidse karakter. Hier bouwen we niet voor de massa, maar met aandacht voor de kwaliteit van het landschap en de instandhouding van de zorgzame gemeenschap in kernen als Aartswoud en De Weere. We onderkennen dat bepaalde voorzieningen in de lintdorpen niet haalbaar zijn en dat de bereikbaarheid van deze voorzieningen elders belangrijk is voor de leefbaarheid.

Terwijl we bouwen, maken we de gemeente klaar voor de toekomst:

  • Duurzame Mobiliteit: We investeren in veilige fietsroutes en we willen het openbaar vervoer tussen de kleine kernen en de hoofdkernen en de regio behouden.

  • Klimaatadaptatie: We kiezen voor waterberging en vergroening in de openbare ruimte.

  • Economische Vitaliteit: De Veken groeit uit tot een energieneutraal en klimaatadaptief bedrijventerrein met een aantrekkelijk vestigingsklimaat, terwijl het centrum van Opmeer-Spanbroek een compact en bruisend winkelhart blijft.

  • Energie: De gemeente Opmeer wil in 2040 energieneutraal zijn. Door de beperkte ruimtevraag en goede landschappelijke inpasbaarheid en duurzaamheid zet de gemeente Opmeer in op een Small Modulair kernreactor.

  • Voorzieningen: We willen een voorzieningenniveau dat past bij de individuele kernen in de gemeente; belangrijk voor de leefbaarheid, sociale cohesie en het welzijn van bewoners. Deze maatschappelijk voorzieningen zijn een combinatie van gebouwen en buitenruimtes die voorzien in de basisbehoeften op het gebied van zorg, onderwijs, recreatie en ontmoeting.

  • We hebben tegen die tijd een gemeente die groot genoeg is voor een rijk voorzieningenniveau, maar klein genoeg om de rust, de landbouw en de sociale leefkwaliteit te waarborgen. Opmeer blijft zo een plek waar je niet alleen woont, maar waar je leeft in een landschap dat generaties na ons nog steeds herkenbaar is als het onze.

    Visiekaart Omgevingsvisie Opmeer 2040
    P08187VisiekaartOmgevingsvisieOpmeer20260617.jpgMovares

5. Thematische uitwerking

5.1 Inleiding

De overkoepelende visie wordt in de volgende thematische hoofdstukken verder uitgewerkt. Elk subhoofdstuk behandelt een specifiek thema zoals erfgoed, groen, wonen, mobiliteit, duurzaamheid. Samen geven deze thema’s invulling aan een leefbare, duurzame en veerkrachtige toekomst voor Opmeer. Met deze omgevingsvisie zetten we Opmeer letterlijk en figuurlijk op de kaart. We laten zien hoe onze identiteit van open landschap tot sterke dorpen, de basis vormt voor de keuzes die we maken. Op de kaart brengen we de integraliteit van onze opgave in beeld: hoe wonen, zorg, duurzaamheid, mobiliteit, economie, leefomgeving en sociale samenhang elkaar versterken.

5.2 Vitale dorpen in een vitale gemeente

5.2.1 Inleiding

In deze paragraaf staan de strategische ambities uiteengezet ten aanzien van het thema vitale dorpen in een vitale gemeente. De volgende onderwerpen staan centraal in dit thema: woningen, woningbouw, voorzieningenniveau (commercieel en maatschappelijk) en leefbaarheid.

5.2.2 Ruimte voor wonen binnen de kwaliteiten van Opmeer
  • We zetten in op het stimuleren van woningbouw om te voorzien in de groeiende behoefte aan betaalbare en diverse woningen.

  • We werken samen met de regio en woningcorporaties om de woningbouwambitie en voorzieningen op elkaar af te stemmen. In de regio West-Friesland streven we naar de realisatie van 12.675 woningen vóór 2030.

  • De regionale woningbouwambitie vertaalt zich naar een lokale opgave om 825 woningen te bouwen tot 2030/2032 in de gemeente Opmeer. Hiervan zijn er in 2026 ca. 240 woningen gebouwd. Betaalbaarheid van woningen is heel belangrijk in onze gemeente. Van de woningbouwopgave moet minimaal 66% betaalbaar zijn waarvan 30% sociale huur.

  • Na realisatie van de genoemde 825 woningen bouwen we voort om te voldoen aan de autonome groei van de gemeente. Tot 2040 verwachten we 250 tot 550 woningen bij te bouwen.

  • De focus ligt daarbij niet op woningbouw in het buitengebied, maar (naast Hoogwoud Oost) juist op passende ontwikkelingen binnen en aan de lintdorpen Aartswoud en De Weere en binnen de hoofdkernen Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek. Binnen de linten is ruimte voor woningbouw, met aandacht voor bouwhoogtes die aansluiten bij de omgeving. Binnen de hoofdkernen kan nieuwbouw op sommige plekken hoger dan nu, als dat kan binnen de omgevingsfactoren.

  • Ook in de periode na 2040 zetten we in op zorgvuldig ruimtegebruik en bescherming van het open landschap. Dan bouwen we primair in stedelijk gebied en bij uitzondering in landelijk gebied.

  • We vinden woningbouw van groot maatschappelijk belang om de hoofdkernen en lintdorpen vitaal te houden. De ontwikkeling van woningbouwlocaties, om de woningbehoefte in te vullen op basis van het volkshuisvestingsprogramma, geven wij in de belangenafweging dan ook een hogere prioriteit dan andere belangen. We streven naar een passende woningvoorraad, met ruimte voor andere woonvormen zoals woningsplitsing en kamerverhuur.

  • Wooninitiatieven moeten bijdragen aan een divers woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van alle doelgroepen. We stimuleren gemengde wijken, zodat verschillende doelgroepen door elkaar wonen en we als gemeente leefbaar blijven.

  • Woningbouw blijft maatwerk, waarbij per ontwikkeling aandacht is voor passende bouwhoogtes, ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie, groen, water en leefkwaliteit.

5.2.3 Extra aandacht voor starters, ouders en mensen met een beperking
  • We zetten in op het binden en behouden van jongeren en jonge gezinnen.

  • Daarnaast geven we extra aandacht aan ouderen door nieuwbouw en herontwikkeling van woningen die geschikt zijn voor senioren. We investeren in woonvoorzieningen die ouderen helpen langer zelfstandig te wonen.

  • We faciliteren aanpassingen aan woningen voor mensen met een zorgvraag.

  • We zorgen ervoor dat de hoofdkernen Opmeer-Spanbroek en Hoogwoud goed ontwikkeld zijn, onder andere op het gebied van voorzieningen. Dit draagt bij aan het faciliteren van langer thuis blijven wonen voor ouderen.

  • We stimuleren bijzondere woonconcepten waar jong en oud elkaar ontmoeten.

  • We ondersteunen initiatieven met levensloopbestendige woningen. Voor ouderen is het belangrijk dat woningen nultredenwoningen zijn. De grote wooninitiatieven moeten bijdragen aan ontmoeting en leefbaarheid, met aandacht voor gemeenschappelijke voorzieningen en groene ontmoetingsplekken.

5.2.4 Wonen in een duurzame en klimaatbestendige omgeving
  • We investeren in groene en klimaatbestendige woonwijken.

  • We vinden het belangrijk om onze woningvoorraad te verduurzamen, zodat we bijdragen aan een klimaatneutrale toekomst én het wooncomfort voor bewoners verbeteren.

  • We stimuleren isolatiemaatregelen en verduurzaming via subsidies en gemeentelijke regelingen, om inwoners actief te helpen bij energiebesparing. 

  • We zoeken de samenwerking met de regio op om verduurzaming van woningen en woningbouw gezamenlijk op te pakken en kennis te delen.

  • We stellen eisen aan energieneutrale nieuwbouw via het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, zodat woningen toekomstbestendig gebouwd worden.

  • Nieuwbouw moet bijdragen aan de transitie naar een circulaire samenleving, door gebruik van hernieuwbare en biobased materialen, een lage milieubelasting en aandacht voor hergebruik en losmaakbaarheid van bouwmaterialen.

  • Klimaatadaptatie moet een integraal onderdeel zijn van nieuwbouw: projecten treffen maatregelen tegen wateroverlast, hitte, droogte en bodemdaling, bijvoorbeeld door wadi's, groene daken of schaduwrijke plekken.

  • Energiebesparing en duurzame energieopwekking zijn randvoorwaarden: nieuwe woningen zijn energiezuinig, aardgasvrij, en voorzien van lokale opwekking zoals zonnepanelen op het dak.

5.2.5 Toetsingskader woningbouw Opmeer

Elk deelgebied binnen de gemeente heeft zijn eigen kenmerken, uitdagingen en kansen. Daarom zijn de woningbouwambities en ruimtelijke kwaliteitseisen per gebied verschillend en afgestemd op de lokale situatie. Hierin zijn provinciale uitgangspunten ook van belang. De gebiedsgerichte woningbouw ambities zijn beschreven in hoofdstuk 5 van deze omgevingsvisie. Tegelijkertijd dragen deze gebiedsgerichte ambities bij aan het realiseren van onderstaande gemeentebrede doelstellingen voor woningbouw. 

1.       Efficiënt ruimtegebruik

  • We gaan zorgvuldig om met de beschikbare ruimte en benutten bestaande locaties zo goed mogelijk via inbreiding, transformatie en herstructurering.

  • Meervoudig ruimtegebruik is het uitgangspunt: we combineren functies waar dat mogelijk en passend is.

  • We stimuleren innovatieve woonvormen en benutten kansen voor extra woningen, zoals woningsplitsing, het splitsen van stolpen en herbestemming naar wonen, passend bij het landschap en de ruimtelijke kwaliteit.

  • We zoeken steeds naar een goede balans tussen verdichting en behoud van ruimtelijke kwaliteit.

  • We verkennen functiemenging en herbestemming om leegstand te voorkomen en voorzieningen te behouden.

2.   Ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt

  • We kijken bij woningbouw nadrukkelijk naar onze landschappelijke kwaliteiten en zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de omgeving. Per deelgebied hanteren we verschillende uitgangspunten voor woningbouw. Zie voor de deelgebieden hoofdstuk 5.

  • Ontwikkelingen in de woningbouw worden afgestemd op de bestaande ruimtelijke structuur en dragen bij aan de kwaliteit en herkenbaarheid van de kernen. Het huidige beleid vormt daarbij het uitgangspunt, waarbij woningbouw in het buitengebied bij uitzondering mogelijk is en aan de hoofdkernen en binnen de dorpslinten ruimte wordt geboden aan zorgvuldig ingepaste woningbouw.

3.       Identiteit van de plek centraal

  • De ruimtelijke inpassing van nieuwe wooninitiatieven moet zorgvuldig gebeuren. Hierbij moet respect zijn voor het karakter van de kern, bestaande bebouwing en het omliggende landschap.

  • We stimuleren architectuur die aansluit bij onze Westfriese identiteit en het verhaal van Opmeer. Zo maken we nieuwe wijken en buurten herkenbaar en verbonden met onze cultuur.

4.       Woningbouw en voorzieningen in balans

  • We vinden het belangrijk dat onze gemeente leefbaar en vitaal is. Dit willen we waarborgen door de juiste balans te vinden tussen wonen, voorzieningen, werken en infrastructuur.

  • In onze gemeente streven we naar vitale kernen met een passend voorzieningenaanbod dat aansluit bij de lokale behoefte en de sociale cohesie versterkt.

  • We willen basisvoorzieningen bereikbaar houden en vinden het belangrijk dat iedereen minimaal toegang heeft tot voorzieningen die zorgen voor behoud van sociale binding/cohesie en leefbaarheid binnen het dorp. Per kern streven we naar een passend voorzieningenniveau. Daarbij volgen we de demografische ontwikkelingen goed. Als de situatie over een paar jaar verandert, kan het nodig zijn om het aanbod aan te passen of sommige voorzieningen te sluiten.

  • Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we integraal naar het voorzieningenaanbod om kansen voor bundeling en multifunctioneel gebruik te benutten. Er liggen in onze gemeente kansen om onderwijsvoorzieningen/-bebouwing breder in te zetten voor de gemeenschap. Ook voor andere functies kijken we naar multifunctioneel gebruik.

  • We stimuleren initiatieven die maatschappelijke functies en hun draagvlak versterken, bijvoorbeeld door functiemenging of herbestemming van leegstand.

  • We koesteren ruimte voor maatschappelijke functies en verwachten dat initiatiefnemers hier rekening mee houden. Wooninitiatieven mogen namelijk de ruimte voor maatschappelijke functies niet belemmeren.

  • Nieuwe grootschalige woonlocaties moeten een goede bereikbaarheid hebben ten opzichte van voorzieningen. Ook moeten deze locaties geschikt zijn voor woonzorgconcepten zoals 'Samen Thuis’, waar wonen, zorg en welzijn samenkomen.

  • We zijn ons ervan bewust dat woningbouw een effect heeft op voorzieningen wat vervolgens kan leiden tot een toename in mobiliteit.

5.2.6 Toetsingskader woningbouw hoofdkernen

De focus van de woningbouwopgave binnen de hoofdkernen ligt op het aansluiten op bestaande structuren. Hiermee versterken we de leefbaarheid, voorzieningen en ruimtelijke kwaliteit van de kernen.

5.2.7 Toetsingskader woningbouw lintdorpen Aartswoud en de Weere

Binnen de lintdorpen blijft ruimte voor passende woningbouwinitiatieven, mits deze zorgvuldig worden ingepast en aansluiten bij de identiteit, schaal en karakteristiek van de omgeving.

5.2.8 Toetsingskader woningbouw landelijk gebied

In het landelijk gebied is alleen beperkte woningbouw mogelijk, mits deze zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast en bijdraagt aan de omgevingskwaliteit. Ontwikkelingen moeten rekening houden met natuur-, water- en cultuurhistorische waarden, waarbij openheid, lintstructuren en karakteristieke bebouwing behouden blijven.

5.3 Een zorgzame veilige gemeenschap

5.3.1 Inleiding

Een zorgzame en veilige gemeenschap ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om gezamenlijke inspanning om een omgeving te creëren waarin iedereen zich gezond, verbonden en beschermd voelt. In dit hoofdstuk beschrijven we onze strategische ambities voor thema’s als zorg, veiligheid, milieu, onderwijs, sport en cultuur. Hoe zorgen we ervoor dat voorzieningen toegankelijk blijven, dat inwoners elkaar ontmoeten en dat we samen werken aan een gezonde leefomgeving? De volgende paragrafen geven richting aan deze opgaven en ambities.

5.3.2 Bestaanszekerheid en ontmoetingsplekken voor iedereen
  • We streven ernaar dat alle inwoners bestaanszekerheid hebben. Inwoners moeten in onze gemeente gezond, veilig en zelfstandig wonen en leven.

  • We streven naar het ontwikkelen van multifunctionele ontmoetingscentra. Multifunctionele ontmoetingscentra in Spanbroek en Hoogwoud worden als centrale en inclusieve ontmoetingsplekken die bijdragen aan de sociale cohesie, eenzaamheidsbestrijding, en een gezonde leefomgeving in het algemeen.

  • We moedigen inwoners aan om actief deel te nemen aan de samenleving. Bijvoorbeeld door het faciliteren van lokale werkgelegenheid, sport en recreatie en goed bereikbaarheid.

  • We willen dat al onze inwoners voldoende inkomen hebben, dat er genoeg betaalbare woningen zijn en dat iedereen toegang heeft tot zorg, onderwijs en werk. Hiermee dragen we bij aan de bestaanszekerheid van onze inwoners.

  • Als gemeente ondersteunen we vrijwilligerswerk en moedigen we inwoners aan om actief bij te dragen aan hun gemeenschap.  We stimuleren ontmoeting door het faciliteren en ondersteunen van burgerinitiatieven, verenigingen en buurtactiviteiten. In iedere kern zijn er voorzieningen die de sociale cohesie in stand houden. 

  • Wij zorgen voor ontmoetingsplekken in Aartswoud en De Weere, voor de bevordering van sociale cohesie en welzijn.

  • In 2040 kunnen kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen en inwoners met beperkingen in onze gemeente volop genieten van de openbare buitenruimte, met ruimte voor beweging, ontmoeting en gezondheid.

  • We willen dat bewegwijzering begrijpelijk en leesbaar is voor iedereen.

  • We onderzoeken de mogelijkheid voor een Huiskamer voor jongeren; een plek met een eigen identiteit voor jongeren tussen de 12 en 23 jaar, voor ontmoeting, informatie, educatie, al dan niet in combinatie met andere voorzieningen.

  • We verkennen de mogelijkheden voor een ontmoetingsplek voor jongeren; een buitenvoorziening waar jongeren zonder begeleiding of toezicht elkaar kunnen ontmoeten.

  • We willen openbare voorzieningen rolstoeltoegankelijk te maken.

  • We streven naar een prikkelarme variant voor publieke voorzieningen (bijvoorbeeld rustige uren).

5.3.3 Stimuleren van een gezonde en groene leefomgeving
  • We moedigen bewegen, ontmoeten en spelen aan in de buitenruimte. Hiervoor creëren we aantrekkelijke en toegankelijke plekken voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten.

  • We willen de openbare buitenruimte, met name de groene gebieden, geschikt maken voor verschillende vormen van sociaal contact en recreatie. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van onze bewoners.

  • Wij realiseren sport- en speelvoorzieningen, zoals fitnessrekken en skatebanen, in groene gebieden, zodat deze multifunctionele plekken bijdragen aan zowel ontspanning als actieve recreatie.

  • Veilige, toegankelijke routes en ontmoetingsplekken verbinden BOSS-voorzieningen en zorgen voor veilige, toegankelijke verbindingen naar het buitengebied.

  • Een groene omgeving moet direct toegankelijk zijn vanaf de voordeur en draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid. We hebben aandacht voor lokale ommetjes.

  • Wij verbinden ontmoetingsplekken en recreatieve routes met veilige fiets- en wandelpaden, in lijn met het BOSS-principe. Dit wordt per kern en wijk uitgewerkt, zodat inwoners laagdrempelig kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten.

5.3.4 Sportaanbod, recreatie en een rijk verenigingsleven
  • We stimuleren sport en beweging als onderdeel van een gezonde leefstijl en promoten een actieve leefstijl.

  • We streven naar een passend sport-, en recreatieaanbod voor alle leeftijden bij het dorp. Daarbij zetten we sport in tegen eenzaamheid en voor mentale gezondheid, en pakken knelpunten in sportdeelname aangepaste sporten aan.

  • Er is aandacht voor het behouden en versterken van sportverenigingen. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor de sociale cohesie in onze gemeente. Op dit moment beschikken we over een breeds sport-, en recreatieaanbod.

  • Er is aandacht voor wandel- en fietsroutes. Wandel- en fietsroutes zijn laagdrempelige voorzieningen die inwoners stimuleren om meer te bewegen.

5.3.5 Samenwerken aan toekomstbestendige zorg
  • We zorgen dat zorgvoorzieningen toegankelijk blijven door onder andere het faciliteren van een goed functionerend openbaar vervoernetwerk.

  • We zetten in op sterke wijkvoorzieningen en stimuleren de inzet van vrijwilligers.

  • We zetten ons als gemeente in op het ontwikkelen van wooncirkels en het realiseren van voorzieningen dichtbij huis, zodat ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Wooncirkels zijn compacte gebieden rond een kern waar levensloopbestendige woningen, zorg en ontmoetingsvoorzieningen worden geconcentreerd, zodat inwoners zelfstandig kunnen wonen en dichtbij zorg en sociale ondersteuning blijven.

  • Wij ondersteunen mantelzorgers door mogelijkheden te bieden voor mantelzorgwoningen om mensen langer zelfstandig te laten wonen.

5.3.6 Inclusief en toegankelijk onderwijs
  • We realiseren multifunctionele kindcentra waar onderwijs, opvang en maatschappelijke functies samenkomen.

  • We bieden goede basisvoorzieningen voor alle kinderen en extra hulp voor kinderen die dit nodig hebben. We streven ernaar dat kinderen uit onze gemeente onderwijs zoveel mogelijk in de buurt kunnen volgen.

  • We erkennen de meerwaarde van de scholen in de kleine kernen. In zowel Aartswoud als De Weere bevindt zich nu een school. We zien de scholen als maatschappelijke centra die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en de sociale cohesie in de wijk.  Voor de actualisatie van de omgevingsvisie toetsen we het voorzieningenniveau continu aan de hand van de prognoses uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Deze prognoses worden iedere vier jaar geactualiseerd, zodat we tijdig kunnen inspelen op demografische ontwikkelingen en de behoefte aan onderwijsvoorzieningen. 

  • Scholen moeten veilig zijn, passen binnen het leefklimaat (geluid, verkeer) en goed bereikbaar zijn. We zorgen voor gezonde leer- en werkomgevingen in onderwijsgebouwen, hierbij hebben we aandacht voor luchtkwaliteit.

5.3.7 Creëren van een veilige en gezonde omgeving
  • We werken aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving door risico's te beperken, aandacht te hebben voor milieu en veiligheid, en ruimte efficiënt te benutten met oog voor een goede balans tussen mens, natuur en economie.

  • We zorgen voor meer groen en een gezonde omgeving die het welzijn ondersteunt.

  • We beperken gezondheidsrisico’s door omgevingsfactoren. We voorkomen niet-aanvaardbare luchtvervuiling, geur- en geluidsoverlast en verbeteren de waterafvoer.

  • We werken samen met de Veiligheidsregio, omgevingsdienst, GGD en andere partners.In het omgevingsplan wordt 'een veilige fysieke leefomgeving' verder uitgewerkt.

5.3.8 Creëren van een veilige sociale veiligheid
  • Wij creëren een veilige en leefbare openbare ruimte door aandacht voor sociale cohesie, inclusie, ontmoeting met goede verlichting en goed ingerichte voorzieningen.

  • Wij streven naar een gemeente waar inwoners weerbaar, gezond en verbonden leven in een sterke sociale basis. Belangrijke thema’s zijn een gezonde leefstijl, mentale gezondheid en een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.

5.3.9 Milieuaspecten centraal
  • Gezondheid: We willen een gezonde leefomgeving. We streven naar een beperking van gezondheidsrisico's.

  • Geluid: Opmeer kent dankzij het landelijke karakter over het algemeen een rustige leefomgeving. Alleen langs de A.C. de Graafweg (N241) en rond bedrijventerrein De Veken is lokaal sprake van een hogere geluidbelasting. We beperken geluidsoverlast om de gezondheid en leefkwaliteit te beschermen en streven naar een geluidsluwe leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties.

  • Veiligheid: We staan voor een veilige leefomgeving in Opmeer. Daarom houden wij bij ruimtelijke keuzes rekening met externe veiligheidsrisico’s van activiteiten zoals opslag, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Wij scheiden risicobronnen en kwetsbare functies zoveel mogelijk en passen voorschriften toe waar nodig. Zo zorgen wij dat inwoners zich veilig voelen en dat de gevolgen van incidenten beheersbaar blijven. Verder staan we geen uitbreiding van risicovolle bedrijven in woongebieden toe en verplaatsen bestaande milieubelastende activiteiten waar mogelijk naar risicoluwe zones.

  • Luchtkwaliteit: We streven naar gezonde lucht, omdat dit essentieel is voor het welzijn van onze inwoners.  We stimuleren duurzame mobiliteit en zetten in op een leefomgeving die gezondheid en duurzaamheid versterkt

  • Geurhinder: We willen geurhinder zoveel mogelijk voorkomen, omdat dit direct invloed heeft op gezondheid en leefkwaliteit. Daarom passen wij het provinciale geurbeleid toe en verwerken we bijpassende regels in ons Omgevingsplan. Bij nieuwe ontwikkelingen houden wij rekening met gevoelige functies en streven naar een gezonde en aangename leefomgeving.

  • Bodemkwaliteit: We beschermen de bodemkwaliteit, omdat dit de basis is voor gezondheid, natuur en ontwikkeling. We volgen het regionale bodembeleid en hanteren het standstill-principe: geen verslechtering, waar mogelijk verbetering. Bij grondverzet en hergebruik passen we het Besluit bodemkwaliteit toe en werken volgens de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart. Zo blijft de bodem duurzaam geschikt voor wonen, landbouw en natuur.

  • Waterkwaliteit: We willen een aantrekkelijk, gezond en duurzaam watersysteem met een hoge belevings- en recreatiewaarde. We beschermen de waterkwaliteit en drinkwatervoorziening en dragen bij aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water.

5.4 Een duurzame toekomst

5.4.1 Inleiding

 Deze paragraaf beschrijft de strategische ambities voor het thema Duurzame toekomst. Daarbij staan duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie, groen en water- en bodemsturend centraal. Deze onderwerpen keren ook terug in de andere thema's, steeds vanuit een andere invalshoek.

5.4.2 Samenbouwen aan een duurzame en klimaatbestendige gemeente
  • Nieuwe woonwijken worden klimaatbestendig ingericht en bestaande wijken worden mits noodzakelijk heringericht, met maatregelen tegen wateroverlast, hitte en droogte.

  • We stimuleren circulair ondernemen, om grondstoffen te besparen en de overgang naar en circulaire economie te versnellen.

  • Alle nieuwbouw moet voldoen aan eisen voor duurzaamheid, energie-efficiëntie en klimaatbestendigheid, volgens het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.

  • We ondersteunen inwoners bij het verduurzamen van woningen en bedrijfspanden, bijvoorbeeld via subsidies, advies en regionale samenwerking.

  • We streven naar actieve CO2-reductie, door energiebesparing, duurzame opwek en innovatieve oplossingen.

  • We zetten in op het verminderen van vervoersbewegingen, met aandacht voor elektrificatie, uitbreiding van laadinfrastructuur en deelmobiliteit.

  • We realiseren energie- en klimaat neutrale overheidsgebouwen en passen circulaire principes toe bij vernieuwbouw, om maatschappelijke gebouwen toekomstbestendig te maken.

  • We hebben aandacht voor hittestress en sluiten ons aan bij de menukaart Hitte in de gebouwde omgeving, waarbij behoud van groen en schaduwrijke plekken prioriteit heeft om gezondheid te beschermen.

5.4.3 Krachten bundelen voor een duurzame toekomst
  • We stimuleren ketensamenwerking via Circulair West-Friesland (programmalijn van Klimaatconvenant), zodat materiaal- en grondstofketens worden gesloten en we samen werken aan een circulaire economie.

  • We stimuleren samenwerking met waterschappen, groenbedrijven en bouwbedrijven, om duurzame en klimaatbestendige oplossingen te realiseren.

  • We werken samen met het Hoogheemraadschap aan waterbergingsgebieden, die niet alleen waterveiligheid bieden, maar ook natuur- en recreatiefuncties vervullen.

5.4.4 Groen en water in balans
  • We streven naar een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente in 2040, zodat we voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering en een veilige leefomgeving behouden. Bij ruimtelijke plannen houden we rekening met extreme weersomstandigheden.

  • Bij het beheer van de openbare ruimte houden we rekening met veranderende klimaatomstandigheden, waarbij flexibiliteit en duurzame oplossingen centraal staan.

  • We schenken speciale aandacht aan het behouden van een gezonde bodem en goede waterkwaliteit en -kwantiteit, wat wij cruciaal achten voor het in stand houden van biodiversiteit en een vitale natuurlijke omgeving.

  • We zetten in op een klimaatbestendige en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij waterkwaliteit expliciet wordt meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen en aandacht is voor duurzaam watergebruik, regenwateropvang, waterberging, het vasthouden van water en het beperken van watervervuiling, bodemdaling en verdroging.

  • Risico's van overstroming, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid worden meegenomen bij locatiekeuze voor woningbouw, zodat nieuwe wijken toekomstbestendig zijn.

  • We dragen zorg voor boven- en ondergrondse infrastructuur voor drinkwaterdistributie, en beschermen kwetsbare infrastructuur tegen waterschade.

  • We maken het hoofdwatersysteem weerbaar tegen droogte en verkennen extra waterbergingen als buffer tegen watertekorten.

  • We houden rekening met de druk op de ondergrond door de energietransitie, bijvoorbeeld bij rioolaanleg en vervanging.

  • We garanderen de kwaliteit van stads- en dorpswater, voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

  • We richten ons op voldoende waterberging op de juiste plekken, en beperken verharding om waterafvoer te verbeteren in de openbare ruimte.

  • We integreren klimaatadaptieve maatregelen zoals wadi's, vergroening en schaduwrijke plekken op schoolpleinen en openbare ruimte, om hittestress en wateroverlast tegen te gaan.

  • We benutten kansen voor biodiversiteit en waterberging bij BOSS-routes en speelplekken, zodat groen en klimaatadaptatie hand in hand gaan.

5.4.5 Aandacht voor groen en biodiversiteit
  • We stellen een SMP (Soorten Management Plan) op om diersoorten beter te beschermen en biodiversiteit te versterken.

  • We stimuleren aanleg van kwalitatief groen in de gemeente, omdat dit bijdraagt aan biodiversiteit, gezondheid, klimaatadaptatie en duurzaamheid.

  • Initiatieven die meer groen realiseren worden actief aangemoedigd, zodat dorpen aantrekkelijk en leefbaar blijven.

  • We besteden aandacht aan een gezonde bodem en natuurlijke leefomgevingen, als basis voor biodiversiteit en duurzame landbouw.

  • Groenaanleg gebeurt met de juiste soorten op de juiste plek, en we creëren meer groen in de directe woonomgeving.

  • We vergroenen de kern Opmeer en locaties met hittestress, en willen bij nieuwbouw groene, schaduwrijke plekken realiseren. Restgroen wordt zoveel mogelijk benut voor bomen.

  • De openbare ruimte levert een substantiële bijdrage aan een gezonde en leefbare woon- en werkomgeving, die bewoners met elkaar verbindt.

  • We maken de buitenruimte geschikt om gezondheid te bevorderen, door ruimte voor bewegen, ontmoeting en ontspanning.

  • We werken samen met de provincie en regio om natuurnetwerken en biodiversiteit te versterken bij ruimtelijke ingrepen.

  • We passen circulaire principes toe bij de inrichting van de openbare ruimte, om grondstoffen te besparen en duurzaamheid te vergroten.

  • We benutten kans om biodiversiteit te combineren met klimaatadaptatie en duurzaamheid, zodat groen meerdere functies vervult.

5.4.6 Duurzame energieopwekking
  • Onze primaire ambitie is om een aardgasvrije gemeente te zijn in 2040, met als bredere ambitie energieneutraal en klimaatneutraal in 2040 en volledig klimaatbestendig in 2050.

  • We waarborgen keuzevrijheid voor inwoners bij het kiezen van warmteoplossingen, binnen de grenzen van wat technisch en maatschappelijk haalbaar is.

  • We verkennen alternatieve oplossingen voor de energievraag, zoals de mogelijkheid voor een Small Modular Reactor (SMR) nabij De Veken 4. Als dergelijke oplossingen gerealiseerd kunnen worden, zijn geen grote windturbines en zonneweiden meer nodig. Hiervoor hebben we ook een zoekgebied aangeduid. We onderzoeken hiervoor de locatie specifieke eisen, bijvoorbeeld met betrekking tot koelwater en aansluiting op onderstations.

  • Bij ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven houden we expliciet rekening met netcongestie, door tijdig af te stemmen met netbeheerders en waar mogelijk slimme oplossingen zoals energiebesparing, opslag en flexibel gebruik van het elektriciteitsnet toe te passen.

5.5 Een aantrekkelijk landschap en hoogwaardig gebruik van natuur en erfgoed

5.5.1 Inleiding

Deze paragraaf beschrijft de strategische ambities uiteengezet ten aanzien van het thema. Een aantrekkelijk landschap en hoogwaardig erfgoed. De volgende onderwerpen staan centraal in dit thema: landbouw, agrarische sector, (cultureel) erfgoed, buitengebied, natuurgebieden, recreatie in het buitengebied. Welke waarden willen we behouden, versterken of ontwikkelen?

5.5.2 Cultuurhistorisch erfgoed als identiteitsdrager

Wij koesteren het rijke cultuurhistorische landschap van Opmeer. Erfgoed bepaalt onze identiteit en vormt de basis voor de ontwikkeling van onze gemeente. Wij zetten in op:

  • Behoud en versterking van iconische erfgoedelementen, zoals stolpboerderijen, lintdorpen, oude wegenstructuren, watergangen en andere historische landschapselementen. Deze vormen het karakter van Opmeer en ons open Westfriese landschap.

  • Ruimte voor herbestemming van stolpen, kerken en monumentale panden, bijvoorbeeld naar maatschappelijke-, woon-, of commerciële functies, mits dit gebeurt met respect voor de cultuurhistorische waarden en ruimtelijke samenhang van erf en landschap.

  • Het zichtbaar en beleefbaar maken van ons landschap en erfgoed, bijvoorbeeld door verhalen over het landschap te delen en cultuurhistorische elementen beter toegankelijk te maken.

  • De Westfriese Omringdijk als drager van onze identiteit. Deze dijk vormt niet alleen de gemeentegrens, maar is ook belangrijk  geweest voor het ontstaan van Opmeer: zonder deze dijk zou het prehistorische landschap zijn verdwenen. De dijk vertelt het verhaal van waterbeheer, bescherming tegen overstromingen en de historische ontwikkeling van het gebied.

  • Behouden en versterken van archeologische waarden, waaronder het Archeologisch Rijksmonument Aartswoud en het provinciaal archeologisch monument direct ten noorden daarvan. Wij zetten in op duurzaam behoud van deze gebieden, omdat verdroging en bodemdegradatie grote risico’s vormen voor het behoud van archeologische resten.

  • Correcte duiding van de bodemopbouw en historische structuren, waaronder de kreekruggen die bepalend zijn geweest voor bewoning en landschapsvorming. Deze kennis gebruiken we bij ruimtelijke afwegingen.

  • Aansluiten bij de regionale koers voor cultuurhistorie, waarbij wordt geïnvesteerd in de beleefbaarheid, herkenbaarheid en bescherming van cultuurhistorisch landschap en structuren.

  • Inbedden van de nieuwe cultuurhistorische elementenkaart als basisinstrument voor afwegingen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Nieuwe plannen worden hieraan getoetst om het erfgoed in samenhang te beschermen.

  • Zorgvuldige afstemming van nieuwe ontwikkelingen op de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden, zodat deze behouden blijven voor toekomstige generaties.

  • Herbestemming van kerkgebouwen die hun religieuze functie verliezen, waarbij wij samen met eigenaren verkennen welke functies bijdragen aan een duurzame toekomst. Kerken blijven hiermee niet alleen beeldbepalend, maar behouden ook hun betekenis als plek voor ontmoeting, cultuur of maatschappelijke activiteiten.

5.5.3 Hoogwaardig groen en landschap
  • We willen ons kenmerkende open en groene landschap met het kenmerkende kleinschalige verkavelings- en slotenpatroon behouden en versterken, waarbij groen en veeteelt een centrale rol spelen in de kwaliteit van onze leefomgeving.

  • Ons groenbeheer heeft als doel niet alleen de esthetische waarde van de openbare ruimte te verbeteren, maar ook bij te dragen aan een gezonde en leefbare woonomgeving voor onze bewoners.

  • In NNN-gebieden (Natuurnetwerk Nederland) en weidevogelgebieden is recreatief gebruik niet altijd toegestaan, maar wel in de omliggende zones. Recreatiemogelijkheden richten we daarom vooral op de randen en verbindingen, zodat natuurbehoud en beleving hand in hand gaan.

5.5.4 Inzet op natuurbescherming
  • We zetten ons in voor het behouden van grote, aaneengeschakelde natuurgebieden die ecologisch stabiel zijn en biodiversiteit bevorderen. Deze gebieden hebben tevens een grote recreatieve en belevingswaarde en zijn geschikt om te combineren met andere maatschappelijke opgaven. Dat geldt niet voor kleinschalige min of meer op zichzelf staande natuurgebieden waarvan de ruimte nodig is voor de invulling van een hoger geprioriteerde maatschappelijke opgave, zoals het voorzien in noodzakelijke woningbouw of infrastructuur.

  • Natuurinclusief ontwerpen stimuleren wij, met als doel om nieuwe woongebieden te integreren met de natuur, waardoor deze gebieden aantrekkelijker en ecologisch duurzamer worden.

  • Wij stimuleren akkerrandenbeheer en slootkanten om biodiversiteit te vergroten.

  • Wij passen natuurinclusief bouwen toe bij nieuwe projecten.

5.5.5 Linten in het buitengebied beschermen
  • In de lintbebouwing van onze gemeente worden nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk beperkt, met uitzondering van initiatieven die bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap, zoals het herbestemmen van agrarische bedrijfsgebouwen.

  • We bieden mogelijkheden voor ontwikkelingen in de bebouwingslinten die de cultuurhistorische structuren niet aantasten en de omgevingskwaliteit verbeteren.

  • Het behoud van de openheid en het karakter van de lintbebouwing is voor ons essentieel, waarbij wij de nadruk leggen op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit zonder het landschap te verstoren.

  • Wij volgen de regionale ambitie om openheid van linten te behouden.

5.5.6 Recreatie in samenhang met natuur en landschap
  • We richten ons op het versterken van recreatiemogelijkheden door natuur toegankelijk te maken voor onze bewoners en bezoekers, zonder afbreuk te doen aan de ecologische waarde.

  • We investeren in het optimaliseren van wandel- en fietsroutes, zodat het buitengebied beter toegankelijk wordt met meer mogelijkheden voor recreatie en natuurgebieden beleefbaar worden.

  • Daarnaast promoten wij onze gemeente als toeristische bestemming door de unieke natuur en het landschap te benutten en de recreatieve kernkwaliteiten verder te versterken.

  • We ontwikkelen thematische routes en uitzichtpunten in het buitengebied om recreatie te stimuleren.

  • Multifunctioneel ruimtegebruik wordt bevorderd, waarbij recreatie en natuurontwikkeling hand in hand gaan.

  • De toegankelijkheid tot natuur en recreatie wordt vergroot in combinatie met woningbouw en infrastructuur.

  • We werken aan het benutten van koppelkansen tussen recreatie en landbouw, bijvoorbeeld door recreatieve routes langs agrarische bedrijven.

  • We willen de recreatie versterken door natuurdoelen te koppelen aan recreatieve doelen en de bestaande (natuur)structuren, zoals linten en landschapsstructuren, beter te benutten.

  • Het buitengebied en de historische dorpslinten in de gemeente hebben toeristische potentie door het behoud van de oorspronkelijke, cultuurhistorische en landschappelijke structuur.

  • Wij stimuleren dat kampeerinitiatieven bijdragen aan plattelands- of natuureducatie en extra belevingsvormen

  • Wij faciliteren kamperen bij de boer (max. 30 plaatsen) als nevenactiviteit, gekoppeld aan een agrarisch bedrijf.

  • Wij staan zelfstandige kampeerterreinen toe tot max. 50 plaatsen, mits landschappelijk ingepast en verbonden met wandel- en fietsroutes.

  • Wij verkennen de mogelijkheid om meer recreatieterreinen en parken te faciliteren, inclusief zones voor hondenlosloopgebieden, om tegemoet te komen aan de regionale behoefte en de druk op kwetsbare natuur te verminderen

  • Wij koppelen recreatie aan groenblauwe structuren door wandel- en fietspaden langs water en natuurgebieden te realiseren.

5.5.7 Toekomstbestendige landbouw
  • We zetten in op een toekomstbestendige agrarische sector die ruimte biedt voor ondernemerschap en innovatie, en tegelijk bijdraagt aan een goede bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit en het behoud van de open en karakteristieke landschappelijke kwaliteit van Opmeer

  • We participeren in de samenwerking met de agrarische sector, provincie en regio, om te komen tot een perspectief voor de landbouw, waarin ook aandacht is voor de andere opgaven in het landelijk gebied, zoals het versterken van de natuur waaronder biodiversiteit, waterberging, recreatie.

  • Het huidige beleid vormt daarbij de basis, waarbij we ruimte houden voor toekomstige ontwikkelingen en veranderende omstandigheden binnen de agrarische sector.

  • We geven agrarische bedrijven de ruimte om zich te ontwikkelen naar een duurzame bedrijfsvoering en behouden de landbouwfunctie als belangrijkste landschappelijke en economische drager van het landelijk gebied.  We dragen als gemeente bij aan de landbouwtransitie, waaronder de kringlooplandbouw. We kijken samen met agrarische ondernemers naar de mogelijkheden voor de toekomst. Ontwikkelingen in de agrarische sector dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving en duurzaamheid van Opmeer.

  • We streven ernaar economisch gezonde en toekomstbestendige landbouw te behouden, waarbij we de openheid, het kenmerkende verkavelings- en slotenpatroon en het groene agrarische karakter van het gebied voorop stellen.

  • Agrarische activiteiten met ‘groene gronden’ passen goed bij het verhaal en de identiteit van de gemeente Opmeer. Dit blijven we stimuleren.

  • De bedrijfsvoering van agrarische ondernemers willen we een kwaliteits- en duurzaamheidsimpuls geven.

  • Het behoud van agrarische activiteiten in Westfriesland is voor ons van groot belang.

  • Opmeer wordt kenmerkt door een dynamisch landschap. Hier willen we met dubbelgebruik natuur en recreatie koppelen aan landbouw, en onnodige verglazing, verdozing en verharding voorkomen.

  • We creëren ruimte voor agrarische bedrijven om hun activiteiten te verbreden en de kwaliteit te verbeteren, zodat zij toekomstbestendig blijven.

  • We benutten de mogelijkheden die de Provincie Noord-Holland biedt via subsidies en transitiefondsen voor verduurzaming van de landbouw. Deze regelingen ondersteunen investeringen in klimaatadaptatie, biodiversiteit, energiebesparing en duurzame energie, en bieden ook kansen voor jonge landbouwers om toekomstbestendig te ondernemen.

  • We willen voldoende afstand tussen woningbouw in de kern/linten en landbouw, zodat agrariërs niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.  We hebben aandacht voor spuitzones.

  • We stimuleren verdienmodellen voor agrarische bedrijven, zoals landschapsbeheer en recreatieve functies.

  • De verdere uitwerking van ontwikkelingen in het landelijk gebied vindt plaats in samenwerking met ondernemers en andere stakeholders, met aandacht voor economische haalbaarheid en passende instrumenten zoals programma’s en subsidies.

5.6 Bereikbaar Opmeer

5.6.1 Inleiding

In deze paragraaf staan de strategische ambities uiteengezet over het thema Bereikbaar Opmeer. De volgende onderwerpen staan centraal in dit thema: (duurzame) mobiliteit, parkeren en bereikbaarheid.

5.6.2 Investeren in verkeersveiligheid en doorstroming
  • We stimuleren duurzaam woon-werkverkeer en thuiswerken om de verkeersdrukte te verlagen.

  • We zetten in op het verbeteren van de verkeersveiligheid door maatregelen zoals wegomleggingen, verkeersregulering en verbetering van kruisingen.

  • We houden aandacht voor de verkeersafwikkeling en doorstroming op N-wegen, zoals de N241, inclusief ontsluitingsweg Hoogwoud-Oost, aansluiting op de A7 en rotonde Wognum.

  • Onderhoud van de Driestedenweg blijft noodzakelijk, mede door kabelaanleg en glasvezelwerkzaamheden die invloed hebben op comfort en veiligheid.

  • Het streven is om in 2050 0 verkeersslachtoffers te hebben, metspeciale aandacht voor de veiligheid van fietspaden en de doorstroming in dichtbevolkte gebieden.

  • We hanteren het STOMP-principe (stappen, trappen, OV, Mobility as a Service, persoonlijke auto) als uitgangspunt voor duurzame en veilige mobiliteit.

  • We voorkomen snelle verkeersroutes in de nabijheid van gevoelige functies zoals woongebieden.

5.6.3 Bereikbaarheid openbaar vervoer verbeteren
  • We zetten in op het verbeteren van het duurzame openbaar vervoer en de provincie wordt gestimuleerd om de bereikbaarheid van Opmeer te verbeteren.

  • Het openbaar vervoernetwerk wordt zo ingericht dat het passend is voor woningbouw, de energietransitie en andere beleidsdomeinen.

  • Er wordt een multimodale netwerkstudie uitgevoerd en een hub-strategie ontwikkeld om het openbaar vervoer te versterken.

  • We benutten de kansen om met regionale fietsverbindingen de kernen beter te verbinden met de regio. De verbinding met de Westfriese lijn en station Obdam is hierbij van belang.

  • We behouden en versterken het openbaar vervoernetwerk voor een goede verbinding met voorzieningen en de regio, inclusief het behoud van buslijnen en buurtbussen tussen kernen en mobiliteitshubs.

  • We zetten in op het behoud van de ov-verbindingen tussen de kleine kernen en de hoofdkern en de ov-verbindingen tussen alle kernen en de regio. 

  • We streven naar het verbeteren van de OV-bereikbaarheid van bedrijventerrein De Veken.

5.6.4 Investeren in fietsroutes en leefbare gezonde kernen
  • We zorgen voor een goed en veilig fietsnetwerk door bestaande routes te onderhouden en waar nodig nieuwe verbindingen aan te leggen.

  • Er wordt gestimuleerd dat het fiets parkeren verbeterd wordt bij nieuwbouwprojecten en herontwikkelingen.

  • We bevorderen duurzame mobiliteit.

  • We investeren in fietsvriendelijke verbindingen tussen Opmeer en andere kernen. Regionale doorfietsroutes naar Obdam en Wognum zijn in beeld.

  • Vanuit de regio is er aandacht voor regionale doorfietsroutes, met bijzondere aandacht voor de verkeersveiligheid van schoolroutes.

  • Hoogwaardige doorfietsnetwerken worden ontwikkeld, inclusief sterke oost-westverbindingen.

  • We zien het belang van hoofdfietsverbindingen die aansluiten op regionale OV-knooppunten zoals Obdam en Hoorn. Daarbij ligt de nadruk op snelheid en efficiëntie voor regionale verbindingen, terwijl lokaal de focus ligt op verblijfskwaliteit, leefbaarheid, verkeersveiligheid en toegankelijkheid.

  • We leggen BOSS-routes aan met rustpunten en beweegaanleidingen, gekoppeld aan regionale netwerken

5.6.5 Duurzame mobiliteit stimuleren
  • Er wordt gewerkt aan initiatieven voor elektrisch openbaar vervoer en de verduurzaming van gemeentelijke voertuigen.

  • Het aantal laadpunten voor elektrische voertuigen en fietsen wordt uitgebreid.

  • Vraagafhankelijk vervoer, zoals Mobility as a Service, wordt gestimuleerd.

  • Tegen 2030 wordt er gestreefd naar voldoende laadpunten voor elektrische voertuigen en fietsen.

  • We zetten ons als gemeente in voor een slimme, schone en veilige mobiliteit, met als doel de CO2-uitstoot door mobiliteit met 55% te reduceren in 2030.

  • We streven naar energieopwekking boven parkeerplaatsen.

5.6.6 Regionale samenwerking voor bereikbaarheid
  • Er wordt samengewerkt met de 7 Westfriese gemeenten om knelpunten in mobiliteit en bereikbaarheid op te lossen.

  • Er wordt verkeerskundig samengewerkt met de regio, met de verdeling van taken voor effectieve mobiliteitsoplossingen.

  • Het streven is naar een gezonde, bereikbare en duurzame regio door de versnelling van woningbouw en verbetering van de bereikbaarheid.

  • We werken regionaal aan oplossingen voor knelpunten in doorstroming naar en op de A7.

  • We streven naar regionale erkenning van de realisatie van doorfietsroutes.

5.6.7 Mobiliteit in landelijk gebied
  • We verbeteren de mobiliteit tussen dorpskernen.

  • We werken regionaal wordt gewerkt aan betere OV-verbindingen en fietsroutes in gebieden met veel woningbouw en kwetsbare groepen.

  • We zetten ons in voor veilige routes voor schoolgaande kinderen, 0uderen en mensen met een beperking en we stimuleren actieve mobiliteit.

  • Regionaal wordt gewerkt aan het verbeteren van verkeersveiligheid in kernen en lintdorpen, onder meer door GOW30 en veilige fietsroutes. GOW30 staat voor “gebiedsontsluitingsweg 30 km/u”: een nieuw wegtype binnen de bebouwde kom, naast de al bestaande 30‑ en 50‑wegen.

  • We streven naar de handhaving en monitoring van het parkeerbeleid, met als doel parkeeroverlast in de openbare ruimte te voorkomen.

5.6.8 Aandacht voor defensie bij infrastructuur

De gemeente Opmeer maakt afspraken met het Ministerie van Defensie om de overlast door laagvliegende helikopters in het oefengebied zo aanvaardbaar mogelijk te houden.

5.7 Economisch vitaal

5.7.1 Inleiding

In deze paragraaf staan de strategische ambities uiteengezet over het thema Economisch vitaal. De volgende onderwerpen staan centraal in dit thema: centrum, arbeidsmarkt, bedrijvigheid, detailhandel en recreatie.

5.7.2 Centrumfunctie voor de hoofdkernen
  • We streven ernaar de centrumfunctie van Opmeer-Spanbroek te behouden en verder te versterken, zodat het een aantrekkelijk subregionaal centrum blijft voor inwoners en bezoekers.

  • Opmeer-Spanbroek krijgt de ruimte om zich te ontwikkelen, met voorzieningen en functies die passen bij de rol van centrumgebied.

  • Het centrumgebied moet voldoende dagelijkse voorzieningen hebben, met een zo volledig mogelijke branchering om inwoners dichtbij te bedienen.

  • Het centrum van Hoogwoud zien we als belangrijk centrum.

  • We ontwikkelen het centrum Opmeer-Spanbroek verder tot een vitaal, levendig en verkeersveilig voorzieningenhart en centrale ontmoetingsplek met ook een regionale functie. Hierin onderscheiden we zes strategische hoofdlijnen:

  • Versterken van het centrum als economisch hart: een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig centrum met een mix van functies (winkels, horeca, dienstverlening, cultuur en wonen).

  • Compact en levendig: concentratie van voorzieningen en transformatie van leegstand om beleving en kwaliteit te vergroten.

  • Ruimte voor ontmoeting en activiteiten: evenementen, markt en horeca dragen bij aan sociale cohesie en economische dynamiek.

  • Cultuurhistorie en identiteit benutten: erfgoed en karakteristieke elementen versterken de aantrekkingskracht en onderscheidend vermogen.

  • Klimaat adaptief en verkeersveilig: duurzame inrichting en goede bereikbaarheid voor voetgangers, fietsers en auto’sSamenwerking en flexibiliteit: ondernemers, bewoners en partners werken samen aan een centrum dat inspeelt op veranderende behoeften.

5.7.3 Compacte en aantrekkelijke winkelgebieden
  • We willen ons hoofdwinkelstructuur versterken in de regio, zodat inwoners dichtbij hun dagelijkse voorzieningen hebben.

  • We werken aan een compact en aantrekkelijk winkelgebied, dat inspeelt op de veranderende winkelbehoeften en leegstand te voorkomen.

  • We stimuleren innovatie en ondernemerschap binnen de detailhandel.

  • We omarmen lokale initiatieven in kleine kernen die in overeenstemming zijn met het detailhandelsbeleid.

  • We zijn tegen solitaire winkelontwikkelingen buiten het centrum om versnippering en aantasting van bereikbaarheid te voorkomen.

5.7.4 Vitale bedrijventerreinen en vitale arbeidsmarkt
  • We geven de voorkeur aan om bedrijven met een lokale binding en lokale werkgelegenheid ruimte te geven op onze bedrijventerreinen.

  • We geven prioriteit aan uitbreiding van bedrijventerrein De Veken (De Veken 4), zodat er voldoende ruimte blijft voor werkgelegenheid en economische groei.

  • We streven naar vitale bedrijventerreinen, met aandacht voor bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en een aantrekkelijke inrichting die bedrijven én werknemers aantrekt.

  • We stimuleren samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs, zodat inwoners kunnen instromen, doorstromen en zich bijscholen voor de banen van de toekomst.

  • We zetten in op een aantrekkelijke werkomgeving, waarin groen, kwaliteit en voorzieningen bijdragen aan het vinden en behouden van werknemers.

5.7.5 Bedrijvigheid en werkgelegenheid
  • We streven samen met de regio naar een sterke regionale economie die West-Friesland bovenregionaal op de kaart zet, zodat bedrijven en werknemers worden aangetrokken en behouden.

  • We verbeteren de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zowel kwalitatief als kwantitatief, door samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven.

  • We benutten onze landschappelijke kwaliteiten voor een aantrekkelijk vrijetijdsaanbod, om bezoekers te trekken en bestedingen te verhogen.

  • We investeren samen met de provincie en de regio in vitale voorzieningen en bereikbaarheid, als basis voor woningbouw en economische groei.

  • Wooninitiatieven mogen geen negatieve gevolgen hebben voor bedrijvigheid: transformatie van bedrijfsruimte naar wonen is alleen wenselijk als dit geen afbreuk doet aan de economische structuur of toekomstige ontwikkelmogelijkheden.

  • We zetten in op het vitaal houden van onze landbouwsector. Zie hiervoor het thema 'Een aantrekkelijk landschap en hoogwaardig gebruik van natuur en erfgoed'.

5.7.6 Duurzame circulaire economie
  • Wij dragen bij aan de transitie naar een duurzame en circulaire economie.

  • We streven ernaar dat in 2030 sprake is van een substantiële ontwikkeling naar een energieneutraal De Veken. In dit streven past een verkenning van een kleine windturbine op het bedrijventerrein.

5.7.7 Samenbouwen aan een vitale recreatiesector
  • We benutten de kernkwaliteiten van natuur, landschap en recreatie om een aantrekkelijke woon- en leefomgeving te creëren en Westfriesland als groene regio te versterken.

  • We willen meer bezoekers van buiten de regio aantrekken, waarbij het landschap en ons erfgoed de verbindende factoren zijn tussen functies en waarden.

  • We dragen bij aan het toevoegen van recreatieruimte, zodat de regio aantrekkelijk blijft voor inwoners én bezoekers.

  • We zetten ons in voor het behoud en de verbetering van bestaande dagrecreatieve voorzieningen, zodat deze optimaal gebruikt kunnen worden.We versterken de recreatieve waarde van kernen en het landelijk gebied door bij voorkeur onderscheidende verblijfsaccommodaties toe te voegen aan het bestaande aanbod.

  • We bevorderen routerecreatie in regionaal verband en werken mee aan nieuwe recreatieve en toeristische routestructuren.

  • We dragen bij aan een vitale verblijfsrecreatiesector, in lijn met de ambitie van Noord-Holland Noord om de meest vitale sector van Nederland te zijn.

  • We stimuleren samenwerking tussen recreatieve ondernemers en lokale voorzieningen, zodat het aanbod aantrekkelijk en divers blijft.

  • We versterken recreatieve clusters zoals recreatieterrein De Weijver en passantenhaven De Wijzend, om recreatie en toerisme te bundelen.

  • We stimuleren het versterken de dorpsidentiteit door evenementen en het promoten van lokale producten, zodat bezoekers het unieke karakter van Opmeer ervaren. Het Diaconieterrein wordt ontwikkeld tot een toekomstbestendig, maatschappelijk gemengd ontwikkelgebied waar wonen voor senioren, gezondheid, ontmoeten, sport en groen samenkomen en bijdragen aan de leefbaarheid van Opmeer.

6. Deelgebieden

6.1 Inleiding

Opmeer is divers: elk deelgebied heeft zijn eigen karakter, kansen en uitdagingen. Daarom werken we met een gebiedsgerichte aanpak waarin de identiteit van het landschap en de kernen het vertrekpunt vormen. Per deelgebied formuleren we specifieke ambities die passen bij de kenmerken van het gebied – van de hoofdkernen met hun dynamiek en voorzieningen tot de cultuurhistorische lintdorpen met grote sociale cohesie lintdorpen en het open buitengebied met natuur en agrarische functies.Zo zorgen we voor een integrale benadering waarin wonen, economie, mobiliteit, duurzaamheid en leefbaarheid elkaar versterken. Binnen deze aanpak krijgt woningbouw bijzondere aandacht. We kijken naar mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling in de kernen, en naar uitbreidingslocaties waar dat noodzakelijk is, met respect voor cultuurhistorie en landschap. Op deze manier bouwen we aan een toekomstbestendig Opmeer dat aansluit bij de identiteit van elk deelgebied.Daarnaast benoemen we per deelgebied een beknopt toetsingskader woningbouw: op welke manier vinden we woningbouw passend per deelgebied? Elk deelgebied heeft eigen kwaliteiten en kansen, maar ook aandachtspunten. Met een toetsingskader voor woningbouw willen we de kwaliteiten die onze gemeente heeft beschermen en versterken, en tegelijkertijd ruimte bieden aan groei en ontwikkeling. Ook erkennen we dat voor elke ontwikkeling een mate van maatwerk noodzakelijk is.

6.2 De hoofdkernen

Hieronder verstaan we Hoogwoud, Opmeer-Spanbroek en bedrijventerrein De Veken. De hoofdkernen van Opmeer liggen op de hoger gelegen kreekruggen en vormen een stevige basis voor wonen, werken, voorzieningen en infrastructuur. Hier komen historie en dynamiek samen: karakteristieke bebouwing, een levendig centrum en bedrijventerrein De Veken als economische motor. De kracht zit in de combinatie: sociale samenhang, een goed voorzieningenniveau, bereikbaarheid en ruimte voor groei.

Visiekaart deelgebied de hoofdkernen
P08187VisiekaartOmgevingsvisieOpmeerHoofdkernen20260720.jpgMovares

6.3 De lintdorpen

Dit zijn Aartswoud en De Weere. De lintdorpen o.a. vormen de historische aders van Opmeer. Ze liggen op oude kreekruggen en worden gekenmerkt door stolpboerderijen, smalle wegen, in het gebied met de status Beschermd landschap en achtergelegen open, weids landschap. Hun kernkwaliteit is de cultuurhistorische waarde en het open karakter. De doorzichten vanuit het lintdorp naar het landelijk gebied behoren tot één van de belangrijkste identiteiten om te behouden en versterken. Deze dorpen bieden rust en ruimte, maar ook sociale samenhang door een hechte gemeenschap en een sterke identiteit. Er is aandacht voor het behouden en versterken van de leefbaarheid, door gepast om te gaan met woningbouw en voorzieningen.

Visiekaart deelgebied de lintdorpen
P08187VisiekaartOmgevingsvisieOpmeerLintdorpen20260617.jpgMovares

6.3 Landelijk gebied

Dit is ons landelijk gebied met de bebouwingslinten die hier doorheen lopen.  Het landelijk gebied is het groene fundament van Opmeer: een open agrarisch landschap met weidevogelgebieden, NNN-gebieden en cultuurhistorische elementen zoals watergangen en dijken. Het gebied wordt gekenmerkt door bijzondere historische verkavelingspatronen en door langgerekte linten op een rechte veenverkaveling, verbonden met dwarswegen, en kleinere bebouwingslinten zoals Gouwe, Wadway en Zandwerven met stolpenstructuren. Doorzichten over sloten en ruime erven naar het weidse landschap versterken het karakter. Het buitengebied vervult cruciale functies voor wonen, landbouw, natuur, waterberging en recreatie. De kernkwaliteit ligt in de balans tussen productieve landbouw, het kleinschalige open en groene landschap en de cultuurhistorische- en natuurwaarden dat Opmeer uniek maakt. We erkennen onze cultuurhistorische positie binnen de Westfriese regio.

Visiekaart deelgebied landelijk gebied
P08187VisiekaartOmgevingsvisieOpmeerLandelijkegebied20260617.jpgMovares

7 Vervolg en verantwoording

7.1 Een actuele omgevingsvisie

De omgevingsvisie vormt het uitgangspunt bij nieuwe beleidsopgaven. Daarom is het essentieel dat deze visie steeds actueel blijft. Zodra er nieuwe inzichten ontstaan, wordt beoordeeld of een aanpassing nodig is. Bijstellingen van de omgevingsvisie kunnen voortkomen uit:

  • Nieuwe inzichten die ontstaan tijdens de uitwerking van thema’s en gebieden;

  • Nieuwe opgaven die nog niet in de visie zijn opgenomen;

  • Een verminderde aansluiting op maatschappelijke opgaven of de gekozen strategie.

We hebben afgesproken dat de omgevingsvisie minimaal één keer per raadsperiode (vier jaar) wordt geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. Dit kan echter ook vaker gebeuren, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de visie niet meer voldoende aansluit bij de praktijk of bij de wensen vanuit de samenleving. Bij een actualisatie houden we rekening met de programma’s, beleidsdocumenten en actuele trends en ontwikkelingen. Een evaluatie kan uitwijzen dat er geen aanpassingen nodig zijn, dat een beperkte wijziging volstaat of dat een grotere herziening noodzakelijk is.

Bij het actualiseren van de omgevingsvisie gaan we zorgvuldig en transparant om met participatie. Niet iedere wijziging vraagt om een participatietraject. Kleine aanpassingen of wijzigingen die al recent in een ander participatieproces zijn besproken, maken aanvullende participatie overbodig. Afhankelijk van de aard en omvang van de wijziging bepalen we welke vorm van participatie passend is.

We monitoren structureel ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en de voortgang van doelen, zoals woningbouw, mobiliteit, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteit en voorzieningen, en nemen ervaringen uit uitvoering en handhaving mee. Bij nieuwe opgaven, beleidswijzigingen of wanneer doelen niet worden gehaald, kan tussentijdse bijstelling nodig zijn. Aanpassingen variëren van klein tot ingrijpend; participatie van inwoners en partners is altijd onderdeel van het proces, afgestemd op de omvang van de wijziging. We volgen hierdoor de richtlijnen van de Omgevingswet.

De omgevingsvisie is een vertrekpunt voor beleidsuitwerking in onder andere omgevingsprogramma’s. De omgevingsvisie zelf bevat beleidsdoelen op hoofdlijnen. Op verschillende thema’s zijn specifieker beleid, doelen en maatregelen nodig om handen en voeten te geven aan de uitvoering van ambities en doelen. Dit doen we in elk omgevingsprogramma geven we aan hoe we het betreffende omgevingsprogramma gaan monitoren en evalueren. Voor de monitoring van de omgevingsprogramma’s sluiten we aan bij doelen van de omgevingsvisie en daarmee bij de monitoring van deze visie.

Bij de actualisatie van de omgevingsvisie wordt vastgelegd dat de omgevingsvisie leidend is voor de programma’s. In dit actualisatieproces brengen wij per programma expliciet de bijdrage aan de doelen en keuzes van de omgevingsvisie in beeld, beoordelen wij de samenhang en signaleren en adresseren wij eventuele tegenstrijdigheden. Daarbij leggen wij vast hoe de koppeling tussen omgevingsvisie en programma’s via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) inzichtelijk wordt gemaakt en hoe monitoring wordt ingericht met gezamenlijke indicatoren, zodat voortgang en effecten structureel kunnen worden gevolgd en gebruikt voor bijsturing.

7.2 Afweging plan-MER

 De gemeente Opmeer vindt een zorgvuldige afweging van milieubelangen belangrijk. Daarom zijn deze belangen nadrukkelijk meegenomen bij het opstellen van de omgevingsvisie en hebben ze een rol gespeeld bij de gemaakte keuzes. We hebben er echter bewust voor gekozen geen Milieu Effect Rapportage (M.E.R.) op te stellen. Een M.E.R. is een formele procedure die gebruikt wordt om milieubelangen systematisch te beoordelen.

Een plan-MER is verplicht wanneer een plan, zoals een omgevingsvisie, richtinggevend is voor toekomstige activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn. Dit geldt ook wanneer er op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig is.

Onze omgevingsvisie bevat geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen zijn slechts agenderend opgenomen. Daarmee laat de omgevingsvisie ruimte voor interpretatie en maatwerk. De daadwerkelijke milieueffecten hangen af van de wijze waarop deze ruimte in de praktijk wordt ingevuld. Om die reden is het doorlopen van een plan-MER-procedure bij de omgevingsvisie zelf niet nodig. Bij de verdere concretisering van bepaalde ontwikkelingen kan een plan-MER alsnog vereist zijn.

7.3 Toepassing milieubeginselen

Bij het opstellen van onze omgevingsvisie is bewust rekening gehouden met het milieu en met de milieubeginselen uit artikel 3.3 van de Omgevingswet: het voorzorgbeginsel, het preventiebeginsel, het bronaanpakbeginsel en het principe ‘de vervuiler betaalt’. Deze beginselen vormen de leidraad voor onze keuzes en dragen bij aan een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Bij het afwegen van verschillende belangen streven we naar duurzame ontwikkeling, waarbij we per situatie zorgvuldig een balans zoeken tussen milieu, maatschappelijke behoeften en economische of ruimtelijke opgaven.

7.4 Kostenverhaal

Met de omgevingsvisie geven we richting aan de toekomst en leggen we het publiekrechtelijk kader vast. Binnen dit kader kunnen zich nieuwe ontwikkelingen voordoen. Volgens de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om alle kosten en investeringen die zij maken voor planontwikkeling te verhalen op de partijen die hierdoor nieuwe bouwrechten verkrijgen.

Om de ambities te realiseren voert de gemeente Opmeer situationeel grondbeleid; faciliteren waar het kan, actief waar nodig. De keuze voor welke vorm van grondbeleid wordt toegepast per ontwikkellocatie hangt af van de maatschappelijke- en beleidsdoelen van de locatie, belangstelling van de marktpartijen voor de locatie, financiële ruimte en risico’s en of de gemeente zelf al grondposities heeft.

De afweging die de gemeente Opmeer hierbij maakt en welke instrumenten zij daarbij inzet, is nader uitgewerkt en vastgelegd in de nota Grondbeleid.

In het vastgestelde Omgevingsprogramma Kostenverhaal en financiële bijdrage legt de gemeente vast welke investeringen nodig zijn om de ruimtelijke ambities mogelijk te maken en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van kosten over zowel de huidige gebruikers als de nieuwe gebruikers van de Opmeer. Dit programma geeft het kader voor het verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen die daadwerkelijk tot ontwikkeling willen overgaan en geeft aan wat de toerekenbare kosten en financiële bijdragen zijn voor ontwikkellocaties.

In het programma is aan initiatiefnemers duidelijk gemaakt hoe de gemeente Opmeer omgaat met kostenverhaal en financiële bijdragen, zodat helder is wat deze marktpartijen kunnen verwachten. Zo is het voor een initiatiefnemer van een bouwplan duidelijk welke kosten de gemeente op hen gaat verhalen en hoe de hoogte van de financiële bijdrage is bepaald.

7.5 Bevoegdheden raad en college

Door de nieuwe structuur van de Omgevingswet verandert de manier waarop de raad en het college samenwerken.

De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast en bepaalt daarmee de strategische koers voor toekomstige ontwikkelingen. De concrete uitwerking van deze koers gebeurt via programma’s, die door het college van B&W worden vastgesteld. De juridische vertaling van de omgevingsvisie en de programma’s wordt vastgelegd in het omgevingsplan, dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Het college van B&W neemt vervolgens besluiten over omgevingsvergunningen.

Bij de programma’s geldt dat het college alleen programma’s kan vaststellen die volledig aansluiten op de omgevingsvisie. Als er verschillen zijn tussen een programma en de visie, moet het college de raad vragen om de omgevingsvisie aan te passen. De raad is echter niet verplicht hieraan mee te werken. Past een programma niet volledig binnen de visie en wil de raad de visie niet aanpassen, dan kan het college het programma niet vaststellen.

Voor de gemeente Opmeer betekent dit concreet dat het college bij het opstellen van een nieuw programma de gemeenteraad actief betrekt en vooraf informeert over de voorgenomen aanpak.

7.6 Uitvoering

7.6.1 Inleiding

De gemeente gaat actie ondernemen om de gestelde ambities te bereiken, zoals we in hoofdstuk 4 hebben beschreven. In onderstaande lijst staan per thema voorbeelden van projecten die op stapel staan. De lijst is dan ook niet limitatief.

7.6.2 Vitale dorpen in een vitale gemeente

Wat gaan we doen?

  • We bouwen tot 2040 meer dan 1000 woningen, vooral in Hoogwoud Oost, het centrum van Opmeer/Spanbroek en de schoollocaties. We hebben focus op senioren en jongeren en we bouwen voldoende betaalbare woningen (zowel koop als huur) Voor de locaties zie hiervoor www.woneninopmeer.nl.

  • Het volkshuisvestingsbeleid nemen we op in een volkshuisvestingsprogramma.

  • We benutten kansen voor herstructurering in stedelijk gebied voor integrale gebiedsontwikkeling.

  • We bieden mogelijkheden voor woonvormen als woningsplitsing, kamerverhuur en mantelzorgwoningen.

  • We onderzoeken de transformatie van recreatiepark West-Friesland in een woongebied.

7.6.3 Zorgzame veilige gemeenschap

Wat gaan we doen?

  • We wijzigen het omgevingsplan voor het Diaconieterrein (HOSV). Naast voetbal worden hier een ontmoetingscentrum, een BOSS zone en een knarrenhof mogelijk. Ook komt er een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgang om bestaande wijken met elkaar te verbinden.

  • We leggen BOSS zones aan.

  • We bouwen een kindcentrum in Opmeer/Spanbroek.

  • Voor iedere dorpskern wordt een dorpsagenda opgesteld. Een dorpsagenda laat concreet zien wat nodig is om van het dorp een fijne leefomgeving te maken.

7.6.4 Een duurzame toekomst

Wat gaan we doen?

  • We doen onderzoek naar een SMR.

  • We stimuleren isolatiemaatregelen.

  • We maken een warmteprogramma.

7.6.5 Aantrekkelijk landschap en hoogwaardig gebruik van natuur en erfgoed

Wat gaan we doen?

  • We maken een visie op erfgoed.

  • We onderzoeken mogelijkheden voor herbestemming van kerken.

  • We versterken recreatiemogelijkheden, bijvoorbeeld door wandel- en fietsroutes beter met elkaar te verbinden en cultuurhistorische verhalen zichtbaar te maken.

  • In samenspraak met de agrarische sector zoeken we daarbij naar mogelijkheden voor multifunctionele landbouw in landelijk gebied.

  • We maken een nota Omgevingskwaliteit. De nota Omgevingskwaliteit is het beleidsdocument waarin we vastleggen hoe wij omgaan met de kwaliteit van de leefomgeving bij ruimtelijke initiatieven.

7.6.6 Bereikbaar Opmeer

Wat gaan we doen?

  • We zetten in op verbetering van de algemene verkeersveiligheid door maatregelen zoals wegomleggingen, verkeersregulering en verbetering van kruisingen.

  • We doen onderzoek naar de gebiedsontsluitingsweg van Hoogwoud Oost naar De Veken.

  • We zetten in op verbetering van het openbaar vervoer.

  • We zetten in op verbetering van de verkeersveiligheid van kwetsbare deelnemers door verbeteren en de aanleg van fiets- en voetpaden.

7.6.7 Economisch vitaal

Wat gaan we doen?

  • We stellen een lokaal vestigingsbeleid op, om meer grip te krijgen op de bedrijven die naar de gemeente komen.

  • We versterken het centrum van Opmeer/Spanbroek.

  • We maken een visie om te onderzoeken hoe wij zowel bedrijventerrein De Veken 4 kunnen realiseren als het naastgelegen recreatiepark kunnen transformeren.

Bijlage II Analysekaarten

Schermafbeelding20260820144605.jpg
Schermafbeelding20260820144711.jpg
Schermafbeelding20260820144806.jpg
Schermafbeelding20260820144856.jpg
Schermafbeelding20260820144919.jpg
Schermafbeelding20260820144947.jpg
Schermafbeelding20260820145011.jpg
Schermafbeelding20260820145040.jpg
Schermafbeelding20260820145108.jpg
Schermafbeelding20260820145139.jpg
Schermafbeelding20260820145205.jpg

Bijlage III Relevant beleid

Relevant beleid

De afgelopen jaren is binnen de gemeente Opmeer een breed scala aan sectoraal beleid opgesteld voor de fysieke leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden deze beleidslijnen steeds meer integraal samengebracht binnen de gemeentelijke omgevingsvisie.

Wanneer beleidsdocumenten onderling tegenstrijdige uitgangspunten bevatten, geldt in beginsel het meest recent vastgestelde beleid als leidend. Op het moment van vaststelling van de omgevingsvisie vormt deze visie daarom het actuele integrale beleidskader. Nieuwe beleidsdocumenten kunnen in de toekomst aanleiding geven om onderdelen van de visie aan te vullen, te actualiseren of te vervangen. Bij een actualisatie van de omgevingsvisie worden deze gewijzigde beleidslijnen opnieuw geïntegreerd.

Vitale dorpen in een vitale gemeente

  • Woonvisie Opmeer ‘Een (t)huis voor iedereen in Opmeer’, gemeente Opmeer, 2023

  • Regionale Afstemming Woningbouwplannen, regio West-Friesland, 2024

  • Beleidsregel kleinschalig wonen met zorg, gemeente Opmeer, 2020

  • Structuurvisie gemeente Opmeer, gemeente Opmeer, 2012

  • Woonzorgpact West-Friesland, regio West-Friesland, 2024

Een zorgzame veilige gemeenschap

  • Integraal Veiligheidsplan gemeente Opmeer, gemeente Opmeer, 2023

  • Nota sociaal domein 2023–2026, gemeente Opmeer, 2023

  • Programma Externe Veiligheid gemeente Opmeer, 2025 (concept)

  • Gezonde leefomgeving en kwetsbaarheid Noord-Holland Noord: een ruimtelijke analyse, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2024

  • Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, 2021

Een duurzame toekomst

  • Beleidskader wind- en zonne-energie, regio West-Friesland / gemeente Opmeer, 2023 (ingetrokken)

  • Convenant Toekomstbestendig Bouwen, 2024

  • Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord, 2021

  • Transitievisie Warmte Opmeer ‘Onderweg naar een aardgasvrij Opmeer’, gemeente Opmeer, 2021

  • Uitvoeringsprogramma Energieneutraal Westfriesland, subregio West-Friesland, 2021

  • Water en Bodem sturend, brief Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, november 2022

  • Programma Stedelijk Water en Riolering 2022–2027, gemeente Opmeer, 2021

  • Startnotitie Provinciaal Programma Landelijk Gebied ‘Buitengewoon Noord-Holland!’, 2023

Een aantrekkelijk landschap en hoogwaardig erfgoed

  • Groenbeleidsplan gemeente Opmeer 2025–2034, gemeente Opmeer, 2023

  • Bijzonder Provinciaal Landschap, provincie Noord-Holland, 2020

  • Natuur- en Recreatieplan Westfriesland, augustus 2016

  • Regionale Visie Verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord, december 2017

  • Pact 7.1 Westfriesland, gemeente Opmeer, 2020

Bereikbaar Opmeer

  • Actieagenda Actieve Mobiliteit 2022–2027, provincie Noord-Holland

  • Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan ‘Opmeer Goed op Weg!’, gemeente Opmeer, 2019

  • Nota parkeernormen, gemeente Opmeer, 2016

  • Regionale Agenda Mobiliteit Westfriesland, februari 2023

  • Wegenbeheerplan gemeente Opmeer 2023–2026, gemeente Opmeer, 2022

Economisch vitaal

  • Nota Economische Zaken 2024–2029 ‘Opmeer Onderneemt’, gemeente Opmeer, 2024

  • Regionale detailhandelsvisie West-Friesland, juni 2024

  • Regio Deal Noord-Holland Noord, regio Noord-Holland Noord, 2023

  • Gebiedsvisie centrum Opmeer-Spanbroek, mei 2023

  • Recreatie- en toerismebeleid, 2025

Overig

  • Prognose Noord-Holland 2021–2050, provincie Noord-Holland, 2021

  • Ruimtelijke Agenda Westfriesland, september 2024

  • Coalitieakkoord Opmeer 2026-2030

  • Nota uiterlijk bouwwerken, gemeente Opmeer, 2021

  • Toekomstvisie Opmeer, gemeente Opmeer, 2021

Bijlage IV Participatierapport

 Zie bijlage 2 op de website voor meer informatie over het participatierapport. Omgevingsvisie | Gemeente Opmeer

Naar boven