Gemeenteblad van Losser
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2026, 404888 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2026, 404888 | overige overheidsinformatie |
Algemeen Controleplan Wmo en Jeugdwet 2026
Gemeenten zijn met de komst van de Wmo 2015 en Jeugdwet niet alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van zorgtaken, maar ook voor het toezicht op en handhaving van de kwaliteit en rechtmatigheid van de zorg. Voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg is het essentieel dat de gemeente Losser kwalitatief goede en doelmatige zorg inkoopt en controleert. Zorg vanuit de Jeugdwet of Wmo wordt ingezet voor kwetsbare inwoners vanuit maatschappelijke middelen.
In hoofdstuk twee worden de wettelijke toetsingskaders en de grondslag van het controleproces uitgelegd. In hoofdstuk drie wordt het controleproces geschetst. In hoofdstuk vier wordt de wijze waarop het controleproces wordt uitgevoerd toegelicht en zullen de gevolgen van de uitkomsten die aan een controle verbonden kunnen zijn besproken.
1.2 Algemene controledoelstelling
Controles op rechtmatigheid en doelmatigheid leveren een belangrijke bijdrage aan de beheersing van zorgkosten en daarmee de duurzaamheid van toegankelijke en goede zorg. Daarnaast helpen controles de kwaliteit inzichtelijk te maken en te verbeteren. In geval van constatering van per ongeluk gemaakte fouten of bewust gepleegde oneigenlijk gebruik vragen wij de zorgverlener het te veel gedeclareerde bedrag terug te betalen.
Gemeente Losser voert haar controles hoofdzakelijk uit om te waarborgen dat de betaalde zorgkosten rechtmatig zijn. Daarnaast zien we het als een kerntaak om actief bij te dragen aan de beheersing van de zorgkosten door onrechtmatige zorg te detecteren en deze naar de toekomst toe te voorkomen.
Om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen dat er sprake is van rechtmatig en doelmatig gedeclareerde zorg binnen de Jeugdwet en Wmo, is de gemeente belast met de uitvoering van formele controles. Bij afwijkingen of bijzonderheden worden vervolgcontroles uitgevoerd. Deze controles worden zodanig uitgevoerd dat de betrokkenen zo min mogelijk worden belast en de privacy van inwoners zoveel mogelijk wordt gerespecteerd. In uitzonderlijke gevallen kan het noodzakelijk zijn om aanvullende dossier informatie bij de zorgaanbieder op te vragen, voor zover dit past binnen het wettelijk kader.
Met dit controleplan legt de gemeente Losser uit op welke wijze controles worden uitgevoerd en wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden die aan een controle zijn verbonden.
Wij kennen de volgende stapsgewijze controles:
Dit hoofdstuk behandelt de relevante wet- en regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de materiële controles.
Bij de uitvoering van de controles zijn de volgende wet- en regelgeving relevant:
In hoofdstuk 7 van de Jeugdwet is het een en ander opgenomen over het verstrekken van gegevens van de cliënt aan de gemeente. Ook is een kader opgenomen voor de uitwisseling van gegevens tussen de aanbieder van jeugdhulp en de gemeente.
In de Jeugdwet is opgenomen dat een nadere uitwerking van deze regels plaatsvindt in een ministeriële regeling Jeugdwet.
2.1.1 Ministeriële regeling Jeugdwet
De Ministeriële regeling Jeugdwet over persoonsgegevens die mogen worden uitgewisseld tussen gemeenten en aanbieders van jeugdhulp, preventie of gecertificeerde instellingen, bevat regels over de uitwisseling van persoonsgegevens bij declaraties en facturen en bij het controleren daarvan. In deze regeling is ook de mogelijkheid van het uitvoeren van een materiële controle door de gemeente opgenomen. Op grond van artikel 6b.3 van de regeling stelt het college op basis van de uitgevoerde algemene risicoanalyse een algemeen controleplan vast, waarin de objecten van materiële controle en de in te zetten controle-instrumenten zijn opgenomen.
Persoonsgegevens t.b.v. bekostiging en declaratie en factuur
De artikelen van paragraaf 6a van de regeling Jeugdwet gaan over de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van bekostiging en over welke gegevens wel en niet op de declaratie of factuur mogen staan. Ook staat er in welke personen geautoriseerd zijn om deze gegevens in te zien. Het is afhankelijk van het type hulp welke voorwaarden de gemeente moet hanteren. Altijd geldt dat niet meer persoonsgegevens worden uitgewisseld dan nodig voor het verrichten van de formele controle en de betaling van de declaratie of factuur.
Cliënten kunnen een opt-outverklaring tekenen waardoor de jeugdhulpaanbieder GGZ geen diagnose-informatie (of informatie herleidbaar tot een diagnose) op de declaratie mag zetten. Deze opt-outverklaring is van toepassing op de declaratie.
Persoonsgegevens t.b.v. materiële controle en oneigenlijk gebruik onderzoek
De artikelen van paragraaf 6b van de regeling Jeugdwet gaan over verwerking van persoonsgegevens bij materiële controle en oneigenlijk gebruik onderzoek.
2.3 Wettelijk kader voor toezicht in de Wmo 2015
De regels met betrekking tot het toezicht op Wmo 2015 en Jeugdwet zijn opgenomen in de Verordeningen gemeente Losser 2025 en de Beleidsregels gemeente Losser 2025.
De voorwaarden die de gemeente in overeenkomsten met aanbieders heeft opgenomen vallen onder de toezichthoudende taak.
In artikel 3.1 van de Wmo staat dat de aanbieder zorgdraagt voor een voorziening van goede kwaliteit. Dat wordt als volgt omschreven:
“Een voorziening wordt in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt, afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt, verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.”
Wettelijk toegewezen toezichthouders WMO
De wettelijke grondslag voor toezichthoudende taak van de gemeente op de Wmo 2015 is neergelegd in artikel 6.1, eerste lid van de Wmo 2015: “Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.” Het toezicht op de naleving van de Wmo 2015 omvat de bij en krachtens de Wmo 2015 gestelde regels.
Gemeente Losser heeft toezichthouders aangewezen. Diens recht wordt beheerst door het bestuursrecht. Zij kunnen vanuit hun bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) in principe strafvorderlijk onderzoek doen naar diverse delicten. Binnen het bestuursrechtelijk toezicht kan de gemeente een aantal maatregelen nemen bij constatering van kwaliteitsgebreken (Wmo 2015) en bij oneigenlijk gebruik onder de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
2.4 Proportionaliteitsbeginsel
Bij alle vormen van controle geldt het beginsel van proportionaliteit. De gevraagde inspanning van de aanbieder en de gevraagde gegevens moeten in verhouding staan tot het controledoel. Bij de inzet van een controle moet de gemeente altijd kiezen voor de inzet van het minst zware controlemiddel. Wordt hiermee voldoende zekerheid verkregen, dan mag de gemeente geen verdergaande controle met zwaardere controlemiddelen inzetten.
Gewone en bijzondere persoonsgegevens
Bij alle vormen van controle is er sprake van het gebruik van persoonsgegevens van de cliënt. Op de factuur worden naam en BSN-nummer van een cliënt vermeld. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) maakt onderscheid tussen gewone persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens. Gewone persoonsgegevens, zoals naam, adres en BSN geven informatie waarmee je de identiteit van een persoon kunt achterhalen.
Bijzondere persoonsgegevens gaan over de persoonlijke levenssfeer van de cliënt. Voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens geldt een strenger regime dan voor gewone persoonsgegevens. Voorbeelden van bijzondere persoonsgegevens zijn godsdienst of levensovertuiging en medische gegevens.
Inzage medisch dossier in de fase van detailcontrole
Alleen in uiterste situaties kan de gemeente een medisch dossier inzien. Dit mag pas in de fase van detailcontrole. Is er sprake van een detailcontrole met inzage in het medisch dossier, dan geschiedt dit onder verantwoordelijkheid van een geautoriseerd persoon. Deze persoon mag het medisch dossier inzien.
Bij een materiële controle, de eventueel daaropvolgende detailcontrole, en bij oneigenlijk gebruik onderzoek hoeft de gemeente geen toestemming aan de cliënt te vragen voor inzage in de persoonsgegevens. Inzage in de persoonsgegevens kan en mag alleen door daartoe geautoriseerde personen.
Controles worden zo veel mogelijk vooraf en tijdens het declaratie proces uitgevoerd. Daarnaast worden controles uitgevoerd op basis van risicoanalyse. Gedurende het jaar kunnen nieuwe risico’s naar voren komen die op elk moment tot een controle kunnen leiden. In de opzet en uitvoer van een controle kan het college een onderbouwde keuze maken om lichtere controlemiddelen niet in te zetten als deze, naar inschatting van het college, geen bijdrage zullen leveren aan het verkrijgen van meer zekerheid over de feitelijke en terechte levering.
Het college kent de volgende stapsgewijze controle processen:
Vanaf paragraaf 3.4 worden deze controleprocessen toegelicht.
De risicoanalyse wordt door team kwaliteit gemaakt en hierbij betrekken zij het Sociale Recherche Twente (SRT), consulenten, contractmanagers en de beleidsmedewerkers. Op basis van deze analyse wordt bepaald op welke risico’s de materiële controle zich zal richten. De in kaart gebrachte risico’s worden beschreven in de risicoanalyse. Hiernaast vindt controle plaats op basis van specifieke intern en extern binnengekomen signalen. De controleaanpak is primair gericht op het identificeren van relevante risico’s binnen het materiële controleproces. Daarbij ligt de nadruk op het zo efficiënt mogelijk kunnen vormen van een oordeel over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gedeclareerde zorg.
Bronnen voor bepaling van de risico’s zijn bijvoorbeeld:
Het controleproces wordt uitgevoerd volgend de kaders uit de regeling Jeugdwet en de VNG-handreiking materiële controle.
Materiele controle eindigt wanneer er voldoende zekerheid is bereikt over de uitkomsten of als het algemene controledoel is gehaald.
Proces detailcontrole op basis van voorschriften VNG
Materiële controles worden uitgevoerd conform de “Handreiking materiële controle voor de Jeugdwet” van de VNG met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat er geen zwaardere instrumenten ingezet worden dan noodzakelijk om tot het gewenste controleresultaat te komen.
De instrumenten die de gemeenten ten behoeve van de uitvoering van materiële controles inzet betreft één of meerdere van de hieronder gespecificeerde controlemiddelen:
In statistische analyses legt de gemeente relaties met historische gegevens en gegevens van andere zorgverleners vast. Hierbij kan ook gedacht worden aan relaties tussen zorgverlening en de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie en de geleverde zorg (spiegelinformatie). Deze informatie wordt vervolgens gebruikt om individuele zorgverleners te spiegelen en eventueel significante afwijkingen ten opzichte van de (landelijke) normen te verklaren. Indien uit de statistische analyse onvoldoende zekerheid verkregen wordt over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gedeclareerde zorg, worden de overige controlemiddelen ingezet om voldoende zekerheid te verkrijgen.
Controleverklaring op ISD-protocol
Via het landelijk ontwikkelde controleprotocol op de productieverantwoording ISD wordt zekerheid verkregen over de juistheid en volledigheid van de gedeclareerde productie.
Dit controle-instrument richt zich steeds op de productie van het voorafgaande jaar. Als met de controleverklaring geen zekerheid gegeven wordt over de rechtmatigheid van de gedeclareerde productie, kan materiële controle worden uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten van de controle kunnen detailcontroles worden ingezet om voldoende zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de gedeclareerde zorg.
3.3 Actief (op)volgen van interne en externe signalen
Naast de uitvoering van controles op basis van de risicoanalyse en dit controleplan kunnen er incidenteel gerichte onderzoeken uitgevoerd worden op basis van specifieke interne en externe signalen. Deze controles worden ad hoc uitgevoerd, naar aanleiding van een specifiek omschreven risico, indien signalen daar aanleiding toe geven. Bij deze controles worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in dit controleplan beschreven.
Signalen komen onder andere vanuit de SVB oneigenlijk gebruik monitor, Sociale Recherche Twente, klachtenproces, ZorgNed, administratieve bronnen, Informatie Knooppunt Zorgoneigenlijk gebruik (IKZ), Meld misdaad anoniem (MMA) consulenten, cliënten en contractmanagers. Deze specifieke signalen kunnen onder andere zijn (niet limitatief):
Signalen worden beoordeeld met behulp van een kans-impact analyse. Op basis van de kans-impact wordt het signaal ingedeeld in “hoog”, “midden” of “laag “. In eerste instantie worden bij signalen die geprioriteerd zijn met “hoog” en “midden” nadere vervolgacties uitgezet. Een risico met een lage kans-impact wordt in de basis niet nader onderzocht (geaccepteerd risico).
Als er signalen uit meerdere bronnen naar voren komen die een redelijk vermoeden voor ondoelmatig handelen dan wel onrechtmatig handelen oproepen kan de gemeente ervoor kiezen om over te gaan tot het verkrijgen van aanvullende informatie via detailcontrole. Ook kunnen deze leiden tot risico’s die worden opgenomen in de risicoanalyse. Afwikkeling van signalen kunnen leiden tot oneigenlijk gebruikonderzoek indien daar aanleiding toe is. De uitkomsten van de afgewikkelde signalen geven inzicht in de risico’s en beleidskansen die onderdeel uitmaken van het inkoopproces. Door hier ook op te focussen kan het inkoopproces kwalitatief verbeterd worden.
In de Regeling Jeugdwet is vastgelegd dat persoonsgegevens mogen worden verwerkt ten behoeve van bekostiging (§6a.), waarbij specifieke persoonsgegevens worden beschreven die bij het in reke-ning brengen vermeld worden (artikelen 6a.1 - 6a.3), en tevens verwerkt worden bij het verrichten van een formele controle (artikel 6a.7).
In de Regeling Jeugdwet (Artikel 1) staat formele controle als volgt omschreven: Een onderzoek waarbij het college of een door het college aangewezen persoon nagaat of het gedeclareerde bedrag:
Tot bovenstaande wordt ook gerekend of de ingediende declaratie valt binnen de namens het college afgegeven beschikking (qua omvang, duur, intensiteit, product, etc.).
Formele controles betreffen een controle op een deel van de rechtmatigheid van de ingediende declaraties en worden uitgevoerd bij de reguliere verwerking van facturen. Formele controles omvatten geen toetsing van feitelijke levering, dat een belangrijk onderdeel van rechtmatigheid is.
De procedure voor formele controle op grond van de Jeugdwet, wordt ook toegepast op de Wmo 2015.
In de Regeling Jeugdwet (artikel 1) staat materiële controle als volgt omschreven:
Een onderzoek waarbij het college of een door het college aangewezen persoon nagaat of de gede-clareerde prestatie:
De wettelijk vereiste inzet van gepaste zorg en professionele standaarden bij jeugdhulp omvat:
Gepaste zorg in de zin van realistisch te verwachten uitkomsten bij de geleverde en gedeclareerde individuele jeugdhulpvoorziening (Jeugdwet, art. 4.1.1., lid 1):
Professioneel handelen bevat minimaal werken conform professionele kwaliteitskaders (inhoud en referentie; Jeugdwet, art. 4.1.1., lid 2 en 3), zoals bijvoorbeeld:
Voor Wmo 2015 gelden dezelfde eisen voor gepaste zorg, zij het dat dan bijdragen aan zelfredzaamheid of participatie als hogere doelen gelden.
Het college kan een materiële controle inzetten naar aanleiding van:
De zorgaanbieder krijgt vooraf een opgave van de geselecteerde cliënt(en) waarvoor informatie be-schikbaar dient te worden gesteld, waarmee aantoonbaar wordt gemaakt dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is geleverd. De zorgaanbieder draagt zorg voor verstrekking aan de door de gemeenten gemandateerde persoon van de gevraagde gegevens.
De procedure voor materiële controle op grond van de Jeugdwet, wordt ook toegepast op de Wmo 2015.
Detailcontrole kan een vervolgstap zijn na materiële controle. Deze stap wordt ingezet als uit de al-gemene controle (in het kader van de materiële controle) nog steeds onvoldoende zekerheid is ver-kregen over de rechtmatigheid en/of doelmatigheid van de verleende zorg. Een detailcontrole is een onderzoek met gebruikmaking en verwerking van persoonsgegevens van een cliënt/cliënten bij een aanbieder ten behoeve van een materiële controle of een oneigenlijk gebruikonderzoek. Voorbeel-den van een detailcontrole zijn:
Als er sprake is van een detailcontrole met inzage in het medisch dossier, dan geschiedt dit onder verantwoordelijkheid van een geautoriseerd persoon. Deze persoon mag het medisch dossier inzien.
3.7 Controle op naleving contractvoorwaarden
Het betreft onderzoek op naleving van de overeengekomen contractvoorwaarden voortvloeiend uit de contractafspraken. Bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, administratieve randvoorwaarden en declaratieprotocol.
3.8 Oneigenlijk gebruik onderzoek
Oneigenlijk gebruik onderzoek is een onderzoek waarbij wordt nagegaan of de zorgaanbieder valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering pleegt of tracht te plegen, ten nadele van personen en organisaties die bij de totstandkoming of uitvoering van de overeenkomst met de gemeenten betrokken zijn. Het doel van de oneigenlijk gebruiker is een prestatie, vergoeding of ander voordeel te verkrijgen waar hij of zij geen recht op heeft of recht op kan hebben.
Periodiek vindt actualisatie plaats van de risicoanalyse. Hierbij worden risico’s geïnventariseerd en wordt de kans impact van de benoemde risico’s bepaald. Op basis van deze kans impactanalyse wordt bepaald welke risico’s geaccepteerd worden en welke niet. Risico’s die gekwalificeerd zijn als “midden” en “hoog” vormen de basis voor de controleactiviteiten. De risico’s met een score “laag” worden beschouwd als voorlopig voldoende gemitigeerde risico’s.
Bijlage 1 Tabel algemene risicoanalyse
8 Jeugdwet, artikel 4.1.1, lid 2
10 Jeugdwet, artikel 4.1.1, lid 1
11 Jeugdwet, artikel 2.3, lid 1
12 Jeugdwet, artikel 4.1.4, lid 1 en lid 2
13 Jeugdwet, artikel 4.1.1, lid 3, artikel 7.3.8, lid 1, en WGBO
14 Jeugdwet, artikel 4.1.3, lid 2, en artikel 7.3.2
15 Jeugdwet, artikel 4.1.4, lid 1 en lid 2
16 Jeugdwet, artikel 4.1.1, lid 2, Besluit Jeugdwet, artikel 5.1.1, en SKJ Kwaliteitskader Jeugd, Toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling in de praktijk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-404888.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.