Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Landgraaf 2026

Burgemeester en wethouders van Landgraaf;

 

overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de wijze waarop de gemeente omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet toekomende bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en onderwijshuisvesting;

 

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

 

b e s l u i t e n :

 

vast te stellen de volgende Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Landgraaf 2026:

 

 

 

 

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels verstaan onder:

  • bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf;

  • congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • principeverzoek: een door of namens de initiatiefnemer bij het college ingediend schriftelijk verzoek om medewerking te verlenen aan een ontwikkeling, voorafgaand aan de indiening van een aanvraag om omgevingsvergunning;

  • principebesluit: een schriftelijk besluit van het college waarin in beginsel medewerking wordt toegezegd aan de voorgestelde ontwikkeling, al dan niet onder voorwaarden, zonder dat daarmee publiekrechtelijke besluitvorming of vergunningverlening is gegarandeerd;

  • project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of onderwijshuisvesting als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

  • projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

  • transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • tussenadvies: een schriftelijke reactie van of namens het college op een principeverzoek, waarin een eerste ruimtelijke beoordeling van het initiatief wordt gegeven en eventuele aandachtspunten, voorwaarden, onderzoeken of nadere uitwerkingen worden benoemd;

  • volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van projecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 2.

    Per afzonderlijk congestiegebied wordt een afzonderlijke volgordelijst vastgesteld.

  • 3.

    Als een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

 

Artikel 3. Doel

  • 1.

    Deze beleidsregels hebben tot doel:

    • a.

      het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • b.

      het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van deze basisbehoeften in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • c.

      het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

    • d.

      het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

    • e.

      het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

  • 2.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

 

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

  • 3.

    De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

 

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project start met het van kracht worden van deze beleidsregels.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 9 september 2026.

 

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst, waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruikmaakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier. Bij het prioriteringsverzoek wordt een recent gewaarmerkt uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd, niet ouder dan drie maanden.

  • 2.

    De bij deze beleidsregels gevoegde “Overeenkomst eerder aanvragen transportcapaciteit” maakt onderdeel uit van het projectdossier. De projectontwikkelaar levert een door hem ondertekende overeenkomst in bij het verzoek tot opname op de volgordelijst.

  • 3.

    De gemeente bevestigt de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk en stelt de projectontwikkelaar, indien een verzoek niet volledig is, daarbij in de gelegenheid om het dossier uiterlijk op 13 september 2026 aan te vullen. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. In de ontvangstbevestiging wordt de projectontwikkelaar tevens gewezen op de in artikel 14 genoemde rechtsbescherming.

  • 4.

    Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

 

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst, waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruikmaakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

  • 2.

    Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

 

Artikel 8. Bestuursverklaring

  • 1.

    Projecten die op grond van de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 9 een score hebben gelijk aan nul komen niet in aanmerking voor een bestuursverklaring. Hiervoor wordt wel transportcapaciteit aangevraagd maar geen prioriteringsverzoek ingediend.

  • 2.

    De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

    • a.

      een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, dan wel onderwijshuisvesting, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • b.

      een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

    • c.

      een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

    • d.

      een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, compleet zijn;

    • e.

      een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

    • f.

      instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt ingetrokken als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

    • g.

      als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte of de onderwijshuisvesting te realiseren.

    • h.

      als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst op basis van de volgende beoordelingscriteria en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast.

 

Puntentoekenning

De eindscore wordt bepaald door de optelsom van de punten die per criterium worden behaald. Voor de voorbereidingskosten geldt dat de punten per kostenstaffel cumulatief worden toegekend. Het maximaal te behalen aantal punten bedraagt 100. Aanvragen worden gerangschikt op basis van de behaalde totaalscore.

 

 

Criterium

Punten

1.a

Initiatiefnemer toont aan dat voor de planontwikkeling voorbereidingskosten zijn gemaakt van minimaal € 500 tot € 1.000 per geplande woning

5

1.b

Initiatiefnemer toont aan dat voor de planontwikkeling voorbereidingskosten zijn gemaakt van minimaal € 1.000 tot € 1.500 per geplande woning

5

1.c

Initiatiefnemer toont aan dat voor de planontwikkeling voorbereidingskosten zijn gemaakt van minimaal € 1.500 tot € 2.000 per geplande woning

5

1.d

Initiatiefnemer toont aan dat voor de planontwikkeling voorbereidingskosten zijn gemaakt van minimaal € 2.000 tot € 2.500 per geplande woning

5

2.

Er is voor 18 augustus 2026 een principeverzoek ingediend

10

3.

Er is een tussenadvies verstrekt n.a.v. principeverzoek dan wel een principebesluit genomen

10

4.

Er is een complete aanvraag omgevingsvergunning ruimtelijk en technisch bouwen ingediend

10

5.

Er is een bouwtitel op basis van een in werking getreden omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning fase 1

10

6.

Er is een onherroepelijke bouwtitel op basis van een in werking getreden omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning fase 1

10

7.

Kostenverhaal is verzekerd incl. nadeelcompensatie dan wel er is een anterieure overeenkomst getekend

10

8.

Er is een aannemingsovereenkomst gesloten met start bouw binnen één jaar.

10

9.

Alle gronden zijn eigendom van ontwikkelaar of eigendom is anderszins verzekerd

10

Totaal maximaal te behalen punten

100

 

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, waarbij de score hoger is dan 0 punten, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie, door een notaris. Van de loting wordt proces-verbaal opgemaakt.

  • 3.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

 

Artikel 11. Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van artikel 9 en eventuele loting te vermelden.

  • 2.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

 

Artikel 12. Regionale afstemming en gemeentelijke terugvaloptie

  • 1.

    Het college stelt de volgorde van projecten vast. Daarbij spant het college zich in om met de andere gemeenten binnen het relevante congestiegebied tijdig tot een regionaal afgestemde volgorde van projecten te komen.

  • 2.

    Een regionale volgorde wordt uitsluitend toegepast mits uiterlijk op de in de openstellingsbekendmaking genoemde peildatum schriftelijke regionale afspraken zijn vastgesteld over:

    • a.

      de deelnemende gemeenten en projecten;

    • b.

      de toepasselijke beoordelingscriteria en bewijsstukken;

    • c.

      het bevoegde bestuurlijke orgaan en de besluitvormingsprocedure;

    • d.

      de wijze waarop de regionale volgorde wordt vastgesteld en bekendgemaakt; en

    • e.

      de behandeling van verschillen van inzicht en wijzigingen.

  • 3.

    Indien de in het tweede lid bedoelde afspraken niet tijdig of niet volledig tot stand zijn gekomen, stelt het college zelfstandig de volgorde vast van de projecten waarvoor de gemeente Landgraaf de aanvraag bij de netbeheerder indient. Daarbij wordt uitsluitend de overeenkomstig deze beleidsregels vastgestelde gemeentelijke volgordelijst toegepast.

  • 4.

    Het ontbreken van regionale overeenstemming schort de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het college om een aanvraag tijdig in te dienen niet op en leidt niet tot uitstel van een gemeentelijk indieningsmoment.

  • 5.

    Voor een gemeentegrensoverschrijdend project of een project waarvan de aansluiting aantoonbaar gevolgen heeft voor de prioritering van projecten van een andere gemeente, voert het college vooraf overleg met de betrokken gemeente of gemeenten. Indien dit overleg niet tijdig tot overeenstemming leidt, is het derde lid van toepassing voor zover het een door Landgraaf in te dienen aanvraag betreft.

  • 6.

    Het college maakt uiterlijk op de peildatum bekend of een regionale volgorde dan wel de gemeentelijke volgordelijst wordt toegepast, onder vermelding van de toepasselijke afspraken en criteria.

 

Artikel 13. Bekendmaking volgordelijst

  • 1.

    De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het Gemeenteblad.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, het aantal woningen dan wel de aard van de onderwijsvoorziening, en de positie op de lijst.

 

Artikel 14. Geschillenregeling

  • 1.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met:

    • a.

      de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst; of

    • b.

      de positie van een project op de volgordelijst,

  • kan binnen twee dagen na bekendmaking daarvan schriftelijk een gemotiveerd geschil voorleggen aan het college.

  • 2.

    Het geschil bevat ten minste:

    • a.

      de naam en contactgegevens van de indiener;

    • b.

      de aanduiding van het project waarop het geschil betrekking heeft;

    • c.

      de gronden van het geschil; en

    • d.

      de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept.

  • 3.

    Het college beoordeelt het geschil aan de hand van deze beleidsregels en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn.

  • 4.

    Als het college aanleiding ziet de volgordelijst te wijzigen, stelt het de gewijzigde volgordelijst vast en maakt deze bekend overeenkomstig artikel 13.

  • 5.

    Deze geschillenregeling laat de mogelijkheid onverlet een geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.

  • 6.

    Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 5 stemt de projectontwikkelaar uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure.

 

Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3.

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.

  • 4.

    Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.

 

Artikel 16. Financiële zekerheid bij projecten van 100 woningen of meer

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 6, tweede lid, verstrekt de projectontwikkelaar van een project dat betrekking heeft op de realisatie van 100 woningen of meer, vóór indiening van het prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder een onherroepelijke bankgarantie ten gunste van de gemeente.

  • 2.

    De bankgarantie strekt tot zekerheid voor de nakoming van de financiële verplichtingen die voor rekening van de projectontwikkelaar komen en die voortvloeien uit of samenhangen met het prioriteringsverzoek en transportverzoek dat de gemeente voor het betreffende project bij de netbeheerder indient.

  • 3.

    De projectontwikkelaar stemt de hoogte van de bankgarantie af met de netbeheerder. De hoogte wordt gebaseerd op de door de netbeheerder geraamde of vastgestelde financiële verplichtingen die samenhangen met het prioriteringsverzoek en transportverzoek, waaronder eventuele aanbetalingen en overige projectgebonden kosten.

  • 4.

    De projectontwikkelaar verstrekt aan de gemeente een schriftelijke onderbouwing van de hoogte van de bankgarantie. Uit deze onderbouwing moet blijken dat de hoogte van de bankgarantie door de netbeheerder schriftelijk is bevestigd of aanvaard.

  • 5.

    Indien de netbeheerder de hoogte van de financiële verplichtingen wijzigt, zorgt de projectontwikkelaar ervoor dat de bankgarantie binnen een door de gemeente gestelde redelijke termijn overeenkomstig wordt aangepast. De projectontwikkelaar verstrekt de aangepaste bankgarantie en de daarbij behorende schriftelijke bevestiging of aanvaarding van de netbeheerder aan de gemeente.

  • 6.

    De bankgarantie:

    • a.

      wordt verstrekt door een bank of andere financiële instelling die naar het oordeel van het college voldoende betrouwbaar en kredietwaardig is;

    • b.

      is onherroepelijk en onvoorwaardelijk;

    • c.

      is op eerste schriftelijk verzoek van de gemeente opeisbaar;

    • d.

      heeft een vooraf door de gemeente aanvaarde inhoud; en

    • e.

      blijft geldig totdat alle financiële verplichtingen die samenhangen met het prioriteringsverzoek en transportverzoek volledig zijn nagekomen en de gemeente schriftelijk heeft ingestemd met het vervallen van de bankgarantie.

  • 7.

    De gemeente dient het prioriteringsverzoek en transportverzoek niet bij de netbeheerder in zolang:

    • a.

      de bankgarantie niet overeenkomstig dit artikel is verstrekt;

    • b.

      de schriftelijke onderbouwing als bedoeld in het vierde lid ontbreekt; of

    • c.

      de bankgarantie naar het oordeel van de gemeente onvoldoende dekking biedt voor de financiële verplichtingen die uit de aanvraag kunnen voortvloeien.

  • 8.

    Voor de toepassing van het eerste lid worden projectfasen die in ruimtelijk, functioneel, organisatorisch of financieel opzicht onderdeel uitmaken van dezelfde ontwikkeling als één project beschouwd. Een project mag niet worden gesplitst met het kennelijke doel de verplichting tot het verstrekken van een bankgarantie te vermijden.

  • 9.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden een andere vorm van financiële zekerheid aanvaarden. De ontwikkelaar dient daartoe een gemotiveerd verzoek in te dienen bij de gemeente.

 

Artikel 17. Indienen verzoek conform volgordelijst

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat een eventueel geschil als bedoeld in artikel 14 is afgehandeld.

  • 2.

    De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:

    • a.

      een getekende overeenkomst zoals bedoeld in artikel 6, lid 2;

    • b.

      voor projecten van 100 woningen of meer gelden de aanvullende eisen van artikel 16;

    • c.

      de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.

 

Artikel 18. Hardheidsclausule

De gemeente handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

 

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

 

Artikel 20. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Landgraaf 2026.

 

 

 

Landgraaf, 25 augustus 2026

Burgemeester en wethouders voornoemd,

De secretaris, de burgemeester

Ir. J.M.C. Rijvers mr. R. de Boer

Toelichting

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Landgraaf invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen bij de netbeheerder voor de functies woonbehoefte en onderwijshuisvesting.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio's dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde 'first come, first served'-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioriteringscategorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft 'first come, first served' bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

1. Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

2. Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

3. Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte en onderwijshuisvesting.

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze 'Eerder aanvragen in het planproces'. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet (bevoegdheid tot privaatrechtelijke rechtshandelingen), artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels), de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 (het ACM-prioriteringskader), en artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel bij privaatrechtelijk handelen).

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Zij bepalen niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder — dat is de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder — maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde. De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. De definitie van 'project' omvat zowel woonbehoefte als onderwijshuisvesting, die beide als basisbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader vallen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze 'Eerder aanvragen' een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen.

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling: het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. De gemeente is niettemin als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel zoals uitgewerkt in de Didam-jurisprudentie. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de gemeente met de opname van een project op de volgordelijst uitsluitend een inspanningsverplichting op zich neemt: de gemeente spant zich aantoonbaar in om transportcapaciteit te verkrijgen, maar garandeert de beschikbaarheid of toewijzing daarvan niet, omdat die beslissing bij de netbeheerder ligt.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Dit artikel borgt het gelijkheidsbeginsel door te bepalen dat een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, aan dezelfde regels wordt getoetst als een project van een projectontwikkelaar, dat een gemeentelijk project geen automatische voorrangspositie geniet, en dat de gemeente de positie van haar eigen projecten op de volgordelijst transparant motiveert.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Dit artikel regelt op hoofdlijnen wanneer een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan worden ingediend.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moet de gemeente kunnen beschikken over een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Is een verzoek onvolledig, dan wordt het niet in behandeling genomen. De projectontwikkelaar wordt in geval van een onvolledig verzoek in de gelegenheid gesteld om het verzoek aan te vullen.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

Voor projecten die de gemeente zelf initieert of realiseert, gelden dezelfde eisen aan het projectdossier als voor projecten van projectontwikkelaars, en is een toewijzing eveneens project- en projectlocatiegebonden.

Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.

 

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. De in de tabel opgenomen criteria voldoen aan deze eisen.

 

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen, en komt overeenkomstig artikel 10, eerste lid, pas aan de orde nadat artikel 9 geen onderscheid tussen projecten heeft opgeleverd. Er wordt alleen geloot bij gelijkscorende projecten als deze een hogere score dan 0 punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris, en wordt vastgelegd in een proces-verbaal.

Artikel 11. Transparantie en motivering

De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van artikel 9 en, indien van toepassing, de uitkomst van een loting te vermelden. Dit sluit aan bij de Didam-eis dat selectiecriteria objectief, toetsbaar en redelijk moeten zijn. Een projectontwikkelaar kan bovendien een schriftelijke toelichting op de aan zijn project toegekende positie opvragen.

Artikel 12. Regionale afstemming en gemeentelijke terugvaloptie

De netbeheerder behandelt van gemeenten afkomstige verzoeken binnen een congestiegebied op volgorde van binnenkomst. Zonder regionale afstemming zou de gemeente die het eerst indient voorrang krijgen, ook wanneer een andere gemeente een project met een hogere regionale prioriteit heeft. Dit artikel verplicht het college zich in te spannen voor regionale afstemming, maar koppelt het toepassen van een regionale volgorde aan de voorwaarde dat vóór de peildatum concrete, schriftelijke regionale afspraken tot stand zijn gekomen over de deelnemende partijen, de criteria, het bevoegde orgaan en de geschillenbehandeling. Ontbreken die afspraken tijdig, dan stelt het college zelfstandig de gemeentelijke volgordelijst vast en past deze toe, zodat het uitblijven van regionale overeenstemming de gemeentelijke indiening nooit blokkeert of vertraagt (vierde lid).

Het eerste lid zet bewust de eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het college om de volgordelijst vast te stellen voorop; de regionale afstemming is daaraan ondergeschikt en wordt verwerkt voor zover de regio tijdig een bruikbare inhoudelijke bijdrage levert, niet andersom. Om dezelfde reden behoeft een regionale werkwijze of regionale afspraak geen eigen, afzonderlijke bekendmaking: zij wordt verwerkt in het collegebesluit over de volgordelijst en is daarmee onderdeel van het gemeentelijke beleid, bekendgemaakt overeenkomstig artikel 13.

Artikel 13. Bekendmaking volgordelijst

De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het Gemeenteblad, zodat betrokkenen kennis kunnen nemen van hun positie en zo nodig tijdig een geschil op grond van artikel 14 kunnen indienen.

Artikel 14. Geschillenregeling

De vaststelling van de volgordelijst betreft geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een handeling ter voorbereiding van privaatrechtelijk handelen. Dit artikel biedt niettemin een laagdrempelige geschillenregeling en laat de mogelijkheid om een geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen onverlet.

Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

Artikel 16 Financiële zekerheid bij projecten van 100 woningen of meer

Dit artikel voorziet in een aanvullende zekerheidstelling voor grotere woningbouwprojecten. Wanneer de gemeente namens een projectontwikkelaar een prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder indient, kunnen daar aanzienlijke financiële verplichtingen uit voortvloeien, zoals aanbetalingen en andere projectgebonden kosten. Om te waarborgen dat deze verplichtingen kunnen worden nagekomen en om te voorkomen dat de daarmee samenhangende financiële risico’s voor rekening van de gemeente komen, is bij projecten van 100 woningen of meer een bankgarantie vereist. Deze verplichting vormt een aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, bedoelde overeenkomst. De hoogte van de bankgarantie wordt afgestemd op de door de netbeheerder vastgestelde of geraamde financiële verplichtingen.

Artikel 17. Indienen verzoek conform volgordelijst

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om bezwaar te maken tegen de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.

 

Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Dit artikel regelt welke vormen van dekking de gemeente accepteert.

 

De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgordelijst tot stand. Aangezien dit het uitvoeringsproces van indiening betreft is dit in de beleidsregels niet nader uitgewerkt.

Artikel 18. Hardheidsclausule

Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht vereist dat een bestuursorgaan van een beleidsregel afwijkt indien onverkorte toepassing voor een belanghebbende gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit artikel codificeert die wettelijke verplichting in de beleidsregels zelf, zodat voor projectontwikkelaars en de gemeente buiten twijfel staat dat in bijzondere gevallen maatwerk mogelijk is.

Artikel 19. Inwerkingtreding en Artikel 20. Citeertitel

Deze artikelen bevatten de gebruikelijke slotbepalingen: inwerkingtreding op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad, en de citeertitel waaronder de beleidsregels worden aangehaald.

 

 

 

 

Naar boven