Beleidsregels verblijfsontzegging Oosterhout op grond van artikel 2:1a Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

De Burgemeester van Oosterhout,

 

Overweegt het volgende:

In artikel 172a Gemeentewet wordt de burgemeester onder andere de bevoegdheid toegekend om aan personen die individueel of groepsgewijs de openbare orde (ernstig) hebben verstoord of bij groepsgewijze (ernstige) openbare ordeverstoring een leidende rol hebben gehad, een bevel te geven in de vorm van een verblijfsontzegging: overlastgever mag een bepaalde periode niet in het door de burgemeester aangewezen gebied komen. Het doel is het voorkomen van verdere (ernstige) verstoring van de openbare orde.

 

Een verblijfsontzegging is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar- en beroepsmogelijkheden bestaan. Het besluit moet voldoen aan de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent dat het besluit zorgvuldig moet worden voorbereid, goed moet worden gemotiveerd en dat de nadelige gevolgen voor de betrokkene in verhouding moeten zijn met het doel van het besluit. Een verblijfsontzegging is geen straf, maar een herstelsanctie met als doel het tegengaan van verstoring van de openbare orde.

 

In deze beleidsregels is vastgelegd op welke wijze de burgemeester en eventueel de door hem gemandateerde (politie)medewerkers gebruikmaken van deze bevoegdheid.

 

Gelet op artikel 172a van de Gemeentewet, artikel 2:1a van de APV gemeente Oosterhout en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

 

Besluit vast te stellen de Beleidsregels verblijfsontzegging Oosterhout 2026.

Artikel 1 Overtreding

In de bijlage bij deze beleidsregels is een lijst van overtredingen opgenomen die kunnen leiden tot het opleggen van een verblijfsontzegging volgens deze beleidsregels. Aan de hand van meldingen bij gemeente of politie, mutaties, proces(sen)-verbaal, getuigenverklaringen, waarnemingen door gemeentelijke handhavers en/of politie, al dan niet naar aanleiding van signalen/klachten uit de buurt wordt (door een ambtenaar als bedoeld in Artikel 141 WvSv) vastgesteld of er sprake is van een dergelijke overtreding.

Artikel 2 Waarschuwing

  • 1.

    Nadat een eerste overtreding is geconstateerd of vastgesteld door de ambtenaar zoals genoemd in Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv), wordt direct een schriftelijke, op naam gestelde waarschuwing uitgereikt door de ambtenaar zoals beschreven in Artikel 141 van het WvSv, of volgt deze via toezending per aangetekende en gewone post.

  • 2.

    Op grond van artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan de waarschuwing worden overgeslagen en wordt direct een verblijfsontzegging opgelegd als bedoeld in artikel 3. Dit wordt gedaan als de ernst van de situatie met zich meebrengt dat niet kan worden volstaan met een waarschuwing. De volgende situaties geven hiertoe aanleiding:

    • a.

      Bij letsel van meer dan geringe betekenis bij feiten uit de categorie 2 of 3 van de bijlage;

    • b.

      Als er sprake is van een optelling van meerdere feiten uit categorie 1, 2 en/of 3.

    • c.

      Bij feiten uit categorie 3

  • 3.

    De in de gemeente Oosterhout dienstdoende ambtenaren zoals beschreven in Artikel 141 van het WvSv zijn gemachtigd om namens de burgemeester de waarschuwing als bedoeld in artikel 2 lid 1 uit te reiken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een format dat door de gemeente Oosterhout aan de politie Dongemond beschikbaar is gesteld.

  • 4.

    De waarschuwing geldt als bekendmaking van een voornemen als bedoeld in artikel 4.8 van de Awb, om een besluit te nemen tot het opleggen van een verblijfsontzegging bij een volgende overtreding. De betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over dit voornemen bekend te maken. Als deze zienswijze daartoe aanleiding geeft, zal de waarschuwing worden ingetrokken

Artikel 3 Opleggen verblijfsontzegging

  • 1.

    Een verblijfsontzegging wordt opgelegd aan:

    • a.

      een betrokkene die zich, binnen twaalf maanden nadat hij de waarschuwing als bedoeld in lid 1 heeft ontvangen, opnieuw schuldig maakt aan een in de bijlage opgenomen overtreding en daarmee de openbare orde verstoort.

    • b.

      een betrokkene die zich schuldig maakt aan een of meer overtredingen als opgenomen in categorie 3 van de bijlage bij deze beleidsregels, en daarmee de openbare orde verstoort.

  • 2.

    Als sprake is van verschillende overtredingen uit meerdere categorieën wordt voor de duur van de verblijfsontzegging uitgegaan van de hoogste categorie.

  • 3.

    Bij meerdere feiten uit één categorie kan er ook een hogere categorie opgelegd worden.

  • 4.

    In het besluit wordt aangegeven op grond van welke feiten de verblijfsontzegging wordt opgelegd, voor welk gebied en voor welke termijn deze geldt en wanneer deze ingaat.

  • 5.

    Als de persoon, aan wie de verblijfsontzegging wordt opgelegd, in het gebied woont of werkt waarvoor de ontzegging geldt, dan wordt dat gebied zodanig aangeduid dat die persoon een aanloop/aanrijdroute heeft naar en van zijn woning of werklocatie.

  • 6.

    Het nemen van het besluit om een verblijfsontzegging op te leggen en de uitreiking daarvan vindt zo snel mogelijk na het geconstateerde feit plaats. Indien de uitreiking niet in persoon kan plaatsvinden, gebeurt dit via toezending per aangetekende en gewone post.

  • 7.

    Het besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging is een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat hiertegen een bezwaarschift kan worden ingediend.

Artikel 4 Inwerkingtreding en intrekking voorgaande regelingen

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Gelijktijdig met de bekendmaking van deze beleidsregels worden de voorgaande regelingen ingetrokken. Dit betreft de ‘Beleidsregels verblijfsontzegging Oosterhout 2021’.

Artikel 5 Overgangsregeling

De op grond van de voorgaande regelingen genomen besluiten en waarschuwingen blijven van toepassing na inwerkingtreding van deze beleidsregels.

 

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels verblijfsontzegging Oosterhout 2026’.

Oosterhout, 15 juni 2026

G. (Gerdo) van Grootheest, burgemeester

Bijlage bij de Beleidsregels verblijfsontzegging Oosterhout, d.d. 12 mei 2026

De volgende feiten aan te wijzen waarvoor het onder artikel 1 genoemde verbod kan worden opgelegd:

Feiten waarvoor ontzegging wordt opgelegd

Termijn ontzegging

bij eerste openbare orde verstoring

Termijn ontzegging

bij tweede openbare orde verstoring

Categorie 1:

  • Samenscholing en ongeregeldheden, art. 2.1 APV

  • Hinderlijk gedrag, art. 2.47, 2.49 en 2.50 APV

  • Hinderlijk drankgebruik in een aangewezen gebied, art. 2.48 APV

  • Openbare dronkenschap, art. 453 Sr en art. 426 Sr

  • Baldadigheid, art. 424 Sr

  • Ordeverstoring bij evenementen, art. 2.26 APV

  • Verbod op soft drugsgebruik in het openbaar artikel 2:74a APV

  • Bezit / voorhanden hebben van vuurwerk, art. 1.2.4 lid 1 Vuurwerkbesluit en afsteken van vuurwerk art 2.3.6 Vuurwerkbesluit

waarschuwing

2 weken

Categorie 2:

  • Recidive op feit uit categorie 1 binnen 12 maanden nadat een verblijfsontzegging is opgelegd

  • Verbod op straat- of raamprostitutie, art. 3.9 APV

  • Verbod van drugsgebruik in het openbaar 2:74a APV

  • Vernieling of beschadiging, art. 350 Sr en openlijke geweldpleging, art. 141 Sr

  • Eenvoudige mishandeling, art. 300 Sr

  • Diefstal met braak in een auto, art. 311, lid 1 sub 5, Sr

  • Belediging ambtenaar in functie, art. 267 Sr

  • Bedreiging, art. 285 Sr

  • Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel, art. 184 Sr

  • Wederspannigheid, art 180, 181, 182 Sr

  • Afsteken vuurwerk nabij gebouwen met brandgevaar, art. 427 Sr

waarschuwing

6 weken

Categorie 3:

  • Overtreding artikel 13, artikel 26, artikel 26 jo. 27 Wet wapens en munitie

  • Recidive op feit uit categorie 2 binnen 12 maanden nadat de verblijfsontzegging is opgelegd

  • Drugshandel/dealen artikel 2:74 APV.

  • Zware geweldsmisdrijven: zware mishandeling, art. 302 Sr, (poging tot) doodslag, art. 287 Sr;; afpersing, art. 317 Sr; afdreiging, art. 318 Sr.

  • Overtreding verblijfsontzegging art 2:1a APV

n.v.t.

12 weken

Op basis van de rapportage(s) van de politie wordt door de gemeente samen met de ambtenaar zoals beschreven in Artikel 141 van het WvSv bepaald voor welk gebied de verblijfsontzegging zal gaan gelden. Een kaart van het gebied maakt onderdeel uit van het besluit van de burgemeester tot het opleggen van een verblijfsontzegging.

Naar boven