[Deze publicatie betreft een rectificatie omdat bijlage 3 en 4 niet bekendgemaakt zijn. De oorspronkelijke publicatie is op 16 juli 2026 bekendgemaakt, beschikbaar via Gemeenteblad 2026, 340903.]
De raad van de gemeente Vught;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 juni 2026;
besluit:
- 1.
De gemeenteraad besluit tot vaststelling van de 1e wijziging op de tarieventabel behorende bij de legesverordening 2026
Aldus besloten door de raad van de gemeente Vught in zijn openbare vergadering van 9 juli 2026.
de voorzitter,
C.N.A. Nijkerken-de Haan
Was-wordt-tabel 1e wijziging tarieventabel legesverordening 2026
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel).
Was:
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
a.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
|
|
1.
|
de bouwkosten lager dan € 50.000 bedragen:
|
|
|
|
3,05 % van de bouwkosten met een minimum van:
|
€ 248,33;
|
|
2.
|
de bouwkosten van € 50.000 tot € 100.000 bedragen:
|
|
|
|
2,95 % van de bouwkosten boven € 50.000,- vermeerderd met
|
€ 1.522,78;
|
|
3.
|
de bouwkosten tussen € 100.000 tot € 250.000 bedragen:
|
|
|
|
2,65 % van de bouwkosten boven € 100.000 vermeerderd met
|
€ 2.997,64;
|
|
4.
|
de bouwkosten tussen € 250.000 tot € 500.000 bedragen:
|
|
|
|
2,36 % van de bouwkosten boven € 250.000 vermeerderd met
|
€ 6.974,96;
|
|
5.
|
de bouwkosten tussen € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:
|
|
|
|
2,09 % van de bouwkosten boven € 500.000 vermeerderd met
|
€ 12.885,05;
|
|
6.
|
de bouwkosten €1.000.000 of meer bedragen:
|
|
|
|
1,83 % van de bouwkosten boven € 1.000.000 vermeerderd met
|
€ 22.885,05;
|
|
7.
|
als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met:
|
€ 383,51.
|
|
b.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
|
€ 4.185,73.
|
|
c.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals opgenomen in bijlage 2: Lijst met kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, bedraagt het tarief:
|
€ 767,37.
|
|
d.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit anders dan bedoeld in lid c van dit artikel, bedraagt het tarief:
|
€ 7.362,27.
|
|
e.
|
Als de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een tijdelijke woonunit bij ver-, her- en nieuwbouw van een woning, bedraagt het tarief:
|
€ 449,75.
|
Wordt:
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
a.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
|
|
1.
|
de bouwkosten lager dan € 50.000 bedragen:
|
|
|
|
3,05 % van de bouwkosten met een minimum van:
|
€ 248,33;
|
|
2.
|
de bouwkosten van € 50.000 tot € 100.000 bedragen:
|
|
|
|
2,95 % van de bouwkosten boven € 50.000,- vermeerderd met
|
€ 1.522,78;
|
|
3.
|
de bouwkosten tussen € 100.000 tot € 250.000 bedragen:
|
|
|
|
2,65 % van de bouwkosten boven € 100.000 vermeerderd met
|
€ 2.997,64;
|
|
4.
|
de bouwkosten tussen € 250.000 tot € 500.000 bedragen:
|
|
|
|
2,36 % van de bouwkosten boven € 250.000 vermeerderd met
|
€ 6.974,96;
|
|
5.
|
de bouwkosten tussen € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:
|
|
|
|
2,09 % van de bouwkosten boven € 500.000 vermeerderd met
|
€ 12.885,05;
|
|
6.
|
de bouwkosten €1.000.000 of meer bedragen:
|
|
|
|
1,83 % van de bouwkosten boven € 1.000.000 vermeerderd met
|
€ 22.885,05;
|
|
7.
|
als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met:
|
€ 383,51.
|
|
b.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
|
€ 4.185,73.
|
|
c.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals opgenomen in bijlage 3: Lijst met kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, bedraagt het tarief:
|
€ 767,37.
|
|
d.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals opgenomen in bijlage 4: Lijst met middelgrote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, bedraagt het tarief:
|
€2.500,-
|
|
e.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit anders dan bedoeld in de leden c en d van dit artikel, bedraagt het tarief:
|
€ 7.362,27.
|
|
f.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ter legalisatie van een activiteit waarvoor eerder een exploitatievergunning is verleend en die achteraf in strijd blijkt te zijn met het geldende omgevingsplan en voor zover deze strijdigheid niet aan de aanvrager is toe te rekenen, bedraagt het tarief:
|
€ 0,-
|
|
g.
|
Als de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een tijdelijke woonunit bij ver-, her- en nieuwbouw van een woning, bedraagt het tarief:
|
€ 449,75.
|
Artikel 2.47 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig en Artikel 2.49 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure.
Artikel 2.47 ziet op een teruggaaf van leges wanneer wordt vastgesteld dat voor de aangevraagde activiteit geen omgevingsvergunning nodig is (positieve weigering). In dat geval worden minimale leges van € 248,33 in rekening gebracht, gebaseerd op de minimale leges voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 2.6, onder a, onderdelen 1 t/m 6.
Artikel 2.49 ziet op drie situaties:
- 1.
Intrekking door de initiatiefnemer Wanneer de initiatiefnemer tijdens de behandeling de aanvraag omgevingsvergunning intrekt, zijn artikel 2.49, onder a en b, van toepassing.
- o
Artikel 2.49, onder a: teruggaaf bij intrekking binnen vier weken na indiening.
- o
Artikel 2.49, onder b: teruggaaf bij intrekking na vier weken.
- 2.
Geen vergunning nodig volgens het bevoegd gezag Wanneer het bevoegd gezag (de gemeente) aangeeft dat voor de activiteit geen omgevingsvergunning nodig is, heeft de initiatiefnemer twee opties:
- o
kiezen voor een positieve weigering op grond van artikel 2.47, of
- o
ervoor kiezen de aanvraag in te trekken, waarna artikel 2.49 onder d van toepassing is.
- 3.
Intrekking omzetten naar een voorbeoordeling Wanneer de initiatiefnemer op verzoek van de gemeente de aanvraag omgevingsvergunning intrekt en deze intrekking wordt omgezet naar een voorbeoordeling, worden hiervoor geen extra kosten in rekening gebracht. De reden hiervoor is dat de kosten voor de voorbeoordeling al afzonderlijk worden berekend en in rekening worden gebracht. Door deze omzetting hoeft de initiatiefnemer dus niet dubbel te betalen voor dezelfde beoordeling.
Voorstel:
Artikel 2.49, lid d (nieuw) Er wordt een extra lid toegevoegd, artikel 2.49, lid d. Dit lid regelt op dit moment een vast leges bedrag van € 205,64, overeenkomstig de minimale teruggaaf zoals genoemd in artikel 2.49, onderdelen a en b.
Reden voor toevoeging van dit nieuwe lid:
Wanneer het bevoegd gezag vaststelt dat voor de activiteit geen omgevingsvergunning nodig is, heeft de initiatiefnemer twee mogelijkheden:
- 1.
Kiezen voor een positieve weigering (artikel 2.47) Dit is een formeel besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
- 2.
De aanvraag intrekken Dit is géén besluit en staat dus niet open voor bezwaar en beroep.
In de praktijk kiezen initiatiefnemers vaak voor intrekking, omdat dit geen bezwaar- en beroepsmogelijkheden opent. Het probleem is echter dat de teruggaaf bij intrekking wordt berekend op basis van de totale leges, met een teruggaafpercentage van 50–60%. Bij aanvragen met hoge leges (bijvoorbeeld een vergunningsvrije uitbouw) kan dit leiden tot onevenredig hoge kosten, terwijl er feitelijk geen vergunningplicht bestaat.
Daarnaast is een intrekking voor de gemeente minder arbeidsintensief gezien er geen besluit wordt genomen.
Conclusie:
Door de voorgestelde wijziging ontstaat de volgende situatie:
- •
Nieuw: Positief weigeren (open voor bezwaar en beroep) = €248,33
- •
Nieuw: Intrekken op verzoek bevoegd gezag (oordeel vergunningsvrij) = € 205,64
- •
Bestaand: Intrekken op initiatief van initiatiefnemer = €205,64 of meer (variabel o.b.v. verschuldigde leges)
Was:
|
Artikel 2.47 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief:
|
€ 205,64.
|
|
Artikel 2.48 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het tarief:
|
50 %
|
|
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met een minimum van:
|
€ 196,57.
|
|
Artikel 2.49 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
60 %
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met dien verstande dat in elke geval een bedrag is verschuldigd van:
|
€ 205,64;
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip na vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
50 %
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met dien verstande dat in elk geval een bedrag is verschuldigd van:
|
€ 205,64;
|
|
c.
|
bij gehele intrekking op verzoek van het bevoegd gezag én het indienen van een verzoek om voorbeoordeling zoals bedoeld in artikel 2.4:
|
100 %.
|
Wordt:
|
Artikel 2.47 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief:
|
€ 248,33.
|
|
Artikel 2.48 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het tarief:
|
50 %
|
|
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met een minimum van:
|
€ 196,57.
|
|
Artikel 2.49 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
60 %
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met dien verstande dat in elke geval een bedrag is verschuldigd van:
|
€ 205,64;
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip na vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
50 %
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges, met dien verstande dat in elk geval een bedrag is verschuldigd van:
|
€ 205,64;
|
|
c.
|
bij gehele intrekking op verzoek van het bevoegd gezag én het indienen van een verzoek om voorbeoordeling zoals bedoeld in artikel 2.4:
|
100 %.
|
|
d.
|
Bij gehele intrekking op verzoek van het bevoegd gezag bij oordeel dat er geen omgevingsvergunning nodig is:
|
€ 205,64
|
Bijlage 3
Lijst met kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Categorieën gevallen waarin de planologische gebruiksactiviteit beschouwd kan worden als kleine bopa en waarvoor het legestarief als vermeld in artikel 2.6 onder c van de tarieventabel van de legesverordening geldt
Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij middels een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit van het omgevingsplan wordt afgeweken, komen in aanmerking:
Onderdeel 1:
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
- 1.
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, en
- 2.
de oppervlakte niet meer dan 150 m2.
Onderdeel 2:
Een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- 1.
- 2.
de oppervlakte niet meer dan 50 m2.
Onderdeel 3:
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- 1.
- 2.
de oppervlakte niet meer dan 50 m2;
- 3.
niet-overdekte vrijetijdsvoorzieningen niet meer dan 200 m² bij een (bedrijfs)woning.
Onderdeel 4:
Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.
Onderdeel 5:
Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied.
Onderdeel 6:
Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein:
- 1.
voor zover gelegen binnen de bebouwde kom met een maximale oppervlakte van 50 m²;
- 2.
voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, met een maximale oppervlakte van 50 m² of het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.
Onderdeel 7:
Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- 1.
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
- 2.
de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens het Besluit activiteiten leefomgeving en de Wet milieubeheer gestelde regels;
- 3.
de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en;
- 4.
de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.
Onderdeel 8:
Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste 15 jaar.
Uitgezonderd
1 van deze lijst zijn de volgende activiteiten:
Uitzondering 1:
Het toevoegen van woningen waarbij er een nieuw hoofdgebouw opgericht wordt;
Uitzondering 2:
Het gebruiken van bouwwerken binnen een andere bestemming dan de woonbestemming om te wonen, tenzij het een bedrijfswoning bij een (horeca)bedrijf dat haar bedrijfsactiviteiten wil beëindigen betreft.
Bijlage 4
Lijst met middelgrote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Categorieën gevallen waarin de planologische gebruiksactiviteit beschouwd kan worden als middelgrote bopa en waarvoor het legestarief als vermeld in artikel 2.6 onder d van de tarieventabel van de legesverordening geldt
Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij middels een middelgrote buitenplanse omgevingsplanactiviteit van het omgevingsplan wordt afgeweken, komen in aanmerking:
Onderdeel 1:
Het toevoegen van één extra woning binnen of aan een bestaand hoofdgebouw binnen de woonfunctie (ofwel door splitsen, ofwel door uitbreiding);
Onderdeel 2:
Het toevoegen van woningen binnen de woonfunctie binnen (bestaande) bijgebouwen;
Onderdeel 3:
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- 4.
- 5.
de oppervlakte groter dan 50 m2, maar niet meer dan 150 m2;
Onderdeel 4:
Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m.
Onderdeel 5:
Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein:
- 1.
voor zover gelegen binnen de bebouwde kom, groter dan 50m2, met een maximale oppervlakte van 150 m2;
- 2.
voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, groter dan 50m2, met een maximale oppervlakte van 150 m2 of het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.
Uitgezonderd
1
van deze lijst zijn de volgende activiteiten:
Uitzondering 1:
Het toevoegen van woningen waarbij er een nieuw hoofdgebouw opgericht wordt;
Uitzondering 2:
Het gebruiken van bouwwerken binnen een andere bestemming dan de woonbestemming om te wonen, tenzij het een bedrijfswoning bij een (horeca)bedrijf dat haar bedrijfsactiviteiten wil beëindigen betreft.