Gemeenteblad van Sittard-Geleen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2026, 403728 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2026, 403728 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode raads- en burgerleden gemeente Sittard-Geleen 2024
De Raad van de gemeente Sittard-Geleen,
Gelet op artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet,
Regels voor de lokale politiek
Een bijgewerkte gedragscode voor een democratie in zwaar weer
Belangenverstrengeling door lokale politici was in het recente verleden de grootste zorg. De gedragscodes van de laatste twee decennia weerspiegelen deze zorg door steeds nauwkeuriger te omschrijven wat verboden is. De bestuursrechter en de wetgever hebben deze codes voortdurend verfijnd. In deze nieuwste versie van de gedragscode voor de lokale politiek wordt deze kwestie verder verduidelijkt en aangescherpt.
In de afgelopen jaren zijn de maatschappelijke normen rondom de omgang van mensen met elkaar aangescherpt. Seksuele intimidatie, seksisme, racisme en intimiderend of vernederend leiderschap worden niet meer geaccepteerd en mogen niet meer vergoelijkt of gedoogd worden. Daarom zijn in deze gedragscode voor het eerst verduidelijkende bepalingen opgenomen ter bescherming tegen deze vormen van ongepast gedrag.
Het opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie is sterk toegenomen, evenals het succes ervan. Dit ondermijnt de politieke openbaarheid en het vermogen van burgers zich een oordeel te vormen over ontwikkelingen in de samenleving en de wereld. Daarom is het nodig expliciet te benadrukken dat politici de verplichting hebben om de waarheid te spreken.
Iedere politicus in een democratie verdient respect van andere politici vanwege hun ambt. Politici vertegenwoordigen alle burgers en als zij elkaar niet met respect behandelen, schaadt dat het aanzien van en het vertrouwen in de democratie en haar instituties. Om respectloosheid tegen te gaan, wordt nader uitgewerkt hoe politici elkaar niet mogen bejegenen, en wat ze wel van elkaar mogen verwachten
De politiek heeft de verantwoordelijkheid om de staatsmacht te gebruiken ter bescherming van individuele rechten en ter bevordering van de algemene belangen. De grondsteen van de democratie is dat de overheid bij het uitoefenen van deze macht geen onderscheid maakt tussen burgers, iedereen gelijkwaardig behandelt en geen enkele groep of gemeenschap achterstelt of degradeert tot tweederangsburgers.
De gedragscode is bedoeld om politieke ambtsdragers weerbaarder te maken in de huidige politieke context. De code geeft in duidelijke taal aan wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden beschermd zijn tegen onnodige misstappen en vergissingen. Daarnaast vormt de code een basis voor onderlinge gesprekken over integriteit. Integriteit krijgt betekenis door handelen en reflectie daarop. De gedragscode biedt ook een richtlijn voor zorgvuldige reacties op (mogelijke) schendingen door de minimale voorwaarden vast te stellen waaraan het handelen van politieke ambtsdragers moet voldoen. Een schending van de gedragscode betekent een aantasting van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming.
Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken:
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft in een apart protocol vastgelegd hoe te handelen bij een vermoedelijke schending van de gedragscode. Meer hierover vindt u in hoofdstuk 6.
Voorliggende gedragscode is bestemd voor raadsleden en burgerleden.
Op vijf plekken is deze gedragscode strenger dan de wet:
In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen.
1. Regels rond de onderlinge omgang
Raadsleden gaan respectvol om met elkaar, collegeleden en ambtenaren en zijn open en eerlijk. Zij gedragen zich op een manier die past bij het ambt.
Artikel 1.1 Interpersoonlijke schendingen
Raadsleden maken zich ten opzichte van elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers niet schuldig aan interpersoonlijke schendingen zoals agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten.
Artikel 1.2 Reglement van orde
Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 1.3 Onthouden negatieve uitlatingen
Raadsleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dat geldt voor vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde, en in de (sociale) media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 1.4 Correcte bejegening
Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) ambtenaren, insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Raadsleden vallen elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 1.5 Integriteit niet in openbaar in twijfel trekken
Raadsleden uiten in het openbaar – in de raad, media of op sociale media – geen twijfel over elkaars integriteit of die van een bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun rol als volksvertegenwoordiger of bestuurder, die het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.
Artikel 1.6 Met elkaar in gesprek
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden met elkaar in gesprek, mogelijk onder begeleiding (van een mediator of de griffier).
Raadsleden hebben de minimale plicht om onderling geen persoonlijke schendingen te plegen zoals deze verwoord zijn in de Arbowet en de Wet Gelijke Behandeling. Gezien de recente aandacht voor interpersoonlijke schendingen (vaak aangeduid als ongewenst of grensoverschrijdend gedrag) is ervoor gekozen deze in de gedragscode expliciet te benoemen. Elke politicus en ambtenaar is zowel medemens als medeburger en verdient daarom een correcte bejegening. Daarnaast vervult iedereen een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, wat op zichzelf respect afdwingt. Samen zijn raadseden, bestuurders en ambtenaren verantwoordelijk voor het goed besturen van de gemeente. Respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid (zie hoofdstuk 2) maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en eerlijke overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. De manier waarop het college, de raad en ambtenaren met elkaar omgaan beïnvloed bovendien de geloofwaardigheid van de politiek.
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft de volgende afspraken gemaakt:
Deze afspraken gaan verder dan de wet en zijn vastgelegd in de gedragscode om duidelijk te maken hoe raadsleden met elkaar willen omgaan. Ze bieden een basis voor passende opvolging bij regelovertredingen, zoals het erkennen van de schending door een raadslid, het aanbieden van excuses en (daardoor) het herstellen van de onderlinge verhoudingen.
De afspraken zijn echter niet bedoeld om bij ieder probleem of conflict direct onderzoek te eisen en/of sancties op te leggen. In plaats daarvan worden raadsleden aangemoedigd eerst onderling tot een oplossing te komen. Bij ernstige vermoedens van overtreding kan het protocol alsnog gevolgd worden.
Praktijkvoorbeelden rond de omgang met elkaar
Tijdens de Nieuwjaarsborrel raken twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een verhitte discussie die door de toenemende consumptie van wijn uit de hand loopt. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen een raadslid tegen het andere schreeuwen: “Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!” Is dit gedrag acceptabel?
Op een bewonersavond presenteert een directeur de plannen voor de herinrichting van een winkelstraat. De veranderingen zijn ingrijpend en de straat zal een half jaar openliggen. De winkeliers reageren boos: “Wat u zegt klopt niet. U zegt dat het een half jaar duurt, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat veel langer open kan liggen. Dat kost ons klanten. We pikken het niet!”. In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen verontwaardigd het woord en beschuldigt de directeur ervan te liegen tegen de bewoners. Het raadslid stelt dat dit soort ambtenaren niet thuishoren in de gemeente en vraagt de wethouder P&O om spoedig een beoordelingsgesprek met deze man te voeren. Is dit gedrag acceptabel?
Nee, dit gedrag is onaanvaardbaar. Ambtenaren persoonlijk aanvallen in het openbaar is niet de bedoeling en schendt artikel 1.3 van de gedragscode. Als een raadslid sterke twijfels heeft over een ambtenaar, kan dit beter in beslotenheid worden besproken met de griffier, gemeentesecretaris of de wethouder. Het raadslid kan in de raad wel aangeven dat er zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van bepaalde ambtenaren.
In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger die zijn vertrouwen in de politiek kwijt is. Hij geeft aan nog wel vertrouwen te hebben in de partij van het raadslid, maar niet in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein noemt hij een groot crimineel die enkel bezig is zichzelf te verrijken. De burger beweert uit betrouwbare bronnen te weten dat de wethouder samenwerkt met gesubsidieerde instellingen voor eigen gewin! Het raadslid luistert en plaatst bij thuiskomst het volgende bericht op sociale media: “Wethouder Sociaal Domein onderhoudt zijn eigen netwerkjes aldus een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit gedrag acceptabel?
Nee, dit gedrag is onacceptabel. Artikel 1.4 van de gedragscode vraagt raadsleden om niet alleen de integriteit van een wethouder niet in twijfel te trekken maar ook om deze in het openbaar te verdedigen. Door op deze manier te handelen, schaadt het raadslid niet alleen de reputatie van de wethouder, maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Als het raadslid daadwerkelijk twijfelt over de integriteit van de wethouder, dient hij de vastgestelde procedure te volgen om zijn vermoedens te melden.
Tijdens een verhit debat botst een raadslid van een oppositiepartij met een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en raadsleden van andere fracties. Geïrriteerd maakt hij een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan “dit poppenspel”. Vervolgens verlaat het raadslid de raadszaal. Is het acceptabel voor het raadslid om de raadszaal te verlaten?
Raadsleden gaan zorgvuldig om met de waarheid en informatie waarover zij in het kader van de uitvoering van hun taak beschikken
Artikel 2.1 De waarheid spreken
Raadsleden zijn volksvertegenwoordigers en daarmee verplicht de waarheid te spreken tegenover burgers, andere raadsleden en collegeleden. Zij mogen feiten die algemeen bekend zijn of vaststaan, niet (deels) verhullen, verzwijgen of verdraaien.
Artikel 2.2 Raad goed informeren
De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college, de burgemeester en (raads)commissies kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel 2.3 Transparant handelen
Raadsleden zijn in beginsel open en transparant over de informatie waarover zij als raadslid beschikken, en zij zijn tevens open en transparant over hun eigen beslissingen en de afwegingen daarvoor.
Raadsleden die (mondeling) beschikken over informatie waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die raadsleden verkrijgen tijdens een besloten vergadering.
Artikel 2.5 Drie maanden uitsluiting bij overtreding geheimhouding
Een raadslid of commissielid dat in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan door de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust.
Artikel 2.6 Zorgvuldige omgang met informatie
Raadsleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. delen die niet met anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
Artikel 2.7 Informatie niet voor persoonlijk belang gebruiken
Raadsleden gebruiken informatie die zij in hun functie verkrijgen niet voor persoonlijk gewin of om anderen te bevoordelen.
Artikel 2 Regels rond de waarheid en informatie
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid heeft grote invloed op het leven van burgers. Daarom hebben burgers recht op juiste en volledige informatie over het overheidshandelen. Voor raadsleden betekent dit dat zij in hun rol als volksvertegenwoordiger de waarheid moeten spreken zowel tegenover burgers als tegenover andere raadsleden, collegeleden en ambtenaren.
De waarheid spreken houdt in dat raadsleden geen onwaarheden mogen verspreiden over feiten die vaststaan, bijvoorbeeld wanneer deze gebaseerd zijn op zorgvuldig (wetenschappelijk) onderzoek. Het is een misvatting dat liegen in de politieke arena geoorloofd is of deel uitmaakt van het politieke spel, bijvoorbeeld om kiezerswinst te behalen. In werkelijkheid ondermijnt liegen het democratische proces en schaadt het de politieke verhoudingen waardoor de raad niet in staat is de best mogelijke beslissingen te nemen voor burgers. Door onwaarheden te vertellen verliezen raadsleden het vertrouwen van de burgers, een vertrouwen dat essentieel is voor het goed functioneren van de democratie.
Openheid over informatie is het uitgangspunt; geheimhouden de uitzondering. Burgers hebben recht op zo open en transparant mogelijke informatie van raadsleden. Soms is het echter noodzakelijk om bepaalde informatie over overheidshandelen geheim te houden. Dit gebeurt alleen wanneer openbaarmaking leidt tot het schenden van rechten van burgers, het onterecht toebrengen van schade aan burgers, of schade aan collectieve belangen. Het college moet terughoudend zijn met het geheim verklaren van stukken en moet dergelijke beslissingen altijd zorgvuldig onderbouwen. De raad houdt hier toezicht op. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een duidelijke en wettelijk verankerde betekenis, ook in strafrechtelijke zin, en mag niet worden vervangen door ‘vertrouwelijk’. Vanaf 1 april 2023 is de wetgeving rond geheimhouding aangescherpt. Hierdoor zijn de procedures voor het opleggen en opheffen van geheimhouding gewijzigd, en geldt mondelinge informatie uit besloten raadsvergaderingen voortaan automatisch als geheim. .
De raad kan besluiten om raadsleden of commissieleden die geheime informatie lekken tot drie maanden de toegang tot geheime informatie te ontzeggen. Daarnaast moeten raadsleden zorgvuldig omgaan met informatie die nog niet openbaar is, maar waar zij wel over beschikken. Zij mogen deze informatie niet gebruiken voor eigen voordeel of ten gunste van personen of organisaties waarmee zij verbonden zijn.
Een derde recht van de burger is dat raadsleden open zijn over de onderliggende redeneringen en afwegingen van hun beslissingen. Zo kunnen burgers zien wie welke standpunten heeft ingenomen, zodat ze bij de volgende verkiezingen een weloverwogen keuze kunnen maken. Dit alles vraagt van het ambtenarenapparaat, het college en de raad dat zij de burger nauwkeurig en tijdig informeren over wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd.
De raad heeft recht op alle informatie die nodig is voor zijn werk. Het college moet de raad zowel mondeling als schriftelijk voorzien van de gevraagde informatie, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De informatie die verstrekt moet worden, moet noodzakelijk zijn is voor de uitoefening van de taak van de raad. Er kan discussie ontstaan over wanneer de benodigde informatie volledig is verstrekt, vooral als raadsleden het gevoel hebben dat wethouders ontwijkend antwoorden. De politieke ambtsdragers moeten hier samen uitkomen. Collegeleden moeten zorgen voor duidelijke en volledige informatie, terwijl raadsleden oprechte vragen moeten stellen om hun taken goed te kunnen uitvoeren.
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft de volgende afspraken gemaakt over de praktische uitvoering van deze regels:
Deze afspraken over de omgang tussen raadsleden tijdens debatten en besluitvorming zijn primair bedoeld om richtlijnen te bieden voor gewenst gedrag, niet om bij overtredingen meteen een formeel onderzoek op te starten of een sanctie op te leggen. Bij een vermoeden van een schending geldt dat het raadslid de vermeende schender liefst eerst persoonlijk, buiten de openbaarheid, aanspreekt. Kan dat naar de inschatting van het raadslid niet of heeft dat onvoldoende effect gehad, dan kan het raadslid zich wenden tot de burgemeester of griffier.
Praktijkvoorbeelden informatie
De raad overweegt de bestemming van een gebied te wijzigen om daar huizen te kunnen bouwen. Commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben sterk gelobbyd en zijn blij dat de raad dit serieus overweegt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren, maar de pers schrijft regelmatig over het dossier en lijkt goed geïnformeerd te zijn, wat mogelijk wijst op informatielekken door één of meerdere raadsleden. Een raadslid vindt dat geheimhouding niet langer opportuun is omdat “alles toch al op straat ligt”. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te praten?
Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 2.4 van de gedragscode. Zodra informatie geheim ter beschikking is gesteld aan de gemeenteraad, is de gemeenteraad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht. Het schenden van deze geheimhoudingsplicht kan zelfs strafbaar zijn.
Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen?
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor nieuwe huizen in een recent ontwikkeld gebied van start gaat. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen om niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven?
Nee, het is niet toegestaan. Het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben, wat een onterecht voordeel oplevert voor dit familielid. Het gebruiken van deze voorkennis in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode en kan worden beschouwd als belangenverstrengeling
Een raadslid stelt herhaaldelijk vragen in de raad over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente en vraagt telkens om nieuwe onderliggende stukken. Andere raadsleden vinden dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Dit raadslid blijft ontevreden en uit zijn ongenoegen richting de wethouder waarna het raadslid opnieuw aanvullende informatieverzoeken indient.
Het is het recht van raadsleden om informatie op te vragen en het college moet deze verstrekken. Echter, hier zit een grens aan: de wet stelt dat de gevraagde inlichtingen noodzakelijk moeten zijn voor de uitvoering van de taken van de raad. Raadsleden moeten de vraag stellen of redelijkerwijs te verwachten is dat de informatie die ze willen opvragen relevant en van toegevoegde waarde is voor het besluitvormingsproces. Daarbij moeten ze ook rekening houden met de beperkte capaciteit van de ambtelijke organisatie. Het is niet de bedoeling dat raadsleden het werk van ambtenaren en college opnieuw doen.
3. Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling
Raadsleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid persoonlijk is betrokken, veilig te stellen.
Raadsleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling te vermijden waar dat mogelijk is.
Artikel 3.2 Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming
Raadsleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:
Raadsleden houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces.
Artikel 3.3 Verboden combinaties
Raadsleden mogen bepaalde functies die opgesomd zijn in de Gemeentewet niet uitoefenen (zie bijlage 2).
Raadsleden mogen wel als ambtenaar werken voor een gemeenschappelijke regeling waarin de eigen gemeente deelneemt. Maar alleen als zij daar geen werkzaamheden verrichten voor de eigen gemeente en er geen gezagsverhouding bestaat met het gemeentebestuur waar het raadslid werkt.
Artikel 3.4 Verboden overeenkomsten en handelingen
Raadsleden mogen geen overeenkomsten aangaan of handelingen verrichten die volgens de Gemeentewet verboden zijn (zie bijlage 3). In sommige gevallen kan hiervoor dispensatie worden aangevraagd bij Provinciale Staten (zie Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen). Een verzoek tot dispensatie wordt altijd in overleg met de griffier en de burgemeester ingediend.
Artikel 3.5 Openbaar maken van nevenfuncties
Nevenfuncties zijn alle betaalde en onbetaalde functies die raadsleden naast hun raadslidmaatschap vervullen. Raadsleden moeten hun nevenfuncties openbaar maken. Dit moet direct gebeuren na het aanvaarden of de benoeming van een nieuwe functie. De griffier zorgt steeds voor een actuele lijst met nevenfuncties van alle raadsleden en maakt deze zowel digitaal als op een fysieke locatie openbaar. Ook wordt vermeld of de werkzaamheden betaald of onbetaald zijn.
Artikel 3.6 Opgaaf substantiële financiële belangen
Raadsleden moeten melding maken van hun substantiële financiële belangen, zoals aandelen, opties en derivaten, in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook als een substantieel financieel belang tussentijds ontstaat, moet dit direct worden opgegeven. Volgens de Autoriteit Financiële Markten is er sprake van een substantieel financieel belang wanneer deelneming in een onderneming 3% of groter is.
Artikel 1 Belangenverstrengeling
De wet biedt raadsleden op verschillende manieren bescherming tegen belangenverstrengeling en de schijn daarvan:
Raadsleden mogen niet stemmen of deelnemen aan beraadslagingen over zaken die hen direct of indirect persoonlijk aangaan of waarbij ze als vertegenwoordiger betrokken zijn.1
Raadsleden zijn verplicht om onmiddellijk alle functies, openbaar te maken die zij naast het raadslidmaatschap vervullen. Hoewel de beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden hun eigen verantwoordelijkheid is, moeten ze hierover transparant zijn en verantwoording afleggen. Zo wordt het voor collega-raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk om een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente.
Politici kunnen in de problemen komen in wanneer er ‘sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij schijn is er strikt genomen geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt de ambtsdrager zich zo dat dit vermoeden wel ontstaat (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Binnen de gemeenteraad kan dit bijvoorbeeld gebeuren als een raadslid een amendement indient op een dossier dat hem of haar persoonlijk raakt. Om politici te beschermen, is dit voorschrift expliciet in de gedragscode opgenomen.
Politici mogen elkaar onderling waarschuwen om zo overtreding van de regels- te voorkomen, bijvoorbeeld voorafgaand aan een stemming of beraadslaging. De raad heeft echter geen instrumenten om een individueel raadslid vooraf van deelname aan beraadslaging of stemming uit te sluiten. Bij een vermoeden van persoonlijk belang en het overtreden van de regels, kan de raad stappen ondernemen volgens hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode. De stappen worden uitgebreid beschreven in het Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels). Dit kan, indien nodig, leiden tot een onderzoek. Volgens artikel 268 van de Gemeentewet kan, in een uiterste geval, een raadsbesluit door de Kroon worden vernietigd.
Het is primair de verantwoordelijkheid van een raadslid om te beslissen of hij/zij een nevenfunctie aanneemt of behoudt. Dit moet echter openlijk worden gedeeld en verantwoord. Sinds april 2023 zijn de regels aangescherpt voor raadsleden die naast hun raadswerk ook werkzaam zijn voor een gemeenschappelijke regeling (zoals GGD, Vervoersregio, Regionale Uitvoeringsdiensten). Voorheen was het alleen verboden om als ambtenaar te werken onder directe verantwoordelijkheid van het bestuur van de overheid waarbij hij ook volksvertegenwoordiger is. Dit liet ruimte voor volksvertegenwoordigers om wel te werken voor de overheid, mits ze niet ondergeschikt waren aan het bestuur. De wet beschouwt dit nu ook als een onverenigbare betrekking. Een volksvertegenwoordiger mag alleen als ambtenaar werken bij een samenwerkingsverband waarin de betrokken gemeente deelneemt, als hij geen werkzaamheden verricht voor die specifieke overheid. Werkgever en werknemer moeten hierover afspraken maken. In de artikelen 3.4 en 3.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen.
In de bijlage van deze gedragscode staat een overzicht van regelgeving met betrekking tot de integriteit van raadsleden, inclusief verboden combinaties van functies, onverenigbare betrekkingen en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen.
Netwerkcorruptie is een vaker voorkomend en soms verborgen vorm van belangenverstrengeling. Binnen een netwerk van meerdere personen ontstaat onderlinge wederkerigheid, waardoor leden elkaar bevoordelen en andere partijen (onbedoeld) uitsluiten. Dit gebeurt niet per se één-op- één, maar eerder in een kring waarin verschillende voordelen, gunsten of functies worden uitgewisseld. De bestrijding ervan valt onder dezelfde regels als algemene belangenverstrengeling. Raadsleden moeten zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten, omdat deze kunnen leiden tot ‘blinde vlekken’ in hun handelen.
Praktijkvoorbeelden (schijn van) belangenverstrengeling
Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?
Ja dat mag. Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 3.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.5 van de gedragscode) en de griffier moet deze nevenactiviteit zowel online als op een fysieke locatie bekendmaken (artikel 3.5 van de gedragscode).
Let op: een raadslid moet al zijn nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de griffier.
De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen?
Ja dat mag. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die de hele sportsector betreffen. Daarom is er geen sprake van belangenverstrengeling wanneer dit raadslid deelneemt aan de besluitvorming. De kennis van raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten te nemen voor de gemeente. Het is dus belangrijk dat dit raadslid meedoet aan de besluitvorming.
Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ (en niet deelnemen aan de beraadslaging) is niet altijd juist. Het is een kerntaak van een politicus om te stemmen. Uitzonderingen hierop zijn beperkt tot de gevallen die in de wet zijn genoemd waarin een raadslid niet mag meestemmen en ook niet mag deelnemen aan de beraadslaging. Dit geldt alleen wanneer het persoonlijke belang van een raadslid, of een individu of organisatie waarmee hij een persoonlijk betrokkenheid is, in conflict komt met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het de plicht om te stemmen. In artikel 28 lid 1 van de Gemeentewet is aangegeven wanneer een raadslid niet deelneemt aan de stemming.
Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen of niet deel te nemen aan de beraadslaging). Hoewel het raadslid de schijn van belangenverstrengeling zoveel mogelijk moet voorkomen, zijn vaak andere manieren om dit te doen dan door niet mee te stemmen.
De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen?
Nee dat mag niet. Artikel 3.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen en deel te nemen aan de beraadslaging. De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: enerzijds het belang van de club waarvan hij voorzitter is en anderzijds het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden.
Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier?
Ja, dat mag. Echter, beïnvloeding van de besluitvorming betreft meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag, op basis van artikel 3.2 van de gedragscode, ook intern het standpunt van de fractie over de uitbreiding van de voetbalvelden niet beïnvloeden. Omdat burgers niet kunnen controleren of deze scheiding wordt nageleefd, moeten alle fractieleden erop toezien dat de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven van de interne oordeels- en besluitvorming.
Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen?
Nee, ook dan mag hij op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 van de gedragscode niet meestemmen en niet deelnemen aan de beraadslaging. Wellicht komt het de voetbalclub om onbekende redenen, beter uit als de uitbreiding bij een andere club gebeurt. Dan lijkt het alsof hij in het belang van de stad en niet van de club stemt, maar doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.
De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen?
Een raadslid verzorgt als zzp’er trainingen als 'De klant is koning'. De afdeling Burgerzaken van de gemeente X vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen?
Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding is van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode.
En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet?
Ook dan mag hij de klus niet aannemen op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode.
En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, zonder daarvoor betaald te krijgen?
Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden, waaronder ‘de burger op straat’, niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren.
Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 3.4 van de gedragsode.
Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid dat zzp’er is de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?
Nee dat mag niet. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. 'Middellijk' verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 3.4 van de gedragscode.
Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?
Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.
Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.
4. Regels rond (de schijn van) corruptie
Raadsleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn aangeboden of beloofd.
Raadsleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan, daar waar dat mogelijk is.
Artikel 4.2 Aannemen van geschenken
Raadsleden accepteren geen geschenken die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
Als geschenken om één van de bovenstaande redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier, tenzij het gaat om een kleine attentie zoals genoemd in c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente.
Artikel 4.3 Aanbieden geschenken
De gemeenteraad is terughoudend met het aanbieden van geschenken. Als ze een geschenk aanbiedt dan gaat het om een klein geschenk, zoals een boek of een bos bloemen. De griffier bespreekt een voornemen van de raad om een geschenk aan te bieden altijd vooraf met de burgemeester.
Indien een raadsfractie uit eigen beweging een klein geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van de fractieonkostenvergoeding. De verantwoording hiervan vindt plaats via de fractieverantwoording.
Artikel 4.4 Accepteren van faciliteiten en diensten
Raadsleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen door hun functie worden aangeboden, tenzij:
Artikel 4.5 Privégebruik faciliteiten
Raadsleden gebruiken geen faciliteiten of diensten van anderen die hen door hun raadsfunctie worden aangeboden voor privédoeleinden.
Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Raadsleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:
Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven
Raadsleden accepteren nooit werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald. Een uitzondering geldt voor uitnodigingen door organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of waarmee de gemeente samenwerkt, zoals de VNG en regionale samenwerkingsverbanden. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het fractievoorzittersoverleg, en mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Na afloop wordt er altijd verslag gedaan aan de raad.
Artikel 4 (schijn van) Corruptie
Bij belangenverstrengeling gaat het om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming. Corruptie daarentegen is een vorm van omkoping van een raadslid en is strafbaar volgens het wetboek van strafrecht. De artikelen (4.1 t/m 4.7) bevatten regels om raadsleden te helpen de (schijn van) corruptie te voorkomen.
Geschenken kunnen corruptie in de hand werken omdat ze gebruikt kunnen worden om besluitvorming te beïnvloeden en de schijn van omkoping opwekken. Daarom geldt: raadsleden nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken, zoals het naleven van fatsoensnormen. Afwijkingen moeten gemeld worden bij de griffier, die vervolgens bepaalt welke stappen nodig zijn.
Ook wanneer een bestuurder of raadslid namens de gemeente een geschenk aan derden aanbiedt, kan dit de schijn van oneigenlijke beïnvloeding of misbruik van middelen oproepen.
Accepteren van aangeboden faciliteiten en diensten
Het accepteren van aangeboden faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een gevoel van wederkerigheid, waardoor de objectiviteit van het besluitvormingsproces kan worden aangetast. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Dit kan zowel de integriteit van een raadslid ondermijnen als de schijn van corruptie opwekken.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Werkbezoeken zijn bedoeld om raadsleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden, zowel binnen als buiten de gemeente. Om de schijn van corruptie te voorkomen, moeten lunchen, dineren of naar recepties op kosten van anderen zoveel mogelijk worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.7 van de gedragscode van toepassing zijn.
Accepteren van reizen en verblijven
Reizen en overnachten op kosten van derden kan de schijn van corruptie wekken en is niet toegestaan. Reizen en overnachten wordt daarom altijd betaald uit het gemeentebudget en gebeurt nooit op kosten van derden, met uitzondering van de organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt.
Praktijkvoorbeelden (schijn van) corruptie
Raadsleden krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Nee, het aannemen van de kaart blijft een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Het is om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op andere manieren informeren over het theater of de theaterbranche, bijvoorbeeld door een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten moeten dus worden teruggestuurd conform artikel 4.2 van de gedragscode.
De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?
Nee, dit zou het college niet moeten doen. Dit verzoek kan worden gezien als het vragen om een geschenk. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis.
Het doel van de subsidie is niet om de gemeente zichtbaar te maken, maar om sportparticipatie te bevorderen. De zichtbaarheid van de gemeente kan beter worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de burgemeester of een wethouder een rol te laten vervullen tijdens de opening van een evenement. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden, los van de subsidieverstrekking, een aantal kaartjes aanschaft.
De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Ze bieden ook achtergrondinformatie over het evenement met een rondleiding en uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na deze informatieve sessie mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen?
Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.
Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen?
Ja, de bos bloemen wordt uit hartelijkheid gegeven. Het niet accepteren ervan, brengt de gever ernstig in verlegenheid. Het is bovendien geen geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.
Let op: Situaties zoals in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politici staan regelmatig op podia en ontvangen als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere kleine geschenken. In veel gevallen is het praktisch onmogelijk deze geschenken te weigeren zonder de gever in verlegenheid te brengen.
Een bedrijf biedt de gemeenteraad een videoconferencing-systeem aan met een aanzienlijke korting. Met dit systeem kunnen raadsleden vanaf een andere locatie deelnemen aan overleggen. Het bedrijf wil hiermee zijn steun tonen voor goede besluitvorming. Mag deze faciliteit worden aangenomen?
Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. Artikel 4.4 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de raad te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald.
De gemeenteraad ontvangt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging voor de presentatie van hun nieuwe plannen, gevolgd door een diner met ondernemers uit de gemeente. Mag de raad de uitnodiging accepteren?
Ja, de raadsleden mogen deze uitnodiging in principe accepteren. Het is belangrijk voor hun werk dat raadsleden goed geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, maar ook door commerciële partijen en andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden een kans om informatie te verzamelen. Vaak gaat dit soort bezoeken gepaard met extra’s, zoals een lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Het accepteren hiervan is doorgaans geen overtreding van de gedragscode, maar er zijn wel grenzen aan de mate van luxe die acceptabel is. Voordat de raad op de uitnodiging ingaat, is het verstandig om deze overwegingen mee te nemen.
Een ondernemer met meerdere vergaderlocaties in de gemeente stelt een werkruimte beschikbaar aan de raadsleden van partij X om hen te ondersteunen bij de voorbereiding op de komende gemeenteraadsverkiezingen. De ondernemer weet dat de fractie beperkte financiële middelden heeft en biedt ruimte aan in de avonduren, wanneer het vergadercentrum normaal gesproken gesloten is. Is dit volgens de gedragscode toegestaan?
Nee, dit is niet toegestaan. Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot afhankelijkheid, of een gevoel van verplichting, wat de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan beïnvloeden. Het aannemen van dergelijke faciliteiten en diensten kan ook (de schijn van) corruptie of belangenverstrengeling oproepen.
5. Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Raadsleden houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Artikel 5.1 Gebruik interne voorzieningen
Raadsleden houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals fractiekamers en kopieermachines.
Artikel 5.2 Onkostenvergoedingen en declaraties
Raadsleden houden zich aan de verordeningen van de gemeente met betrekking tot onkostenvergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT.
Artikel 5 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Raadsleden krijgen voor hun raadswerk toegang tot een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Dit omvat onder andere een fractiekamer, een tablet en een kopieermachine, die specifiek voor het raadswerk zijn bedoeld. Het gebruik van deze voorzieningen voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan, tenzij het gaat om bruikleen van voorzieningen die volgens de toepasselijke gemeentelijke verordeningen ook voor privédoeleinden mogen worden gebruikt.
Praktijkvoorbeelden gebruik gemeentelijk faciliteiten en financiële middelen
Het is campagnetijd. Een raadslid bereidt zich voor om samen met fractiegenoten de markt op te gaan en in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis print het raadslid duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit?
Nee, dit is een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Deze regel beschermt het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis kunnen kopiëren, hebben zij een oneerlijk voordeel ten opzichte van nieuwkomers.
Een raadslid reist met de trein naar een partijbijeenkomst. Mag het treinkaartje vergoed worden uit het fractiebudget?
Nee, het declareren van het treinkaartje uit het fractiebudget is in strijd met artikel 5.2 van de gedragscode. Hoewel het belangrijk is dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, wordt het bijwonen van partijbijeenkomsten niet gezien als raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met het raadswerk voor de gemeente.
6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
Raadsleden moeten handelen in overeenstemming met de wet, de gedragscode en andere interne regels zoals verordeningen en procesafspraken.
Artikel 6.1 Naleven individuele verantwoordelijkheid
Het naleven van de gedragscode is een individuele verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Raadsleden kunnen hier achteraf op worden aangesproken.
Artikel 6.2 Rol raad bij naleven
De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij.
Artikel 6.3 Evalueren gedragscodes
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert (het fractievoorzittersoverleg of de raad) de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd.
Artikel 6.4 Processtappen bij vermoeden
Als een raadslid twijfelt over zijn eigen handeling of die van een andere politicus, volgt hij de processtappen zoals vastgelegd in het Protocol naleving gedragscode en integriteitsregels van Sittard-Geleen.
Artikel 6.2 en 6.3 Vaststelling en handhaving van de gedragscode
Minimaal eenmaal per bestuursperiode wordt de tekst van de gedragscode geëvalueerd. Er wordt beoordeeld of formuleringen nog voldoen. Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Dit houdt de gedragscode actueel en relevant. Het is uiterst belangrijk dat de naleving van deze gedragscode strikt wordt bewaakt, omdat ze de minimale normen vastleggen voor het handelen van politici. Schending van de gedragscode betekent een schending van de politieke integriteit. Het toezicht op de naleving is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, met bijzondere rollen voor de burgemeester, de fractievoorzitters, de vicevoorzitter, de raadsgriffier en de partij- of afdelingsbesturen.
Artikel 6.3 Procesafspraken Integriteit
In het protocol zijn afspraken vastgelegd over de processtappen die de raadsleden en de burgemeester moeten volgen bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politicus.
De handhaving van de integriteit kent verschillende fasen:
De volgende uitgangspunten zijn hierbij van toepassing:
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft een protocol voor het opvolgen van meldingen en vermoedens van integriteitsschendingen. Daarnaast hebben de raadsleden de volgende afspraken gemaakt over de praktische invulling van bovenstaande artikelen:
Praktijkvoorbeelden vaststelling en handhaving gedragscode
Voorbeeld: Tijdens een privé-etentje hoort een raadslid van de grootste coalitiepartij dat een oppositielid nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Dit oppositielid diende onlangs een amendement in voor een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende fractievergadering legt het raadslid de kwestie voor. Is dit verstandig?
Nee, het is niet verstandig om het vermoeden in de fractievergadering te bespreken. Dit druist in tegen het principe van terughoudendheid met publiciteit. Zorgvuldige procesafspraken vereisen dat vermeende schendingen niet in de publiciteit komen voordat een daadwerkelijke schending is vastgesteld. Door het vermoeden in de fractie te delen, loopt men het risico dat het in de publiciteit komt zonder dat er concrete bewijzen zijn.
Aldus besloten door de raad der gemeente Sittard-Geleen in zijn vergadering van 17 oktober 2024.
De griffier,
mr. N.A.P.G. Bischoff
De voorzitter,
mr. J.Th.C.M. Verheijen
Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel
Artikel 2.2 (informatieverstrekking door bestuur)
Artikel 3.2 (onthouden van beraadslaging en stemming)
Artikel 3.3 (verboden combinaties van functies)
Artikel 3.4 (verboden overeenkomsten/handelingen)
Artikel 3.5 (over andere (neven)functies)
Artikel 3.6 (over financiële belangen)
Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen
Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode
Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester)
Artikel 6.1 en 6.2 (naleving van de code)
Bijlage 2: Specifiek uitgesloten combinaties van functies
Een lid van de raad is niet tevens:
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:
aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten/ handelingen
Verboden overeenkomsten/ handelingen voor raadsleden (Gemeentewet, artikel 15)
Bijlage 4: Enkele formele sancties
De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst.
Geheimhoudingsregels Gemeentewet
Het staat raadsleden bovendien vrij om, volgens de interne regelingen, een motie van afkeuring of treurnis in te dienen om hun ongenoegen te uiten.
De wettelijke verplichting neergelegd in artikel 28 van de Gemeentewet (als lex specialis van artikel 2.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht) geldt sinds een wetswijziging in 2023 expliciet gedurende het gehele proces van besluitvorming en dus niet alleen tijdens de stemming. Artikel 2.4 AWB zelf is niet van toepassing.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-403728.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.