Gemeenteblad van Valkenburg aan de Geul
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Valkenburg aan de Geul | Gemeenteblad 2026, 402197 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Valkenburg aan de Geul | Gemeenteblad 2026, 402197 | beleidsregel |
Beleidsregels eerder aanvragen transportcapaciteit Valkenburg aan de Geul 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
principeverzoek: een door of namens een initiatiefnemer via het Omgevingsloket ingediend verzoek om een bestuurlijk oordeel over de bereidheid van het college van burgemeester en wethouders om in beginsel medewerking te verlenen aan een voorgenomen ontwikkeling waarvoor een wijziging van het omgevingsplan of een ander publiekrechtelijk besluit is vereist. Het principeverzoek is een instrument voor vooroverleg en geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht of de Omgevingswet;
Deze beleidsregels hebben tot doel:
het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan bij het college worden ingediend tot en met 8 september 2026, op de wijze zoals beschreven in artikel 6. Het indienen kan digitaal gebeuren via info@valkenburg.nl. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Opname van een project op de volgordelijst vindt uitsluitend plaats nadat het college heeft besloten het project op de volgordelijst te plaatsen en de daarbij behorende bestuursverklaring heeft vastgesteld.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een verzoek te laat is ingediend wordt niet in behandeling genomen. Bij een verzoek dat onvolledig is of kennelijk onjuiste gegevens bevat stelt het college de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen of corrigeren. Hiervoor krijgt de projectontwikkelaar 2 kalenderdagen.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
Een project wordt ingedeeld in het landelijke indieningsvenster dat behoort bij het jaar waarin de bouw van de eerste woningen aantoonbaar start. Onder start bouw wordt verstaan: de eerste onomkeerbare bouwkundige handeling aan de fundering van de woningen of schoolhuisvesting. Voorbereidende werkzaamheden zoals sloop, sanering, bouwrijp maken, het verleggen van kabels en leidingen en een symbolische starthandeling gelden niet als start bouw.
Onderwijs heeft dusdanige maatschappelijke impact dat schoolhuisvesting altijd bovenaan de volgordelijst voor het betreffende indieningsvenster wordt geplaatst. Indien meerdere schoolhuisvestingsprojecten worden ingediend worden voor eenzelfde indieningsvenster, dan worden deze gerangschikt op basis van datum en tijdstip van indiening van een compleet dossier. De eerst ingediende krijgt de hoogste prioriteit.
Elk woningbouwproject dat conform de in deze beleidsregels opgenomen vereisten is ingediend, ontvangt punten op twee onderdelen; in totaal zijn maximaal 100 punten te behalen. De volgordelijst wordt, per indieningsvenster bij de netbeheerder, in aflopende volgorde van de totaalscore samengesteld; het project met de hoogste score staat bovenaan. Bij een gelijke totaalscore bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde op basis van Artikel 10 van deze beleidsregels.
4.1 Onderdeel 1 — Projectrijpheid (maximaal 50 punten)
a. een complete aanvraag omgevingsvergunning voor het ruimtelijk bouwen is ingediend: 10 punten;
b. er is een onherroepelijke bouwtitel op basis van een in werking getreden omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning fase 1: 10 punten;
c. er is een anterieure overeenkomst met de gemeente gesloten, inclusief nadeelcompensatie: 10 punten;
d. er is een aannemingsovereenkomst gesloten met start bouw binnen twee jaar: 10 punten;
e. de gronden zijn in eigendom of het eigendom is verzekerd: 10 punten.
4.2 Onderdeel 2 — Maatschappelijk belang (maximaal 50 punten)
a-1. projecten tot en met 5 woningen: 20 punten;
a-2. projecten vanaf 6 woningen waar binnen de planontwikkeling sprake is van minimaal tweederde betaalbare woningen, conform betaalbaarheidsgrenzen zoals opgenomen in hoofdstuk 4.1 van programma “Wonen in Valkenburg aan de Geul 2025 – 2050”: 20 punten;
a-2.1. (aanvullend op a-2) projecten vanaf 6 woningen waarbij het plan tevens voorziet in betaalbare huurwoningen: 20 punten;
b. huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in de subcategorie collectieve woonvormen van tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: 10 punten;
Artikel 13. Geschillenregeling
Het geschil bevat ten minste, op schrift gesteld via info@valkenburg.nl o.v.v. het zaaknummer dat u heeft ontvangen na de initiële aanvraag die u op basis van deze beleidsregels bij de gemeente Valkenburg aan de Geul heeft ingediend:
a. de naam en contactgegevens van de indiener;
b. de aanduiding van het project waarop het geschil betrekking heeft;
c. de gronden van het geschil; en d. de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept.
Artikel 14. Wijziging en schrappen van de volgordepositie
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat en/of financiële zekerheid is geboden voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt.
Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Valkenburg aan de Geul invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie onderwijshuisvesting en woonbehoefte bij de netbeheerder.
Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.
Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:
Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.
De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.
De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:
Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.
De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfuncties: onderwijs (subfuncties: primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) en woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht (zie artikel 2, derde lid van de Inspraakverordening gemeente Valkenburg aan de Geul 2023).
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Naast de functie woonbehoefte omvat de definitie de functie onderwijshuisvesting, die als basisbehoefte eveneens in categorie 3 van het prioriteringskader is opgenomen. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.
De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).
Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.
De gemeente kent binnen haar gemeentegrenzen meerdere congestiegebieden. Omdat de prioritering door de netbeheerder is gekoppeld aan een congestiegebied is het aan de gemeente om ook per congestiegebied een prioriteringsverzoek in te dienen.
De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.
De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.
De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.
Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.
De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.
Opname op de volgordelijst betekent uitsluitend dat het college zich inspant om het project overeenkomstig deze beleidsregels voor te dragen aan de netbeheerder. De gemeente beslist niet over de verlening van prioritering of de beschikbaarheid van transportcapaciteit. Deze bevoegdheden berusten bij de netbeheerder op grond van de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De netbeheer en niet de gemeente bepaalt, aan de hand van de volgordelijsten die door het college en door de andere gemeenten met wie een onderstation wordt gedeeld worden ingediend, of en welke prioriteit wordt toegekend aan projecten en (daarmee) of en wanneer transportcapaciteit beschikbaar komt. Aan indiening van projecten bij de gemeente noch aan voordragen daarvan door de gemeente aan de netbeheerder kan door derden dus niet het recht worden ontleend dat daadwerkelijk prioritering wordt verleend en of en wanneer transportcapaciteit beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.
Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website.
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;
omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);
het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop);
de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:
het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;
de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;
de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.
Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader
Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:
Woningbouw — collectieve woonvormen:
Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.
Het projectdossier wordt ingediend via info@valkenburg.nl. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.
Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.
De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.
Artikel 9 werkt de prioritering uit aan de hand van scoringsystematiek.
De volgorde wordt aan de hand van deze criteria bepaald per indieningsvenster dat behoort bij het jaar waarin de bouw van de eerste woningen aantoonbaar start.
Projectrijpheid is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De puntensystematiek weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter het project, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.
De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn vier soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst, het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.
Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van onderdeel 1 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.
Onderdeel 2 — Maatschappelijk belang
De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat onderdeel 1 geen onderscheid heeft opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met de woonbehoefte en doelen conform programma “Wonen in Valkenburg aan de Geul 2025 – 2050”.
Artikel 10. Volgordebepaling bij gelijke rangorde
Wanneer twee projecten eenzelfde score halen binnen een indieningsvenster, conform de bepalingen in Artikel 9., dan geldt datum ontvangst van volledige projectdossier door de gemeente als tiebreaker. Deze methodiek wordt toegepast om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de termijn om een geschil aanhangig te maken van artikel 13. Aanvragers hebben vijf kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst om dit te doen. De resterende dagen tot 1 oktober 2026 bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van bezwaar door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.
De volgordelijst wordt vastgesteld door het college. Opname van een project op de volgordelijst vindt uitsluitend plaats nadat het college daarover heeft besloten en de bestuursverklaring heeft vastgesteld. Daarmee wordt geborgd dat uitsluitend projecten worden voorgedragen die voldoen aan de vereisten van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Artikel 13. Geschillenregeling
De vaststelling van de volgordelijst betreft geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een handeling ter voorbereiding van privaatrechtelijk handelen van de gemeente. Om een zorgvuldige, transparante en niet-discriminerende toepassing van deze beleidsregels te waarborgen, biedt dit artikel projectontwikkelaars de mogelijkheid een geschil over de toepassing van deze beleidsregels aan het college voor te leggen. Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke handelingen; de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte. Deze regeling laat de mogelijkheid om een geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen onverlet. Het aanhangig maken van een dergelijk geschil schort de indiening van de prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet op.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst.
Ook wijzigingen die leiden tot een lagere behoefte aan transportcapaciteit kunnen aanleiding geven tot herbeoordeling van een project. Dit sluit aan bij het doel van deze beleidsregels om beschikbare netcapaciteit zo doelmatig mogelijk te benutten.
Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook plaats nadat eventueel de geschillenprocedure als bedoeld in artikel 13 werd doorlopen. Het college zorgt ervoor vóór 1 oktober 2026 een gemotiveerd standpunt te hebben ingenomen over het geschil en de indiener daarvan schriftelijk in kennis te hebben gesteld. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.
De bepaling zoals opgenomen in Artikel 15 lid 2 ziet uitsluitend toe op de financiële uitvoerbaarheid van de overeenkomst tussen gemeente en netbeheerder en vormt geen onderdeel van de volgorde en prioritering van projecten
Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder
De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-402197.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.