Mogelijk ervaart u problemen met het zoeken naar publicaties. We begrijpen dat dit hinder veroorzaakt en werken met de hoogste prioriteit aan een oplossing. Excuses voor het ongemak.
Stimuleringsregeling Water&Groen voor de bebouwde kom Montferland 2024
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland;
gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Montferland 2024.
BESLUIT
vast te stellen de:
Stimuleringsregeling Water&Groen voor de bebouwde kom Montferland 2024
Artikel1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
Aanvraag:
Een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in deze regeling die de aanvrager indient;
b.
Aanvrager:
-
Een natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;
-
Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;
c.
Afkoppelen:
Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken;
d.
Asv:
Algemene subsidieverordening gemeente Montferland 2018;
e.
Awb:
Algemene wet bestuursrecht;
f.
BAG:
Basisregistraties Adressen en Gebouwen;
g.
Bestaand pand:
Een pand dat is opgericht en opgeleverd;
h.
Collectieve aanvraag:
i.
Een gezamenlijke aanvraag die wordt gedaan door minimaal drie verschillende natuurlijke personen en/of rechtspersonen van verschillende panden; of
ii
De aanvraag die wordt gedaan door een school, stichting of vereniging (één rechtspersoon) en voorzien van een schriftelijke verklaring van actief betrokken leerlingen, ouders, leden of vrijwilligers.
i.
Dak:
Een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan (aanbouwen, uitbouwen en/of bijgebouwen). Uitgangspunt is dat het dakoppervlakte gelijk is aan de woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of schoolgebouw. Gescheiden dakvlakken zijn ook mogelijk.
j.
College:
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland;
k.
Gemengde riolering:
Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;
l.
Groen dak:
Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;
m.
Groengevels:
Een klimconstructie bevestigd aan een gevel voorzien van klimplanten in de vaste grond (grondgebonden systeem) of met een substraat (substraat systeem).;
n.
Hemelwater:
Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;
o.
Hemelwater riolering:
Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;
p.
Infiltratie:
Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse)voorziening;
q.
Kernen:
De kernen van gemeente Montferland zijn Azewijn, Beek, Braamt, Didam, ’s-Heerenberg, Kilder, Lengel, Loerbeek, Loil, Nieuw-Dijk, Stokkum en Zeddam, zoals weergegeven in bijlage 4 “Begrenzing kernen gemeente Montferland”
r.
Natuurlijk persoon:
Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten;
s.
Nuttig gebruik hemelwater:
Buffering en filtering van neerslag ten behoeve van (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, zoals toilet, wasmachine, leveren van was- en proceswater of tuindruppelinstallatie. Maar niet voor consumptiedoeleinden (drinkwater);
t.
Ontstenen:
Verwijderen van verharding (zoals tegels en stenen) in de tuin van een pand, als middel tegen wateroverlast en hittestress en/of om de biodiversiteit te versterken.
u.
Oppervlaktewater:
Water bestemd voor het afvoeren van water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;
v.
Rechtspersoon:
Een NV, BV, vereniging, stichting, coöperatie of school;
w.
Pand:
Woning of een pand inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;
x.
Vergroenen:
Vervangen van verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;
y.
Verhard oppervlak:
Het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, dat voorkomt dat hemelwater ter plaatse infiltreren kan én/of dat bijdraagt aan hittestress.
z.
Voorziening:
Maatregel, product of activiteit, in dit geval gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat en/of het versterken van de biodiversiteit, te weten: het planten van bomen, ontstenen en vergroenen, het afkoppelen van verhard oppervlak met of zonder voorziening voor berging en/of infiltratie, het aanleggen van een groen dak/gevel, het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag (regenton, -zuil of groendak/schutting), het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater in panden, vervanging van niet groene erfscheiding met groene afscheiding bij bedrijfspanden, het realiseren van klimaatadaptieve en biodiverse verblijfsplek voor medewerkers, en de beplanting van grasstroken en eigen bermen bij bedrijfspanden.
Artikel2. Toepassingsbereik
Op grond van deze subsidieregeling kunnen zowel in Montferland woonachtige natuurlijke als in Montferland gevestigde rechtspersonen een subsidieaanvraag indienen voor de activiteiten zoals nader omschreven in artikel 3
Artikel3. Subsidiabele activiteiten
Op grond van deze subsidieregelingen kan het college een subsidie verstrekken voor de volgende voorzieningen::
a.
het planten van bomen;
b.
ontstenen en vergroenen;
c.
afkoppelen zonder voorziening voor berging en/of infiltratie;
d.
afkoppelen met voorziening voor berging en/of infiltratie;
e.
het aanleggen van een groen dak;
f.
het aanleggen van een groengevel;
g.
voorzieningen voor regenwateropslag;
h.
installatie voor hergebruik van hemelwater in panden;
i.
groene afscheiding als vervanging van niet groene erfscheiding;
j.
klimaat adaptieve en biodiverse verblijfsplek voor medewerkers;
k.
beplanting van grasstroken en eigen bermen.
Artikel4. Voorwaarden en verplichtingen
1.
Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:
a.
de aanvraag betreft een bestaand pand;
b.
de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na aankoop én realisatie van de voorzieningen waar de aanvraag betrekking op heeft;
c.
de aanvraag is ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 3 zijn opgenomen;
d.
per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel.3 kan er één aanvraag per pand worden ingediend, tenzij anders vermeld in deze verordening;
e.
ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;
f.
de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);
g.
de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;
h.
herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;
i.
de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.
2.
Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Deze zijn vermeld in de toelichting bij deze subsidieregeling, en maken hiervan integraal onderdeel uit.
Artikel5. Subsidiabele kosten
1.
Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder in ieder geval de materiaalkosten en omzetbelasting (BTW) zijn inbegrepen.
2.
Niet tot de subsidiabele kosten worden in ieder geval gerekend:
a.
de administratieve kosten voor de subsidieaanvraag;
b.
de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.
Artikel6. De subsidieaanvraag
1.
Aanvrager dient voordat de maatregelen waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn uitgevoerd een subsidieaanvraag in bij de gemeente. De gemeente beoordeelt de aanvraag, geeft een indicatie van de maximaal te verlenen subsidie en in voorkomende gevallen een waarschuwing wanneer het subsidieplafond is bereikt.
De aanvraag kan worden gedaan door:
a.
een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b.
als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumenten-vergunning;
c.
schriftelijke toestemming van de eigenaar (als de aanvrager een huurder of pachter is);
d.
begeleidend schrijven van leden, ouders, leerlingen of vrijwilligers wanneer een collectieve aanvraag wordt gedaan namens een stichting, coöperatie, vereniging of school.
Na realisatie van de voorzieningen stuurt aanvrager:
e.
een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;
f.
bij aankopen boven de €250,- , een factuur met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;
2.
Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
Artikel7. Het beslissen op subsidieaanvragen
1.
Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de bewijslast een beslissing.
2.
Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.
3.
Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.
4.
Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in het overzicht zoals opgenomen in de toelichting bij deze subsidieregeling;
5.
De betaling van de subsidie vindt plaats binnen acht weken na de subsidievaststelling.
Artikel8. Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden
1.
De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:
a.
er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 van de Awb of in artikel 9 van de Asv gemeente Montferland 2024.
b.
het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond als bedoeld in artikel 9 overschrijdt;
c.
de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 3;
d.
er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheid instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.
2.
De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien:
a.
er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:49 van de Awb;
b.
achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.
3.
De subsidie wordt teruggevorderd als de subsidie is ingetrokken.
Artikel9. Subsidieplafond
1.
Het college stelt jaarlijks het beschikbare budget, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.
2.
Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld tot het beschikbare budget is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
3.
De mogelijkheid tot indienen van aanvragen wordt gesloten als het budget is bereikt. Communicatie over het sluiten van de mogelijkheid tot indienen vindt tijdig plaats.
4.
Als door verstrekking van de subsidie het budget wordt overschreden, wordt de aanvraag geweigerd.
Artikel10. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel11. Overgangs- en Slotbepalingen
1.
Deze regeling wordt aangehaald als ‘Stimuleringsregeling water&groen voor de bebouwde kom Montferland 2024’.
2.
Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
3.
Op het in het tweede lid genoemde tijdstip vervalt de Subsidieverlening afkoppelen hemelwater (rb. 10 november 2010, kenmerk 13b0007577) met dien verstande dat op grond van die verordening verleende subsidies van kracht blijven.
4.
Voorzieningen die zijn gerealiseerd en aanvragen, die zijn ingediend voor het inwerkingtreden van deze verordening worden afgedaan met toepassing van de in het derde lid genoemde verordening (Subsidie afkoppelen hemelwater).
Aldus besloten op: 6 februari 2024
Burgemeester en wethouders van Montferland
De secretaris,
B.F.M. Booltink
De burgemeester,
H.H. de Vries
Toelichting
Deze regeling heeft als doel inwoners, bedrijven, scholen, stichtingen en verenigingen van de kernen in de gemeente Montferland te stimuleren om zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op/bij het pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hitte) worden beperkt en om de biodiversiteit te versterken. De maatregelen leiden tot een afname van de risico’s op (economische) schade of ongemak en de versterking van de biodiversiteit.
Overzicht subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie
1.Planten van bomen
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 4 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee bomen per pand zover er geen sprake is van een herplantplicht;
b.
er wordt alleen subsidie verstrekt voor bomen die op de keuzelijst inheemse bomen staan (zie bijlage 3).
Hoogte van de subsidie
a.
De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,- per boom.
b.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van €70,- voor 2 bomen subsidie toegekend.
2. Ontstenen en vergroenen
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3 onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 4 de specifieke voorwaarde dat de voorzieningen die aangelegd worden een groenere tuin of terrein betreffen, waarbij verharding wordt vervangen door levend groen zoals struiken/heesters, hagen, vaste planten, gras en klimop. Er kan vrijblijvend gebruik worden gemaakt van de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten (bijlage 2).
Hoogte van de subsidie
a.
De subsidie voor het ontstenen en vergroenen bedraagt € 15,- per m2.
b.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 500,- subsidie toegekend.
3. Afkoppelen zonder voorziening voor berging en/of infiltratie
Subsidievoorwaarden
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 4 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn, of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden aangesloten op het hemelwaterriool of oppervlaktewater;
b.
het afkoppelen veroorzaakt op enigerlei wijze tot geen overlast;
c.
het afkoppelen vanuit milieu hygiënisch of hydrologisch oogpunt niet ongewenst is;
d.
artikel 1.3, onderdeel c, kan niet worden gecombineerd met artikel 1.3, onderdeel d.
2.
De subsidie wordt geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders hemelwater dat afstroomt van afgekoppeld verhard oppervlak niet geïnfiltreerd kan worden in de bodem, of kan worden afgevoerd naar een hiervoor geschikte voorziening.
Hoogte van de subsidie
1.
De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt per pand € 40,-.
2.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 40,- subsidie toegekend.
4. Afkoppelen met voorziening voor berging en/of infiltratie
Subsidievoorwaarden
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 4 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn;
b.
er wordt minimaal 25m2 oppervlak afgekoppeld;
c.
het afkoppelen veroorzaakt op enigerlei wijze tot geen overlast;
d.
het afkoppelen vanuit milieu hygiënisch of hydrologisch oogpunt niet ongewenst is;
e.
artikel 1.3, onderdeel d, kan niet worden gecombineerd met artikel 1.3, onderdeel c.
2.
De subsidie wordt geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders hemelwater dat afstroomt van afgekoppeld verhard oppervlak niet geïnfiltreerd kan worden in de bodem, of kan worden afgevoerd naar een hiervoor geschikte voorziening.
Hoogte van de subsidie
1.
De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak met specifieke voorzieningen voor waterberging en/of -infiltratie bedraagt voor:
a.
het plaatsen van ondergrondse infiltratievoorzieningen €50,- per voorziening (van minimaal 100l), en;
b.
het aanleggen van bovengrondse infiltratievoorzieningen, zoals een infiltratieveld, € 100,- per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.
2.
Per pand wordt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 1.000,- subsidie toegekend.
5. Aanleg van een groen dak
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3 onderdeel e, gelden er geen aanvullende voorwaarden dan de voorwaarden benoemd in artikel 4
Hoogte subsidie
1.
De subsidie voor het aanleggen van een groendak bedraagt:
a.
€ 20,- per m2 aangelegd dak met een laagdikte van 8-20 centimeter;
b.
€ 30,- per m2 aangelegd dak met een laagdikte van meer dan 20 centimeter.
2.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,- subsidie toegekend.
6. Aanleg van een groengevel
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, gelden in aanvulling op artikel 4 de specifieke voorwaarde dat de groengevel is voorzien van een klimconstructie.
Er kan vrijblijvend gebruik worden gemaakt van de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten (bijlage 2).
Hoogte van de subsidie
1.
De subsidie voor het aanleggen van een groengevel bedraagt:
a.
€ 15,- per m2 klimconstructie met klimplanten in de vaste grond;
b.
€ 30,- per m2 klimconstructie voor een groengevel met substraat.
2.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,- subsidie toegekend.
7. Voorzieningen voor regenwateropslag
Subsidievoorwaarden
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, gelden in aanvulling op artikel 4 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
de regenwateropslag (regenton, regenschutting of -zuil) heeft een minimale capaciteit van 200 liter;
b.
per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee regentonnen of twee segmenten bij het plaatsen van een regenschutting of -zuil.
Hoogte van de subsidie
1.
De subsidie voor een voorziening voor regenwateropslag bedraagt voor:
a.
het plaatsen van een regenton € 25,- per regenton;
b.
het plaatsen van een regenschutting of -zuil € 30,- per segment/zuil.
2.
Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 50,- voor het plaatsen van een regenton, en een maximum van € 60,- voor het plaatsen van een regenschutting of -zuil subsidie toegekend.
7. Installatie voor hergebruik van hemelwater in panden
Subsidievoorwaarden
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel h, gelden in aanvulling op artikel 4 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
De installatie (hemelwaterbuffer: filters/pomp/waterverdeling) moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze alleen wordt ingezet voor het doel watervoeding van toilet, wasmachine, het leveren van was- en proceswater en vergelijkbare toepassingen in het pand of als tuindruppelinstallatie, waarbij geldt dat de voorziening voldoende bereikbaar is voor onderhoud en inspectie. In verband met gezondheidsrisico’s mag het gebufferd hemelwater alleen ingezet worden voor bovengenoemde doelen, maar niet worden versproeid of verneveld en mag het niet voor consumptiedoeleinden worden gebruikt;
b.
er wordt minimaal 1000 liter hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van leidingwater.
Hoogte van de subsidie
De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,- per pand.
9. Groene erfscheiding als vervanging van niet groene erfscheiding
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel i, gelden er geen aanvullende voorwaarden dan de voorwaarden benoemd in artikel 4.
Er kan vrijblijvend gebruik worden gemaakt van de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten (bijlage 2).
Hoogte van de subsidie
De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van het vervangen van niet groene erfscheiding (zoals een schutting) met groene erfscheiding bedraagt 25% van de subsidiabele kosten (constructie en planten) met een maximum van € 250,- per pand.
10. Klimaat adaptieve en biodiverse verblijfsplek voor medewerkers
Subsidievoorwaarden
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel j, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
de subsidie voor een klimaatadaptieve en biodiverse verblijfsplek voor medewerkers wordt alleen vertrekt voor bedrijfspanden.
b.
de subsidie voor een klimaatadaptieve en biodiverse verblijfsplek is niet stapelbaar met de subsidie voor ‘ontstenen en vergroenen’ zoals genoemd in artikel 3.
c.
er wordt alleen subsidie verstrekt voor bomen die op de keuzelijst inheemse bomen staan (zie bijlage 3).
d.
er kan vrijblijvend gebruik worden gemaakt van de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten (bijlage 2).
Hoogte van de subsidie
Per bedrijfspand worden niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.000,- subsidie toegekend.
11. Beplanting van grasstroken en eigen bermen
Subsidievoorwaarden
a.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de specifieke voorwaarde dat de subsidie voor de planting van grasstroken en eigen bermen alleen wordt vertrekt voor bedrijfspanden.
b.
er wordt alleen subsidie verstrekt voor bomen die op de keuzelijst inheemse bomen staan (zie bijlage 3).
c.
er kan vrijblijvend gebruik worden gemaakt van de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten (bijlage 2).
Hoogte van de subsidie
Per bedrijfspand worden niet meer dan 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500,- subsidie toegekend.
12 Collectieve aanvragen
Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3 die collectief kan worden verleend, gelden de volgende voorwaarden:
a.
de aanvraag betrekking heeft op een subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 1.3;
b.
de aanvraag wordt gezamenlijk gedaan door minimaal drie verschillende natuurlijke personen en/of rechtspersonen van verschillende panden; of
c.
de aanvraag wordt gedaan door een school, stichting of vereniging (één rechtspersoon) en voorzien van een schriftelijke verklaring van actief betrokken leerlingen, ouders, leden of vrijwilligers.
Hoogte van de subsidie
1.
De subsidiabele kosten zoals aangegeven in artikel 2 t/m 12 met daarbij een verhoging van 25%.
2.
Per collectieve aanvraag wordt een maximum van € 10.000,- subsidie toegekend.
Bijlage1a:Verkorte tabel maatregelen, voorwaarden en subsidiebedragen
Onderdeel
Bijdrage
Maximale bijdrage
Toepassing
Planten van bomen
€ 35,- per boom
Max. 2 bomen
Bij bestaande panden(*).
Zie ook de keuzelijst inheemse bomen.
Ontstenen en vergroenen met:
-
struik/heester
-
vaste planten
-
gras
€ 15,- per m2
€ 500,-
Geen kunstgras
Zie ook de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten.
Afkoppeling zonder voorziening voor berging en/of infiltratie
Werkelijke kosten
€ 40,- per pand
Alleen wanneer infiltratie of afstroom naar geschikte voorziening mogelijk is (gemeente beoordeeld).
Afkoppeling met voorziening voor berging en/of infiltratie
Ondergrondse infiltratievoorziening: € 50,- per voorziening van minimaal 100l.
Bovengrondse infiltratievoorziening:
€ 100,-/m3 verwijderde grond
Per pand in totaal een maximum van € 1.000,-
Bij bestaande panden(*).
Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn (gemeente beoordeeld)
Groen dak
€ 20,- per m2
(laagdikte van 8-20 centimeter)
€ 30,- per m2
(laagdikte van meer dan 20 centimeter)
€ 2.500,-
Bij bestaande panden(*).
Groene gevels
€ 15,-/m2
Klimconstructie met klimplanten in de vaste grond
€ 30,-/m2
Klimconstructie voor een gevel met substraat
€ 2.500,-
Bij bestaande panden(*).
Regenton
Regenschutting of – zuil
€ 25,- per ton
€ 30,- per segment
Max. 2 tonnen, zuilen of segmenten
Bij bestaande panden(*).
Voor regenwateropslag met een minimale capaciteit van: 200 liter
Installatie voor hergebruik hemelwater
20 % van de kosten
€ 500
Bij bestaande panden(*).
Alleen voor gebruik voor toilet, wasmachine, leveren van was- en proceswater of tuindruppelinstallatie.
Er wordt minimaal 1000 liter hemelwater gebufferd.
Groene erfscheiding als vervanging van niet groene erfscheidingen (zoals schutting)
25% van de aanschafkosten (constructie en planten)
Max € 250,- per pand
Bij bestaande panden(*).
Zie ook de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten.
Klimaatadaptieve en biodiverse pauzeplek voor medewerkers:
-
ontharding/ontstening
-
aanplant
schaduwbomen
-
overige beplanting
50% van de subsidiabele kosten (excl. verharding en meubilair)
€ 1000,00
Alleen voor bestaande bedrijfspanden(*).
Zie ook de keuzelijst inheemse bomen én de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten.
Beplanten van grasstroken en eigen bermen
25% van de subsidiabele kosten
€ 500,00
Alleen voor bestaande bedrijfspanden(*).
Zie ook de keuzelijst inheemse bomen én de advieslijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten.
(*) Bestaande (bedrijfs)panden = panden die zijn opgeleverd (geen panden in aanbouw, of die nog gebouwd moeten worden).
Bijlage2:Advies lijst inheems plantgoed, hagen en klimplanten
Deze lijst is ingedeeld in de volgende categorieën:
2.1
Inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
2.2
Inheemse struiken en heesters
2.3
Haagplanten voor hagen met een hoge biodiversiteitswaarde
2.4
Klimplanten voor muur en schutting
Let op:
-
Categorie 1 en 2 bevatten uitsluitend alleen inheemse soorten. Iedere soort stelt specifieke eisen aan grondsoorten vochtbehoefte en/of groeiomstandigheden. In deze bijlage zijn per plantensoort drie beoordelingen opgenomen, die in een lettercombinatie zijn af te lezen:
-
Er zijn veel gekweekte variëteiten op de markt, cultivars genoemd, wat veredelde versies zijn van inheemse soorten. Deze hebben vaak een fraaie naam als toevoeging tussen ‘quotjes’. Hoewel ze vaak zeer mooi zijn is hun waarde voor biodiversiteit gemiddeld beperkt of soms zelfs nihil omdat bijvoorbeeld afwijkend bloemvormen er voor zorgen dat insecten er niet op kunnen vliegen of omdat ze niet worden aangetrokken tot afwijkende kleuren en geuren.
-
Categorie 3 en 4 bevatten ook niet inheemse soorten, die echter al jaren zijn ingeburgerd en een bewezen waarde hebben voor de biodiversiteit in Nederland. Bij de genoemde soorten daarom een korte toelichting van de toepassing en de waarde voor de biodiversiteit
2.1 Inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
Vervolg inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
Vervolg inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
Vervolg inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
Vervolg inheemse bloeiende vaste planten en kruiden
2.2 Inheemse struiken en heesters
Vervolg inheemse struiken en heesters
Vervolg inheemse struiken en heesters
2.3 Haagplanten voor hagen met een hoge biodiversiteitswaarde (bron: eigenwijsblij.nl)
De onderstaande lijst bestaat voornamelijk uit inheemse soorten. Deze zijn “geworteld” in de nederlandse natuur en ondersteunen vele soorten insecten, vogels en zoogdieren. Als primaire voedselbron of als onderdeel in de voedselketen, maar ook als deel van de leefomgeving (habitat) waar planten en dieren zich thuis voelen, beschutting vinden, verplaatsen en zich kunnen voortplanten. Tevens bevat de lijst een beperkt aantal, inmiddels ingeburgerde” exoten of cultivar (gekweekte) soorten, die een bewezen waarde hebben voor de nederlandse biodiversiteit
Kies en mix je haagplanten
Lang niet bij iedereen bekend, maar veel planten zijn geschikt voor een haag. Belangrijk om te weten is dat de ene soort sneller groeit dan de andere en dat er verschillen zijn in zichtdichtheid. Daarom is deze plantenlijst ingedeeld in twee groepen:
1.
Basisplanten die de structuur van je haag vormen en die goed zichtdicht groeien
Dit zijn planten die sneller groeien en dicht groeien. Ga je voor een gemengde haag en is privacy belangrijk? Dan neem je deze planten als basis.
2.
Planten om door je haag te verwerken om meer insecten, vogels en andere dieren te helpen
Deze planten groeien wat minder dicht of wat langzamer. Ze zijn geschikt als haagplant op een plek waar de haag niet helemaal zichtdicht hoeft te zijn. Of als soorten om door de planten uit de eerste categorie te mengen voor de diversiteit. Er zitten wat soorten tussen die bijvoorbeeld wat sprieterig tussen andere planten door kunnen groeien, maar op een bepaald moment in de tijd met prachtige bloemen uit de haag tevoorschijn komen.
Mix de haagplanten in de juiste verhouding
Wil je een goede zichtdichte haag? Laat de haag dan voor minimaal 75% uit planten uit de eerste groep. Plant om de 4 a 5 planten een plant uit de tweede groep. Is zichtdichtheid in (een deel van) je haag minder belangrijk? Dan kun je ook 50/50 doen. Plant bij voorkeur planten met een andere vorm naast elkaar.
Win aanvullende plantinformatie in op internet of via een hovenier
Hagen bestaand uit de genoemde soorten kunnen op de meeste grondsoorten worden aangeplant. Vind gedetailleerde informatie bij een hovenier of op internet over de specifieke groeiomstandigheden van de haag van uw keuze. In bepaalde gevallen is een stuk grondverbetering wenselijk.
2.3.1 Planten die de basisstructuur van je haag vormen en die goed zichtdicht groeien
Meidoorn (Crataegus)
Meidoorn was vroeger misschien wel dé haagplant van Nederland. Door de gedrongen groeivorm en doornen perfect om vee binnen te houden. Goed in elke vorm te snoeien. Inheems. Er is een éénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) of tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata). Voor de haag maakt het weinig uit. Zoek welke vroeger het meeste voorkwam in uw omgeving en plant bij voorkeur deze. In algemeenheid zie je tweestijlige meer op zandgrond in het oosten. De plant groeit goed dicht en vrij snel. Dus een perfecte plant als basis voor een haag. Als de plant voldoende breedte heeft en de eerste jaren voldoende gesnoeid wordt, ontwikkelt zich een mooie zichtdichte haag.
Veldesdoorn / Spaande aak (Acer campestre)
Veldesdoorn lijkt op het eerste gezicht wel wat op meidoorn. Maar de bladeren zijn net wat groter en de plant heeft geen stekels. In veel traditionele hagen (zoals bijvoorbeeld de Zeeuwse haag) vormt veldesdoorn samen met meidoorn de basis. Veldesdoorn groeit vrij snel en als deze de eerste jaren af en toe gesnoeid wordt, groeit de haag ook mooi dicht. Verder is het een inheemse plant. Dus bijzonder geschikt als één van de basisplanten in een biodiverse gemengde haag.
Beuk (Fagus sylvatica)
Een beukenhaag is algemeen bekend. De bladeren van beuk verkleuren in de herfst wel bruin, maar de plant ‘vergeet’ de bladeren te laten vallen. Daardoor draagt de beukenhaag de hele winter dus (bruin) blad en is dus zichtdicht. Pas in het voorjaar worden de oude bruine bladeren door de nieuwe groene bladeren van de plant gedrukt. De haag is dan 1 tot 2 weken vrij kaal voordat de frisgroene blaadjes het overnemen. Daarmee is beuk een goede optie als je een inheemse soort zoekt die het hele jaar bladdragend is. Er zijn gewone groene soorten maar ook rode. Beuk heeft wel de neiging andere planten wat te verdrukken en wordt daarom vaak als enkelvoudige beukenhaag aangeplant en minder gebruikt in gemengde hagen. Meng je beuk wel met andere soorten, let dan met name de eerste jaren op dat de beuk de planten er naast niet te veel in de schaduw zet en snoei waar nodig bij.
Haagbeuk (Carpinus betulus)
Haagbeuk is ondanks de naam geen familie van beuk (wel van berk), maar lijkt er wel op en gedraagt zich vergelijkbaar. Het verschil is dat beuk nagenoeg al het blad vasthoudt voor de winter en haagbeuk een deel laat vallen en een deel vasthoudt. Door de gedrongen groeivorm is de plant nog steeds aardig zichtdicht in de winter, maar niet zo goed als bij de beuk. Haagbeuk is ook inheems en dus een prima optie in een gemengde inheemse haag.
Wilde liguster (Ligustrum vulgare)
Wilde liguster (niet te verwarren met de Japanse liguster / haagliguster) is in milde winters wintergroen. In strengere winters laat de wilde liguster het blad wel vallen, maar in de meeste winters is het dus een wintergroene plant. De plant komt van nature vooral voor op kalkrijke grond in de duinen en Drenthe. Wilde liguster groeit vrij snel en dicht en is perfect in vorm te snoeien. Er komen zwarte besjes aan die door vogels graag gegeten worden. Ook nestelen ze graag in de beschutting van liguster. De wilde liguster heeft daarmee een hoge waarde voor de biodiversiteit.
Winterlinde (Tilia cordata)
Linde is een onderschatte boom in Nederland. Maar door snoeien is de winterlinde ook bijzonder geschikt als dichte haag. Linde verliest wel het blad in de winter en is iets minder dicht dan meidoorn en veldesdoorn. Maar zeker het overwegen waard in een gemengde inheemse haag. Als de plant tot bloei komt (dat is wel lastig in een geschoren haag) is linde een belangrijke bijenplant.
Sleedoorn (Prunus spinosa)
Sleedoorn werd vroeger veel in gemengde hagen op het platteland aangeplant. Sleedoorn bloeit erg vroeg. Vaak zijn eind maart overal in het land de witte bloemetjes op de sleedoorns in de struwelen langs wegen en velden te zien. Die vallen extra op, omdat er nog geen blad aan de sleedoorn en andere planten zit op dat moment. Door de stekels hielden ze vroeger vee binnen en nu wellicht inbrekers buiten. Het is een makkelijke plant voor in hagen omdat sleedoorn overal groeit en snel groeit. Het is wel belangrijk om rekening te houden met wortelopschot. Sleedoorn maakt namelijk zijwaartse wortels waaruit nieuwe planten omhoog komen. Als je niets doet breidt de plant zo elk jaar een halve meter uit. Dat is geen enkel probleem als er langs de haag regelmatig gemaaid wordt, maar als de haag aan een perk grenst is dat lastig. De bessen zijn eetbaar voor ons en voor veel vogels.
Zuurbes (Berberis vulgaris)
Zuurbes is een geschikte plant voor lage hagen. De plant wordt maximaal 1,5 meter hoog. Er zitten nare stekels aan die het een geschikte plant maakt als je inbrekers wilt weren. Er bestaan groene en rode soorten. Zuurbes bloeit in mei/juni en is dan populair bij bijen. Later in het jaar volgen de bessen waar veel vogels van smullen. De bessen zijn voor ons ook met mate eetbaar. De rode soort voegt het hele seizoen kleur toe aan je gemengde haag.
2.3.2 Planten om door je haag te verwerken om meer insecten, vogels en andere dieren te helpen
Wilde kardinaalsmuts
(Euonymus europaeus)Wilde kardinaalsmuts is een inheemse plant die vooral op wat kalkhoudende grond voorkomt. In het najaar verschijnen de rood met oranje vruchten die net op kleine hoedjes lijken. Ze geven veel kleuraan een haag op een moment dat er verder weinig kleur te zien is. Kardinaalsmuts is ook een waardplant voor allerlei soorten rupsen, waar de plant op zich goed tegen kan. De rupsen zijn op hun beurtaantrekkelijk voor vogels en ontwikkelen zich aansluitend tot vlinders. Daarom is wilde kardinaalsmuts een soort die sterk bijdraagt aan biodiversiteit. Let wel op bij de aanschaf, want er bestaan ookallerlei niet-inheemse soorten, die niets bijdragen aan de biodiversiteit en geen rupsen aantrekken. Die zijn te herkennen aan vaak prachtige toegevoegde cultivar-namen
Krentenboompje (Amelanchier lamarckii)
De krentenboom kan goed dienen als blikvanger tussen andere haagplanten. De plant valt in april-mei op door de witte bloemetjes. En in de herfst door de oranje herfstbladeren. De bessen/krententrekken allerlei vogels aan. Krentenboom is van oorsprong uitheems (Noord-Amerika), maar al zo lang in Nederland dat die ingeburgerd is. Dat betekent dat meer soorten de plant gebruiken dan bijandere exoten. In een gemengde haag kun je prima krent opnemen. De krent groeit wel wat minder snel en de plant wil graag op een licht vochtige plek staan
Vuilboom / Sporkehout (Frangula alnus)
Vuilboom of sporkehout groeit wat langzaam en ziet er wat saai uit, maar vormt uiteindelijk een prachtige haagplant die maar liefst vijf maanden met onopvallende bloemetjes bloeit. De bloei begint al in mei en gaat door tot diep in september. Met name in augustus en september is dat erg welkom bij veel insecten en vuilboom wordt dan ook druk bezocht door allerlei zoemers. Om die reden is het een perfecte struik voor wie bijen en andere insecten wil helpen. Vuilboom is inheems en niet wintergroen. Het blad lijkt wel wat op beuk, komen van nature ook veel voor in bossen en worden vaak verward met beukenopschot. Solitair geplant kan de struik een hoogte bereiken van 5 a 6 meter, maar in een haag handhaaft de plant zich uitstekend. Let op: De bessen zijn populair bij veel vogels, maar giftig voor de mens.
Gele kornoelje (Cornus mas)
Gele kornoelje is inheems, maar niet wijdverspreid. De plant houdt van kalkrijke grond en komt vooral voor in Limburg en her en der verspreid door het land. Gele kornoelje bloeit soms al in februari met gele bloemen. Daarmee kan het een belangrijke bron van nectar voor ontwakende hommelkoninginnen zijn. De bessen die eraan komen zijn aantrekkelijk voor veel iersoorten en ook geschikt voor menselijke consumptie. Er is bijvoorbeeld jam mee maken. Het is een prachtige en nuttige plant. Let op: geschikte grond (kalkrijk) is belangrijk voor een succesvolle groei.
Gewone sering (Syringa vulgaris)
Sering komt eigenlijk uit de Balkan, maar is in nederland een inmiddels ingeburgerde soort. De soort trekt veel insecten zoals vlinders en bijen aan en is een kleurrijke verschijning in een gemengde haag. Net als de sleedoorn kan ook de gewone sering wortelopschot maken. Plant de plant dus alleen op plekken waar langs gemaaid kan worden of waar een pad langs loopt. Gewone sering bloeit in mei en juni met grote lila-paarse bloempluimen.
Brem (Cýtisus scopárius)
Brem is inheems en komt vooral op de hoger gelegen zandgronden voor. Als vlinderbloemige kan brem stikstof binden (met hulp van bacteriën). Dat is handig, want zo voedt de plant de bodem. Ook planten die er naast staan profiteren daar van. Hij kan zo’n 2 meter hoog worden, maar haalt dat niet altijd. Plant de brem in een deel van de haag waar de hoogte niet zo precies uit maakt. Het is een aantrekkelijke plant en nuttig voor veel wilde bijensoorten. Brem bloeit in mei en juni. De plant kan wat gevoelig zijn voor storm. Af en toe terugsnoeien om stevige takken te krijgen help daarbij. Let op: Het is een uitdaging om inheemse brem te vinden. Veel kwekers verkopen allerlei gecultiveerde soorten brem in verschillende kleuren (te herkennen aan de vaak prachtige toegevoegde namen). Deze cultivars hebben veel minder waarde voor de biodiversiteit.
Gelderse roos (Viburnum opulus)
Ook Gelderse roos is inheems. De plant wordt zo’n 2,5 tot maximaal 3 meter hoog, dus hoef je in de hoogte weinig te snoeien. Bloeit in juni geurig als er ook veel andere planten bloeien. Trekt tijdens de bloei veel insecten aan en in het najaar ook vogels zoals merels. De plant houdt van een wat vochtige groeiplek en heeft mooie bloemschermen. Wordt niet veel gebruikt in gemengde hagen, maar dat eigenlijk onterecht. Zeker als je haag net wat breder mag worden. De bladeren kleuren in de herfst rood, geel en bruin.
Hondsroos (Rosa canina)
De meeste inheemse rozensoorten blijven te klein om succesvol onderdeel te zijn van een haag. Uitheemse en gecultiveerde rozensoorten hebben nauwelijks tot geen ecologische meerwaarde. De extra bloemblaadjes in dubbel gevulde rozen zijn gemuteerde meeldraden. Heeft een roos meer dan 5 bloemblaadjes, dan kan een bij er juist minder mee. De inheemse hondsroos is een wel een goede optie voor in een haag. Deze roos bloeit in juni en juli en wordt een kleine 2 meter hoog. Plant hem tussen andere planten die structuur geven, want hondsroos maakt lange sprieten die breed kunnen uithangen. Maar als die tussen allerlei takken van andere planten doorgroeien gaat het goed en zullen hier en daar mooie rozen uit de haag opduiken. Met een beetje geluk trekken de rozenbottels groenlingen aan.
Bosroos (Rosa arvensis)
De wilde Bosroos is een inheemse wilde roos die geen struikvormer is, maar met meterslange twijgen kruipt en via struiken ook klimt. De twijgen zijn felgroen tot paarsachtig blauw. De bloeitijd van de Bosroos valt in de maanden juni en juli. Onder gunstige omstandigheden kan ze uitbundig bloeien. De Bosroos kan meer schaduw verdragen dan de meeste andere inheemse wilde rozen, maar komt dan niet tot bloei.
De licht geurende bloemen zijn hagelwit en hebben goudghele meeldraden. Het is een belangrijke drachtplant voor insecten, zoals wilde bijen, zweefvliegen en vlinders. De bottels zijn tamelijk klein en (vuur)rood van kleur.
De Bosroos is een zeldzame soort die zich thuis voelt op zonnige tot licht beschaduwde plekke, op niet te droge, voedselrijke bodems, die bij voorkeur kalkhoudend zijn. De Bosroos is ook goed te combineren met wilde kamperfoelie.
Struikklimop (Hedera helix ‘Arborescens’)
Omdat klimop pas in september tot november bloeit, is het een belangrijke bijen- en vlinderplant. Maar gewone klimop wil klimmen en kan andere planten verdrukken. In dit bijzondere geval bestaat er gelukkig ook de cultivar ‘Arborescens’. Deze klimop kan niet klimmen. Het vormt een wintergroen struikje van 1 tot 1,5 meter hoog. Al vanaf het eerste jaar kan die ook bloeien in de herfst. De plant is gecultiveerd inheems, wintergroen en helpt trekvlinders aan eten voor hun lange tocht en hommelkoninginnen aan eten om dik de winterslaap in te gaan. Door de 1,5 meter hoogte lijkt struikklimop wat laag voor een haag. Maar als je er andere planten omheen zet die wel je gewenste hoogte van je haag bereiken, dan hoeft dat geen probleem te zijn.
Wilg (salix)
Aan het eind van de winter zijn wilgen vaak de eerste en misschien wel belangrijkste voedselbron voor ontwakende hommelkoninginnen en andere vroege bijen. De plant heeft zowel nectar als stuifmeel. Het lastige is dat veel wilgensoorten erg groot worden voor een haag. Meest geschikt zijn de geoorde wilg (Salix aurita) of de boswilg (Salix caprea). De eerste wordt maar 2,5 tot 3 meter hoog. De tweede wordt wat groter, maar bloeit ook wat eerder. Beide wilgensoorten laten zich goed snoeien en passen op die manier prima in een gemengde inheemse haag. Salix is tweehuizig. De mannetjes hebben zowel nectar als stuifmeel en zijn daarom waardevoller voor insecten.
Vlier (Sambucus nigra)
Vlier valt natuurlijk vooral op door de grote witte bloemschermen in mei en juni. De plant is inheems en populair bij bijen en vlinders. Van de bloemen is vlierbloesemsiroop te maken en van de bessen jam. Door de wat wilde groeivorm past vlier niet in je haag als je die heel strak wilt hebben. Maar in een wat ruigere haag of een deel daarvan kan vlier een mooie aanvulling zijn. Gewone vlier is ook in roodbladige soorten te koop, wat voor extra kleur in de haag kan zorgen.
Rode kamperfoelie (Lonicera xylosteum)
In tegenstelling tot de bekende klimmende kamperfoelie vormt rode kamperfoelie een struik. Dat maakt de plant geschikt voor een haag. Rode kamperfoelie is (zeldzaam) inheems en bladverliezend. De plant groeit niet helemaal zichtdicht en haalt amper 2 meter. Maar als “tussengroeier” een bijzonder onderdeel van de haag, die in mei en juni bloeit met mooie bloemen die allerlei insecten helpen. De bessen zijn populair bij vogels in het najaar.
Spiraea Grefsheim (Spiraea x cinerea ‘Grefsheim’)
Spirea (ook wel Spierstruik) is bij ons niet inheems. Toch is de plant verrassend waardevol voor allerlei bestuivende insecten. Daarom kun je hem overwegen in je gemengde haag. Veel spirea soorten worden amper een meter hoog. Voor een haag is de cultivar Spiraea Grefsheim geschikt. Die soort kan een kleine 2 meter halen en is daarom interessant in een gemengde haag. De plant bloeit uitbundig in maart en april met pluimen vol kleine witte bloemetjes.
Siertrosbes (Ribes sanguineum)
Van oorsprong amerikaans en dus niet inheems, maar wel mooi en geliefd bij bestuivende insecten. Wordt maximaal 2 meter hoog, dus dat kan in sommige situaties wat te klein zijn. Al scheelt het in andere situaties snoeiwerk. Siertrosbes is verre familie van de (in Nederland inheemse) aalbes. Deze siertros heeft sierlijke bloemtrossen die eerder lila dan rood zijn. De struik is bladverliezend, dus geschikt voor een plek in de gemengde haag waar zichtdichtheid minder belangrijk is.
Vlinderstruik (Buddleja davidii)
Vlinderstruik is een uitheemse soort, die vrij goed ingeburgerd is in Nederland. Hij staat in deze lijst vanwege de rijkdom aan bloempluimen die vanuit de haag tevoorschijn komen en vlinders, hommels en andere bijen aantrekken. De plant is ook geschikt voor aanplant in een gemengde haag. Onderaan is de plant vaak wat kaal dus aanplant tussen planten uit de lijst met basis/structuursoorten is belangrijk om goed uit de verf te komen in een mooie haag. Omdat vlinderstruik niet alleen uitheems is maar zich ook makkelijk uitzaait, is het beter die niet aan te planten als je naast een natuurgebied woont.
2.4 Klimplanten voor muur en schutting
Als erfafscheiding is vanuit het oogpunt van biodiversiteit een haag de beste keuze: groen is gezond, dieren kunnen erin en ervan leven en je hebt geen bouwmaterialen nodig. Maar een haag neemt veel ruimte in en als die schaars is, dan is een “groene schutting” een goed alternatief. Niet alle genoemde soorten zijn inheems; wel hebben alle genoemde soorten een bewezen positief effect op de inheemse biodiversiteit.
Algemeen:
-
Zijn bestaand hekwerk of schutting nog in goede staat? Laat het begroeien met klimmende en bloeiende planten.
-
Belangrijk: Zorg voor doorgangen op de grond zodat kleine dieren, zoals egels, zich over een groter gebied kunnen verplaatsen
-
Hekwerk of schutting vervangen en geen ruimte voor een haag?
o
De milieuvriendelijkste (én goedkoopste) keuze voor een groene schutting is betongaas met begroeiing.
o
Niet persé goedkoop, maar een tuinscherm van wilgentenen is milieutechnisch ook te verkiezen boven schuttingen van geimpregneerd hout of steen/beton.
o
Een stalen hekwerk (palen+gaas of gaasmatten) gaan lang mee en zijn zeer geschikt om te laten begroeien, maar zijn duur en kosten veel energie bij de productie.
o
Breng je oude schutting van (meestal) geïmpregneerd hout naar de milieustraat. Daar wordt het apart verzameld en vandaar uit milieuvriendelijk verwerkt.
-
Gebruik voor je nieuwe erfafscheiding onbewerkte houten palen van naaldhout of Europees hardhout (zoals Robinia of Kastanje), afkomstig uit duurzame bosbouw (FSC-hout). Palen van Europees naaldhout zijn vrij gevoelig voor inwerking van vocht. Het is aan te raden deze op stalen paalhouders te plaatsen.
Clematis vitalba / Bosrank
Clematis vitalba is een inheemse soort, die in de natuur voorkomt in heggen, struikgewassen, bosranden en in lichte loofbossen op diverse grondsoorten (löss, lichte klei, zand). De plant houdt van een enigszins kalkhoudende, niet al te natte grond en stelt geen hoge eisen aan bodemvruchtbaarheid. Clematissen zijn het beste geschikt voor een zonnige of halfzonnige standplaats. De bosrank laat zich prachtig combineren met andere klimmers zoals de wilde kamperfoelie of de wilde wingerd of juist een groenblijvende klimop De soort is in Nederland winterhard. Het sap van de plant is giftig. De bloemen bloeien in de periode mei-juli en worden bestoven door bloembezoekende insecten. Het is daarmee een belangrijke drachtplant voor bijen.
Lonicera periclymenum/ Wilde kamperfoelie
Kamperfoelie is bij uitstek een inheemse waardplant Wanneer de plant in bloei staat zoemen de bijen, hommels en andere insecten. om de felgekleurde trompetbloemen. De kamperfoelie is een plant die je ook veel in Nederlandse bossen ziet, kruipend en klimmend om grote bomen of verstrikt in wilde klimop. Kamperfoelie staat graag op een half schaduwplek en is uitstekend bestand tegen een koude winter. Er zijn vele cultivars, waarvan vele een goede waarde hebben voor de biodiversiteit
Wisteria sinensis / Blauwe regen
De blauwe regen is niet inheems, maar wel ingeburgerd in Nederland. Zeer geschikt om te groeien op pergola’s en tuinafscheidingen. Groeit weelderig met grote sierlijke ranken. De blauwe regen bloeit in grote geurige trossen. De Wisteria kan zowel op een half-zon als zonnige standplaats en naast de blauwe regen zijn er ook witte of roze varianten.
De wilde wingerd is een ingeburgerde soort, die snel groeit en geschikt is om een schutting of muur kan bedekken. Hij wordt snel groen en zijn rood-oranje bladeren in de herfst zijn erg herkenbaar aan deze plant. De wingerd is bladverliezend, dus verliest hij zijn blad in de winter. Maar in het voorjaar krijgt deze klimplant weer nieuw blad en heeft u binnen de kortste keren een groene schutting.
Vervolg klimplanten voor muur en schutting
Klimop / Hedera helix
Klimop is één van de bekendste klimplanten in dit rijtje. Hij groeit snel, bedekt oppervlakken gelijkmatig en blijft het hele jaar door groen. Bovendien is de klimop ook geschikt voor schaduwrijke plekken waar andere planten het moeilijk hebben. Hierdoor is de klimop een goede keuze voor iedereen die snel een kale schutting wil bedekken. Regelmatig even bijsnoeien is wel nodig om verwildering te voorkomen. Hedera is daarbij een makkelijke en vergevingsgezinde plant.
Klimhortensia / Hydrangea petiolaris
De klimhortensia is geen inheemse soort, maar door zijn compacte groei en waarde voor inheemse insecten wel zeer geschikt als erfscheidingsgroen. De klimhortensia is een prachtige, maar vaak vergeten bloeiende klimplant. Het is geen snelle groeier, maar zijn wortels hechten zich stevig aan muren en hekken, waardoor het een ideale keuze is om een kale schutting mee te bedekken. In het late voorjaar of de vroege zomer produceert de klimhortensia een prachtig schouwspel van grote witte bloemen. De plant heeft donkergroen blad dat in de herfst goudgeel verkleurt. De klimhortensia is bladverliezend.
Trompetklimmer / Campsis radicans
De tromperklimmer is geen inheemse plant, maar is door zijn weelderige bloemdracht aantrekkelijk voor bijen, hommels en andere insecten. Het zijn bladverliezende, verhoutende klimplanten die in Nederland vooral gedijen tegen een warme muur of schutting. Dit zorgt ervoor dat ze beter de winter doorkomen.
Euonymus fortunei (Klimmende kardinaalsmuts)
De plant is niet inheems maar aantrekkelijk voor bijen en ook voor hommels en andere insecten. Een makkelijk klimmende en groenblijvende plant die zich met voetjes hecht aan schuttingen. Breidt zich ook makkelijk uit over de grond, maar met snoei is hij vrij makkelijk te sturen.
Rosa corymbifera - Rosa arvensis - Rosa pimpinellifolia - Rosa rubiginosa / diverse klimrozen
Zeer geschikt inheemse waardplanten voor bijen, hommels en andere insecten. Ook door de dracht van de bottels aantrekkelijk voor vogels. Niet altijd even makkelijk vlakvullend, maar als “wevend” onderdeel van schuttingbekleding zeer fraai.
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.