Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop;

 

overwegende dat:

  • a.

    netbeheerders Liander N.V. en Stedin binnen de gemeente Nieuwkoop op meerdere onderstations onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar hebben om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te honoreren, waardoor woningbouwprojecten en maatschappelijke voorzieningen vertraging oplopen of niet tot realisatie komen;

  • b.

    de Autoriteit Consument en Markt op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken heeft vastgesteld (Staatscourant 2025, nr. 42323), dat is verwerkt in de Systeemcode elektriciteit 2026 en netbeheerders verplicht in congestiegebieden te werken met landelijke voorrangsregels in plaats van het beginsel van volgorde van binnenkomst;

  • c.

    de gemeente op grond van de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevoegd is prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en voor onderwijshuisvesting, en dat zij van die bevoegdheid gebruik wenst te maken;

  • d.

    de start van de werkwijze "eerder aanvragen in het planproces" verloopt via een eenmalig gecoördineerde indiening in tijdsblokken tussen 1 en 23 oktober 2026, waarbij het tijdsblok wordt bepaald door het startbouwjaar van het project en oplevering uiterlijk in 2036 moet plaatsvinden;

  • e.

    de gemeente bij het uitoefenen van deze privaatrechtelijke bevoegdheid op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, zoals bevestigd in de arresten van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) en 15 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • f.

    het daarom noodzakelijk is vooraf kenbare, objectieve en toetsbare criteria vast te stellen voor de volgorde waarin de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken indient;

  • g.

    een deel van de Nieuwkoopse projecten is aangesloten op een onderstation dat de gemeente deelt met andere gemeenten, zodat afstemming op onderstationsniveau noodzakelijk is;

  • h.

    aan het indienen van een prioriteringsverzoek en transportverzoek financiële verplichtingen jegens de netbeheerder zijn verbonden, waarvoor de gemeenteraad op grond van de artikelen 189 en 192 van de Gemeentewet voorafgaand budget in de begroting opneemt, dan wel een krediet beschikbaar stelt;

  • i.

    de landelijke werkwijze en het tijdsblokkenschema nog kunnen wijzigen en het daarom nodig is de uitvoering van deze beleidsregels te mandateren aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, en dat het gelet op het specifieke en tijdelijke karakter van deze werkwijze passend is dat mandaat in deze beleidsregels zelf te regelen en niet in het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, en de artikelen 171, eerste lid, 189 en 192 van de Gemeentewet, de artikelen 4:81, eerste lid, 10:1, 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

 

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

 

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    aanvraagformulier: het door de gemeentesecretaris vastgestelde formulier voor een verzoek tot opname op de volgordelijst, beschikbaar via www.nieuwkoop.nl/netcongestie;

  • -

    bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

  • -

    civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop;

  • -

    congestiegebied: gebied waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris/algemeen directeur van de gemeente Nieuwkoop, bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet;

  • -

    maatschappelijke voorziening: voorziening, bedoeld in artikel 2, vijfde lid;

  • -

    netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied, voor de gemeente Nieuwkoop Liander N.V. en Stedin (kernen Vrouwenakker en Woerdense Verlaat);

  • -

    onderstation: het elektriciteitsstation van de netbeheerder waarop de projectlocatie voor haar transportcapaciteit is of wordt aangesloten;

  • -

    project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte – algemeen of collectieve woonvormen – dan wel de functie maatschappelijke voorziening; bevat een project meerdere fasen, dan geldt elke fase als een afzonderlijk project;

  • -

    projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek, bestaande uit het ingevulde aanvraagformulier, de bestuursverklaring en de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

  • -

    projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon, dan wel de gemeente Nieuwkoop zelf, die een project realiseert of initieert;

  • -

    prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • -

    startbouwjaar: het kalenderjaar waarin volgens het projectdossier met de bouw wordt gestart en dat op grond van het tijdsblokkenschema bepaalt in welk tijdsblok het project bij de netbeheerder wordt ingediend;

  • -

    tijdsblok: een van de door de gezamenlijke netbeheerders vastgestelde momenten tussen 1 en 23 oktober 2026 waarop gemeenten hun verzoeken gecoördineerd indienen, gekoppeld aan het startbouwjaar van het project, zoals opgenomen in artikel 7, derde lid;

  • -

    transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • -

    transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • -

    volgordelijst: de door het college per congestiegebied vastgestelde rangordelijst van projecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026, ingedeeld per tijdsblok, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2. Doel, toepassingsbereik en reikwijdte

  • 1.

    Deze beleidsregels hebben tot doel:

    • a.

      het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering, zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode elektriciteit 2026;

    • b.

      het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en van maatschappelijke voorzieningen in congestiegebieden binnen de gemeente Nieuwkoop, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid onderscheidenlijk voor onderwijshuisvesting;

    • c.

      het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

    • d.

      het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder; en

    • e.

      het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager uitoefent.

  • 2.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst, op de rangorde binnen die lijst en op de weigering een project op die lijst te plaatsen. Het gaat daarbij zowel om projecten van (project)ontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

  • 3.

    De beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de functies woonbehoefte – algemeen en collectieve woonvormen – en op de maatschappelijke voorzieningen, bedoeld in het vijfde lid.

  • 4.

    Per afzonderlijk congestiegebied stelt het college een afzonderlijke volgordelijst vast.

  • 5.

    Als maatschappelijke voorziening wordt uitsluitend aangemerkt huisvesting voor primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, voor zover de gemeente op grond van tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevoegd is voor die functie een prioriteringsverzoek in te dienen.

  • 6.

    Een project waarvoor een andere partij dan de gemeente op grond van tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 als aanvrager is aangewezen, wordt niet op de volgordelijst geplaatst. De gemeente verwijst de initiatiefnemer in dat geval naar de bevoegde aanvrager.

  • 7.

    Deze beleidsregels creëren geen prioriteitscategorieën naast de categorieën van het prioriteringskader van de Systeemcode elektriciteit 2026 en binden de netbeheerder niet.

  • 8.

    Als een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst. Hoofdregel is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt.

  • 9.

    Het college maakt op www.nieuwkoop.nl/netcongestie een overzicht en een kaart bekend van de congestiegebieden die het grondgebied van de gemeente raken en waarvoor het volgordelijsten vaststelt. Het overzicht en de kaart zijn indicatief; bepalend is de vaststelling door de netbeheerder, bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Wijzigt de vaststelling door de netbeheerder, dan actualiseert het college het overzicht en de kaart onverwijld. Bij twijfel over de toedeling van een projectlocatie aan een congestiegebied vraagt het college bevestiging aan de netbeheerder en legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 3. Gelijke behandeling

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever, initiatiefnemer of eigenaar is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van anderen.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van deze beleidsregels wordt gerechtvaardigd.

  • 3.

    De beoordeling van een verzoek geschiedt niet door een medewerker die inhoudelijk of financieel verantwoordelijk is voor een van de te beoordelen projecten.

  • 4.

    De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Hoofdstuk 2 Indiening van verzoeken

Artikel 4. Indieningstermijn en wijze van indienen

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van bekendmaking van deze beleidsregels in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Een verzoek moet volledig zijn ontvangen uiterlijk op maandag 7 september 2026 om 12.00 uur. Een verzoek dat na dit tijdstip wordt ontvangen, wordt niet betrokken bij de vaststelling van de volgordelijst waarmee de gemeente deelneemt aan de gecoördineerde indiening van 1 tot en met 23 oktober 2026.

  • 3.

    Een verzoek wordt ingediend met het aanvraagformulier via www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Indiening per e-mail is mogelijk op netcongestie@nieuwkoop.nl met als onderwerp "verzoek volgordelijst transportcapaciteit". Het tijdstip van ontvangst van het formulier of de e-mail is bepalend voor artikel 4, tweede lid.

  • 4.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om prioritering en transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing daarvan garandeert.

Artikel 5. Verzoek, projectdossier en bestuursverklaring

  • 1.

    De ontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier en maakt daarbij gebruik van het aanvraagformulier.

  • 2.

    De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging, waarbij wordt gewezen op de in artikel 10 geregelde procedure en op artikel 5, het zevende tot en met tiende lid.

  • 3.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij zelf initieert of realiseert en dient dit in binnen de in artikel 4, tweede lid, genoemde termijn.

  • 4.

    De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat de elementen, bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026. De gemeentesecretaris stelt het model daarvan vast en publiceert dit op www.nieuwkoop.nl/netcongestie.

  • 5.

    Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de indiener hiervan schriftelijk in kennis en informeert hem over de al dan niet bestaande mogelijkheid het dossier binnen de in artikel 4, tweede lid, genoemde termijn aan te vullen.

  • 6.

    Toewijzing op de volgordelijst is gebonden aan het project en de projectlocatie. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of een andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

  • 7.

    De afgifte van de bestuursverklaring en de plaatsing van een project op de volgordelijst staan los van de publiekrechtelijke besluitvorming over het project op grond van de Omgevingswet en van het tot stand komen van privaatrechtelijke afspraken tussen de gemeente en de projectontwikkelaar.

  • 8.

    De bestuursverklaring is uitsluitend een verklaring aan de netbeheerder over de elementen, bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, naar de stand van het projectdossier op het moment van afgifte. Zij bevat geen toezegging, geen goedkeuring van het initiatief en geen oordeel over de ruimtelijke aanvaardbaarheid, de uitvoerbaarheid of de financiële haalbaarheid van het project.

  • 9.

    Aan de bestuursverklaring kunnen geen rechten of gerechtvaardigde verwachtingen worden ontleend ten aanzien van:

    • a.

      de vaststelling of wijziging van het omgevingsplan, de verlening van een omgevingsvergunning of van een vergunning voor een BOPA, dan wel enig ander besluit of enige andere handeling op grond van de Omgevingswet;

    • b.

      het aangaan, de inhoud of de nakoming van een civielrechtelijke overeenkomst met de gemeente, waaronder de uitgifte of vervreemding van grond;

    • c.

      de toewijzing van prioriteit of van transportcapaciteit door de netbeheerder.

  • 10.

    Het bevoegde bestuursorgaan beoordeelt een aanvraag op grond van de Omgevingswet zelfstandig aan de hand van het daarvoor geldende beoordelingskader; de gemeente beslist over privaatrechtelijke afspraken als afzonderlijke privaatrechtelijke rechtshandeling. Het ontbreken van besluitvorming of afspraken als bedoeld in het negende lid staat op zichzelf niet aan de afgifte van de bestuursverklaring in de weg en levert geen weigeringsgrond op als bedoeld in artikel 6, onder f;

    het werkt door in de vaststelling van de projectrijpheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3.

Artikel 5a. Individuele verzoeken van natuurlijke personen

  • 1.

    Een verzoek van een natuurlijke persoon die als eigenaar of toekomstig eigenaar van een kavel een project voor de bouw van ten hoogste drie woningen wil laten plaatsen op de volgordelijst, wordt beoordeeld met overeenkomstige toepassing van deze beleidsregels.

  • 2.

    Het ontbreken van een huisnummerbesluit of van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit staat op zichzelf niet aan plaatsing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op de volgordelijst in de weg. Het ontbreken van deze stukken werkt door in de vaststelling van de projectrijpheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3.

  • 3.

    Het college kan een bestuursverklaring als bedoeld in artikel 5, vierde lid, afgeven voor een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien het project voldoet aan de overige vereisten van deze beleidsregels. Artikel 5, zevende tot en met tiende lid, is van toepassing;

  • 4.

    Bij de afgifte van de bestuursverklaring, bedoeld in het derde lid, weegt het college de uitvoeringslast van de behandeling van individuele verzoeken van natuurlijke personen af tegen het belang van gelijke behandeling van alle initiatiefnemers binnen dezelfde categorie, bedoeld in artikel 3.

  • 5.

    Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt niet als afzonderlijke categorie op de volgordelijst geplaatst en doorloopt dezelfde rangordestappen als de overige verzoeken binnen het toepasselijke tijdsblok.

  • 6.

    Op de bekendmaking van gegevens over een verzoek als bedoeld in het eerste lid is artikel 9, zevende lid, van overeenkomstige toepassing

Artikel 6. Gronden om een project niet op de volgordelijst te plaatsen

Het college plaatst een project niet op de volgordelijst als:

  • a.

    het verzoek niet volledig of niet tijdig is ontvangen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en artikel 5, vijfde lid;

  • b.

    het project niet valt binnen het toepassingsbereik van artikel 2, derde en vijfde lid, of op grond van artikel 2, zesde lid, niet op de volgordelijst kan worden geplaatst;

  • c.

    de projectlocatie niet is gelegen in een congestiegebied;

  • d.

    de oplevering van het project blijkens het projectdossier niet uiterlijk in 2036 plaatsvindt;

  • e.

    de gewenste datum van de definitieve aansluitingen meer dan tien jaar na de datum van indiening bij de netbeheerder is gelegen;

  • f.

    de bestuursverklaring, bedoeld in artikel 5, vierde lid, ontbreekt of niet volledig kan worden afgegeven met inachtneming van artikel 5, tiende lid; of

  • g.

    geen financiële dekking bestaat als bedoeld in artikel 12.

Hoofdstuk 3 Volgordelijst

Artikel 7. Indeling in tijdsblokken

  • 1.

    Het college deelt de op de volgordelijst geplaatste projecten in in tijdsblokken op basis van het startbouwjaar, overeenkomstig het tijdsblokkenschema in het derde lid.

  • 2.

    Het startbouwjaar wordt bepaald aan de hand van de in het projectdossier onderbouwde maand van start bouw.

  • 3.

    Het tijdsblokkenschema en de daaraan gekoppelde uiterste data luiden als volgt:

    Blok

    Startbouwjaar

    Indiening bij netbeheerder

    Reactie college uiterlijk

    Kort geding uiterlijk

    1

    tot en met 2028

    donderdag 1 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    dinsdag 29 september 2026

    2

    2029

    dinsdag 6 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    maandag 5 oktober 2026

    3

    2030

    donderdag 8 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    dinsdag 6 oktober 2026

    4

    2031

    maandag 12 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    vrijdag 9 oktober 2026

    5

    2032

    woensdag 14 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    maandag 12 oktober 2026

    6

    2033

    vrijdag 16 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    woensdag 14 oktober 2026

    7

    2034

    dinsdag 20 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    maandag 19 oktober 2026

    8

    2035

    donderdag 22 oktober 2026, 09.00 uur

    vrijdag 25 september 2026

    dinsdag 20 oktober 2026

  • 4.

    De rangorde, bedoeld in artikel 8, wordt per congestiegebied en per tijdsblok bepaald.

  • 5.

    Wijzigt de netbeheerder het tijdsblokkenschema, dan past het college het derde lid en de daaraan gekoppelde data aan bij afzonderlijk besluit en maakt dit onverwijld bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. De onderlinge samenhang van de termijnen en de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, blijven daarbij in stand.

Artikel 8. Rangordebepaling en loting

  • 1.

    Het college bepaalt de rangorde binnen een tijdsblok stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

     

    Stap 1: functie

    Projecten die kwalificeren als maatschappelijke voorziening in de zin van artikel 2, vijfde lid, worden binnen het tijdsblok als afzonderlijke, hoger gerangschikte groep geplaatst, voorafgaand aan de projecten met de functie woonbehoefte. Op beide groepen zijn de stappen 2 tot en met 5 onverkort van toepassing.

     

    Stap 2: start bouw

    Vervolgens vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. De maand van start bouw moet voldoende concreet zijn onderbouwd met een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunningsplanning.

     

    Stap 3: projectrijpheid

    Daarna stelt het college de projectrijpheid vast op basis van de beschikbare documenten, in een onderrangorde van één tot en met zes. Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvoor het de vereiste bewijsstukken kan overleggen.

     

    Rangorde

    Beschikbare documenten

    1

    Er is een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend (omgevingsplanactiviteit: bouwen – ruimtelijk deel) voor de projectlocatie. En voor zover dat nodig is een civielrechtelijke overeenkomst gesloten.

    2

    Er is een omgevingsvergunning verleend (omgevingsplanactiviteit: bouwen – ruimtelijk deel) voor de projectlocatie, maar nog niet onherroepelijk. En voor zover dat nodig is, een civielrechtelijke overeenkomst gesloten.

    3

    Er is een onherroepelijke wijziging omgevingsplan (of een bestemmingsplan) of een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een BOPA verleend (ruimtelijk deel) voor de projectlocatie. En voor zover dat nodig is, is een civielrechtelijke overeenkomst gesloten.

    4

    Er is een wijziging omgevingsplan vastgesteld (of een bestemmingsplan) of een omgevingsvergunning voor een BOPA verleend (ruimtelijk deel) voor de projectlocatie. En voor zover dat nodig is een civielrechtelijke overeenkomst gesloten.

    5

    Er is een ontwerp wijziging omgevingsplan (of een bestemmingsplan) gepubliceerd voor ter inzage voor de projectlocatie en/of er is een civielrechtelijke overeenkomst gesloten.

    6

    Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering, zoals

    • -

      een overeenkomst tussen gemeente en Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw (WBI, WoKT, Gebiedsbudget, SFT, SZGW, SOO of RHA), of

    • -

      prestatieafspraken met een woningcorporatie, of

    • -

      een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer, of

    • -

      positieve reactie op een bestuurlijke of ambtelijk principeverzoek, (opsomming is niet limitatief)

     

    Een civielrechtelijke overeenkomst die vóór 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert geen bevoorrechte positie op; zij wordt gelijkgesteld met overeenkomsten die daarna zijn gesloten.

     

    Stap 4: maatschappelijk belang en netimpact

    Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling wordt een project hoger gerangschikt naarmate het aan meer van de volgende eisen voldoet:

    • a.

      het project is aangewezen in een vóór de bekendmaking van deze beleidsregels vastgesteld en gepubliceerd raads- of collegebesluit over de strategische koers gebiedsontwikkeling van de gemeente Nieuwkoop;

    • b.

      de projectlocatie is een transformatielocatie waarbij een onwenselijke activiteit plaatsmaakt;

    • c.

      het aandeel sociale huur, sociale koop of middenhuurwoningen conform de jaarlijks landelijk vastgestelde koopprijs- en huurprijsgrenzen bedraagt meer dan twintig procent;

    • d.

      het voorziet in huisvesting voor bijzondere doelgroepen, te weten ouderen en zorgbehoevenden;

    • e.

      het past aantoonbaar technische maatregelen toe die de piekbelasting op het elektriciteitsnet verminderen, zoals collectieve opslag, gestuurd laden of sturing van warmtepompen.

      Bij een gelijk aantal van deze eisen wordt een project hoger gerangschikt naarmate daarin meer woningen worden gerealiseerd.

    Stap 5: datum oplevering

    Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 4 gemaakte onderverdeling wordt een project hoger gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

     

  • 2.

    Als twee of meer projecten op basis van het eerste lid dezelfde positie behalen, bepaalt het college de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie, in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige.

  • 3.

    Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen. De uitkomst van de loting is bindend en wordt vastgelegd in een proces-verbaal. Alle betrokken projectontwikkelaars ontvangen een afschrift.

Artikel 9. Vaststelling, bekendmaking en motivering van de volgordelijst

  • 1.

    Het college stelt uiterlijk op donderdag 10 september 2026 de voorlopige volgordelijst vast en maakt deze op diezelfde dag bekend via www.nieuwkoop.nl/netcongestie.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: het congestiegebied, het tijdsblok en het startbouwjaar, de projectnaam, de locatie, het aantal woningen of de aard van de maatschappelijke voorziening, de positie binnen het tijdsblok en de uitkomst van de stappen en een eventuele loting, bedoeld in artikel 8.

  • 3.

    Tegelijk met de bekendmaking stelt het college de projectontwikkelaars die een verzoek hebben ingediend schriftelijk in kennis van de aan hun project toegekende positie, dan wel van de weigering het project op de volgordelijst te plaatsen en de gronden daarvoor. In die kennisgeving wordt gewezen op de termijnen van artikel 10 en op het voorbehoud, bedoeld in het vijfde lid.

  • 4.

    De volgordelijst wordt definitief vastgesteld en bekendgemaakt op vrijdag 25 september 2026. Zijn binnen de termijn van artikel 10, tweede lid, geen bedenkingen ingediend, dan wordt de voorlopige volgordelijst op dinsdag 22 september 2026 zonder nadere handeling definitief en wordt dit op www.nieuwkoop.nl/netcongestie vermeld.

  • 5.

    De volgordelijst wordt bekendgemaakt onder het voorbehoud dat de gemeenteraad de daarvoor benodigde middelen beschikbaar stelt, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder b, en vijfde lid.

  • 6.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt het college een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

  • 7.

    Is de initiatiefnemer een natuurlijke persoon, dan publiceert het college uitsluitend de gegevens die noodzakelijk zijn voor een toetsbare volgordelijst en niet de persoonsgegevens van die initiatiefnemer.

Hoofdstuk 4 Rechtsbescherming, wijziging en intrekking

Artikel 10. Rechtsbescherming

  • 1.

    De beslissing over de plaatsing en de positie op de volgordelijst is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake; bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open.

  • 2.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de voorlopige volgordelijst of met de weigering zijn project daarop te plaatsen, kan binnen tien kalenderdagen na de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, eerste lid, zijn bedenkingen schriftelijk en gemotiveerd kenbaar maken aan het college. Eindigt deze termijn op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan loopt zij tot en met de eerstvolgende werkdag. Voor de bekendmaking van donderdag 10 september 2026 loopt de termijn daarom tot en met maandag 21 september 2026, 24.00 uur. Na deze termijn vervalt het recht bedenkingen in te dienen.

  • 3.

    Het college deelt de gemotiveerde reactie op tijdig ingediende bedenkingen, waaronder een eventuele herziening van de volgordelijst, schriftelijk mee uiterlijk op vrijdag 25 september 2026. Deze datum geldt voor alle tijdsblokken.

  • 4.

    Een projectontwikkelaar kan een kort geding aanhangig maken bij de bevoegde civiele rechter. Hij kan dit doen naast en gelijktijdig met het indienen van bedenkingen; het indienen van bedenkingen is daarvoor geen voorwaarde. Het kort geding wordt aanhangig gemaakt tot uiterlijk twee kalenderdagen vóór de eerste dag van het toepasselijke tijdsblok, overeenkomstig artikel 7, derde lid. Valt deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan geldt de eerstvolgende werkdag, mits deze vóór de eerste dag van het toepasselijke tijdsblok ligt. Na deze termijn vervalt het recht een kort geding aanhangig te maken.

  • 5.

    De in dit artikel genoemde termijnen strekken ertoe het college in staat te stellen tijdig, transparant en zorgvuldig te beslissen en tegelijkertijd de gecoördineerde indiening binnen het toepasselijke tijdsblok te waarborgen. Zij laten onverlet de bevoegdheid van de civiele rechter om, gelet op de omstandigheden van het geval, een langere termijn passend te achten.

  • 6.

    Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 5 of artikel 5a aanvaardt de aanvrager de in dit artikel geregelde procedure en de daarin opgenomen vervaltermijnen als de tussen partijen geldende wijze van geschilbeslechting. Deze aanvaarding laat het recht op toegang tot de civiele rechter onverlet.

Artikel 11. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    Het college kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van het college aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van het college onuitvoerbaar is geworden; of

    • e.

      de financiële dekking, bedoeld in artikel 12, is komen te vervallen.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere, hogere of lagere, positie op de volgordelijst krijgt.

  • 3.

    Het college stelt de wijziging of intrekking vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld schriftelijk in kennis.

  • 4.

    Wijziging of intrekking op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang het betreffende project nog niet bij de netbeheerder is ingediend.

Hoofdstuk 5 Financiële dekking en indiening bij de netbeheerder

Artikel 12. Financiële dekking en voorfinanciering

  • 1.

    De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aan de netbeheerder verschuldigde aanbetaling en de overige aan het verzoek verbonden kosten, op grond van:

    • a.

      financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of

    • b.

      de door de gemeenteraad vastgestelde begroting of een door de raad vastgestelde begrotingswijziging, waaronder een door de raad beschikbaar gesteld krediet.

  • 2.

    De materiële zekerheid, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit een bankgarantie, een concerngarantie of een vooruitbetaling, ten belope van ten minste het bedrag van de aanbetaling en de overige kosten die de gemeente voor het betreffende project aan de netbeheerder verschuldigd wordt.

  • 3.

    Het college stelt per project vast of aan het eerste lid is voldaan en legt dit schriftelijk vast voordat het verzoek wordt ingediend.

  • 4.

    Ontbreekt de dekking, dan wordt het project niet ingediend. De positie op de volgordelijst van de overige projecten binnen hetzelfde tijdsblok schuift in dat geval op.

  • 5.

    Voor projecten waarvoor op het moment van indiening nog geen projectontwikkelaar definitief is aangewezen, kan de gemeente optreden als contractpartij jegens de netbeheerder en de daaraan verbonden kosten voorschieten, uitsluitend binnen een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld krediet. Het college legt vast dat de voorgeschoten kosten aan de gemeente worden terugbetaald, dan wel dat de positie wordt overgedragen, zodra een projectontwikkelaar definitief bij het project is aangewezen. Voorfinanciering vindt niet plaats voor projecten van een projectontwikkelaar die materiële zekerheid kan bieden als bedoeld in het eerste lid, onder a.

  • 6.

    Deze beleidsregels laten de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het beschikbaar stellen van budgetten en het vaststellen van begrotingswijzigingen onverlet.

Artikel 13. Indiening en regionale afstemming

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in behandeling te nemen in de volgorde van de vastgestelde volgordelijst, binnen het op grond van artikel 7 toepasselijke tijdsblok.

  • 2.

    Indiening vindt plaats nadat de termijnen, bedoeld in artikel 10, tweede tot en met vierde lid, zijn verstreken, dan wel – als tijdig een kort geding aanhangig is gemaakt – nadat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

  • 3.

    Is de afwikkeling van een kort geding niet voltooid vóór de eerste dag van het toepasselijke tijdsblok, dan dient de gemeente in op basis van de vastgestelde volgordelijst onder voorbehoud van de uitkomst van het kort geding, tenzij de voorzieningenrechter anders bepaalt.

  • 4.

    De gemeente spant zich aantoonbaar in om het indienen van de prioriteringsverzoeken af te stemmen met de andere gemeenten binnen het congestiegebied en op het gedeelde onderstation, zodat het verzoek met de hoogste rangorde binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt. De gemeente legt de uitkomst van de afstemming, dan wel het uitblijven daarvan, schriftelijk vast. Het niet tot stand komen van afstemming staat aan indiening niet in de weg.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 14. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan een of meer bepalingen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard die niet in verhouding staat tot het doel van deze beleidsregels.

  • 2.

    Afwijking is niet mogelijk van artikel 2, derde, vijfde en zesde lid, artikel 3, artikel 6, onderdelen b tot en met g, artikel 7, derde lid, en artikel 12.

  • 3.

    Toepassing van het eerste lid leidt niet tot een lagere positie op de volgordelijst van een ander project, tenzij alle projectontwikkelaars wier project daardoor een lagere positie krijgt daarmee schriftelijk instemmen.

  • 4.

    Het college past het eerste lid niet toe dan nadat schriftelijk is vastgelegd:

    • a.

      welke bijzondere omstandigheden de onbillijkheid veroorzaken;

    • b.

      de gevolgen voor derden en voor de rangorde binnen het tijdsblok; en

    • c.

      de financiële gevolgen voor de gemeente, waaronder de dekking, bedoeld in artikel 12.

  • 5.

    Het college motiveert de afwijking schriftelijk en maakt deze bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie, gelijktijdig met de volgordelijst of, indien de afwijking daarna plaatsvindt, onverwijld. Het college stelt de projectontwikkelaars die een verzoek hebben ingediend gelijktijdig schriftelijk in kennis.

  • 6.

    Toepassing van het eerste lid is niet meer mogelijk nadat het betreffende project bij de netbeheerder is ingediend.

Artikel 15. Mandaat en uitvoering

  • 1.

    Het college mandateert aan de gemeentesecretaris, met de bevoegdheid tot ondermandaat, alle bevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van deze beleidsregels, waaronder:

    • a.

      het vaststellen en wijzigen van het aanvraagformulier, het model van de bestuursverklaring en de overige modellen, formats en uitvoeringsinstructies;

    • b.

      het inrichten van de beoordeling van de verzoeken, waaronder het instellen van een beoordelingscommissie en het vaststellen van haar samenstelling en werkwijze;

    • c.

      de afgifte van de bestuursverklaring, bedoeld in artikel 5, vierde lid;

    • d.

      de vaststelling en bekendmaking van de voorlopige en de definitieve volgordelijst, bedoeld in artikel 9, en de kennisgeving aan de projectontwikkelaars;

    • e.

      de reactie op bedenkingen en een eventuele herziening van de volgordelijst, bedoeld in artikel 10, derde lid;

    • f.

      de aanpassing van het tijdsblokkenschema en de daaraan gekoppelde data, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;

    • g.

      de vaststelling per project of aan artikel 12, eerste lid, is voldaan en het verrichten van de feitelijke indiening bij de netbeheerder;

    • h.

      de afstemming, bedoeld in artikel 2, achtste lid, en artikel 13, vierde lid;

    • i.

      het vaststellen van interne doorlooptijden, werkafspraken en de communicatie over de uitvoering;

    • j.

      het vaststellen, actualiseren en bekendmaken van het overzicht en de kaart, bedoeld in artikel 2, negende lid, en het inwinnen van de bevestiging van de netbeheerder over de toedeling van een projectlocatie; en

    • k.

      het wijzigen of intrekken van de positie van een project op de volgordelijst, bedoeld in artikel 11, en de daaruit volgende herziening van de volgordelijst.

  • 2.

    Het mandaat omvat niet:

    • a.

      het toepassen van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 14, en

    • b.

      het wijzigen of intrekken van deze beleidsregels.

  • 3.

    De gemeentesecretaris maakt de op grond van het eerste lid vastgestelde formulieren, modellen en uitvoeringsinstructies bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie.

  • 4.

    De gemeentesecretaris informeert het college over de uitoefening van het mandaat, in ieder geval bij de vaststelling van de volgordelijst, bij een aanpassing op grond van artikel 7, vijfde lid en bij elke wijziging of intrekking op grond van artikel 11.

  • 5.

    De volmacht tot het extern feitelijk aangaan en ondertekenen van de rechtshandelingen jegens de netbeheerder die uit deze beleidsregels voortvloeien, berust bij de gemeentesecretaris op grond van de onderdelen A10 en A10a van het overzicht behorende bij het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020.

  • 6.

    Bij de uitoefening van het in het eerste lid verleende mandaat blijven artikel 2, tweede lid, onder b, en artikel 4 van het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020 buiten toepassing. De overige bepalingen van dat statuut, waaronder artikel 3 over vervanging en artikel 5 over de randvoorwaarden, blijven van toepassing.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop van dinsdag 25 augustus 2026.

de secretaris,

de burgemeester,

Toelichting

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026.

 

Algemeen

 

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Nieuwkoop invulling aan haar bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen bij de netbeheerder. De beleidsregels regelen welke projecten de gemeente indient en in welke volgorde. Zij bepalen niet welke projecten de netbeheerder daadwerkelijk voorrang geeft. Dat is de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het prioriteringskader.

 

Aanleiding

De netbeheerders Liander en Stedin hebben binnen de gemeente Nieuwkoop onvoldoende transportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te honoreren. Het grootste deel van het gemeentelijk grondgebied wordt gevoed door Liander; de buurtschappen Vrouwenakker en Woerdense Verlaat vallen onder Stedin. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting

 

De Autoriteit Consument en Markt heeft op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders in congestiegebieden af te wijken van het beginsel van volgorde van binnenkomst en te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Het kader onderscheidt drie prioriteitscategorieën: netcongestieverzachters, veiligheid en basisbehoeften. Woonbehoefte en een aantal maatschappelijke functies vallen onder categorie 3. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruik in één rangorde beoordeeld.

 

De landelijke systematiek en de tijdsblokken

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze "eerder aanvragen in het planproces" en tot tien jaar vooruit transportcapaciteit reserveren, ook voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De start van die werkwijze verloopt via een eenmalig gecoördineerde indiening in tijdsblokken tussen 1 en 23 oktober 2026. Het tijdsblok wordt bepaald door het startbouwjaar; oplevering moet uiterlijk in 2036 plaatsvinden. Binnen een tijdsblok geldt de volgorde van binnenkomst. Blijft op 1 januari 2027 capaciteit over, dan komt deze ook beschikbaar voor niet-geprioriteerde partijen.

 

Dit schema is bepalend voor de opzet van deze beleidsregels. Het is niet mogelijk alle Nieuwkoopse projecten op één moment in te dienen: een project met startbouw in 2028 moet op 1 oktober 2026 om 09.00 uur worden ingediend, terwijl een project met startbouw in 2033 pas op 16 oktober 2026 aan de beurt is. De volgordelijst wordt daarom per congestiegebied en per tijdsblok vastgesteld en de kortgedingtermijn is per tijdsblok gekoppeld aan de eerste dag van dat blok. Omdat het schema de rechtspositie van projectontwikkelaars raakt, staat het in artikel 7 zelf en niet in een bijlage of in een uitvoeringsdocument.

 

De rol van de gemeente en de Didam-jurisprudentie

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie: als contractpartij jegens de netbeheerder en tegenover projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet. Het college besluit daartoe; de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente bij het verrichten van die rechtshandeling op grond van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. Het college is daarmee het bevoegde orgaan en stelt op grond van artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ook de bijbehorende beleidsregels vast.

 

Op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek moet de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. De Hoge Raad heeft in het Didam I-arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In Didam II (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) is deze lijn ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Het gelijkheidsbeginsel verplicht niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Daarin voorzien deze beleidsregels door een vooraf gepubliceerde indieningstermijn (artikel 4), een limitatieve set weigeringsgronden (artikel 6), een stapsgewijze rangorde met loting bij gelijke stand (artikel 8), publicatie en motivering van de volgordelijst (artikel 9) en een rechtsbeschermingsprocedure (artikel 10).

 

Opzet: extern werkend in de beleidsregels, intern werkend in het mandaat

De scheidslijn die wordt gehanteerd is: bepalingen die naar buiten werken staan in de beleidsregels, bepalingen die alleen de interne uitvoering regelen niet.

 

Naar buiten werkend zijn de bepalingen die de rechtspositie van een projectontwikkelaar raken: de reikwijdte, de gelijke behandeling, de indieningstermijn en de wijze van indienen, de weigeringsgronden, de rangordestappen, de loting, de bekendmaking en motivering van de lijst, de bedenkingen- en kortgedingtermijnen, het tijdsblokkenschema, de wijziging en intrekking van een positie, het financieringsvoorbehoud en de hardheidsclausule. Bij de wijziging en intrekking van een volgordepositie geldt deze scheidslijn in twee richtingen: de norm zelf staat in artikel 11 en is dus vooraf kenbaar, terwijl de uitoefening van die bevoegdheid als uitvoering is gemandateerd aan de gemeentesecretaris (artikel 15, eerste lid, onder k). Deze bepalingen moeten vooraf kenbaar en bekendgemaakt zijn. Een verwijzing naar een niet-bekendgemaakt uitvoeringsprotocol zou op dit punt kwetsbaar zijn in het licht van de Didam-jurisprudentie.

 

Alleen intern werkend zijn de samenstelling en werkwijze van de beoordeling, de interne doorlooptijden, de modellen en formulieren, de communicatie en de werkafspraken over regionale afstemming. Artikel 15 mandateert ze aan de gemeentesecretaris.

 

De beoordelingscommissie wordt bij afzonderlijk besluit van de gemeentesecretaris ingesteld en bestaat uit medewerkers die geen direct belang hebben bij de te beoordelen projecten. In de beleidsregels staat alleen de norm die de rechtspositie van aanvragers raakt: niemand beoordeelt zijn eigen project (artikel 3, derde lid).

 

Het mandaat aan de gemeentesecretaris

Artikel 15 mandateert de uitvoering van deze beleidsregels volledig aan de gemeentesecretaris, met de bevoegdheid tot ondermandaat. Daarvoor bestaan drie redenen.

  • Snelheid. De landelijke werkwijze is nog in beweging. Het tijdsblokkenschema, de inrichting van het aanvraagproces en de financiële afspraken kunnen op korte termijn wijzigen. Het college vergadert in beginsel eenmaal per week en een collegevoorstel vraagt voorbereidingstijd. De gemeentesecretaris is doorlopend in functie en kan direct beslissen. Datzelfde geldt voor een grond om een volgordepositie te wijzigen of in te trekken: die kan zich voordoen tussen twee collegevergaderingen, terwijl artikel 11, vierde lid, ingrijpen na indiening bij de netbeheerder uitsluit. Zonder mandaat zou de gemeente een lijst indienen waarvan zij weet dat die niet meer juist is.

  • Rechtsgeldigheid. Met een mandaat van het college zijn besluiten van de gemeentesecretaris besluiten van het college. Zij zijn dus rechtsgeldig, ook als zij tussen twee collegevergaderingen worden genomen. Zonder mandaat zou een noodzakelijke aanpassing pas een week later kunnen ingaan, met het risico dat een tijdsblok wordt gemist.

  • Rolzuiverheid. Het college stelt de kaders vast en houdt de politiek gevoelige beslissingen bij zich. De uitvoering hoort bij de organisatie.

Het mandaat is bewust ruim, maar niet onbegrensd.

Twee bevoegdheden blijven bij het college: het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 14) en het wijzigen of intrekken van de beleidsregels zelf.

Dat zijn de beslissingen waarin het college afwijkt van de vastgestelde regels in plaats van ze toe te passen. Het wijzigen of intrekken van een volgordepositie (artikel 11) is daarentegen toepassing van de criteria van artikel 8 op gewijzigde feiten en is daarom gemandateerd (artikel 15, eerste lid, onder k).

 

Mandaatverlening is toegestaan op grond van de artikelen 10:1 en 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht; de aard van deze bevoegdheden verzet zich daar niet tegen. Omdat het gaat om de voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, is afdeling 10.1.1 van die wet van toepassing via de schakelbepaling van artikel 10:12. Mandaat verplaatst de verantwoordelijkheid niet: een in mandaat genomen besluit geldt als besluit van het college (artikel 10:2), het college kan per geval of in het algemeen instructies geven (artikel 10:6) en blijft bevoegd de bevoegdheid zelf uit te oefenen (artikel 10:7). Artikel 15, derde en vierde lid, borgen de bekendmaking en de terugkoppeling aan het college, waaronder de melding van elke wijziging of intrekking op grond van artikel 11.

 

Verhouding tot het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020. Het mandaat is bewust in deze beleidsregels zelf opgenomen en niet in het statuut. De werkwijze is zeer specifiek en tijdelijk: zij is gekoppeld aan de eenmalig gecoördineerde indiening tussen 1 en 23 oktober 2026. Een aanvulling van het statuut zou daarvoor een onevenredig zwaar instrument zijn en na afloop van de werkwijze weer moeten worden ingetrokken.

 

Voor de volmacht is geen afzonderlijke voorziening nodig. Op grond van onderdeel A10 van het overzicht bij het statuut is de gemeentesecretaris bevoegd intern te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten of andere privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet). Op grond van onderdeel A10a is hij bevoegd die overeenkomsten of handelingen extern feitelijk aan te gaan en te ondertekenen namens de burgemeester (artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet). Daarmee zijn zowel het prioriteringsverzoek en het transportverzoek aan Liander als de daarmee samenhangende financiële verplichtingen gedekt. Artikel 15, vijfde lid, maakt dit uitdrukkelijk kenbaar, zodat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid op het moment van indiening geen twijfel kan bestaan.

 

Twee bepalingen van het statuut zouden de uitvoering van deze beleidsregels wel kunnen doorkruisen. Artikel 2, tweede lid, onder b, behoudt afdelingsoverstijgende bevoegdheden voor aan het bestuursorgaan, terwijl dit dossier naar zijn aard meerdere afdelingen raakt. Artikel 4 verbiedt ondermandaat tenzij dat uitdrukkelijk in het overzicht is vermeld, terwijl artikel 15, eerste lid, juist ondermandaat mogelijk maakt om de uitvoering binnen de korte doorlooptijden te kunnen organiseren. Artikel 15, zesde lid, verklaart deze twee bepalingen daarom voor dit onderwerp buiten toepassing. Het voorbehoud van artikel 2, tweede lid, onder c, over financiële gevolgen die niet in de begroting zijn voorzien, speelt hier niet: de gemeenteraad neemt het benodigde budget vooraf in de begroting op, zoals ook volgt uit artikel 12, eerste lid, onder b, en artikel 9, vijfde lid. De randvoorwaarden van artikel 5 van het statuut blijven onverkort gelden, waaronder de afstemming met de portefeuillehouder bij politiek-bestuurlijk gevoelige onderwerpen en de informatieplicht over bestuurlijk relevante zaken.

 

Publicatie

De beleidsregels worden bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Het aanvraagformulier, het model van de bestuursverklaring en de overige uitvoeringsdocumenten worden alleen gepubliceerd op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Zij hebben geen zelfstandige juridische werking: alle normen die de rechtspositie van aanvragers bepalen staan in de beleidsregels zelf. Een besluit van de gemeentesecretaris dat wel die rechtspositie raakt, bijvoorbeeld een aanpassing van het tijdsblokkenschema, wordt ook in het Gemeenteblad bekendgemaakt (artikel 15, derde lid).

 

Reikwijdte en afbakening van maatschappelijke voorzieningen

Het VNG-model beperkt zich tot de functie woonbehoefte. De gemeente Nieuwkoop breidt de reikwijdte uit met maatschappelijke voorzieningen, omdat naast woningbouw ook onderwijshuisvesting op korte termijn afhankelijk is van nieuwe of zwaardere aansluitingen

 

De gemeente heeft onderzocht welke andere functies uit tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 in aanmerking zouden kunnen komen. Buiten woonbehoefte en onderwijs is de gemeente uitsluitend bevoegde aanvrager voor afvalstoffenbeheer en voor veerdiensten per pont. De voorzieningen voor afvalinzameling in de gemeente zijn reeds volledig geëlektrificeerd en aangesloten, waaronder op een warmtenet, en de gemeente exploiteert geen veerdienst per pont. Een aanwijzingsbevoegdheid voor overige functies zou daarom een lege bepaling zijn die onbedoeld verwachtingen wekt. Als tabel 3 wijzigt of de omstandigheden veranderen, wijzigt het college artikel 2, vijfde lid, bij afzonderlijk en tijdig bekendgemaakt besluit. Voorzieningen als een dorpshuis, sporthal, zwembad of bibliotheek staan niet in tabel 3 en komen langs geen enkele route voor plaatsing op de volgordelijst in aanmerking. Voor een brandweerkazerne is de veiligheidsregio de bevoegde aanvrager en voor een warmtenet de warmtenetbeheerder; in die gevallen verwijst de gemeente de initiatiefnemer door op grond van artikel 2, zesde lid

 

Voor de rangorde betekent de uitbreiding dat onderwijshuisvesting binnen hun tijdsblok als afzonderlijke, hoger gerangschikte groep worden geplaatst (artikel 8, stap 1). Dat is een keuze van de gemeente en geen automatisme van het landelijke kader. De motivering is dat onderwijshuisvesting een wettelijke zorgplicht van de gemeente betreft waarvoor geen alternatief bestaat: zonder aansluiting kan een school niet in gebruik worden genomen, terwijl bij woningbouw fasering en temporisering wel mogelijk zijn.

 

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van

  • artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet: het college is bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente;

  • de artikelen 10:1, 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht: de grondslag voor het mandaat aan de gemeentesecretaris, ook waar het gaat om de voorbereiding van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

  • artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

  • de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026: het prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en aan de gemeentelijke rol;

  • artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Huisvestingswet en de Wet op het primair onderwijs onverlet, evenals de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het beschikbaar stellen van kredieten (artikel 189 van de Gemeentewet) en de Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2023.

 

Provinciale doorwerking. Naast het gemeentelijke instrumentarium kan provinciale regelgeving bepalend zijn voor de haalbaarheid van een project. Als voor een project een instructie is gegeven op grond van artikel 2.33 van de Omgevingswet, als het project valt onder instructieregels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.22 in samenhang met artikel 2.6 van de Omgevingswet, of als de provincie een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet heeft genomen, is die provinciale doorwerking van belang voor de vraag of de opgegeven maand van start bouw en de opleverdatum realistisch zijn. Voor woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied met een omvang van meer dan 3 hectare geldt dat het omgevingsplan daarin alleen kan voorzien als de locatie is aangewezen op de kaart grote buitenstedelijke bouwlocaties, de zogenoemde 3 hectare-kaart. Deze beleidsregels bevatten hierover geen zelfstandige norm en geen zelfstandige weigeringsgrond; de provinciale toets vindt plaats in de omgevingsplanprocedure. Het aanvraagformulier vraagt de aanvrager wel de relevante provinciale stukken te overleggen, zodat het college de onderbouwing van stap 2 van artikel 8 en de bestuursverklaring kan beoordelen.

 

Financiële dekking en rechtmatigheid

Met het indienen van een prioriteringsverzoek en transportverzoek gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder: er moet een aanbetaling worden gedaan. Het budgetrecht ligt bij de raad. Artikel 12 legt daarom een financieringsvoorbehoud vast dat het VNG-model volgt: de gemeente dient uitsluitend in als de dekking is geregeld, hetzij via materiële zekerheid van een projectontwikkelaar, hetzij via de door de raad vastgestelde begroting. Zonder dekking wordt niet ingediend en schuiven de overige projecten binnen hetzelfde tijdsblok op. Zo blijft de volgordelijst ook bij uitval van een project uitvoerbaar en blijft de onderlinge rangorde in stand.

 

Artikel 12, vijfde lid, regelt de situatie waarin de gemeente zelf voorschiet omdat nog geen ontwikkelaar is aangewezen. Deze bepaling is bewust techniekneutraal geformuleerd: zij verwijst naar een door de raad beschikbaar gesteld krediet en niet naar een specifieke contractvorm of een boekhoudkundige uitkomst. Het financieringspunt is in juli 2026 ontstaan, toen de netbeheerders aangaven dat bij indiening een aanbetaling moet plaatsvinden. Daarover loopt nog overleg tussen de VNG en het Rijk. Artikel 12 formuleert daarom geen aanspraak op compensatie of overdraagbaarheid. Het college legt de risico’s van voorfinanciering, waaronder het risico van niet-tijdige terugbetaling of overdracht en van rente-, wijzigings-, annulerings- en restkosten, expliciet voor aan de gemeenteraad bij het voorstel over het krediet.

 

Nog niet vastgesteld:

  • (1)

    de juridische vorm en de omvang van de landelijke compensatie van de aanbetalingskosten en de behandeling van rente-, wijzigings-, annulerings- en restkosten;

  • (2)

    de contractvorm tussen gemeente en netbeheerder en het moment van facturering;

  • (3)

    de wijze waarop onderwijshuisvesting in de oktoberbatch wordt verwerkt;

  • (4)

    de detailinrichting van het aanvraagproces op mijnaansluiting.nl; en

  • (5)

    de definitieve toewijzing van tijdsblokken.

Zonder huisnummerbesluit kan bij de netbeheerder, ook bij Liander, nog geen reguliere aanvraag voor een aansluiting worden gedaan. Dit raakt de fase ná het prioriteringsverzoek en niet de vroege aanvraag zelf.

 

Verhouding tot het VNG-model

Deze beleidsregels volgen het VNG Model Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten (juli 2026). Op de volgende punten is bewust afgeweken of aangevuld.

 

Onderwerp

VNG-model

Nieuwkoop

Motivering

Reikwijdte

Alleen woonbehoefte

Woonbehoefte plus maatschappelijke voorzieningen (artikel 2, vijfde lid)

Nieuwkoopse onderwijshuisvesting is even urgent; strikt begrensd tot functie waarvoor de gemeente zelf aanvrager is

Rangorde

3 of 4 stappen

5 stappen, met functie als stap 1 (artikel 8)

Noodzakelijk gevolg van de bredere reikwijdte

Tijdsblokken

Niet geregeld

Schema en indeling in artikel 7

Het landelijke schema van 1 tot en met 23 oktober 2026 maakt één indieningsmoment onmogelijk

Weigeringsgronden

Verspreid geregeld

Limitatieve opsomming (artikel 6)

Toetsbaarheid en rechtszekerheid; opname van de opleverhorizon 2036 en de tienjaarstermijn

Rechtsbescherming

10 dagen bezwaar plus 10 dagen kort geding

Bedenkingen 10 dagen; kort geding parallel en gekoppeld aan het tijdsblok (artikel 10)

De modeltermijn loopt door tot na het eerste tijdsblok; de termijnen moeten per tijdsblok verstrijken vóór het indieningsmoment

Financiële dekking

Artikel 15, tweede lid, van het VNG-model

Artikel 12, aangevuld met materiële zekerheid, het gevolg bij ontbrekende dekking en voorfinanciering

Rechtmatigheid van het aangaan van verplichtingen; Nieuwkoop treedt voor eigen projecten op als contractpartij zonder aangewezen ontwikkelaar

Hardheidsclausule

Niet geregeld

Artikel 14, begrensd en niet gemandateerd

Artikel 4:84 Awb geldt hoe dan ook; een expliciete, strak begrensde clausule met vastleggings- en motiveringsplicht is beter beheersbaar dan een ongeregelde afwijkingsbevoegdheid onder tijdsdruk

Bekendmaking lijst

Twee weken vóór indiening

Vaste data, voorlopig en definitief (artikel 9)

Bij acht indieningsmomenten zou "twee weken vooraf" acht publicaties en acht termijnen opleveren

Mandaat

Niet geregeld

Volledig mandaat aan de gemeentesecretaris (artikel 15), inclusief het wijzigen en intrekken van een volgordepositie (artikel 11); alleen de hardheidsclausule en het wijzigen of intrekken van de beleidsregels blijven bij het college

De landelijke werkwijze wijzigt nog; het college vergadert eenmaal per week

Bijlagen

Verwijzing naar een formulier

Geen bijlagen; formulieren en modellen via de gemeentelijke website

De regeling blijft compact en de modellen kunnen zonder collegebesluit worden aangepast

 

Regionale afstemming

Een deel van de Nieuwkoopse projecten is aangesloten op een onderstation dat de gemeente deelt met Kaag en Braassem en De Ronde Venen. De netbeheerder behandelt de van gemeenten afkomstige verzoeken binnen een tijdsblok op volgorde van binnenkomst. Zonder afstemming zou de gemeente die toevallig het snelst indient haar volledige lijst bovenaan krijgen. Artikel 2, achtste lid, en artikel 13, vierde lid, vragen daarom om afstemming en schriftelijke vastlegging daarvan. In het regionale overleg van 13 juli 2026 is vastgesteld dat één gezamenlijke regionale aanvraag niet werkbaar wordt geacht, maar dat gemeenten wel onderling afstemmen. De inzet is te komen tot een geborgde samenwerkingsafspraak vóór de bekendmaking van de volgordelijst op 10 september 2026.

 

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels, in samenhang met het landelijke tijdsblokkenschema dat op 1 oktober 2026 aanvangt, maken dat sprake is van een spoedeisend belang waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

 

Gegevensbescherming

Bij de publicatie van de volgordelijst worden geen persoonsgegevens gepubliceerd van initiatiefnemers die natuurlijke persoon zijn (artikel 9, zevende lid). De gemeente publiceert uitsluitend de gegevens die nodig zijn om de rangorde toetsbaar te maken. De verwerking berust op de noodzaak voor de vervulling van een taak van algemeen belang.

 

Artikelsgewijs

Alleen de bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.

 

Artikel 1. Definities

De begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. Toegevoegd zijn de begrippen aanvraagformulier, maatschappelijke voorziening, onderstation, startbouwjaar en tijdsblok. Bij de definitie van project is opgenomen dat elke fase als afzonderlijk project geldt. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend, en het is van belang omdat fasen met verschillende startbouwjaren in verschillende tijdsblokken vallen.

 

Artikel 2. Doel, toepassingsbereik en reikwijdte

Het vierde lid regelt dat per congestiegebied een afzonderlijke volgordelijst wordt vastgesteld; de prioritering door de netbeheerder is immers aan een congestiegebied gekoppeld. Het vijfde en zesde lid vormen de kern van de afbakening; zie het algemene deel. Het achtste lid regelt de situatie van een project dat de gemeentegrens overschrijdt. De afstemming met buurgemeenten op onderstationsniveau staat in artikel 13, vierde lid, omdat die afstemming het indieningsproces betreft.

 

Het grondgebied van de gemeente Nieuwkoop valt binnen meerdere congestiegebieden van twee netbeheerders. Naar de stand van 14 augustus 2026 gaat het om de volgende gebieden

Congestiegebied

Netbeheerder

Status en peildatum

Nieuwkoopse gebieden

OS Nieuwkoop 10-1i

Liander

Congestieonderzoek lopend, wachtrij afname 6,3 MW

Nieuwkoop, Nieuwveen, Zevenhoven, Noorden, Ter Aar-Oost, Langeraar-Oost, Papenveer

OS Leimuiden 10-2i (verdeelstation Leimuiden)

Liander

Vooraankondiging 9 juni 2022, update 11 mei 2023; oplossing verwacht derde kwartaal 2028

Westelijke rand: Ter Aar-West, Langeraar-West

Station Mijdrecht

Stedin

Vooraankondiging 18 oktober 2023, onderzoek 4 juni 2024; oplossing eind 2033

Vrouwenakker en Woerdense Verlaat

OS Alphen Centrum 10-1i en 10-2i

Liander

Bestaand congestiegebied Alphen aan den Rijn

Zeer beperkte zuidwestrand, perceelniveau

 

De kaart met de indicatieve contouren van deze gebieden is bekendgemaakt op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Omdat de prioritering door de netbeheerder aan het congestiegebied is gekoppeld, stelt het college per gebied een afzonderlijke volgordelijst vast (artikel 2, vierde lid). Bij grensgevallen tussen OS Nieuwkoop 10-1i en OS Leimuiden 10-2i, en op de rand van OS Alphen Centrum, is de bevestiging van de netbeheerder bepalend.

 

Artikel 3. Gelijke behandeling

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een kernelement van de Didam-doctrine. Omdat de gemeente zelf initiatiefnemer is van een deel van de projecten, zou beoordeling door de projecteigenaren zelf de schijn van partijdigheid wekken. Het derde lid legt daarom de norm vast dat niemand zijn eigen project beoordeelt. Wie de beoordeling uitvoert, is een uitvoeringsvraag: de beoordelingscommissie wordt bij afzonderlijk besluit van de gemeentesecretaris ingesteld en bestaat uit medewerkers die geen directe rol hebben bij de te beoordelen projecten.

 

Artikel 4. Indieningstermijn en wijze van indienen

Het vooraf kenbaar maken van de indieningstermijn is een kernelement van de Didam-doctrine. De termijn vangt aan op de dag van bekendmaking, woensdag 26 augustus 2026, en sluit op maandag 7 september 2026 om 12.00 uur. Die datum is dwingend afgeleid uit het eerste tijdsblok op donderdag 1 oktober 2026 om 09.00 uur. Na sluiting moeten achtereenvolgens de beoordeling, de vaststelling en bekendmaking van de voorlopige volgordelijst (donderdag 10 september), de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen (tot en met maandag 21 september), de reactie van het college (uiterlijk vrijdag 25 september) en de termijn voor een kort geding (uiterlijk dinsdag 29 september) kunnen verstrijken. De gemeente informeert bekende initiatiefnemers actief over de openstelling, zodat de betrekkelijk korte indieningstermijn geen belemmering vormt.

 

Indiening verloopt digitaal, via het formulier op de gemeentelijke website of per e-mail; een papieren route is niet voorzien omdat het tijdstip van ontvangst van een formulier of e-mail eenduidig is vast te stellen, wat met het oog op het sluitingstijdstip van 7 september 2026, 12.00 uur, van belang is

 

Artikel 5. Verzoek, projectdossier en bestuursverklaring

Het model van de bestuursverklaring stelt de gemeentesecretaris vast. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en wijst de netbeheerder de aanvraag af.

 

Het zevende tot en met tiende lid scheiden de rollen. Met de bestuursverklaring verklaart de gemeente jegens de netbeheerder dat het project onder de functie woonbehoefte of onderwijshuisvesting valt en dat het projectdossier de in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 genoemde elementen bevat. Zij oefent daarmee een privaatrechtelijke bevoegdheid uit (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet) en niet een bevoegdheid op grond van de Omgevingswet. Het bevoegde bestuursorgaan beoordeelt een aanvraag om een omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan zelfstandig, aan de hand van het daarvoor geldende beoordelingskader en met de eigen rechtsbescherming; de verklaring loopt daarop niet vooruit en bindt dat bestuursorgaan niet. Evenmin ontstaat door de verklaring een aanspraak op een overeenkomst met de gemeente of op uitgifte van grond: daarvoor gelden de eisen van gelijke kansen en transparantie uit de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). Omgekeerd is het ontbreken van een planologisch besluit of van een overeenkomst geen zelfstandige weigeringsgrond, maar een gegeven dat doorwerkt in de rangordestap projectrijpheid. Deze verduidelijking beperkt het risico dat aan de verklaring gerechtvaardigd vertrouwen wordt ontleend, en sluit aan bij artikel 2, zevende lid, en artikel 4, vierde lid, waarin al is vastgelegd dat de gemeente de netbeheerder niet bindt en slechts een inspanningsverplichting aangaat.

 

Artikel 5a. Individuele verzoeken van natuurlijke personen

De Systeemcode elektriciteit 2026 en de definitie van "projectontwikkelaar" in artikel 1 van deze beleidsregels sluiten een natuurlijke persoon als aanvrager niet uit: ook een particuliere kaveleigenaar die één woning wil realiseren, kan in beginsel een verzoek indienen. In de praktijk beschikt deze categorie initiatiefnemers echter zelden over een civielrechtelijke overeenkomst of een reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3."

 

Artikel 5a verduidelijkt dat dit ontbreken geen zelfstandige weigeringsgrond in de zin van artikel 6 oplevert, maar wél doorwerkt in de positie van het project binnen de rangordestap "projectrijpheid". Hiermee wordt voorkomen dat individuele verzoeken zonder kenbare, vooraf vastgestelde grondslag worden afgewezen of juist bevoordeeld, in lijn met het gelijkheidsbeginsel en de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

Het eerste lid verklaart deze beleidsregels in hun geheel van overeenkomstige toepassing en niet alleen enkele afzonderlijke artikelen. Daarmee is buiten twijfel dat ook de bekendmaking en motivering van de volgordelijst (artikel 9), de rechtsbescherming (artikel 10), de wijziging en intrekking van een volgordepositie (artikel 11) en het financieringsvoorbehoud (artikel 12) op deze verzoeken van toepassing zijn. Een beperkte opsomming zou het onbedoelde gevolg kunnen hebben dat de rechtspositie van een natuurlijke persoon zwakker is dan die van een rechtspersoon, wat zich niet zou verdragen met artikel 3.

Het vierde lid biedt het college een expliciete afwegingsgrondslag om de uitvoeringslast van doorgaans kleinschalige, individuele verzoeken te beoordelen zonder dat dit ten koste gaat van een consistente toepassing van deze beleidsregels op alle initiatiefnemers.

 

Artikel 6. Gronden om een project niet op de volgordelijst te plaatsen

Deze opsomming is limitatief en daarmee toetsbaar. Onderdeel d verankert de landelijke randvoorwaarde dat oplevering uiterlijk in 2036 moet plaatsvinden; onderdeel e verankert de maximale looptijd van tien jaar voor de gewenste aansluitdatum. Onderdeel g voorkomt dat de gemeente een verplichting aangaat zonder dekking. Onderdeel f moet worden gelezen in samenhang met artikel 5, tiende lid: het ontbreken van een planologisch besluit of van een privaatrechtelijke afspraak maakt de bestuursverklaring niet onvolledig en levert dus geen weigeringsgrond op, maar werkt door in de rangordestap projectrijpheid van artikel 8, eerste lid, stap 3

 

Artikel 7. Indeling in tijdsblokken

Het tijdsblokkenschema is vastgesteld door de gezamenlijke netbeheerders en is voor de gemeente een gegeven. Het staat in de artikeltekst zelf, omdat de kortgedingtermijn van artikel 10, vierde lid, eraan is gekoppeld en het schema daarmee de rechtspositie van projectontwikkelaars bepaalt. Het vijfde lid voorziet in de mogelijkheid dat het schema of de aan de gemeente toegewezen blokken nog wijzigen. De data kunnen dan bij afzonderlijk, bekend te maken besluit worden geactualiseerd, mits de onderlinge samenhang en de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen behouden blijven. Daarmee blijft de rechtsbescherming gelijkwaardig, ook bij een gewijzigd schema. Deze bevoegdheid is gemandateerd aan de gemeentesecretaris, zodat een wijziging niet hoeft te wachten op de eerstvolgende collegevergadering.

 

De rangorde wordt per congestiegebied én per tijdsblok bepaald. Met acht tijdsblokken en drie tot vier congestiegebieden ontstaat een matrix van maximaal 24 tot 32 combinaties. Combinaties zonder projecten leiden niet tot een rangorde; het college legt in het besluit vast welke cellen leeg zijn, zodat de matrix volledig gedocumenteerd is. Clustering van gebieden of tijdsblokken tot één lijst is niet toegestaan: zij zou projecten uit verschillende knelpuntgebieden met elkaar laten concurreren en daarmee in strijd komen met artikel 7.22 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en met het gelijkheidsbeginsel uit de Didam-jurisprudentie.

 

Artikel 8. Rangordebepaling en loting

De rangorde wordt per tijdsblok bepaald, omdat projecten uit verschillende tijdsblokken niet met elkaar concurreren om hetzelfde indieningsmoment.

Stap 1 plaatst maatschappelijke voorzieningen als hoger gerangschikte groep; de motivering staat in het algemene deel.

Stap 2 is overgenomen uit het VNG-model. Stap 3 is ten opzichte van het model verbijzonderd naar de Nieuwkoopse praktijk: de subcategorieën 1 tot en met 5 sluiten aan bij de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen, bij de wijziging van het omgevingsplan of de vergunning voor een BOPA en bij het ontwerp daarvan, telkens in combinatie met een civielrechtelijke overeenkomst voor zover die nodig is. Subcategorie 6 is de restcategorie voor projecten die op andere wijze aannemelijk maken dat zij voor prioritering in aanmerking komen, zoals erkende rijkssubsidies voor woningbouw, prestatieafspraken met een woningcorporatie, een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer of een positieve reactie op een bestuurlijk of ambtelijk principeverzoek. Die opsomming is niet limitatief. Dat tast de toetsbaarheid niet aan: subcategorie 6 is de laagste subcategorie, zij kan een project dus nooit boven een project met een verdergaand document plaatsen, en het college motiveert de indeling per project schriftelijk (artikel 8, eerste lid, en artikel 9, tweede en zesde lid)."

Stap 4 is de facultatieve stap 3 uit het model, uitgebreid met het criterium strategische koers gebiedsontwikkeling en met netimpact. Dat eerste criterium is uitsluitend toepasbaar als het project aantoonbaar is aangewezen in een reeds vastgesteld en gepubliceerd raads- of collegebesluit; daarmee is het vooraf kenbaar, objectief en toetsbaar. Het tweede en derde lid regelen de loting. Loting is een door de rechtspraak erkende objectieve methode bij gelijkwaardigheid. De trekking kan digitaal worden uitgevoerd door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige.

 

Artikel 9. Vaststelling, bekendmaking en motivering van de volgordelijst

Anders dan het VNG-model, dat aanknoopt bij "twee weken voor indiening", noemt het eerste lid een concrete datum. Dat is nodig omdat de gemeente met acht verschillende indieningsmomenten werkt: één bekendmakingsmoment voor alle tijdsblokken is eenvoudiger en transparanter dan acht afzonderlijke publicaties en geeft alle ontwikkelaars gelijktijdig inzicht in de volledige lijst. Het tweede lid schrijft voor dat ook het tijdsblok en de uitkomst van de rangordestappen worden gepubliceerd, zodat de lijst toetsbaar is. Het vijfde lid maakt duidelijk dat de lijst onder voorbehoud van het raadskrediet wordt bekendgemaakt.

 

Artikel 10. Rechtsbescherming

Omdat de volgordebeslissing een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling is, staan bestuursrechtelijk bezwaar en beroep niet open (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Er wordt niettemin voorzien in een laagdrempelige bedenkingenprocedure. De bedenkingentermijn van tien kalenderdagen is gelijk aan die van het VNG-model en geldt uniform voor alle tijdsblokken; de kortgedingtermijn is per tijdsblok gekoppeld aan de eerste dag van dat blok. De modelconstructie van tien dagen bezwaar gevolgd door tien dagen kort geding is niet overgenomen, omdat die keten na de bekendmaking van 10 september doorloopt tot na het eerste tijdsblok. Voor het eerste tijdsblok levert de Nieuwkoopse keten de krapste doorlooptijd op; voor latere tijdsblokken ontstaat vanzelf meer ruimte. Het zesde lid geeft de vervaltermijnen een contractuele grondslag, wat ze robuuster maakt dan een eenzijdig vastgestelde termijn. Het vijfde lid stelt buiten twijfel dat de gang naar de civiele rechter niet wordt uitgesloten en dat de rechter een langere termijn passend kan achten; daarmee wordt het risico beperkt dat de termijn als onredelijk bezwarend buiten toepassing wordt gelaten.

 

Artikel 11. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

Artikel 11 maakt correctie van de volgordelijst mogelijk zolang het project nog niet bij de netbeheerder is ingediend (vierde lid). De gronden in het eerste lid zijn limitatief en sluiten aan bij de informatie waarop de positie is gebaseerd: onjuiste of onvolledige informatie, het wegvallen van het perspectief op realisatie, een wijziging van het project die een herbeoordeling vergt, onuitvoerbaarheid en het vervallen van de financiële dekking.

 

Een herbeoordeling kan het project een hogere of een lagere positie geven (tweede lid) en raakt daarmee ook de posities van andere projecten binnen hetzelfde tijdsblok. Dat is geen afwijking van deze beleidsregels, maar de uitkomst van dezelfde rangordestappen van artikel 8 toegepast op gewijzigde feiten. Voor afwijken van die stappen geldt uitsluitend de hardheidsclausule van artikel 14, die bij het college blijft.

 

Omdat de gronden zich kunnen voordoen in de weken waarin de tijdsblokken elkaar in hoog tempo opvolgen, is deze bevoegdheid gemandateerd aan de gemeentesecretaris (artikel 15, eerste lid, onder k). Het alternatief, wachten op de eerstvolgende collegevergadering, zou ertoe leiden dat de gemeente een lijst indient waarvan zij weet dat die niet meer juist is, met het risico van een onjuiste positie in de landelijke wachtrij en van aansprakelijkheid jegens andere initiatiefnemers.

 

De rechtspositie van betrokkenen is langs de bestaande lijnen geborgd: het college legt de rangorde en de motivering schriftelijk vast (artikel 8, eerste lid), stelt de betrokken projectontwikkelaar onverwijld schriftelijk in kennis (derde lid), maakt de herziene volgordelijst bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie en informeert het college bij elke wijziging of intrekking (artikel 15, vierde lid). Voor een projectontwikkelaar wiens positie wijzigt, staat de weg naar de civiele rechter open binnen de termijn van artikel 10, vierde lid."

 

Artikel 12. Financiële dekking en voorfinanciering

De financiële dekking loopt langs twee sporen. Bij projecten met een bekende projectontwikkelaar draagt die ontwikkelaar de verplichtingen jegens de netbeheerder en stelt hij daarvoor materiële zekerheid (eerste lid, onder a, en tweede lid). Bij projecten zonder aangewezen ontwikkelaar treedt de gemeente zelf op als contractpartij en schiet zij de kosten voor (vijfde lid). Voor dat laatste spoor neemt de gemeenteraad vooraf budget op in de begroting, dan wel stelt hij een krediet beschikbaar (artikelen 189 en 192 van de Gemeentewet). Zolang de raad die middelen niet beschikbaar heeft gesteld, wordt het project niet ingediend en schuiven de overige projecten binnen hetzelfde tijdsblok op (vierde lid). Artikel 9, vijfde lid, maakt dit voorbehoud ook naar buiten toe kenbaar bij de bekendmaking van de volgordelijst.

 

Artikel 13. Indiening en regionale afstemming

Het derde lid voorziet in indiening onder voorbehoud wanneer een kort geding niet tijdig is afgerond. Zonder die voorziening zou een enkel geschil ertoe kunnen leiden dat een geheel tijdsblok wordt gemist, met verlies van de positie in de landelijke wachtrij tot gevolg. Het vierde lid verplicht tot schriftelijke vastlegging van de regionale afstemming, zodat achteraf toetsbaar is hoe de volgorde binnen het congestiegebied tot stand is gekomen.

 

Arikel 14 Hardheidsclausule

Deze beleidsregels binden het college aan een vooraf kenbare, stapsgewijze rangorde. Die binding is het doel van de regeling en tegelijk haar risico: een strikte toepassing kan in een individueel geval een uitkomst opleveren die het college bij het opstellen niet heeft voorzien en die niet in verhouding staat tot het doel van de regeling. Artikel 14 voorziet daarvoor in een uitzondering.

 

Het opnemen van deze clausule vergroot de beleidsvrijheid van het college niet. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het college overeenkomstig zijn beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Die inherente afwijkingsbevoegdheid geldt van rechtswege en kan door de beleidsregel niet worden uitgesloten. Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840) moet het bestuursorgaan daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken, ook omstandigheden die bij het opstellen van de beleidsregel zijn verdisconteerd. Artikel 14 structureert die bevoegdheid: het stelt een hoge drempel, benoemt welke bepalingen buiten bereik blijven, verbindt er een vastleggings- en motiveringsplicht aan en houdt de beslissing bij het college zelf.

 

Toepassing is een absolute uitzondering. Van een onbillijkheid van overwegende aard is slechts sprake als de gevolgen voor de betrokken initiatiefnemer onevenredig zijn én het doel van deze beleidsregels — een transparante, gelijke en toetsbare verdeling van posities op de volgordelijst — daardoor niet wordt geschaad. Beleidsmatige, politieke of financiële voorkeuren zijn geen bijzondere omstandigheden.

 

Het tweede lid begrenst de clausule. Van de reikwijdte (artikel 2, derde, vijfde en zesde lid), van de landelijke randvoorwaarden in artikel 6, onderdelen d en e, en van het tijdsblokkenschema (artikel 7, derde lid) kan niet worden afgeweken omdat deze voortvloeien uit de Systeemcode elektriciteit 2026 en het door de gezamenlijke netbeheerders vastgestelde schema; zij staan niet ter vrije beschikking van de gemeente. Van artikel 12 kan niet worden afgeweken omdat het budgetrecht van de raad (artikelen 189 en 192 van de Gemeentewet) daaraan in de weg staat. Van artikel 3 kan niet worden afgeweken omdat de gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten de kern van de Didam-jurisprudentie raakt. In de praktijk resteert daarmee vooral artikel 4, tweede lid, in samenhang met artikel 6, onderdeel a, en de rangordestappen van artikel 8.

 

Het derde lid is opgenomen omdat de volgordelijst een verdeling van schaarste is: een project hoger plaatsen betekent een ander project lager plaatsen. Aanwijzing 5.25 voor de regelgeving schrijft voor dat geen hardheidsclausule wordt opgenomen voor situaties waarin afwijken nadelige effecten kan hebben voor derden-belanghebbenden. Daarom kan toepassing van de clausule niet ten koste gaan van de positie van een ander project, tenzij alle daardoor benadeelde ontwikkelaars daarmee schriftelijk instemmen. In de praktijk betekent dit dat de clausule alleen ruimte biedt voor het toevoegen van een project op een positie die de rangorde van de overige projecten intact laat.

 

Het vierde lid verplicht tot een schriftelijke vastlegging vóór de beslissing, waaronder van de financiële gevolgen en de dekking. Het college betrekt daarbij het advies van de concerncontroller. Zo is uitgesloten dat onder tijdsdruk een afwijking wordt vastgesteld waarvan de financiële consequenties niet zijn overzien. Het vijfde lid maakt de afwijking en de motivering daarvan openbaar en toetsbaar; het zesde lid sluit aan bij artikel 11, vierde lid: na indiening bij de netbeheerder is de positie in de landelijke wachtrij een gegeven en kan de gemeente daarin niet meer eenzijdig ingrijpen. Toepassing van de clausule is op grond van artikel 15, tweede lid, uitdrukkelijk niet gemandateerd.

 

Artikel 15. Mandaat en uitvoering

Zie de paragraaf over het mandaat in het algemene deel. Het mandaat wordt in deze beleidsregels zelf verleend en niet in een afzonderlijk mandaatbesluit, zodat er één document is waarin de bevoegdheidsverdeling voor dit dossier is vastgelegd. De gemeentesecretaris kan ondermandaat verlenen, bijvoorbeeld aan de afdelingsmanager of de projectleider netcongestie.

 

Geraadpleegde bronnen

  • -

    VNG, Model Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten (nieuw model, juli 2026) en de bijbehorende implementatiehandleiding – https://vng.nl/artikelen/eerder-aanvragen-aan-de-slag-met-indienen

  • -

    VNG, Eerder aanvragen: werkwijze, met het schema tijdsblokken gecoördineerd indienen oktober 2026, gepubliceerd 6 juli 2026, laatst bijgewerkt 8 juli 2026 – https://vng.nl/artikelen/eerder-aanvragen-werkwijze

  • -

    VNG, Eerder aanvragen: fasering richting 1 januari 2027 – https://vng.nl/artikelen/eerder-aanvragen-fasering-richting-1-januari-2027

  • -

    VNG, Prioriteringskader ACM voor netcapaciteit – https://vng.nl/artikelen/prioriteringskader-acm-voor-netcapaciteit

  • -

    ACM, Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken, 2 december 2025, Staatscourant 2025, nr. 42323 – https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-42323.html

  • -

    VNG, ledenbrief lbr-26-010, Nieuwe werkwijze eerder aanvragen in planproces woningbouw en onderwijshuisvesting, april 2026

  • -

    Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente De Ronde Venen 2026 en gemeente Hardenberg 2026 (ter vergelijking)

Naar boven