Gemeenteblad van Nieuwkoop
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2026, 398972 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2026, 398972 | beleidsregel |
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop;
netbeheerders Liander N.V. en Stedin binnen de gemeente Nieuwkoop op meerdere onderstations onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar hebben om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te honoreren, waardoor woningbouwprojecten en maatschappelijke voorzieningen vertraging oplopen of niet tot realisatie komen;
de Autoriteit Consument en Markt op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken heeft vastgesteld (Staatscourant 2025, nr. 42323), dat is verwerkt in de Systeemcode elektriciteit 2026 en netbeheerders verplicht in congestiegebieden te werken met landelijke voorrangsregels in plaats van het beginsel van volgorde van binnenkomst;
de gemeente op grond van de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevoegd is prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en voor onderwijshuisvesting, en dat zij van die bevoegdheid gebruik wenst te maken;
de gemeente bij het uitoefenen van deze privaatrechtelijke bevoegdheid op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, zoals bevestigd in de arresten van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) en 15 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1661);
de landelijke werkwijze en het tijdsblokkenschema nog kunnen wijzigen en het daarom nodig is de uitvoering van deze beleidsregels te mandateren aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, en dat het gelet op het specifieke en tijdelijke karakter van deze werkwijze passend is dat mandaat in deze beleidsregels zelf te regelen en niet in het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, en de artikelen 171, eerste lid, 189 en 192 van de Gemeentewet, de artikelen 4:81, eerste lid, 10:1, 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 2. Doel, toepassingsbereik en reikwijdte
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst, op de rangorde binnen die lijst en op de weigering een project op die lijst te plaatsen. Het gaat daarbij zowel om projecten van (project)ontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.
Als maatschappelijke voorziening wordt uitsluitend aangemerkt huisvesting voor primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, voor zover de gemeente op grond van tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bevoegd is voor die functie een prioriteringsverzoek in te dienen.
Het college maakt op www.nieuwkoop.nl/netcongestie een overzicht en een kaart bekend van de congestiegebieden die het grondgebied van de gemeente raken en waarvoor het volgordelijsten vaststelt. Het overzicht en de kaart zijn indicatief; bepalend is de vaststelling door de netbeheerder, bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Wijzigt de vaststelling door de netbeheerder, dan actualiseert het college het overzicht en de kaart onverwijld. Bij twijfel over de toedeling van een projectlocatie aan een congestiegebied vraagt het college bevestiging aan de netbeheerder en legt de uitkomst schriftelijk vast.
Hoofdstuk 2 Indiening van verzoeken
Artikel 4. Indieningstermijn en wijze van indienen
Een verzoek wordt ingediend met het aanvraagformulier via www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Indiening per e-mail is mogelijk op netcongestie@nieuwkoop.nl met als onderwerp "verzoek volgordelijst transportcapaciteit". Het tijdstip van ontvangst van het formulier of de e-mail is bepalend voor artikel 4, tweede lid.
Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om prioritering en transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing daarvan garandeert.
Artikel 5. Verzoek, projectdossier en bestuursverklaring
De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat de elementen, bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026. De gemeentesecretaris stelt het model daarvan vast en publiceert dit op www.nieuwkoop.nl/netcongestie.
De bestuursverklaring is uitsluitend een verklaring aan de netbeheerder over de elementen, bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, naar de stand van het projectdossier op het moment van afgifte. Zij bevat geen toezegging, geen goedkeuring van het initiatief en geen oordeel over de ruimtelijke aanvaardbaarheid, de uitvoerbaarheid of de financiële haalbaarheid van het project.
Het bevoegde bestuursorgaan beoordeelt een aanvraag op grond van de Omgevingswet zelfstandig aan de hand van het daarvoor geldende beoordelingskader; de gemeente beslist over privaatrechtelijke afspraken als afzonderlijke privaatrechtelijke rechtshandeling. Het ontbreken van besluitvorming of afspraken als bedoeld in het negende lid staat op zichzelf niet aan de afgifte van de bestuursverklaring in de weg en levert geen weigeringsgrond op als bedoeld in artikel 6, onder f;
het werkt door in de vaststelling van de projectrijpheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3.
Artikel 5a. Individuele verzoeken van natuurlijke personen
Het ontbreken van een huisnummerbesluit of van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit staat op zichzelf niet aan plaatsing van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op de volgordelijst in de weg. Het ontbreken van deze stukken werkt door in de vaststelling van de projectrijpheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3.
Artikel 7. Indeling in tijdsblokken
Wijzigt de netbeheerder het tijdsblokkenschema, dan past het college het derde lid en de daaraan gekoppelde data aan bij afzonderlijk besluit en maakt dit onverwijld bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. De onderlinge samenhang van de termijnen en de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, blijven daarbij in stand.
Artikel 8. Rangordebepaling en loting
Het college bepaalt de rangorde binnen een tijdsblok stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.
Projecten die kwalificeren als maatschappelijke voorziening in de zin van artikel 2, vijfde lid, worden binnen het tijdsblok als afzonderlijke, hoger gerangschikte groep geplaatst, voorafgaand aan de projecten met de functie woonbehoefte. Op beide groepen zijn de stappen 2 tot en met 5 onverkort van toepassing.
Vervolgens vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. De maand van start bouw moet voldoende concreet zijn onderbouwd met een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunningsplanning.
Daarna stelt het college de projectrijpheid vast op basis van de beschikbare documenten, in een onderrangorde van één tot en met zes. Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvoor het de vereiste bewijsstukken kan overleggen.
Een civielrechtelijke overeenkomst die vóór 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert geen bevoorrechte positie op; zij wordt gelijkgesteld met overeenkomsten die daarna zijn gesloten.
Stap 4: maatschappelijk belang en netimpact
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling wordt een project hoger gerangschikt naarmate het aan meer van de volgende eisen voldoet:
het past aantoonbaar technische maatregelen toe die de piekbelasting op het elektriciteitsnet verminderen, zoals collectieve opslag, gestuurd laden of sturing van warmtepompen.
Bij een gelijk aantal van deze eisen wordt een project hoger gerangschikt naarmate daarin meer woningen worden gerealiseerd.
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 4 gemaakte onderverdeling wordt een project hoger gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Artikel 9. Vaststelling, bekendmaking en motivering van de volgordelijst
Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: het congestiegebied, het tijdsblok en het startbouwjaar, de projectnaam, de locatie, het aantal woningen of de aard van de maatschappelijke voorziening, de positie binnen het tijdsblok en de uitkomst van de stappen en een eventuele loting, bedoeld in artikel 8.
Tegelijk met de bekendmaking stelt het college de projectontwikkelaars die een verzoek hebben ingediend schriftelijk in kennis van de aan hun project toegekende positie, dan wel van de weigering het project op de volgordelijst te plaatsen en de gronden daarvoor. In die kennisgeving wordt gewezen op de termijnen van artikel 10 en op het voorbehoud, bedoeld in het vijfde lid.
De volgordelijst wordt definitief vastgesteld en bekendgemaakt op vrijdag 25 september 2026. Zijn binnen de termijn van artikel 10, tweede lid, geen bedenkingen ingediend, dan wordt de voorlopige volgordelijst op dinsdag 22 september 2026 zonder nadere handeling definitief en wordt dit op www.nieuwkoop.nl/netcongestie vermeld.
Hoofdstuk 4 Rechtsbescherming, wijziging en intrekking
De beslissing over de plaatsing en de positie op de volgordelijst is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake; bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open.
Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de voorlopige volgordelijst of met de weigering zijn project daarop te plaatsen, kan binnen tien kalenderdagen na de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, eerste lid, zijn bedenkingen schriftelijk en gemotiveerd kenbaar maken aan het college. Eindigt deze termijn op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan loopt zij tot en met de eerstvolgende werkdag. Voor de bekendmaking van donderdag 10 september 2026 loopt de termijn daarom tot en met maandag 21 september 2026, 24.00 uur. Na deze termijn vervalt het recht bedenkingen in te dienen.
Een projectontwikkelaar kan een kort geding aanhangig maken bij de bevoegde civiele rechter. Hij kan dit doen naast en gelijktijdig met het indienen van bedenkingen; het indienen van bedenkingen is daarvoor geen voorwaarde. Het kort geding wordt aanhangig gemaakt tot uiterlijk twee kalenderdagen vóór de eerste dag van het toepasselijke tijdsblok, overeenkomstig artikel 7, derde lid. Valt deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan geldt de eerstvolgende werkdag, mits deze vóór de eerste dag van het toepasselijke tijdsblok ligt. Na deze termijn vervalt het recht een kort geding aanhangig te maken.
De in dit artikel genoemde termijnen strekken ertoe het college in staat te stellen tijdig, transparant en zorgvuldig te beslissen en tegelijkertijd de gecoördineerde indiening binnen het toepasselijke tijdsblok te waarborgen. Zij laten onverlet de bevoegdheid van de civiele rechter om, gelet op de omstandigheden van het geval, een langere termijn passend te achten.
Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 5 of artikel 5a aanvaardt de aanvrager de in dit artikel geregelde procedure en de daarin opgenomen vervaltermijnen als de tussen partijen geldende wijze van geschilbeslechting. Deze aanvaarding laat het recht op toegang tot de civiele rechter onverlet.
Hoofdstuk 5 Financiële dekking en indiening bij de netbeheerder
Artikel 12. Financiële dekking en voorfinanciering
Voor projecten waarvoor op het moment van indiening nog geen projectontwikkelaar definitief is aangewezen, kan de gemeente optreden als contractpartij jegens de netbeheerder en de daaraan verbonden kosten voorschieten, uitsluitend binnen een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld krediet. Het college legt vast dat de voorgeschoten kosten aan de gemeente worden terugbetaald, dan wel dat de positie wordt overgedragen, zodra een projectontwikkelaar definitief bij het project is aangewezen. Voorfinanciering vindt niet plaats voor projecten van een projectontwikkelaar die materiële zekerheid kan bieden als bedoeld in het eerste lid, onder a.
Artikel 13. Indiening en regionale afstemming
De gemeente spant zich aantoonbaar in om het indienen van de prioriteringsverzoeken af te stemmen met de andere gemeenten binnen het congestiegebied en op het gedeelde onderstation, zodat het verzoek met de hoogste rangorde binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt. De gemeente legt de uitkomst van de afstemming, dan wel het uitblijven daarvan, schriftelijk vast. Het niet tot stand komen van afstemming staat aan indiening niet in de weg.
Het college motiveert de afwijking schriftelijk en maakt deze bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie, gelijktijdig met de volgordelijst of, indien de afwijking daarna plaatsvindt, onverwijld. Het college stelt de projectontwikkelaars die een verzoek hebben ingediend gelijktijdig schriftelijk in kennis.
Artikel 15. Mandaat en uitvoering
De gemeentesecretaris maakt de op grond van het eerste lid vastgestelde formulieren, modellen en uitvoeringsinstructies bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie.
De volmacht tot het extern feitelijk aangaan en ondertekenen van de rechtshandelingen jegens de netbeheerder die uit deze beleidsregels voortvloeien, berust bij de gemeentesecretaris op grond van de onderdelen A10 en A10a van het overzicht behorende bij het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020.
Bij de uitoefening van het in het eerste lid verleende mandaat blijven artikel 2, tweede lid, onder b, en artikel 4 van het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020 buiten toepassing. De overige bepalingen van dat statuut, waaronder artikel 3 over vervanging en artikel 5 over de randvoorwaarden, blijven van toepassing.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop van dinsdag 25 augustus 2026.
de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en maatschappelijke voorzieningenprojecten gemeente Nieuwkoop 2026.
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Nieuwkoop invulling aan haar bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen bij de netbeheerder. De beleidsregels regelen welke projecten de gemeente indient en in welke volgorde. Zij bepalen niet welke projecten de netbeheerder daadwerkelijk voorrang geeft. Dat is de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het prioriteringskader.
De netbeheerders Liander en Stedin hebben binnen de gemeente Nieuwkoop onvoldoende transportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te honoreren. Het grootste deel van het gemeentelijk grondgebied wordt gevoed door Liander; de buurtschappen Vrouwenakker en Woerdense Verlaat vallen onder Stedin. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting
De Autoriteit Consument en Markt heeft op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders in congestiegebieden af te wijken van het beginsel van volgorde van binnenkomst en te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Het kader onderscheidt drie prioriteitscategorieën: netcongestieverzachters, veiligheid en basisbehoeften. Woonbehoefte en een aantal maatschappelijke functies vallen onder categorie 3. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruik in één rangorde beoordeeld.
De landelijke systematiek en de tijdsblokken
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze "eerder aanvragen in het planproces" en tot tien jaar vooruit transportcapaciteit reserveren, ook voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De start van die werkwijze verloopt via een eenmalig gecoördineerde indiening in tijdsblokken tussen 1 en 23 oktober 2026. Het tijdsblok wordt bepaald door het startbouwjaar; oplevering moet uiterlijk in 2036 plaatsvinden. Binnen een tijdsblok geldt de volgorde van binnenkomst. Blijft op 1 januari 2027 capaciteit over, dan komt deze ook beschikbaar voor niet-geprioriteerde partijen.
Dit schema is bepalend voor de opzet van deze beleidsregels. Het is niet mogelijk alle Nieuwkoopse projecten op één moment in te dienen: een project met startbouw in 2028 moet op 1 oktober 2026 om 09.00 uur worden ingediend, terwijl een project met startbouw in 2033 pas op 16 oktober 2026 aan de beurt is. De volgordelijst wordt daarom per congestiegebied en per tijdsblok vastgesteld en de kortgedingtermijn is per tijdsblok gekoppeld aan de eerste dag van dat blok. Omdat het schema de rechtspositie van projectontwikkelaars raakt, staat het in artikel 7 zelf en niet in een bijlage of in een uitvoeringsdocument.
De rol van de gemeente en de Didam-jurisprudentie
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie: als contractpartij jegens de netbeheerder en tegenover projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder e, van de Gemeentewet. Het college besluit daartoe; de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente bij het verrichten van die rechtshandeling op grond van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. Het college is daarmee het bevoegde orgaan en stelt op grond van artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ook de bijbehorende beleidsregels vast.
Op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek moet de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. De Hoge Raad heeft in het Didam I-arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In Didam II (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) is deze lijn ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Het gelijkheidsbeginsel verplicht niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Daarin voorzien deze beleidsregels door een vooraf gepubliceerde indieningstermijn (artikel 4), een limitatieve set weigeringsgronden (artikel 6), een stapsgewijze rangorde met loting bij gelijke stand (artikel 8), publicatie en motivering van de volgordelijst (artikel 9) en een rechtsbeschermingsprocedure (artikel 10).
Opzet: extern werkend in de beleidsregels, intern werkend in het mandaat
De scheidslijn die wordt gehanteerd is: bepalingen die naar buiten werken staan in de beleidsregels, bepalingen die alleen de interne uitvoering regelen niet.
Naar buiten werkend zijn de bepalingen die de rechtspositie van een projectontwikkelaar raken: de reikwijdte, de gelijke behandeling, de indieningstermijn en de wijze van indienen, de weigeringsgronden, de rangordestappen, de loting, de bekendmaking en motivering van de lijst, de bedenkingen- en kortgedingtermijnen, het tijdsblokkenschema, de wijziging en intrekking van een positie, het financieringsvoorbehoud en de hardheidsclausule. Bij de wijziging en intrekking van een volgordepositie geldt deze scheidslijn in twee richtingen: de norm zelf staat in artikel 11 en is dus vooraf kenbaar, terwijl de uitoefening van die bevoegdheid als uitvoering is gemandateerd aan de gemeentesecretaris (artikel 15, eerste lid, onder k). Deze bepalingen moeten vooraf kenbaar en bekendgemaakt zijn. Een verwijzing naar een niet-bekendgemaakt uitvoeringsprotocol zou op dit punt kwetsbaar zijn in het licht van de Didam-jurisprudentie.
Alleen intern werkend zijn de samenstelling en werkwijze van de beoordeling, de interne doorlooptijden, de modellen en formulieren, de communicatie en de werkafspraken over regionale afstemming. Artikel 15 mandateert ze aan de gemeentesecretaris.
De beoordelingscommissie wordt bij afzonderlijk besluit van de gemeentesecretaris ingesteld en bestaat uit medewerkers die geen direct belang hebben bij de te beoordelen projecten. In de beleidsregels staat alleen de norm die de rechtspositie van aanvragers raakt: niemand beoordeelt zijn eigen project (artikel 3, derde lid).
Het mandaat aan de gemeentesecretaris
Artikel 15 mandateert de uitvoering van deze beleidsregels volledig aan de gemeentesecretaris, met de bevoegdheid tot ondermandaat. Daarvoor bestaan drie redenen.
Snelheid. De landelijke werkwijze is nog in beweging. Het tijdsblokkenschema, de inrichting van het aanvraagproces en de financiële afspraken kunnen op korte termijn wijzigen. Het college vergadert in beginsel eenmaal per week en een collegevoorstel vraagt voorbereidingstijd. De gemeentesecretaris is doorlopend in functie en kan direct beslissen. Datzelfde geldt voor een grond om een volgordepositie te wijzigen of in te trekken: die kan zich voordoen tussen twee collegevergaderingen, terwijl artikel 11, vierde lid, ingrijpen na indiening bij de netbeheerder uitsluit. Zonder mandaat zou de gemeente een lijst indienen waarvan zij weet dat die niet meer juist is.
Rechtsgeldigheid. Met een mandaat van het college zijn besluiten van de gemeentesecretaris besluiten van het college. Zij zijn dus rechtsgeldig, ook als zij tussen twee collegevergaderingen worden genomen. Zonder mandaat zou een noodzakelijke aanpassing pas een week later kunnen ingaan, met het risico dat een tijdsblok wordt gemist.
Het mandaat is bewust ruim, maar niet onbegrensd.
Twee bevoegdheden blijven bij het college: het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 14) en het wijzigen of intrekken van de beleidsregels zelf.
Dat zijn de beslissingen waarin het college afwijkt van de vastgestelde regels in plaats van ze toe te passen. Het wijzigen of intrekken van een volgordepositie (artikel 11) is daarentegen toepassing van de criteria van artikel 8 op gewijzigde feiten en is daarom gemandateerd (artikel 15, eerste lid, onder k).
Mandaatverlening is toegestaan op grond van de artikelen 10:1 en 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht; de aard van deze bevoegdheden verzet zich daar niet tegen. Omdat het gaat om de voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, is afdeling 10.1.1 van die wet van toepassing via de schakelbepaling van artikel 10:12. Mandaat verplaatst de verantwoordelijkheid niet: een in mandaat genomen besluit geldt als besluit van het college (artikel 10:2), het college kan per geval of in het algemeen instructies geven (artikel 10:6) en blijft bevoegd de bevoegdheid zelf uit te oefenen (artikel 10:7). Artikel 15, derde en vierde lid, borgen de bekendmaking en de terugkoppeling aan het college, waaronder de melding van elke wijziging of intrekking op grond van artikel 11.
Verhouding tot het Mandaat-, volmacht- en machtigingsstatuut Nieuwkoop 2020. Het mandaat is bewust in deze beleidsregels zelf opgenomen en niet in het statuut. De werkwijze is zeer specifiek en tijdelijk: zij is gekoppeld aan de eenmalig gecoördineerde indiening tussen 1 en 23 oktober 2026. Een aanvulling van het statuut zou daarvoor een onevenredig zwaar instrument zijn en na afloop van de werkwijze weer moeten worden ingetrokken.
Voor de volmacht is geen afzonderlijke voorziening nodig. Op grond van onderdeel A10 van het overzicht bij het statuut is de gemeentesecretaris bevoegd intern te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten of andere privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet). Op grond van onderdeel A10a is hij bevoegd die overeenkomsten of handelingen extern feitelijk aan te gaan en te ondertekenen namens de burgemeester (artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet). Daarmee zijn zowel het prioriteringsverzoek en het transportverzoek aan Liander als de daarmee samenhangende financiële verplichtingen gedekt. Artikel 15, vijfde lid, maakt dit uitdrukkelijk kenbaar, zodat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid op het moment van indiening geen twijfel kan bestaan.
Twee bepalingen van het statuut zouden de uitvoering van deze beleidsregels wel kunnen doorkruisen. Artikel 2, tweede lid, onder b, behoudt afdelingsoverstijgende bevoegdheden voor aan het bestuursorgaan, terwijl dit dossier naar zijn aard meerdere afdelingen raakt. Artikel 4 verbiedt ondermandaat tenzij dat uitdrukkelijk in het overzicht is vermeld, terwijl artikel 15, eerste lid, juist ondermandaat mogelijk maakt om de uitvoering binnen de korte doorlooptijden te kunnen organiseren. Artikel 15, zesde lid, verklaart deze twee bepalingen daarom voor dit onderwerp buiten toepassing. Het voorbehoud van artikel 2, tweede lid, onder c, over financiële gevolgen die niet in de begroting zijn voorzien, speelt hier niet: de gemeenteraad neemt het benodigde budget vooraf in de begroting op, zoals ook volgt uit artikel 12, eerste lid, onder b, en artikel 9, vijfde lid. De randvoorwaarden van artikel 5 van het statuut blijven onverkort gelden, waaronder de afstemming met de portefeuillehouder bij politiek-bestuurlijk gevoelige onderwerpen en de informatieplicht over bestuurlijk relevante zaken.
De beleidsregels worden bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Het aanvraagformulier, het model van de bestuursverklaring en de overige uitvoeringsdocumenten worden alleen gepubliceerd op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Zij hebben geen zelfstandige juridische werking: alle normen die de rechtspositie van aanvragers bepalen staan in de beleidsregels zelf. Een besluit van de gemeentesecretaris dat wel die rechtspositie raakt, bijvoorbeeld een aanpassing van het tijdsblokkenschema, wordt ook in het Gemeenteblad bekendgemaakt (artikel 15, derde lid).
Reikwijdte en afbakening van maatschappelijke voorzieningen
Het VNG-model beperkt zich tot de functie woonbehoefte. De gemeente Nieuwkoop breidt de reikwijdte uit met maatschappelijke voorzieningen, omdat naast woningbouw ook onderwijshuisvesting op korte termijn afhankelijk is van nieuwe of zwaardere aansluitingen
De gemeente heeft onderzocht welke andere functies uit tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 in aanmerking zouden kunnen komen. Buiten woonbehoefte en onderwijs is de gemeente uitsluitend bevoegde aanvrager voor afvalstoffenbeheer en voor veerdiensten per pont. De voorzieningen voor afvalinzameling in de gemeente zijn reeds volledig geëlektrificeerd en aangesloten, waaronder op een warmtenet, en de gemeente exploiteert geen veerdienst per pont. Een aanwijzingsbevoegdheid voor overige functies zou daarom een lege bepaling zijn die onbedoeld verwachtingen wekt. Als tabel 3 wijzigt of de omstandigheden veranderen, wijzigt het college artikel 2, vijfde lid, bij afzonderlijk en tijdig bekendgemaakt besluit. Voorzieningen als een dorpshuis, sporthal, zwembad of bibliotheek staan niet in tabel 3 en komen langs geen enkele route voor plaatsing op de volgordelijst in aanmerking. Voor een brandweerkazerne is de veiligheidsregio de bevoegde aanvrager en voor een warmtenet de warmtenetbeheerder; in die gevallen verwijst de gemeente de initiatiefnemer door op grond van artikel 2, zesde lid
Voor de rangorde betekent de uitbreiding dat onderwijshuisvesting binnen hun tijdsblok als afzonderlijke, hoger gerangschikte groep worden geplaatst (artikel 8, stap 1). Dat is een keuze van de gemeente en geen automatisme van het landelijke kader. De motivering is dat onderwijshuisvesting een wettelijke zorgplicht van de gemeente betreft waarvoor geen alternatief bestaat: zonder aansluiting kan een school niet in gebruik worden genomen, terwijl bij woningbouw fasering en temporisering wel mogelijk zijn.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Huisvestingswet en de Wet op het primair onderwijs onverlet, evenals de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het beschikbaar stellen van kredieten (artikel 189 van de Gemeentewet) en de Financiële verordening gemeente Nieuwkoop 2023.
Provinciale doorwerking. Naast het gemeentelijke instrumentarium kan provinciale regelgeving bepalend zijn voor de haalbaarheid van een project. Als voor een project een instructie is gegeven op grond van artikel 2.33 van de Omgevingswet, als het project valt onder instructieregels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.22 in samenhang met artikel 2.6 van de Omgevingswet, of als de provincie een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet heeft genomen, is die provinciale doorwerking van belang voor de vraag of de opgegeven maand van start bouw en de opleverdatum realistisch zijn. Voor woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied met een omvang van meer dan 3 hectare geldt dat het omgevingsplan daarin alleen kan voorzien als de locatie is aangewezen op de kaart grote buitenstedelijke bouwlocaties, de zogenoemde 3 hectare-kaart. Deze beleidsregels bevatten hierover geen zelfstandige norm en geen zelfstandige weigeringsgrond; de provinciale toets vindt plaats in de omgevingsplanprocedure. Het aanvraagformulier vraagt de aanvrager wel de relevante provinciale stukken te overleggen, zodat het college de onderbouwing van stap 2 van artikel 8 en de bestuursverklaring kan beoordelen.
Financiële dekking en rechtmatigheid
Met het indienen van een prioriteringsverzoek en transportverzoek gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder: er moet een aanbetaling worden gedaan. Het budgetrecht ligt bij de raad. Artikel 12 legt daarom een financieringsvoorbehoud vast dat het VNG-model volgt: de gemeente dient uitsluitend in als de dekking is geregeld, hetzij via materiële zekerheid van een projectontwikkelaar, hetzij via de door de raad vastgestelde begroting. Zonder dekking wordt niet ingediend en schuiven de overige projecten binnen hetzelfde tijdsblok op. Zo blijft de volgordelijst ook bij uitval van een project uitvoerbaar en blijft de onderlinge rangorde in stand.
Artikel 12, vijfde lid, regelt de situatie waarin de gemeente zelf voorschiet omdat nog geen ontwikkelaar is aangewezen. Deze bepaling is bewust techniekneutraal geformuleerd: zij verwijst naar een door de raad beschikbaar gesteld krediet en niet naar een specifieke contractvorm of een boekhoudkundige uitkomst. Het financieringspunt is in juli 2026 ontstaan, toen de netbeheerders aangaven dat bij indiening een aanbetaling moet plaatsvinden. Daarover loopt nog overleg tussen de VNG en het Rijk. Artikel 12 formuleert daarom geen aanspraak op compensatie of overdraagbaarheid. Het college legt de risico’s van voorfinanciering, waaronder het risico van niet-tijdige terugbetaling of overdracht en van rente-, wijzigings-, annulerings- en restkosten, expliciet voor aan de gemeenteraad bij het voorstel over het krediet.
Zonder huisnummerbesluit kan bij de netbeheerder, ook bij Liander, nog geen reguliere aanvraag voor een aansluiting worden gedaan. Dit raakt de fase ná het prioriteringsverzoek en niet de vroege aanvraag zelf.
Deze beleidsregels volgen het VNG Model Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten (juli 2026). Op de volgende punten is bewust afgeweken of aangevuld.
Een deel van de Nieuwkoopse projecten is aangesloten op een onderstation dat de gemeente deelt met Kaag en Braassem en De Ronde Venen. De netbeheerder behandelt de van gemeenten afkomstige verzoeken binnen een tijdsblok op volgorde van binnenkomst. Zonder afstemming zou de gemeente die toevallig het snelst indient haar volledige lijst bovenaan krijgen. Artikel 2, achtste lid, en artikel 13, vierde lid, vragen daarom om afstemming en schriftelijke vastlegging daarvan. In het regionale overleg van 13 juli 2026 is vastgesteld dat één gezamenlijke regionale aanvraag niet werkbaar wordt geacht, maar dat gemeenten wel onderling afstemmen. De inzet is te komen tot een geborgde samenwerkingsafspraak vóór de bekendmaking van de volgordelijst op 10 september 2026.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels, in samenhang met het landelijke tijdsblokkenschema dat op 1 oktober 2026 aanvangt, maken dat sprake is van een spoedeisend belang waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.
Bij de publicatie van de volgordelijst worden geen persoonsgegevens gepubliceerd van initiatiefnemers die natuurlijke persoon zijn (artikel 9, zevende lid). De gemeente publiceert uitsluitend de gegevens die nodig zijn om de rangorde toetsbaar te maken. De verwerking berust op de noodzaak voor de vervulling van een taak van algemeen belang.
Alleen de bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.
De begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. Toegevoegd zijn de begrippen aanvraagformulier, maatschappelijke voorziening, onderstation, startbouwjaar en tijdsblok. Bij de definitie van project is opgenomen dat elke fase als afzonderlijk project geldt. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend, en het is van belang omdat fasen met verschillende startbouwjaren in verschillende tijdsblokken vallen.
Artikel 2. Doel, toepassingsbereik en reikwijdte
Het vierde lid regelt dat per congestiegebied een afzonderlijke volgordelijst wordt vastgesteld; de prioritering door de netbeheerder is immers aan een congestiegebied gekoppeld. Het vijfde en zesde lid vormen de kern van de afbakening; zie het algemene deel. Het achtste lid regelt de situatie van een project dat de gemeentegrens overschrijdt. De afstemming met buurgemeenten op onderstationsniveau staat in artikel 13, vierde lid, omdat die afstemming het indieningsproces betreft.
Het grondgebied van de gemeente Nieuwkoop valt binnen meerdere congestiegebieden van twee netbeheerders. Naar de stand van 14 augustus 2026 gaat het om de volgende gebieden
De kaart met de indicatieve contouren van deze gebieden is bekendgemaakt op www.nieuwkoop.nl/netcongestie. Omdat de prioritering door de netbeheerder aan het congestiegebied is gekoppeld, stelt het college per gebied een afzonderlijke volgordelijst vast (artikel 2, vierde lid). Bij grensgevallen tussen OS Nieuwkoop 10-1i en OS Leimuiden 10-2i, en op de rand van OS Alphen Centrum, is de bevestiging van de netbeheerder bepalend.
Artikel 3. Gelijke behandeling
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een kernelement van de Didam-doctrine. Omdat de gemeente zelf initiatiefnemer is van een deel van de projecten, zou beoordeling door de projecteigenaren zelf de schijn van partijdigheid wekken. Het derde lid legt daarom de norm vast dat niemand zijn eigen project beoordeelt. Wie de beoordeling uitvoert, is een uitvoeringsvraag: de beoordelingscommissie wordt bij afzonderlijk besluit van de gemeentesecretaris ingesteld en bestaat uit medewerkers die geen directe rol hebben bij de te beoordelen projecten.
Artikel 4. Indieningstermijn en wijze van indienen
Het vooraf kenbaar maken van de indieningstermijn is een kernelement van de Didam-doctrine. De termijn vangt aan op de dag van bekendmaking, woensdag 26 augustus 2026, en sluit op maandag 7 september 2026 om 12.00 uur. Die datum is dwingend afgeleid uit het eerste tijdsblok op donderdag 1 oktober 2026 om 09.00 uur. Na sluiting moeten achtereenvolgens de beoordeling, de vaststelling en bekendmaking van de voorlopige volgordelijst (donderdag 10 september), de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen (tot en met maandag 21 september), de reactie van het college (uiterlijk vrijdag 25 september) en de termijn voor een kort geding (uiterlijk dinsdag 29 september) kunnen verstrijken. De gemeente informeert bekende initiatiefnemers actief over de openstelling, zodat de betrekkelijk korte indieningstermijn geen belemmering vormt.
Indiening verloopt digitaal, via het formulier op de gemeentelijke website of per e-mail; een papieren route is niet voorzien omdat het tijdstip van ontvangst van een formulier of e-mail eenduidig is vast te stellen, wat met het oog op het sluitingstijdstip van 7 september 2026, 12.00 uur, van belang is
Artikel 5. Verzoek, projectdossier en bestuursverklaring
Het model van de bestuursverklaring stelt de gemeentesecretaris vast. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en wijst de netbeheerder de aanvraag af.
Het zevende tot en met tiende lid scheiden de rollen. Met de bestuursverklaring verklaart de gemeente jegens de netbeheerder dat het project onder de functie woonbehoefte of onderwijshuisvesting valt en dat het projectdossier de in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026 genoemde elementen bevat. Zij oefent daarmee een privaatrechtelijke bevoegdheid uit (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet) en niet een bevoegdheid op grond van de Omgevingswet. Het bevoegde bestuursorgaan beoordeelt een aanvraag om een omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan zelfstandig, aan de hand van het daarvoor geldende beoordelingskader en met de eigen rechtsbescherming; de verklaring loopt daarop niet vooruit en bindt dat bestuursorgaan niet. Evenmin ontstaat door de verklaring een aanspraak op een overeenkomst met de gemeente of op uitgifte van grond: daarvoor gelden de eisen van gelijke kansen en transparantie uit de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). Omgekeerd is het ontbreken van een planologisch besluit of van een overeenkomst geen zelfstandige weigeringsgrond, maar een gegeven dat doorwerkt in de rangordestap projectrijpheid. Deze verduidelijking beperkt het risico dat aan de verklaring gerechtvaardigd vertrouwen wordt ontleend, en sluit aan bij artikel 2, zevende lid, en artikel 4, vierde lid, waarin al is vastgelegd dat de gemeente de netbeheerder niet bindt en slechts een inspanningsverplichting aangaat.
Artikel 5a. Individuele verzoeken van natuurlijke personen
De Systeemcode elektriciteit 2026 en de definitie van "projectontwikkelaar" in artikel 1 van deze beleidsregels sluiten een natuurlijke persoon als aanvrager niet uit: ook een particuliere kaveleigenaar die één woning wil realiseren, kan in beginsel een verzoek indienen. In de praktijk beschikt deze categorie initiatiefnemers echter zelden over een civielrechtelijke overeenkomst of een reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, stap 3."
Artikel 5a verduidelijkt dat dit ontbreken geen zelfstandige weigeringsgrond in de zin van artikel 6 oplevert, maar wél doorwerkt in de positie van het project binnen de rangordestap "projectrijpheid". Hiermee wordt voorkomen dat individuele verzoeken zonder kenbare, vooraf vastgestelde grondslag worden afgewezen of juist bevoordeeld, in lijn met het gelijkheidsbeginsel en de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
Het eerste lid verklaart deze beleidsregels in hun geheel van overeenkomstige toepassing en niet alleen enkele afzonderlijke artikelen. Daarmee is buiten twijfel dat ook de bekendmaking en motivering van de volgordelijst (artikel 9), de rechtsbescherming (artikel 10), de wijziging en intrekking van een volgordepositie (artikel 11) en het financieringsvoorbehoud (artikel 12) op deze verzoeken van toepassing zijn. Een beperkte opsomming zou het onbedoelde gevolg kunnen hebben dat de rechtspositie van een natuurlijke persoon zwakker is dan die van een rechtspersoon, wat zich niet zou verdragen met artikel 3.
Het vierde lid biedt het college een expliciete afwegingsgrondslag om de uitvoeringslast van doorgaans kleinschalige, individuele verzoeken te beoordelen zonder dat dit ten koste gaat van een consistente toepassing van deze beleidsregels op alle initiatiefnemers.
Artikel 6. Gronden om een project niet op de volgordelijst te plaatsen
Deze opsomming is limitatief en daarmee toetsbaar. Onderdeel d verankert de landelijke randvoorwaarde dat oplevering uiterlijk in 2036 moet plaatsvinden; onderdeel e verankert de maximale looptijd van tien jaar voor de gewenste aansluitdatum. Onderdeel g voorkomt dat de gemeente een verplichting aangaat zonder dekking. Onderdeel f moet worden gelezen in samenhang met artikel 5, tiende lid: het ontbreken van een planologisch besluit of van een privaatrechtelijke afspraak maakt de bestuursverklaring niet onvolledig en levert dus geen weigeringsgrond op, maar werkt door in de rangordestap projectrijpheid van artikel 8, eerste lid, stap 3
Artikel 7. Indeling in tijdsblokken
Het tijdsblokkenschema is vastgesteld door de gezamenlijke netbeheerders en is voor de gemeente een gegeven. Het staat in de artikeltekst zelf, omdat de kortgedingtermijn van artikel 10, vierde lid, eraan is gekoppeld en het schema daarmee de rechtspositie van projectontwikkelaars bepaalt. Het vijfde lid voorziet in de mogelijkheid dat het schema of de aan de gemeente toegewezen blokken nog wijzigen. De data kunnen dan bij afzonderlijk, bekend te maken besluit worden geactualiseerd, mits de onderlinge samenhang en de bedenkingentermijn van tien kalenderdagen behouden blijven. Daarmee blijft de rechtsbescherming gelijkwaardig, ook bij een gewijzigd schema. Deze bevoegdheid is gemandateerd aan de gemeentesecretaris, zodat een wijziging niet hoeft te wachten op de eerstvolgende collegevergadering.
De rangorde wordt per congestiegebied én per tijdsblok bepaald. Met acht tijdsblokken en drie tot vier congestiegebieden ontstaat een matrix van maximaal 24 tot 32 combinaties. Combinaties zonder projecten leiden niet tot een rangorde; het college legt in het besluit vast welke cellen leeg zijn, zodat de matrix volledig gedocumenteerd is. Clustering van gebieden of tijdsblokken tot één lijst is niet toegestaan: zij zou projecten uit verschillende knelpuntgebieden met elkaar laten concurreren en daarmee in strijd komen met artikel 7.22 van de Systeemcode elektriciteit 2026 en met het gelijkheidsbeginsel uit de Didam-jurisprudentie.
Artikel 8. Rangordebepaling en loting
De rangorde wordt per tijdsblok bepaald, omdat projecten uit verschillende tijdsblokken niet met elkaar concurreren om hetzelfde indieningsmoment.
Stap 1 plaatst maatschappelijke voorzieningen als hoger gerangschikte groep; de motivering staat in het algemene deel.
Stap 2 is overgenomen uit het VNG-model. Stap 3 is ten opzichte van het model verbijzonderd naar de Nieuwkoopse praktijk: de subcategorieën 1 tot en met 5 sluiten aan bij de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen, bij de wijziging van het omgevingsplan of de vergunning voor een BOPA en bij het ontwerp daarvan, telkens in combinatie met een civielrechtelijke overeenkomst voor zover die nodig is. Subcategorie 6 is de restcategorie voor projecten die op andere wijze aannemelijk maken dat zij voor prioritering in aanmerking komen, zoals erkende rijkssubsidies voor woningbouw, prestatieafspraken met een woningcorporatie, een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer of een positieve reactie op een bestuurlijk of ambtelijk principeverzoek. Die opsomming is niet limitatief. Dat tast de toetsbaarheid niet aan: subcategorie 6 is de laagste subcategorie, zij kan een project dus nooit boven een project met een verdergaand document plaatsen, en het college motiveert de indeling per project schriftelijk (artikel 8, eerste lid, en artikel 9, tweede en zesde lid)."
Stap 4 is de facultatieve stap 3 uit het model, uitgebreid met het criterium strategische koers gebiedsontwikkeling en met netimpact. Dat eerste criterium is uitsluitend toepasbaar als het project aantoonbaar is aangewezen in een reeds vastgesteld en gepubliceerd raads- of collegebesluit; daarmee is het vooraf kenbaar, objectief en toetsbaar. Het tweede en derde lid regelen de loting. Loting is een door de rechtspraak erkende objectieve methode bij gelijkwaardigheid. De trekking kan digitaal worden uitgevoerd door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige.
Artikel 9. Vaststelling, bekendmaking en motivering van de volgordelijst
Anders dan het VNG-model, dat aanknoopt bij "twee weken voor indiening", noemt het eerste lid een concrete datum. Dat is nodig omdat de gemeente met acht verschillende indieningsmomenten werkt: één bekendmakingsmoment voor alle tijdsblokken is eenvoudiger en transparanter dan acht afzonderlijke publicaties en geeft alle ontwikkelaars gelijktijdig inzicht in de volledige lijst. Het tweede lid schrijft voor dat ook het tijdsblok en de uitkomst van de rangordestappen worden gepubliceerd, zodat de lijst toetsbaar is. Het vijfde lid maakt duidelijk dat de lijst onder voorbehoud van het raadskrediet wordt bekendgemaakt.
Omdat de volgordebeslissing een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling is, staan bestuursrechtelijk bezwaar en beroep niet open (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Er wordt niettemin voorzien in een laagdrempelige bedenkingenprocedure. De bedenkingentermijn van tien kalenderdagen is gelijk aan die van het VNG-model en geldt uniform voor alle tijdsblokken; de kortgedingtermijn is per tijdsblok gekoppeld aan de eerste dag van dat blok. De modelconstructie van tien dagen bezwaar gevolgd door tien dagen kort geding is niet overgenomen, omdat die keten na de bekendmaking van 10 september doorloopt tot na het eerste tijdsblok. Voor het eerste tijdsblok levert de Nieuwkoopse keten de krapste doorlooptijd op; voor latere tijdsblokken ontstaat vanzelf meer ruimte. Het zesde lid geeft de vervaltermijnen een contractuele grondslag, wat ze robuuster maakt dan een eenzijdig vastgestelde termijn. Het vijfde lid stelt buiten twijfel dat de gang naar de civiele rechter niet wordt uitgesloten en dat de rechter een langere termijn passend kan achten; daarmee wordt het risico beperkt dat de termijn als onredelijk bezwarend buiten toepassing wordt gelaten.
Artikel 11. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
Artikel 11 maakt correctie van de volgordelijst mogelijk zolang het project nog niet bij de netbeheerder is ingediend (vierde lid). De gronden in het eerste lid zijn limitatief en sluiten aan bij de informatie waarop de positie is gebaseerd: onjuiste of onvolledige informatie, het wegvallen van het perspectief op realisatie, een wijziging van het project die een herbeoordeling vergt, onuitvoerbaarheid en het vervallen van de financiële dekking.
Een herbeoordeling kan het project een hogere of een lagere positie geven (tweede lid) en raakt daarmee ook de posities van andere projecten binnen hetzelfde tijdsblok. Dat is geen afwijking van deze beleidsregels, maar de uitkomst van dezelfde rangordestappen van artikel 8 toegepast op gewijzigde feiten. Voor afwijken van die stappen geldt uitsluitend de hardheidsclausule van artikel 14, die bij het college blijft.
Omdat de gronden zich kunnen voordoen in de weken waarin de tijdsblokken elkaar in hoog tempo opvolgen, is deze bevoegdheid gemandateerd aan de gemeentesecretaris (artikel 15, eerste lid, onder k). Het alternatief, wachten op de eerstvolgende collegevergadering, zou ertoe leiden dat de gemeente een lijst indient waarvan zij weet dat die niet meer juist is, met het risico van een onjuiste positie in de landelijke wachtrij en van aansprakelijkheid jegens andere initiatiefnemers.
De rechtspositie van betrokkenen is langs de bestaande lijnen geborgd: het college legt de rangorde en de motivering schriftelijk vast (artikel 8, eerste lid), stelt de betrokken projectontwikkelaar onverwijld schriftelijk in kennis (derde lid), maakt de herziene volgordelijst bekend op www.nieuwkoop.nl/netcongestie en informeert het college bij elke wijziging of intrekking (artikel 15, vierde lid). Voor een projectontwikkelaar wiens positie wijzigt, staat de weg naar de civiele rechter open binnen de termijn van artikel 10, vierde lid."
Artikel 12. Financiële dekking en voorfinanciering
De financiële dekking loopt langs twee sporen. Bij projecten met een bekende projectontwikkelaar draagt die ontwikkelaar de verplichtingen jegens de netbeheerder en stelt hij daarvoor materiële zekerheid (eerste lid, onder a, en tweede lid). Bij projecten zonder aangewezen ontwikkelaar treedt de gemeente zelf op als contractpartij en schiet zij de kosten voor (vijfde lid). Voor dat laatste spoor neemt de gemeenteraad vooraf budget op in de begroting, dan wel stelt hij een krediet beschikbaar (artikelen 189 en 192 van de Gemeentewet). Zolang de raad die middelen niet beschikbaar heeft gesteld, wordt het project niet ingediend en schuiven de overige projecten binnen hetzelfde tijdsblok op (vierde lid). Artikel 9, vijfde lid, maakt dit voorbehoud ook naar buiten toe kenbaar bij de bekendmaking van de volgordelijst.
Artikel 13. Indiening en regionale afstemming
Het derde lid voorziet in indiening onder voorbehoud wanneer een kort geding niet tijdig is afgerond. Zonder die voorziening zou een enkel geschil ertoe kunnen leiden dat een geheel tijdsblok wordt gemist, met verlies van de positie in de landelijke wachtrij tot gevolg. Het vierde lid verplicht tot schriftelijke vastlegging van de regionale afstemming, zodat achteraf toetsbaar is hoe de volgorde binnen het congestiegebied tot stand is gekomen.
Deze beleidsregels binden het college aan een vooraf kenbare, stapsgewijze rangorde. Die binding is het doel van de regeling en tegelijk haar risico: een strikte toepassing kan in een individueel geval een uitkomst opleveren die het college bij het opstellen niet heeft voorzien en die niet in verhouding staat tot het doel van de regeling. Artikel 14 voorziet daarvoor in een uitzondering.
Het opnemen van deze clausule vergroot de beleidsvrijheid van het college niet. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het college overeenkomstig zijn beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Die inherente afwijkingsbevoegdheid geldt van rechtswege en kan door de beleidsregel niet worden uitgesloten. Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840) moet het bestuursorgaan daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken, ook omstandigheden die bij het opstellen van de beleidsregel zijn verdisconteerd. Artikel 14 structureert die bevoegdheid: het stelt een hoge drempel, benoemt welke bepalingen buiten bereik blijven, verbindt er een vastleggings- en motiveringsplicht aan en houdt de beslissing bij het college zelf.
Toepassing is een absolute uitzondering. Van een onbillijkheid van overwegende aard is slechts sprake als de gevolgen voor de betrokken initiatiefnemer onevenredig zijn én het doel van deze beleidsregels — een transparante, gelijke en toetsbare verdeling van posities op de volgordelijst — daardoor niet wordt geschaad. Beleidsmatige, politieke of financiële voorkeuren zijn geen bijzondere omstandigheden.
Het tweede lid begrenst de clausule. Van de reikwijdte (artikel 2, derde, vijfde en zesde lid), van de landelijke randvoorwaarden in artikel 6, onderdelen d en e, en van het tijdsblokkenschema (artikel 7, derde lid) kan niet worden afgeweken omdat deze voortvloeien uit de Systeemcode elektriciteit 2026 en het door de gezamenlijke netbeheerders vastgestelde schema; zij staan niet ter vrije beschikking van de gemeente. Van artikel 12 kan niet worden afgeweken omdat het budgetrecht van de raad (artikelen 189 en 192 van de Gemeentewet) daaraan in de weg staat. Van artikel 3 kan niet worden afgeweken omdat de gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten de kern van de Didam-jurisprudentie raakt. In de praktijk resteert daarmee vooral artikel 4, tweede lid, in samenhang met artikel 6, onderdeel a, en de rangordestappen van artikel 8.
Het derde lid is opgenomen omdat de volgordelijst een verdeling van schaarste is: een project hoger plaatsen betekent een ander project lager plaatsen. Aanwijzing 5.25 voor de regelgeving schrijft voor dat geen hardheidsclausule wordt opgenomen voor situaties waarin afwijken nadelige effecten kan hebben voor derden-belanghebbenden. Daarom kan toepassing van de clausule niet ten koste gaan van de positie van een ander project, tenzij alle daardoor benadeelde ontwikkelaars daarmee schriftelijk instemmen. In de praktijk betekent dit dat de clausule alleen ruimte biedt voor het toevoegen van een project op een positie die de rangorde van de overige projecten intact laat.
Het vierde lid verplicht tot een schriftelijke vastlegging vóór de beslissing, waaronder van de financiële gevolgen en de dekking. Het college betrekt daarbij het advies van de concerncontroller. Zo is uitgesloten dat onder tijdsdruk een afwijking wordt vastgesteld waarvan de financiële consequenties niet zijn overzien. Het vijfde lid maakt de afwijking en de motivering daarvan openbaar en toetsbaar; het zesde lid sluit aan bij artikel 11, vierde lid: na indiening bij de netbeheerder is de positie in de landelijke wachtrij een gegeven en kan de gemeente daarin niet meer eenzijdig ingrijpen. Toepassing van de clausule is op grond van artikel 15, tweede lid, uitdrukkelijk niet gemandateerd.
Artikel 15. Mandaat en uitvoering
Zie de paragraaf over het mandaat in het algemene deel. Het mandaat wordt in deze beleidsregels zelf verleend en niet in een afzonderlijk mandaatbesluit, zodat er één document is waarin de bevoegdheidsverdeling voor dit dossier is vastgelegd. De gemeentesecretaris kan ondermandaat verlenen, bijvoorbeeld aan de afdelingsmanager of de projectleider netcongestie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-398972.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.