De burgemeester van Haarlem,
Overwegende:
dat ik op grond van artikel 2.75a van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid heb om plaatsen aan te wijzen waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd als dat naar mijn oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;
Proportionaliteit
De openbare orde in de Transvaalwijk staat flink onder druk als gevolg van een substantiële toename van het aantal incidenten in de Transvaalwijk in 2026 ten opzichte van 2025. In 2025 deden zich in totaal 314 incidenten voor in de Transvaalwijk, terwijl alleen al in 2026 tot 1 mei het aantal incidenten 344 betrof. Met name de overlastcategorieën (overlast door verward/overspannen persoon, ruzie/twist, geluidshinder en overlast ivm alcohol/drugs) zijn aanzienlijk toegenomen. Het totaal aantal diefstallen in 2026 betreft 32 en wordt door de politie gekwalificeerd als substantieel.
Wijkagenten ontvangen wekelijks meldingen van incidenten. Het betreft vaak meldingen over personen die alcohol- en/of drugsgebruiken en verblijven bij opvanglocaties voor dak- en thuislozen. Deze personen worden door de politie aangetroffen op straat in verband met overlast. Deze personen hebben vaak een verblijfsontzegging voor het centrum. De politie neemt een gedeeltelijke verschuiving waar van openbare orde incidenten in het Centrum van Haarlem naar de Generaal Cronjéstraat en omgeving door personen die voor het centrum van Haarlem een verblijfsontzegging hebben gekregen.
Subsidiariteit
Ter handhaving van de openbare orde op bovengenoemde locaties is door handhaving en politie gericht ingezet om de overlast en de verstoringen van de openbare orde terug te dringen. Dit heeft niet geleid tot een substantiële vermindering van de ordeverstoringen en de overlast.
Belangenafweging
Voor de handhaving van de openbare orde is het noodzakelijk dat een verblijfsontzegging kan worden opgelegd voor het gebied in en rondom de Generaal Cronjéstraat en omgeving, aan ordeverstorende personen. De aanwijzing van dit gebied hiervoor is, in aanvulling op de bestaande maatregelen, noodzakelijk ter handhaving van de openbare orde. Ik heb het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op bewegingsvrijheid anderzijds tegen elkaar afgewogen. In die afweging heb ik aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht toegekend dan aan het belang om bewegingsvrijheid niet in te perken.
Gelet op artikel 2.75a APV;
Besluit