Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Kampen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;

gelezen het voorstel met kenmerk 41154-2026;

gelet op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026;

besluit vast te stellen de

Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Kampen 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Kampen 2026;

  • -

    bijstandsnorm: de op het moment van de aanvraag toepasselijke bijstandsnorm bedoeld in de artikelen 19a tot en met 24 van de Participatiewet, inclusief de verlaging van de norm op grond van artikel 27 of 28 van de Participatiewet;

  • -

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;

  • -

    eigenaar-bewoner:\ een meerderjarig natuurlijk persoon die volgens de kadastrale gegevens eigenaar is van een woning en op het adres van die woning als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

  • -

    energietoeslag: toeslag op grond van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022 of 2023 van de gemeente Kampen;

  • -

    energiezuinige ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel als bedoeld in het op dat moment geldende artikel 4.5.2, derde lid van de Regeling nationale EZ-, LVVN en KGG-subsidies;

  • -

    grondgebonden koopwoning: een koopwoning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de woonlagen aansluit op het maaiveld;

  • -

    huishouden: alle meerderjarige bewoners die staan ingeschreven op het adres waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een persoon die in een inrichting verblijft als bedoeld in art. 1, aanhef en onderdeel f van de Participatiewet, is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres, kostendeler is of jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;

  • -

    inkomen: inkomen per kalendermaand als bedoeld in artikel 31, 32 en 33 van de Participatiewet. Vermogensbestanddelen worden niet in aanmerking genomen;

  • -

    ISDE: investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing als bedoeld in titel 4.5 van de Regeling nationale EZ-, LVVN en KGG-subsidies;

  • -

    lage WOZ-waarde: de door de gemeente Kampen vastgestelde waarde van een onroerende zaak, voor zover deze in het peiljaar 2022 lager was dan € 398.000;

  • -

    meldcode: de op de activiteit van toepassing zijnde meldcode uit de op het moment van aanvraag om subsidieverlening meest recente ‘ISDE Meldcodelijst Bio-Based vermelding’, te raadplegen via www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/meldcodelijsten;

  • -

    richtlijn natuurvriendelijk isoleren: het uitvoeren van isolatiemaatregelen met inachtneming van de op dat moment geldende verplichtingen ter bescherming van in het wild levende dieren en hun verblijfplaatsen op grond van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving.

  • -

    slecht geïsoleerd bouwdeel: een bouwdeel die voldoet aan de criteria uit bijlage 1;

  • -

    uitvoerende partij: een door Duurzaam Bouwloket Projecten B.V. geselecteerd bouwbedrijf voor het uitvoeren van activiteiten op grond van deze regeling;

  • -

    woning: woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, een woonwagen en een woonboot, dat als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

  • 2.

    De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling nadrukkelijk wordt afgeweken.

Hoofdstuk 2 Activiteiten, doelgroep en kosten

Artikel 3 Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de volgende isolatiemaatregelen:

    • a.

      dak-, zolder- of vlieringvloerisolatie;

    • b.

      gevelisolatie;

    • c.

      glas- of kozijnpaneel- of deurisolatie;

    • d.

      spouwmuurisolatie; en/of

    • e.

      vloer- of bodemisolatie;

      waarbij op het moment dat de activiteit wordt uitgevoerd aan de eisen zoals opgenomen in het op dat moment geldende artikel 4.5.2, derde lid van de Regeling nationale EZ-, LVVN en KGG-subsidies wordt voldaan, met dien verstande dat de inschakeling van een bouwbedrijf niet noodzakelijk is.

  • 2.

    Voor zover subsidie wordt verstrekt voor een activiteit als bedoeld in lid 1, kan tevens subsidie verstrekt worden voor het toepassen van energiezuinige ventilatiemaatregelen, waarbij op het moment dat de activiteit wordt uitgevoerd aan de eisen zoals opgenomen in het op dat moment geldende artikel 4.5.2, derde lid van de Regeling nationale EZ-, LVVN en KGG-subsidies wordt voldaan. Deze maatregel komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze wordt gecombineerd met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel uit lid 1.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid worden vloer- of bodemisolatie en spouwmuurisolatie uitgesloten voor de in artikel 10 sub a en b genoemde trajecten.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaar-bewoners van een koopwoning, woonwagen of woonboot in de gemeente Kampen, waarbij:

    • a.

      categorie A:

      • i.

        de eigenaar-bewoner energietoeslag heeft ontvangen of voldoet aan de inkomenstoets als bedoeld in artikel 5;

      • ii.

        de woning een lage WOZ-waarde heeft; en

      • iii.

        de woning energielabel D, E, F of G heeft of aantoonbaar ten minste twee typen slecht geïsoleerde bouwdelen heeft.

    • b.

      categorie B:

      • i.

        de woning een lage WOZ-waarde heeft; en

      • ii.

        de woning energielabel D, E, F of G heeft of aantoonbaar ten minste twee typen slecht geïsoleerde bouwdelen heeft.

  • 2.

    De eis dat de woning een lage WOZ-waarde heeft, als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, onder 1°, geldt niet voor woonboten en woonwagens.

Artikel 5 Inkomenstoets

  • 1.

    Voorafgaand aan de aanvraag om subsidieverlening kan een verzoek om een inkomenstoets worden gedaan bij het college.

  • 2.

    Het verzoek wordt gedaan via een daartoe beschikbaar gesteld formulier.

  • 3.

    Het verzoek dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      de adresgegevens van de verzoeker;

    • b.

      indien de aanvrager geen bijstandsuitkering ontvangt: een bewijs van het volledige inkomen van het huishouden van verzoeker over de laatste drie volledige kalendermaanden voorafgaand aan het verzoek.

  • 4.

    De aanvrager voldoet aan de inkomenstoets als het inkomen van zijn huishouden over de laatste drie kalendermaanden voorafgaand aan de aanvraag gemiddeld maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm is.

  • 5.

    Het college reageert binnen zes weken op het verzoek.

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de in redelijkheid gemaakte daadwerkelijk kosten in aanmerking, tot de maximale subsidie volgens artikel 7, en die bestaan uit:

    • a.

      de kosten van isolatiemateriaal;

    • b.

      de door een bouwbedrijf in rekening gebrachte arbeidsuren voor het aanbrengen van isolatiemateriaal;

    • c.

      de kosten van energiezuinige ventilatiemaatregelen, voor zover deze onderdeel zijn van een in artikel 3, eerste lid, genoemde activiteit;

    • d.

      de verschuldigde btw over de in dit artikellid genoemde kosten.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten van:

    • a.

      de kosten voor de aanschaf van gereedschap;

    • b.

      materiaal voor de afwerking of bevestiging van isolatiemateriaal, zoals (gips)plaatmateriaal en houtwerk;

    • c.

      vervoer- of transportkosten van materiaal;

    • d.

      de huur van gereedschap voor het aanbrengen van isolatiemateriaal.

Hoofdstuk 3 Hoogte en verdeling

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      voor aanvragers uit categorie A: 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 4.000;

    • b.

      voor aanvragers uit categorie B: 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.200;

  • 2.

    Per adres kan slechts door één aanvrager en eenmalig per categorie subsidie worden aangevraagd.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • a.

    Voor subsidieverstrekking is voor het tijdvak van 1 september 2026 tot en met 31 december 2027 ten hoogste beschikbaar een bedrag van € 400.000 voor aanvragen uit categorie A;

  • b.

    Voor subsidieverstrekking is voor het tijdvak van 1 september 2026 tot en met 31 december 2028 ten hoogste beschikbaar een bedrag van € 2.640.000 voor aanvragen uit categorie B.

Artikel 9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

Hoofdstuk 4 Procedure

Artikel 10 Uitvoeringstrajecten

Voor de uitvoering van een subsidiabele activiteit kan de aanvrager kiezen uit een van de volgende uitvoeringstrajecten:

  • a.

    doe-het-zelf-traject: de aanvrager voert de activiteit zelf uit;

  • b.

    bouwbedrijf naar keuze-traject: de aanvrager laat de activiteit uitvoeren door een bouwbedrijf naar keuze;

  • c.

    ontzorgingstraject: de aanvrager ontvangt ondersteuning bij:

    • i.

      het aanvragen van offertes en bouwondersteuning, waarbij gebruik wordt gemaakt van uitvoerende partijen die zijn geselecteerd door Duurzaam Bouwloket Projecten B.V.;

    • ii.

      het machtigen van de uitvoerende partij door de aanvrager voor het indienen van een aanvraag voor subsidie.

Hoofdstuk 4.1 Doe-het-zelf- of Bouwbedrijf naar keuze-traject

Artikel 11 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor een traject als bedoeld in artikel 10, onder a en b, wordt ingediend op een daarvoor ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Artikel 6, eerste tot en met vierde lid, van de Asv is niet van toepassing op de aanvraag.

  • 3.

    Een aanvraag kan worden ingediend voor nog uit te voeren maatregelen en voor reeds uitgevoerde werkzaamheden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde lid. Een aanvraag voor reeds uitgevoerde maatregelen dient binnen 24 maanden na uitvoering van de maatregelen te worden ingediend en mag niet eerder zijn uitgevoerd dan 1 januari 2025.

  • 4.

    Enkel maatregelen die uitgevoerd zijn of worden op of na 1 januari 2025 komen in aanmerking voor subsidie.

  • 5.

    De aanvraag start met het invullen van de postcode en het huisnummer van de aanvrager. Op basis van deze informatie maakt het college voor de aanvrager inzichtelijk of bij het college bekend is dat:

    • a.

      de woning een lage WOZ-waarde heeft, indien van toepassing; en

    • b.

      de woning energielabel D, E, F of G heeft;

    • c.

      en indien het een aanvrager categorie A betreft: de aanvrager energietoeslag heeft ontvangen, of voldoet aan de inkomenstoets als bedoeld in artikel 5.

  • 6.

    In aanvulling op het derde lid bevat de aanvraag:

    • a.

      een opgave van de grondgebondenheid van de woning, tenzij sprake is van een woonwagen of woonboot;

    • b.

      indien geen definitief energielabel of label C of hoger is afgegeven: een verklaring dat de woning ten minste twee typen slecht geïsoleerde bouwdelen bevat.

Artikel 12 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling kan met ingang van 1 september 2026 worden ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de Asv, ingediend uiterlijk 6 maanden voor vervaldatum van deze subsidieregeling.

Artikel 13 Subsidieverlening

  • 1.

    Indien de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie, wordt het maximale subsidiebedrag als bedoeld in artikel 7 verleend, waarbij de hoogte van de subsidie afhankelijk wordt gesteld van de werkelijk te maken kosten.

  • 2.

    Het besluit tot subsidieverlening vermeldt de aan de subsidie verbonden verplichtingen in verband met de uitvoering en de verantwoording van de maatregel. Aan de subsidieverlening zijn in elk geval de voorschriften verbonden dat:

    • a)

      de maatregel of de maatregelen zijn uitgevoerd binnen zes maanden na verzending van het verleningsbesluit, waarna de aanvraag volledig is ingediend voor vaststelling;

    • b)

      in geval er sprake is van reeds uitgevoerde maatregelen kan de datum van uitvoering ook vóór subsidieverlening zijn, mits de uitvoering niet eerder plaats heeft gevonden zoals opgenomen in artikel 11 derde lid;

  • 3.

    De aanvrager kan voor het einde van de termijn als bedoeld in het eerste lid eenmalig een gemotiveerd verzoek om uitstel van maximaal 12 weken indienen voor de aanvraag om subsidievaststelling, als de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten tijdelijk beperkingen stellen aan de uitvoering van activiteiten.

  • 4.

    Het college beslist schriftelijk zo spoedig mogelijk op het uitstelverzoek als bedoeld in het vorige lid, maar uiterlijk binnen twee weken na ontvangst daarvan.

Artikel 14 Eindverantwoording subsidies

Als de aanvrager behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 4, dient de aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 3 vergezeld te gaan van:

  • 1.

    een aankoopbewijs, waaruit de kosten van de uitgevoerde activiteit(en) blijken, óf een gespecificeerde factuur van de aannemer of het bouwbedrijf, waaruit de kosten van de uitgevoerde activiteit(en) blijken;

  • 2.

    de hoeveelheid van het geïsoleerde oppervlakte in m2 per maatregel;

  • 3.

    minimaal drie foto’s, gemaakt voor, tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden;

  • 4.

    het adres waarop de activiteiten zijn uitgevoerd;

  • 5.

    bij doe-het-zelf: het merk, type en de dikte van het isolatiemateriaal;

  • 6.

    bij gebruikmaking van een bouwbedrijf naar keuze: de toepasselijke meldcodes en isolatiewaarden van het gebruikte isolatiemateriaal;

  • 7.

    een betaalbewijs;

  • 8.

    IBAN-nummer van een rekening waarop de subsidie kan worden uitbetaald.

Artikel 15 Subsidievaststelling en beslistermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 15 van de Asv wordt de subsidie ambtshalve definitief vastgesteld binnen acht weken nadat alle in artikel 14 vermelde gegevens zijn ontvangen of nadat de termijn om deze gegevens in te dienen is verstreken.

  • 2.

    Indien niet of niet volledig aan de in het besluit tot subsidieverlening vermelde voorschriften is voldaan kan het college besluiten de subsidie in te trekken.

Hoofdstuk 4.2 Ontzorgingstraject

Artikel 16 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor een traject als bedoeld in artikel 10, onder c, wordt ingediend op een daarvoor ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Artikel 6, eerste tot en met vierde lid, van de Asv is niet van toepassing op de aanvraag.

  • 3.

    De aanvraag start met het invullen van de postcode en het huisnummer van de aanvrager. Op basis van deze informatie maakt het college voor de aanvrager inzichtelijk of bij het college bekend is dat:

    • a.

      de woning een lage WOZ-waarde heeft; en

    • b.

      de woning energielabel D, E, F of G heeft;

    • c.

      en indien het een aanvrager categorie A betreft: de aanvrager energietoeslag heeft ontvangen, of voldoet aan de inkomenstoets als bedoeld in artikel 5.

  • 4.

    In aanvulling op het derde lid bevat de aanvraag een opgave van de grondgebondenheid van de woning, tenzij sprake is van een woonwagen of woonboot.

  • 5.

    Als de aanvrager behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 4, dient de aanvraag van een subsidie als bedoeld in artikel 3 vergezeld te gaan van:

    • a.

      het adres waarop de activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      indien geen definitief energielabel of label C of hoger is afgegeven: een verklaring dat de woning ten minste twee typen slecht geïsoleerde bouwdelen bevat.

Artikel 17 Subsidieverlening

  • 1.

    Indien de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie, wordt het maximale subsidiebedrag als bedoeld in artikel 7 verleend, waarbij de hoogte van de subsidie afhankelijk wordt gesteld van de werkelijk te maken kosten.

  • 2.

    De subsidieverlening komt tot stand onder de voorwaarde dat de uitvoering van de maatregel door uitvoerende partij binnen 6 maanden na verleningsdatum zijn uitgevoerd.

Artikel 18 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de Asv, ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling kan met ingang van 1 september 2026 worden ingediend.

  • 3.

    Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid, van de Asv, ingediend uiterlijk 6 maanden voor vervaldatum van deze subsidieregeling.

Artikel 19 Aanvullende verplichtingen

Overeenkomstig artikel 11 en 12 van de Asv legt het college aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:

  • a.

    op de website nip.duurzaambouwloket.nl de gewenste activiteiten te selecteren, zodat een uitvoerende partij een offerte voor de werkzaamheden kan opstellen;

  • b.

    indien de aanvrager akkoord is met de ontvangen offerte voor de uitvoering van de gewenste activiteiten, medewerking te verlenen om de werkzaamheden binnen zes maanden na de datum van het besluit op de aanvraag om subsidieverlening uit te laten voeren;

Artikel 20 Eindverantwoording subsidies

  • 1.

    Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend na uitvoering van de activiteit(en), uiterlijk binnen zes maanden na de datum van het besluit op de aanvraag om subsidieverlening.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend op een daarvoor ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    De aanvraag bevat, in afwijking van artikel 17, tweede lid, van de Asv:

    • a.

      een gespecificeerde factuur van de uitvoerende partij, waaruit blijkt:

      • i.

        welke activiteit(en) is/zijn uitgevoerd;

      • ii.

        de toepasselijke meldcodes;

      • iii.

        het adres waarop de activiteit is uitgevoerd; en

      • iv.

        op welk deel van de factuur de aanvraag om vaststelling betrekking heeft;

    • b.

      een machtiging van de aanvrager aan de uitvoerende partij, waaruit blijkt dat de uitvoerende partij gerechtigd is de aanvraag tot vaststelling te doen.

    • c.

      het rekeningnummer van de uitvoerende partij, waarop de subsidie kan worden uitbetaald.

  • 4.

    De aanvrager kan voor het einde van de termijn voor de aanvraag om subsidievaststelling eenmalig een gemotiveerd verzoek om uitstel van maximaal 12 weken indienen voor de aanvraag om subsidievaststelling als de Omgevingswet en daarop gebaseerde besluiten tijdelijk beperkingen stellen aan de uitvoering van activiteiten.

  • 5.

    Het college beslist schriftelijk zo spoedig mogelijk op het uitstelverzoek als bedoeld in het vorige lid, maar uiterlijk binnen twee weken na ontvangst daarvan.

Artikel 21 Subsidievaststelling subsidies

De hoogte van een subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum als genoemd in artikel 7.

Artikel 22 Uitbetaling

Na vaststelling van de subsidie wordt de subsidie rechtstreeks aan de uitvoerende partij uitbetaald. Indien er een restant bedrag overblijft, zal het bedrijf hiervoor een aanvullende factuur sturen voor betaling rechtstreeks aan de aanvrager.

Hoofdstuk 5 Weigeringsgronden en bevoorschotting

Artikel 23 Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de Asv weigert het college de subsidie als:

  • a.

    voor dezelfde activiteit op basis van deze subsidieregeling of de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie, zoals vastgesteld in de collegevergadering van 23 september 2025, al subsidie is verleend voor hetzelfde adres;

  • b.

    de activiteit niet volgens de richtlijn natuurvriendelijk isoleren wordt of is uitgevoerd;

  • c.

    de activiteit is uitgevoerd met milieubelastende isolatiematerialen zoals schapenwol, gespoten polyurethaan (PUR) met fluorkoolwaterstoffen (HFK) als blaasmiddel, UF-schuim;

  • d.

    op de activiteiten geen meldcode van toepassing is. Deze weigeringsgrond geldt niet voor activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het doe-het-zelf-traject;

  • e.

    de activiteit niet wordt uitgevoerd in of aan de bestaande thermische schil.

Artikel 24 Bevoorschotting en betaling in gedeelten

In afwijking van artikel 15, derde lid van de Asv wordt geen voorschot verleend.

Hoofdstuk 6 Slot

Artikel 25 Overgangsbepalingen

Op aanvragen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling, en waarop nog niet is beslist, blijft de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie, zoals vastgesteld in de collegevergadering van 23 september 2025 van kracht.

Artikel 26 Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Kampen, zoals vastgesteld in de collegevergadering van 23 september 2025, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 3.

    Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2029.

  • 4.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Kampen 2026.

 

 

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 augustus 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,

N.J. Middelbos,

secretaris

S. de Rouwe,

burgemeester

Bijlage 1  

 

Een bouwdeel is slecht geïsoleerd als de waardes gelijk of lager (bij glas gelijk of hoger) zijn dan de waardes in de rechterkolom van de tabel.

 

Bouwdeel

Wanneer aanpakken?

Indicatie dikte of Rc of U-waarde

Dak, hellend/ plat

Geen, slechte of matige isolatie

Minder dan 9 cm aanwezig/ Rc ≤ 2,0

Dak, zolder-/vlieringisolatie

Als er geen zolder-/vlieringisolatie aanwezig is

Rc ≤ 0,5

Gevel

Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig

Rc ≤ 1,1

Vloer-/bodemisolatie

Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig

Minder dan 5 cm aanwezig/ Rc ≤ 1,3

Glas

Enkel, oud dubbelglas en HR glas

Ug waarde ≥ 1,6

 

Naar boven