Gemeenteblad van Hilvarenbeek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilvarenbeek | Gemeenteblad 2026, 395263 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilvarenbeek | Gemeenteblad 2026, 395263 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026
Uitvoering Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; en
de Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026;
Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026
Uitvoering Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026
Hoofdstuk 2 Procedure Jeugdhulp
Artikel 4 Quickscan, integrale vraaganalyse en plan van aanpak
Uitsluitend de onderstaande andere verwijzers hoeven geen melding van een hulpvraag te maken bij de toegang:
de gecertificeerde instelling, op grond van artikel 3.5, eerste lid, van de Jeugdwet, en de rechter indien het bieden van jeugdhulp rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing als bedoeld in artikel 3.5 vierde lid, van de Jeugdwet, alsmede het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet;
de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting indien zij jeugdhulp noodzakelijk achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, dan wel indien de gecertificeerde instelling jeugdhulp noodzakelijk acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering.
De toegang informeert de jeugdige en/of ouder tijdens het gesprek over het verschil tussen ondertekenen van het plan van aanpak 'voor akkoord' of 'voor gezien'. Ondertekening 'voor akkoord' betekent dat de jeugdige en/of ouder heeft het plan van aanpak ontvangen, begrijpt wat er onder wordt verstaan en het eens is met de conclusies. Ondertekening 'voor gezien' betekent dat de jeugdige en/of ouder heeft het plan van aanpak ontvangen, begrijpt wat er onder wordt verstaan en het niet eens is met de conclusies.
Artikel 5 Procedurele eisen aan het plan van aanpak toegang
De jeugdige en/of ouder kan via de toegang opmerkingen op het plan van aanpak laten opnemen. Deze opmerkingen vormen geen vervanging van het oorspronkelijke verslag, maar gelden als een aanvulling hierop. Daarnaast dient het plan van aanpak te worden ondertekend onder vermelding van ‘voor akkoord’ of ‘voor gezien’.
Indien de jeugdige en/of ouder met ‘voor gezien’ heeft getekend, neemt de contactpersoon van de toegang opnieuw contact op. Indien de feedback aanleiding geeft tot een mogelijk ander resultaat of een andere voorziening, kunnen de bezwaren in een vervolggesprek worden besproken en wordt beoordeeld of en op welke wijze het plan van aanpak kan worden aangepast.
Artikel 6 Toegang tot jeugdhulp via het medisch domein
Ten aanzien van de toegang tot Jeugdhulp via het medisch domein zijn binnen Regio Hart van Brabant regionale afspraken gemaakt. Voor de stappenplannen binnen de verschillende segmenten wordt verwezen naar de website https://www.zorginregiohartvanbrabant.nl/jeugdhulp/
Indien het plan van aanpak met ‘voor gezien’ is ondertekend, geldt dit bij indiening bij het college niet (direct) als aanvraag. Indien na het tweede gesprek geen overeenstemming wordt bereikt tussen de toegang en de jeugdige en/of ouder over de inhoud van het plan van aanpak, kan het plan, met toestemming van de jeugdige en/of ouder, alsnog als aanvraag worden ingediend. Dit maakt bezwaar en beroep mogelijk.
De jeugdige en/of ouder wordt tijdens het onderzoek geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen uit verschillende jeugdhulpaanbieders, indien meerdere aanbieders de voorziening kunnen leveren. Deze keuze wordt vastgelegd in het plan van aanpak, dat met het verslag wordt meegestuurd. Op het moment van aanvragen is de jeugdhulpaanbieder al bekend en is de zorg afgestemd.
Uitsluitend de toegang, de andere verwijzers op grond van artikel 4, derde lid en de gemachtigde kunnen een aanvraag om een voorziening indienen bij het college. Een aanvraag met als verwijzer huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling (bepaling jeugdhulp), kinderrechter, openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting, is ook een aanvraag, ingediend bij het college, omdat het college eindverantwoordelijk blijft voor de inzet van passende en toereikende zorg op grond van de wet.
Hoofdstuk 3 Algemeen gebruikelijk, gebruikelijke hulp en mantelzorg
Artikel 8 Afwegingskader voor toeleiding basisstructuur en specialistische hulp
Indien de ondersteuningsvraag op eigen kracht, met gebruikmaking van het eigen netwerk en/of een algemeen gebruikelijke of anderszins voor de inwoner beschikbare voorziening kan worden opgelost, wordt deze ondersteuning ingezet. In dat geval bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 en Jeugdwet.
Is de inzet van eigen kracht of het eigen netwerk onvoldoende om het gewenste resultaat te bereiken, maar is een algemene voorziening, een algemeen gebruikelijke voorziening of een voorliggende voorziening, waaronder kortdurende ambulante hulp, wel toereikend, dan wordt deze voorziening ingezet. In dat geval bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening op grond van de wet.
Paragraaf 2 Gebruikelijke hulp Wmo
Artikel 10 Gebruikelijke hulp Wmo
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van huisgenoten. Tot de huisgenoten worden gerekend de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie de inwoner duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert.
Onder gebruikelijke hulp wordt bijvoorbeeld verstaan het helpen bij het koken, het uitvoeren van huishoudelijke taken zoals stofzuigen, het aankleden van kinderen en het begeleiden van kinderen naar school.
In dit artikel en de daaropvolgende artikelen wordt onder huisgenoot verstaan de persoon van 18 jaar of ouder die tot het huishouden behoort.
Artikel 11 Uitzonderingen op het bieden van gebruikelijke hulp
Van gebruikelijke hulp door een huisgenoot is geen sprake indien zich één van de volgende situaties voordoet:
Jeugdigen en jongvolwassenen tot 23 jaar die een opleiding volgen, worden niet geacht bij te dragen aan de uitvoering van huishoudelijke taken waarvoor anders een maatwerkvoorziening zou worden ingezet. Van hen wordt echter wel verwacht dat zij lichte huishoudelijke taken verrichten, zoals het inruimen van de vaatwasser of het opruimen van hun eigen kamer.
Artikel 12 Gebruikelijke hulp bij ondersteuning bij het huishouden
De regels rondom gebruikelijke hulp bij ondersteuning in het huishouden zijn opgenomen in de Beleidsregels Huishoudelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2026.
Paragraaf 3 Gebruikelijke hulp Jeugdhulp
Artikel 16 Algemene uitgangspunten
Ieder kind, ongeacht de leeftijd, heeft recht op een woonomgeving waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd. Ouders bieden een passend pedagogisch klimaat waarin zorg wordt gedragen voor de ontwikkeling van het kind gericht op zelfstandigheid en zelfredzaamheid, waaronder verzorging, begeleiding en stimulans.
Artikel 18 Bovengebruikelijke hulp
Bovengebruikelijke hulp behoort in beginsel tot de verantwoordelijkheid van ouders. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kortdurende en langdurige bovengebruikelijke hulp:
bij kortdurende gebruikelijke hulp is er uitzicht op herstel van het probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het betreft een aaneengesloten, eenmalige periode van maximaal drie maanden binnen één kalenderjaar. Hierbij wordt van ouders verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit, gelet op de aard van de hulp, redelijkerwijs niet van hen kan worden verwacht of sprake is van (dreigende) overbelasting waardoor zij de hulp niet kunnen bieden. Er dient in dat geval wel een aantoonbaar verband te bestaan tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Artikel 19 Overbelasting ouders
Van ouders wordt verwacht dat zij zich actief inspannen om hun draagkracht te vergroten en de belasting te verminderen. Daarbij geldt dat de oorzaak van de (dreigende) overbelasting in samenhang wordt beoordeeld met de zorg voor de jeugdige. Indien de overbelasting (mede) wordt veroorzaakt door factoren buiten de zorg voor de jeugdige, wordt van ouders verwacht dat zij eerst maatregelen treffen die gericht zijn op het wegnemen of verminderen van deze oorzaken. Hierbij geldt als uitgangspunt dat het verlenen van noodzakelijke zorg aan de jeugdige voorrang heeft op sociale en maatschappelijke activiteiten. Deze inspanningen kunnen onder meer bestaan uit:
Artikel 20 Motiveringsvereiste
Een besluit tot weigering van een individuele voorziening wegens toereikende eigen kracht of gebruikelijke hulp bevat in ieder geval:
Artikel 21 Toekennen jeugdhulp (wegens overbelasting)
Het college beoordeelt of de benodigde ondersteuning kan worden geleverd vanuit de eigen kracht van de ouders en het sociale netwerk. Gelet op de aard en de intensiteit van de zorg, de duur van de noodzakelijke ondersteuning en de belastbaarheid van de ouders, stelt het college vast dat deze ondersteuning niet langer redelijkerwijs van de ouders kan worden verwacht. In dat geval wordt een tijdelijke individuele voorziening ingezet.
Artikel 22 Weigeren jeugdhulp (wegens gebruikelijke hulp)
Het college stelt vast dat de gevraagde ondersteuning, gelet op de aard en omvang daarvan en de leeftijd van de jeugdige, behoort tot hetgeen redelijkerwijs van ouders mag worden verwacht. Deze ondersteuning wordt aangemerkt als gebruikelijke hulp en leidt derhalve niet tot de inzet van een individuele voorziening.
Tijdens het onderzoek wordt ook aandacht besteed aan de rol van de mantelzorger en de mogelijke ondersteuning die nodig is. De mantelzorger kan eveneens een verzoek om ondersteuning indienen. Deze ondersteuning kan, evenals voor de inwoner, bestaan uit een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 4 Algemene bepalingen maatwerkvoorzieningen
Artikel 25 Goedkoopst compenserende voorziening
Een verstrekking vindt plaats op basis van de goedkoopst compenserende voorziening. Indien meerdere voorzieningen als compenserend kunnen worden aangemerkt, wordt de voorziening verstrekt die naar objectieve maatstaven de laagste kosten met zich meebrengt.
Indien de inwoner kiest voor een duurdere, maar eveneens adequate voorziening, komen de meerkosten voor rekening van de inwoner. In dat geval vindt de verstrekking plaats in de vorm van een persoonsgebonden budget, gebaseerd op de goedkoopst compenserende voorziening.
Een voorziening kan tevens bestaan uit de vergoeding van noemenswaardige meerkosten ten opzichte van de algemeen gebruikelijke kosten die noodzakelijk zijn voor de voorziening. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan een auto of fiets met vanwege de beperking noodzakelijke aanpassingen. De kosten van een auto of fiets zonder aanpassingen worden als algemeen gebruikelijk aangemerkt en komen niet voor vergoeding in aanmerking. Bij de beoordeling van de hoogte van deze kosten worden de normbedragen van het NIBUD als richtsnoer gebruikt.
Artikel 26 Aanvaardbaar niveau
Het streven is om de inwoner op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat aansluit bij diens persoonlijke situatie. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de situatie van betrokkene vóór het ontstaan van de beperkingen, de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie zonder beperkingen, alsmede de mogelijkheden die in het individuele geval aanwezig zijn.
Onder een aanvaardbaar niveau van participatie en zelfredzaamheid wordt verstaan dat de inwoner zich in redelijkheid dient te realiseren dat beperkingen kunnen blijven bestaan en dat niet alle gevolgen daarvan kunnen worden weggenomen.
De te bieden ondersteuning is beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor het bevorderen of behouden van zelfredzaamheid en participatie. Daarbij wordt geen rekening gehouden met persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe of gewoonten van de inwoner, voor zover deze niet noodzakelijk zijn voor het bereiken van het beoogde resultaat.
Paragraaf 1 Maatwerkvoorzieningen Wmo
Om toegang te krijgen tot één van onderstaande maatwerkvoorzieningen, worden allereerst de stappen doorlopen zoals genoemd in artikel 8.
Artikel 28 Begeleiding en dagopvang
Het college heeft Siem gemandateerd om vast te stellen welke ondersteuning en hoeveel uren aan ondersteuning er noodzakelijk is om de gewenste doelen en resultaten te bereiken. Dit wordt vastgelegd in een ondertekend plan van aanpak, wat tevens de beschikking is. Het ondertekende plan van aanpak wordt aan de inwoner toegestuurd en hierin wordt de inwoner gewezen op zijn rechtsmiddelen.
Artikel 30 Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding
Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD) betreft trajecten die gericht zijn op het bevorderen van de maximale ontwikkeling van participatie. Dit omvat participatie in de breedste zin van het woord, zoals het volgen van een opleiding, activering en (vrijwilligers)werk. De trajecten bestaan uit de volgende onderdelen:
Beschermd wonen is bedoeld voor inwoners die vanwege psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. Dit kan plaatsvinden in een instelling wanneer er continu toezicht vereist is, of het kan een vorm van zelfstandig wonen zijn, waarbij begeleiding op afstand of op afroep voldoende is.
Het college heeft Siem gemandateerd om vast te stellen welke ondersteuning en hoeveel uren aan ondersteuning er noodzakelijk is om de gewenste doelen en resultaten te bereiken. Dit wordt vastgelegd in een ondertekend plan van aanpak, wat tevens de beschikking is. Het ondertekende plan van aanpak wordt aan de inwoner toegestuurd en hierin wordt de inwoner gewezen op zijn rechtsmiddelen.
Een woonvoorziening is een maatwerkvoorziening, zoals een (bouwkundige) woningaanpassing of een hulpmiddel, die het mogelijk maakt voor kinderen, jongeren en volwassenen om (langer) in hun eigen huis te blijven wonen. Een woonvoorziening kan worden toegekend wanneer er sprake is van een beperking in de zelfredzaamheid.
Er zijn verschillende voorzieningen die het mogelijk maken om langer zelfstandig te blijven wonen in de eigen leefomgeving. Het doel van deze voorzieningen is om het normale gebruik van de woning te waarborgen. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de essentiële woonfuncties, zoals slapen, lichaamsreiniging, toiletgebruik, het bereiden en eten van voedsel, en het verplaatsen binnen de woning, mogelijk blijven.
Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor het bewonen van een geschikte woning en tijdige verhuizing naar een geschikte woning. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat inwoners rekening houden met bekende en voorzienbare beperkingen. Bij ieder huisbezoek in het kader van de Wmo wordt de woonsituatie bekeken door de consulent. De consulent zal een advies uitbrengen over de woonsituatie met betrekking tot de verdere ontwikkeling van de beperkingen en dit vastleggen in een beschikking. De uitkomsten daarvan kunnen consequenties hebben voor aanvragen voor woonvoorzieningen die in de toekomst worden gedaan.
Het college stelt na een aanvraag voor een woonvoorziening een Programma van Eisen op waarmee minimaal twee offertes opgevraagd moeten worden door de aanvrager/inwoner. In het Programma van Eisen zijn de vereisten voor de woonsituatie op basis van de beperkingen van de inwoner opgenomen. Daarin wordt ook de voorzienbare situatie met betrekking tot de verdere ontwikkeling van de beperkingen meegenomen. De woonvoorziening dient conform het Programma van Eisen te worden gerealiseerd.
Als uit onderzoek blijkt dat verhuizen de goedkoopst compenserende voorziening is wordt er geen woonvoorziening verstrekt voor de woning waar de inwoner op dat moment zijn hoofdverblijf heeft en wordt het primaat van verhuizen opgelegd. Indien er na een afgestemde zoekperiode blijkt dat er zich geen reële mogelijkheid tot verhuizen heeft voorgedaan kan het college besluiten om alsnog een woonvoorziening toe te kennen.
Voor voorzieningen met betrekking tot woningsanering, die noodzakelijk zijn vanwege COPD en/of allergische aandoeningen, of voor de vervanging van tapijt dat niet geschikt is voor rolstoelgebruik, worden de maximale vergoedingsbedragen berekend. De hoogte van de vergoedingsbedragen wordt gebaseerd op de meest actuele NIBUD-prijzengids.
Artikel 34 Verhuiskostenvergoeding
Voor de inwoner die op grond van artikel 32, twaalfde lid niet in aanmerking komt voor een woonvoorziening, kan het college een eenmalige verhuiskostenvergoeding toekennen. Deze vergoeding wordt verstrekt als financiële tegemoetkoming en bestaat uit stofferingskosten en de huur van een vervoermiddel. Bij het vaststellen van de hoogte voor de verhuiskostenvergoeding wordt uitgegaan van de bedragen die het NIBUD hanteert voor de aanschaf van stoffering voor een woning. Voor de huur van een vervoermiddel wordt de prijs voor het huren van een verhuisbus of kleine vrachtwagen zonder chauffeur als uitgangspunt genomen.
Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het college rekening met de mate waarin de verhuizing te voorzien of te voorspellen was. In het geval van een verhuizing die in de levensloop verwacht of als voorspelbaar wordt beschouwd, wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend.
Wanneer inwoners voor wie het primaat van verhuizen geldt besluiten om niet te verhuizen, kan een verhuiskostenvergoeding verstrekt worden wanneer de woning technisch aanpasbaar is. Deze vergoeding moet worden gebruikt voor het uitvoeren van aanpassingen in de eigen woning conform het Programma van Eisen. Na deze aanpassingen komen inwoners niet meer in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding of verdere woningaanpassingen voor dezelfde beperkingen en de voorzienbaarheid van het verloop daarvan.
Een indicatie voor een verhuiskostenvergoeding wordt verstrekt voor een periode van zes maanden, mits het college de reële verwachting heeft dat er binnen deze termijn daadwerkelijk een geschikte woning beschikbaar komt. Indien er niet binnen de in de beschikking vastgestelde termijn wordt verhuisd, zal er een heronderzoek plaatsvinden. De indicatie kan eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien er in de eerste zes maanden geen geschikte woningen beschikbaar waren en de noodzaak om te verhuizen nog steeds aanwezig is.
Indien de inwoner niet binnen de vastgestelde termijn is verhuisd, terwijl er aantoonbaar wel mogelijkheden beschikbaar waren binnen de gemeente Hilvarenbeek en een straal van tien kilometer daaromheen, zal er geen woningaanpassing worden uitgevoerd. Een verhuiskostenvergoeding kan echter wel worden verstrekt, mits deze aantoonbaar wordt besteed aan het aanpassen van de huidige woning conform het Programma van Eisen.
Artikel 35 Vervoersvoorziening collectief vervoer
Een vervoersvoorziening is een maatwerkvoorziening die het mogelijk maakt voor een inwoner om zich te verplaatsen binnen de directe leefomgeving, met als doel de zelfredzaamheid en participatie te bevorderen. Onder de directe leefomgeving wordt verstaan: lokaal, plaatselijk en regionaal, tot een afstand van maximaal 25 kilometer van de woning.
Artikel 36 Algemene bepalingen collectief vervoer
De inwoner mag zich laten begeleiden door één begeleider. Wanneer het college medische begeleiding noodzakelijk acht, is de begeleider geen bijdrage verschuldigd. De inwoner kan in dat geval uitsluitend gebruikmaken van het Wmo-tarief indien wordt gereisd in aanwezigheid van een medisch begeleider. Een begeleider dient ten minste 18 jaar oud te zijn.
Voor vervoer dat buiten de reikwijdte van de Wmo valt, zoals vervoer naar medische behandelingen, woon-werkverkeer en leerlingenvervoer, kunnen inwoners en hun begeleiders gebruikmaken van het vervoer tegen de daarvoor door Regiovervoer Midden-Brabant vastgestelde tarieven. Voor iedere rit is een instaptarief verschuldigd, aangevuld met een tarief per kilometer.
Paragraaf 2 Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp
Artikel 38 Voorzieningen Jeugdhulp
Wanneer de individuele voorzieningen zoals opgenomen in deze nadere regels en de verordening onvoldoende aansluiten op de hulpvraag en het te behalen resultaat dan kan het college besluiten om een andere voorziening in te zetten. Het college kan hiertoe aanbod, dat niet onder overige en individuele voorzieningen valt, beschouwen als jeugdhulp op grond van de hardheidsclausule.
Artikel 39 Individuele voorzieningen op grond van de Jeugdwet
Het college kan zorg inzetten binnen vijf segmenten. Een uitgebreide omschrijving van de segmenten is terug te vinden op www.wegwijzerhvb.nl/jeugdhulp
Artikel 40 Zorgaanbod naast de segmenten
Het college kan naast de zorg uit de vijf segmenten ook andere producten inzetten. Dit zorgaanbod valt buiten de segmenten in verband met specifieke inzet en/of afspraken. Voor de beschrijving van de producten zie de website www.zorginregiohartvanbrabant.nl
Het college stelt de noodzaak voor vervoer van en naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden vast op basis van het afwegingskader Vervoer, dat terug te vinden is op www.zorginregiohartvanbrabant.nl/vervoer-jeugdhulp
Hoofdstuk 5 Bijdrage in de kosten
Artikel 42 Eigen bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen
De gemeente Hilvarenbeek vraagt voor alle maatwerkvoorzieningen, waarvoor dit binnen het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning is toegestaan, een eigen bijdrage in de kosten volgens het abonnementstarief die op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (Staatsblad 2019-319) is toegestaan, tenzij in het vervolg van deze nadere regels hiervan wordt afgeweken. Deze eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen wordt vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK) conform artikel 2.1.4, zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De eigen bijdrage voor beschermd wonen wordt via de centrumgemeente Tilburg geëffectueerd.
Artikel 43 Omvang van de eigen bijdrage
De omvang van de eigen bijdrage per maand wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden budget
Paragraaf 1 Algemene bepalingen persoonsgebonden budget
Artikel 45 Verstrekking op verzoek
Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt uitsluitend plaats op verzoek van de inwoner en na beoordeling van dat verzoek. Voor de jeugdige wordt de aanvraag ingediend door de ouder met gezag of de wettelijke vertegenwoordiger. Daarnaast is toestemming vereist overeenkomstig de in de Jeugdwet vastgelegde leeftijdsgrenzen.
Artikel 46 Uitsluiting persoonsgebonden budget
Indien voor een maatwerkvoorziening gelijktijdig een voorziening in natura wordt verstrekt, wordt voor diezelfde voorziening geen persoonsgebonden budget verstrekt aan dezelfde aanbieder.
Onder de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken, zoals bedoeld in het eerste lid, vallen onder ander het beheren van het persoonsgebonden budget, het behartigen van de belangen, het inkopen van passende ondersteuning, het opstellen van het budgetplan en plan van aanpak (pgb-ondersteuningsplan) en het bewaken van de kwaliteit van de in te zetten zorg.
Artikel 49 Verantwoording besteding persoonsgebonden budget
Een deel van de verantwoording van het persoonsgebonden budget vindt vooraf plaats via de zorgovereenkomst die de inwoner met de zorgaanbieder afsluit. Deze zorgovereenkomst wordt door de SVB beoordeeld en goedgekeurd. De gemeente beoordeelt de zorgovereenkomst op zorginhoudelijke aspecten. Daarnaast vindt jaarlijks achteraf verantwoording plaats via de SVB.
De pgb-budgethouder bewaart de in het tweede lid bedoelde documenten gedurende vijf jaar en verstrekt deze op verzoek (een kopie van) de gevraagde stukken aan de gemeente. De gemeente kan deze stukken opvragen in het kader van steekproefsgewijze controles op de rechtmatigheid en/of kwaliteit van het persoonsgebonden budget, dan wel naar aanleiding van een controle.
De inwoner is verplicht de verstrekte voorziening of de aangeschafte zaak gedurende de gebruiksduur adequaat te onderhouden en, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren.
Artikel 52 Algemene bepalingen economische levensduur en restwaarde bij persoonsgebonden budget
Indien een inwoner een met pgb aangeschafte voorziening binnen de economische levensduur niet langer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening in mindering gebracht op een eventueel nieuw te verstrekken pgb. Daarnaast wordt een eventueel verstrekt pgb voor instandhoudingskosten verrekend naar rato van de resterende periode van de economische levensduur.
Paragraaf 2 Persoonsgebonden budget Wmo
Artikel 55 Persoonsgebonden budget vervoersvoorziening collectief vervoer
Indien geen gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer, collectief vervoer niet mogelijk is en geen passend eigen vervoer beschikbaar is, en geen goedkopere passende vervoersvoorziening kan worden ingezet, kan een persoonsgebonden budget worden verstrekt voor vervoer per reguliere (rolstoel)taxi. De hoogte van dit budget wordt vastgesteld op basis van het feitelijke vervoerspatroon van de inwoner, met een maximum van 1.500 kilometer per jaar tegen het laagste tarief van de reguliere (rolstoel)taxi. Het college kan de inwoner verzoeken om één of meer offertes over te leggen en kan zelf een offerte opvragen ter toetsing.
Artikel 56 Persoonsgebonden budget voor begeleiding, dagopvang, OAD en kortdurend verblijf
Indien een maatwerkvoorziening noodzakelijk is voor begeleiding, dagbesteding, OAD of kortdurend verblijf, stelt het college allereerst vast of de inwoner, dan wel diens vertegenwoordiger, beschikt over voldoende regievaardigheden om de aan het persoonsgebonden budget (pgb) verbonden taken uit te voeren.
Artikel 57 Eisen ten aanzien van de zorgverlening
Om goede kwaliteit van zorgverlening te kunnen waarborgen stellen we eisen aan de kwaliteit van zorg(aanbieders).
Paragraaf 1 Kwaliteitseisen Wmo
Artikel 59 Kwaliteitseisen professioneel zorgverlener
Professionele zorgverleners dienen voor het verlenen van zorg voor begeleiding, dagbesteding, logeeropvang of beschermd wonen naast de eisen zoals opgenomen in artikel 58, derde lid, ook aan de navolgende eisen te voldoen om in aanmerking te komen voor het tarief van de professionele zorgverlener:
de zorgverleners beschikken over ervaringen, kwalificaties en/of opleidingen die passend zijn bij de te verrichten activiteiten, complexiteit en aard van de problematiek(en) van de cliënt. Dit kan blijken uit een registratie bij het registerplein voor een van de relevante beroepen of als voldaan wordt aan de eisen die vanuit dit beroepenregister gesteld worden aan opleiding en gedrag. Dit kan ook blijken uit een diploma van een relevante opleiding die is erkend door het Centraal Register Beroepsopleidingen (Crebo);
Artikel 60 Kwaliteitseisen professioneel pgb-zorgverlener begeleiding, dagbesteding en OAD
Om in aanmerking te komen voor een professioneel persoonsgebonden budget voor begeleiding individueel, dagbesteding, kortdurend verblijf en/of persoonlijke verzorging dient de zorgaanbieder op verschillende gebieden aan de volgende eisen te voldoen.
meldt onverwijld bij de toezichthouder wanneer zich een calamiteit heeft voorgedaan of wanneer sprake is van geweld bij de verstrekking van een voorziening, overeenkomstig artikel 3.4, eerste lid, van de Wmo 2015. De calamiteit of geweldsincident dient binnen drie dagen gemeld te worden via www.ggdhvb.nl/toezichtWmo;
Artikel 61 Kwaliteitseisen professioneel pgb-zorgverlener huishoudelijke ondersteuning
Om in aanmerking te komen voor een professioneel persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning dient de zorgaanbieder op verschillende gebieden aan eisen te voldoen.
de medewerkers die werkzaam zijn, verstrekken bij en naar aanleiding van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens, waaronder begrepen persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens, als bedoeld in de Avg, voor zover deze voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn;
wordt niet onderzocht door het college van de Gemeente Hilvarenbeek of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden overlegd bij de aanvraag voor het persoonsgebonden budget;
Artikel 62 Kwaliteitseisen professioneel pgb-zorgverlener beschermd wonen
Om in aanmerking te komen voor een professioneel persoonsgebonden budget voor beschermd wonen, dient de zorgaanbieder te voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de geldende verordening van de centrumgemeente Tilburg en de daarop gebaseerde nadere regels.
Paragraaf 2 Kwaliteitseisen Jeugdhulp
Artikel 63 Kwaliteitseisen algemeen
Dit artikel is van toepassing op alle jeugdhulpaanbieders die ondersteuning bieden aan jeugdigen en hun ouders. De jeugdhulpaanbieder voldoet aan de volgende kwaliteitseisen:
De jeugdhulpaanbieder meldt aan de budgethouder, diens eventuele vertegenwoordiger en de gemeente indien hij onderwerp is, was of wordt van een onderzoek door een toezichthoudende instantie, zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit, een zorgverzekeraar of een andere gemeente.
Indien het college een controle uitvoert, verleent de jeugdhulpaanbieder hieraan kosteloos medewerking. Deze controles kunnen onder meer betrekking hebben op de inhoudelijke kwaliteit, de feitelijke levering en de doel- en rechtmatigheid van de gedeclareerde jeugdhulp. De jeugdhulpaanbieder verstrekt alle gevraagde gegevens en biedt inzage in relevante administraties, waaronder personele en financiële gegevens. De uitvoering van controles mag de continuïteit van de dienstverlening niet in gevaar brengen, ter beoordeling van het college.
Artikel 64 Kwaliteitseisen informeel pgb-zorgverlener
Indien de jeugdige en/of diens ouder(s) een persoonsgebonden budget inzet voor ondersteuning door een informele zorgverlener, verklaart deze zorgverlener in het budgetplan dat hij verantwoorde hulp biedt en voldoet aan de van toepassing zijnde kwaliteitseisen, zoals opgenomen in artikel 63, derde, vijfde, zevende en achtste lid.
Artikel 65 Kwaliteitseisen professioneel pgb-zorgverlener
De budgethouder kan een individuele voorziening betrekken van een informeel zorgverlener, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de jeugdhulpaanbieder organiseert de hulpverlening zodanig en beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel dat verantwoorde hulp wordt geboden, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarvan is in ieder geval sprake indien:
medewerkers worden ingezet met kwalificaties die passend zijn bij de aard van de hulpverlening. Hierbij wordt uitgegaan van relevante beroeps- en kwaliteitsregistraties, zoals het BIG-register, het SKJ-register, het SRVB en het KRHB, alsmede de geldende regionale eisen zoals opgenomen in de tariefonderbouwing voor gecontracteerde jeugdhulp in Regio Hart van Brabant. De kwalificaties van medewerkers zijn op verzoek beschikbaar voor inzage door de gemeente en, voor zover passend binnen de geldende privacywetgeving, door de cliënt;
een passend personeelsbeleid wordt gevoerd, waaronder in ieder geval een verantwoorde inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, scholing ten aanzien van de omgang met (gevoelige) persoonsgegevens en een verantwoorde inzet van medewerkers die nog niet beschikken over de vereiste kwalificaties wordt verstaan.
indien sprake is van behandeling in het kader van jeugd- en opvoedhulp, is een gekwalificeerde gedragswetenschapper beschikbaar onder wiens verantwoordelijkheid de behandeling wordt uitgevoerd. Deze gedragswetenschapper is geregistreerd in het BIG-register, het Kwaliteitsregister Jeugd of een ander relevant beroepsregister;
indien sprake is van behandeling in het kader van jeugd-GGZ, is een gekwalificeerde en BIG-geregistreerde hoofdbehandelaar beschikbaar onder wiens verantwoordelijkheid de behandeling wordt uitgevoerd. De rol en verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar zijn vastgelegd in een kwaliteitsstatuut dat is geregistreerd bij het Zorginstituut Nederland.
De zorgaanbieder beschikt over een toegankelijke klachtenregeling. In geval van een zorginstelling betreft dit een klachtencommissie. In het geval van een zelfstandige zonder personeel betreft dit een duidelijk vastgelegde klachtenprocedure. De zorgaanbieder maakt deze kenbaar aan de jeugdige en diens ouder(s).
Hoofdstuk 8 Financiële tegemoetkoming meerkosten
Artikel 66 Financiële tegemoetkoming meerkosten sportrolstoel of een vergelijkbare sportvoorziening
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een sportrolstoel of een vergelijkbare sportvoorziening bedraagt € 3.818,00 in 2026. In dit budget is tevens het onderhoud inbegrepen en dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor hulpmiddelen in natura. Een sportvoorziening wordt verstrekt indien de inwoner gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bij een gehandicaptensportvereniging of via http://www.unieksportenbrabant.nl een voorziening te lenen om te bezien of hij daadwerkelijk de sport gaat beoefenen. Een sportvoorziening kan ook verstrekt worden als de inwoner aantoonbaar lid is van een sportvereniging waar de maatwerkvoorziening voor nodig is en de inwoner deze sport al langer uitoefent.
Het Besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2023 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van deze nadere regels, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van voorzieningen die vóór de inwerkingtreding van deze nadere regels zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken dan wel indien de looptijd van de indicatie is verstreken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-395263.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.