Interim-beleidsnotitie Standplaatsen

Inleiding

Uit diverse ontwikkelingen op het standplaats- en ventgebied, die de afgelopen tijd de revue zijn gepasseerd, blijkt dat de huidige Beleidsnotitie Standplaatsen aanpassing behoeft. De Beleidsnotitie Venten is inmiddels al aangepast vastgesteld. Met het huidige standplaatsenbeleid krijgen wij steeds meer te maken met ongewenste ontwikkelingen en ook op vragen uit de markt kunnen wij niet inspelen.

In deze notitie trachten wij de noodzaak aan te tonen voor aanpassing van het beleid en geven wij aanzetten voor nieuw beleid.

 

De Beleidsnotitie Standplaatsen is (samen met de Beleidsnotitie Venten) een regelinstrument om verstoring van de openbare orde en/of ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen op het gebied van de ambulante handel. In de meest ideale situatie zou iedereen die dat wil een standplaats moeten kunnen innemen. Echter het feit dat ruwweg 80% van Terschelling natuurgebied is, er waardevolle dorpsgezichten zijn, de verkeersdoorstroming niet overal een standplaats toestaat, dwingt ons tot het instellen van een vergunningstelsel waarmee we bovengenoemde waarden kunnen beschermen.

 

Geschiedenis

Over het gemeentelijk standplaatsvergunningenbeleid is-in-het-verleden het nodige te doen geweest. In veel gemeenten werden de APV-bepalingen over standplaatsen gebruikt ter bescherming van de plaatselijke middenstand. De Kroon bepaalde echter dat gemeentelijke belangen niet in het leven geroepen mogen worden om uitsluitend de belangen van een bepaalde groep ingezetenen te behartigen. De problematiek rondom het vent- en standplaatsvergunningenbeleid heeft grote vormen aangenomen bij de intrede van de AROB-rechtspraak in 1976. Bepalingen moesten in het juiste hoofdstuk van de APV worden ondergebracht. Dat is ook gebeurd. Nu staat het onderdeel standplaatsen onder hoofdstuk 5, artikel 5.2.3, "andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente", waardoor ook aan welstand kan worden getoetst.

Op grond van dit artikel is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:

  • a)

    met een voertuig, een kraam, een tent, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden;

  • b)

    anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek;

Een standplaatsvergunning kan worden geweigerd:

  • a)

    in het belang van de openbare orde;

  • b)

    in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

  • c)

    indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  • d)

    in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;

  • e)

    wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

  • f)

    vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.

Het gemeentebestuur kan beleid vaststellen voor de uitgifte van standplaatsvergunningen aan de hand van de hierboven genoemde gronden. Op 13 mei 1985 is de eerste Beleidsnotitie inzake uitgifte ventvergunningen en standplaatsvergunningen vastgesteld door de raad. Omdat in de loop der jaren de druk op standplaatsen steeds meer opliep, is het deel standplaatsen uit de beleidsnotitie van 1985 gehaald en als een aparte beleidsnotitie opgezet. Op 29 april 1997 en 6 november 2001 heeft het college in de Beleidsnotitie

 

Standplaatsen aanpassingen vastgesteld. Voor het onderdeel venten bleef de notitie uit 1985 het kader. Op 3 augustus 2004 is een geheel herziene Beleidsnotitie Venten vastgesteld. Normaliter is de looptijd van een notitie 5 jaar. In november 2009 zou een "opfrisbeurt" van de Beleidsnotitie Standplaatsen kunnen plaatsvinden.

 

Redenen tot vaststellen interim-beleid

Laatstelijk is op 28 november 2006 standplaatsenbeleid van de gemeente Terschelling vastgesteld. Het standplaatsenbeleid heeft volgens dat beleid een looptijd van vijf jaar. Hoewel dat standplaatsenbeleid nooit is ingetrokken en feitelijk is voortgezet, kan discussie bestaan over de vraag of het college het betreffende beleid nog wel mag toepassen. Op dit moment is nieuw standplaatsenbeleid in voorbereiding. Daarvan valt te voorzien dat het in het derde kwartaal van 2026 door het college wordt vastgesteld en nadien in het vierde kwartaal door de gemeenteraad. Na participatie zal het nieuwe beleid aldus vanaf half 2027 van kracht zijn. In de tussentijd bestaan echter geen beleidsmatige kaders waaraan gevraagde standplaatsvergunningen kunnen worden getoetst. Ten behoeve van de rechtszekerheid wordt het feitelijk al toegepaste beleid van het standplaatsenbeleid 2006 nu als interim-beleid van het college vastgesteld, in afwachting van de vaststelling van het nieuwe standplaatsenbeleid door de gemeenteraad. Het interim-beleid sluit daarbij zoveel mogelijk aan op het in 2006 vastgesteld beleid en is een voortzetting van het sindsdien feitelijk uitgevoerde beleid.

 

Bestaande situatie

Op Terschelling wordt momenteel op de volgende locaties standplaats ingenomen:

  • 1.

    Havenplein te West-Terschelling, mobiele snackkiosk van de heer J.H. Lettinga

  • 2.

    Havenplein te West-Terschelling, mobiele viskiosk van de heer A. Lettinga en mevrouw G. Lettinga-Hogenesch

  • 3.

    parkeerterrein Duinweg te West-Terschelling, snackwagen van de heren A. en J. van Dijk (winterperiode)

  • 4.

    bij het pand Oosterburen 2 (C1000) te Midsland, visverkoopwagen van de heer N.J.H. Heetkamp

  • 5.

    op het parkeerterrein aan de Badweg te Hoorn, snackwagen van de heren A. en J. van Dijk (zomerperiode)

  • 6.

    op het parkeerterrein te Midsland aan Zee, tractie (ijscokar) van de heer M. Swart

  • 7.

    op de driesprong van de Badweg West en de Longway, tractie (ijscokar) van de heer M. Swart)

  • 8.

    op het kruispunt van de Badweg West en het fietspad West-Terschelling-Midsland, tractie (ijscokar) van de heer M. Swart

  • 9.

    op de strandovergang te West aan Zee, kiosk van de heer A. v.d. Hoek

  • 10.

    op de strandovergang te Midsland aan Zee, kiosk van de heer G. van Dieren en mevrouw I. van-Dieren-Bouwmeester

  • 11.

    Brandarisplein, visverkoopwagen van de heer A. v.d. Meulen (vervallen)

1. mobiele snackkiosk Havenplein te West-Terschelling (J.H. Lettinga).

In relatie tot de zorg voor het uiterlijk aanzien, geldt voor standplaatsen die gedurende een bepaalde periode permanent worden ingenomen, als beleidsregel dat deze standplaatsen maximaal 9 maanden per jaar mogen worden ingenomen. Op grond van deze beleidsregel mag met de snackkiosk op het Havenplein, standplaats worden ingenomen van 1 maart tot en met 30 november, waarbij geen beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de openingsuren. Uit het oogpunt van een gelijkberechtiging met andere standplaatshouders is het raadzaam om één sluitingsregiem vast te stellen. Daarbij is het raadzaam om juist in de nachtelijke uren de standplaatsen gesloten te hebben. Immers de publieksaantrekkende werking in de nachtelijke uren kan ernstige overlast tot gevolg hebben.

In de notitie van 1991 is al vastgelegd dat het uiterlijk aanzien niet is gediend met een verdere uitbreiding van de periode waarin de standplaats mag worden ingenomen. Vooral in de stille winterperiode valt een dergelijke snackkiosk op het Havenplein erg op.

 

2. mobiele viskiosk Havenplein te West-Terschelling (A. Lettinga/G. Lettinga-Hogenesch).

Deze standplaats is wat betreft openingsuren en wat betreft grootte van het verkoopmiddel steeds verder uitgebreid. De mobiele viskiosk mag evenals de snackkiosk van de heer J.H. Lettinga van 1 maart tot en met 30 november standplaats innemen op het Havenplein, echter verkoop mag slechts plaatsvinden tussen 11.00 - 19.00 uur. Na beëindiging van de verkoop dient de kiosk van het Havenplein te worden verwijderd. Dit is dus een afwijkende bepaling ten opzichte van de voorschriften van de heer J.H. Lettinga.

Er ligt al enige tijd een verzoek van de heer en mevrouw Lettinga voor een permanente standplaats voor hun (nieuwe) kiosk in de periode 1 maart - 30 november. Als gevolg van de verscherpte ARBO-eisen hebben zij een grotere viskiosk aangeschaft. Het dagelijks verrijden van deze kiosk geeft veel problemen gezien de verkeersdrukte, moeilijke toegang tot de Pirolastraat (waar hun huis staat en waar zij stroom afnemen voor de wagen) en het gebrek aan parkeerruimte in deze straat.

 

Beoordeeld is of de aanvraag tot verruiming zich verdraagt met de weigeringsgronden in APV-artikel 5.2.3. Door de viskiosk te laten staan in de aangevraagde periode, wordt naar onze mening niet of nauwelijks méér afbreuk gedaan aan het uiterlijk aanzien ter plaatse. De wagen staat immers al een groot deel van de dag op het Havenplein, al of niet open voor verkoop. De viskiosk staat naast de snackkiosk van de heer J.H. Lettinga. Naar onze mening kan niet worden gesteld dat gelijkschakeling van de voorschriften met betrekking tot de uren waarop de wagen mag blijven staan een nadelige invloed zal hebben op de openbare orde voor de nabije omgeving en gebouwen. Het is niet te verwachten dat overlast zal ontstaan voor de omgeving en voor het overige publiek dat op het Havenplein aanwezig is. De viskiosk levert ook geen gevaar op voor de verkeersveiligheid en -vrijheid. De kiosk staat immers op het gedeelte van het Havenplein dat is ingericht en bestemd voor voetgangers. Ter plaatse is voldoende ruimte om de wagen aan de voor- en achterzijde te passeren. De viskiosk vormt dan ook geen belemmering voor de doorstroming van voetgangers. Met betrekking tot het uiterlijk aanzien van de omgeving zal de permanente aanwezigheid van de tweede kiosk nauwelijks méér negatieve invloed hebben. Alles overziend lijkt het ons redelijk om de voorschriften voor beide kiosken gelijk te trekken. Buiten het feit dat het een gelijke behandeling betreft in een gelijke situatie, is het dagelijks rijden met de grote kiosk verkeerstechnisch gezien niet wenselijk, vooral niet in de drukke zomermaanden. Verderop in deze notitie gaan wij verder in op de tenaamstelling van standplaatsvergunning op de naam van de heer en mevr. Lettinga. De vergunde periode is altijd van 1 maart tot 1 december geweest vanwege het uiterlijk aanzien van het Havenplein. Wij pleiten er voor om ook de maand november geen standplaats toe te staan in verband met het uiterlijk aanzien. Bij het gelijktrekken van beide vergunningen hoort ook het vastleggen van de afmetingen. De afmetingen-van het verkoopmiddel van de snackwagen is we vastgelegd in de vergunning in tegenstelling tot de afmetingen van het verkoopmiddel van de heer en mevr. Lettinga. Hiermee kan worden voorkomen dat er een ongebreidelde uitbreiding qua grootte van de verkoopmiddelen ontstaat. Er blijken problemen te zijn tussen beide uitbaters wat betreft het assortiment eetwaren. Dit heeft geresulteerd in een bijna gelijk eetwaren assortiment bij beide standplaatshouders. Voorheen was er een scheiding tussen snacks, frituur e.d. en vis. Dat is echter een kwestie van concurrentie waar de gemeente zich niet mee bemoeit.

 

De voorschriften voor deze beide standplaatsen worden gelijkgetrokken. Voor alle standplaatsen geldt dat de afmetingen van de standplaats vastgelegd worden in de vergunning.

 

nieuwe ontwikkelingen Havenplein

Er was destijds behoefte van de beide ondernemers op het Havenplein om de verkoop te verbreden over het hele jaar. Een eerste plan betrof een verkoopruimte in de veerbootterminal voor beide ondernemers. Door deze integratie zou het uiterlijk aanzien van het Havenplein worden verbeterd. Ook zou dan de verkoop het hele jaar door kunnen gaan. Het is echter gebleken dat Rederij Doeksen totnogtoe niet wenst mee te werken aan inbouw van een dubbele kiosk in de terminal. Ook is de laatste jaren het terminalgebouw diverse keren onder water gelopen bij extreem hoog water. Dat maakt het voor een ondernemer minder aantrekkelijk om te investeren. Een tweede optie was een gezamenlijk bouwplan van beide ondernemers voor een permanent gebouw op de plaats waar nu de beide kiosken staan. Dit plan is in een later stadium gestrand op onenigheid. Gelet op de toekomstige ontwikkeling van het Havenplein is er wellicht de mogelijkheid om Rederij Doeksen nogmaals te benaderen over een geïntegreerde verkoopkiosk in de terminal. Hiervoor is natuurlijk ook noodzakelijk dat de problemen door hoog water voorkomen worden.

Apart aandacht behoeft de fietsenverhuur op het Havenplein. Twee fietsenverhuurders hebben een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd om vooraf bestelde fietsen af te geven op een bepaald gedeelte van het Havenplein. Op dat moment nemen zij standplaats in. Rechtszaken rondom andere fietsenverhuurders op dit plein leren dat de gemeente in ieder geval in haar recht staat als het gaat om de vergunningplichtigheid van de activiteiten. Afhankelijk van de mogelijke andere indeling van het Havenplein zal moeten worden bezien hoe de fietsenverhuur hier gestalte kan krijgen.

 

In de huidige Beleidsnotitie Standplaatsen staat het algemene uitgangspunt dat het aantal standplaatsen op de haven in het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving niet wordt uitgebreid ten opzichte van de huidige twee, alsook dat een verdere verruiming van de mogelijkheden om ambulante handel uit te oefenen op het Havenplein, niet zal worden toegestaan. Deze standpunten worden gehandhaafd met uitzondering van de tijdelijke standplaats van de Oerolorganisatie tijdens het Oerolfestival. In overleg met Rederij Doeksen en de standplaatshouders zal opnieuw worden bezien of integratie in de veerhaventerminal in de toekomst mogelijk is. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met extreem hoog water. Eventuele plannen op dit gebied zullen positief worden benaderd, zodat de beide standplaatsen op het Havenplein kunnen verdwijnen. Het uiterlijk aanzien van het Havenplein zal hierdoor een positieve impuls krijgen. Wellicht kan dit worden meegenomen bij de herinrichting van het Havenplein tengevolge van de komst van de nieuwe "Koegelwieck" of bij andere toekomstige havenplannen.

 

Het aantal standplaatsen op het veerhaventerrein wordt niet verder uitgebreid. In overleg met rederij Doeksen zal worden bekeken of integratie in de veerhaventerminal in de toekomst mogelijk is. De huidige standplaatsen zullen dan verdwijnen. Bij herinrichting van het veerhaventerrein wordt ook de uitgifte van fietsen meegenomen.

 

3. Snackwagen op het parkeerterrein Duinweg te West-Terschelling. (de heren A. en J. van Dijk)

Op het parkeerterrein aan de Duinweg te West-Terschelling mag in de periode van 1 november tot 1 april standplaats worden ingenomen van 16.00 tot 20.00 uur met een snackwagen op de locatie die door het college is aangewezen en door middel van palen met een ketting is gemarkeerd. Zie voor de ten naamstelling van de vergunning verder in deze notitie. De huidige standplaatshouders hebben in december 2005 te kennen gegeven dat zij met ingang van de winter 2005/2006 geen gebruik meer willen maken van deze standplaats. Er is echter geen reden deze standplaats op te heffen. Op het parkeerterrein is 's winters nog voldoende ruimte in de vergunde tijdsperiode voor het overige parkeren. Een snackwagen is een goede aanvulling van het voorzieningenpakket. De standplaats kan opnieuw worden uitgegeven.

 

Vrijgekomen standplaatsen waarvoor nog geen gegadigden zijn, worden middels publicatie opnieuw aangeboden. Bij meerdere gegadigden zal uitgifte plaatsvinden middels loting.

 

4. Visverkoopwagen in het centrum van Midsland. (de heer N. Heetkamp)

In de beleidsnotitie standplaatsen van 1997 is ten aanzien van deze standplaats vastgelegd dat de standplaats bij de Nederlands Hervormde kerk te Midsland het gehele jaar mag worden ingenomen van 10.00 tot 18.00 uur. Bij de herinrichting van de Oosterburen is een standplaats gecreëerd die de karakteristieke waarde van de straat zo min mogelijk aantast. Deze standplaats is gelokaliseerd naast het pand Oosterburen 2. De visverkoopwagen staat hierdoor niet meer prominent in het straatbeeld, waardoor de wagen minder inbreuk maakt op het uiterlijk aanzien van de directe omgeving. De gewijzigde locatie heeft ook gunstige gevolgen voor de verkeersvrijheid en -veiligheid. Het innemen van standplaats op deze locatie heeft verder geen nadelige invloed op de openbare orde in de omgeving en veroorzaakt dus niet of nauwelijks overlast in de zin van APV-artikel 5.2.3. Om te voorkomen dat gestalde fietsen de toegang naar de deur van het pand Oosterburen 2 belemmeren, moet de vergunninghouder een voorziening treffen om deze deur vrij te houden. In vergunningvoorschrift 7 van de heer Heetkamp staat: "de vergunninghouder is te allen tijde verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op en bij het verkooppunt. Dit betekent onder andere dat hij de toegang naar de deur van het pand Oosterburen 2 te allen tijde dient vrij te houden". Uit deze tekst zou kunnen worden opgemaakt dat de heer Heetkamp alleen zijn visverkoopwagen zo moet plaatsen dat de deur vrij blijft. De bedoeling is dat het ook onmogelijk wordt gemaakt dat men fietsen bij of tegen de deur plaatst waardoor de toegang onmogelijk wordt.

 

Als uitgangspunt blijft gelden dat één standplaats in de kern van Midstand zoals deze momenteel is gesitueerd, mogelijk is.

het voorschrift over het vrijhouden van de toegangsdeur wordt veranderd waardoor de strekking duidelijker wordt. Het voorschrift wordt nu:

  • voorschrift 7: de vergunninghouder is altijd verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op en bij het verkooppunt

  • voorschrift 8: De vergunninghouder dient voorzieningen te treffen waardoor de doorgang van en naar de deur van het pand Oosterburen 2 wordt vrijgehouden tijdens het innemen van de standplaats.

 

Als geen standplaats wordt ingenomen gedurende een deel van het jaar is hiermee de weg geblokkeerd voor andere ondernemers. Dat is niet de bedoeling.

 

Momenteel (leges 2007) loopt de leges als volgt:

 

Maximaal 1 week

€ 11,15

Maximaal 1 maand

€ 34,05

Maximaal 1 kwartaal

€ 67,05

1 jaar

€ 134,00

 

Voor meer dan een kwartaal is de jaarvergunning financieel het gunstigst. Dit houdt in dat iemand die maar 3/4 jaar of minder standplaats inneemt, toch een jaarvergunning aanvraagt. Hiermee is de weg afgesloten voor anderen die het gat willen opvullen. Het voorzieningenniveau zou er mee gebaat zijn als de legesopbouw uitnodigt tot een maatvergunning.

 

De heer H. Starrenburg is uitbater van de viswinkel in de Trompstraat. Hij wordt regelmatig gevraagd of om Oost geen uitbreiding mogelijk is van de visverkoop. In de periode dat de heer Heetkamp geen standplaats inneemt, moeten klanten voor vis naar West. Volgens de heer Starrenburg wordt tot uiterlijk oktober standplaats ingenomen door de heer Heetkamp. De heer Starrenburg wil in de maanden dat geen standplaats wordt ingenomen op deze plaats staan. Het zou in ieder geval een goede uitbreiding van de voorzieningen kunnen zijn.

 

In zijn algemeenheid geldt dat een standplaats moet worden ingenomen. Het niet innemen van een standplaats kan leiden tot intrekken van de vergunning of het niet verlenen voor het volgende jaar . Het voorzieningenniveau is maatgevend. Een vergunninghouder kan vergunning aanvragen voor delen van het jaar. De leges zullen hierop worden aangepast.

 

5. Snackwagen op het parkeerterrein aan de Badweg te Hoorn (de heren A. en J. van Dijk)

Deze standplaats mag worden ingenomen van 12.00 tot 20.30 uur in de periode van 1 april tot 1 november door de heren A. en J. van Dijk. Staatsbosbeheer is eigenaar van het parkeerterrein. Op grond van de gebruiksovereenkomst, die Staatsbosbeheer heeft gesloten met de heren A. en J. van Dijk, mogen zij de standplaats innemen van 1 april tot 1 november. Hun vergunning sluit aan bij deze periode.

 

Dit beleidsstandpunt blijft vooreerst ongewijzigd. Eventuele wijzigingen dienen eerst met Staatsbosbeheer te worden besproken.

 

6/7/8. IJsverkoopwagens M. Swart

De heer M. Swart heeft drie ijscokarren (tracties genaamd in de vergunning). Twee karren worden door een paard getrokken en één is een motorbakfiets. In feite is de motorbakfiets geen tractie (getrokken voertuig). De paardentracties rijden voornamelijk op het strand. Een vierde wagen betrof een handkar. Hier is de laatste jaren geen vergunning voor aangevraagd. Deze vergunning is dus ambtshalve vervallen. In de beleidsnotitie 1991 wordt overigens nog wel het aantal van vier tracties genoemd. De heer Swart vent naast ijs met frisdrank en snoepgoed. Hij heeft tevens vergunning om standplaats in te nemen op:

  • 1.

    het parkeerterrein te Midsland aan Zee

  • 2.

    op de driesprong van de Badweg West en de Longway

  • 3.

    op het kruispunt van de Badweg West en het fietspad Midsland-West-Terschelling

Deze standplaatsen mogen de gehele dag worden ingenomen, maar in de praktijk gebeurt dit niet. De standplaatsen worden ook niet structureel ingenomen, alleen indien de (weers-) omstandigheden daartoe aanleiding geven.

 

De heer Swart neemt een bijzondere positie in bij de standplaatsvergunninghouders, want hij heeft drie standplaatsvergunningen op één naam en neemt in ieder geval bij twee locaties niet persoonlijk standplaats in.

 

Een moeilijk punt blijft dat van de schaarse standplaatslocaties een aantal korttijdelijk wordt ingenomen. Andere ondernemers zouden hier ook wel willen staan. Voor zover is na te gaan, wordt de locatie kruispunt van de Badweg West en het fietspad Midsland-West-Terschelling zelden ingenomen. Hierover dient een gesprek aangegaan te worden met de heer Swart. Het moet niet zo zijn dat de standplaatsvergunning wordt benut om concurrentie uit te sluiten.

 

Ambtshalve wordt de benaming voor de verkoopmiddelen van de heer Swart veranderd in: "twee paardentracties en een motorbakfiets ten behoeve van de verkoop van ijs, frisdrank en snoepgoed"

 

9. Kiosk strandovergang te West aan Zee

Algemeen: De kiosken op de strandovergangen van West aan Zee en Midsland aan Zee zijn nooit benoemd in het standplaatsenbeleid omdat ze worden gerekend tot verlengstukken van de strandpaviljoens. De strandpaviljoens zelf vallen ook buiten de Beleidsnotitie Standplaatsen, want dit is geregeld in de Beleidsnotitie Strandpaviljoens. De aparte kiosken zijn opgenomen in de vergunning van de strandpaviljoens en worden dus niet apart vergund. Deze kiosken horen eigenlijk wel thuis in de Beleidsnotitie Standplaatsen.

De kiosk te West aan Zee wordt al een aantal jaren niet meer geplaatst. De eigenaar heeft aangegeven de plaats wel te willen handhaven in verband met een eventuele opvolger. Hij geeft aan dat hij hiervoor ook elk jaar betaalt. Zelf zal hij geen kiosk meer neerzetten.

 

10. Kiosk strandovergang te Midsland aan Zee

De kiosk te Midsland aan Zee staat alle jaren op het hoogste punt van de strandovergang.

 

De standplaatsen voor de kiosken bij de strandpaviljoens vallen onder deze standplaatsen-notitie en deze zullen apart worden vergund.

Het beleid is dat een standplaats moet worden ingenomen, anders wordt de vergunning ingetrokken. Dit geldt dus ook voor deze standplaatsen. De heer Hoek moet hierop worden gewezen.

 

Werkwijze met betrekking tot de vergunningverlening.

Hieronder zullen wij puntsgewijs een aantal aanbevelingen doen met betrekking tot de vergunningverlening. Hoe duidelijker de grenzen liggen, hoe minder werk er is om ad-hoc aanvragen te beoordelen.

 

Jaarlijks aanvragen

Het college gebruikt als vaste beleidsregel dat standplaats- en ventvergunningen jaarlijks moeten worden aangevraagd. De argumenten waarop deze beleidsregel is gebaseerd, zijn nog steeds van toepassing. Vergunningverlening voor langere tijd geeft natuurlijk enige vermindering van werkzaamheden, zowel voor de aanvrager als voor de gemeentelijke medewerkers. Daar staat echter tegenover dat de situatie onoverzichtelijker wordt. In het huidige systeem is duidelijk welke ondernemer in het betreffende jaar in aanmerking wenst te komen voor een vergunning en daar normaal gesproken ook gebruik van zal maken. Bij meerjarige vergunningen is dit niet het geval. Gebleken is dat vergunninghouders die geen gebruik meer wensen te maken van hun vergunning, dit niet altijd melden bij de gemeente. Een ander die gebruik van de locatie zou willen maken, heeft dan -in ieder geval gedurende een bepaalde periode- geen kans. Als laatste punt wijzen wij op het feit dat elke standplaatslocatie in de toekomst in theorie een wijziging kan ondergaan (b.v. door bouwplannen).

 

  • Vergunningen worden per jaar verleend.

  • E en vergunning is niet overdraagbaar.

  • Er wordt geen wachtlijst opgesteld indien het aantal aanvragen de beschikbare locaties overtreft.

  • Voor de inschrijving voor een nieuwe of vrijgekomen standplaats wordt een termijn gegeven. Bij meer belangstellenden voor een standplaats, beslist loting.

 

Oude beleid met betrekking tot de overdracht van vergunningen.

In de beleidsnotitie van 2001 zijn een aantal regels ontwikkeld voor overdracht van de vergunning. Deze regels zijn:

  • De vergunninghouder dient het voornemen om zijn standplaats over te willen dragen tijdig kenbaar te maken aan de gemeente.

  • De gemeente maakt het vrijkomen van de standplaats bekend in de lokale krant.

  • Gegadigden moeten zich binnen 2 weken na de bekendmaking schriftelijk melden.

  • Gegadigden die overeenstemming hebben met degene die de opstallen, goodwill, etc. wil overdragen en akkoord gaat met de condities die de gemeente ter zake stelt, hebben voorkeur in de toewijzing.

Deze regels zijn tot op heden nog niet toegepast op een feitelijke overdracht van "gewone" standplaatsen. Wel is deze regeling toegepast bij de overdracht van de standplaatsvergunningen voor strandpaviljoens. Dit is niet geheel correct. Op pagina 13 van de huidige Beleidsnotitie Standplaatsen wordt uitdrukkelijk gesteld dat het beleid niet is bedoeld voor de standplaatsen van de strandpaviljoens, daar dit is vastgelegd in de Beleidsnotitie Strandpaviljoens. Maar het feit dat het is gebeurd, heeft ons wel de praktijk van dergelijke regels geleerd.

 

Deze regeling is in het leven geroepen onder andere om te voorkomen dat er handel zou worden gedreven in standplaatsvergunningen. Het feit dat de vergunning persoonsgebonden is, voorkomt deze mogelijkheid. Daarnaast werd gesteld dat het ook in het voordeel van de vertrekkende vergunninghouder was, omdat hij had geïnvesteerd, maar ook in het belang van derden, dat het vrijkomen van de standplaats algemeen kenbaar werd gemaakt. In de praktijk van de overdracht van strandpaviljoens is geen meerwaarde gebleken uit deze regeling voor overdracht.

 

Nieuw beleid.

Gezien het feit dat deze regeling al niet bedoeld was voor de overdracht van strandpaviljoens en er geen meerwaarde uit is gebleken, zal deze regeling komen te vervallen, zowel voor strandpaviljoens als voor gewone standplaatsen. Om de standplaatshouder gelegenheid te geven zijn verkoopwagen door te verkopen, zal de standplaats in eerste instantie worden aangeboden aan de aanvrager die het recht heeft of het recht verwerft op de opstal. Dat kan dus de (potientiële) koper zijn, of bijvoorbeeld bij overlijden de partner van de vergunninghouders. Om in het bezit te komen van een vergunning moet de aanvrager uiteraard wel aan de overige criteria, gesteld in deze notitie voldoen.

Mocht de verkoopwagen niet worden doorverkocht, maar de standplaats wel vrijkomen, omdat de standplaatshouder er mee stopt, zal de standplaats via een advertentie in de Terschellinger worden aangeboden. Indien er meerdere gegadigden zijn voor deze vrijgekomen standplaats, zal deze via loting worden toegewezen.

 

De regeling voor overdracht van standplaatsen vervalt. Indien er meerdere gegadigde zijn voor een vrijgekomen standplaats, dan zal worden gewerkt met de hiervoor aangegeven regeling van toewijzing, t.w. loting indien er meerdere gegadigden zijn.

 

Innemen van de standplaats

In een aantal standplaatsvergunningen is het voorschrift opgenomen dat de vergunninghouder verplicht is de standplaats daadwerkelijk in te nemen, tenzij bijzondere omstandigheden (ziekte, vakantie) dit onmogelijk maken. Dit dient te worden gemeld aan het college. De ondernemer kan dan een verzoek indienen voor een tijdelijke vervange(ste)r, of neemt geen standplaats in. In andere vergunningen is daarbij nog het woord "zelf' geplaatst. Het verschil is dat de ene vergunninghouder fysiek aanwezig dient te zijn en de andere er slechts voor hoeft te zorgen dat er standplaats wordt ingenomen, om het even wie er in of bij het verkoopmiddel staat. De fysieke aanwezigheid van de vergunninghouder is destijds ingevoerd in bepaalde vergunningen om het mogelijk te maken dat de standplaats bij de Brandaris uiteindelijk zou verdwijnen. Immers, bij het niet fysiek aanwezig zijn van de vergunninghouder zou een standplaats in handen kunnen blijven van de vergunninghouder tot zijn of haar dood omdat personeel in dienst is genomen. Hierdoor zouden andere gegadigden geen kans kunnen krijgen. In ieder geval zou het heel lang kunnen duren. Het is de vraag of de gemeente dit moet regelen. Vanuit APV-oogpunt is het onbelangrijk wie de standplaats inneemt, als het maar gebeurt conform de voorschriften. Met het daadwerkelijk innemen van een standplaats wordt voorkomen dat iemand slechts vergunning aanvraagt om concurrentie te voorkomen. Er dient wel toezicht te worden gehouden op het daadwerkelijk innemen van de standplaats.

De drie standplaatsen van de heer Swart worden niet permanent ingenomen. Dat is afhankelijk van de weersomstandigheden en waarschijnlijk ook van het aanbod van klanten. In feite zijn deze standplaatsen dus wisselend bezet. Eventuele andere gegadigden hebben daardoor geen kans om op deze locaties standplaats in te nemen. Het kan niet zo zijn dat bepaalde aantrekkelijke locaties grote delen van de tijd onbenut blijven. Een standplaatshouder zal de standplaats moeten innemen gedurende de vergunde periode. Anders wordt de standplaatsvergunning ambtshalve ingetrokken. Hetzelfde is het geval in Midsland. De viskiosk staat daar een deel van het jaar niet. De concurrent van deze standplaatshouder wil graag de overblijvende tijd in Midsland staan. Klanten vragen regelmatig om een visverkoper in Midsland omdat zij een deel van het jaar hun vis op West moeten halen. Het handhaven van het voorzieningenniveau ter plekke is dus gebaat bij een zo permanent mogelijke bezetting van de standplaats in Midsland.

 

Bekeken zal moeten worden of bestaande standplaatsen wel worden ingenomen of dat ze per jaardeel vergund moeten worden Hierbij is het kunnen beschikken over een toezichthouder van groot belang Zie onderdeel handhaving.

Het college acht extreme klimatologische omstandigheden een reden waarom een standplaats tijdelijk niet wordt ingenomen.

 

In alle standplaatsvergunningen zal het voorschrift worden opgenomen dat de standplaats moet worden ingenomen. Bij die vergunningen waarin staat dat de standplaats door de vergunninghouder zelf moet worden ingenomen, kan dit voorschrift vervallen.

 

Persoonsgebonden karakter van de standplaatsvergunning

In APV-artikel 1.5 staat dat een vergunning of ontheffing persoonsgebonden is, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Bij twee bedrijven staat de vergunning op naam van twee personen, namelijk de heer en mevrouw Lettinga en de heren Van Dijk. Deze omissie is er in het verleden ingeslopen. De persoonlijke vergunning hangt samen zowel met het persoonlijk karakter van de ambulante handel als met de omstandigheid dat het aantal aanvragen om vergunning het aantal te verlenen vergunningen meestal overtreft. Ook is het uit een oogpunt van aansprakelijkheid en bij handhaving van belang dat er één vergunninghouder is Dit noodzaakt ons een restrictief beleid te voeren. Het zou onredelijk zijn als een standplaatsvergunning op meer namen staat en daardoor zonder meer kan worden overgedragen aan een ander terwijl een aantal nieuwe aanvragers wacht op een vergunning.

 

Nieuwe vergunningen worden nog slechts verstrekt op één naam. de vergunningen van de heer en mevrouw Lettinga en de heren Van Dijk zullen na overleg met hen ambtshalve op één naam worden gezet. De tweede persoon die nu nog op de vergunning staat, kan als werknemer blijven meedraaien in het bedrijf.

 

Ambulante handel

Een standplaats dient te worden ingenomen met een verplaatsbaar verkoopmiddel. Ambulante handel (ambulant betekent lopend) is immers de handel die niet vanuit een vaste locatie plaatsvindt. Dit is in de voorgaande notities niet met zoveel woorden vastgelegd. Ondanks het feit dat een standplaats per definitie ambulant is (anders moet het planologisch worden geregeld), lijkt het ons beter dit specifiek te vermelden in de Beleidsnotitie Standplaatsen. Het houdt niet in dat er altijd wielen onder het verkoopmiddel moeten zitten (bijv. een kiosk), maar de verplaatsbaarheid is wel een verplicht onderdeel van de ambulante handel. Indien een verkoopmiddel "vastgroeit" op een standplaats, zou een wijziging nodig zijn van het bestemmingsplan. Dat kan ongewenst zijn.

 

Een standplaats moet worden ingenomen met een verplaatsbaar verkoopmiddel.

 

Openingsuren

Voor de diverse standplaatshouders zijn de verkoopuren niet gelijk. De heer J.H. Lettinga mag de hele dag handel drijven vanuit zijn snackkiosk. De heer en mevrouw Lettinga hebben een veel meer beperkte tijd van verkoopuren. Zij mogen alleen verkopen tussen 11.00 en 19.00 uur. Ook bij andere vergunninghouders zijn verschillende standplaatsuren in de vergunning opgenomen, zoals bij de heren van Dijk die op bepaalde locaties afwijkende uren hebben. Een standplaats kan, ondanks de voorschriften, overlast veroorzaken door de toeloop van klanten, geur, afval, enz. Een standplaats ligt in de meeste gevallen buiten de normale winkelconcentratiegebieden en soms ook tegen natuurterreinen aan. Bij een openingstijd vanaf 7.30 tot 22.00 uur zal deze overlast niet aanwezig zijn of nihil zijn. De standplaatsuren en de standplaatsperiode zullen zoveel mogelijk gelijk worden gehouden. Dat lijkt ons de duidelijkheid ten goede te komen.

 

  • De verkooptijden worden voor alle standplaatshouders worden zo veel mogelijk gelijk gehouden, ni. van 07.30-22.00 uur

  • standplaats mag worden ingenomen gedurende het hele jaar

  • uitgezonderd zijn de volgende locaties:

    • o

      parkeerterrein Duinweg te West i.v.m. de parkeerruimte en het uiterlijk aanzien; dit blijft dus van 1 januari tot 1 april en van 1 november tot 1 januari

    • o

      parkeerterrein Badweg Hoorn i. v.m. de toestemming van SBB (eigenaar terrein); dit blijft dus van 1 april tot 1 november tenzij SBB een langere termijn toestaat

    • o

      Havenplein van 1 maart tot 1 december vanwege het uiterlijk aanzien

    • o

      de strandkiosken van 1 maart tot 1 november vanwege het uiterlijk aanzien

 

Huidige beleid met betrekking tot het innemen van een tijdelijke standplaats

In drie gevallen is een uitzondering gemaakt op het gevoerde beleid in de huidige notitie.

Deze uitzonderingen zijn incidenteel en van tijdelijke aard. Het gaat daarbij om:

  • 1.

    Het innemen van standplaats tijdens evenementen. Aan vent- en standplaatsvergunninghouders kan gedurende de duur van het evenement een tijdelijke vergunning worden verleend voor het innemen van standplaats in de nabijheid van het evenement.

  • 2.

    Het innemen van standplaats op de braderieën.

  • 3.

    Het innemen van standplaats door verenigingen of stichtingen ten behoeve van het uiten of uitdragen van een ideële doelstelling (Dus het verkondigen levensovertuigingen, niet het verkopen van goederen ten behoeve van).

ad 1

In de beleidsnotitie van 2001 is niet nader ingegaan bij wat voor evenementen standplaats mag worden ingenomen. Ook is geen aandacht besteed aan de organisatie van de evenementen. Denkbaar is dat een organisatie van een evenement geen standplaats wil in de buurt van het evenement, of zelf iets wil organiseren. Daarom wordt aan de voorschriften toegevoegd dat de organisatie van het evenement vooraf schriftelijk accoord moet gaan met de tijdelijke standplaats.

Oerol neemt een aparte plaats in bij de evenementen omdat zich over het hele eiland activiteiten afspelen. Het lijkt ons geen goed zaak als bij elke Oerollocatie de mogelijkheid bestaat om standplaats in te nemen. Wel wordt zo nu en dan tijdens Oerol clandestien standplaats ingenomen zoals bij het Groene Strand, de Toren- en Boomstraat, het Havenplein, de Oosterburen. Het betreft dan vooral verkopers van sierraden en andere snuisterijen. Dit is een kwestie van handhaving. Dat gebeurt echter nauwelijks door het ontbreken van een APV-toezichthouder en het feit dat de politie in deze periode meestal geen tijd heeft. Wij stellen-vooruit-het-oogpunt van openbare orde om-Oerol aan te-wijzen als evenement waarbij geen tijdelijke standplaats kan worden ingenomen met uitzondering van de vier standplaatsen bij het Zeeliedenmonument aan de Willem Barentszkade die al een aantal jaren worden ingenomen door verkopers van eetwaren en de standplaats van de organisatie van Oerol op het Havenplein tijdens het Oerolfestival.

Het tegengaan van de illegale standplaatsen zal door middel van handhaving moeten worden geëffectueerd.

De term "ondernemers" wordt veranderd in: "bestaande vergunninghouders van vent- en standplaatsen op Terschelling". Hiermee wordt invulling gegeven aan de term "ondenemers". Bij een evenement mogen maximaal vier tijdelijke standplaatsen worden ingenomen of minder indien de fysieke ruimte daarvoor ontbreekt. Aanvragen moeten op een bepaalde datum aanwezig zijn. Bij overschrijding van het maximum aantal beslist loting. Als uiterste sluitingsdatum van inschrijving voor het volgende jaar geldt 15 december. Bij overschrijding van het maximum aantal beslist loting. Oerol wordt als evenement uitgesloten van deze vrijstelling met uitzondering van de vier standplaatsen bij het Zeeliedenmonument aan de Willem Barentszkade en de standplaats van het Terschellings Oerol zelf bij de terminal op het Havenplein.

 

Bestaande vergunninghouders van vent- en standplaatsen van Terschelling mogen standplaats innemen bij evenementen (met uitzondering van Oerol) indien zij hiervoor schriftelijke toestemming hebben van de organisatoren van het evenement. Bij Oerol mogen 4 vergunninghouders vent- en standplaatsvergunningen op Terschelling standplaats innemen bij het zeeliedenmonument, niet op andere plaatsen.

 

ad 2

De braderieorganisatie vraagt de vergunning aan en wijst zelf de standplaatsen toe. Dit beleidsstandpunt blijft gehandhaafd.

 

ad 3

In het derde lid van APV-artikel 5.2.3 wordt een uitzondering gemaakt op het verbod op de straathandel (artikel 5.2.3., eerste lid, onder b) voor zover het betreft het uitstallen van stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard (artikel 7 Grondwet). Artikel 5.2.3, derde lid, heeft als strekking dat voor het aanbieden van gedrukte stukken geen vergunning kan worden geëist. Dit aanbieden van gedrukte stukken wordt gezien als een zelfstandig middel van verspreiding. Wel is een vergunning noodzakelijk indien vanaf een standplaats gedrukte stukken worden aangeboden (artikel 5.2.3, eerste lid sub a). Deze vergunning is niet vereist vanwege het feit dat gedrukte stukken worden aangeboden, maar vanwege het feit dat een standplaats wordt ingenomen. Ook zal een standplaatsvergunning moeten worden aangevraagd wanneer een ideële instelling gewoon producten verkoopt ten behoeve van het goede doel beleidsstandpunt blijft gehandhaafd.

 

Verenigingen of stichtingen met een ideële doelstelling kunnen een tijdelijke standplaatsvergunning krijgen op een door het college aan te wijzen plaats voor het uiten van of het verkondigen van ideële doelstellingen. Het begrip tijdelijk wordt begrensd. Voor dit specifieke onderdeel wordt een standplaats van ten hoogste één week toegestaan.

 

Tijdelijke standplaats Brandarisplein

Wij hebben een verzoek binnengekregen voor een tijdelijke standplaats voor een oliebollenkraam op het Brandarisplein. Het zou gaan om enkele weken in december/januari. Uit het oogpunt van service en sfeer tijdens de feestdagenperiode zien wij geen beletsel om gedurende enige weken in december een tijdelijke-standplaats-te creëren op het Brandarisplein aan de oostzijde van de toren (tegen de afscheidingspaaltjes van de Schoolstraat). Het uiterlijk aanzien van het plein zal in deze dagen niet worden geschaad door de inname van een tijdelijke standplaats en het voorzieningenniveau (in de sfeer van de feestdagen) zal worden uitgebreid. Het zal mogelijk een verlevendiging van het Brandarisplein in de donkere dagen rond Kerstmis opleveren en een verbetering van het voorzieningenniveau in de sfeer van de feestdagen.

 

Als proef kan gedurende de maand december standplaats worden ingenomen op het Brandarisplein aan de oostzijde van de toren (tegen de afscheidingspaaltjes) door één kraam waarmee Kerst/jaarwisseling gerelateerde artikelen (b. v. oliebollen of kerstbomen) worden verkocht. Voor de uitgifte van deze standplaats geldt dat bij meerdere gegadigden er geloot wordt. Na de proef kan bekeken worden of voor de komende jaren op het plein tijdelijk standplaats kan worden ingenomen in de maand december.

 

Specifieke situaties

In de oude notitie werden enkele specifieke situaties genoemd voor standplaatsen. Het gaat om de volgende situaties:

  • 1.

    de caravan waarmee standplaats wordt ingenomen op het terrein aan de Molenweg te Formerum en die wordt gebruikt voor de kaartverkoop aan bezoekers van het ponykamp;

  • 2.

    de caravan waarmee standplaats wordt ingenomen en die wordt gebruikt als opslag bij het kaatsveld in Hoorn;

  • 3.

    de standplaatsen die in de wintermaanden incidenteel worden ingenomen bij de ijsbanen op Terschelling voor de verkoop van koek en zopie.

ad 1

Deze caravan heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een permanent gebouwtje. Er is dan ook geen sprake meer van een standplaats. Deze specifieke situatie kan worden geschrapt als standplaats.

 

ad 2

Het gaat hierbij om een opslagplaats voor materiaal. Er is dus geen sprake van een standplaats. Deze specifieke situatie kan worden geschrapt als standplaats.

 

ad 3

In de beleidsnotitie van 2001 worden deze standplaatsen als uitzondering genoemd. Dit blijft ongewijzigd. Voor deze standplaatsen is geen vergunning nodig.

 

Nieuwe aanvragen

Uit de aanvragen die jaarlijks binnenkomen, blijkt dat Terschelling een constante aantrekkingskracht uitoefent op ondernemers die hier gedurende korte of langere tijd een standplaats in willen nemen om hun goederen of diensten aan te bieden. Het uiterlijk aanzien van het eiland Terschelling en de daarin gelegen dorpen, met de karakteristieke landschappelijke en natuurwaarden, is er niet mee gebaat wanneer ter zake een ruimhartig beleid wordt gevoerd. Genoemde waarden zijn nader omschreven in onder meer bestemmingsplannen en beleidsnota's. Het uitgangspunt bij het te voeren standplaatsenbeleid is in principe terughoudendheid met betrekking tot de toelating van afzonderlijke standplaatsen. Dit is uiteraard onverminderd de invloed van de andere weigeringsgronden. Toch zijn er redenen om extra standplaatsen aan te wijzen.

 

Nieuwe standplaatsen

Op het eiland bevindt zich een aantal aantrekkelijke standplaatslocaties. Er komt veel publiek. Uitbreiding van standplaatsen kan zinvol zijn om de diverse redenen. Het voorzieningenniveau wordt uitgebreid en de over-lastvan-het ten onrechte-standplaats innemen neemt af of is niet meer aanwezig. Een aantal venters en één particulier heeft wensen kenbaar gemaakt voor nieuwe standplaatslocaties:

  • langs fietspad West-Midsland bij de afslag naar het bedrijventerrein Nieuwe Dijk' (9?)

  • parkeerterreinen: eind van de hoofdweg te Oosterend, Paal 8, Midsland aan Zeel, Formerum

  • langs het buitendijks fietspad bij het "Lichtje"1

  • op het Brandarisplein3

  • ventweg Willem Barentszkade t.o. RWS1

  • bij de passantenhaven4

  • naast de voormalige reddingbootschuur (clubhuis Duikteam Ecuador)'

  • kruising fietspaden Badweg West achter camping Wulps

  • bij rotonde Groene Strand

  • parkeerterrein Duinmeer7/9

  • op het terrein van de fa. C. Bakker te Hoorns

  • locatie Seerijp bij de kruising van de weg en het fietspad langs de Waddendijk9

  • op de koopavonden in de zomerperiode in de Oosterburen in Midsland en op West-Terschelling in de Torenstraat 10

     

  • 1

    Over deze locaties merken wij het volgende op:

    Eerder in het stuk schrijven we over de dijk-fietspadlocaties te West en Oosterend dat het aantrekkelijke locaties zijn. Nadenken of er toch een plek is te vinden die landschappelijk inpasbaar is. Of schoon in de ogen van potentiële standplaatshouders dit aantrekkelijke plaatsen kunnen zijn, zijn wij van mening dat deze locaties uit het oogpunt van landschappelijke waarde/waardevol dorpsgezicht en/of uit het aspect van verkeersveiligheid niet in aanmerking komen voor standplaatslocaties. Dit zijn weigeringsgronden op grond van de APV.

  • 2

    Deze locatie wordt al ingenomen door Swart-ijs. De standplaats wordt niet permanent ingenomen.

  • 3

    De locatie Brandarisplein eerst alleen als proef enkele weken in december/januari voor één standplaatshouder met seizoen gerelateerde producten.

  • 4

    De Stichting Passantenhaven heeft bij brief aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen standplaatsen op hun terrein. Wel zal er vermoedelijk een bestemrningsplanwijziging moeten worden aangevraagd.

  • 5

    Deze locatie wordt al ingenomen door de heer Swart. De locatie wordt echter alleen bij slecht weer ingenomen.

  • 6

    De locatie rotonde bij het Groene Strand alleen tijdens Oerol met maximaal 4 standplaatsen. De gebr. Van Dijk nemen al vele jaren hier standplaats in. Standplaats voor deze snackwagen blijft behouden. De overige drie standplaatsen worden, zo nodig, bij loting verdeeld. Dit gebeurt al zo gedurende een aantal jaren.

  • 7

    SBB heeft aangegeven dat zij in principe niet tegen een standplaats zijn op deze locatie. Nadere uitwerking moet nog volgen. Duidelijk is dat eventuele liefhebbers zelf een natuurtoets moeten laten uitvoeren of dit mogelijk is.

  • 8

    De heer H. Starrenburg is benaderd door visliefhebbers "om Oost" die nu naar Midsland of in veel gevallen naar West-Terschelling moeten rijden voor een visje. De Heer C. Bakker is volgens de heer Starrenburg genegen een standplaats voor een visverkoopwagen toe te staan op zijn eigen terrein. Het moet duidelijk zijn dat dit de eerste standplaats zou zijn die op particulier terrein zou komen te staan. Dat betekent dat je als gemeente niet de volledige zeggenschap hebt over de standplaats en dat de standplaatshouders naast een standplaatsvergunning van het college ook toestemming op grond van het privaatrecht zou moeten hebben van de terreineigenaar. Ook zal er vermoedelijk een bestemmingsplanwijziging moeten komen.

  • 9

    Natuurtoets plus toestemming Wetterskip Fryslán

  • 10

    De aanvrager stelt de verkoop voor ten behoeve van een ideële doelstelling de stichting "Gestolen Kinderen".

Standplaatsperiode

In relatie tot de zorg voor het uiterlijk aanzien, geldt ook voor deze standplaatsen dat ze maximaal 9 maanden per jaar mogen worden ingenomen van 1 maart tot en met 30 november.

 

de volgende extra plaatsen worden aangewezen als standplaatslocatie

● parkeerterrein eind hoofdweg te Oosterend

→ 2 plaatsen

● parkeerterrein West aan Zee (Paal 8)

→ 1 plaats

● parkeerterrein Midsland aan Zee

→ 2 plaatsen

● terrein C. Bakker te Hoorn

→ 1 plaats (in overleg met de heer C. Bakker en na RO toets)

● bij de passantenhaven

→ 1 plaats (in overleg met bestuur passantenhaven)

● parkeerterrein Duinmeer

→ 1 plaats (in overleg met Staatsbosbeheer

● de dijk bij West-Terschelling tegenover fietspad internaat

→ 1 plaats (in overleg met fietspad internaat Wetterskip Fryslán)

 

regels:

Het maximum aantal extra standplaatslocaties (naast de bestaande) voor Terschelling wordt vastgesteld op 9. Het totale aantal standplaatsen op Terschelling komt dan op 19.

De huidige standplaatshouders behouden hun locatie.

  • Nieuwe standplaatshouders krijgen de keus uit de nieuwe locaties. Zij kunnen hierop inschrijven.

  • Nieuwe standplaatsen worden uitgegeven tot ze op zijn. Er komt geen wachtlijst.

  • Bij meer aanvragen voor een locatie beslist loting.

  • Standplaats mag worden ingenomen van 1 maart tot en met 30

  • De huidige ventvergunninghouders hebben voorrang bij het verkrijgen van een standplaatsvergunning.

  • Uitgezonderd van deze regeling zijn de volgende standplaatsen:

    • o

      op de driesprong van de Badweg Hoorn (in verband met de overeenkomst van SBB met de gebr. Van Dijk).

    • o

      kruising Badweg West/Longway (in verband met de overeenkomst van SBB met de heer Swart)

  • Geen tijdelijke standplaatsen, ook niet ten behoeve van ideële doelstellingen, toestaan tijdens de koopavonden in de Oosterburen en Torenstraat, vanwege de precedentwerking en de handhaafbaarheid daarvan.

 

KvK/CRK

Vergunninghouders dienen zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Dit is voor ons ten minste een indicatie dat de ondernemer geregistreerd staat en te goeder trouw is. Daarnaast dient de ondernemer ingeschreven te staan bij het Centraal Registratiekantoor van het hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Door een omissie is op Terschelling nooit naar deze papieren gevraagd.

 

Identiteitsbewijs

Op grond van de Vreemdelingenwet kan een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland geen aanspraak maken op toekenning van vergunningen en ontheffingen van gemeenten, provincies, e.d. voor zover deze betrekking heeft op o.a. standplaatsen. Het Vreemdelingenbesluit schrijft dwingend voor dat voor verlening van een vergunning of ontheffing die een beroeps- dan wel bedrijfsmatig karakter heeft, een verblijfsrechterlijke toets dient plaats te vinden. Dit houdt in dat bij de aanvraag een geldig identiteitsbewijs dient te worden getoond. Op grond hiervan kan worden vastgesteld of er sprake is van een rechtmatig verblijf.

 

Bij de aanvraag voor een vergunning moet worden bijgevoegd:

  • een afschrift van een bewijs van inschrijving KvK

  • een kopie van inschrijving bij het DetailhandelCRK

  • geldig legitimatiebewijs

 

Aanvragen

Om op tijd zicht te hebben op de hoeveelheid aanvragen, dienen aanvragen van standplaatshouders die prijs stellen op voortzetting van hun plaats hun aanvraag voor het komende jaar voor 15 december in gediend te hebben. Indien geen aanvraag binnenkomt, kan worden vastgesteld dat geen prijs meer wordt gesteld op de standplaats. Hiermee komt een vaste standplaats vrij. Om eenvormigheid te krijgen in de aanvragen zal een aanvraagformulier worden opgesteld. Alleen aanvragen per aanvraagformulier worden behandeld.

 

Een aanvraag voor het komende jaar moet vóór 15 december worden ingediend. Bij niet of te laat indienen van een aanvraag vervalt het recht op de standplaats. Deze standplaats komt dan vrij voor een andere ondernemer. Alleen aanvragen per aanvraagformulier worden behandeld.

 

Afmetingen

Momenteel hebben wij niet echt grip op de afmetingen van het verkoopmiddel. Ook blijkt dat bij sommige verkoopmiddelen een soort terras wordt ingericht of dat containers voor opslag van materiaal of afval worden geplaatst. Om uitwassen te voorkomen worden hiervoor bepalingen opgenomen in de vergunning.

 

In de vergunning wordt vastgelegd:

  • de grootte en plaats van de standplaats. Deze wordt door middel van een tekening welke bij de vergunning wordt gevoegd, vastgelegd; Hierbij wordt rekening gehouden met de omgeving en het voorgestelde verkoopmiddel van de vergunninghouder.

  • Eventueel terrasmeubilair dient geplaatst te worden binnen deze afmetingen;

  • bij het verkoopmiddel mag maximaal één 1000 I. afvalcontainer worden geplaatst;

  • opslag van goederen dient plaats te vinden in het verkoopmiddel en niet in een daarbuiten gelegen opslagruimte bij het verkoopmiddel.

 

Handhaving

Handhaving van vergunningen om standplaats in te nemen is nodig om te voorkomen dat de openbare orde, (verkeers-)veiligheid en verkeersvrijheid in het gedrang komen. Om het handhaven zo gemakkelijk mogelijk te maken zijn standplaatsvergunningen voorzien van heldere voorschriften over de tijd en plaats waarvoor de vergunning geldt. Ook maakt een kaart van de naaste omgeving en daarop de aanduiding van de plaats en afmetingen van de standplaats deel uit van de vergunning. In deze notitie zijn een aantal nieuwe wijzigingen opgenomen om de handhavingslast te beperken. Zo zijn de toegestane openingstijden zoveel mogelijk gestandaardiseerd en stappen we af van het voorschrift dat de vergunninghouder persoonlijk standplaats moet innemen.

Dit alles laat onverlet dat er binnen de gemeentelijke organisatie amper formatie is voor handhaving van APV vergunningen. Veelal wordt nu de politie ingeschakeld om na te gaan of standplaatshouders zich aan de voorschriften houden. Niet altijd is de politie in staat (door tijdgebrek) om te controleren.

 

Nogmaals stellen wij dat de voorstellen om het standplaatsenbeleid uit te breiden, voor een groot deel ingegeven is met het oog op de geringe handhavingmogelijkheden die wij hebben. Door de uitbreiding hopen wij dat het overtreden van het ventbeleid meer tot het verleden zal behoren.

 

Disclaimer

Wij wijzen er voor de goede orde op dat deze notitie uitsluitend betrekking heeft op het standplaatsenbeleid vanuit verplaatsbare verkoopmiddelen. Dit laat onverlet dat de ondernemers uiteraard ook moeten voldoen aan andere wetgeving, zoals de milieuwetgeving, de verkeerswetgeving en de warenwetgeving enz.

Deze beleidsnotitie heeft geen betrekking op de strandpaviljoens. Waarschijnlijk worden deze standplaatsen bestemmingsplanmatig gewijzigd in vaste bestemmingen.

Ook de twee standplaatsen die worden ingenomen op het Havenplein ten behoeve van de uitgifte en inname van huurfietsen zijn niet meegenomen in deze notitie. Bij de nieuwe inrichting van het Havenplein kunnen deze standplaatsen worden meegenomen.

 

Beleid

Bij aanvragen om vergunning op grond van artikel 5.2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Terschelling gehandeld overeenkomstig het in deze notitie vastgelegde beleid, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen.

Naar boven