Gemeenteblad van Beverwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2026, 394434 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2026, 394434 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Participatieverordening Beverwijk
De gemeenteraad van de gemeente Beverwijk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 mei 2026; gelet op:
de participatieraad sociaal domein Beverwijk een stimulerende, adviserende en ondersteunende rol vervult bij participatie door inwoners en belanghebbenden binnen het beleidsveld sociaal domein, en daarbij betrokken wordt bij vraagstukken en initiatieven die passen binnen dit beleidsveld en de in samenspraak met het college vastgestelde participatieagenda;
Besluit vast te stellen de Participatieverordening Beverwijk
Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen
Deze verordening verstaat onder.
Beleidsveld sociaal domein: dit omvat alle inspanningen van overheid en maatschappelijke organisaties gericht op het ondersteunen van inwoners bij welzijn, zorg, jeugd, werk, inkomen, maatschappelijke participatie en gezondheid. Met focus op kwetsbare groepen onder diverse wetten zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.
Het doel is om inwoners volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving;
Maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, zoals bijvoorbeeld buurtcomités, wijkgroepen, dorpsraden, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die, al dan niet tijdelijk, een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente Beverwijk;
Participatieraad sociaal domein Beverwijk: het door het college ingestelde adviesorgaan dat het college gevraagd en ongevraagd adviseert over vraagstukken binnen het beleidsveld sociaal domeinen over de wijze waarop inwoners en belanghebbenden daarbij worden betrokken. Dit op basis van ervaringskennis en inzichten uit de samenleving van Beverwijk.
Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten
Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7,10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie
Artikel 6. Plan voor inwonersparticipatie
Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van nieuwe projecten, programma's en beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde; 'Beleidskader participatie september 2025, een startnotitie op met daarin naast aanleiding en kaderstelling, ook een plan voor het participatieproces, de (kwetsbare) doelgroepen en de planning van de inwonersparticipatie en maakt dit openbaar.
Bij onderwerpen waarbij de inhoud een relatie heeft met het sociaal domein, wordt de Participatieraad sociaal domein Beverwijk sociaal domein, betrokken. Deze ontwikkelt, in samenspraak met de ambtelijke organisatie en maatschappelijke organisaties, thematische netwerken en participatievormen ten behoeve van participatie op vraagstukken in het beleidsveld sociaal domein.
Hoofdstuk 6: Participatieraad sociaal domein Beverwijk
Het college installeert een participatieraad sociaal domein Beverwijk die het college adviseert over het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden en betrokkenen bij vraagstukken die spelen binnen het beleidsveld sociaal domein en die in samenspraak met de ambtelijke organisatie thematische netwerken en participatievormen ontwikkelt om belanghebbenden en betrokkenen vroegtijdig te betrekken bij vraagstukken in het beleidsveld sociaal domein.
Het college stelt in samenspraak met de participatieraad sociaal domein Beverwijk en belanghebbenden, jaarlijks een participatieagenda op die dient als leidraad voor de vraagstukken waarop de participatieraad sociaal domein Beverwijk in samenwerking met de ambtelijke organisatie uitvoering geeft aan haar opdracht. De agenda is flexibel in die zin dat er ruimte is voor maatschappelijke actualiteiten.
De agenda voor dit overleg komt tot stand met inbreng van de participatieraad sociaal domein Beverwijk. Het college zorgt ervoor dat onderwerpen voor de agenda kunnen worden aangeleverd bij een ambtelijk aanspreekpunt voor de participatieraad sociaal domein Beverwijk die de opdracht heeft dit overleg voor te bereiden.
Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast.
Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht.
Artikel 28. Nadere regels college
Het college kan voor inwonersparticipatie en overheidsparticipatie nadere regels vaststellen.
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Aanleiding: Wet versterking participatie op decentraal niveau
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hier een grotere rol in te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken.
Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet). In de memorie van toelichting is bovendien opgemerkt dat inspraak lang niet het enige middel voor gemeenten is om inwoners bij het maken van beleid en de uiteindelijke besluitvorming te betrekken. De wet beoogt in de tweede plaats dus dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn.
Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Geregeld is dat gemeenten in de participatieverordening de voorwaarden moeten bepalen waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren. Dit betreft zowel het uitvoeren van de eigen taken van de gemeenten (artikel 150, derde lid, onder a), als het uitvoeren van de taken die aan de gemeenten in medebewind zijn gegeven (artikel 150, derde lid, onder b). Dit laatste voor zover dat niet in strijd is met de wet.
Invulling participatieverordening
In de wet is niet voorgeschreven welke middelen voor participatie gemeenten precies in hun participatieverordening moeten opnemen. Verder zijn gemeenten ook vrij in de voorwaarden die zij aan de toepassing van het uitdaagrecht verbinden. Het is dus aan gemeenten om een afweging te maken hoe zij de participatieverordening precies in willen vullen. Bij die afweging zal in de eerste plaats aandacht moeten zijn voor de wensen die er binnen de gemeente, en onder de inwoners, ten aanzien van participatie zijn. Daarnaast zal een gemeente echter ook rekening moeten houden met de kosten of andere middelen die met de uitvoering van de verordening gemoeid zijn en wat de uitvoering van de verordening van de ambtelijke organisatie vraagt. Bijvoorbeeld als het aankomt op de houding en het gedrag, maar ook als het op de planning van besluitvormingsprocessen aankomt.
Dat hierin een zorgvuldige afweging wordt gemaakt is van groot belang, want de invulling die een gemeente aan de participatieverordening geeft, heeft gevolgen voor de verwachtingen die de inwoners en de maatschappelijke partijen van de gemeente hebben. Als een participatieverordening uiteindelijk niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege de kosten en ambtelijke capaciteit die de uitvoering vraagt, dan betekent dit dat die verwachtingen waarschijnlijk niet worden waargemaakt en dat heeft ook gevolgen voor het vertrouwen van inwoners en maatschappelijke partijen in de overheid in het algemeen en de gemeente in het bijzonder.
Tegen die achtergrond is er in deze verordening in de eerste plaats voor gekozen om de kennis en ervaring van de inwoners, organisaties en andere belanghebbenden binnen de gemeente zoveel mogelijk te benutten en dit ook in alle stappen van het beleidsproces te doen. Vanaf het bepalen van de agenda tot aan de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid. In deze verordening zijn daartoe de spelregels voor inwonersparticipatie opgenomen. Dat wil zeggen dat het gaat om een kader voor de wijze waarop inwoners, organisaties en andere belanghebbenden op initiatief van de gemeente bij het beleidsproces worden betrokken.
Verder is er een wens om ook initiatieven vanuit inwoners en maatschappelijke partijen zoveel mogelijk te omarmen. Daartoe wordt ook overheidsparticipatie, dus de situatie waarin de gemeente op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen wordt betrokken bij plannen die inwoners en maatschappelijke partijen hebben, in de verordening gefaciliteerd. Onderdeel van die overheidsparticipatie is ook het uitdaagrecht zoals dat vanaf 1 januari 2025 in de Gemeentewet verankerd is. Er zijn in de verordening voorwaarden opgenomen waaronder overheidsparticipatie plaats kan vinden en de verordening voorziet ook in een procedure bij het indienen van een verzoek daartoe.
Daarbij wordt nog opgemerkt dat de burgemeester, op grond van artikel 170, eerste lid, onderdeel a en c, van de Gemeentewet, een zorgplicht heeft. Hij moet toezien op een tijdige voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie zijn betrokken en de kwaliteit van procedures op het vlak van participatie.
Aansprakelijkheid en aanbesteding
Benadrukt wordt dat het bij de toepassing van het uitdaagrecht van belang is om rekening te houden met bepaalde juridische aspecten. Dat betreft in elk geval het aanbesteding- en aansprakelijkheidsrecht.
Voor de verhouding tussen het uitdaagrecht en het aanbestedingsrecht geldt dat er in de memorie van toelichting bij de wet is opgemerkt dat gemeenten, ook bij de toepassing van het uitdaagrecht, de aanbestedingsregels moeten naleven. Kortom, het uitdaagrecht zet het aanbestedingsrecht niet opzij. Er zijn echter wel mogelijkheden om het uitdaagrecht binnen de context van het aanbestedingsrecht te stimuleren. Zo kan een gemeente de aanbesteding op het uitdaagrecht laten aansluiten. Hoe dit precies vorm moet krijgen zal per geval moeten worden bepaald.
Voor de verhouding tussen het uitdaagrecht en het aansprakelijkheidsrecht is van belang dat de gemeente in bepaalde gevallen een risicoaansprakelijkheid heeft en dat die aansprakelijkheid niet kan worden overgedragen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het uitdaagrecht ziet op het inrichten of onderhouden van de openbare ruimte of het gebruik van gebouwen van de gemeente. Als de gemeente een risicoaansprakelijkheid heeft, dan is het ook aan de gemeente om de risico's zoveel mogelijk te beperken. Dit vereist dat de gemeente hier in het kader van het uitdaagrecht met de inwoners of maatschappelijke partijen afspraken over maakt. Wat moeten de betrokken partijen doen om bepaalde risico's te verkleinen?
Welke maatregelen nodig zijn en wat daarin van de inwoners en maatschappelijke partijen mag worden verwacht, is erg afhankelijk van waar het uitdaagrecht precies op ziet. Ook hier geldt dus dat per geval zal moeten worden bepaald hoe hier invulling aan wordt gegeven. In de verordening is een bepaling opgenomen waarin is vastgelegd dat de gemeente met de inwoners en maatschappelijke partijen afspraken maakt over de uitvoering van de gemeentelijke taak. En ook wat de gevolgen zijn als de afspraken niet worden nagekomen.
Participatie op grond van de andere wetten, zoals de Omgevingswet
In bepaalde gevallen geeft de wet nadere handvaten voor participatie. In die gevallen is deze verordening niet van toepassing. Een relevant voorbeeld van een geval waar de participatieverordening zich niet voor leent is de omgevingsvergunning in de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is namelijk niet het bevoegd gezag, maar de aanvrager aan zet en daarnaast is participatie op grond van de Omgevingswet in beginsel niet verplicht voor de aanvrager.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-394434.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.