Gemeenteblad van Voerendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voerendaal | Gemeenteblad 2026, 394332 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voerendaal | Gemeenteblad 2026, 394332 | beleidsregel |
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Voerendaal 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Voerendaal 2026
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
omgevingsplan: de wijziging van het omgevingsplan die de gemeente opstelt en vaststelt ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, bestaande uit een afzonderlijk transitie-hoofdstuk waarin de voor het project benodigde regels worden opgenomen, gewijzigd of aangevuld. Dit transitiehoofdstuk vormt na inwerkingtreding onderdeel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.
principebesluit: de bestuurlijke uitspraak van het college van burgemeester en wethouders waarin wordt aangegeven dat het college in beginsel bereid is medewerking te verlenen aan de verdere planontwikkeling van het initiatief, onder de voorwaarden en voorbehouden zoals opgenomen in het principebesluit.
principeverzoek: een door of namens een initiatiefnemer via het Omgevingsloket ingediend verzoek om een bestuurlijk oordeel over de bereidheid van het college van burgemeester en wethouders om in beginsel medewerking te verlenen aan een voorgenomen ontwikkeling waarvoor een wijziging van het omgevingsplan of een ander publiekrechtelijk besluit is vereist. Het principeverzoek is een instrument voor vooroverleg en geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht of de Omgevingswet.
woonbehoefte: de bouw en renovatie van woningen, daarbij inbegrepen collectieve woonvormen, alsmede daaraan gekoppelde collectieve voorzieningen en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een en ander overeenkomstig de definitie op grond van bijlage 22 bij artikel 7.0a, tabel 3 van de Netcode Elektriciteit 2026.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen. Toewijzing op de volgorde-lijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:
Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd, waarbij gemeentelijke standaard doorlooptijden het uitgangspunt zijn (start bouw 21 maanden ná principebesluit óf 27 maanden vanaf indienmoment principeverzoek).
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onder rangorde van één tot en met acht:
Stap 3: maatschappelijk belang
Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als het voldoet aan één of meer van de volgende eisen:
Indien projecten na toepassing van bovenstaande eisen nog steeds gelijk eindigen, worden deze gerangschikt op basis van de volgorde van de eisen. Eis a weegt daarbij het zwaarst, gevolgd door b, c en d.
Indien projecten vervolgens nog steeds gelijk eindigen, worden deze gerangschikt naar het aantal te realiseren woningen of leerlingenaantal. Projecten met een groter woning- of leerlingenaantal worden hoger gerangschikt.
Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Voerendaal 2026
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Voerendaal 2026 invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.
Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.
Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in con-gestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:
Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.
Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).
Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).
De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.
De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.
De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijs. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarste verdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.
Verhouding tot andere regelgeving
De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:
Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.
De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (sub functies: algemeen en collectieve woonvormen) en onderwijs. Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.
De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw. Op verschillende onderdelen is afgeweken van het VNG-model om de beleidsregels beter aan te laten sluiten bij de uitvoeringspraktijk en beleidskeuzes van de gemeente Voerendaal. Deze afwijkingen betreffen onder meer de uitbreiding van het toepassingsbereik, de uitbreiding en verduidelijking van definities, de uitwerking van de procedure voor plaatsing op de volgordelijst, de keuze voor een afzonderlijke volgordelijst per congestiegebied, de nadere invulling van de rangschikkingscriteria en projectrijpheid, alsmede enkele aanvullende bepalingen en verduidelijkingen die aansluiten bij de lokale situatie. De uitgangspunten en systematiek van het VNG-model zijn daarbij onverkort behouden gebleven.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht (zie participatiebeleid gemeente Voerendaal 2026).
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.
De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeem-code Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).
Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte en onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.
De gemeente kent binnen haar gemeentegrenzen meerdere congestiegebieden. Omdat de prioritering door de netbeheerder is gekoppeld aan een congestiegebied is het aan de gemeente om ook per congestiegebied een prioriteringsverzoek in te dienen.
De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.
De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.
De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Di-dam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.
Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volg-ordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.
De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.
Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager kennis heeft genomen van en akkoord is met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de geschillenregeling van artikel 13.
Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:
Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader
Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:
Woningbouw — collectieve woonvormen:
Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.
Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente aangewezen digitale kanaal of via duurzaamheid@voerendaal of schriftelijk per post aan postbus 23000 6367ZG Voerendaal. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.
Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.
De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria.
Artikel 9 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.
Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouw-maand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning.
De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen. De gemeentelijke standaard doorlooptijden zijn het uitgangspunt (start bouw 21 maanden ná principebesluit óf 27 maanden vanaf indienmoment principeverzoek).
Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut.
De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.
Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.
Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.
Onder categorie 8 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:
Stap 3 – Maatschappelijk belang
De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met de prioriteiten zoals opgenomen in de gemeentelijke woonvisie en/of masterplan Wonen.
Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en geschillen over de lotingsprocedure te voorkomen.
De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de geschillenregeling van artikel 13. Aanvragers hebben tien werkdagen na bekendmaking van de volgordelijst de tijd om een geschil in te dienen. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van een ingediend geschil door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.
Artikel 13. Geschillenregeling
De gemeente stelt met dit artikel een interne geschillenregeling open voor projectontwikkelaars die het niet eens zijn met de afwijzing van een verzoek tot plaatsing op de volgordelijst of met de positie van hun project op de volgordelijst. De volgordelijst vormt de basis voor de volgorde waarin de gemeente prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder indient.
De vaststelling van de volgordelijst is onderdeel van de voorbereiding van deze privaatrechtelijke handelingen van de gemeente. De geschillenregeling is daarom niet bedoeld als bestuursrechtelijke bezwaarprocedure in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar als een afzonderlijke mogelijkheid om een geschil over de toepassing van deze beleidsregels aan het college voor te leggen. De termijn van tien werkdagen, bedoeld in het eerste lid, biedt de projectontwikkelaar gelegenheid om de positie van het project op de volgordelijst te beoordelen en, indien daartoe aanleiding bestaat, een gemotiveerd geschil in te dienen. Tegelijkertijd zorgt deze termijn ervoor dat de procedure binnen een beperkte termijn kan worden afgerond, zodat de indiening van prioriterings- en transportverzoeken bij de netbeheerder zo min mogelijk wordt vertraagd. Het geschil moet op grond van het tweede lid voldoende concreet en gemotiveerd zijn. De indiener vermeldt in ieder geval zijn contactgegevens, het betrokken project, de gronden van het geschil en de gegevens en bescheiden waarop het geschil is gebaseerd. Hierdoor kan het college het geschil zorgvuldig beoordelen. Bij de beoordeling toetst het college aan deze beleidsregels en aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die op de uitvoering daarvan van toepassing zijn.
Het college kan de indiener en andere betrokkenen om een mondelinge toelichting vragen indien dit voor de beoordeling van het geschil nodig of wenselijk is. Het college neemt binnen twintig werkdagen na ontvangst van het geschil een gemotiveerd standpunt in. Indien het college aanleiding ziet om de volgordelijst te wijzigen, wordt een gewijzigde volgordelijst vastgesteld en overeenkomstig artikel 12 bekendgemaakt. Om te voorkomen dat een geschil wordt doorkruist door een aanvraag bij de netbeheerder, bepaalt het zevende lid dat voor het betreffende project gedurende de behandeling van het geschil geen prioriteringsverzoek of transportverzoek bij de netbeheerder wordt ingediend. Hiermee wordt een tijdelijke standstill gecreëerd totdat het college een standpunt heeft ingenomen.
De geschillenregeling laat onverlet dat een geschil kan worden voorgelegd aan de bevoegde burgerlijke rechter. De regeling biedt daarmee eerst de mogelijkheid om een geschil binnen de gemeentelijke procedure te beoordelen, zonder de toegang tot de civiele rechter uit te sluiten.fo
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.
Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.
Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.
Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst
Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om een geschil als bedoeld in artikel 13 aan het college voor te leggen. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.
Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder
De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-394332.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.