Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT en de BURGEMEESTER van de gemeente DORDRECHT, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gezien het voorstel inzake Aanwijzingsbesluit toezichthouders gemeente Dordrecht;
gelet op de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
artikel 142 lid 1 onder c en lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv),
artikel 171, lid 2 en artikel 174 van de Gemeentewet,
de beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar vastgesteld door de minister van Veiligheid en Justitie,
artikel 6:2 van de Algemene plaatselijke Verordening Dordrecht (APV),
artikel 22 van de Marktverordening gemeente Dordrecht,
artikel 25 van de Afvalstoffenverordening Dordrecht, artikel 2 van de Wegsleepverordening Dordrecht,
artikel 15 van de Parkeerverordening Dordrecht,
artikel 41 lid 1 van de Alcoholwet, artikel 41 lid 1 sub b van de Alcoholwet juncto de Alcoholverordening Dordrecht,
artikel 8 van de Verordening winkeltijden Dordrecht,
artikel 14.3 van de Havenverordening Dordrecht,
artikel 18.6 Omgevingswet, artikel 34, lid 2 van de Wet op de kansspelen,
artikel 17, lid 3 van de Wet op de economische delicten, juncto de artikelen 2, 3, derde lid, 6, tweede lid en 8, tweede lid van de Winkeltijdenwet,
artikel 4.2 Wet basisregistratie personen,
artikel 46 van de Biesboschverordening en het in de gemeente vigerende handhavingsbeleid dat is gebaseerd op bovengenoemde wetten en verordeningen;
gelet op het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht van 18 juni 2024 met zaaknummer 2024-0040976, inzake de aanwijzing van toezichthouders voor de gemeente Dordrecht;
overwegende dat het wenselijk is te voorzien in de aanwijzing van toezichthouders in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de onderscheidenlijke wettelijk voorschriften en deze ook te belasten met de opsporing van strafbare feiten;