Regeling van burgemeester en wethouders houdende de Tweede wijziging van de Subsidieregeling voorschoolse educatie, peuteropvang en peuterconsulent gemeente Wassenaar 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

gelet op:

  • Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • de artikelen 147 en 156 van de Gemeentewet;

  • de Wet kinderopvang;

  • de artikelen 158-163 van de Wet op het primair onderwijs;

  • het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • het Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs 2021, versie 2023, van de Inspectie op het Onderwijs;

  • het Interbestuurlijk toezicht 2022;

besluit:

ARTIKEL I  

De subsidieregeling voorschoolse educatie, peuteropvang en peuterconsulent gemeente Wassenaar 2025 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

De tekst van artikel 1 komt als volgt te luiden:

 

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: organisatie die de subsidie voorschoolse educatie, subsidie peuteropvang en/of subsidie peuteropvang aanvraagt;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar;

  • e.

    GOAB: gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid;

  • f.

    JGZ: jeugdgezondheidszorg;

  • g.

    kindcentrum: een voorziening waar Kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang.

  • h.

    kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het primair onderwijs voor die kinderen begint;

  • i.

    kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang;

  • j.

    kindvolgsysteem: een gestandaardiseerde observatiemethode;

  • k.

    non-bereik: peuters die een VE-indicatie hebben ontvangen van de JGZ, maar geen voorschoolse educatie volgen. Het non-bereik kan worden verminderd door het openen van nieuwe VE-locaties waarvan het aanbod is toegespitst op de vraag van de ouders (bijv. door VE aan te bieden in combinatie met hele dagopvang);

  • l.

    ouder: de persoon als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet kinderopvang;

  • m.

    ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen aan de Aanvrager voor de afname van het aantal uren voorschoolse educatie. De hoogte van de ouderbijdrage wordt bepaald aan de hand van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst van het jaar waarin de voorschoolse educatie wordt afgenomen;

  • n.

    peuter: een kind in de leeftijd van 2 ½ tot 4 jaar en ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente Wassenaar;

  • o.

    peuteropvang: het aanbod in een kinderopvangorganisatie, gericht op kinderen in de leeftijd van 2 ½ tot 4 jaar, waarin met een peuterprogramma de ontwikkeling wordt gestimuleerd;

  • p.

    peuterconsulent: maatschappelijk werker die zich toelegt op de toeleiding van doelgroeppeuters naar de VE en in bredere zin het bevorderen van de gezinssituatie met het doel dat er een optimale ontwikkeling van de doelgroeppeuter kan plaatsvinden;

  • q.

    subsidieregeling: deze Subsidieregeling Voorschoolse educatie, peuteropvang en peuterconsulent gemeente Wassenaar 2025;

  • r.

    subsidieverslag: een door de aanvrager op te stellen verslag waarin wordt beschreven welke activiteiten overeenkomstig het plan van aanpak zijn uitgevoerd en voor welke activiteiten de uitvoering anders is geweest dan in het plan van aanpak was voorzien. Voor deze laatstgenoemde activiteiten wordt de andere uitvoering gemotiveerd en toegelicht, zodat toetsing aan de vereisten mogelijk is;

  • s.

    VE: voorschoolse educatie;

  • t.

    VE-geïndiceerde peuter: kind vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de leeftijd waarop het start met de basisschool, dat van de JGZ een VE-indicatie heeft gekregen;

  • u.

    VE-groep: groep van ten hoogste 16 kinderen van 2 tot 4 jaar aan wie voorschoolse educatie wordt aangeboden. Het streven is om een gemengde groep te creëren (50/50) van VE-geïndiceerde kinderen en kinderen zonder een VE-indicatie;

  • v.

    VE-programma: een actueel of erkend integraal programma dat in het kader van VE-beleid wordt uitgevoerd en is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;

  • w.

    voorschool: een kindcentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden;

  • x.

    voorschoolse educatie: educatie in de voorschoolse periode in de vorm van een erkend of actueel peuterprogramma. Dit programma is gericht op taalontwikkeling, rekenen, motoriek en sociale ontwikkeling;

  • y.

    voor- en vroegschoolse educatie: educatie verdeeld in een voorschoolse periode (2 - en 3-jarigen) doorlopend in de eerste jaren van het basisonderwijs (4- en 5-jarigen), de vroegschoolse educatie;

  • z.

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie;

  • aa.

    Wko: Wet kinderopvang;

  • bb.

    Wpo: Wet op het primair onderwijs.

B

 

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt als volgt te luiden:

    • a.

      De financiering van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar.

  • 2.

    Het tweede lid komt als volg te luiden:

    • a.

      De financiering van kinderopvang voor peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar van wie de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

C

 

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • a.

      Het college stelt jaarlijks voor 15 juli een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 2.

    Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

    • a.

      Voor de subsidie voorschoolse educatie bedraagt het subsidieplafond voor het jaar 2027 en de daaropvolgende jaren € 330.000. Dit bedrag wordt in de volgende jaren geïndexeerd conform de landelijke indexatie van het landelijke normtarief kinderopvang.

  • 3.

    Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

    • a.

      Voor de subsidie peuterconsulent bedraagt het subsidieplafond in 2027 € 20.620 + indexatie conform de Asv. Dit bedrag wordt in de volgende jaren geïndexeerd conform de Asv.

D

 

Artikel 7a wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden: De aanvrager van de subsidie voorschoolse educatie kan per locatie subsidie aanvragen in de vorm van een groepsbekostiging van € 7.758,16 + indexatie conform de landelijke indexatie van het landelijke normtarief kinderopvang per locatie in 2027. Dit bedrag wordt in de volgende jaren op eenzelfde wijze geïndexeerd.

  • 2.

    Het tweede lid komt te luiden: In aanvulling op de groepsbekostiging kan de aanvrager een vergoeding per kind in rekening brengen bij de gemeente; dit bedrag per kind wordt bepaald op basis van de arbeidsmarktpositie van de ouders en een al dan niet toegekende VE-indicatie. De aanvrager van de subsidie voorschoolse educatie kan subsidie aanvragen in de vorm van een bijdrage per geplaatste VE-geïndiceerde peuter. Het bedrag per kind bestaat uit drie componenten, te weten:

  • 3.

    Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

    • a.

      voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, eerste en tweede dagdeel: het college vergoedt 8 uur VE per week tegen de vastgestelde VE-kostprijs;

    • b.

      voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, derde en vierde dagdeel:

  • 4.

    Er wordt één lid toegevoegd, luidende:

    • a.

      Voor doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 tot 2 ½ jaar:

      • i.

        Het college vergoedt voor doelgroeppeuters 4 uur VE per week tegen de vastgestelde VE-kostprijs. In aanvulling daarop;

      • ii.

        het college compenseert voor ouders van VE-geïndiceerde peuters met recht op kinderopvangtoeslag het verschil tussen de ouderbijdrage en de vastgestelde VE-kostprijs voor ten hoogste 4 uur per week.

      • iii.

        het college compenseert voor ouders van VE-geïndiceerde peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag het verschil tussen de fictieve ouderbijdrage en VE-kostprijs voor ten hoogste 4 uur per week.

    • b.

      Onder vernummering van lid 6 en 7, komt lid 5 te vervallen.

E

 

  • 1.

    Artikel 9, lid 1, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      als het subsidieplafond wordt bereikt, er aanvragen worden gedaan voor meer dan vijf locaties voor voorschoolse educatie of er meer dan twee aanvragers zijn, verstrekking van subsidie plaatsvindt in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Artikel 9, lid 1, onderdeel c, wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      de subsidie voorschoolse educatie wordt toegekend aan ten hoogste twee aanvragers en aan een maximum van vijf locaties.

F

 

Het vijfde lid, artikel 10a, komt te vervallen.

 

G

 

Artikel 11 komt als volgt te luiden: Een aanvraag voor de subsidie voorschoolse educatie en subsidie peuterconsulent wordt ingediend vanaf 15 juli om en uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie bedoeld is.

ARTIKEL II  

Deze wijzigingsregeling treedt in werking per 15 juli 2026, met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2026.

drs. A.P.A. Oostermeijer,

gemeentesecretaris

drs. L.A. de Lange,

burgemeester

TOELICHTING

Algemeen

De gemeente Wassenaar wil dat kinderen in Wassenaar optimale ontwikkelkansen hebben en onderwijsachterstanden worden voorkomen dan wel bestreden. Hiervoor is het van belang dat alle kinderen in Wassenaar gebruik kunnen maken van een voorschoolse voorziening. De Subsidieregeling voorschoolse educatie, peuteropvang en peuterconsulent gemeente Wassenaar 2025 voorziet in het de financiering van voorschoolse educatie zodat alle kinderen met een VE-indicatie in Wassenaar hier gebruik van kunnen maken. Daarnaast maakt de regeling het ook mogelijk dat kinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, gebruik kunnen maken van peuteropvang door middel van de subsidie peuteropvang. Als laatste maakt de subsidie peuterconsulent het mogelijk om een peuterconsulent aan te stellen, waardoor het bereik van de voorschoolse educatie en overgang naar de basisschool wordt bevorderd.

 

Op 16 december 2025 heeft het college besloten om op pilotbasis de VE toegankelijk te maken voor 2 tot 4 jarigen, waar de VE voorheen alleen voor 2 ½ tot 4 jarigen toegankelijk was. Gedurende het jaar 2026 en 2027 zal de impact van een extra half jaar VE op de ontwikkeling van deze kinderen worden gemonitord. Uitbreiding van de leeftijd waarmee VE-peuters in aanmerking komen voor VE brengt een hoger aantal doelgroeppeuters met zich mee. Daarom wordt door middel van deze wijzigingsregeling ook voor het aantal VE-locaties uitgebreid naar 5 locaties. Het subsidieplafond van de subsidie VE is aangepast om opening van een vijfde locatie mogelijk te maken, ook zijn de subsidieplafonds geïndexeerd.

 

Deze wijziging van de leeftijd waarmee peuters gebruik kunnen maken van subsidie, geldt niet voor de subsidie peuteropvang.

 

Artikelsgewijs

 

ARTIKEL I

Onderdeel A

De definities in artikel 1 van de subsidieregeling zijn aangepast zodat tot de definitie van een doelgroeppeuter ook 2 tot 2 ½ jarigen behoren.

 

Onderdeel B

Artikel 2 beschrijft het doel van de subsidieregeling. In lid 1 van artikel 2 is het doel van de subsidie voorschoolse educatie is aangepast zodat ook peuters in de leeftijd van 2 tot 2 ½ jaar onder het doel van de subsidie voorschoolse educatie vallen. Lid 2 van artikel 2 is aangepast om te verduidelijken dat de subsidie peuteropvang beschikbaar is voor peuters van 2 ½ tot 4 jaar.

 

Onderdeel C

Het subsidieplafond in artikel 6 is aangepast. Het subsidieplafond van de subsidie VE is aangepast om opening van een vijfde locatie mogelijk te maken. Het subsidieplafond van de subsidie peuterconsulent is geïndexeerd naar het niveau van 2026.

 

Onderdeel D

In lid 1 van artikel 7 is het maximale bedrag voor de groepsbekostiging per locatie geindexeerd naar het niveau van 2026.

In lid 2, a, b, en c is een onderscheid aangebracht in de bekostiging tussen doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 tot 2 ½ jaar en doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 ½ tot 4 jaar. Doelgroeppeuters uit de eerste groep kunnen voor maximaal 8 uur per week gebruik maken van gesubsidieerd VE-aanbod. Doelgroeppeuters uit de tweede groep kunnen voor maximaal 16 uur per week gebruik maken van gesubsidieerd VE-aanbod.

Artikel 5 is aangepast met de specificering dat aanvragen moeten worden gedaan door een rechtspersoon. Hiermee wordt geborgd dat de organisatie die een aanvraag doet een juridische entiteit heeft van een rechtspersoon, en geen aanvraag doet op persoonlijke titel.

 

Onderdeel E

Artikel 9 schrijft voor hoe de wijze van toekenning plaatsvindt bij meerdere aanvragen. Dit artikel is aangepast naar een maximum van 5 locaties.

 

Onderdeel F

In artikel 10a wordt de wijze van aanvraag voor de subsidie voorschoolse educatie vastgelegd. Het vijfde lid betrof een bepaling om de relatie tot de reeds ingetrokken subsidieregeling kindgebonden financiering gemeente Wassenaar uit 2019. Aangezien deze subsidieregeling is ingetrokken komt het vijfde lid te vervallen.

 

Onderdeel G

Artikel 13 bevat de verplichtingen waar subsidie ontvangers aan gehouden worden. Publieke en private middelen moeten gescheiden worden opgenomen in de boekhouding van de kinderopvangorganisatie, omdat een gemeentelijke subsidie niet mag leiden tot marktverstoring in de kinderopvang.

De kinderopvang is een marktsector en een publieke subsidie kan zorgen voor een oneerlijke concurrentiepositie. Europese regels verbieden staatssteun, omdat dit ondernemingen zodanig begunstigt dat de mededinging op de Europese markt wordt belemmerd. De publieke subsidie mag in geen geval worden gebruikt voor de private activiteiten van de organisatie.

 

ARTIKEL II

De gewijzigde regeling treedt met terugwerkende kracht in werking, zodat subsidieaanvragers gebruik kunnen maken van de gewijzigde voorwaarden voor peuters in de leeftijd tussen 2 en 2 ½ jaar en een nieuwe VE-locatie kan worden geopend. De subsidieaanvragers zijn er bij gebaat dat zij zo snel mogelijk kennis kunnen nemen van de Subsidieregeling.

Naar boven