Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026

 

 

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • bestuursverklaring: een door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • betaalbare koopwoning: een koopwoning met een maximale-vrij-opnaam prijs tot €420.000,- (peildatum 1 januari 2026). Deze prijs wordt jaarlijks geïndexeerd. Hierin zijn grondkosten, meerkosten en energiebesparende maatregelen inbegrepen;

  • BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:

    • a.

      een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

    • b.

      een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

  • civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of iedere andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld;

  • congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • flexwoning: een bouwwerk ten behoeve van huisvesting van personen, dat geschikt is voor verplaatsing en gebruik op een volgende locatie;

  • geclusterde woning: een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren onder andere woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24-uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. De woningen zullen conform het Rijksbeleid allemaal moeten worden gerealiseerd in een complex met een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte;

  • levensloopbestendige woning: een woning die geschikt is, of eenvoudig geschikt te maken is, voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook wanneer sprake is van fysieke beperkingen of chronische ziekte;

  • middenhuurwoning: een woning met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot de huurprijs die behoort bij een puntenaantal van 186 zoals vastgesteld in de geldende Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte. Hierbij wordt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte aangehouden. De huurprijs wordt bepaald op basis van het aantal punten in het woningwaarderingsstelsel (aantal punten tussen 144 en maximaal 186);

  • netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

  • nultredenwoning: een woning waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. In een nultredenwoning zijn de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers. Bij voorkeur worden deze volgens BAT 2 ontwikkeld.

  • onderwijsproject: een project voor primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026, waarvoor de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke onderwijstaak;

  • project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

  • projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

  • prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

  • projectnaam: de door de initiatiefnemer opgegeven openbare aanduiding van het project waarmee het project binnen de procedure wordt geïdentificeerd;

  • start bouw: het moment waarop de feitelijke bouwwerkzaamheden van het project op de projectlocatie aanvangen, waaronder in ieder geval begrepen zijn ontgravingswerkzaamheden, funderingswerkzaamheden of andere vergelijkbare fysieke werkzaamheden. Onder start bouw worden niet verstaan voorbereidende werkzaamheden, zoals het opstellen van ontwerpen, het aanvragen of verkrijgen van vergunningen, het sluiten van overeenkomsten, sloopwerkzaamheden, saneringswerkzaamheden, het bouwrijp maken van de projectlocatie of andere administratieve of voorbereidende handelingen.

  • sociale huurwoning: een woning met een huurprijs tot de liberalisatiegrens zoals deze jaarlijks door de minister wordt vastgesteld;

  • transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

  • transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

  • volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van voorzieningen in de onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

  • wissellocatie nieuw- en verbouw onderwijshuisvesting: een tijdelijke locatie voor de huisvesting van scholen tijdens nieuw- of verbouw. In Noordenveld wordt deze locatie ingezet voor de onderwijsprojecten die zijn opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2041

  • zaaknummer: het unieke nummer dat door de gemeente aan een ingediend verzoek wordt toegekend en dat wordt gebruikt voor de registratie, communicatie en identificatie van het project binnen de procedure.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van onderwijsprojecten en projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om de projecten van projectontwikkelaars en woningcorporaties als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

 

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

  • a.

    het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    het bijdragen aan de realisatie van voorzieningen in de onderwijshuisvesting en voor de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • c.

    het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

  • d.

    het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

  • e.

    het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

 

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

  • 1.

    Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

  • 2.

    Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

 

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

  • 1.

    De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met zondag 30 augustus 2026.

  • 3.

    Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

 

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

  • 1.

    De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruikmaakt van het daartoe beschikbaar gestelde webformulier.

  • 2.

    De gemeente stuurt binnen vier werkdagen na ontvangst van het verzoek een ontvangstbevestiging. In deze ontvangstbevestiging wordt het aan de aanvraag toegekende zaaknummer vermeld. Dit zaaknummer wordt gebruikt voor de verdere communicatie over het project en voor de identificatie van het project binnen de procedure. In de ontvangstbevestiging wordt tevens gewezen op de in artikel 13 opgenomen rechtsbeschermingsprocedure.

  • 3.

    Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis uiterlijk maandag 31 augustus 2026, waarna de projectontwikkelaar tot en met woensdag 2 september 2026 heeft om het dossier nog aan te vullen.

  • 4.

    Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

  • 5.

    Door indiening van een verzoek verklaart de projectontwikkelaar dat alle verstrekte gegevens, documenten en verklaringen volledig, juist en actueel zijn.

  • 6.

    De projectontwikkelaar blijft verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie en vrijwaart de gemeente voor aanspraken van derden en schade die voortvloeit uit onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

 

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

  • 1.

    De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.

  • 2.

    Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

 

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

  • a.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • b.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

  • c.

    een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

  • d.

    een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

  • e.

    een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

  • f.

    instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026;

  • g.

    als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

  • h.

    als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

 

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

Het college bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

 

Stap 1: onderwijsprojecten en wissellocatie nieuw- en verbouw onderwijshuisvesting

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats voor de wissellocatie nieuw- en verbouw onderwijshuisvesting en voor de onderwijsprojecten, waarbij voor de onderwijsprojecten het navolgende geldt:

  • a.

    het onderwijsproject is opgenomen in het geldende Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) van de gemeente Noordenveld; of

  • b.

    uit het omgevingsplan blijkt dat op de betreffende locatie in de onderwijsfunctie is voorzien;

  • c.

    en de gevraagde transportcapaciteit nodig is ten behoeve van de onderwijshuisvesting.

 

Stap 2: start bouw project

Als tweede stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand en jaar van start bouw van een project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moeten de maand en het jaar van de start bouw worden onderbouwd met objectief verifieerbare documenten, zoals een projectplanning, een uitvoeringsovereenkomst, subsidievoorwaarden, een verleende vergunning (indien van toepassing) of andere documenten waaruit de beoogde datum start bouw voldoende aannemelijk blijkt.

 

Stap 3: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 2 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:

Rangorde:

Beschikbare documenten:

1.

Er is een civielrechtelijke overeenkomst en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie.

2.

Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of een onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

3.

Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie.

4.

Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst.

5.

Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie

6.

Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering, zijnde:

a. overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw en/of integrale gebiedsontwikkeling; of

b. prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties; of

c. college- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.

 

Stap 4: maatschappelijk belang project

Indien op basis van de stappen 2 en 3 projecten gelijk eindigen, vindt een verdere onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang van het project. Een project wordt hoger gerangschikt als het voldoet aan één of meer van de volgende eisen:

  • a.

    het project voldoet aan de wettelijke programmeringsnorm voor betaalbare woningbouw en voorziet in een hoger aandeel betaalbare woningen, waaronder sociale huurwoningen, dan de wettelijk voorgeschreven minimumnormen;

  • b.

    het voorziet in levensloopbestendige, nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen en flexwoningen;

  • c.

    het voorziet in huisvesting voor bijzondere doelgroepen (ouderen, zorgbehoevenden, statushouders, spoedzoekers).

Indien projecten na toepassing van bovenstaande eisen nog steeds gelijk eindigen, worden deze gerangschikt op basis van de volgorde van de eisen. Eis a weegt daarbij het zwaarst, gevolgd door b en c.

Indien projecten vervolgens nog steeds gelijk eindigen, worden deze gerangschikt naar het aantal te realiseren woningen. Projecten met een groter woningaantal worden hoger gerangschikt.

 

Stap 5: datum oplevering

Indien op basis van de onderverdeling uit de stappen 2 tot en met 4 projecten nog steeds gelijk eindigen, vindt er een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

 

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

  • 1.

    Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie innemen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

  • 2.

    De openbare loting vindt plaats overeenkomstig de werkwijze zoals vastgelegd in het door het college vast te stellen protocol “Openbare loting volgordelijst aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026”.

  • 3.

    De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

 

Artikel 11. Transparantie en motivering

  • 1.

    De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 2 tot en met 5 en eventuele loting te vermelden.

  • 2.

    Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

 

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

  • 1.

    De gemeente maakt de voorlopige volgordelijst op donderdag 3 september bekend via de gemeentelijke website. De definitieve volgordelijst wordt op maandag 21 september gepubliceerd via de website van de gemeente Noordenveld en in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Op de gepubliceerde volgordelijst wordt ieder (onderwijs)project aangeduid met het aan de aanvraag toegekende zaaknummer. Per project worden uitsluitend de gegevens vermeld die noodzakelijk zijn voor een transparante uitvoering van deze beleidsregels, waaronder de projectnaam, het zaaknummer, de globale locatie, de projectcategorie en de positie op de lijst. Bij woningbouwprojecten wordt tevens het aantal woningen vermeld.

 

 

Artikel 13. Rechtsbescherming

  • 1.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de voorlopige volgordelijst of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de voorlopige volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst zijn reactie hierop schriftelijk indienen bij de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om een reactie in te dienen.

  • 2.

    De beoordeling en afhandeling van de reacties vindt plaats via het door het college vast te stellen protocol “Behandeling reacties prioriteit aanvraag transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten”, waarna het college de definitieve volgordelijst vaststelt.

  • 3.

    Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de definitieve volgordelijst of de beslissing op zijn reactie kan binnen tien kalenderdagen na de bekendmaking van de definitieve volgordelijst een kort geding aanhangig maken. Na afloop van deze termijn kan geen gebruik meer worden gemaakt van deze mogelijkheid binnen de in deze beleidsregels geregelde procedure.

  • 4.

    Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 verklaart de initiatiefnemer bekend te zijn met en akkoord te gaan met de in dit artikel opgenomen procedure voor rechtsbescherming.

 

Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

  • 1.

    De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

    • a.

      de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

    • b.

      het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

    • c.

      de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

    • d.

      het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

  • 2.

    Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

  • 3.

    De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.

  • 4.

    Wijziging op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder

 

Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst en financiële waarborgen

  • 1.

    De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de definitieve volgordelijst het prioriteringsverzoek en het transportverzoek in behandeling te nemen.

  • 2.

    Bij projecten waarvoor de gemeente niet zelf initiatiefnemer is, komen de kosten die voortvloeien uit het prioriteringsverzoek, het transportverzoek en eventuele daarmee samenhangende verplichtingen jegens de netbeheerder voor rekening van de initiatiefnemer.

  • 3.

    De projectontwikkelaar verklaart bij indiening van zijn verzoek tot opname op de volgordelijst dat hij beschikt over voldoende financiële middelen dan wel financieringsmogelijkheden om de kosten en verplichtingen als bedoeld in het tweede lid te kunnen voldoen.

 

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag van publicatie.

 

Artikel 17. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 11 augustus 2026.

De secretaris, De burgemeester,

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026)

 

Algemeen

 

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Noordenveld invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte bij de netbeheerder.

 

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om aan alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioriteringscategorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

 

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

  • 1.

    Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

  • 2.

    Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

  • 3.

    Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder onderwijs en woonbehoefte.

 

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer onderwijshuisvesting en woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor deze aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

 

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit voor onderwijsprojecten alsmede woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting en woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

 

De gemeente hanteert daarbij een rangschikkingssystematiek omdat binnen congestiegebieden meerdere projecten voor voordracht in aanmerking kunnen komen, terwijl de beschikbare ruimte om aanvragen bij de netbeheerder in te dienen beperkt kan zijn. Hierdoor kunnen niet alle projecten gelijktijdig voor prioritering worden voorgedragen. Er is daarmee sprake van een verdelingsvraagstuk dat vraagt om een objectieve, transparante en niet-discriminerende werkwijze. Met deze beleidsregels geeft de gemeente invulling aan die werkwijze en legt zij vast op welke wijze projecten worden gerangschikt en in welke volgorde zij worden voorgedragen.

 

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

  • Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

  • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

  • De artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

  • Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

 

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: onderwijshuisvesting en woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

 

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruikgemaakt van de VNG-modelbeleidsregels Aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. De modelbeleidsregels zijn als uitgangspunt gebruikt en vervolgens toegespitst op de specifieke situatie en uitvoeringspraktijk van de gemeente Noordenveld. Daarbij zijn onderdelen aangepast, aangevuld en nader uitgewerkt om aan te sluiten bij de lokale context, de gemeentelijke rol bij het aanvragen van transportcapaciteit en de eisen die voortvloeien uit de Systeemcode Elektriciteit 2026.

 

Zo is binnen de rangschikkingssystematiek rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van projecten, de positie van noodzakelijke onderwijshuisvesting en aanvullende criteria op het gebied van projectrijpheid en maatschappelijk belang. Daarnaast zijn enkele onderdelen uit het VNG-model niet overgenomen vanwege wijzigingen in de landelijke werkwijze. Met deze aanpassingen wordt beoogd een transparante, objectieve en uitvoerbare werkwijze vast te leggen voor de wijze waarop de gemeente Noordenveld haar rol als aanvrager van transportcapaciteit invult.

 

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht.

 

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

 

Artikel 1. Definities

De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben, voor zover van toepassing, dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026. Begrippen die in deze regelgeving al zijn gedefinieerd, worden niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Voor zover begrippen specifiek zijn voor de gemeentelijke procedure, de uitvoering van deze beleidsregels of nadere verduidelijking behoeven, zijn deze opgenomen in artikel 1.

 

Civielrechtelijke overeenkomst

De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

 

Project

De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.

 

Volgordelijst

De definitie hier van 'volgordelijst' sluit aan bij de definitie van ‘volgordelijst’ gebruikt in het VNG-model voor deze beleidsregels en het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat bij de projecten om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.

De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.

 

Artikel 3. Doel

De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.

 

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft in het DidamI-arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam II-arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.

De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.

 

Uitwerking

De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen.

 

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.

 

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.

Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.

De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.

 

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.

Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de volgordelijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dat hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.

 

De verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de aangeleverde informatie ligt bij de projectontwikkelaar. Daarom bepaalt artikel 6 expliciet dat de projectontwikkelaar instaat voor de juistheid van de verstrekte gegevens en de gemeente vrijwaart voor aanspraken die voortvloeien uit onjuiste, onvolledige of misleidende informatie.

 

Aanvraag transportcapaciteit

Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:

  • a.

    naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;

  • b.

    omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon);

  • c.

    het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, middenhuur, koop);

  • d.

    de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:

  • 1.

    het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten;

  • 2.

    de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting;

  • 3.

    de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.

 

Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader

Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:

 

Woningbouw — algemeen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback);

  • 3.

    Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen.

 

Woningbouw — collectieve woonvormen:

  • 1.

    Bestuursverklaring (zie artikel 5);

  • 2.

    Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback).

 

Verder is van belang:

  • 1.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder;

  • 2.

    Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 13;

  • 3.

    Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en

  • 4.

    Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden.

Het projectdossier wordt ingediend via een webformulier op de gemeentelijke website. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.

Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis. De projectontwikkelaar heeft dan nog de mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen binnen de termijn zoals genoemd in artikel 6 lid 3. Als binnen die termijn het dossier niet, niet tijdig en/of niet volledig wordt aangevuld wordt het verzoek definitief niet in behandeling genomen en komt het project dus ook definitief niet in aanmerking voor opname op de volgordelijst.

Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.

 

Artikel 8. Bestuursverklaring

De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.

 

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering uit in vijf achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

 

Stap 1 – onderwijsprojecten en wissellocatie nieuw- en verbouw onderwijshuisvesting

De gemeente kent aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting een hogere prioriteit toe vanwege het grote maatschappelijke belang van goed toegankelijke en beschikbare onderwijsvoorzieningen. Daarbij is van belang dat de gemeente op grond van de onderwijswetgeving verantwoordelijk is voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Vertraging in de realisatie, uitbreiding of vervanging van onderwijsvoorzieningen kan directe gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en continuïteit van onderwijs binnen de gemeente en kan leiden tot noodoplossingen met maatschappelijke en financiële gevolgen. Daarnaast hangen woningbouwontwikkelingen en de behoefte aan onderwijsvoorzieningen vaak met elkaar samen, waardoor tijdige realisatie van onderwijshuisvesting mede van belang is voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en ontwikkeling van de gemeentelijke kernen. Om die redenen worden voorzieningen in de onderwijshuisvesting binnen de rangschikking voorafgaand aan woningbouwprojecten beoordeeld.

Binnen de categorie onderwijshuisvesting wordt onderscheid gemaakt tussen wissellocaties voor nieuw- en verbouw van onderwijsvoorzieningen en onderwijsprojecten. Voor onderwijsprojecten geldt dat deze moeten zijn opgenomen in het geldende Integraal Huisvestingsplan Onderwijs dan wel planologisch mogelijk moeten zijn gemaakt. Daarnaast moet de gevraagde transportcapaciteit nodig zijn voor de betreffende onderwijsvoorziening.

 

Stap 2 – Start bouw

Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hierbij niet om een wens of verwachting, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met objectief verifieerbare documenten, zoals een planning, overeenkomst, subsidievoorwaarden, vergunning of andere documenten waaruit de opgegeven startdatum voldoende aannemelijk blijkt.

De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te onderbouwen. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningscondities kan daarvoor wel voldoende zijn. De gemeente beoordeelt per geval of de aangeleverde stukken de opgegeven datum voldoende ondersteunen.

 

Stap 3 – Projectrijpheid

Stap 3 is gebaseerd op de planologische en privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie van een project, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit daadwerkelijk en tijdig wordt benut.

De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijke omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.

Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waarvoor het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste categorie.

Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die vóór 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van deze stap gelijkgesteld met overeenkomsten die na die datum zijn gesloten.

Onder categorie 6 worden projecten verstaan die beschikken over één van de volgende bewijsstukken:

  • een overeenkomst tussen gemeente en Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw of integrale gebiedsontwikkeling;

  • prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties;

  • een college- of raadsbesluit waarbij de gemeente zelf initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling is.

 

Stap 4 – Maatschappelijk belang

De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat de stappen 2 en 3 geen onderscheid hebben opgeleverd. De criteria in deze stap sluiten aan bij gemeentelijke en landelijke doelstellingen op het gebied van betaalbare woningbouw, huisvesting van aandachtsgroepen, levensloopbestendig wonen en flexibele woonvormen.

 

Stap 5 – Datum van oplevering

Stap 5 is van toepassing wanneer na toepassing van de voorgaande stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt een laatste onderscheid tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht moment van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan bij het doel van het ACM-prioriteringskader, waarbij beschikbaar komende capaciteit zo effectief mogelijk wordt ingezet.

Plaatsing op de volgordelijst betekent niet zonder meer dat een project voldoet aan alle eisen die de netbeheerder stelt aan een prioriteringsverzoek. De uiteindelijke beoordeling van een verzoek om prioriteit en transportcapaciteit blijft de verantwoordelijkheid van de netbeheerder.

 

Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

Loting als beslissende factor bij gelijke rangschikking is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen. De werkwijze voor de openbare loting is daartoe vastgelegd in het door het college vast te stellen protocol “Openbare loting volgordelijst aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten gemeente Noordenveld 2026”.

De uitslag van de loting, de trekking, is bindend. De gemeente legt deze uitslag schriftelijk vast in een proces-verbaal.

 

Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst

De publicatietermijn van de gemeente is afgestemd op de reactietermijn zoals opgenomen in artikel 13. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst de mogelijkheid om hierop een schriftelijke reactie in te dienen. De daaropvolgende periode wordt gebruikt door de gemeente om eventuele reacties te beoordelen, noodzakelijke aanpassingen door te voeren en de definitieve volgordelijst vast te stellen en bekend te maken.

 

Artikel 13. Rechtsbescherming

Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om een reactieprocedure in te richten, zodat eventuele onjuistheden of onvolkomenheden in de voorlopige volgordelijst kunnen worden hersteld voordat de definitieve volgordelijst wordt vastgesteld. Om de werkwijze van de reactieprocedure vast te leggen is het door het college vast te stellen protocol “Behandeling reacties prioriteit aanvraag transportcapaciteit onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten” opgesteld.

De reactietermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig een reactie in te dienen, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder.

Het tweede en derde lid voorzien in een reactieprocedure en in de mogelijkheid om binnen een beperkte termijn een kortgedingprocedure aanhangig te maken. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 verklaart de initiatiefnemer bekend te zijn met en in te stemmen met de in deze beleidsregels opgenomen procedure en termijnen. De initiatiefnemer kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst een reactie indienen. Na de beoordeling en afhandeling van de reacties stelt het college de definitieve volgordelijst vast. Tegen de definitieve volgordelijst kan de initiatiefnemer binnen tien kalenderdagen na bekendmaking een kortgedingprocedure aanhangig maken. Na afloop van deze termijn gaat de gemeente er binnen de in deze beleidsregels geregelde procedure vanuit dat de volgordelijst definitief is. Hiermee wordt beoogd de procedure tijdig af te ronden en rechtszekerheid te bieden aan alle betrokken partijen.

 

Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie

De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake.

Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma dat de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.

Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.

 

Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst en financiële waarborgen

Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook pas plaats nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om een reactie in te dienen tegen de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er nadelige consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde definitieve volgordelijst.

Met de aanvullende bepalingen in artikel 15 wordt verduidelijkt dat de financiële gevolgen van een prioriteringsverzoek en transportverzoek bij projecten van derden voor rekening van de initiatiefnemer komen. De gemeente verricht geen zelfstandige beoordeling van de financiële draagkracht van initiatiefnemers, maar mag afgaan op de door de initiatiefnemer afgelegde verklaring dat voldoende financiële middelen of financieringsmogelijkheden aanwezig zijn om aan de daarmee samenhangende verplichtingen te voldoen.

Naar boven