Omgevingsvisie voor Gemeente Beek

Wijzigartikel I

Dit ontwerp betreft een volledig nieuwe omgevingsvisie voor de Gemeente Beek zoals weergegeven in Bijlage A van dit Besluit.

Artikel II

Het voorliggende document betreft een ontwerp omgevingsvisie. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek heeft op 7 juli 2026 besloten om de ontwerp omgevingsvisie voor zes weken ter inzage te leggen.

Bijlage A Wijziging Omgevingsvisie voor Gemeente Beek

Omgevingsvisie voor Gemeente Beek

Omgevingsvisie Beek

1 INLEIDING

1.1 Wat voor gemeente willen we zijn in 2040?

De gemeente Beek heeft het beste van twee werelden en koestert haar ‘stedelijke’ kwaliteiten (voorzieningenniveau, bedrijven, vliegveld) en haar ‘landelijke’ kwaliteiten (dorpskernen met toegang tot natuur in het buitengebied). Deze kwaliteiten willen we graag voor de toekomst behouden en bij voorkeur versterken. Dat gaat niet vanzelf, want er komt veel op onze gemeente af. We hebben een woningbouwopgave dat vraagt om een betaalbaar aanbod voor jongeren en ouderen. Toekomstbestendigheid speelt daarbij een grote rol. Ook moeten we voorbereid zijn op klimaatverandering. Wateropvang en groen zijn daarvoor belangrijk. We willen de landelijk kernen leefbaar houden en voorzieningen moeten voor eenieder bereikbaar zijn.

Dit is slechts een kleine greep uit de opgaven die spelen. Om gereed te zijn voor deze opgaven, stellen we een omgevingsvisie op. We bieden hiermee een blik op de toekomst die we wensen. Een toekomst die rekening houdt met de belangen van onze inwoners en ondernemers. Een toekomst die antwoord biedt op de uitdagingen die op ons afkomen. Een toekomst waarin het prettig wonen, werken en recreëren is in een leefbare gemeente. Waar veiligheid en gezondheid gewaarborgd zijn. Een toekomst die voortbouwt op onze kwaliteiten en identiteit.

De omgevingsvisie is zo’n blik op de toekomst. We kijken voor de komende 15 jaar vooruit. De omgevingsvisie is hiermee een uitwerking op de Strategische Toekomstvisie (Baek to the future) en geeft aan wat we willen bereiken, maar ook wat we koesteren. Dat is nodig, omdat de opgaven die op de gemeente afkomen, vragen om een antwoord. Al die opgaven kosten ruimte. Niets doen is geen optie.

We realiseren ons dat wat we nu hebben opgeschreven over wat we willen bereiken, een momentopname is. Ontwikkelingen gaan door en we willen de omgevingsvisie actueel houden. De omgevingsvisie is een dynamisch document dat onderhoud nodig heeft. Dit doen we door de omgevingsvisie van tijd tot tijd te evalueren en zo nodig aan te passen. In hoofdstuk zes gaan we daar verder op in.

De omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld, maar houdt ook rekening met beleid van andere overheden. Zo is er Rijks- en provinciaal beleid waar we rekening mee moeten houden. Denk aan de luchthaven, waar Rijk en provincie zeggenschap over hebben. Ook hebben we over verschillende onderwerpen afspraken gemaakt op regionaal niveau. Denk aan afspraken op het gebied van woningbouw en de opwek van duurzame energie. Ook daar houden we in de omgevingsvisie rekening mee. Kortom, de omgevingsvisie staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van beleidsvorming op verschillende overheidsniveaus.

Maar we houden niet alleen rekening met ander beleid, om onze doelen en ambities te realiseren hebben we onze partners nodig. Dat zijn overigens niet alleen andere overheden, maar al onze samenwerkingspartners, belangenorganisaties en initiatiefnemers. We maken daarbij dankbaar gebruik van de grote saamhorigheid en “doe-mentaliteit” van onze gemeenschap: samen zetten we de schouders eronder.

1.2 Hoe ziet de omgevingsvisie eruit?

Beleidshuis

De omgevingsvisie maakt onderdeel uit van het beleidshuis van de gemeente. De strategische toekomstvisie Baek to the future is de basis voor al het beleid van de gemeente. De omgevingsvisie, maar bijvoorbeeld ook de strategische visie sociaal domein 2025-2035, zijn daar uitwerkingen van voor respectievelijk de fysieke leefomgeving en het sociaal domein. Uitwerkingen daarvan, vaak op tactisch-operationeel niveau, vinden plaats in programma’s. Die kunnen desgewenst weer vertaald worden in regels die voor burgers bindend zijn, zoals het omgevingsplan. Zie figuur 1.

Figuur 1 Beleidshuis Beek
BeleidshuisBeek.jpg

Omgevingsvisie

In de omgevingsvisie geven we de doelen en ambities weer die we willen bereiken op weg naar 2040. Dit doen we met behoud van onze identiteit, die voortkomt uit onze geschiedenis en onze kernkwaliteiten (zie 2.2). Kortom, de visie van en op Beek. Daarbij geven we aan binnen welke context we dat doen; we beginnen immers niet blanco. Er is een bestaande leefomgeving in de vorm van stedelijke- en landelijk kernen en een buitengebied. En we hebben te maken met relevant beleid dat we betrekken bij het formuleren van onze doelen en ambities. Ook geven we aan hoe we die ambities willen bereiken, zodat er al zicht ontstaat op de wijze waarop we onze doelen en ambities willen realiseren. Dit alles doen we op een vrij hoog abstractieniveau. De omgevingsvisie bindt het gemeentebestuur en wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

Programma’s

Op enig moment kan er voor diverse onderwerpen de behoefte ontstaan het beleid op een concreter niveau uit te werken. Dit doen we in de vorm van zogenaamde omgevingsprogramma’s. Naast uitwerking van de omgevingsvisie kunnen via het programma ook concrete maatregelen worden voorgesteld om onze doelen en ambities te realiseren. Ook het omgevingsprogramma is bindend voor het gemeentebestuur. Het college van burgemeester en wethouders stellen dergelijke programma’s vast.

Omgevingsplan

Een nog verdere concretisering van beleid vindt plaats in het omgevingsplan (het vroegere bestemmingsplan). Dit plan bevat regels voor bouwen en gebruik van gebouwen en gronden. Deze regels zijn bindend voor iedereen. Op basis van het omgevingsplan kan een vergunning aangevraagd worden voor het realiseren van allerlei activiteiten en (gebieds-)ontwikkelingen. Als deze niet in het omgevingsplan passen, moeten ze in ieder geval aansluiten bij de ambities en doelen uit de omgevingsvisie en (uitgewerkt) in het omgevingsprogramma.

Monitoring en handhaving

De gemeente heeft als taak de regels uit het omgevingsplan te monitoren en te handhaven. Op basis hiervan heeft de gemeente een instrument in handen om haar eigen beleid te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Voor de omgevingsvisie betekent dit, dat we elke vier jaar een evaluatie inplannen om te controleren of we onze ambities nog actueel zijn of dat we deze moeten aanpassen. Ook nieuwe opgaven of nieuw beleid (ook vanuit andere overheden) kunnen hiermee een plek krijgen.

1.3 Hoe is de omgevingsvisie tot stand gekomen?

De omgevingsvisie is in vier stappen opgesteld:

  • a.

    Uitgangspositie bepalen

  • b.

    Keuzes maken

  • c.

    Opstellen ontwerp omgevingsvisie

  • d.

    Procedure vaststellen omgevingsvisie

Stap 1. De uitgangspositie

In de eerste stap is bepaald wat de belangrijkste kenmerken en opgaves van de gemeente Beek zijn en waar we nu staan. Bij de opstelling van de strategische toekomstvisie Baek to the future (vastgesteld juni 2021) hebben onze inwoners al aangegeven wat ze belangrijk vinden. Ook hebben we gekeken naar het huidige beleid van de gemeente, naar de bestaande situatie, naar ontwikkellocaties en actuele trends en ontwikkelingen.

We hebben onze belangrijkste kenmerken die we willen behouden (ons DNA) en de onderwerpen waar we nu en in de komende jaren aan werken op een kaart gezet: de zogenoemde uitgangspuntenkaart. Deze kaart maakt onderscheid in sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal en economisch kapitaal. Dit is het fundament uit ‘Baek tot the future’ waar we verder op bouwen. We hebben ook onze belangrijkste opgaven in beeld gebracht. De grootste sleutelopgaven zijn al benoemd in de toekomstvisie, namelijk: “transformeren en vergroenen”. Daar is de gemeente in ieder geval mee aan de slag, maar er zijn nog meer opgaven. Deze hebben we geïnventariseerd met het ambtelijke team en met onze ketenpartners. Hier komen de opgaven voor Beek uit voort.

Dit alles is samengebracht in een document: de Uitgangspositie. Deze is vastgesteld door het college op 3 juni 2025 en gepubliceerd op de website van de gemeente Beek.

Stap 2. Keuzes maken

In de uitgangspositie staan onze belangrijkste opgaven. In stap 2 hebben we keuzes gemaakt. Dit is nodig omdat de meeste opgaven ruimte vragen. Soms kunnen we verschillende opgaven op dezelfde plek combineren, maar dat kan niet altijd. Dan moeten we kiezen. Dat hebben we in deze stap gedaan, waarbij we verschillende doelgroepen hebben betrokken. We hebben een onderscheid gemaakt in interne- en externe doelgroepen. Interne doelgroepen waren de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad1. Externe doelgroepen waren de inwoners van Beek en verschillende belangenorganisaties.

Met alle doelgroepen hebben we de keuzemogelijkheden aan de hand van stellingen besproken. Iedereen kreeg op deze manier de mogelijkheid om mee te denken over de toekomst van de gemeente. De uitkomsten hiervan hebben we genoteerd in een participatieverslag. Dit participatieverslag is als bijlage toegevoegd aan het besluit. De gezamenlijke opbrengst is vervolgens vertaald in een document: de Koers op Hoofdlijnen. Deze is vastgesteld op 18 november 2025 door het college en ter informatie aan de raad gestuurd. Ook is de Koers op hoofdlijnen gepubliceerd op de website van de gemeente Beek.

Participatie

In het recente verleden heeft Beek veel nieuw beleid tot stand gebracht, waarbij uitvoerig geparticipeerd is. Dat geldt zowel voor de strategische visie, als voor sectoraal beleid, zoals het groenstructuurplan. Voor de omgevingsvisie is veel gebruik gemaakt van recent beleid. Daarover opnieuw participeren zou participatiemoeheid opleveren. Om dat te voorkomen hebben we een participatietraject op maat gemaakt voor de omgevingsvisie. Aan de hand van een enquête (respons van 300), een bijeenkomst met belangenorganisaties en het betrekken van buurgemeenten en ketenpartners, is in de fasen 1 en 2 voldoende betrokkenheid gecreëerd, terwijl het proces compact kon blijven.

Stap 3. Richting een omgevingsvisie

Op basis van de vastgestelde Koers op Hoofdlijnen is de ontwerp omgevingsvisie opgesteld. We zijn ingegaan op relevante thema’s zoals wonen, duurzaamheid, natuur, landschap, werken, water, mobiliteit en sociale cohesie, die zijn geïntegreerd in de drie hoofdthema’s: sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal en economisch kapitaal (people, planet, prosperity). We hebben de uitgangspuntenkaart verder uitgewerkt tot een definitieve visiekaart en hebben per gebied aangegeven wat we willen bereiken (onze doelen). Ook hebben we in een uitvoeringsparagraaf aangegeven hoe we dat met elkaar gaan doen en hoe we omgaan met nieuwe initiatieven.

Stap 4. Vaststelling visie

In de laatste stap is de ontwerp-omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. Iedereen kon zijn of haar mening geven over de visie door een zienswijze in te dienen. De gemeenteraad heeft uiteindelijk de omgevingsvisie vastgesteld. In haar besluit heeft zij de ingediende zienswijzen in overweging genomen.

1 De ambtelijke organisatie heeft gereageerd vanuit ieders expertise op zijn of haar vakgebied. Raadsleden hebben vooral een individuele inbreng gehad. Er is geen sprake van een raadsstandpunt. Dat is gebeurd bij de vaststelling van de omgevingsvisie. De inbreng van de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad is onderdeel geweest van de integrale afweging die vervolgens heeft plaats gevonden en in deze omgevingsvisie is verwoord.

1.4 Leeswijzer

In de omgevingsvisie geven we aan welke richting we in de toekomst op willen ontwikkelen. In hoofdstuk 2 staat het vertrekpunt: onze identiteit en rol in de regio, maar ook de opgaven waar we voor staan. In hoofdstuk 3 staat de visie op hoofdlijnen, inclusief de visiekaart. Ook wordt toegelicht hoe de visie verder is opgebouwd (thematisch en gebiedsgericht). Hoofdstuk 4 geeft het thematische deel van de visie weer, hoofdstuk 5 het gebiedsgerichte deel. Hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsparagraaf, waarin is uitgewerkt hoe ambities doorwerken in andere instrumenten en hoe we omgaan met initiatieven. Ook wordt daar aandacht besteed aan monitoring en evaluatie.

2 HET VERTREKPUNT

Het opstellen van een omgevingsvisie gebeurt niet vanuit een blanco situatie. Allereerst is er een bestaande fysieke leefomgeving. Die kan uiteraard niet genegeerd worden. Een ander uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat we uitgaan van de kwaliteiten van Beek, zowel fysiek als sociaal. De ontwikkelingsrichting waar we in Beek voor kiezen, moet passen bij de identiteit van Beek. We geven daar een beknopte omschrijving van.

Ook is er bestaand beleid, vaak recent, door de gemeenteraad vastgesteld. Dat beleid staat niet (opnieuw) ter discussie en vormt bouwstenen voor de omgevingsvisie. Ook houden we rekening met beleid van buiten onze gemeentegrens. Regionale afspraken, provinciaal- en Rijksbeleid worden in de omgevingsvisie meegenomen voor zover dat relevant is voor onze gemeente. We benutten de kansen om samen met onze partners opgaves op te pakken die we alleen niet voor elkaar krijgen.

2.1 Beek in het kort

De gemeente Beek telt bijna 17.000 inwoners verspreid over de kernen Beek, Neerbeek, Spaubeek, Groot en Klein Genhout, Geverik en Kelmond. Een klein deel van onze inwoners woont in het buitengebied.

Ten noorden en westen van onze gemeente ligt een sterk verstedelijkt gebied met respectievelijk de stedelijke agglomeratie van Sittard-Geleen en het industriecomplex Chemelot. Aan de westzijde bevindt zich de woongemeente Stein in het zuiden ligt de luchthaven Maastricht Aachen Airport (MAA). Naar het oosten maakt verstedelijking plaats voor het landelijke Heuvelland.

Als we uitzoomen ligt Beek in de driehoek van de drie stedelijke clusters van Zuid-Limburg: Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen. Deze clusters zijn verbonden door snelwegen en spoor, waardoor de gemeente goed bereikbaar is per auto en trein binnen de regio.

Het Heuvelland van Zuid-Limburg wordt gekenmerkt door hooggelegen plateaus die doorsneden worden door beken. Dat geldt ook voor de gemeente Beek, waar de Keutelbeek en de Geleenbeek het landschap van Beek in belangrijke mate hebben gevormd. In de beekdalen hebben de huidige kernen zich lang geleden gevestigd. Enkel Genhout is gelegen boven op het plateau. De beekdalen kennen een besloten karakter, vooral omdat de meeste kernen zich er hebben gevestigd. Buiten de kernen worden de beekdalen vaak begeleid door bos. Het plateau wordt gekenmerkt door zijn openheid en weidse vergezichten, zowel op het buitengebied als op de stad. Het plateau wordt vooral agrarisch gebruikt waar akkerbouw, weidebouw en fruitteelt elkaar afwisselen. Daarnaast wordt het fraaie heuvelland gebruikt voor recreatief medegebruik. De fijnmazige structuur van wegen en wandelpaden leent zich daar uitstekend voor.

Met name deze landschappelijke kwaliteiten hebben ertoe geleid dat de gemeente, op het vliegveld en de aangrenzende bedrijventerreinen na, behoort tot het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Kenmerken van het Zuid-Limburgse landschap zijn:

  • a.

    De vruchtbare lössgronden

  • b.

    De holle wegen en graften

  • c.

    De hoogstamboomgaarden

  • d.

    De monumentale boerderijen

  • e.

    De (veld)kapellen en wegkruizen in het landschap

In Zuid-Limburg werd en wordt veel aan delfstofwinning gedaan. De gemeente Beek maakt onderdeel uit van de Westelijke Mijnstreek. Het leven in deze streek werd vanaf 1900 bepaald door de Staatsmijn Maurits, de voormalige steenkolenmijn die actief was tot 1967. Na de sluiting van de mijn vestigde DSM zich hier en zo ontstond het industriecomplex Chemelot. Naast de kolenmijnen werd er van oudsher ook zand en grind gewonnen. Ten zuidoosten van Spaubeek ligt de gelijknamige groeve. In 1965 begon met het afgraven van zand en grind. Na het aflopen van de vergunning in 2022 is de groeve ingericht als natuur- en recreatiegebied.

2.2 Het verhaal van Beek

Beek wordt het oudste dorp van Nederland genoemd. Onderzoek van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten bevestigt dat de locatie van de huidige gemeente Beek al ruim 7.000 jaar continu bewoond is. Vanwege de vruchtbare lössgronden was het gebied zeer geschikt voor de landbouw. De eerste boeren, de Bandkeramiekers, vestigden zich hier rond 5.000 v.Chr. De eerste dorpen ontstonden langs de Keutelbeek, waaraan het dorp Beek en later de gemeente haar naam dankt. Onder (ook wel ‘neer’) aan de beek ontwikkelde zich Neerbeek. In het dal (ook wel ‘spau’) van de Geleenbeek ontstond Spaubeek.

Beek was dus duizenden jaren geleden al een aantrekkelijke plek om je te vestigen. En dat is door de eeuwen heen eigenlijk nooit veranderd. Lang ontwikkelde Beek zich als een agrarische gemeenschap. Met de komst van de mijnbouw, begin 19e eeuw, beleefde de Westelijke Mijnstreek een impuls qua werken en wonen. De sluiting van de mijnen in de jaren 70 van de vorige eeuw was een stevige aderlating voor de werkgelegenheid. De later daaruit voortkomende ontwikkeling van DSM, maar ook NEDcar en andere industrie en dienstverlening, zorgde weer voor een opleving en veranderde het landschap van de Westelijke Mijnstreek. De omgeving wordt gekenmerkt door het industriële cluster van Chemelot. Begin deze eeuw heeft de werkgelegenheid van Beek nog een stevige impuls gekregen door de ontwikkeling van de bedrijventerreinen van Aviation Valley. Het vliegveld is ontstaan uit een aan het einde van de Tweede Wereldoorlog aangelegde militaire vliegbasis en wordt nu vooral gebruikt voor vrachtvluchten. Hiermee zorgt de economie in Beek niet alleen voor werkgelegenheid voor de eigen inwoners, maar ook voor de regio.

Dat resulteert in een strategisch gelegen werk- én woongemeente in Zuid-Limburg met de volgende kernen; Beek, Neerbeek, Spaubeek, Genhout, Kelmond en Geverik. De werkgelegenheid is met de diversiteit aan bedrijventerreinen zowel voor de gemeente van belang als voor de regio. De waardering van het voorzieningenniveau is over de hele breedte hoog. Zo zijn er mogelijkheden voor vrijetijdsbestedingen als een zwembad, manage en sportcomplexen. Ook is er een uitgebreid verenigingsleven én beschikt Beek over een groot en gevarieerd winkelaanbod (deels in de kern Beek en deels in het overdekte winkelcentrum Makado). Het besteedbaar inkomen in Beek ligt hoger dan gemiddeld in Limburg.

Beek heeft het beste van twee werelden en koestert zowel haar ‘stedelijke’ kwaliteiten (voorzieningenniveau, bedrijven, infrastructuur, vliegveld) als haar meer ‘landelijke’ kwaliteiten (dorpskernen met toegang tot natuur in het buitengebied). De sterke combinatie van ‘stedelijke’ én ‘landelijke’ kwaliteiten draagt bij aan een brede welvaart en zorgt voor een vitale gemeente. Dit biedt kansen, maar er zijn ook de nodige uitdagingen.

Om die brede welvaart voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor nu en later te behouden en op onderdelen te verhogen, zijn gerichte accenten en impulsen in beleid en samenwerking nodig. Door het menselijk, sociaal, natuurlijk, economisch en woonkapitaal van Beek te versterken maken we Beek samen nog Aantrekkelijker, Bereikbaarder, Concurrerender en Duurzamer: Het ABCD van Beek. Kansen benutten en uitdagingen aangaan!

2.3 Kwaliteiten en identiteit

Uit het verhaal van Beek blijkt al dat de gemeente over een aantal kernkwaliteiten beschikt die (mede) bepalend zijn voor haar identiteit, zoals:

  • a.

    De ligging van Beek: centraal en goed ontsloten door twee snelwegen, twee spoorwegen en een luchthaven. De ligging is een vestigingsfactor van formaat voor bedrijven, maar ook voor wonen. Hierdoor speelt Beek ook een belangrijke rol in de regio.

  • b.

    Mede door haar ligging is Beek een economische hotspot die zorgt voor veel werkgelegenheid en staat mede garant voor een brede welvaart.

  • c.

    Het voorzieningenniveau van Beek. Het overdekte winkelcentrum Makado, het aanbod van winkels in het centrum van Beek en sportlandgoed De Haamen overstijgen het gemeentelijk niveau en vervullen een (boven)regionale functie.

  • d.

    De poort naar het Heuvelland. Vanuit het noorden komend, wordt het Heuvelland zichtbaar vanaf de A2 en A76. Het fraaie landelijk gebied zorgt voor rust en ruimte en zorgt voor een aantrekkelijke leefomgeving.

  • e.

    Hiermee heeft Beek het beste van twee werelden: een economisch vitale gemeente in een dynamische regio die een aantrekkelijk woon- en werkomgeving biedt, gelegen in een fraai landschap waar ruimte is voor recreatief medegebruik in het agrarische landschap, afgewisseld met bos- en natuurgebieden.

  • f.

    Het DNA van Beek bestaat naast de fysieke kwaliteiten ontegenzeggelijk ook uit sociaal-maatschappelijke kwaliteiten. Er heerst een grote gemeenschapszin, wat blijkt uit een actief verenigingsleven. Inwoners zijn gastvrij en zorgen voor elkaar. En er heerst een ‘handen-uit-de-mouwen-mentaliteit’: Samen de klus klaren!

De strategische ligging tussen de economische clusters Chemelot en Aviation Valley, gecombineerd met een uitstekende bereikbaarheid per auto en trein, biedt Beek kansen. Beek vervult een belangrijke regionale functie in de Westelijke Mijnstreek, onder meer met een breed aanbod aan sportvoorzieningen, het overdekte winkelcentrum Makado en het centrum van Beek met meer specialistische winkels. Beek biedt werkgelegenheid voor haar inwoners en voor inwoners van de regio.

De gemeente heeft daarnaast een aantrekkelijke woonomgeving door haar ligging aan het begin van het Heuvelland. Bestaande uit overwegend agrarische gebieden op de plateaus en natuurgebieden en bossen op de hellingen van de beekdalen. Het kenmerkende landschap wordt afgewisseld met kleine bosjes, landschapselementen zoals graften en holle wegen. Komend vanuit het noorden is Beek de poort naar het Heuvelland. Recreatie is kleinschalig met wandelaars en fietsers die het Beekse landschap ontdekken. Daarnaast heeft het gebied een rijke historie met vele monumenten, zoals kerken, kapellen, historische boerderijen, Huis Gebroek met het omliggende landgoed en de Sint Hubertusmolen. Deze liggen verspreid in en tussen de kleine kernen.

2.4 Opgaven en uitdagingen

Beek mag dan vele kwaliteiten bezitten, er zijn ook de nodige uitdagingen ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van Beek. Er zijn vele opgaven te benoemen. We noemen de belangrijkste in willekeurige volgorde.

  • a.

    Een passende en duurzame woningvoorraad: Beek zal in de komende decennia een lichte groei doormaken, mede als gevolg van de woningbouwopgave die het Rijk op middellange termijn voorziet. Niet alleen moeten er tenminste 300 woningen worden gebouwd tot 2031, de woningvoorraad moet aansluiten bij de behoefte van de verschillende doelgroepen. Bovendien zal de bestaande woningvoorraad moeten verduurzamen.

  • b.

    Voorbereid op een veranderend klimaat: Iedereen is zich inmiddels bewust dat extremere weersomstandigheden (drogere zomers, hevigere regenbuien) vragen om een aangepaste inrichting van onze gemeente; te veel water moet worden geborgen, meer groen in de openbare ruimte is nodig tegen hittestress.

  • c.

    Beek bereikbaar: Beek is goed bereikbaar als je over een auto beschikt. Maar autobereikbaarheid kent zijn grenzen. Bovendien beschikt niet iedereen over een auto. Ook heeft Beek twee treinstations. Hoe houden we Beek bereikbaar voor iedereen?

  • d.

    Inclusieve samenleving: De sociale cohesie in Beek is groot, maar voor de toekomst niet vanzelfsprekend. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan blijven doen, het verenigingsleven en het aantal vrijwilligers op peil blijft en dat we naar elkaar om blijven kijken?

  • e.

    Gezondheid: Gezond gedrag is niet vanzelfsprekend. Steeds meer mensen kampen met overgewicht. Gezondheid staat niet op zichzelf, maar is een integraal onderdeel van alle andere beleidsthema’s. Hoe stimuleren we bijvoorbeeld bewegen en gezond eten. En wat heeft dat te maken met de inrichting van de fysieke leefomgeving? Zuid-Limburg loopt daarin gemiddeld achter op de rest van Nederland. Ook met de invloed van de bedrijvigheid in de directe omgeving, zoals Chemelot en het vliegveld, heeft invloed op een gezonde leefomgeving.

  • f.

    Landbouwtransitie: Het grootste deel van ons buitengebied wordt gebruikt voor de landbouw. In het buitengebied is een transitie nodig om de landbouw toekomstbestendig te maken. Wat is daarvoor nodig en welke rol speelt de gemeente hierin?

  • g.

    Biodiversiteit: Het is niet goed gesteld met de biodiversiteit in Nederland. Verbetering ervan is hard nodig willen we onze leefomgeving gezond houden. Vele sectoren zijn hierbij betrokken, want het gaat om schone lucht, bodem en water. Maar ook hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten en beheren.

  • h.

    Veilig Beek: Wij willen dat Beek veilig is; verkeersveilig, sociaal veilig, waterveilig en veilig op het gebied van milieu. Bij nieuwe ontwikkelingen zal veiligheid in al zijn verschijningsvormen ook onderdeel moeten zijn van andere opgaves.

  • i.

    Verduurzamen: Verduurzamen is een containerbegrip. Duidelijk is dat we op het gebied van besparen en opwekken van (duurzame) energie, circulariteit en mobiliteit de nodige stappen moeten zetten.

  • j.

    Economie: Beek kent een gunstig economisch klimaat die voldoende werkgelegenheid oplevert. Maar we zullen blijvend aandacht moeten besteden aan ons gunstige vestigingsklimaat om dat in de toekomst ook te blijven. Bovendien zal onze economie vooral duurzaam moeten groeien. Een stevige opgave!

  • k.

    Voorzieningen: Beek kent een goed voorzieningenniveau dat zelfs voorziet in regionale behoeften. Dat willen we graag behouden en belangrijker, bereikbaar houden voor iedereen. Dat is een opgave die met name de landelijke kernen parten speelt.

Genoemde opgaven zijn niet uniek voor Beek. Ze spelen in meer of mindere mate in de meeste Nederlandse gemeenten. Er zijn ook enkele opgaven die wel uniek zijn voor Beek. We noemen de belangrijkste.

  • a.

    Maastricht Aachen Airport: MAA is een belangrijke economische pijler voor de regio en heeft tegelijkertijd grote invloed op de leefomgeving. In Beek erkennen we beide belangen en ondersteunen we, waar mogelijk, de ontwikkeling naar een duurzame, omgevingsbewuste en economisch vitale luchthaven in balans met haar omgeving.

  • b.

    Regionale voorzieningen: Beek kent enkele regionale voorzieningen zoals het overdekt winkelcentrum Makado, het centrum van Beek en het sportlandgoed De Haamen. Graag willen we die regionale positie behouden. Wat is daarvoor nodig?

  • c.

    Transformatiegebieden: Beek kent ook enkele gebieden die niet meer functioneel zijn en vragen om transformatie. Een duidelijk programma ligt er niet. Welke randvoorwaarden stellen we aan nieuwe ontwikkelingen die zich daar kunnen voordoen?

Genoemde opgaven staan niet op zichzelf, maar zijn nauw verbonden met de identiteit van Beek. In onze aantrekkelijke woon- en werkgemeente staat saamhorigheid centraal. De gemeenschap kenmerkt zich door een open- en gastvrije houding: iedereen is welkom en krijgt de kans om mee te doen, of het nu gaat om wonen, werken of deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. Ook kenmerkt Beek zich door een ‘handen-uit-de-mouwen’ mentaliteit. Dat betekent dat we de opgaven die spelen, samen ter hand nemen. De gemeente, inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, ketenpartners en andere initiatiefnemers steken samen de handen uit de mouwen om antwoorden te vinden voor de opgaven die ons bezig houden. Daarmee houden we Beek aantrekkelijk om te wonen, werken en recreëren.

2.5 Actueel beleid

Er is veel actueel vastgesteld beleid, zowel van de gemeente Beek als van andere overheden en ketenpartners waar we rekening mee houden. Dat beleid staat niet ter discussie en nemen we als vertrekpunt voor de omgevingsvisie. Naast beleid hebben diverse partijen, zoals Enexis, de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL), de Natuur- en milieufederatie Limburg, het waterschap en GGD, ons bouwstenen aangereikt. In de visie nemen we de essentie mee en verwijzen we daarnaar. Ook leggen we waar nodig nieuwe accenten als er opgaven op ons afkomen waar in het vastgestelde beleid nog geen antwoord op is gegeven. De omgevingsvisie zorgt voor samenhang en een integraal beeld tussen de verschillende thema’s en beleidsvelden.

We geven een beknopt overzicht van de belangrijkste beleidslijnen die van invloed zijn op de omgevingsvisie van Beek.

Rijk

Het ruimtelijk beleid van de Rijksoverheid is vastgelegd in de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Zuid-Limburg is aangewezen als NOVEX-gebied. In dat kader is het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Zuid-Limburg vastgesteld waarin de samenwerkende NOVEX-partners de voorgestelde koers en de vervolguitwerkingen hebben beschreven, die gezamenlijk worden opgepakt. Deze vormt de basis voor een langjarige samenwerking om aan complexe opgaves in Zuid-Limburg te werken.

De Novi wordt binnenkort opgevolgd door de Nota Ruimte, die inmiddels als ontwerp ter inzage heeft gelegen. Het Rijksbeleid zet sterk in op de kracht van de regio. Voor Zuid-Limburg wordt de strategie van initiëren voorgesteld, met een potentie voor een schaalsprong in economie en bevolking. De Westelijke Mijnstreek vormt daarbinnen een samenhangend industriecluster van nationaal belang.

Provincie

Het ruimtelijk beleid van de provincie is vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie (POVI) die in mei 2026 is vastgesteld. De provincie heeft vier hoofdopgaven geformuleerd:

  • a.

    Sterke steden en dorpen met een goed vestigingsklimaat: Zorgen voor voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Optimaal benutten van ruimte in bestaande steden en dorpen, verbeteren van leefbaarheid en versterken van economische innovatiekracht.

  • b.

    Balans tussen functies in het landelijk gebied: Combineren van de belangen van landbouw, natuur, water, landschap en vrijetijdseconomie, onder meer door gebiedsgerichte zonering.

  • c.

    Toekomstbestendige mobiliteits- en energiesystemen: Duurzame energievoorziening en slimme mobiliteitsoplossingen.

  • d.

    Een vitale bodem en een robuust watersysteem: Herstel van bodemkwaliteit en zorgen dat ons watersysteem zowel perioden van droogte als perioden met grote waterafvoer kan opvangen.

Realisatie van de hoofdopgaven vindt plaats door het hanteren van de Limburgse principes:

Principe 1 – Gezonde en veilige leefomgeving: Prioriteit voor gezondheid, veiligheid en welzijn van mens, dier en plant. De leefomgeving moet bijdragen aan het voorkomen van bijvoorbeeld luchtverontreiniging, geluidsoverlast, hittestress en veiligheidsrisico's, zowel fysiek als sociaal.

Principe 2 – Identiteit en kenmerken van gebieden: Beleidskeuzes sluiten aan op unieke landschappen, culturen en gebiedseigen kenmerken. Ontwikkelingen moeten de regionale identiteit versterken.

Principe 3 – Zorgvuldig omgaan met schaarse ruimte en voorraden (boven- en ondergronds): We moeten onze ruimte, netwerken (verkeer en energie) en voorraden optimaal benutten. Multifunctioneel ruimtegebruik wordt gestimuleerd.

Principe 4 – Versterken van bebouwd én landelijk gebied: We koesteren de variatie in stedelijke en landelijke gebieden. We willen steden en dorpen compact houden en stedelijke functies zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied concentreren.

Naast hoofdopgaven en ambities werken we met een algemene zonering, bestaande uit zeven zones. Dit geeft sturing aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Limburg:

  • a.

    Natuurnetwerk Limburg

  • b.

    Primair landbouwgebied (hoogproductief landbouwgebied)

  • c.

    Groenblauwe Landbouwzone (landbouw met focus op water- en natuuropgaven)

  • d.

    Verwevingsgebied (landbouw met focus op stad-landopgaven)

  • e.

    Stedelijk gebied

  • f.

    Landelijke kernen

  • g.

    Werklocaties (waaronder bedrijventerreinen en stedelijke dienstenterreinen (voor kantoren en detailhandel)

Als we de algemene zonering vertalen naar de gemeente Beek dan behoren Beek en Neerbeek tot het stedelijk gebied. De kernen Spaubeek, Genhout en Geverik vallen onder de landelijke kernen. Kelmond is onderdeel van het verwevingsgebied en valt daarmee onder het buitengebied. Het buitengebied bestaat verder uit primair landbouwgebied, groenblauwe landbouwzones en het natuurnetwerk Limburg.

Het beleid wordt nog in de provinciale omgevingsverordening uitgewerkt. De huidige verordening (in werking sinds 03‑02‑2025) hanteert regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Deze regels zijn voor iedereen bindend. Dat betekent dat de omgevingsvisie van de gemeente Beek moet passen binnen deze regels. Net als de provinciale omgevingsvisie wordt ook de verordening herzien. Van 2 april tot en met 14 mei 2026 heeft het ontwerp ter inzage gelegd. Na vaststelling geeft de verordening dan sturing aan de zonering zoals die in de in mei 2026 vastgestelde omgevingsvisie is opgenomen.

Regio

Voor diverse onderwerpen maakt de gemeente afspraken binnen de regio. De belangrijkste regionale afspraken hebben betrekking op wonen, opwek van duurzame energie, ruimtelijke economie, detailhandel en recreatie. Deze afspraken komen terug in de omgevingsvisie of zijn verder uitgewerkt in gemeentelijk beleid. De Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg, het Programma Bedrijventerreinen Westelijke Mijnstreek en de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg blijven naast de omgevingsvisie onverminderd van kracht.

Gemeente

In 2021 hebben we onze Strategische Toekomstvisie, ‘Baek to the future’ vastgesteld, een belangrijke bouwsteen voor deze omgevingsvisie. Beek zet in op de versterking van haar menselijke en sociale kapitaal (people), haar natuurlijke kapitaal (planet) en haar economische kapitaal (prosperity). Deze thema’s zijn uitgangspunt voor de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie gaat ook over mensen. Bij de keuzes die we maken, richten we ons ook op het bieden van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het bevorderen van gezond (samen)leven. Iedereen kan meedoen en is welkom. En dat draagt bij aan een sterke en hechte gemeenschap en is onderdeel van de identiteit van Beek. Deze uitgangspunten komen voort uit de strategische visie sociaal domein en zijn eveneens vertaald in de omgevingsvisie. Ook zijn bestaande beleidsstukken gebruikt als bouwsteen voor de omgevingsvisie. Dit is gebeurd door bouwstenen in de omgevingsvisie te verwerken of er nadrukkelijk naar te verwijzen. In dat laatste geval voorkomen we dat we beleid herhalen. Dit beleid heeft vaak een hoger detailniveau per thema of gebied en blijft geldend in aanvulling op de omgevingsvisie.

2.6 Onze rol en kansen in de regio

Beek vervult een belangrijke regionale functie in de Westelijke Mijnstreek, zowel op het gebied van werken, mobiliteit als op het gebied van voorzieningen. Met name Aviation Valley heeft een regionale functie, waarvan het vliegveld van nationale belang is met internationale verbindingen voor vrachtverkeer. Ook de snelwegen A2 en A76 en de spoorlijnen Roermond – Maastricht/Heerlen zijn belangrijke verbindingen met een bovenregionale, nationale en internationale functie.

Het brede aanbod aan sportvoorzieningen in sportlandgoed de Haamen biedt sportgelegenheid voor alle doelgroepen en leeftijden. Recreatief sporten, sporten in competitieverband, bewegen voor ouderen en (top)sport voor mensen met een beperking worden hier gefaciliteerd. Het overdekte winkelcentrum Makado is het grootste overdekte winkelcentrum in Limburg en trekt bezoekers van buiten de gemeentegrens. Dat geldt ook voor bezoekers van het centrum van de kern Beek met een meer specialistisch winkelaanbod.

De regionale economische clusters, Aviation Valley en winkelcentrum Makado, zorgen niet alleen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en daarmee voor regionale werkgelegenheid, maar dragen ook bij aan de brede welvaart in de regio. De goede bereikbaarheid van de gemeente, vlak bij snelwegen en het spoor, dragen daar mede aan bij, maar ook het heuvelland dat een aantrekkelijke woonomgeving biedt.

Door haar ligging is de gemeente Beek ook de poort van het Heuvelland. Dit zorgt ervoor dat natuur op loop- en fietsafstand van de kernen ligt. Dit groene karakter biedt volop mogelijkheden voor recreatie en toerisme, al dan niet in combinatie met duurzame landbouw. Bovendien is Beek trots op haar status als oudste dorp van Nederland, een unieke historische identiteit die kansen biedt voor het vergroten van de bekendheid en (boven-)regionaal toerisme en werkgelegenheid.

Naast de functie die Beek vervult voor de regio is er ook een regionale betrokkenheid tussen de verschillende gemeenten in de regio. Afspraken worden zowel gemaakt in de (sub)regio Westelijke Mijnstreek als in de regio Zuid-Limburg (waar de Westelijke Mijnstreek onderdeel vanuit maakt). Op regionaal niveau worden vele afspraken gemaakt en beleid afgestemd over de grote opgaven die spelen.

3 DE VISIE

De gemeente Beek biedt met de combinatie van stedelijke én landelijke kwaliteiten het beste van twee werelden. Zo is de natuur in het buitengebied voor elke kern dichtbij, maar zijn er in de stedelijke kernen ook voldoende voorzieningen en bedrijven. Deze dragen bij aan het welzijn van inwoners van Beek en zorgen voor een vitale gemeente waar wordt gewoond en gewerkt. Onze visie is erop gericht om deze brede welvaart te behouden en te versterken door de juiste balans te bewerkstelligen tussen de stedelijke en landelijke kwaliteiten. We geven dat op twee manieren vorm:

Themagericht

We geven onze visie weer aan de hand van de thema’s, sociaal-, natuurlijk- en economisch kapitaal (Uit: People, Planet, Prosperity in ‘Baek to the future’).

Sociaal kapitaal: We brengen ons woningaanbod en de vraag beter met elkaar in balans in het bijzonder voor starters, ouderen en doorstromers. Daar hoort een toereikend en betaalbaar voorzieningenpakket bij. Daarnaast streven we naar vitale en gezonde inwoners en een sterke sociale basis; iedereen moet mee kunnen doen. En we willen ons veilig voelen in onze woon- en werkomgeving.

Natuurlijk kapitaal: We willen wonen en werken in een schone en aantrekkelijke leefomgeving, zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied. We willen de biodiversiteit vergroten, onze kernen vergroenen en de kans op wateroverlast verkleinen. We hanteren daarom het principe ‘water en bodem sturend’. De kwaliteiten van ons buitengebied willen we versterken. Toekomstbestendige landbouw, die naast voedselproducent ook een rol heeft bij het beheer van het landschap, is daarvoor belangrijk. Ook zetten we in op (extensief) recreatief medegebruik. We pakken realistisch door op het vlak van de energietransitie.

Economisch kapitaal: We willen een economisch gezonde, aantrekkelijke en welvarende gemeente zijn voor al onze inwoners en ondernemers. Voldoende werkgelegenheid, ruimte voor ondernemerschap met oog voor de toekomst en een sterke retailpositie horen daarbij. Een goede verkeersveilige bereikbaarheid is een voorwaarde. We zetten meer in op ruimte voor duurzame mobiliteit, maar wel in balans met de leefbaarheid en voldoende autobereikbaarheid. Ons toeristisch aanbod kan bijdragen aan bovengenoemde doelstellingen.

Gebiedsgericht

Per gebied geven we aan wat onze visie inhoudt en komen de bovengenoemde thema’s integraal terug. We geven onze thematische en gebiedsgerichte visie telkens vorm aan de hand van drie vragen:

Hoofdstuk3.jpg

De eerste vraag (waar hebben we mee te maken?) geeft de (beleids)context weer, die voortkomt uit onze eerdere inventarisatie van trends en ontwikkelingen, opgaven die spelen en beleid dat daarop is ontwikkeld.

De tweede vraag (wat willen we bereiken?) gaat over onze doelen en ambities. Die komen voort uit zowel bestaand beleid maar ook uit de opbrengst van het participatietraject. Dat is input geweest voor de gemaakte keuzes, die invulling hebben gegeven aan onze doelen en ambities.

De derde vraag (hoe pakken we dat aan?) geeft al een doorkijk naar het realiseren van onze ambities.

Op de omgevingsvisiekaart (figuur 2) zijn de ambities in de vorm van het toekomstbeeld weergegeven. Zowel de thema’s als de gebieden zijn hierop terug te vinden.

Figuur 2 Omgevingsvisiekaart
Figuur2Visiekaartversiejuni.jpg

4 DE VISIE PER THEMA

In de omgevingsvisie borduren we voort op de drie overkoepelende thema’s uit de strategische toekomstvisie van de gemeente Beek (People, Planet, Prosperity): sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal en economisch kapitaal. Deze drie thema’s bevatten verschillende onderwerpen die een onderlinge samenhang bevatten. Die onderwerpen overlappen elkaar deels. De volgende indeling wordt hierbij aangehouden:

  • a.

    Sociaal kapitaal: wonen, voorzieningen, gezondheid en gemeenschapszin.

  • b.

    Natuurlijk kapitaal: natuur, landschap, water, energie, circulariteit, biodiversiteit en omgevingskwaliteit.

  • c.

    Economisch kapitaal: werken, retail, mobiliteit, bereikbaarheid, recreatie en toerisme.

De thema’s gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente.

4.1 Sociaal kapitaal

Wat speelt er?

Saamhorigheid met een sterke sociale basis is een belangrijke kernkwaliteit van de gemeente Beek. Een actief verenigingsleven, een breed aanbod aan voorzieningen, gezamenlijke activiteiten en evenementen bevorderen de leefbaarheid in Beek. Bij een aantrekkelijke leefomgeving horen voldoende betaalbare woningen voor iedereen. Deze opgaven speelt vooral bij jongeren en ouderen die lastig een passende woning kunnen vinden. Dit heeft ook gevolgen voor de doorstroming, omdat ouderen langer op dezelfde plek blijven wonen en het aanbod van levensloopbestendige woningen beperkt is. De krapte in dit woonsegment wordt versterkt door de vergrijzing van de Beekse bevolking. Hierdoor hebben starters op de woningmarkt minder kans om een woning te kopen en blijven daardoor langer thuis wonen.

De gemeente staat voor belangrijke sociaal maatschappelijke uitdagingen. Mensen worden steeds ouder en dat stelt andere eisen aan woningen, voorzieningen, zorg en mogelijkheden voor recreatie en ontspanning. Met name de afstand tot en bereikbaarheid van deze voorzieningen staat onder druk. De vergrijzing draagt bij aan de toenemende vraag om zorg, hulpvragen worden complexer en overgewicht komt steeds vaker voor. De toenemende vraag naar zorg heeft ook zijn weerslag op de woningbehoefte. In de woon-zorgvisie heeft de gemeente haar beleid op dit vlak geformuleerd.

Tegelijkertijd worden mensen minder uitgedaagd tot bewegen en ander gezond gedrag. Ook zien we dat de maatschappij individualiseert en dat het verenigingsleven het steeds lastiger krijgt in haar voortbestaan. Eind 2024 heeft de gemeenteraad een nieuwe strategische visie voor het sociale domein vastgesteld. Kern van deze visie is dat de gemeente zich richt op bestaanszekerheid, kansengelijkheid en het bevorderen van veilig en gezond (samen)leven. Een sterke sociale basis in alle kernen van de gemeente is hierbij het vertrekpunt. Samen met maatschappelijke partners werkt de gemeente aan deze opgaven, waarbij de inzet steeds meer is gericht op preventie en het stimuleren van gezond leven.

Dit maakt dat de omgevingsvisie en de strategische visie onderling een belangrijke wisselwerking hebben. Gezondheid en leefomgeving zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een slimmere inrichting van de leefomgeving kan bijdragen aan het voorkomen van maatschappelijke problemen en ruimtelijke keuzes kunnen van invloed zijn op sociaal-maatschappelijke aspecten. Denk bijvoorbeeld aan beweeg -ontmoetingsplekken of een veilige infrastructuur waardoor inwoners meer geneigd zijn om te wandelen of te fietsen.

Ook is het belangrijk dat mensen in Beek comfortabel in hun eigen huis kunnen leven en hun energierekening kunnen betalen. Het is daarom belangrijk dat woningen worden verduurzaamd. Dit geeft extra wooncomfort. Tegelijkertijd is er minder energie nodig om de woning te verwarmen wat ook zorgt voor een lagere energierekening.

Wat willen we bereiken?

1 Betere woonkansen voor alle Beekenaren en in het bijzonder voor starters, ouderen en doorstromers.

Eén van de grootste uitdagingen voor het komende decennium is het in balans brengen van het woningaanbod en de woningvraag. Wij zetten in op de ontwikkeling van tenminste 300 woningen tot 2031 verspreid over alle kernen van Beek.

2 Een toereikend en betaalbaar voorzieningenpakket.

Elke kern heeft een basisniveau aan voorzieningen, of voorzieningen zijn in aangrenzende kernen goed bereikbaar, bij voorkeur lopend of per fiets. Denk aan scholen, gemeenschapshuizen, zorg, sport en recreatie.

3 Vitale en gezonde inwoners.

We willen dat onze inwoners vitaal en gezond oud kunnen worden.

4 Een sterke sociale basis.

We willen de sociale basis van de gemeente in alle kernen versterken. Daarmee zorgen we ervoor dat alle mensen mee kunnen doen, zich ondersteund voelen en zelfredzaam zijn.

5 Een veilige woon- en werkomgeving.

Veiligheid heeft betrekking op verkeer, bedrijven, de samenleving (sociale veiligheid) en water. Wij hebben daar continue aandacht voor, zowel in de bestaande leefomgeving als bij nieuwe ontwikkelingen.

6 Een betaalbare energierekening en comfortabel wonen.

We willen dat iedereen in Beek zijn of haar energierekening kan betalen, energiearmoede voorkomen en bewoners comfortabel in hun woning kunnen wonen; warm in de winter en koel in de zomer.

Hoe pakken we dat aan?

1 Betere woonkansen voor alle Beekenaren en in het bijzonder voor starters, ouderen en doorstromers.

  • a.

    Het grootste deel van de woningen bouwen we in de grotere kernen, omdat daar de meeste voorzieningen al aanwezig zijn. Om de leefbaarheid in de kleinere kernen te behouden, houden we daar ook rekening met woningbouw. We hebben de kansrijke woningbouwlocaties uit het programma Woningbouw gemeente Beek 2025-2032 aangegeven op de kaart. Overige projecten sluiten wij niet uit maar achten wij minder kansrijk en hebben daarom een lagere prioriteit. Over het geheel van alle projecten zorgen wij voor de gewenste balans in verschillende woon- en betaalbaarheidssegmenten. Dit zal verder worden uitgewerkt in het Volkshuisvestingsprogramma.

  • b.

    Voor woningbouw zetten we ook in op het transformeren van de bestaande gebouwen naar woningen. Dat kan gaan om gebouwen die nu een andere functies hebben (kantoor, gemeenschapshuis) en omgezet worden naar woningen, maar het kan ook gaan om sloop – nieuwbouw (herstructureringsopgave). Voorwaarde is dat hierbij het niveau aan basisvoorzieningen niet wordt aangetast. In alle gevallen houden we rekening met de verkeerssituatie.

  • c.

    Het is nodig om zowel woningen in de kern te bouwen (inbreiding) als buiten het bestaand bebouwd gebied (uitbreiding), met name aan de randen van de kernen. Inbreiding draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik en kwaliteitsverbetering. Om tot voldoende woningen en het benodigde bouwtempo te komen, is uitbreiding aan de randen van de kernen eveneens nodig.

  • d.

    Woningen bouwen (zowel in- als uitbreiding) doen we duurzaam en veilig, met voldoende groen en opvang van water en minimale overlast van verkeer.

  • e.

    We hebben aandacht voor inwoners die lastig een geschikte woning kunnen vinden. Daarbij staan wij open voor het toepassen van nieuwe woonconcepten, die aansluiten bij de behoefte van bewoners (denk bijvoorbeeld aan levensloopbestendige en/of moduleerbare woningen, woon-zorgconcepten, collectief particulier opdrachtgeverschap en dergelijke).

  • f.

    We sorteren voor op een provinciaal leefbaarheidsfonds2. Nieuwe ontwikkelingen dragen op die manier bij aan initiatieven die de leefbaarheid bevorderen.

2 Een toereikend en betaalbaar voorzieningenpakket.

  • a.

    In beginsel komen er geen nieuwe maatschappelijke voorzieningen bij. Wel voegen we functies samen en/of verbeteren we bestaande voorzieningen.

  • b.

    We behouden de regionale functie van gemeente Beek voor winkels (het centrum van Beek en Makado) en sport (sportlandgoed De Haamen).

  • c.

    Om efficiënt met gebouwen en onze ruimte om te gaan, streven we naar multifunctioneel gebruik van gebouwen en voorzieningen.

3 Gezonde inwoners.

  • a.

    We stimuleren dat inwoners gezond leven. Dit doen we volgens het model van positieve gezondheid. Het model biedt mogelijkheden om verder te kijken dan enkel de fysieke gezondheid en ook aandacht te hebben voor het emotionele en mentale welzijn. Hier houden we rekening mee door bij nieuwe ontwikkelingen of initiatieven bijvoorbeeld beweging, ontmoeting/ sociale verbinding en een gezonde leefomgeving te stimuleren.

  • b.

    Om onze inwoners vitaal en gezond te houden, richten we de fysieke leefomgeving zo in, dat die optimaal uitnodigt om te bewegen en ontmoeten. Hiervoor zetten we in op:

    • 1.

      Vergroening in en rondom de kernen (uitnodiging tot bewegen, tegen hittestress en wateroverlast, ontmoetingsplekken, zie ook paragraaf 4.2);

    • 2.

      Een veilige infrastructuur die wandelen en fietsen bevorderen (goede wandel- en fietsroutes, beweegtuinen, fitnessroutes, rustplekken, drinkwatertappunten).

    • 3.

      Beweeg- en ontmoetingsplekken voor iedereen, maar met speciale aandacht voor de jeugd, zoals speelplekken, Mini Bike Park, Urban Dance Ground, Skatepark, beweegboxen, beweegbanken etc.

  • c.

    We stimuleren een gezonde leefstijl ook door gezond eten te stimuleren, bijvoorbeeld door volkstuinen, voedselbossen of dorpsgaarden te faciliteren. Maar ook in het onderwijs willen we een gezonde leefstijl introduceren.

  • d.

    Sport is belangrijk voor de gezondheid. Sportlandgoed de Haamen blijft exclusief behouden voor sport of maatschappelijke functies voor de gezondheid.

  • e.

    Door de mobiliteitstransitie te stimuleren en meer wegen in te richten met een maximaal toegestane snelheid van 30 km per uur reduceren we verkeerslawaai en bevorderen we een schone lucht. Ook bevordert dit de verkeersveiligheid en daarmee indirect de gezondheid van onze inwoners.

4 Een sterke gemeenschapszin en een inclusieve gemeenschap.

  • a.

    We richten de openbare ruimte zo in dat die de individualisering tegengaat, bijvoorbeeld door het creëren van ontmoetingsplekken voor jong en oud.

  • b.

    Het actieve verenigingsleven en de daarbij behorende tradities willen we behouden. Deze zijn belangrijk voor de saamhorigheid in- en de identiteit van de gemeente. We zetten daarom actief in op het enthousiasmeren van bewoners voor vrijwilligerswerk en/of actief lidmaatschap bij een vereniging. Hiervoor dienen voldoende faciliteiten voor verenigingen en vrijwilligers beschikbaar te zijn.

  • c.

    Wij faciliteren evenementen die gericht zijn op saamhorigheid. Daarvoor moet voldoende fysieke ruimte voor het organiseren van evenementen beschikbaar zijn. Ook faciliteren we dat vrijwilligers evenementen eenvoudiger kunnen organiseren door waar mogelijk de regelgeving daaromtrent te vereenvoudigen.

  • d.

    We willen het brede sportaanbod voor mensen met een beperking en het inclusieve karakter van het sportlandgoed De Haamen behouden en versterken.

  • e.

    Onze openbare ruimte en (semi)openbare gebouwen moeten toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. We streven ernaar belemmeringen die worden ervaren op te heffen. Iedereen moet mee kunnen doen. Waar dat nodig is, komen toegankelijke openbare toiletten.

  • f.

    Het creëren van een toegankelijke samenleving voor alle Beekenaren heeft ook betrekking op de arbeidsmarkt. Als gemeente willen we dit waar mogelijk stimuleren, in ieder geval als werkgever.

5 Een veilige woon- en werkomgeving.

  • a.

    We richten de openbare ruimte zodanig in dat sociale veiligheid, verkeersveiligheid en waterveiligheid optimaal in het ontwerp geïntegreerd worden. Dit betekent dat er bijvoorbeeld aandacht is voor zichtlijnen, verlichting en vermijden we de totstandkoming van onveilige of afgesloten plekken. Bij vergroening van de openbare ruimte wegen we nadrukkelijk het sociale veiligheidsaspect mee.

6 Comfortabel wonen en betaalbare energierekening.

  • a.

    De gemeente Beek zorgt ervoor dat inwoners met minder financiële ruimte gebruik kunnen maken van subsidieregelingen voor verduurzamen van hun woning. Deze zijn te combineren met landelijke regelingen.

  • b.

    Daarnaast is het ook belangrijk dat alle inwoners op de hoogte zijn van de mogelijkheden van isoleren en duurzaam verwarmen. Dit bereiken we door een goede communicatie-aanpak. Dit gebeurt door ‘Goede Morgen’: het regionale duurzaamheidshuis, de duurzaamheidsbus en de inzet van energiecoaches.

2 De provincie ondersteunt initiatieven die de leefbaarheid verbeteren in Limburgse wijken en dorpen. Er zijn meerdere soorten subsidieregelingen. Een initiatief moet bijdragen aan een of meerdere leefbaarheidsbehoeften, zoals veiligheid, gezondheid, welzijn, positieve relaties, kansen en contact met de natuurlijke omgeving.

4.2 Natuurlijk kapitaal

Wat speelt er?

Ons natuurlijk kapitaal betreft de natuur en het landschap in onze gemeente, maar ook ons streven naar een duurzame samenleving als het gaat om gebruik van duurzame energie, klimaatdoelen en circulariteit.

Het overgrote deel van het buitengebied is gelegen binnen het beschermd nationaal landschap Zuid-Limburg. Dit gegeven zegt iets over de kwaliteit van het buitengebied en is hiermee essentieel voor de leefbaarheid in de gemeente. Ook speelt deze kwaliteit een belangrijke rol bij opgaves met betrekking tot klimaat en biodiversiteit. Het behoud van deze kwaliteiten is niet vanzelfsprekend. De biodiversiteit verliest aan kwaliteit. Het beheer en onderhoud van het landschap staat onder druk en de landbouw staat voor een belangrijke transitie gericht op een toekomstbestendige landbouw.

We willen energie besparen en de energie die we gebruiken zoveel mogelijk duurzaam opwekken. Dat laatste is lastiger voor een gemeente als Beek, vanwege de aanwezigheid van het vliegveld. Daardoor is grootschalige windenergie geen optie. Ook de gevolgen van klimaatverandering zijn in de kernen en het Heuvelland duidelijk zichtbaar. Een grote opgave is om goed voorbereid te zijn op wateroverlast en deze zoveel mogelijk te beperken. Hittestress en droogte zijn fenomenen die de laatste jaren steeds vaker voorkomen. Maatregelen zijn nodig bij de bron; gericht beheer op de plateaus en hellingen dragen bij aan het voorkomen/verminderen van erosie en wateroverlast beneden in de dalen. Naast de hoeveelheid water (te veel of te weinig) speelt ook de waterkwaliteit een belangrijke rol. Zowel voor onze drinkwatervoorziening als voor de biodiversiteit en onze gezondheid.

Om toekomstbestendig te worden, zullen we ook slim met het gebruik van grondstoffen om moeten gaan. Hergebruik en recycling zijn belangrijke opgaven. Deze opgave speelt in vrijwel elke sector: bij huishoudens, in de landbouw, bij bedrijven en instellingen.

Wat willen we bereiken?

1 Een schone en aantrekkelijke leefomgeving in de bebouwde kom met meer biodiversiteit.

Om dit te bewerkstelligen moet de bebouwde omgeving schoon en veilig zijn. We willen hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk beperken, de straten vergroenen en de biodiversiteit vergroten. Streven naar ruimtelijke kwaliteit en het stellen van hoge duurzaamheidseisen helpen daarbij. Samen met voldoende groene ontmoetings- en beweegplekken maakt dat onze fysieke leefomgeving prettig voor onze inwoners.

2 Een aantrekkelijk buitengebied.

Het buitengebied herbergt diverse functies. Natuurgebieden en landschapselementen geven kwaliteit aan het buitengebied. Die kwaliteiten koesteren we niet alleen, maar willen we ook versterken.

De landbouw is de grootste grondgebruiker. Naast voedselproducent vervult de landbouw een belangrijke functie in het beheer van het landschap; zonder landbouw geen aantrekkelijk buitengebied. We bieden boeren daarom de ruimte om te blijven ondernemen en hun rol te pakken in de transitie van het landelijk gebied. Wij zetten in op toekomstbestendige landbouw. Een toekomstbestendige landbouw betekent ook dat we het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen willen beperken. Dit is belangrijk om de biodiversiteit en de waterkwaliteit te bevorderen, maar ook vanwege gezondheidsredenen. Dat laatste is het meest urgent nabij (toekomstige) woongebieden.

Het buitengebied speelt ook een rol bij het tegengaan van erosie en wateroverlast. Inrichting en beheer spelen hierbij een belangrijke rol. Het ontstaan van erosie en wateroverlast willen we bij de bron aanpakken.

3 Realistisch doorpakken op het vlak van duurzaamheid en energietransitie.

We streven de doelen van de regionale energiestrategie na, zonder dat dit ten koste gaat van ons fraaie landschap. In het kader van nieuwe ontwikkelingen willen we blijven onderzoeken of er kansen of mogelijkheden ontstaan om duurzame energie op te wekken. We zetten in op energiebesparing en onderzoeken de mogelijkheden van een warmtenet. Ook zetten we in op de transitie van onze mobiliteit en streven we naar het beter benutten van de capaciteit van het elektriciteitsnet.

4 Droge voeten en natte natuur.

Wij willen wateroverlast en lange periodes van droogte zoveel mogelijk beperken. Hiervoor is een (meer) natuurlijk watersysteem nodig. We hanteren daarom het principe van water en bodem sturend. Dit draagt ook bij aan onze langjarige drinkwatervoorraad in de ondergrond.

Hoe pakken we dat aan?

1 Een schone en aantrekkelijke leefomgeving in de bebouwde kom met meer biodiversiteit.

  • a.

    Beperken van hittestress en wateroverlast, vergroten van de biodiversiteit en inspelen op klimaatadaptatie doen we door het vergroenen en ‘ontstenen’ van de openbare ruimte en door meer ruimte te maken voor water en schaduwplekken. Waar mogelijk kijken we naar slimme oplossingen, zoals het combineren van groen en parkeren. Soms betekent dit dat groen een grotere prioriteit krijgt dan (meer) parkeerruimte. Hiervoor hebben wij het Groenstructuurplan opgesteld. Op die manier houden we voldoende ruimte voor de energie infrastructuur.

  • b.

    Bij het vergroenen en ontstenen passen we integraal toe binnen de opgaven vanuit de energietransitie die vraagt om meer elektriciteitshuisjes. Inpassen in de kernen doen we in goed overleg met alle betrokkenen.

  • c.

    Ook de mobiliteitstransitie (het stimuleren van deelmobiliteit, elektrisch rijden, openbaar vervoer en de fiets) draagt bij aan een aantrekkelijke woonomgeving. Door meer wegen in te richten op basis van een maximumsnelheid van 30 km per uur met meer ruimte voor voetgangers en fietsers, reduceren we verkeerslawaai en bevorderen we een schone lucht.

  • d.

    Bodem en water is sturend voor nieuwe ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en aan de randen ervan. Dat betekent dat we regenwater zoveel als mogelijk vasthouden waar de regen valt. We hanteren hierbij de volgende prioriteitsvolgorde: vasthouden (verbeteren van de sponswerking en infiltreren), bergen en vertraagd afvoeren. Dit betekent dat we terughoudend zijn met de aanleg van verhardingen in de openbare ruimte en creëren we ruimte om water op te vangen in de beken in de kernen. Daarvoor willen we de beken zoveel mogelijk ontkluizen. Ook stimuleren we inwoners om hun tuinen te vergroenen.

  • e.

    We moeten slim omgaan met onze grondstoffen door te recyclen en hergebruiken waar het kan. Maar met elkaar houden we ook onze gemeente schoon en aantrekkelijk. Recycling en hergebruik van grondstoffen mag geen overlast veroorzaken voor de omgeving, zoals het geval is bij onoverdekte opslag van plastic afval.

2 Aantrekkelijk buitengebied.

  • a.

    We behouden het agrarische karakter van het landelijk gebied als belangrijkste economische activiteit in het buitengebied. Ontwikkeling van de landbouw blijft belangrijk voor het beheer van het landschap. Gezien de transitie van het landelijk gebied stimuleren wij toekomstbestendige landbouw (natuurinclusief, circulair).

  • b.

    Naast landbouw als voedselproducent stimuleren wij verbrede landbouw; landbouw die zich mede richt op recreatie, natuur- en landschapsbeheer, zorg en dergelijke, waarmee het verdienmodel van boeren kan worden verbreed.

  • c.

    Om de biodiversiteit te bevorderen, faciliteren we dat groengebieden met elkaar worden verbonden. Dit kan door de aanleg van landschapselementen, zoals graften, houtsingels, houtwallen of het aanbrengen van wegbegeleidende beplanting. Landschapselementen kunnen goed gecombineerd worden met wandelroutes en hebben ook een belangrijke functie om erosie en wateroverlast tegen te gaan.

  • d.

    Voor het verkleinen van de kans op wateroverlast in de kernen is met name op bepaalde hellingen een ander landgebruik nodig evenals het terugbrengen van landschapselementen, zoals graften. Zo houden onder meer beboste en permanente begroeiing meer water vast dan (pas ingezaaide of net geoogste) akkers.

  • e.

    Om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te beperken onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn en waar het gebruik het meeste speelt. In goed overleg met de landbouw gaan we op zoek naar de mogelijkheden. Daarnaast biedt het omgevingsplan mogelijkheden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bepaalde teelten (waar excessief gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gebruikelijk is) aan regels te binden.

  • f.

    Het buitengebied is aantrekkelijk voor recreanten en toeristen. We investeren in recreatief medegebruik (ook in de zin van verbrede landbouw), zoals in voorzieningen voor wandelaars en fietsers. Voor grootschalige nieuw te ontwikkelen recreatie, zoals attractieparken of grootschalige verblijfsrecreatie is echter geen plaats. We koesteren de belangrijkste identiteitsdragers, zoals de historische linten, monumentale gebouwen en het landschap, zodat de beleving van het landelijk gebied wordt versterkt.

3 Realistisch doorpakken op het vlak van duurzaamheid en energietransitie.

  • a.

    We zetten in op de opwek van duurzame energie, met name lokale energie opwek op daken en multifunctioneel ruimtegebruik. We stimuleren kleine windmolens bij agrarische bedrijven. Ook willen we zonneparken faciliteren, bij voorkeur op de zoek- en voorkeursgebieden bij de aansluitingen op de A2 en bedrijventerreinen mits er sprake is van zorgvuldige landschappelijke en ecologische inpassing. Dit mag in beginsel niet ten koste gaan van natuur, water en landschap. Uitgangspunt is dat een initiatief de biodiversiteit versterkt en bijdraagt aan een natuur-inclusieve inrichting en wateropvang.

  • b.

    Er wordt in 2026 een warmteprogramma opgesteld dat gemeentebreed duidelijkheid schept over de lokale warmtetransitie en welke warmteoplossingen er zijn voor inwoners. De gemeente wordt in dit programma opgedeeld in verschillende gebieden. Samen met inwoners wordt per gebied een aanpak voor de uitvoering van de warmtetransitie opgesteld. De ligging nabij Chemelot biedt kansen om de restwarmte van dit bedrijventerrein te benutten voor een warmtenet.

  • c.

    We reserveren ruimte voor de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet en de opslag van energie (batterijen). Dat betekent dat er binnen de kernen ruimte moet worden gevonden voor extra transformatiehuisjes en batterijopslag. Om de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken, werken we mee aan onderzoek naar Smart Energy Hubs3 en energiegemeenschappen. In overleg met de netbeheerder en grondeigenaren kijken we naar passende oplossingen, waarbij er rekening wordt gehouden met de bestaande bebouwing, groen en water.

  • d.

    Nieuwbouw wordt duurzaam gebouwd en is voorbereid op duurzame, niet-fossiele energiesystemen, door natuurinclusief te bouwen en nul op de meter woningen te realiseren. Bij bestaande huizen willen we stimuleren dat deze beter worden geïsoleerd en de energieopwekking verduurzamen.

  • e.

    We zetten in op de transitie van onze mobiliteit en verbetering van openbaar vervoer om zo het wegennet te ontlasten. Hiervoor is maatwerkvervoer mogelijk een oplossing. We stimuleren elektrisch vervoer door te voorzien van een adequaat oplaadnetwerk binnen de gemeente.

4 Droge voeten en natte natuur.

  • a.

    Dit vergt maatregelen vanaf de bron tot in de kernen. Wateroverlast bij de bron aanpakken betekent dat bodembewerking op de plateaus en hellingen zodanig moet plaats vinden dat erosie zoveel mogelijk wordt tegengegaan en dat het water daar al zoveel mogelijk wordt vastgehouden. Grasland als grondgebruik, bebossing, behoud van bestaande en aanleg van nieuwe landschapselementen, zoals graften, en afspraken met agrariërs over grondbewerking dragen substantieel bij. Water langer vasthouden helpt ook bij het voorkomen van droogte.

  • b.

    We gaan door met het herstel van het natuurlijke verloop van beken. Wij passen onze (bouw)behoeftes aan, rekening houdend met de natuurlijke loop van het water en niet andersom, zoals dit de afgelopen eeuw veelal is gebeurd. Ook gaan we door met het ontmantelen van overkluizingen van beken zodat de beek weer zichtbaar wordt binnen de kernen.

  • c.

    We bouwen niet in overstromingsgevoelige gebieden zodat natuurlijke waterlopen de ruimte houden. Dit zijn bijvoorbeeld laaggelegen gebieden nabij beken die bij wateroverlast als waterberging kunnen dienen.

  • d.

    Binnen de bebouwde kom willen we ‘ontstenen’ door de openbare ruimte te vergroenen, inwoners te stimuleren hun tuinen groener in te richten en te zorgen voor waterinfiltratie op verharde plekken, zoals parkeerplaatsen en wegen.

3 Een Smart Energie Hub is een lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie. Energieopwek, -transport, -opslag, -conversie, en –verbruik wordt binnen een SEH lokaal afgestemd. Het gaat dan niet exclusief over elektriciteit, een SEH bevat vaak een veelvoud aan collectieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld het afstemmen van warmte en/of duurzame gassen.

4.3 Economisch kapitaal

Wat speelt er?

Gemeente Beek is een economisch sterke gemeente. De ligging van Beek aan twee snelwegen, twee spoorlijnen en een luchthaven zorgt ervoor dat we uitstekend bereikbaar zijn voor een grote variëteit aan bedrijven. Beek vervult op een aantal gebieden een bovenlokale functie. Denk aan de luchthaven, maar ook aan het winkelcentrum Makado dat voorziet in een regionale behoefte. Beek heeft ook als vestigingsplaats voor bedrijven veel te bieden. Naast een goede bereikbaarheid biedt de gemeente een prettig vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving.

Tegelijkertijd zijn er een aantal opgaven die om een antwoord vragen:

  • a.

    Wij zijn goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer, maar niet alle kernen zijn evengoed bereikbaar met het openbaar vervoer. Dit geldt ook voor bedrijventerrein Aviation Valley. Ook zijn er nog enkele hiaten in fietsverbindingen en kunnen de fietsvoorzieningen (bijv. parkeren, opladen en veiligheid) in het centrum van Beek beter.

  • b.

    De fietsveiligheid is een aandachtspunt, met name voor de schoolroutes in heel de gemeente Beek.

  • c.

    De grote vraag naar energie levert steeds vaker problemen op in het elektriciteitsnetwerk (netcongestie). De verwachting is dat dit in de toekomst een steeds urgenter thema wordt, zeker bij nieuwe bedrijven of bij bedrijven die om een zwaardere aansluiting vragen.

  • d.

    We moeten nog een grote slag maken met de verdere verduurzaming van bedrijven in het algemeen en de revitalisering/ herstructurering van bedrijventerrein Beekerhoek in het bijzonder. Thema’s die hierbij aan bod komen zijn veiligheid, verbeteren openbare ruimte, de verkeerssituatie (voor auto en langzaam verkeer), (fiets)parkeervoorzieningen, voetgangersvoorzieningen en waterberging.

  • e.

    Ondanks dat er momenteel geen tekort is aan bedrijventerreinen, blijft de beschikbare bedrijfsruimte schaars, met name voor bedrijven in de hogere milieucategorieën (3.1 en hoger). Belangrijk is dat de juiste categorieën bedrijven op de juiste plekken landen. Tegelijkertijd komt er soms (langdurige) leegstand van (bedrijfs)panden voor.

  • f.

    Op bedrijventerreinen werken veel arbeidsmigranten waarvoor huisvesting nodig is voor short- en midstay.

  • g.

    De toekomst van de luchthaven blijft onzeker. Dit vraagt om een flexibele houding om gewenste toekomstige ontwikkelingen de ruimte te kunnen geven.

Wat willen we bereiken?

1 Een economisch gezonde, aantrekkelijke en welvarende gemeente voor al onze inwoners en ondernemers.

Met voldoende werkgelegenheid, ruimte voor ondernemerschap en met oog voor de toekomst. Ook willen we onze sterke retail en economische positie in de regio behouden. We maken en houden hiervoor onze bedrijventerreinen aantrekkelijk als belangrijke werklocatie voor de gemeente en regio.

2 Goede verkeersveilige bereikbaarheid.

Maar wel in balans met de leefbaarheid waarbij we, naast inzet op voldoende autobereikbaarheid, meer inzetten op ruimte voor duurzame modaliteiten en de daarvoor benodigde voorzieningen.

3 Meer bekendheid van het toeristisch-recreatieve aanbod van onze gemeente.

We zetten het toeristisch-recreatieve aanbod van onze gemeente beter op de kaart, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteiten die onze gemeente voor bezoekers aantrekkelijk maakt.

Hoe pakken we dat aan?

1 Een economisch gezonde, aantrekkelijke en welvarende gemeente voor al onze inwoners en ondernemers.

  • a.

    We stimuleren bedrijvigheid en dragen bij aan een aantrekkelijk ondernemersklimaat. Dit is belangrijk omdat we ook in de toekomst willen blijven profiteren van de regionale economie en onze ligging aan het kruispunt van infrastructuur in Zuid-Limburg.

  • b.

    In de Westelijke Mijnstreek vangen we toekomstige vraag van bedrijven op binnen de huidige capaciteit. Daarom zijn nieuwe bedrijventerreinen niet nodig. Op een aantal bedrijventerreinen in de regio kan wel een kwaliteits- en optimaliseringsslag worden gemaakt. We streven naar toekomstbestendigheid van onze bedrijventerreinen door verdere verduurzaming en vergroening. We streven ernaar dat onze bestaande bedrijven de transitie richting een duurzame/ toekomstbestendige bedrijfsvoering doormaken. De bereikbaarheid en verkeersveiligheid van Maastricht Aachen Airport (A2 zone – Vliegveldweg) is daarnaast een aandachtspunt.

  • c.

    Voor arbeidsmigranten voorzien we in een verblijfsaccommodatie voor short- en midstay.

  • d.

    We ondersteunen de uitbreiding van het elektriciteitsnet en het beter benutten van de huidige capaciteit. Hierdoor voorzien we ondernemers in Beek, zowel nu als in de toekomst, van (duurzame) energie. Daarvoor gaan we de mogelijkheid tot een Smart Energy Hub op onze bedrijventerreinen onderzoeken.

  • e.

    We beperken leegstand in onze kernen en gaan verloedering tegen. Voor (voormalige) voorzieningen die lang leegstaan, onderzoeken we de mogelijkheid tot transformatie naar woningen.

  • f.

    De luchthaven werkt de komende jaren aan een nieuwe groeistrategie. Wij hebben een positieve grondhouding tegenover nieuwe ontwikkelingen die de positie van de luchthaven behouden en versterken met oog voor de leefbaarheid en veiligheid van omwonenden.

  • g.

    Beek is het oudste dorp van Nederland en markeert het begin van het Heuvelland. Dit biedt kansen voor (kleinschalige) recreatie en toerisme die we willen benutten. Voor grootschalig toerisme is in Beek geen plaats vanwege de leefbaarheid van onze kernen.

  • h.

    We bouwen voort op onze bestaande succesnummers, zoals het regionale winkelcentrum Makado. We versterken het centrum van Beek met ruimte voor kwalitatieve ontwikkelingen. Denk aan de op stapel staande gebiedsontwikkeling in het centrum van Beek met als doel het vergroten van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte door een nieuwe inrichting, verduurzaming, vergroening en waterbeheer.

2 Goede verkeersveilige bereikbaarheid.

  • a.

    We stimuleren binnen onze mogelijkheden het gebruik van het openbaar vervoer door de mogelijkheden van de combinatie tussen eigen vervoer (lopen/fiets/auto) en OV (trein) te faciliteren. Ook faciliteren we mogelijkheden voor fiets- en auto parkeren, laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en -fietsen, routering en stimuleren we het gebruik van deelauto’s.

  • b.

    Over het optimaliseren van het OV-netwerk blijven we in gesprek met onze partners.

  • c.

    Het OV-hub station Beek-Elsloo biedt kansen voor een integrale herontwikkeling. We onderzoeken de kansen voor dit transformatiegebied met het oog op werken en voorzieningen.

  • d.

    We blijven ons inzetten voor de verkeersveiligheid van fietsers, voetgangers en gemotoriseerd vervoer.

3 Meer bekendheid van het toeristisch-recreatieve aanbod van onze gemeente.

  • a.

    Ons fraaie maar ook kwetsbare landschap is niet gebaad bij grootschalige ingrepen. Kleinschalige recreatie kan mogelijk wel een bijdrage leveren aan onze economie en daarmee aan de leefbaarheid van vooral de landelijke kernen. Dit willen we nader onderzoeken.

  • b.

    De recreatieve routestructuren voor wandelaars en fietsers zijn over het algemeen op orde. Initiatieven als de Knopen Lopen-route zijn succesvol en blijven we faciliteren. Er kan nog wel een verbeterslag worden gemaakt voor de bijbehorende voorzieningen (fietslaadpunten, horeca, e.d.).

  • c.

    We willen dat onze inwoners en gasten heel Zuid-Limburg kunnen beleven. Hiervoor geven we gezamenlijk invulling aan de ambities zoals geformuleerd in de Visie Vrijetijdseconomie: Bestemming Zuid-Limburg 2030, die is opgesteld in samenspraak met de 16 Zuid-Limburgse gemeenten.

5 VISIE OP DE DEELGEBIEDEN

De overkoepelde thema’s gelden voor de gehele gemeente, maar de situatie per deelgebied kan verschillen. Daarom zijn de doelen en ambities voor de aangewezen deelgebieden gebiedsgericht uitgewerkt. Deze zijn ook op de omgevingsvisiekaart zichtbaar gemaakt.

De kwaliteiten en opgaven in een gebied bepalen wat we er belangrijk vinden en hoe het gebied zich kan ontwikkelen in de toekomst. Per (deel)gebied wordt een afweging gemaakt van de thema’s uit het vorige hoofdstuk. Op die manier ontstaat een integraal beeld van onze ambities.

Per deelgebied hanteren we weer de drie vragen:

  • a.

    Waar hebben we mee te maken;            Wat speelt er? Wat is de (beleids)context

  • b.

    Wat willen we bereiken;                           Onze doelen en ambities

  • c.

    Hoe pakken we dat aan;                            Zicht op uitvoering van doelen en ambities

 Deze deelgebieden zijn ook de ‘werkingsgebieden’, die we onderscheiden op de visiekaart en zijn aan te klikken via ‘Regels op de kaart’ (in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, DSO, zie figuur 3).

 Er zijn vijf deelgebieden die weer zijn onderverdeeld in subdeelgebieden:

  • a.

    Woongebieden:              stedelijke kernen, landelijke kernen, centrum Beek, uitbreidingslocaties.

  • b.

    Werkgebieden:               Beekerhoek – bedrijven, Beekerhoek – Makado, Businesspark Aviation Valley en Luchthaven Aviation Valley – Maastricht Aachen Airport.

  • c.

    Recreatiegebied:            sportlandgoed De Haamen

  • d.

    Buitengebied:                 agrarisch gebieden en natuurgebieden.

  • e.

    Transformatiegebied:   Mondial (en omgeving) en de locatie van de (voormalige) Betonfabriek.

Figuur 3 Werkingsgebieden omgevingsvisie
Figuur3versie28juli.jpg
5.1 Woongebieden
5.1.1 Stedelijke kernen

Wat speelt er?

Onze stedelijke kernen zijn Beek en Neerbeek. Het stedelijke karakter van deze kernen wordt bepaald door het voorzieningenaanbod, de hogere woningdichtheden en de bereikbaarheid. Dit maakt dat deze stedelijke kernen ook een functie hebben voor de landelijke kernen. In de stedelijke kernen komt bebouwing voor die niet meer functioneel is en in aanmerking komt voor transformatie. Ook zijn er lege plekken die nog kunnen worden herontwikkeld. In deze kernen vindt meer reuring plaats, is ruimte voor evenementen en ze zijn beter ontsloten op het openbaar vervoer.

De omvang van het openbaar vervoer is niet zodanig dat dit een alternatief is voor de auto. Voldoende ruimte voor parkeren is een aandachtspunt.

De stedelijke kernen zijn onvoldoende voorbereid op een toenemende wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. Aanpassen van het watersysteem en meer vergroenen zijn belangrijke opgaven.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Leefbare en vitale stedelijke kernen met voldoende woningen en (bereikbare) voorzieningen die passen bij de behoefte;

  • b.

    Goede benutting van de schaarste ruimte. Dit vraagt om efficiënt, en waar mogelijk, meervoudig ruimtegebruik;

  • c.

    Duurzame en klimaatbestendige stedelijke kernen;

  • d.

    Behoud van identiteit van onze stedelijke kernen.

Hoe pakken we dat aan?

Om voldoende woningen te bouwen is zowel inbreiding als uitbreiding nodig. De uitbreidingsgebieden zijn beschreven in paragraaf 5.1.4. Inbreiding binnen de kernen is belangrijk om onze ruimte efficiënt te benutten. Dit kan door transformatie van gebouwen die hun (vaak maatschappelijke) functie hebben verloren naar woningbouw, of door het invullen van lege plekken binnen de stedelijke kernen waar dat kan. We hanteren daarom bij inbreiding de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Adequate- en veilige langzaamverkeersvoorzieningen;

  • b.

    Voorkomen van wateroverlast;

  • c.

    Een goede groen/blauwe invulling en de hoeveelheid verharding beperken;

  • d.

    Monumentale gebouwen worden behouden;

  • e.

    Zoveel mogelijk bouwen met duurzame materialen.

Naast een groenblauwe invulling van inbreidingslocaties, willen we de stedelijke kernen in zijn geheel vergroenen en de waterstructuren weer zichtbaar maken, om zo beter bestand te zijn tegen hittestress en wateroverlast. Om die laatste reden willen we ontstenen waar dat kan. Hierin volgen we het groenstructuurplan, waarin dergelijke inrichtingsprincipes verder zijn uitgewerkt. Met een groenere inrichting zorgen we er ook voor dat de openbare ruimte ook meer uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.

Bij nieuwe initiatieven en andere ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met de identiteit van de plek. Dat betekent dat we historische linten en monumentale gebouwen behouden. We passen de Beekse maat (maximaal vier bouwlagen, waarvan de bovenste laag in de vorm van een setback) toe, tenzij hoger bouwen goed past in de omgeving. Door beeklopen beter zichtbaar te maken in de kernen, draagt dit eveneens bij aan onze identiteit.

5.1.2 Landelijke kernen

Wat speelt er?

Onze landelijke kernen zijn Spaubeek, Geverik, Kelmond, Groot- en Klein Genhout. Ondanks dat de provincie in de omgevingsvisie Kelmond niet als landelijke kern beschouwd, doet de gemeente Beek dit wel, omdat de opgaven die er spelen vergelijkbaar zijn met die van Geverik en Genhout. In de omgevingsvisie is Kelmond daarom opgenomen als landelijke kern.

Spaubeek en Genhout hebben enkele basisvoorzieningen, Geverik en Kelmond hebben die vrijwel niet. Voor grotere voorzieningen moet uitgeweken worden naar één van de stedelijke kernen. Daarnaast karakteriseren deze kernen zich door rust, een sterke sociale samenhang en lage bebouwingsdichtheden. Op Spaubeek na zijn de kernen slecht bereikbaar met het openbaar vervoer.

Een kwaliteitsslag van de openbare ruimte is nodig. De infrastructuur is op een aantal plekken aan herinrichting toe.

Voor met name Spaubeek geldt dat deze kern onvoldoende is voorbereid op toenemende wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. Aanpassen van het watersysteem en meer vergroenen zijn daarom, net als in de stedelijke kernen, belangrijke opgaven.

Wat willen we bereiken?

Leefbare en vitale landelijke kernen met een sterke identiteit, die duurzaam en klimaatbestendig zijn met een bij de kernen passende inrichtingskwaliteit van de openbare ruimte.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    Woningbouw faciliteren we in het transformatiegebied Betonfabriek (zie 5.5.2), in inbreidings- en in uitbreidingslocaties (zie 5.1.4). Hiermee geven we een impuls aan het behoud van de aanwezige voorzieningen in de landelijke kernen;

  • b.

    De bestaande woningvoorraad willen we verduurzamen door bijvoorbeeld in te zetten op isoleren;

  • c.

    Duurzame inrichting van de openbare ruimte met materialen en uitstraling die past bij de identiteit van deze kernen;

  • d.

    Mogelijkheden bieden voor kleinschalige ontwikkelingen die bijdragen aan de leefbaarheid in de landelijke kernen. Dit kan een ontwikkeling zijn als een kleine supermarkt, horeca of kapper, maar ook een voorziening ten behoeve van recreatie en toerisme. Bij nieuwe initiatieven is het belangrijk dat deze goed worden ingepast in en met aandacht voor de omgeving, landschappelijke kwaliteit en leefbaarheid in de landelijke kern;

  • e.

    Behoud van historische linten en monumentale gebouwen;

  • f.

    Ruimte voor wateropvang en een groenere inrichting.

5.1.3 Centrum Beek

Wat speelt er?

We zijn trots op centrum Beek. Het centrum is vitaal door de speciaalzaken, de horeca, voorzieningen voor cultuur en ontspanning en zorgvoorzieningen. Er is nauwelijks leegstand. Hierdoor is het centrum aantrekkelijk en concurrerend, mede door de historische bebouwing. In het centrum van Beek kan gratis worden geparkeerd. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de ruimteverdeling, autoafhankelijkheid en ruimte voor de fiets.

Daarnaast speelt de opgave hoe het centrum toekomstbestendig kan worden. Met name het oudste deel van het centrum (de Markt en directe omgeving) is aan een opwaardering toe (met name rioolvoorzieningen).

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Behoud en versterking van ons vitale en aantrekkelijke centrum. We ambiëren een centrum met winkels van hoogwaardige kwaliteit en speciaalzaken. Het centrum heeft daarmee een unieke identiteit ten opzichte van omliggende winkelgebieden;

  • b.

    Een toekomstbestendig centrum. Dit geldt zowel economisch sociaal maatschappelijk, maar ook in het kader van duurzaamheid en klimaatadaptatie.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    Ontwikkelingsmogelijkheden bieden voor retail, horeca en andere functies die de vitaliteit, kwaliteit en aantrekkingskracht van het centrum versterken. Dit doen we door waar mogelijk te sturen op een passend winkelaanbod en kwalitatieve ontwikkelingen aan te jagen. We behouden hierbij monumentale gebouwen;

  • b.

    We willen de beweging richting een toekomstbestendig centrum inzetten, waar ruimte voor ontmoeting, groen, recreatie en cultuurelementen hand in hand gaan met parkeer- en fietsvoorzieningen. De Gebiedsontwikkeling Centrum Beek en het Groenstructuurplan geven daar verdere uitwerking aan.

5.1.4 Uitbreidingslocaties

Wat speelt er?

Beek draagt bij aan de landelijke woningbouwopgave. Deze opgave concentreert zich op het bouwen van woningen in bestaande kernen door middel van transformaties en het bouwen op inbreidingslocaties. Dit biedt echter onvoldoende ruimte voor de totale woningbouwopgave. Daarom wordt er ook gekeken naar uitbreidingslocaties langs de randen van zowel stedelijke als landelijke kernen.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Stimuleren van leefbare en vitale woongebieden met voldoende woningen die passen bij de behoefte. Nieuwe uitbreidingslocaties dragen bij aan de versterking van de leefbaarheid in de bestaande kernen;

  • b.

    Een duurzame en klimaatbestendige toevoeging van woningen.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    De potentiële uitbreidingslocaties zijn op de kaart weergegeven (zie figuur 3). De verdere uitvoerbaarheid van deze locaties moet in onderlinge samenhang nader worden onderzocht;

  • b.

    We zetten in op duurzaam, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen;

  • c.

    We combineren verschillende opgaves in de uitbreidingslocaties. Denk aan opgaven met betrekking tot water, biodiversiteit, langzaam verkeer en bereikbaarheid en sociaal maatschappelijke opgaven (zoals ontmoetingsplekken en groene inrichting die uitnodigt tot bewegen);

  • d.

    Nieuwe initiatieven worden (stedenbouwkundig) goed afgestemd op hun omgeving. Dit betreft zowel de kern als het buitengebied;

  • e.

    Auto parkeren wordt in de basis opgelost op eigen terrein om de druk op de openbare ruimte niet verder te laten toenemen.

5.2 Werkgebieden
5.2.1 Beekerhoek - bedrijven

Wat speelt er?

Het bedrijventerrein Beekerhoek ligt aan de rand van Beek, vlak bij het treinstation en direct aan de snelwegen A2 en A76. Op het bedrijventerrein zit een breed scala aan sectoren, van productie- en handelsbedrijven tot (interieur)bouwspecialisten. Het terrein kenmerkt zich door een aaneenschakeling van loodsen gebouwd in verschillende fases. Het oudste deel is in de jaren ’70 en ’80 gebouwd, het nieuwste deel begin van de 21e eeuw. Dat betekent dat delen van het terrein verouderd zijn.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Behouden en ontwikkelen van een toekomstbestendig bedrijventerrein met het juiste bedrijf op de juiste plek;

  • b.

    Creëren en behouden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat;

  • c.

    Een toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte;

  • d.

    Efficiënt ruimtegebruik;

  • e.

    Een betere bereikbaarheid.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    Revitalisatie van het terrein die leidt tot een modernere en groenere uitstraling. Hierbij is aandacht voor het verbeteren van de veiligheid, mobiliteit en openbare ruimte op het terrein.

  • b.

    We ondersteunen bedrijven in hun transitie naar een toekomstbestendige bedrijfsvoering;

  • c.

    Door slim en efficiënt ruimtegebruik zijn er mogelijkheden voor verdunning van het bedrijventerrein en daarmee meer ruimte voor groen en water;

  • d.

    Verdere verduurzaming zou met bijvoorbeeld initiatieven of maatregelen achter de meter (zonnepanelen, inregelen energiemanagementsysteem, waterpomp) vorm kunnen krijgen.

5.2.2 Beekerhoek - Makado

Wat speelt er?

Midden op het terrein van Beekerhoek ligt winkelcentrum Makado, het grootste overdekte winkelcentrum van de provincie, dat jaarlijks zo’n vier miljoen bezoekers trekt. Dit (boven)regionale koopcentrum huisvest veel grote winkels en winkelketens. De Makado is geen concurrent van het centrum van Beek. Beide winkelgebieden bedienen een andere doelgroep en kunnen goed naast elkaar bestaan.

Het winkelcentrum is goed bereikbaar per auto en parkeren is gratis en kan voor de deur. De bereikbaarheid voor langzaam verkeer vraagt om verbetering, evenals de verkeersveiligheid op de omliggende wegen. De gemeente is geen eigenaar van het gebied. Ambities van de gemeente voor dit gebied zullen in goed overleg met de exploitant/eigenaar moeten worden opgepakt.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Behoud en versterking van het winkelcentrum Makado en diens regionale functie;

  • b.

    Een toekomstbestendig winkelcentrum dat voor alle modaliteiten goed bereikbaar is.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    We moedigen ontwikkelingen aan die gericht zijn op het verder toekomstbestendig maken van het winkelcentrum;

  • b.

    We verbeteren de ontsluiting van het gebied en de weg vanaf het station, zodat het aantrekkelijker wordt om het winkelcentrum per fiets of openbaar vervoer te bezoeken.

  • c.

    Door slim om te gaan met de ruimte kunnen we verschillende opgaves combineren. We zijn in constante dialoog met Makado en ondersteunen hen maximaal in hun transitie naar een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Hierbij wordt gedacht aan:

    • 1.

      Vergroenen;

    • 2.

      Voorzien in voldoende laadfaciliteiten voor elektrisch rijden;

    • 3.

      Het opwekken van duurzame energie (boven de parkeervakken);

    • 4.

      Meer ruimte bieden aan fietsers, waardoor er ruimte ontstaat voor een duurzamere vervoersmogelijkheden (modal shift).

  • d.

    Waar nodig en waar kansen zich voordoen, nemen we deze opgaven samen met de exploitant/eigenaar ter hand.

5.2.3 Businesspark Aviation Valley

Wat speelt er?

Dit bedrijventerrein is onderdeel van Aviation Valley en ligt direct aan de snelweg A2 en tegen het vliegveld Maastricht Aachen Airport aan, waardoor dit gebied uitstekend bereikbaar is voor auto- en luchtverkeer. Op Businesspark Aviation Valley zijn vooral veel (middel)grote en internationale bedrijven gevestigd, met een focus op logistiek, luchtvaartdiensten, hoogwaardige industrie en zakelijke dienstverlening. Op de terreinen is (beperkte) ruimte voor nieuwe economische activiteiten. Belangrijke opgaven voor Aviation Valley zijn:

  • a.

    De beperkte bereikbaarheid voor de voetganger, de fiets en het openbaar vervoer;

  • b.

    Het omgaan met schaarse bedrijfsruimte en zorgen dat de juiste bedrijven zich op de juiste plek vestigen (luchthavengebondenheid);

  • c.

    Er is behoefte aan huisvestingsmogelijkheden voor short- en midstay voor arbeidsmigranten;

  • d.

    De steeds schaarser wordende ruimte op het stroomnet. Dit is onder meer van belang voor de verduurzaming van bedrijven en het laden van elektrische auto’s.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Behoud en ontwikkeling van het bedrijventerrein;

  • b.

    Creëren en behouden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat;

  • c.

    Een duurzaam, klimaatbestendig en goed bereikbaar bedrijventerrein;

  • d.

    Beperken van overlast van het bedrijventerrein naar de woonomgeving.

Hoe pakken we dat aan?

Deze bedrijventerreinen willen we verder ontwikkelen binnen de bestaande grenzen. Tegelijkertijd is de leefbaarheid van de omliggende kernen belangrijk. Nieuwe economische activiteiten mogen niet ten koste gaan van de leefbaarheid daar. Bij het ontwikkelen van deze bedrijventerreinen is het toekomstbestendig maken van deze terreinen een belangrijke opgave. Dit kan onder meer plaatsvinden door meer laadinfrastructuur voor elektrische auto’s te realiseren en het faciliteren van een Smart Energie Hub. Om deze bedrijventerreinen ook klimaatbestendig te krijgen, moet 25% van het perceel groen worden ingericht. Ook voorzien we in verblijfsaccommodatie voor short- en midstay voor arbeidsmigranten.

5.2.4 Luchthaven Aviation Valley - Maastricht Aachen Airport (MAA)

Wat speelt er?

Een bijzonder onderdeel van Aviation Valley is luchthaven Maastricht Aachen Airport. De luchthaven is een belangrijke economische speler binnen de gemeente Beek. De luchthaven neemt fysiek veel ruimte in en biedt onze gemeente economische kansen. Tegelijkertijd zorgt het vliegverkeer voor overlast voor omwonenden. De invloed van de gemeente op het vliegveld is beperkt.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Een luchthaven met een toekomstbestendige bedrijfsvoering;

  • b.

    Een luchthaven die koploper is op het gebied van elektrisch vliegen;

  • c.

    Een omgevingsbewuste luchthaven die zo min mogelijk overlast veroorzaakt voor omwonenden.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    De gemeente heeft een beperkte invloed op de luchthaven. Daarom faciliteren en ondersteunen wij ontwikkelingen die bijdragen aan bovengenoemde doelen. We zoeken actief de samenwerking op betrokkenen als MAA en Provincie;

  • b.

    We nemen een flexibele houding aan ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen rond de luchthaven. Wel blijft het zoveel mogelijk beperken van overlast voor onze burgers telkens het uitgangspunt;

  • c.

    Verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid op de luchthaven.

5.3 Recreatiegebied
5.3.1 Sportlandgoed De Haamen

Wat speelt er?

We beschikken over een uniek sportlandgoed waar verschillende sportaccommodaties en aanverwante voorzieningen op één plek geconcentreerd zijn. Het sportlandgoed De Haamen is van regionale betekenis, onder andere door het brede sportaanbod voor ouderen en (top)sport voor mensen met een beperking. Daarnaast wordt in dit gebied het integraal Kindcentrum Baeks Kompas gerealiseerd, waarmee de verbinding tussen sport, onderwijs en gezondheid verder wordt versterkt.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Een goede gezondheid voor alle inwoners van Beek;

  • b.

    Behoud en versterking van het sportlandgoed.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    We staan alleen nieuwe functies toe op sportlandgoed De Haamen die direct verband houden met sport en gezondheid;

  • b.

    Behoud van het inclusieve karakter van het sportlandgoed.

5.4 Buitengebied
5.4.1 Agrarische gebieden

Wat speelt er?

Gemeente Beek heeft een agrarische sector die medebepalend is voor de verschijningsvorm van het landschap.

De sector in zijn huidige (economische) vorm staat onder druk. De landbouw moet verder verduurzamen en er spelen grote opgaves op gebied van natuur, klimaat en biodiversiteit. Deze opgaves vragen om ruimte en nieuwe verdienmodellen in de agrarische gebieden.

Een specifieke opgave betreft het voorkomen van wateroverlast vanaf het plateau en de hellingen. Het grondgebruik (grasland als grondgebruik leidt tot minder erosie en wateroverlast dan akkerbouw) en grondbewerking (ploegen dwars op de helling leidt tot minder erosie en wateroverlast dan ploegen in de hellingrichting) hebben een relatie met wateroverlast en waterkwaliteit in de dalen.

De beken en het fraaie heuvellandschap, die vallen binnen het beschermde Nationaal Landschap Zuid-Limburg, dragen in sterke mate bij aan de aantrekkelijke leefomgeving van Beek. Recreatief medegebruik speelt een grote rol en draagt in potentie bij aan de economie van Beek.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Behoud en versterking van de kwaliteiten van ons fraaie landschap;

  • b.

    Een toekomstbestendige landbouw;

  • c.

    Tegengaan van erosie en wateroverlast;

  • d.

    Het gebied aantrekkelijk houden voor (extensief) recreatief medegebruik.

Hoe pakken we dat aan?

Er vindt langzaam maar zeker een transitie plaats in het buitengebied. Daarin zoeken we ruimte voor landbouw, natuur en landschap, biodiversiteit, klimaat en recreatief medegebruik. Het landschap is de basis voor alle functies. Transitie vindt plaats binnen de randvoorwaarden van behoud en versterking van de kenmerken van ons landschap. Het combineren van opgaves betekent ook het op zoek gaan naar nieuwe verdienmodellen. We doen daarom het volgende:

  • a.

    Om ons landschap te behouden en te versterken, zijn we terughoudend met nieuwe bebouwing buiten de kernen;

  • b.

    Faciliteren en aanleggen van landschapselementen (zoals graften, hagen en hoogstamboomgaarden) die ons landschap versterken en erosie en wateroverlast kunnen beperken;

  • c.

    Ontwikkelingen op agrarische bedrijven faciliteren die bijdragen aan de transitie van het landelijk gebied en een toekomstbestendige landbouw (planologisch). Dat kan zowel de agrarische productietak betreffen als het mogelijk maken van nevenfuncties, zoals B&B, kleinschalige horeca, opwekken van duurzame energie, boerderijwinkels en dergelijke;

  • d.

    Om een toekomstbestendige landbouw te bereiken, gaan we in gesprek met de agrarische sector om maatregelen te onderzoeken die de wateroverlast kunnen beperken en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen verminderen. Als het nodig is nemen we regels op in ons omgevingsplan om het grondgebruik aan te passen om:

    • 1.

      Wateroverlast te beperken;

    • 2.

      Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen.

  • e.

    Ook spelen spuitzones een belangrijke rol in de balans tussen landbouwactiviteiten en een gezonde leefomgeving. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan invloed hebben op nabijgelegen woningen, natuur en water, waardoor zorgvuldige afwegingen nodig zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en functiemenging. Het waarborgen van voldoende afstand en het treffen van passende maatregelen in goed overleg met de agrarische sector zijn daarbij essentieel voor zowel agrarische bedrijfsvoering als omgevingskwaliteit.

  • f.

    Leefbaarheid bevorderen door kleinschalige ontwikkelingen voor recreatie en toerisme mogelijk te maken, mits het initiatief met aandacht voor de omgeving, landschappelijke kwaliteit en verkeer kan worden ingepast;

  • g.

    Behoud en ontwikkeling van het wandel- en fietspadennetwerk.

5.4.2 Natuurgebieden

Wat speelt er?

In de gemeente Beek hebben we meerdere natuurgebieden. Deze gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het zijn kleinere afgebakende gebieden in het buitengebied. Daarnaast komt aan de rand van de kernen ook waardevolle natuur voor, zoals in het Kelmonderbos en het Spaubekerbos.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Bestaande natuurgebieden willen we behouden, koesteren en waar mogelijk met elkaar verbinden;

  • b.

    Versterken van de biodiversiteit.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    Verbinden van natuurgebieden en andere groenstructuren;

  • b.

    Het vergroenen van Beek om meer CO2 op te kunnen nemen. Het Omgevingsbeleidsplan Klimaat en Energie heeft zich ten doel gesteld om in 2030 20% meer oppervlakte aan natuur in de gemeente te hebben ten opzichte van het groenareaal van 2022;

  • c.

    We zijn terughoudend met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen in natuurgebieden. Voorwaarde is dat dergelijke ontwikkelingen onze ambities voor natuur versterken;

  • d.

    Het Limburgs Natuurprogramma 2023-2030 stelt zich ten doel het in stand houden en waar mogelijk versterken van de biodiversiteit. Vanuit het groenstructuurplan sturen we op behoud en versterking van ons groen en onze natuur;

  • e.

    We beschermen onze monumentale en waardevolle bomen.

5.5 Transformatiegebied
5.5.1 Mondial (en omgeving)

Wat speelt er?

Voor transformatiegebieden staat vast dat deze gaan veranderen, maar er is nog geen programma vastgelegd. Het stationsgebied Beek-Elsloo heeft recent een kwaliteitsimpuls gehad. Tegelijkertijd biedt het terrein van de Mondial (en omgeving) kansen voor de gemeente, het bedrijfsleven en/of onze inwoners. Het gebied rondom Mondial heeft een kwaliteitsimpuls nodig.

Wat willen we bereiken?

  • a.

    Een kwaliteitsverbetering voor het gebied rondom Mondial;

  • b.

    Invulling van de beschikbare ruimte voor werken en voorzieningen, zoals onderwijs of een uniek grootschalig detailhandelsconcept of een ander vernieuwend concept;

  • c.

    Geschikt ketenvervoer door te zorgen dat de verschillende vervoersmiddelen (zoals fiets, trein, bus) goed op elkaar aansluiten door bijvoorbeeld een mobiliteitshub4. Dit biedt kansen voor beter gebruik van het treinstation in Beek én biedt een alternatief voor de auto;

  • d.

    Het Mondial terrein heeft een uniek karakter. Een mogelijke invulling mag niet concurreren met het aanbod in de Makado en het centrum van Beek.

Hoe pakken we dat aan?

  • a.

    Initiatieven faciliteren die bijdragen aan een transformatie van Mondial door in te zetten op werken/voorzieningen in combinatie met een hoogwaardige OV-verbinding;

  • b.

    Zorgen voor goede aansluiting van modaliteiten voor en na het gebruik van openbaar vervoer;

  • c.

    Door slim om te gaan met de ruimte kunnen we verschillende opgaves combineren. Hierbij wordt gedacht aan:

    • 1.

      Vergroenen;

    • 2.

      Voorzien in voldoende laadfaciliteiten voor elektrisch rijden;

    • 3.

      Het opwekken van duurzame energie (boven de parkeervakken);

    • 4.

      Meer ruimte bieden aan duurzame vervoersmogelijkheden, zoals fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit.

  • d.

    Waar nodig en waar kansen zich voordoen, nemen we deze opgaven samen met de exploitant/eigenaar ter hand.

4 Dit is een locatie waar reizigers kunnen overstappen naar een ander vervoermiddel.

5.5.2 Betonfabriek

Wat speelt er?

De voormalige Betonfabriek in Kelmond is aangemerkt als transformatiegebied. Het perceel wordt al jaren niet meer gebruikt volgens het omgevingsplan en diverse herontwikkelingsplannen zijn niet doorgezet. De gemeente wil in principe medewerking verlenen aan een deel woningbouw, maar ook een deel natuurherstel en -ontwikkeling.

Wat willen we bereiken?

We willen een toekomstbestendige invulling voor het terrein van de Betonfabriek met een kwaliteitsimpuls, bij voorkeur met een deel woningbouw. Daarnaast zijn natuurontwikkeling en voorkomen van wateroverlast belangrijke opgaven.

Hoe pakken we dat aan?

We stellen een programma van eisen vast waar een toekomstige ontwikkeling aan moet voldoen. Zo moet transformatie van de Betonfabriek aansluiten bij de schaal van de directe omgeving en de kwaliteiten van natuur, landschap en cultuurhistorie. Het programma zou een mix van wonen in combinatie met een nieuwe functie(s) kunnen zijn.

6 UITVOERINGSPARAGRAAF

De omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich verbindt aan de ambities en opgaven die in deze omgevingsvisie zijn beschreven. Het is echter ook belangrijk dat de beleidsambities worden uitgevoerd. Als gemeente vervullen wij verschillende rollen en maken we gebruik van diverse instrumenten om ontwikkelingen mogelijk te maken. We hebben de inzet van verschillende partijen nodig. Daarom besteden we aandacht aan de samenwerking met initiatiefnemers. We hebben spelregels voor initiatieven opgesteld en zullen het beleid monitoren om te kijken of het werkt, zoals het is bedoeld. Waar nodig sturen we bij.

6.1 Rolverdeling

We hebben verschillende rollen bij het uitvoeren van de visie. Welke rol we kiezen, hangt af van verschillende factoren. Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met het uitvoeren van wettelijke taken, wie eigenaar is van de grond, de opgave in het gebied en de hoeveelheid invloed die we als gemeente hebben.

We onderscheiden de volgende rollen van de gemeente:

  • a.

    Regisserend: we vinden samenwerkingen met andere partijen belangrijk, maar houden wel regie.

  • b.

    Faciliterend: we maken ontwikkelingen mogelijk voor inwoners en bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door het wijzigen van het omgevingsplan, het verstrekken van vergunningen, het geven van subsidies en het meedenken in de beginfase van projecten.

  • c.

    Kaderstellend: we stellen regels en kaders op, bijvoorbeeld via het omgevingsplan of verordeningen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het beschermen van monumenten of bomen. Maar ook de omgevingsvisie zelf is een kader waar we aan toetsen als ontwikkelingen niet passen in het omgevingsplan.

  • d.

    Uitvoerend: we zorgen ervoor dat de basis in de openbare ruimte op orde blijft. Dit betekent het aanleggen, beheren en onderhouden van bijvoorbeeld groen, wegen, openbare ruimtes, parken en (fiets)parkeervoorzieningen.

6.2 Nieuwe ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen die niet in het omgevingsplan passen, worden getoetst aan de omgevingsvisie en onderliggend beleid. Daarbij gaan we op zoek in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de gestelde doelen of daar op zijn minst geen afbreuk aan doet. Wij geven ruimte aan flexibiliteit en maatwerk bij de beoordeling van initiatieven. De gemeente hanteert een welwillende ‘ja, mits’-houding. In het ‘mits’ zitten de voorwaarden opgesloten die aan nieuwe initiatieven meegegeven worden. De ligging in het gebied, de ambities en opgaven in het gebied en participatie met betrokkenen geven handvatten aan het college om voorwaarden aan een nieuw initiatief mee te geven. Als een initiatief zich aandient, hanteren we de volgende stappen en spelregels:

Stap 1: Draagt het initiatief bij aan de opgestelde ambities en doelen?

De gemeente beoordeelt of het initiatief bijdraagt aan de doelen die we in de omgevingsvisie hebben geformuleerd (zie hoofdstuk 4 en 5). Het initiatief dient op zijn minst geen afbreuk te doen aan de gestelde doelen. Ook dient de ontwikkeling te passen binnen overige gemeentelijke beleidskaders en hoger overheidsbeleid (provinciale verordening, AMvB’s).

Stap 2: Is er maatschappelijk draagvlak?

De gemeente vindt het belangrijk dat bij een nieuwe ontwikkeling of initiatief eerst het gesprek wordt gevoerd met de omgeving, zoals omwonenden, een bedrijf in de omgeving of andere belanghebbenden. Hoe groter het plan, des te belangrijker dat alle belanghebbenden tijdig worden betrokken. Deze zogeheten Omgevingsdialoog zorgt ervoor dat kansen, zorgen, maar ook kennis en creativiteit op tijd met elkaar worden gedeeld, waardoor de voorgenomen plannen beter worden. Ook leidt dit tot minder klachten, procedures en bezwaren in het vervolgproces.

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de organisatie van een dergelijke omgevingsdialoog. De gemeente kan hierbij een faciliterende en ondersteunende rol aannemen. De wijze waarop de omgevingsdialoog is uitgevoerd speelt een rol bij de uiteindelijke afweging die het college maakt met betrekking tot een initiatief.

Stap 3. Voldoet het project aan omgevingsaspecten?

In de omgevingsvisie zijn ambities en doelen op hoofdlijnen geformuleerd. Daaronder ligt wet- en regelgeving die van toepassing kan zijn. Hiermee moet eveneens rekening worden gehouden. Dat is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Past een initiatief in de visie, dan onderzoekt de initiatiefnemer hoe het initiatief mogelijk kan worden gemaakt. De gemeente kan hierbij helpen.

Stap 4. Draagt het initiatief bij aan de ruimtelijke kwaliteit?

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verwachten we van de initiatiefnemer dat er ook wordt geïnvesteerd in de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor kunnen fondsen worden ingezet. In Beek is hiervoor de ‘bestemmingsreserve omgevingskwaliteit’ van toepassing. De reserve wordt gevoed door bijdragen van ontwikkelaars en initiatiefnemers bij nieuwe planologische ontwikkelingen. De middelen worden ingezet voor het realiseren van de volgende thema’s:

  • a.

    Woningmarkt;

  • b.

    Werkgelegenheid en bedrijvigheid;

  • c.

    Duurzaamheid;

  • d.

    Leefbaarheid;

  • e.

    Mobiliteit;

  • f.

    Vergroening.

Enkele voorbeelden van hoe dit fonds kan worden ingezet is bijvoorbeeld dat er bij de ontwikkeling van een plan met enkel dure koopwoningen een financiële bijdrage wordt gevraagd voor sociale woningbouw elders in de gemeente. Of dat bij een realisatie of uitbreiding van een bedrijf een bijdrage wordt gevraagd voor het vergroenen van een bestaand bedrijventerrein. Of als er een park wordt aangelegd in de buurt van een woningbouwlocatie, dan hebben de nieuwe inwoners van deze woningen objectief gezien voordeel van de ontwikkeling van een park. Dan kan ook worden gevraagd om de inleg van een financiële bijdrage. Uiteindelijk is het doel dat de omgevingskwaliteit wordt verbeterd in de gemeente.

Stap 5. Financiering, prioriteitsstelling en fasering

De afgelopen jaren heeft de gemeente vooral faciliterend grondbeleid gevoerd5. De gemeente kiest nu voor situationeel grondbeleid: Per situatie wordt afgewogen welk grondbeleid geschikt is; faciliterend of actief. Actief grondbeleid wordt in de praktijk alleen toegepast als het financieel risico aanvaardbaar is. Als (mede)financiering van de gemeente noodzakelijk en gewenst is zoals bij gemeentelijke of maatschappelijke functies, dan kan het project zo mogelijk in de begroting worden opgenomen. Niet alles kan tegelijk, dus de gemeente zal prioriteiten stellen en projecten waar nodig faseren.

Stap 6. Besluitvorming

De gemeente is gesprekspartner, faciliteert (ambtelijk) en is de bewaker van de onderlinge samenhang (college en raad). Als een initiatief voldoet aan stap 1 tot 5, dan zal het college en/of de raad een positieve grondhouding hebben.

5 Faciliterend grondbeleid houdt in dat de gemeente de grondwerving en -uitgifte over laat aan marktpartijen, waar de gemeente kosten op verhaalt. De gemeente kan sturen door middel van het omgevingsplan/ omgevingsvergunning. Bij actief grondbeleid koopt, ontwikkelt en verkoopt de gemeente zelf de gronden. Hiermee houdt de gemeente regie, maar dit brengt ook financiële risico’s met zich mee. Situationeel grondbeleid wil zeggen dat de gemeente per situatie een afweging maakt of facilite-rend- of actief grondbeleid op zijn plaats is.

6.3 Doorwerking

De gemeente heeft onder de Omgevingswet verschillende instrumenten beschikbaar om haar ambities te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.

Omgevingsvisie en monitoring

De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen het beleid voor onze woon- en leefomgeving weer. De doelen en ambities hangen sterk samen met de opgaven en ontwikkelingen in de leefomgeving. Het kan dus gebeuren dat nieuwe trends, opgaven of ontwikkelingen aanleiding geven de omgevingsvisie (op onderdelen) te herzien. Ook kan het gebeuren dat de omgevingsvisie op onderdelen te abstract gevonden wordt als toetsingskader. Dan is er behoefte aan een verdere uitwerking, bijvoorbeeld in een programma of het omgevingsplan.

Om de actualiteit van de omgevingsvisie te borgen houden we de vinger aan de pols. We monitoren toekomstige ontwikkelingen en houden in de gaten of de omgevingsvisie goed bruikbaar blijft om nieuwe ontwikkelingen aan te toetsen. Evaluaties bepalen of de omgevingsvisie geactualiseerd moet worden of niet (zie paragraaf 6.4). Ook kunnen we hiermee controleren of er voortgang wordt geboekt in de gestelde ambities en doelen.

Omgevingsprogramma

Uitwerking van het beleid en het nemen van maatregelen voor een specifiek thema of gebied kan door het opstellen van een omgevingsprogramma. In het programma kan de omgevingsvisie verder worden uitgewerkt en kunnen maatregelen worden weergegeven om de doelen uit de omgevingsvisie te realiseren. Naast specifieke maatregelen kan ingegaan worden op planning, financiering, de benodigde capaciteit en de rol-en taakverdeling van verschillende betrokken partijen. Door het programma te monitoren kan goed worden bijgehouden of het maatregelenpakket afdoende is om het voorgenomen doel te bereiken. Is dat niet het geval, kan de gemeente extra maatregelen nemen om het doel alsnog te bereiken.

Naast bestaande en nog te ontwikkelen programma’s, bestaat er al veel beleid binnen de gemeente. Dit betreft ook vaak thematisch of gebiedsgericht beleid dat als bouwsteen bij deze omgevingsvisie is betrokken. Zolang dit beleid niet actief wordt ingetrokken, blijft dit zijn werking behouden bij afwegingen die worden gemaakt voor initiatieven die niet in het omgevingsplan passen.

Het programma is een instrument dat alleen het gemeentebestuur bindt en niet de burgers. Er bestaan verplichte en vrijwillige programma’s. Voor het realiseren van de veelal kwalitatieve doelen van de omgevingsvisie, zullen met name vrijwillige programma’s worden gehanteerd.

Omgevingsplan en omgevingsvergunning

Andere instrumenten die worden gebruikt om het beleid te laten doorwerken zijn het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen. Deze instrumenten bevatten regels (het omgevingsplan) of officiële toestemming (de omgevingsvergunning) voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Denk aan het bebouwen en gebruiken van gronden of het kappen van een boom. Het omgevingsplan is bindend voor iedereen.

Overige instrumenten

Naast de instrumenten uit de Omgevingswet zijn er nog andere instrumenten die de gemeente kan inzetten om haar ambities en doelen uit de omgevingsvisie te behalen. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie, financiële bijdrages of het beschikbaar stellen van subsidies. In de Nota grondbeleid wordt uitgelegd hoe de gemeente Beek haar (financiële) middelen inzet om doelen en ambities te verwezenlijken.

Bij nieuwe initiatieven (ruimtelijke ontwikkelingen) geeft de gemeente de voorkeur aan privaatrechtelijk kostenverhaal door anterieure overeenkomsten te sluiten. In deze overeenkomsten worden vooraf afspraken op maat gemaakt tussen de gemeente en initiatiefnemer, in het bijzonder voor wat betreft kosten die de gemeente maakt en eventuele extra financiële bijdragen die de initiatiefnemer moet betalen. Als de ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving én er sprake is van een structuurversterking die past binnen de transformatieopgave van de woningmarkt, kan worden afgezien van een financiële bijdrage.

6.4 Actualisatie omgevingsvisie

We houden de visie actueel door deze te monitoren, evalueren en periodiek te herijken. Dit helpt ons om ervoor te zorgen dat we op de juiste koers blijven met onze plannen.

De omgevingsvisie biedt een stip op de horizon, maar is nooit helemaal af. We bekijken regelmatig of we nog op de juiste weg zitten en of aanpassingen nodig zijn. Daarom evalueren we elke vier jaar onze doelen en ambities om te controleren of we onze ambities nog actueel en relevant zijn. Is dat niet het geval, dan kan de omgevingsvisie op die punten worden aangepast.

We gebruiken hiervoor de beleidscyclus van de Omgevingswet (zie figuur 4). Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen die op ons afkomen.

Figuur 4 Beleidscyclus
Figuur4Beleidscyclus.jpg

Bijlage I Geografische Informatieobjecten

agrarische gebieden

/join/id/regdata/gm0888/2026/5488bee6ab1b4d43a7ff6489a193b319/nld@2026‑08‑11;14016ec851774e93badd0ca391a4548f

bedrijventerrein Beekerhoek

/join/id/regdata/gm0888/2026/8c4d096fd20f482199b848bf5050d10a/nld@2026‑08‑11;d952a6e47364496092da76749061274a

Betonfabriek

/join/id/regdata/gm0888/2026/4a1f6f0f7d7c412786cded37777caf16/nld@2026‑08‑11;2dd4f399b9884c9ea5df859dfe6e3bea

Businesspark Aviation Valley

/join/id/regdata/gm0888/2026/4e6910b7f79b46c8bc5be6c4280bbdac/nld@2026‑08‑11;04a97c08683d4d7bb6268741108f346d

centrum Beek

/join/id/regdata/gm0888/2026/39ea851fc24e4d30b2098d39d08deb4d/nld@2026‑08‑11;1a2be7a9e55c405a94603c487801c827

landelijke kernen

/join/id/regdata/gm0888/2026/5681e59c10be4b8f893479bd91a5d249/nld@2026‑08‑11;253495f79cbc488780949c50358c3898

Maastricht Aachen Airport

/join/id/regdata/gm0888/2026/2a638f9114b44f639804d7fd4971e723/nld@2026‑08‑11;e0102bebed7140059b27662b30b9a952

Makado

/join/id/regdata/gm0888/2026/55ad563fb7fb4841b888e2f157d21d9d/nld@2026‑08‑11;f17a3b3adcb6490bab493244c49ba018

Mondial (en omgeving)

/join/id/regdata/gm0888/2026/74ed130879234e9aac9f2127fdc8eb90/nld@2026‑08‑11;607f54c6865041629f54d5fa648e2d75

natuurgebieden

/join/id/regdata/gm0888/2026/3760320b5b4d4e1f9d9bc41c018bfcd0/nld@2026‑08‑11;aaeac20e424e4e4595ea94d0afaa8a6f

sportlandgoed De Haamen

/join/id/regdata/gm0888/2026/2abdec5269b242fc9a9fa51fd071fda1/nld@2026‑08‑11;35562f59581f4f2b831d7bbf034aae46

stedelijke kernen

/join/id/regdata/gm0888/2026/c270c5d8cf004c05b250b2d7120f26ba/nld@2026‑08‑11;fc273d44d2cb4b0398cae5cd502efece

uitbreidingslocaties

/join/id/regdata/gm0888/2026/5c325ae4c2fa45c5b5be94630395da18/nld@2026‑08‑11;c03733b6aa964b58b7768e4fbdcc7d63

Bijlage B Participatieverslag

1 Participatieverslag

Het participatieverslag is digitaal te raadplegen via de website van de gemeente: [link naar participatieverslag].

Mocht deze link niet meer werken, dan kunt u het participatieverslag terugvinden via de website van de gemeente. Ga hiervoor naar www.gemeentebeek.nl en zoek op ‘participatieverslag Omgevingsvisie’.

Naar boven