Gemeenteblad van Katwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Katwijk | Gemeenteblad 2026, 379472 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Katwijk | Gemeenteblad 2026, 379472 | beleidsregel |
Agressieprotocol gemeente Katwijk
1.1 Visie op agressie en geweld
De gemeente Katwijk tolereert geen agressief of respectloos gedrag naar haar medewerkers of geweld dat medewerkers wordt aangedaan. Dit protocol heeft betrekking op alle soorten ongewenst en grensoverschrijdend gedrag die we binnen en buiten het gemeentehuis niet tolereren.
1.2 Doelstellingen en uitgangspunten
Het doel van ons beleid is het realiseren van een werkklimaat, waarin medewerkers zich veilig voelen en burgers correct behandeld worden. gedrag wordt altijd door de werkgever verhaald op de veroorzaker.
Dit protocol is van toepassing op iedereen die werkzaam is namens de gemeente Katwijk binnen en buiten de gemeentelijke locaties van de gemeente Katwijk. De huisregels gelden voor iedereen; ook voor derden, gasten en burgers. Het protocol treedt in werking wanneer er niet aan de huisregels wordt gehouden.
1.4 Schema omgaan met emotioneel en/of agressief gedrag
2. Interventie bij een incident
Directe cliëntcontacten vinden plaats aan de receptie, balie, in de spreekkamers, op de milieustraat, in de openbare ruimte en tijdens huisbezoeken. Voorop staat dat je als medewerker van de gemeente Katwijk cliënten beleefd en behulpzaam tegemoet treedt. In geval van emotioneel gedrag is het belangrijk dat je begrip toont.
In geval van agressie is het noodzakelijk dat je grenzen stelt en eerst aan je eigen veiligheid denkt. Om vervolgens eventueel hulp in te schakelen. Binnen de gemeentelijke locaties is dat het interventieteam. Buiten de gemeentelijke locaties is dat de politie.
Binnen de gemeentelijke locaties druk je als medewerker op de alarmknop (balies, spreekkamers en A0.40) waarop het interventieteam wordt ingeschakeld. Het interventieteam richt zich op de agressor, de collega en de omstanders.
Indien de agressor het pand na 2x vorderen niet wil verlaten, wordt door het interventieteam de politie ingeschakeld. Buiten de gemeentelijke locaties zorg je als medewerker eerst voor je eigen veiligheid en schakel je vervolgens eventueel de politie in (Zie bijlage 3 voor hoe te handelen buiten gemeentelijke locaties).
De politie wordt door het interventieteam gebeld via het telefoonnummer 112 ingeval van spoedeisende gevallen zoals bedreiging of geweld of als de agressor het pand niet wil verlaten. De medewerker van het interventieteam die de politie heeft gebeld wacht de politie buiten op.
Hij/zij licht de politie in over de situatie en begeleidt de politie naar de plaats waar de persoon zich bevindt.
Inschakeling bedrijfsopvangteam
Het bedrijfsopvangteam wordt automatisch ingeschakeld nadat er een melding in het GIR wordt gedaan. Binnen 24 na een incident dient door het bedrijfsopvangteam contact opgenomen te worden met de medewerker/ slachtoffer voor ondersteuning.
Het bedrijfsopvangteam zorgt voor de opvang van het slachtoffer. Indien nodig door inschakeling van bedrijfshulpverlening, ziekenhuisbezoek, bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk etc.
Bij een geweldsincident of incident waarbij bedreigingen zijn geuit, is het belangrijk dat er aangifte wordt gedaan. Bij voorkeur wordt aangifte door het slachtoffer gedaan. Deze kan eventueel een collega, begeleider of onder steuning meenemen. Als het slachtoffer dit niet wil of kan, doet een vertegenwoordiger van de gemeente Katwijk aangifte. In het mandaatregister staat vastgelegd welke vertegenwoordigers dit zijn.
In ernstige gevallen maakt de leidinggevende een afspraak met de politie. Je vermeldt dat het gaat om een ‘VPD’ zaak (Veilige Publieke Dienstverlening), zodat de politie en het openbaar ministerie de aangifte hoge prioriteit kunnen geven. Als leidinggevende begeleid je het slachtoffer naar het politiebureau of je doet zelf uit naam van de gemeente de aangifte. Met de politie wordt besproken of anonieme aangifte mogelijk is. In ieder geval wordt als adres (domicili) het adres van het gemeentehuis opgegeven zodat de dader niet te weten kan komen waar de werknemer woont.
De begeleider van het slachtoffer let erop dat in de aangifte duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een geweldsincident waarbij een medewerker met Publieke Taak is betrokken en dat het Agressieprotocol en de regels van Veilige Publieke Dienstverlening van toepassing zijn. Het doen van aangifte is een eerste voorwaarde voor het toepassen van het schadeprotocol. In de praktijk betekent dit dat degene die aangifte doet of waar aangifte voor wordt gedaan actief ondersteund wordt bij het vergoed krijgen van zijn schade en dat de vordering op de dader wordt overgenomen door de gemeente.
Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding kunnen de volgende sancties worden gehanteerd:
Van belang is dat van de aard van de overtreding, tijdstip, plaats, gegevens overtreder(s), slachtoffers, getuigen en dergelijke een verslag wordt gemaakt. Het verslag vormt de basis voor het opleggen van de maatregel en moet voldoende duidelijk zijn om deze ook te kunnen dragen. Het afdoende verzamelen van gegevens en dossiervorming is daarom van groot belang.
Naar aanleiding van geconstateerd grensoverschrijdend/ ontoelaatbaar gedrag wordt bepaald of:
De inhoud van de brief wordt bepaald aan de hand van het schema waarin aard van overtreding en sancties zijn opgenomen.
In geval van een opgelegde sanctie stelt de leidinggevende de wijkagent hiervan op de hoogte.
Om escalatie te voorkomen dient een waarschuwing zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 48 uur te worden verzonden. De waarschuwing wordt ondertekend door en verzonden namens de algemeen directeur. In het belang van de openbare orde of de voortgang van de werkzaamheden in het gebouw kan bij grensoverschrijdend gedrag de toegang tot het gebouw worden ontzegd.
De algemeen directeur is bevoegd een toegangsverbod tot het gebouw voor een bepaalde vastgestelde termijn op te leggen. Een toegangsverbod wordt altijd schriftelijk en aangetekend aangezegd. De medewerker arbo & bhv zorgt ervoor dat een recent overzicht met personen die een toegangsverbod hebben bij de baliemedewerkers aanwezig is.
Wat te doen indien iemand met een toegangsverbod toch het pand inkomt?
Opschorting van de dienstverlening:
Als voor bepaalde dienstverlening de aanwezigheid van de agressor vereist is en de veiligheid van medewerkers niet gegarandeerd is, dan wordt er gekeken naar andere alternatieven om alsnog de diensten te kunnen leveren. Want volgens Art.1. van de Grondwet mag de overheid essentiële diensten niet volledig aan haar burgers weigeren.
De medewerker arbo & bhv houdt een registratie bij van bezoekers / cliënten die een waarschuwingsbrief of een toegangsverbod opgelegd hebben gekregen. Als gedurende de periode van twee jaar na waarschuwing of beëindiging toegangsverbod geen incidenten meer hebben plaats gevonden, worden de gegevens van de betreffende bezoeker / cliënt uit de registratie verwijderd en vernietigd.
Voor cliënten aan wie een sanctie is opgelegd wordt een individueel plan opgesteld om vast te leggen hoe er in de toekomst met de cliënt moet worden omgegaan. Het doel hiervan is om de eerder ervaren agressie te voorkomen en duidelijkheid te geven welke houding ten aanzien van de cliënt wordt aangenomen. Bij overdracht weet de volgende collega wat er is afgesproken en zijn tevens de ontvangstmedewerkers op de hoogte.
Daarnaast wordt de situatie van deze cliënten periodiek tijdens het werkoverleg besproken.
De eerste opvang vindt plaats door het interventieteam. Het gesprek heeft tot doel jou als medewerker, meteen na het incident, rustig op adem te laten komen. Voor de opvang wordt het bedrijfsopvangteam ingeschakeld.
Afhankelijk van de situatie kan in overleg met de leidinggevende besloten worden hem of haar tijdelijk ander werk op te dragen of voor een korte periode verlof te geven. Betrokkenen kunnen in deze fase tevens aangeven dat zij externe opvang op prijs stellen. Ook het Bureau Slachtofferhulp kan, indien door de medewerker gewenst, ingeschakeld worden.
Indien het incident ernstig is wordt er zo spoedig mogelijk opgeschaald naar professionele hulp. Bij mildere incidenten vindt het tweede gesprek een aantal dagen na het incident met het bedrijfsovangteam plaats. Doel van dit gesprek is voorkomen dat de medewerker zich onbegrepen en geïsoleerd voelt. Tijdens dit gesprek wordt het voorval ook gereconstrueerd. Hierbij krijgt het bedrijfsopvangteam een indruk van het verwerkingsproces van het slachtoffer en van de houding van zijn sociale omgeving. Verder wordt er een afspraak gemaakt voor een derde gesprek na vier tot zes weken.
Het derde gesprek richt zich met name op de verwerking van het incident. Hoewel dat ook in een eerder stadium mogelijk is, wordt hier bepaald of professionele hulp nodig is. In dat geval wordt contact gezocht met de bedrijfsarts. Deze kan de medewerker doorverwijzen naar gespecialiseerde instanties.
De leidinggevende van de medewerker wordt door het bedrijfsopvangteam op de hoogte gehouden van het proces. De inhoud van het traject wordt alleen gedeeld met de leidinggevende wanneer de medewerker hier zelf om vraagt dan wel toestemming voor geeft.
Heb je te maken met een agressie-incident? Dan is het belangrijk om het melden. Het registreren van een incident dient meerdere doelen: het is het beginpunt van de nazorg, kan ingezet worden voor dossiervorming en het levert informatie op voor beleidsontwikkeling. Alle incidenten worden geregistreerd in het GIR.
Bij ernstige incidenten wordt je leidinggevende direct op de hoogte gesteld. De leidinggevende regisseert de verdere nazorg zoals beschreven in dit protocol. Bij incidenten ben je als betrokken medewerker zelf verantwoordelijk voor het maken van een melding via de GIR-app of het scannen van de QR-code.
Ook bij incidenten waarbij het interventieteam betrokken is, ben je als medewerker zelf verantwoordelijk voor het maken van een melding via de GIR-app. Eventueel kan je leidinggevende je hierbij ondersteunen.
Is er tijdens of als gevolg schade door agressie toegebracht wordt er ten alle tijde aangifte gedaan bij de politie. Tijdens de aangifte wordt er aangegeven dat de gemeente Katwijk zich wil voegen in het strafproces om een schadeloos gesteld te worden.
Ook is het belangrijk de medewerkers Verzekeringen van de gemeente Katwijk op de hoogte te stellen in het geval van schade. Zij kunnen aanspraak maken op de Rechtsbijstandsverzekering (Achmea) om de medewerker bij te staan in het strafproces of de ongevallenpolis aanspreken als er sprake is van letsel. Mocht de schade niet vergoed worden kan er ook een verzoek ingediend worden bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
De medewerkers Verzekeringen dienen deze aanvragen in omdat zij inzicht hebben in de vergoedingen waar wel dekking voor is.
Schade aan goederen van de gemeente Katwijk wordt verhaald op de dader door het voegen in het strafproces. Hieronder valt moedwillige vernieling die de cliënt aanricht uit frustratie of om handelingen af te dwingen.
Door toedoen van een cliënt kan bij agressie zowel lichamelijk en/of psychisch letsel ontstaan. Dit letsel kan de oorzaak zijn van verzuim. Letselschade wordt ook opgevoerd bij het strafproces. Het gaat hierbij om de kosten van ziekte en vervanging, ernst van de aandoening en blijvende invaliditeit. Bij blijvend letsel keert ook de ongevallenpolis een bedrag uit.
Voorbeelden van immateriële schade zijn smaad, bedreiging of belediging. Deze schade kan ontstaan door de gedragingen van de dader die een negatieve invloed heeft op andere personen. Hierbij valt te denken aan opmerkingen op Social Media of uitlatingen in een drukke omgeving. Deze schade kan mogelijk verhaald worden op de dader afhankelijk van de ernst en de gevolgen van de schade. Deze schade wordt tevens gevoegd in het strafproces.
Indien het incident leidt tot ziekteverzuim, dan wordt dit bij de verzuimmelding gemeld. Ernstige incidenten, waarbij persoonlijke schade ontstaat, moeten via HRM worden gemeld bij de Inspectie SZW. Eventuele materiële schade die gepaard gaat met persoonlijke schade moet ook gemeld worden bij de Inspectie SWZ. Ook als er binnen acht dagen ziekteverzuim ontstaat door psychische klachten dient dit kenbaar gemaakt te worden aan de Inspectie. Aan de hand van de ernst van de melding zal er een onderzoek worden ingesteld.
Bijlage 1 Preventie en omgaan met agressie
Om de kans op agressie en geweld te verkleinen heeft de gemeente Katwijk maatregelen genomen ten aanzien van de organisatie van het werk, de medewerkers en gebouwaspecten.
Voorkomen is beter dan genezen. Zo zijn er bepalende factoren bekend waardoor agressie kan ontstaan. De gemeente Katwijk heeft in haar organisatie maatregelen geborgd om deze factoren het hoofd te bieden.
Over de wachttijd zijn afspraken gemaakt en vastgelegd in een servicenorm. Deze wordt periodiek geëvalueerd met het management en waar nodig maatregelen genomen.
Bezoekers die later aan de balie komen, maar eerder geholpen worden.
Bezoekers worden op de website geïnformeerd over de wachttijden. In de servicenormen is opgenomen dat de wachttijd kan verschillen. Als je een afspraak maakt is de maximale wachttijd 5 minuten. Kom je op de vrije inloop mag de wachttijd maximaal 10 minuten duren. Het kan dus zo zijn dat iemand met een afspraak eerder wordt geholpen dan iemand zonder afspraak.
Bijna alle systemen hebben een back-up waardoor gegevens niet verloren gaan. Storingen in de systemen die consequenties hebben voor de balies worden met de hoogste prioriteit behandeld. Als er zich een storing voordoet wordt er een bordje bij de zuil geplaatst en aan de telefoon de bezoekers uitleg geven over de duur omvang van de storing.
Cliënten hebben de verkeerde of geen vereiste documenten bij zich.
Bezoekers krijgen bij het maken van een afspraak te horen welke documenten meegebracht moeten worden. Ook op de website en in de wachtruimte kan de burger zien welke documenten je moet overleggen voor het aanvragen van een document of vergunning.
Als er in de organisatie fouten zijn gemaakt neemt een medewerker telefonisch contact op met de aanvrager om een afspraak te maken over het verdere verloop.
Tevens wordt er door de medewerker gewezen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen volgens de klachtenprocedure. Deze is te vinden op de website maar is ook te verkrijgen bij de (receptie-)balie.
De trainingen Omgaan met agressie wordt jaarlijks aangeboden. Medewerkers die contact hebben met cliënten dienen hier eens in de 3 jaar aan deel te nemen. Naast de basistraining zijn er ook herhalingstrainingen voor de medewerkers die de basistraining al hebben gehad. De basistraining duurt 2 dagdelen en de herhaling een dagdeel.
De training bestaat uit een theoriedeel waarin het agressieprotocol en het omgaan met agressie wordt besproken. Daarnaast is er een praktijkdeel dat toegespitst is op de dagelijkse praktijk. Zo wordt er bij buitendienstmedewerkers vooral situaties geoefend die voorkomen in de openbare buitenruimte en voor medewerkers van de binnendienst oefenen situaties aan de balie/ spreekkamer en telefonische agressie.
In de bouw van de spreekkamers is er rekening gehouden met de kans op agressie.
In de spreekkamers wordt gebruik gemaakt van brede tafels zodat overreiken naar een medewerker wordt voorkomen. Alle spreekkamers hebben aan weerszijde van de tafel een uitgang waarmee de medewerker zich in veiligheid kan brengen. Er zijn geen voorwerpen waarmee gegooid zou kunnen worden.
De balies zijn zo gebouwd dat de medewerker en cliënt op de zelfde hoogte zijn. Met uitzondering van de receptiebalie waar de medewerker staat en de cliënt zit.
De sanctie voor de daders kan variëren van een waarschuwing bij lichtere vormen van agressie tot ontzegging van de toegang bij zwaardere vormen. De onderstaande matrix geeft aan welke sanctie opgelegd dient te worden.
De algemeen directeur beslist over het al dan niet ontzeggen van de toegang (handhaving openbare orde). Bij afwezigheid van de algemeen directeur beslist zijn plaatsvervanger. Dit besluit wordt de cliënt schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld.
De brief wordt aangetekend en op de reguliere wijze verzonden. De afspraken met de cliënt worden doorgegeven aan het personeel.
Bijlage 3 Handelingsperspectieven bij onacceptabel gedrag
In deze bijlage staan de handelingsperspectieven beschreven wanneer je als medewerker van de gemeente Katwijk met een agressiesituatie worden geconfronteerd.
|
De burger maakt lichamelijk contact. Gericht op personen, zaken en/ of materiaal. |
Creëer een veilige afstand (ga weg van de agressor/locatie)
|
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-379472.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.