Gemeenteblad van Heemskerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heemskerk | Gemeenteblad 2026, 378981 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heemskerk | Gemeenteblad 2026, 378981 | beleidsregel |
Nota Reserves & voorzieningen gemeente Heemskerk 2025
Voor u ligt de Nota Reserves & voorzieningen gemeente Heemskerk 2025. Deze geactualiseerde nota bevat het wettelijk kader en de lokale uitganspunten met betrekking tot reserves en voorzieningen. Het vaststellen van de lokale uitgangspunten is een bevoegdheid van de raad.
In de Financiële verordening gemeente Heemskerk 2022 is bepaald dat de uitgangspunten met betrekking tot reserves en voorzieningen worden opgenomen in een periodiek door de raad vast te stellen nota reserves en voorzieningen.
De aanleiding voor actualisatie van de nota Reserves en voorzieningen 2020 is tweeledig.
Enerzijds is in de Financiële verordening opgenomen dat de nota een keer in de vier jaar wordt geactualiseerd. Anderzijds is het in het kader van de bezuinigingsopgave die de gemeenten hebben goed om kritisch te kijken naar de ingestelde reserves en deze te herijken.
De nota uit 2020 was een combinatie van reserve en voorzieningen en weerstandsvermogen. Het onderdeel weerstandsvermogen wordt opgenomen in een aparte nota.
Doel van deze Nota Reserves & voorzieningen gemeente Heemskerk 2025 is om de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels met betrekking tot reserves en voorzieningen opnieuw vast te leggen. Deze nota biedt de gemeenteraad handvatten om binnen de geldende wet- en regelgeving het budgetrecht en de kaderstellende rol maximaal tot z’n recht te laten komen daar waar sprake is beleidsvrijheid.
De nota bestaat uit twee delen:
Deel I. Beleidsnota, waarin inzicht in het wettelijk kader met betrekking tot reserves en voorzieningen wordt verstrekt en de wijze waarop hieraan binnen Heemskerk nader invulling wordt gegeven. Er zal tenminste moeten worden voldaan aan de voorschriften van het BBV. Hiervan afwijken is niet toegestaan.
Deel II. Heroverweging van de in gebruik zijnde reserves en voorzieningen. Dit deel bevat voorstellen tot heroverweging, een totaaloverzicht van de reserves en voorzieningen en een format per reserve en voorziening waarin naast de functie, het doel en een inhoudelijke toelichting, het geraamde verloop voor de jaren 2025 tot en met 2029 is weergegeven.
Op basis van de in de Beleidsnota geformuleerde beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels worden voorstellen tot heroverweging aan de raad gedaan.
Bijlage 1 bevat een overzicht van de meest relevante wetsartikelen uit het BBV.
De wettelijke bepalingen met betrekking tot reserves en voorzieningen en het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast vult de Commissie BBV het kader via notities, stellige uitspraken en richtlijnen nader in.
Reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd. Beide vermogensbestanddelen worden aan de passivazijde van de balans gepresenteerd. Toch bestaat er een wezenlijk onderscheid. Reserves worden gerekend tot het eigen vermogen van de gemeente. Voorzieningen tot het vreemde vermogen.
Voorzieningen worden gevormd omdat daar verplichtingen of risico’s tegenover staan waarbij de omvang en het tijdstip van optreden onzeker zijn. Het is voor de raad niet mogelijk om de bestemming van een voorziening te wijzigen. Voorzieningen zijn dus niet vrij besteedbaar of te bestemmen.
In het BBV is het onderscheid tussen reserves en voorzieningen gelegd bij de mogelijkheid voor de raad om de bestemming te kunnen wijzigen. Er is sprake van een reserve als de bestemming veranderd kan worden. Als de bestemming vast ligt is sprake van een voorziening.
In onderstaand overzicht zijn de meest kenmerkende verschillen tussen reserves en voorzieningen weergegeven.
Reserves laten zich het beste als volgt omschrijven: ‘reserves zijn vermogensbestanddelen die tot het eigen vermogen van de gemeente worden gerekend’. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt zijn deze vrij besteedbaar.
In het BBV wordt onderscheid gemaakt tussen algemene reserves en bestemmingsreserves.
Algemene reserves zijn reserves waaraan de raad geen bestemming heeft gegeven. Deze hebben als functie om risico’s in algemene zin op te vangen (de zogenaamde bufferfunctie).
Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming (bestedingsdoel) heeft gegeven. Het gaat hierbij om een vastgelegde toekomstige aanwending, maar geen financiële verplichting. Om deze reden heeft de raad altijd de mogelijkheid een eerder toegekende bestemming te wijzigen.
Een bestemmingsreserve wordt ingesteld voor een concreet, in binnen een vooraf bepaalde tijd te realiseren, door de raad vastgesteld doel.
Het instellen, beschikken over en opheffen van reserves is, in lijn met het budgetrecht, een bevoegdheid van de raad.
Onder voorwaarde dat de bestemmingen gelijksoortig zijn, is het mogelijk bestemmingsreserves samen te voegen. Hiervoor is een raadsbesluit noodzakelijk.
Artikel 54 BBV definieert exact welke informatie jaarlijks en waar moet worden verantwoord.
In de jaarrekening moet in de toelichting op de balans de aard en reden van elke reserve en de mutaties worden vermeld en toegelicht.
Het BBV staat niet toe dat een (bestemmings-)reserve een negatieve stand heeft.
Reserves dienen altijd een doel. Daarnaast vervullen reserves een bepaalde functie. De volgende functies worden onderscheiden.
Reserves vormen een buffer voor het opvangen van onvoorziene (incidentele) uitgaven die noodzakelijk zijn en waarmee in de begroting geen rekening is gehouden. Tevens maken deze reserves het mogelijk noodzakelijke aanpassingen niet schoksgewijs te laten verlopen.
Met uitzondering van de Algemene reserve zijn alle overige reserves ingesteld om specifieke, in principe incidentele, uitgaven te dekken.
Financierings- of inkomensfunctie
Door reserves als eigen financieringsmiddel in te zetten hoeft minder beroep te worden gedaan op de geld- en kapitaalmarkt voor het aantrekken van geldleningen.
Een andere vorm is dat renteopbrengsten van de reserves (bespaarde rentelasten) worden aangewend als dekkingsmiddel voor de exploitatielasten.
Reserves kunnen, wanneer in liquide vorm aanwezig, rentedragend worden uitgezet bij een bancaire instelling. Hierdoor worden rente-inkomsten gegenereerd. De rente kan aan het vermogen worden toegevoegd.
Reserves kunnen worden ingesteld om lasten en baten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Pieken en dalen in de exploitatiebegroting worden hiermee voorkomen. Tevens worden ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve opgevangen.
De vorming van voorzieningen is in het BBV veel dwingender voorgeschreven dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV (artikel 44) aan strikte regelgeving gebonden.
Voorzieningen worden verplicht gevormd voor:
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (bijvoorbeeld cyclisch onderhoud aan gebouwen).
geen voorziening mag worden gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume, zoals vakantiegelden en pensioen- en wachtgeldverplichtingen. Dergelijke kosten moeten in de lopende exploitatie worden opgenomen. Voor verplichtingen waarvan het bedrag oploopt, bijvoorbeeld voor wachtgeldverplichtingen bij personele krimp, kan een voorziening worden gevormd als in de exploitatie geen rekening wordt gehouden met deze kosten.
De noodzaak voor toevoegingen aan en/of bestedingen ten laste van voorzieningen behorende tot het eerste en tweede aandachtsstreepje wordt beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden die zich voordoen bij het opstellen van de jaarstukken. De bestedingen en toevoegingen van de andere categorieën zijn gebaseerd op bestedingsplannen, onderhoudsplanningen, vervangingsschema’s etc.
Een onderhoudsvoorziening mag alleen worden gevormd voor cyclisch onderhoud aan kapitaalgoederen zoals wegen en gebouwen. Het vormen van een voorziening is niet verplicht; lasten kunnen ook ongelijkmatig in de begroting worden opgenomen. Een onderhoudsvoorziening kan alleen worden gevormd indien een (meerjaren)onderhoudsplan (voor een periode van minimaal 4 jaar) beschikbaar is. Dit plan dient periodiek te worden geactualiseerd. Het groot onderhoud en de vervanging kunnen uit de voorziening worden gedekt. De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de begroting en jaarrekening geeft inzicht in het gewenste onderhoudsniveau.
Een voorziening moet dekkend zijn voor toekomstige verplichtingen en de onderbouwde risico’s. Om deze reden mogen voorzieningen niet groter of kleiner zijn dan de risico’s of verplichtingen waarvoor ze zijn gevormd.
Artikel 45 BBV sluit het toerekenen van rente aan voorzieningen uit.
Artikel 55 BBV definieert exact welke informatie jaarlijks en waar moet worden verantwoord.
In de jaarrekening moet in de toelichting op de balans de aard en reden van elke voorziening en de mutaties worden vermeld.
Het BBV staat niet toe dat een voorziening een negatieve stand heeft.
2 Beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels
Dit hoofdstuk bevat de specifieke beleidsuitgangspunten voor reserves en voorzieningen en het weerstandvermogen. Daarnaast zijn de uitvoeringsregels voor reserves en voorzieningen opgenomen.
De raad heeft kenbaar gemaakt het beleid, inzet en aanwending van reserves en voorzieningen en de normering van het weerstandsvermogen periodiek te willen herijken. Dit is geformaliseerd in de Financiële verordening gemeente Heemskerk 2022, artikel 9, lid 1 waarin is bepaald om de Nota Reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen tenminste eenmaal in de vier jaar te actualiseren.
Bij de laatste actualisatie zijn in de vergadering van de Commissie ABF van 6 oktober 2020 aan de hand van de discussienota ‘Weerstandsvermogen en reserves & voorzieningen’ de volgende aspecten bediscussieerd:
De commissie ABF heeft naar aanleiding van deze discussie richting gegeven aan bovenstaande onderwerpen wat vervolgens als input heeft gediend voor het actualiseren van de nota 2020.
De regelgeving omtrent de reserves en voorzieningen en het weerstandsvermogen is de afgelopen vijf jaren niet gewijzigd. Het college stelt voor om de beleidsuitgangspunten ongewijzigd te laten. Voor het begrip en de leesbaarheid van deze nota worden de beleidsuitgangspunten en de overwegingen hierna integraal opnieuw opgenomen.
1. Dekken van structurele lasten uit reserves
Het BBV staat toe dat reserves structureel worden aangewend ten behoeve van bijvoorbeeld het doen van investeringen. Dit betreft de financieringsfunctie. Aan deze functie kleven een aantal risico’s.
aan het einde van de looptijd van een investering vervallen de structurele kapitaallasten. Wanneer deze lasten vanuit de lopende exploitatie werden gedekt leidt dit tot vrijkomende budgetruimte. Deze ruimte kan vervolgens worden ingezet ter dekking van de structurele kapitaallasten van een nieuwe (vervangende) investering. Wanneer de dekking van de structurele kapitaallasten uit een reserve komt valt geen budgetruimte vrij, maar zal voor het doen van een nieuwe investering naar budgetruimte moeten worden gezocht. Om een solide toekomstbestendige begroting te creëren, dient de dekking van structurele kapitaallasten van met name omvangrijke investeringen niet aan reserves te worden onttrokken. Hiervoor moet budgettaire ruimte binnen de begroting worden gevonden.
het inzetten van reserves voor het dekken van structurele lasten, anders dan investeringen, wordt door de Provinciale toezichthouder opgevat als het structureel niet in evenwicht hebben van de begroting. Hier wordt op getoetst en kan mogelijk een punt zijn bij het beoordelen of de gemeente wel of niet onder preventief toezicht wordt geplaatst.
In dit kader is het van belang duidelijk onderscheid te maken in incidentele en structurele lasten en baten. Duidelijk is dat lasten en baten die zich slechts eenmalig voordoen incidenteel van aard zijn.
Het onderscheid tussen incidenteel en structureel is niet altijd helder. De commissie BBV heeft dit onderscheid daarom in een notitie meer ingekaderd. De richtlijn is dat, als de tijdelijke lasten en baten zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen, het gaat om ‘eenmalige zaken’. Voor onttrekkingen aan reserves wordt in beginsel gesteld dat deze incidenteel van aard zijn. Onderstaand een nadere verheldering.
Incidentele lasten en baten zijn lasten en baten die onder ongewijzigd beleid en omstandigheden voor maximaal 3 jaar vaststaan. Rijksbijdragen, subsidies en projecten die langer dan 3 jaar lopen, maar waar vooraf van bekend is dat die bijdrage, subsidie of het project op termijn stopt, worden als incidenteel beschouwd
Hoewel het op het eerste oog praktisch lijkt om structurele lasten vanuit reserves te dekken is het voor de korte termijn geen goede oplossing. Er ontstaat geen budgetruimte voor nieuwe (vervangende) investeringen en het leidt niet tot een solide toekomstbestendige begroting.
|
Beleidsuitgangspunt 1. Geen structurele lasten (kapitaal-/exploitatielasten) dekken vanuit een reserve. |
2. Toerekenen van rente aan reserves
Het toerekenen van rente aan reserves heeft als voordeel dat het niveau (de ‘koopkracht’) van de reserve op peil blijft. Daarentegen leidt rentetoerekening tot een hogere interne rentelast die beslag legt op de beschikbare begrotingsruimte. Vanwege de historisch lage rente leidt rentetoerekening enerzijds tot een verzwaring van de administratieve verwerking, anderzijds tot een marginaal effect op de reserve. Daarnaast leidt een stijgende rente tot een hogere interne rentelast waardoor de begroting meer onder druk komt te staan.
3. Periodiek heroverwegen reserves en voorzieningen
Het is ten behoeve van de inzichtelijkheid in de financiële positie van belang om de reserves en voorzieningen periodiek te toetsen aan de beleidsuitgangspunten en de opheffingscriteria in het algemeen. Met betrekking tot de voorzieningen of de hoogte van de voorziening nog in overeenstemming is met de te verwachte uitgaven of het bestaande risico in het bijzonder. Dit alles om te voorkomen dat middelen ongebruikt in reserves en voorzieningen achterblijven.
Door deze periodieke toetsing uit te voeren blijft tevens het aantal reserves en voorzieningen overzichtelijk en beheersbaar. Vanuit de toets kunnen voorstellen tot heroverweging aan de raad worden gedaan.
2.2 Uitvoeringsregels reserves
Voor het instellen van een reserve zijn onderstaande uitvoeringsregels van toepassing:
Een reserve kan een egalisatiefunctie hebben. Wanneer de raad een egalisatiereserve voor een doel heeft ingesteld kunnen tekorten en overschotten op de voor dat doel betreffende budgetten aan de reserve worden onttrokken of toegevoegd zonder dat daarvoor een apart raadsbesluit nodig is.
De raad besluit tot het opheffen van een reserve op het moment dat:
Tenzij de raad anders bepaalt, valt na het opheffen van de reserve het saldo vrij ten gunste van de Algemene reserve.
Aan iedere bestemmingsreserve wordt één budgethouder (i.c. een domeinmanager) gekoppeld, analoog aan de toewijzing van bevoegdheden bij de exploitatiebudgetten. Deze functionaris doet voorstellen aan het college om een reserve in te stellen of over een reserve te beschikken. De financieel adviseur bewaakt de wettelijke en gemeentelijke kaders en adviseert over hoe om te gaan met de desbetreffende reserve.
2.3 Uitvoeringsregels voorzieningen
De wet bepaalt dat voor bepaalde verplichtingen een voorziening moet worden gevormd. Dit betreft voorzieningen voor afdekking van risico’s, zoals toekomstige verplichtingen. In principe moeten lasten worden genomen zodra deze bekend zijn en baten op het moment dat deze zijn gerealiseerd. Dit betekent het direct verwerken ten laste van de exploitatie dan wel via het vormen van een voorziening. De raad bekrachtigt achteraf via vaststelling van de jaarrekening de nieuwe voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien uit de bedrijfsvoering en uit wettelijke verplichtingen.
Het college gaat over het instellen en opheffen van en het beschikken over een voorziening.
Wanneer de omvang van de voorziening het noodzakelijke niveau overstijgt, valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie. Tekorten binnen de voorziening dienen te worden aangevuld.
Dit houdt in, dat iedere voorziening moet zijn onderbouwd met een berekening van de achterliggende verplichting of risico. Indien er een kans is dat een risico zich voor zal doen en de omvang niet goed is in te schatten, is het niet mogelijk om een voorziening te vormen. Het risico moet dan worden opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen & risicobeheersing’ als onderdeel van de begroting en jaarrekening.
Schematisch ziet dat er als volgt uit.
Afwijkingen in geraamde aanwendingen of stortingen worden in de tussentijdse rapportage vermeld en toegelicht in de jaarrekening.
Een voorziening wordt opgeheven:
Na het opheffen van een voorziening, valt het saldo vrij ten gunste van de exploitatie.
Aan iedere voorziening wordt één budgethouder (i.c. een domeinmanager) gekoppeld, analoog aan de toewijzing van bevoegdheden bij de exploitatiebudgetten. Deze functionaris doet het college voorstellen tot het aanwenden van voorzieningen. De financieel adviseur bewaakt de wettelijke en gemeentelijke kaders en adviseert over hoe om te gaan met de desbetreffende voorziening.
De beschikkingsbevoegdheid bepaalt wie wanneer mag beschikken over een reserve of voorziening.
De raad beschikt over reserves. Dit kan zowel voor- als achteraf.
Het college vraagt voorafgaand aan de besteding toestemming aan de raad. Dat kan via de begroting of via een apart raadsvoorstel.
Het college vraagt achteraf (via tussentijdse rapportages of jaarrekening) toestemming aan de raad door aan te geven over welke reserves is beschikt, voor welk bedrag en met welk doel.
Voor de beschikkingsbevoegdheid van voorzieningen geldt dat het college bevoegd is voor de aanwending ervan, onder voorwaarde dat de uitvoering één op één loopt met de door de raad goedgekeurde (onderhouds-)plannen.
Indien wet- en regelgeving of andersoortige omstandigheden dit vereisen, wordt deze nota opnieuw beoordeeld op toepasbaarheid en actualiteit en waar nodig geactualiseerd. Om deze nota van karakter niet te statisch te laten zijn, wordt bijlage 3 jaarlijks ter actualisatie bij de behandeling van de begroting aan de raad aangeboden.
4 Overzicht beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels
In hoofdstuk 2 van Deel I. Beleidsnota zijn de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels geformuleerd. In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste nogmaals opgenomen.
Beleidsuitgangspunt 1 Geen structurele lasten dekken vanuit een reserve.
Beleidsuitgangspunt 2 Geen rente toerekenen aan reserves.
Beleidsuitgangspunt 3 Jaarlijkse toetsing van de reserves en voorzieningen bij het opstellen van de jaarrekening.
Uitvoeringsregels voorzieningen
Deel II. Heroverweging reserves en voorzieningen
Bij het opstellen van deze nota is ook naar de in gebruik zijnde reserves en voorzieningen gekeken. Per reserve en voorziening is een format opgesteld waarin naast de basisgegevens, het doel, de actuele stand en, indien van toepassing, de geraamde stortingen en onttrekkingen zijn opgenomen.
De cijfers zijn ontleend aan de Begroting 2025-2028 en de besluitvorming nadien.
Het voorstel om 2 miljoen euro eenmalig te storten in de bestemmingsreserve ‘Risico’s grondbeleid’, ten laste van de Algemene reserve, teneinde actief grondbeleid mogelijke te maken en hiervoor voldoende middelen te creëren (voorstel in de raadsvergadering van 30 oktober 2025) is niet opgenomen in de overzichten.
In de concept-Begroting 2026 wordt voorgesteld in 2026 € 250.000 in verband met de Kapschuur kasteel Assumburg ten laste van de Algemene reserve te brengen. Deze onttrekking is ook niet in de overzichten opgenomen.
Tenslotte wordt in de concept-Begroting 2026 voorgesteld de kosten voor de Aanjager Ruimtelijke ontwikkelingen (€ 120.000 in 2026 en 2027) en de Invulling Woonzorgvisie (€ 25.000 in 2026 en 2027) ten laste van de bestemmingsreserve Betaalbare huisvesting. Ook deze onttrekkingen zijn niet in de overzichten niet opgenomen.
De reserves en voorzieningen zijn getoetst op de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels zoals geformuleerd in deel I. Beleidsnota.
In de formats zijn de reserves en voorzieningen getoetst op de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Beleidsnota. Daar waar van toepassing wordt een voorstel tot heroverweging gedaan. De tekst van de voorstellen treft u aan in de formats.
Het college biedt uw raad de volgende voorstellen tot heroverweging aan.
Op basis van huidig beleid worden eind 2025 de bestemmingsreserves Nieuw beleid, Transformatiebudget SD en Verbindingsweg A8-A9 opgeheven.
Het niet langer dekken van structurele lasten uit reserves
Bij de actualisatie in 2020 is aangegeven – in de Commissie ABF van 6 oktober 2020 - niet langer structurele lasten (kapitaal- en exploitatielasten) uit reserves te willen dekken. Dit uitgangspunt heeft voornamelijk betrekking op die bestemmingsreserves die specifiek zijn ingesteld ter dekking van afschrijvingslasten van investeringen. Omdat als gevolg van dit uitgangspunt de dekking van structurele lasten niet langer uit een reserve maar ten laste van de exploitatie komt, wordt inzichtelijk gemaakt wat hiervan het meerjarig financieel effect is voor de exploitatie en in hoeverre de meerjarige begrotingspositie zich hiertoe verhoudt.
Naar aanleiding van dit beleidsuitgangspunt zijn bij de actualisatie in 2020 11 bestemmingsreserves komen te vervallen. De bestemmingsreserve Bouw en verbouw gemeentehuis is niet opgeheven, omdat de structurele lasten niet opgevangen konden worden in de exploitatie.
Ondanks dit beleidsuitgangspunt is op 30 mei 2024 besloten, bij uitzondering, 100 flexwoningen op de locatie Tolhek-Oost te realiseren en dit te dekken via een reserve.
Ook is op 30 januari 2025 besloten om per 1-1-2031 een bestemmingsreserve kapitaallasten nieuw zwembad in te stellen en ten laste van de Algemene reserve Zwembad-een storting te doen van € 5.773.850,-.
De huidige begrotingsruimte in de concept-meerjarenbegroting 2026-2029 is – nog steeds - onvoldoende om de structurele afschrijvingslasten van de hiervoor genoemde items te kunnen opvangen. Dekking van de structurele lasten blijven vooralsnog vanuit de genoemde bestemmingsreserves komen. Deze reserves worden als gevolg hiervan niet opgeheven. Hierdoor valt het saldo van deze reserve dan ook niet vrij ten gunste van de Algemene reserve.
De voorstellen nummer 1 tot en met 11 hebben betrekking op reserves en moeten ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden.
Er zijn geen voorstellen met betrekking tot de voorzieningen.
Totaaloverzicht reserves 2025-2029
(Begroting 2025-2029 na wijzigingen)
Totaaloverzicht voorzieningen 2025-2029
Heroverweging reserves als bedoeld in artikel 43 lid 1a van het BBV
Rubriek a: Vrij besteedbare reserve (de algemene reserve cq. het weerstandsvermogen)
Op de volgende pagina zijn de nu begrote mutaties in de algemene uitkering opgenomen. Er zijn momenteel 38 onttrekkingen begroot in 2025. 17 onttrekkingen hebben betrekking op een budgetoverheveling van het ene naar het volgende jaar. Normaal gesproken lopen deze mutaties in het eerstvolgende jaar eruit en sluit het op nul. Nu lopen deze mutaties mee met de zaken uit de raadsbesluiten waarin expliciet is aangegeven activiteiten ten laste te brengen van de algemene reserve. Dit geeft een onoverzichtelijk beeld.
Voorgesteld wordt om voor de budgetoverhevelingszaken een aparte bestemmingsreserve Budgetoverhevelingen te gebruiken, zodat deze items bij de jaarrekening relatief eenvoudig kunnen worden gevolgd.
De eenmalig storting van 2 miljoen euro in de bestemmingsreserve ‘Risico’s grondexploitatie’ ten laste van de Algemene reserve, teneinde actief grondbeleid mogelijk te maken en hiervoor voldoende financiële ruimte te creëren (concept raadsvoorstel “Beantwoording motie VADO (15.M.1.) Kleinschalig actief grondbeleid voor woningbouw”, besluitpunt 3), is niet opgenomen in bovenstaand overzicht. Het raadsvoorstel staat geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 oktober 2025.
In de concept-Begroting 2026 wordt voorgesteld de kosten in verband met Kapschuur kasteel Assumburg (€ 250.000 in 2026) ten laste van de Algemene reserve te brengen. Deze onttrekking is ook niet in bovenstaand overzicht opgenomen.
Nieuwe bestemmingsreserve Budgetoverheveling
Verloop Algemene reserve na aanpassing
|
BW2023-001/nr 13 Promotie Heemskerk / E31000 Beleidsadvisering EZ IJmond veelzijdig/45999 |
|||||
|
RB 25-9-2025 Aanpassingen rondom de minigolfbaan aan de Vrijburglaan |
|||||
De onttrekking van 2 miljoen euro ten gunste van de BR ‘Risico’s grondexploitatie’ (concept-raadsvoorstel ‘Beantwoording motie VADO (15.M.1.) Kleinschalig actief grondbeleid voor woningbouw (raadsvergadering 30 oktober 2025) is in het overzicht niet opgenomen.
In de concept-Begroting 2026 wordt voorgesteld de kosten in verband met Kapschuur kasteel Assumburg (€ 250.000 in 2026) ten laste van de Algemene reserve te brengen. Deze onttrekking is ook niet in bovenstaand overzicht opgenomen.
Heroverweging reserves als bedoeld in artikel 43 lid 1b van het BBV
Rubriek b: Bestemmingsreserves
|
Rb 28-5-2025 Overheveling BR woonvisie 2025 Beverwijk-Heemskerk (restantsaldo) |
|||||
|
Rb 28-5-2025 Overheveling naar BR woonvisie 2030 Beverwijk-Heemskerk |
|||||
In de concept-Begroting 2026 wordt voorgesteld de Aanjager Ruimtelijke ontwikkelingen (€ 120.000 in 2026 en 2027) ten laste van deze bestemmingsreserve te brengen en ook de Invulling Woonzorgvisie (€ 25.000 in 2026 en 2027). Deze onttrekkingen zijn in bovenstaand overzicht niet opgenomen.
|
Rb 28-5-2025 Overheveling naar BR betaalbare huisvesting (restantsaldo woonvisie 2025) |
|||||
|
Rb 28-5-2025 Uitgaven i.v.m. Woonvisie 2030 Beverwijk-Heemskerk |
|||||
Bovenstaande tekst bij ‘Doel’en ‘Plafondbedragen’ is in lijn met het voorstel dat 8 oktober 2025 is besproken in de commissie MMW (Mens, Maatschappij en Welzijn) en RWK (Ruimte, Wonen en Klimaat). Agendapunt 11 “Raadsvoorstel Beantwoording motie VADO (15.M.1.) Kleinschalig actief grondbeleid voor woningbouw”. Besluitvorming is voorzien op 30 oktober 2025.
|
PN2024/nr 47 Gedeeltelijke dekking strategisch planoloog ad € 113.000 |
|||||
|
Rb 27-3-2025 Voorbereidingskrediet woningbouw Stationsomgeving en Tolhek |
|||||
De eenmalig storting van 2 miljoen euro ten laste van de Algemene reserve, teneinde actief grondbeleid mogelijk te maken en hiervoor voldoende financiële ruimte te creëren (concept raadsvoorstel “Beantwoording motie VADO (15.M.1.) Kleinschalig actief grondbeleid voor woningbouw”, besluitpunt 3), is niet opgenomen in bovenstaand overzicht.
Als er geen nieuwe aanwendingen komen in 2026 vervalt het saldo eind 2026 (en zal worden overgeheveld naar de Algemene reserve).
|
Voor dekking van een gedeelte van de kapitaallasten (afschrijving) van het nieuwe gemeentehuis. |
|
|
Middelen zijn bij het instellen voortgekomen uit de Casemagelden. |
|
19-37 Bestemmingsreserves met betrekking tot onderhoud
Bij de actualisatie van de nota in 2020 zijn de onderhoudsvoorzieningen met betrekking tot groot onderhoud over gegaan van ‘Voorziening’ naar ‘Bestemmingsreserve’. Een en ander in verband met het ontbreken van een adequate onderbouwing (cq. onderhoudsplan).
Bij een adequate onderbouwing kan de bestemmingsreserve weer worden omgevormd tot een ‘voorziening’.
Nieuwe bestemmingsreserve Opstellen omgevingsplan
Heroverweging voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van het BBV
Aan de hand van de daadwerkelijke kosten en opbrengsten wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
|
Doel van deze voorziening is een, over de jaren, gelijkmatige verdeling van de kosten voor afvalinzameling en -verwerking. |
|
|
De storting is bepaald op 100% kostendekkendheid van het tarief. |
|
Aan de hand van de daadwerkelijke kosten en opbrengsten wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Aan de hand van de daadwerkelijke verplichtingen ultimo het jaar wordt bij de jaarrekening de storting dan wel onttrekking bepaald.
Bijlage 1. Relevante wetsartikelen uit het BBV
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Onderstaande artikelen gelden van 14-04-2016 tot en met heden (geraadpleegd op 30-04-2025)
Titel 4.5. De balans en de toelichting
Paragraaf 4.5.5. Vaste passiva
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans
Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-378981.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.