Gemeenteblad van Nieuwegein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2026, 377215 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2026, 377215 | beleidsregel |
Beleidsregel Aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein,
Gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, 4:83 en 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht, Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 Gemeente Nieuwegein en artikel 160, eerste lid Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de beleidsregel aanpak adreskwaliteit, huurmistanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein.
Nieuwegein staat voor de uitdaging om in een krappe woningmarkt de leefbaarheid, veiligheid en eerlijke verdeling van woonruimte te waarborgen. Deze beleidsregel biedt een kader voor de aanpak van adreskwaliteit, huurmisstanden en het beschermen van de woningvoorraad.
De gemeente richt zich op risicogestuurd en integraal toezicht, met prioriteit voor ernstige en structurele overtredingen zoals ondermijning, illegale bewoning en malafide verhuurders. Goedwillende inwoners worden ontzien, terwijl calculerend gedrag juist strenger wordt aangepakt.
Met een combinatie van toezicht, samenwerking met partners en een proportionele handhavingsstrategie kan de gemeente effectiever ingrijpen, kwetsbare groepen beter beschermen en de schaarse woonruimte behouden. Deze integrale en risicogerichte aanpak maakt het mogelijk om gerichter en doeltreffender op te treden tegen misstanden.
Gemeente Nieuwegein wil voor alle inwoners een veilige, duurzame en gezonde stad zijn. Vanuit verschillende omgevingsprogramma’s werken we samen aan een fijne woonplek voor iedereen, waarbij we een veilig gevoel op straat belangrijk vinden. Een veilige woon- en leefomgeving is een basisvoorwaarde voor prettig wonen. De aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein heeft als doel de adreskwaliteit te versterken, bij te dragen aan rechtmatige en betrouwbare inschrijvingen in de basisregistratie en het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid. Deze specifieke beleidsregel aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein is een nadere uitwerking van toezicht en handhaving op de naleving van de regels zoals vastgelegd in de Huisvestingswet, hoofdstuk 3 van de Huisvestingsverordening, de Leegstandswet en de algemene regels in de Wet goed verhuurderschap.
De beleidsregel bestaat uit een toezicht- en handhavingsstrategie. We beschrijven wanneer we de aanpak starten en op welke manier we toezicht houden op adreskwaliteit en pandgebruik. De strategie biedt duidelijkheid aan betrokken partners en belanghebbenden over de wijze waarop we de naleving van de regelgeving willen bevorderen en hoe wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen. De bredere basis waarop de gemeente Nieuwegein toezicht en handhaving uitvoert, staat beschreven in het Omgevingsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (hierna: Omgevingsprogramma VTH).
Het aantal inwoners van de gemeente Nieuwegein blijft groeien. Met de groei van het inwonertal neemt ook de bevolkingsdichtheid in de stad sterk toe. Door een tekort aan woonruimte in Nieuwegein is het lastig om een woning te vinden. De schaarste kan leiden tot negatieve effecten, zoals betaalbare huizen die worden opgekocht door beleggers en ongewenste verhuurpraktijken. De huidige krapte op de woningmarkt vraagt om aandacht voor onnodige leegstand van woningen, ongewenst verhuurgedrag van verhuurders en het bijkomende effect daarvan op buurten en inwoners.
2.1. Afwijkingen in de Basisregistratie Personen
Gemeenten houden persoonsgegevens van hun eigen inwoners bij in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Afwijkingen in de BRP komen in uiteenlopende vormen voor, bijvoorbeeld in geval van leegstand of ondermijning en wordt zichtbaar wanneer de feitelijke bewoning van een adres niet overeenkomt met de inschrijving in de basisregistratie personen. Een overzicht van deze afwijkingen zijn opgenomen in deze beleidsregel.
Onjuiste adresregistraties staan niet op zichzelf en werken ontwrichtend op verschillende vlakken in onze maatschappij en op de woningmarkt. Onjuiste inschrijvingen in de BRP tast de rechtmatigheid van de BRP aan, leidt tot verkeerde toekenning van (gemeente)voorzieningen, heeft een negatief effect op de woningmarkt en de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Daarnaast kunnen onjuiste inschrijvingen of onrechtmatig pand- en woninggebruik verband houden met andere vormen van criminaliteit en daarmee invloed hebben op het veiligheidsgevoel van inwoners.
2.2. Strijdig gebruik volgens Omgevingswet
De gemeente is belast met het toezicht en handhaving op het Omgevingsplan. Dit plan bepaalt wat op een bepaalde locatie is toegestaan qua gebruik van gronden en gebouwen. Wanneer huisvesting plaatsvindt op een manier die niet past binnen de regels van het Omgevingsplan, is er sprake van strijdig gebruik. Het gaat bijvoorbeeld om bewoning van opslagboxen op bedrijventerreinen, huisvesting in kelders van appartementcomplexen, gebruik van agrarische bijgebouwen voor bewoning, logiesvoorziening zonder vergunning. Dit toezicht is gericht op het bevorderen van een veilige, gezonde en leefbare omgeving en rechtmatig gebruik van gebouwen en gronden. Het toezicht op de Omgevingswet staat niet op zichzelf maar sluit aan bij andere wettelijke kaders zoals de Wet BRP, de Woningwet, de Huisvestingswet 2014 en de Wet goed verhuurderschap. Vanuit deze samenhang wordt integraal toegezien op zowel het fysieke gebruik van de panden als de rechtmatigheid van de bewoning en de verhuur.
2.3. Wijzigingen van de woonruimtevoorraad en leefbaarheidsproblemen
De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein regelt het gebruik van woonruimte. Voor activiteiten zoals woningvorming, splitsing, omzetting naar kamerverhuur en onttrekking is een vergunning nodig. Voor hospita hoeft geen vergunning te worden aangevraagd als dit voldoet aan de definitie van de huisvestingsverordening. Daarnaast geldt in Nieuwegein de opkoopbescherming: woningen tot een bepaalde WOZ-waarde mogen vier jaar na aankoop niet worden verhuurd zonder vergunning, om starters en gezinnen te beschermen tegen verdringing door beleggers. De gemeente houdt toezicht op de naleving van deze regels en treedt op bij overtredingen die leiden tot oneigenlijk gebruik of onttrekking van woonruimte aan de betaalbare voorraad.
2.4. Ongewenste verhuurpraktijken
De algehele schaarste op de woningmarkt verzwakt de positie van huurders. Hierdoor kan het voorkomen dat misstanden zich voordoen en de huurder hier niet tegen in verweer kan of durft te komen. Tussen de particuliere verhuurders bevinden zich ook huisbazen met huisjesmelkersgedrag (verder beschreven in hoofdstuk 6.3), die misbruik maken van de overspannen woningmarkt en dit kan vervelende gevolgen hebben voor huurders. In 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden zodat gemeenten meer mogelijkheden hebben om ongewenst verhuurgedrag tegen te gaan en om huurders beter te beschermen.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt cijfers bij over leegstand van woningen. Volgens de Landelijke Monitor Leegstand van het CBS staan jaarlijks woningen langdurig leeg. Leegstand van woningen is zeer onwenselijk, zeker gezien de krappe woningmarkt. Daarnaast zien we dat leegstand kan leiden tot achteruitgang van de staat van een pand en de omliggende percelen (zoals overwoekering, wat bijdraagt aan verpaupering van het straatbeeld en soms samenhangt met plaagdierenoverlast. Daarnaast zien we dat leegstand een aantrekkende werking heeft op hangjongeren, dak- en thuislozen, er afbreuk ontstaat aan de sociale cohesie en er problemen kunnen ontstaan als gevolg van onvoorzien gebreken. Soms is een deel van de leegstand verklaarbaar. Bijvoorbeeld vanwege aanstaande sloop, nieuwbouw of renovatie. Soms staan bewoners niet ingeschreven op het adres. Dan lijkt de woning volgens de administratie leeg, maar wordt de woning in de praktijk illegaal bewoond.
Nieuwegein telt bovengemiddeld veel arbeidsmigranten en meegereisde gezinsleden en is daarmee, na Utrecht, een van de grootste gemeenten in de regio Midden-Utrecht voor deze doelgroep. Volgens de Monitor Internationals van Decisio heeft Nieuwegein een groot aandeel in de verhuur aan arbeidsmigranten. Dit brengt risico’s met zich mee op het gebied van uitbuiting, overbewoning, leefbaarheid, gebrekkige woonveiligheid, onjuiste huurprijzen en intimidatie. De omvang van deze groep en het hoge aandeel huurwoningen maken het extra belangrijk om hierop te monitoren en te handhaven.
2.7. Onrechtmatige bewoning van sociale huurwoningen
Er is sprake van een tekort aan sociale huurwoningen in Nieuwegein. Het komt regelmatig voor dat sociale huurwoningen onrechtmatig worden bewoond of gebruikt door iemand die hier volgens de regels niet voor in aanmerking komt of het gebruik in combinatie met illegale activiteiten plaatsvindt. Onrechtmatige bewoning en onrechtmatig gebruik zorgen ervoor dat de doorstroming in de sociale huursector belemmerd wordt, leiden tot voordringen op de woningmarkt en kan een negatieve impact hebben op de leefbaarheid in de wijk.
De verantwoordelijkheid voor het beheer en het rechtmatige gebruik ligt primair bij de corporaties als eigenaar en verhuurder. De gemeente werkt nauw samen met corporaties binnen de wettelijke kaders om misbruik tegen te gaan en een rechtvaardige woningverdeling te bevorderen. De invulling van de samenwerking wordt nog nader uitgewerkt, onder meer op het gebied van signalering, informatie-uitwisseling en toezicht.
Woon- en adresfraude raakt meerdere gemeentelijke domeinen. Vaak gaat het om bewoning van ruimten die niet geschikt zijn, zoals kelders, opslagboxen of bedrijfsruimten. Deze voldoen niet aan de eisen die worden gesteld aan woonruimten/woonfunctie in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en vormen risico’s voor gezondheid en veiligheid.
Daarnaast is er vaak sprake van strijdig gebruik volgens het Omgevingsplan: bewoning zonder woonbestemming is verboden en vereist een vergunning, die meestal niet wordt verleend. De Huisvestingswet en huisvestingsverordening moeten eerlijke verdeling van woonruimte en leefbare wijken waarborgen. Illegale kamerverhuur en overbewoning ondermijnen dit. Ook de Wet goed verhuurderschap stelt eisen aan verhuurders, zoals het voorkomen van misleiding en uitbuiting van kwetsbare groepen, waaronder arbeidsmigranten. Tot slot leidt adresfraude tot foutieve gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP), met gevolgen voor dienstverlening, belastingen, uitkeringen en handhaving.
3. Doelen en afbakening, reikwijdte van de aanpak
Deze beleidsregel geeft een kader voor de aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad in de gemeente Nieuwegein. In het omgevingsprogramma VTH hebben we de ambities en uitgangspunten vastgelegd. Toezicht en handhaving vindt plaats op basis van vooraf gemaakte keuzes in de prioriteiten en risico’s. De aanpak heeft verschillende doelstellingen:
Deze beogen het maatschappelijk resultaat van de beleidsregel en het toezicht:
Deze geven richting aan de concrete inzet van het gemeentelijk toezicht. Binnen het toezicht op adreskwaliteit en woninggebruik ligt de nadruk op:
Deze zijn gericht op het gedrag van inwoners, verhuurders en andere betrokkenen. Het bevorderen van juiste inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP).
Bij de aanpak worden signalen en/of meldingen onderzocht waarin een woning of een adres op een manier wordt gebruikt die niet overeenkomt met de registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) of de geldende wet- en regelgeving. De definitie die we hanteren luidt als volgt:
Woon- en adresfraude: adresfraude is het bewust doorgeven van een onjuist woonadres in de BRP om onrechtmatig voordelen te verkrijgen, zoals uitkeringen, subsidies, toeslagen, of om verplichtingen zoals belastingen of schulden te ontlopen. Onder woonfraude wordt verstaan: alle vormen van onrechtmatige bewoning, onrechtmatige doorverhuur en onrechtmatig gebruik van panden, waarbij het gebruik in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet, de Woningwet en/of de Omgevingswet, waaronder mede begrepen het gebruik van woonruimte voor andere doeleinden dan permanente bewoning, alsmede het bewonen van een woning in strijd met regels die op grond van artikel 8 van de Huisvestingswet zijn gesteld voor de woningvoorraad.
Er is sprake van een signaal of een vermoeden van woon- en adresfraude wanneer er één of meerdere concrete, verifieerbare signalen zijn die redelijkerwijs doen twijfelen aan de feitelijke bewoning of het juiste gebruik van een adres, en waarbij onduidelijk is of de situatie overeenkomt met de verplichtingen uit de BRP en de gemeentelijke regelgeving.
Het vermoeden wordt ondersteund door ten minste twee soorten signalen uit verschillende bronnen, zoals feitelijke bevindingen, administratieve gegevens, meldingen of inconsistent verklaringsgedrag.
Wij onderscheiden in elk geval de volgende voorkomende types en risicosignalen. De meeste vormen zijn op basis van de Wet BRP. Voor zover er een andere wettelijke basis is wordt dat vermeld.
Deze beleidsregel is van toepassing op alle inwoners die in de Basisregistratie Personen van Nieuwegein staan ingeschreven of zich willen inschrijven in Nieuwegein en op alle gevallen waarin vermoedens bestaan van onjuiste, onrechtmatige inschrijving of onrechtmatig gebruik van een woning of pand, binnen de gemeentegrenzen van Nieuwegein.
Om te zorgen voor transparantie en voorspelbaarheid over de werkwijze van toezicht en handhaving en vanwege de relatie met de fysieke leefomgeving, is besloten om wel een specifieke strategie voor adreskwaliteit en woningtoezicht op te stellen.
4. Wettelijke en beleidskaders
De volgende wetten en regelingen vormen de juridische basis voor de aanpak:
Regeling briefadres: Regeling briefadres gemeente Nieuwegein 2019 | Lokale wet- en regelgeving en Regeling bestuurlijke boete BRP Regeling bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen gemeente Nieuwegein 2026 | Lokale wet- en regelgeving. -Deze regelingen zijn in 2024 en begin 2026 vastgesteld om strakker te kunnen sturen op juiste adres- en briefadres inschrijvingen.
Prioriteiten worden bepaald op basis van naleefgedrag en de risico’s op niet naleving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een spectrum van overtreders. Aan de ene kant bevinden zich spontane nalevers en onbewuste overtreders, zoals bewoners die bijvoorbeeld een verhuizing te laat doorgeven (en daardoor onrechtmatig staan ingeschreven) en particuliere verhuurders met een goedwillende houding die voldoen aan wet- en regelgeving en goed verhuurderschap nastreven. Voor deze groep zijn de risico’s beperkt ingeschat en ligt de nadruk primair op voorlichting en ondersteuning.
Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich een relatief beperkte, maar hardnekkige groep bewuste overtreders, waaronder malafide verhuurders, huisjesmelkers, verhuurbemiddelaars en meer opportunistisch opererende partijen.
Kenmerkend voor deze groep is dat zij hun verdienmodel (deels) baseren op het structureel oprekken of overtreden van regels, bijvoorbeeld door slechte of onveilige verhuur, overbewoning, het ontwijken van verplichtingen en het gebruikmaken van ondoorzichtige constructies. Het naleefgedrag van deze partijen is vaak berekenend: regels worden niet altijd strikt gevolgd, maar afgewogen toegepast, waarbij zij rekening houden met de kans op toezicht en handhaving en waar mogelijk gebruikmaken van onduidelijkheden in de regels.
De grootste risico’s liggen bij deze laatste groep. Als hierop onvoldoende zicht en toezicht bestaat, leidt dit tot verslechterde woonomstandigheden, onveilige situaties en toenemende druk op de leefbaarheid in wijken. Om die reden ligt de prioriteit in het toezicht en de handhaving nadrukkelijk bij deze bewuste, calculerende handelende groep.
Tegelijk betekent dit dat we minder prioriteit geven aan goedwillende inwoners en onbewuste overtreders die willen meewerken en herstellen.
Zo voorkomen we dat zij onnodig te maken krijgen met huisbezoeken, en zetten we onze capaciteit in waar het echt nodig is, terwijl wel wordt geborgd dat overtredingen uiteindelijk worden beëindigd.
In het omgevingsprogramma VTH is een omgevingsanalyse gedaan. Op basis van deze analyse worden prioriteiten bepaald en doelstellingen geformuleerd. De prioriteiten voor dit onderwerp vallen voornamelijk onder hoog en gemiddeld. We prioriteren toezicht en handhavingstaken op grond van de omgevingsanalyse maar ook op basis van bestuurlijke wensen. Dit biedt flexibiliteit om in te spelen op actuele kwesties. We prioriteren zowel bij reactief toezicht (toezicht op basis van meldingen), als bij proactief toezicht. Meldingen waarbij sprake is van een gevaar voor de veiligheid, leefbaarheid of gezondheid, worden altijd direct opgepakt. Bij proactief toezicht stellen we prioriteiten bij het maken van een keuze welke negatieve effecten we tegengaan met thematisch of programmatisch toezicht.
De prioriteiten en doelen zijn gebaseerd op het effect van activiteiten en de kans dat de effecten zich voordoen. Op basis van de ‘Kans en Effect’ benadering volgt een risicoscore. De risicoscore is beoordeeld op de mate waarin we met VTH-instrumenten invloed kunnen uitoefenen op de activiteiten. Dit leidt tot prioriteiten. Elke activiteit bevat een score op de effecttypen van 0 (geen) tot 5 (erg groot) en de kans van 1 (komt niet voor, zeer goed naleefgedrag) tot 5 (komt vaak voor, beperkt naleefgedrag). Voor elke activiteit is het gemiddelde effect bepaald en vermenigvuldigd met de kans. Dit geeft de risicoscore. Die is berekend door 2x het gemiddelde effect te vermenigvuldigen met de kans. Vervolgens zijn de scores ingedeeld naar laag, gemiddeld en hoog. De risicoscore is waar nodig gecorrigeerd voor de mate waarin VTH-instrumenten effectief zijn om het risico te beheersen. Dit leidt tot de prioriteiten. De focus binnen ligt nadrukkelijk op het bevorderen van naleefgedrag. Door in te zetten op het stimuleren van correct gedrag van inwoners en verhuurders, wordt beoogd overtredingen zoveel mogelijk te voorkomen en duurzaam te beëindigen. Daarbij is specifiek aandacht voor situaties waarin sprake is van cumulatie van overtredingen, zoals een combinatie van adresfraude, overbewoning en huurmisstanden. Dergelijke stapeling vergroot de impact op de leefbaarheid en de druk op de woonvoorraad en vraagt daarom om gerichte inzet van toezicht en handhaving. De aanpak richt zich met name op doelgroepen en situaties waarbij het naleefgedrag aantoonbaar onder druk staat, terwijl goedwillende inwoners en partijen die bereid zijn overtredingen te herstellen, ruimte krijgen om dit te doen. Door deze differentiatie wordt de beschikbare capaciteit effectief ingezet en wordt tegelijkertijd bijgedragen aan structurele verbetering van naleefgedrag.
Voor onderwerpen met een hoge prioriteit wordt risico gestuurd gericht en actief toezicht ingezet. Dit bestaat onder meer uit gerichte inspecties en controles op locatie. Bij signalen van onrechtmatig woonruimtegebruik of onjuiste inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) kunnen huisbezoeken worden afgelegd om de feitelijke bewoningssituatie vast te stellen. Indien nodig wordt integraal toezicht uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke afdelingen of ketenpartners. Handhavend optreden vindt plaats wanneer overtredingen worden geconstateerd.
Voor onderwerpen met een midden prioriteit wordt periodiek en thematisch toezicht toegepast. Dit toezicht is vooral signalerend van aard en kan bestaan uit administratieve controles en het nalopen van overzichten, zoals leegstandslijsten of signalen uit gemeentelijke registraties.
Wanneer uit deze controles blijkt dat het woonruimtegebruik mogelijk onrechtmatig is, kan worden overgegaan tot nader onderzoek of een fysieke controle.
Voor onderwerpen met een lage prioriteit vindt geen regulier toezicht plaats of wordt toezicht met een lage frequentie uitgevoerd. Toezicht of handhaving wordt in deze gevallen uitsluitend ingezet naar aanleiding van concrete meldingen of signalen, als deze daartoe aanleiding geven.
Onder toezicht in algemene zin verstaan wij het controleren of wettelijke voorschriften worden nageleefd. Toezicht omvat het verzamelen van feiten en het vastleggen van bevindingen, zonder dat dit direct leidt tot een herstelsanctie. Het toezicht kan op verschillende manieren plaatsvinden. Het is belangrijk om een goede afweging te maken en te beslissen wat in een voorkomende situatie het meest passend is. Signalen worden geregistreerd in het systeem PGAX. Dit is een privacy-proof systeem om veilig en gestructureerd samen te werken. Meer over de privacy en gegevensverwerking staat beschreven in de het hoofdstuk 9. Aan de hand van een ingebouwde checklist wordt stapsgewijs beoordeeld of het signaal betrekking heeft op woon- en of adresfraude. De ontvangst van een signaal vormt het startpunt van de aanpak. Er wordt tot uitgangspunt genomen dat het delen van signalen op rechtmatige wijze plaatsvindt. Vanzelfsprekend zal een verstrekker van een signaal wel steeds moeten vaststellen of die verstrekking in lijn is met de privacyregelgeving.
In het VTH- beleid staat beschreven welke verschillende vormen van toezicht wij onderscheiden. Hieronder geven we aan welke vormen van toezicht we toepassen bij toezicht op adreskwaliteit en pand- en woninggebruik.
De manier waarop toezicht wordt ingezet, sluit aan bij de prioritering. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in toezichtsvormen en intensiteit, passend bij het risico voor op adreskwaliteit, woonruimtegebruik en leefbaarheid. Er is een beperkte capaciteit en daarom worden er keuzes gemaakt. Het toezicht richt zich op daar waar de risico's het grootst zijn en het naleefgedrag het slechts is. Voor hoge risico's worden specifieke acties ondernomen zoals gerichte inspecties, Voor lage risico's minder controles of met een lagere intensiteit. Meldingen waarbij sprake is van een gevaar voor de veiligheid, leefbaarheid of gezondheid of fysieke leefomgeving worden altijd zo snel als mogelijk opgepakt. Op meldingen die als hoog worden geprioriteerd worden snel opgevolgd, en wordt zo nodig meerdere disciplines op ingezet.
6.2. Objectieve criteria calculerend gedrag
Van malafide/ calculerend gedrag is in ieder geval sprake indien twee of meer van de volgende criteria worden vastgesteld:
6.2.3. Slecht verhuurderschap (Wet goed verhuurderschap)
Van slecht verhuurderschap is in ieder geval sprake indien één of meer van de volgende gedragingen worden vastgesteld:
Meldingen Wet goed verhuurderschap
Meldingen die worden gedaan in het kader van de Wet goed verhuurderschap en via het meldpunt Huurproblemen binnenkomen, worden afgehandeld overeenkomstig de geldende wettelijke kaders. Afhankelijk van de aard en ernst van de melding kan dit leiden tot onderzoek, toezicht of handhavend optreden.
Maatregelen kunnen zijn: spoedcontrole op locatie, mogelijk bestuurlijke maatregelen (last onder dwangsom of bestuursdwang en melding aan ketenpartners. Meldingen die met een gemiddelde prioriteit zijn aangemerkt worden binnen redelijke termijn opgepakt. Op meldingen van lage prioriteit wordt geen directe actie ondernomen. Zij worden geregistreerd en er wordt een administratieve controle gedaan. Zij worden opgepakt als er nieuwe aanwijzingen komen.
Onze werkwijze betreft meestal een combinatie van reactief en risico gestuurd toezicht. Dit houdt in dat we vooral op basis van meldingen en signalen werken en dat we aandacht geven aan leegstand. Wanneer het noodzakelijk en er voldoende capaciteit is, kan het bestuur ervoor kiezen om ook de andere vormen van toezicht in te zetten. Wanneer het bestuur kiest voor een alternatieve vorm van toezicht, gebeurt dit op een weloverwogen en gemotiveerde wijze, met inachtneming van zowel algemene als bijzondere belangen. Voor iedere gekozen aanpak neemt het bestuur een concreet besluit. Een dergelijke programma-aanpak wordt beschouwd als uitvoering van deze beleidsregel.
Door het toezicht op deze manier in te richten kunnen we onze inzet gericht, proportioneel en effectief blijven uitvoeren en bijdragen aan de kwaliteit van de BRP en een leefbare en rechtvaardige woonomgeving.
Bij het oppakken van meldingen kijkt de toezichthouder met een brede blik naar bovengenoemde wet- en regelgeving en beleid. Tijdens een controlebezoek kan er sprake zijn van meerdere problemen of misstanden. Door oplettendheid kunnen we tijdig ingrijpen bij bijvoorbeeld illegaliteit, huurmisstanden of veiligheidsrisico’s.
Het is mogelijk om anoniem een melding te maken, maar anonieme meldingen krijgen niet altijd prioriteit. De anonimiteit maakt het namelijk moeilijk om een melding op te pakken en om de melder optimaal te bedienen. We kunnen geen terugkoppeling geven aan de melder en het is niet mogelijk om aanvullende informatie op te vragen. (Anonieme) meldingen die blijk geven van onveilige situaties worden altijd opgepakt.
Van eigenaren of verhuurders die meer dan twee panden bezitten of verhuren, verwachten we dat zij op de hoogte zijn van de geldende regelgeving. Wanneer de verhuurder zich niet opstelt als een goede verhuurder en regels overtreedt, dan bestaat de kans dat deze verhuurder de regels ook niet naleeft bij de andere panden. Dit kan aanleiding zijn om het toezicht op bedrijfsmatige verhuurders te verscherpen waarbij er ook de mogelijkheid bestaat om andere panden te controleren.
6.3 Proactief toezicht op het gebruik van de bestaande woningvoorraad
Het toezicht op de regels voor het gebruik van woonruimte kunnen we op een proactieve manier vormgeven. Bijvoorbeeld informatie gestuurd. Op basis van beschikbare informatie worden adressen onderzocht waar het vermoeden bestaat dat de regels niet worden nageleefd. Een proactieve aanpak kan bijvoorbeeld leiden tot het intensiveren van toezicht ten aanzien van eigenaren die in het verleden geregeld de regels hebben overtreden.
Hiervoor raadplegen we verschillende bronnen zoals de BAG, het Kadaster en de Basisregistratie Personen (BRP). Wanneer we op basis van de informatie vermoeden dat overtredingen vooral in een bepaald gebied plaatsvinden, dan kan de toezichtcapaciteit gebiedsgericht worden ingezet.
Toezicht op de regels voor goed verhuurderschap
Bij het meldpunt huurproblemen kunnen huurders terecht met signalen en klachten over ongewenst gedrag van verhuurders of verhuurbemiddelaars. Handhaving op de algemene regels vraagt om specifieke kennis en vaardigheden, waar deskundige partijen zoals Art. 1 Midden-Nederland en de Huurcommissie ons goed mee kunnen helpen. Via het meldpunt huurproblemen worden hulpvragen of meldingen, met toestemming van de melder, doorgezet naar de samenwerkingspartners. Zij helpen bij het beoordelen van meldingen in relatie tot de algemene regels van goed verhuurderschap. Bijvoorbeeld of er sprake is van onjuiste servicekosten of van een te hoge huurprijs. We kunnen het toezicht op deze regels activeren bij huiseigenaren die vaker de regels (hebben)overtreden. Bij deze verhuurders is een verhoogde kans op nieuwe overtredingen.
Inzetten van de Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur)
Bij het aanpakken van de huisjesmelkersproblematiek kunnen we de Wet Bibob toepassen. De Wet Bibob is binnen de gemeente Nieuwegein mede van toepassing verklaard op huisvestingsvergunningen en omgevingsvergunningen. Dit betekent dat we bij de beoordeling van een te verlenen vergunning de integriteit van de aanvrager kunnen onderzoeken. In het Bibob beleid van de Gemeente Nieuwegein is opgenomen onder welke omstandigheden de Wet Bibob kan worden toepast. Wanneer bijvoorbeeld het risico bestaat dat een vergunning wordt misbruikt, kan een aanvraag zoals het splitsen of het omzetten van woningen worden geweigerd of de afgegeven vergunning worden ingetrokken.
Vermoedens van uitbuiting arbeidsmigranten
Geregeld treffen we tijdens een controle situaties aan waarbij we het vermoeden hebben van arbeidsuitbuiting of andere vormen van illegale arbeid en ernstige benadeling. In voorkomende gevallen melden we signalen of concrete vermoedens van arbeidsuitbuiting rechtstreeks bij de afdeling Arbeidsuitbuiting van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).
6.4 De werkwijze van toezicht in het algemeen
Op basis van signalen of meldingen van derden komen adressen in beeld waar vermoedelijk sprake is van een overtreding. Bijvoorbeeld een woning die wordt verhuurd zonder de benodigde vergunning(en) bijvoorbeeld een omzettingsvergunning, of een leegstaande woning. Er volgt een administratieve controle waarbij we de informatie over een adres verrijken. Als de administratieve controle aanleiding geeft voor vervolgonderzoek, dan volgt een controle ter plaatse. We volgen de sanctiestrategie uit hoofdstuk 6 van het omgevingsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving.
6.5 Criteria om de aanpak te starten en toezicht te houden
6.6 Toezicht houden voor en met elkaar
Door samen te werken kunnen we daadkrachtiger optreden. We werken samen met verschillende externe partijen, maar ook intern wordt samengewerkt. In deze paragraaf geven we een aantal voorbeelden van samenwerking.
Bij toezicht en handhaving op onrechtmatig gebruik van sociale huurwoningen werken we samen met de woningcorporaties. We overleggen met elkaar over opsporingsmethoden en handhavingsacties, zodat handhaving succesvol kan plaatsvinden. Corporaties hebben een eigen (privaatrechtelijke) verantwoordelijkheid voor het aanpakken van illegale zaken in hun woningbezit. Daarom zijn ze zelf ook actief in de opsporing van onrechtmatige bewoning en het beëindigen van onrechtmatige situaties. De mate waarin en het soort aanpak wisselt per corporatie. Via contractuele afspraken met huurders kunnen zij veel regelen. Bijvoorbeeld bij het doorverhuren van de woonruimte (sanctie is dan beëindigen van het huurcontract) of bij het voorkomen van overlast (door afspraken te maken over vuil, geluid en andere overlast).
De manier waarop we de toezichtcapaciteit inzetten en de resultaten van het toezicht beschrijven we jaarlijks in het uitvoeringsprogramma Toezicht en handhaving.
Bij het toezicht op adreskwaliteit en woonruimtegebruik maken we gebruik van de klassieke nalevings- en handhavingspiramide zoals verderop beschreven. Daarbij sluiten we aan bij het VTH-beleid.
Onder handhaving verstaan wij het optreden naar aanleiding van een vastgestelde overtreding, met als doel de overtreding te beëindigen, herhaling te voorkomen en naleving van de wettelijke voorschriften af te dwingen. Deze zijn beschreven hoofdstuk 6 van het omgevingsprogramma Vergunningen, toezicht en Handhaving. Hierbij worden als uitgangspunten genomen:
Een uitzondering vormt de handhaving op de landelijke regels voor goed verhuurderschap. In dat geval nemen we bij een eerste overtreding contact op met de verhuurder of bemiddelaar voor hoor en wederhoor, gevolgd door een waarschuwing. De betrokkene krijgt dan de gelegenheid om zijn gedrag aan te passen. Bij herhaling kan alsnog een last onder dwangsom en een boete worden opgelegd. Ernstige overtredingen leiden direct tot handhavend optreden.
Op basis van artikel 125 van de Gemeentewet en de artikelen 5:21e.v. en 5:32 e.v. van de Awb kunnen wij handhaven door het opleggen van een herstelsanctie, zoals een last onder dwangsom of bestuursdwang. Het doel is om de overtreding te beëindigen en de rechtmatige situatie te herstellen.
De tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen (begunstigingstermijn) is redelijk en voldoende om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te voeren. De hoogte van de dwangsom hangt af van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Het doel is om herhaling te voorkomen of de overtreding ongedaan te maken. Op basis van artikel 5:40 e.v. van de Awb kunnen wij een bestraffende sanctie opleggen in de vorm van een bestuurlijke boete. Er moet een specifieke bepaling in de wet staan die het bestuursorgaan de bevoegdheid geeft om voor die specifieke overtreding een boete op te leggen. Het doel van deze sanctie is primair gericht op leedtoevoeging en kan daarnaast ook een afschrikkende werking hebben en kan gelijktijdig worden opgelegd met een herstelsanctie zoals hierboven benoemd.
Herstellen van overtreding door vergunningaanvraag
Na het constateren van een overtreding kan de eigenaar(overtreder) proberen de situatie te legaliseren door alsnog een vergunning aan te vragen, bijvoorbeeld voor woningonttrekking, omzetting of splitsing. Vergunningaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bij aanschrijving krijgt de overtreder een redelijke termijn om de situatie te herstellen.
Bij het beoordelen van een overtreding van regels rondom adreskwaliteit en woningmisbruik hanteren we een geheel van criteria om de ernst, proportionaliteit en effectiviteit van het toezicht te bepalen, waarbij wordt gehandhaafd volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De onderstaande factoren vormen de leidraad:
Om op te treden tegen overtredingen staan een aantal middelen ter beschikking. Voor de toepassing van deze middelen gelden specifieke regels. Iedere situatie is maatwerk.
Deze middelen zijn gericht op het herstel van de situatie, het voorkomen van de een toekomstige overtreding, en/of het bestraffen van een overtreding. Middelen kunnen zijn:
We maken gebruik van de nalevingspiramide waarin informerende, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke interventies oplopend, dan wel separaat aan elkaar worden toegepast:
De nalevingspiramide is gericht op het bevorderen van vrijwillige naleving van regels en het voorkomen van fraude of onrechtmatig gebruik. De verschillende niveaus zijn:
Uitgangspunt: We starten in beginsel met de laagste sanctie. Afhankelijk van de feiten van de omstandigheden kunnen we kiezen voor een zwaar middel of sneller escaleren.
Indien het gemeentebestuur kiest voor een alternatieve vorm van toezicht, gebeurt dit op een weloverwogen en gemotiveerde wijze, met inachtneming van zowel algemene als bijzondere belangen. Voor iedere gekozen aanpak neemt het bestuur een concreet besluit. Een dergelijke programma-aanpak wordt beschouwd als uitvoering van deze beleidsregel.
Inzet convenanten en samenwerking
Gezamenlijke aanpak met ketenpartners:
De aanpak van woon- en adresfraude is niet het expliciete domein van ons als gemeente maar van ketenpartners. Hier ligt de sleutel van een goede aanpak. We zetten in op een gemeente brede samenwerking samen met onze ketenpartners. Hiervoor stellen we een convenant op. De meerwaarde van de samenwerking bestaat uit het integraal beoordelen van de casuïstiek en het leren en door ontwikkelen van een integrale aanpak voor Nieuwegein. De manier waarop we gezamenlijke doelen willen bereiken zijn:
In geval van complexe problematiek die meerdere partners raakt, wordt een casusoverleg georganiseerd. Afhankelijk van de inhoud van het signaal kan de samenstelling van het casusoverleg verschillen.
We stellen een gestructureerd overleg in met partners (4x per jaar) waarin we de ervaringen van de uitvoering van het samenwerkingsconvenant bespreken. Voor dit overleg wordt een agenda opgesteld. Van het overleg wordt een actiepuntenlijst bijgehouden. Vast punt in dit overleg zijn werkafspraken om te kijken we dit kunnen optimaliseren om onze gezamenlijke doelen te bereiken.
De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats volgens de AVG en is vastgelegd in het privacyverklaring Aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein. Dit maakt integraal onderdeel uit van dit beleid.
Gegevensuitwisseling vindt plaats voor zover dat noodzakelijk is voor de in deze beleidsregel gestelde doelen. Gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk, conform de Archiefwet. Betrokkenen hebben recht op inzage, correctie en bezwaar. Bij gegevensdeling met externe partijen worden passende verwerkersovereenkomsten of convenanten gesloten.
Voor gegevensdeling worden privacy protocollen gevolgd, waaronder het Landelijk model privacy protocol ondermijning en protocol huisbezoek toezichthouder BRP.
10. Monitoring, evaluatie en rapportage
De uitvoering wordt jaarlijks gemonitord op effectiviteit (aantal onderzoeken, correcties BRP, opgelegde sancties. Dit wordt vastgelegd in het jaarlijks curriculum van de aanpak.
Beleid wordt zo nodig aangepast op basis van wetgeving, jurisprudentie of maatschappelijke ontwikkelingen. De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd.
Deze beleidsregel wordt in ieder geval elke vier jaar integraal opnieuw door het gemeentebestuur vastgesteld of zo veel eerder als dat wettelijk gezien nodig is of bestuurlijk gewenst is.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 7 juli 2026.
Ellie Liebregts
secretaris
Marijke van Beukering-Huijbregts
burgemeester
Bijlage 1 Werkproces Aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein
Het werkproces heeft als doel om adres- en woonfraude te voorkomen en tegen te gaan. Dit wordt bereikt door middel van een binnengemeentelijke samenwerking waarbij toezicht wordt gehouden en wordt gehandhaafd onder de verschillende wetgevingen zoals de Omgevingswet, de Huisvestingswet 2014, Besluit bouwwerken leefomgeving, de Huisvestingsverordening, de Wet basisregistratie personen, de Wet goed verhuurderschap, de Wet Betaalbare Huur, artikel 174a Gemeentewet, de Opiumwet, de leegstandwet, Landelijke Aanpak Adreskwaliteit. De aanpak richt zich op het voorkomen en tegengaan van adres- en woonfraude, bevorderen van adreskwaliteit in de BRP en het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid.
De gemeente heeft uiteenlopende wettelijke taken en bevoegdheden die van belang zijn in het zorgdragen voor een rechtvaardige verdeling van woningen, en om ondermijnende activiteiten zoals adres- en woonfraude in kaart te brengen en vroegtijdig te kunnen signaleren en interveniëren. De gemeente kan bijvoorbeeld verschillende bestuursrechtelijke instrumenten inzetten om barrières op te werpen tegen ondermijnende activiteiten om deze te voorkomen of verminderen.
Stap 1. Ontvangst van het signaal
Het signaal komt binnen bij het adres- en woonfraudeteam (collega’s adresonderzoek, Toezichthouders Bouw, Toezichthouders BRP, BOA’s, projectleider woonfraude, handhavingsjurist)
Er wordt beoordeeld door de medewerkers van woonfraudeteam of er:
Ja? Dan door naar stap 2. Nee, dan niet in behandeling.
Stap 2. Analyse en beoordeling van het signaal
Na ontvangst wordt het signaal beoordeeld door het adres- en woonfraudeteam op een aantal kenmerken/indicatoren om de geldigheid en urgentie van het signaal te beoordelen. Onder andere de volgende vragen worden beantwoord:
Als het signaal voldoende concreet is en er sprake lijkt van adres- en woonfraude, wordt het signaal verder onderzocht. Is het signaal te weinig concreet dan wordt het niet verder in behandeling genomen. Na de tweede weging van het signaal volgt een beslismoment bij het adres- en woonfraudeteam:
Aan het eind van deze stap is vastgesteld of het signaal zwaar genoeg is om er een nadere analyse op te verrichten. In de beleidsregels Aanpak toezicht op adreskwaliteit, huurmistanden en beschermen woonvoorraad, het protocol Toezichthouder BRP en modelprotocol Ondermijn staan de indicatoren uitgeschreven. Alleen in dat geval komt de volgende stap in beeld.
Stap 3: Vooronderzoek en verzamelen van informatie
Indien noodzakelijk: informatie over woning en huur
Het beeld wordt zo compleet mogelijk gemaakt. Na het verzamelen van de verschillende gegevens worden het doel en de aanpak bepaald.
Als door middel van (externe) inlichtingen en contact met de burger onvoldoende informatie achterhaald kan worden, wordt een huisbezoek afgelegd. Een huisbezoek kan informatie opleveren die niet op een andere manier wordt gekregen.
Het formulier dat gebruikt wordt, is informatieblad huisbezoek (zie bijlage: informatieblad huisbezoek) Het huisbezoek wordt gedaan door de toezichthouder en/of de toezichthouder BRP.
Tijdens het huisbezoek volgen we het protocol huisbezoek toezichthouder BRP (zie bijlage: Protocol Huisbezoek Toezichthouder BRP)
Afhankelijk van het verloop en de uitkomst van het huisbezoek wordt er via het informatieblad door de toezichthouders teruggekoppeld of wordt er door de toezichthouders een constateringsrapport opgemaakt.
Inkomensgegevens en uitkeringsgegevens (bij WGV)
Veiligheid, kwaliteit, leefbaarheid.
Wat is de waarneming tijdens het bezoek ten aanzien van de veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid:
Eventueel andere aanvullende gegevens die de overtreding ondersteunen.
Na het onderzoek wordt er zo nodig een constateringsrapport opgemaakt.
Stap 4: Juridische beoordeling
Het constateringsrapport wordt juridisch beoordeeld om te controleren of de melding in strijd is met de huisvestingswet, huisvestingsverordening, Omgevingsplan, beleidsregels, Wet Goed Verhuurderschap, wet BRP en/of andere relevante wet- en regelgeving. Er wordt bekeken of handhaving haalbaar is of er dat er een vervolgconstatering nodig is.
Stap 5: Besluitvorming handhaving
Op basis van het vooronderzoek en de juridische beoordeling wordt een besluit genomen over de verdere afhandeling van het dossier. Er volgt hoor en wederhoor. Als er sprake is van een overtreding wordt besloten welke handhavingsmaatregelen moeten worden genomen.
Om op te treden tegen overtredingen staan een aantal middelen ter beschikking. Voor de toepassing van deze middelen gelden specifieke regels. Iedere situatie is maatwerk.
Deze middelen zijn gericht op het herstel van de situatie , het voorkomen van de een toekomstige overtreding/ en of het bestraffen van een overtreding. Middelen kunnen zijn:
We geven per brief aan wat ons voorgenomen handhavingsbesluit is. Eventueel bieden we de kans om gedrag te wijzigen/ te herstellen via waarschuwing of last.
De verhuurder/eigenaar wordt op de hoogte gebracht van de handhaving en krijgt de mogelijkheid om te reageren of bezwaar te maken.
Stap 7: Follow-up en Monitoring
We monitoren de voortgang van de actie. We controleren of de verhuurder/eigenaar zich aan de opgelegde maatregelen houdt. We documenteren de opvolging en afhandeling. Zo nodig Als het nodig is volgen follow-upacties om ervoor te zorgen dat de vermeende overtreding adequaat wordt aangepakt en opgelost.
Stap 8: Afsluiting en Rapportage
Het signaal wordt afgesloten nadat de handhavingsactie is voltooid en de vermeende overtreding is opgelost. Een rapportage wordt opgesteld waarin de resultaten van het handhavingsverzoek worden samengevat en eventuele vervolgacties worden aanbevolen.
Bijlage 2 Privacyverklaring Aanpak adreskwaliteit, huurmisstanden en beschermen woonvoorraad Nieuwegein
De gemeente Nieuwegein controleert de veiligheid van panden en woningen in de stad. Zij onderzoekt de kwaliteit van inschrijvingen in de Basisregistratie Personen en of eigenaren, huurders en verhuurders van woningen zich houden aan de regels voor wonen en het gebruik van panden. In dit kader worden persoonsgegevens verwerkt. In deze verklaring leggen wij uit hoe en waarom wij dat doen, welke rechten u heeft en hoe u deze kunt uitoefenen.
Voor welke doelen verwerken wij persoonsgegevens?
De gemeente verwerkt persoonsgegevens in het kader van de aanpak van woonfraude en verkeerd gebruik van panden met de volgende doelen;
Welke persoonsgegevens verwerken wij?
Afhankelijk van de situatie kunnen wij de volgende gegevens verwerken:
Soms verwerken wij ook de volgende gegevens:
We verwerken deze gegevens alleen als dat nodig is.
Waarom wij uw gegevens mogen verwerken?
De gemeente heeft de taak om voor de veiligheid en leefbaarheid van de burgers van Nieuwegein te zorgen. Wij bewaren de gegevens voor dit doel maximaal 5 jaar.
Met wie delen wij uw persoonsgegevens?
De gemeente deelt de gegevens alleen met andere partijen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van wettelijke taken of met uw toestemming. Wij kunnen uw gegevens delen met deze partijen:
Wij delen uw gegevens alleen als dat nodig is. Met externe partijen worden, indien nodig verwerkersovereenkomsten of convenanten afgesloten.
Hoe beveiligen wij uw gegevens?
De gemeente heeft technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of onrechtmatig gebruik.
De maatregelen vallen onder de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) waaraan de gemeente moet voldoen.
Hoelang bewaren wij uw persoonsgegevens?
De gemeente bewaart persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn verzameld of zolang dat wettelijk verplicht is. Na deze periode worden gegevens uw gegevens verwijdert.
Wij krijgen een melding bijvoorbeeld uit de buurt. Soms zien toezichthouders iets waardoor zij denken dat de woning misschien niet goed wordt gebruikt.
Wij kijken of we onderzoek moeten doen. Daarvoor bekijken we gegevens die wij al hebben. Bijvoorbeeld uit de basisregistratie personen of vergunningen. We doen onderzoek bij de woning. We maken daarvan een rapport. We kunnen daarvoor foto’s maken van en in de woning. We beoordelen of er sprake is van een overtreding. De eigenaar van het pand kan een maatregel of een boete krijgen. Wij verwijderen uw gegevens na 5 jaar.
Wilt u meer informatie over uw rechten, zoals het recht van inzage, het recht om vergeten te worden en het recht om bezwaar te maken tegen verwerking? Bekijk dan de algemene privacyverklaring van de gemeente Nieuwegein.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-377215.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.