Besluit tot wijziging van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht

  • Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 mei 2026;

  • Gelet op de artikelen 8a en 10b, zevende lid, van de Participatiewet, artikel 35 aanhef en sub d van de IOAW en artikel 35 aanhef en sub d van de IOAZ;

Overwegende dat aanpassingen nodig zijn om:

  • de voorzieningen uit de verordening beschikbaar te stellen voor de doelgroep uit artikel 7a van de Participatiewet ((de doelgroep van de Wet van school naar duurzaam werk);

  • de voorziening ‘Ontwikkeltraject’ aan te bieden aan inwoners die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben en via leer- en ontwikkelactiviteiten voorbereid moet worden op werk en scholing; en

  • enkele tekstuele en technische wijzigingen door te voeren.

 

Besluit de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht als volgt te wijzigen:

Artikel I

De Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    In artikel 1 wordt in de definitie van ‘doelgroep’ na ‘artikel 7, eerste lid, onder, a, ’ ingevoegd ‘of artikel 7a, eerste lid, ’.

     

  • B.

    Artikel 3, eerste lid, komt te luiden:

    • 1.

      Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening weigeren als:

  • a.

    de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

  • b.

    de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;

  • c.

    de voorziening naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling;

  • d.

    er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening;

  • e.

    de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet, jonger is dan zestien jaar; of

  • f.

    het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.

 

  • C.

    Na artikel 3, vijfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6.

    Het college reageert binnen acht weken op een verzoek om een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de wet op de expertisecentra. Het college deelt deze reactie schriftelijk mee aan het bevoegd gezag van de instelling.

 

  • D.

    Na artikel 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 6a. Ontwikkeltraject

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen een persoon een ontwikkeltraject aanbieden als deze:

    • a.

      behoort tot de doelgroep; en

    • b.

      naar het oordeel van burgemeester en wethouders een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en via een samenhangend geheel van leer- en ontwikkelactiviteiten en coaching voorbereid moet worden op werk of scholing.  

  • 2.

    Hel doel van een ontwikkeltraject is het ontwikkelen van (beroepsgerichte) kennis, vaardigheden en competenties.

  • 3.

    Duur van een ontwikkeltraject is 6 maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal 3 maanden.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de persoon en werkgever een ontwikkelplan op. Dit ontwikkelplan maakt onderdeel uit van de beschikking waarbij deze voorziening aan de persoon wordt aangeboden. In het ontwikkelplan wordt in ieder geval vastgelegd:

    • a.

      de duur van het ontwikkeltraject;

    • b.

      het doel van het ontwikkeltraject;

    • c.

      de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 

  •  

  • E.

    In artikel 8 vervalt het derde lid en wordt het vierde lid vernummerd tot lid 3.

     

  • F.

    In artikel 12, vijfde lid, vervalt ‘, zoals is te vinden op Toolkit preferent proces Loonkostensubsidie | Samen voor de klant’.

     

  • G.

    Artikel 12, vijfde lid, komt te luiden:

    • 5.

      Burgemeester en wethouders nemen bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het actuele proces loonkostensubsidie in acht. Hiermee wordt gedoeld op het proces zoals dat door “De normaalste zaak” is ontwikkeld en wordt beheerd door de VNG.

  •  

  • H.

    In artikel 13, tweede lid, onderdeel a, vervalt ‘ en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten’.

  •  

  • I.

    In artikel 16, derde lid, wordt ‘leer-werktraject’ vervangen door ‘ontwikkeltraject’.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 mei 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De griffier,

Miguel Israel

Naar boven