Gemeenteblad van De Bilt
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| De Bilt | Gemeenteblad 2026, 374472 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| De Bilt | Gemeenteblad 2026, 374472 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De raad van de gemeente De Bilt,
gelezen de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026, met de onderwerpen Vaststellen wijziging omgevingsplan Nieuwe Weteringseweg 139 en Vaststellen wijziging omgevingsplan Natuurontwikkeling Voorveldse Polder;
overwegende dat:
De Omgevingswet sinds 1 januari 2024 van kracht is;
De gemeenteraad op grond van artikel 2.4 Omgevingswet het bevoegde orgaan is om het omgevingsplan vast te stellen;
De wijziging van het Omgevingsplan gemeente De Bilt op grond van artikel 16.30 Omgevingswet met de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) is voorbereid;
Het ontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente De Bilt van 16 maart 2026 t/m 27 april 2026 (op grond van de Algemene termijnenwet tot en met 28 april 2026) ter inzage heeft gelegen en een ieder tegen het ontwerp zienswijzen in heeft kunnen dienen;
Er geen zienswijzen zijn ingediend voor de wijziging Nieuwe Weteringseweg 139;
Er een aantal zienswijzen zijn ingediend voor de wijziging Natuurontwikkeling Voorveldse Polder die zijn beantwoord in een nota van zienswijzen, maar niet hebben geleid tot een aanpassing van het ontwerp;
De wijziging van het omgevingsplan voldoet aan de eisen die de Omgevingswet hieraan stelt;
Met dit besluit het bestemmingsplan, dat als tijdelijk deel van het omgevingsplan nog gelding heeft, komt te vervallen voor het gebied Natuurontwikkeling Voorveldse Polder;
De voorstellen van het college in de commissie van 11 juni 2026 zijn besproken;
gelet op:
de artikelen 2.4, 4.1, 4.2 en 16.30 van de Omgevingswet
besluit:
"Omgevingsplan gemeente De Bilt" wordt gewijzigd zoals opgenomen in Bijlage A.
Het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente De Bilt (zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a en b Omgevingswet) voor het gebied Natuurontwikkeling Voorveldse Polder, zoals opgenomen in de pons met de locatie PonsGebied /join/id/regdata/gm0310/2025/PonsGebied/nld@2026‑08‑03;10002 te laten vervallen.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt.
Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente De Bilt in haar vergadering d.d.
25 juni 2026
de griffier,
drs. T.B.W.M. van der Torre
de voorzitter,
drs. M.C. Haverkamp
A
Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 1 tot en met 23 van dit omgevingsplan.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 1 tot en met 23 van dit omgevingsplan.
B
Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit hoofdstuk zijn de locaties aangewezen waarbij er een bescherming van de locatie van toepassing is.
Het is verboden in het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies de uitzonderlijke universele waarde aan te tasten.
Als uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de Bijlage XV Cultuurhistorie bij de Omgevingsverordening provincie Utrecht en de Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies.
C
Afdeling 11.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Het natuurontwikkelingsplan zoals opgenomen in de bijlage Natuurontwikkelingsplan_Voorveldse_Polder voor de ontwikkeling Voorveldse Polder moet uitgevoerd zijn voor 1 januari 2030 en na uitvoering in stand worden gehouden. Kleine aanpassingen aan het ontwikkelingsplan zijn toegestaan, mits zij geen onevenredige afbreuk doen aan de beoogde natuurontwikkeling en om praktische, financiële en/of natuurinhoudelijke redenen doelmatiger en/of noodzakelijk zijn.
De landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139 voor de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139 moet uitgevoerd zijn voor 1 januari 2028 en na uitvoering in stand worden gehouden.
Als functie agrarisch bedrijf wordt aangewezen de gronden en bouwwerken bedoeld voor ondernemingen die zich richten op de productie van voedsel of grondstoffen door het telen van gewassen (akkerbouw/tuinbouw) of het houden van dieren (veeteelt).
Als functie agrarisch bedrijf - intensieve veehouderij wordt aangewezen de gronden en bouwwerken bedoeld voor de uitoefening van een intensieve veehouderij, met eventueel een deel van de gronden en gebouwen voor grondgebonden veehouderij met daaraan ondergeschikt:
wonen ten behoeve van de bestaande bedrijfswoning(en); en
detailhandel ten behoeve van de agrarische nevenactiviteit landwinkel;
Binnen de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139 is maximaal 7710m2 aan gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen toegestaan ten behoeve van de intensieve veehouderij.
[Red: Artikel 11.1 verplaatst van paragraaf 11.1.1 naar paragraaf 11.1.3. ]
De gronden met de functie Groen
groen
zijn bedoeld voor:
de ontwikkeling en de instandhouding van landschappelijke beplanting;
het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden;
parken, plantsoenen, bosschages en overige groenvoorzieningen;
speelvoorzieningen;
nutsvoorzieningen;
waterpartijen en wadi; en
voet- en fietspaden.
De functie natuur wordt aangewezen aan gronden voor het beschermen, herstellen en ontwikkelen van biodiversiteit en ecosystemen, door een veilige leefomgeving te bieden aan planten en dieren.
De functie natuur is ook bedoeld voor:
De functie natuur bestaat uit;
De functie natuur - extensief agrarisch wordt aangewezen aan de gronden en bouwwerken bedoeld voor:
De functie natuur - voedselbos wordt aangewezen aan de gronden en bouwwerken bedoeld voor een vitaal ecosysteem met het doel voedsel te produceren onder andere in de vorm van meerjarige, houtige soorten, waarvan delen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, etc.) als voedsel dienen, niet alleen voor de mens als aanvulling op de dagelijkse voeding, het is ook voeding voor de natuur en aanjager voor hogere biodiversiteit.
[Red: Artikel 11.2 verplaatst van paragraaf 11.1.2 naar paragraaf 11.1.5. ]
De gronden met de functie Verkeer
verkeer
zijn bedoeld voor wegen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding en parkeergelegenheden.
De functie water wordt aangewezen aan gronden met als doel:
[Red: Artikel 11.3 verplaatst van paragraaf 11.1.3 naar paragraaf 11.1.7. ]
De gronden met de functie Wonen
wonen
zijn bedoeld om te wonen in een woongebouw met bijbehorende bouwwerken, tuin en erf.
[Red: Artikel 11.4 verplaatst van paragraaf 11.1.3 naar paragraaf 11.1.7. ]
De minimale instandhoudingstermijn voor sociale of een middenhuurwoning binnen de functie Wonen
wonen
is als volgt:
sociale huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 30 jaar na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als sociale huurwoning beschikbaar te blijven;
middenhuurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 20 jaren na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als middenhuurwoningen beschikbaar te blijven;
sociale koopwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 5 jaar na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als sociale koopwoning beschikbaar te blijven.
D
Afdeling 11.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De gronden met archeologische verwachtingswaarden zijn bedoeld om archeologische resten in de bodem te beschermen.
Een spuitvrije zone is een strook van 50 meter breed tussen agrarische activiteiten waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige functies, zoals functie Wonen
wonen
, waar de spuitnevel niet mag komen met uitzondering van eenmalig per jaar spuiten voor onkruidbestrijding (zoals distels en brandnetels). Hierbij geldt dat de spuitboomhoogte maximaal 30cm mag zijn, ter voorkoming van drift.
De beschermingszone waardevol landschappelijk element heeft als doel om bijzondere structuren in de leefomgeving die bijdragen aan biodiversiteit, cultuurhistorie, esthetische schoonheid en klimaatadaptatie te behouden en herstellen.
De zorgplicht voor de beschermingszone waardevol landschappelijk element houdt in dat eigenaren en gebruikers verplicht zijn deze te onderhouden en beschadiging of vernieling te voorkomen.
E
Afdeling 11.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf gaat over de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen van een woongebouw binnen het bouwvlak-woning, bouwvlak-twee-onder-een-kapwoning, bouwvlak-appartementencomplex 1 en bouwvlak-appartementencomplex 2 zoals aangegeven op de kaart voor de gebiedsontwikkeling;
Het gaat hierbij om geluidsgevoelige gebouwen, waardoor er voldaan moet worden aan de bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals opgenomen in artikel 5.78t en 5.78u;
Deze subparagraaf gaat niet over vervangende nieuwbouw van bestaande woningen voor de gebiedsontwikkeling.
Het is verboden bouwactiviteiten uit te voeren voor de ontwikkeling Voorveldse Polder die niet in dit hoofdstuk zijn benoemd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit uit te voeren.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een bouwactiviteit die volgens de regels van die betreffende activiteit toestemmingsvrij is en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een bouwactiviteit die volgens de regels van die betreffende activiteit meldingsplichtig is en er voldaan is aan de meldplicht en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een bouwactiviteit die volgens de regels van die activiteit informatieplichtig is en er voldaan is aan de informatieplicht en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
[Red: Artikel 11.15 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.1 naar subparagraaf 11.3.2.2. ]
Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren ten behoeve van het aanleggen van een wadi binnen de functie Groen.
Deze paragraaf is van toepassing op de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen binnen de ontwikkeling Voorveldse Polder.
De bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen is vergunningplichtig binnen de ontwikkeling Voorveldse Polder.
De omgevingsvergunning voor de activiteit anders bouwwerk bouwen wordt alleen verleend indien:
een informatiebord binnen de functie natuur - voedselbos maximaal 2 meter hoog en niet meer dan 2 meter breed is;
een erf- of perceelafscheiding binnen de ontwikkeling Voorveldse Polder maximaal 1,2 meter hoog is; en
een erf- of perceelafscheiding binnen de beschermingszone waardevol landschappelijk element maximaal 1,5 meter hoog is.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ander bouwwerk bouwen binnen ontwikkeling Voorveldse Polder wordt in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
situatietekening schaal 1:500, waarop de locatie waar de aanvraag betrekking op heeft, wordt aangegeven. De tekening moet zijn voorzien van een noordpijl;
beschrijving van de activiteiten en werkzaamheden;
kleurstelling (RAL nummer) en materiaalgebruik;
details van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk op schaal 1:5 of 1:10; en
kleurenfoto van de bestaande situatie en omliggende bebouwing.
Deze paragraaf is van toepassing op de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen
de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139
van een ondergrondse afvalcontainer binnen de
en de
functie Verkeer
ontwikkeling Voorveldse Polder
.
De bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen voor het realiseren van een gebouw is vergunningplichtig voor de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139 en de ontwikkeling Voorveldse Polder.
De omgevingsvergunning voor de activiteit ander bouwwerk bouwen voor de locaties zoals aangewezen in afdeling 11.1 Functies, wordt alleen verleend indien:
bij de ontwikkeling Voorveldse Polder wanneer:
maximaal één gebouw binnen de zone hoogstam bomen;
de afmeting niet groter is dan 15 m2;
de hoogte niet meer is dan 2,5 meter;
plaatsing in de lengterichting van het perceel;
donkere kleurstelling; en
van natuurlijk materiaal zoals hout.
bij de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139 blijven de bouwregels uit het tijdelijk deel Omgevingsplan van toepassing, met dien verstande dat in aanvulling op artikel 4.2.a.2 (van het bestemmingsplan Buitengebied Maartensdijk 2012) er 7710 m2 aan bebouwing is toegestaan ten behoeve van de intensieve veehouderij op deze locatie.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ander bouwwerk bouwen bij de ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139 en ontwikkeling Voorveldse Polder wordt in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
situatietekening schaal 1:500, waarop de locatie waar de aanvraag betrekking op heeft, wordt aangegeven. De tekening moet zijn voorzien van een noordpijl;
beschrijving van de activiteiten en werkzaamheden;
kleurstelling (RAL nummer) en materiaalgebruik;
bouwkundige geveltekeningen schaal 1:100, van bestaande en nieuwe toestand, waaruit blijkt hoe het gebouw in de directe omgeving past;
bouwkundige plattegrondtekening schaal 1:100, van de bestaande en nieuwe toestand;
verticale doorsnedetekening schaal 1:100, van de bestaande en nieuwe toestand met hoogtemaatvoering;
details van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk op schaal 1:5 of 1:10; en
kleurenfoto van de bestaande situatie en omliggende bebouwing.
Deze paragraaf is van toepassing op de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen van een ondergrondse afvalcontainer binnen de functie verkeer.
Het bouwen van een ondergrondse afvalcontainer binnen de functie Verkeer
verkeer
is vergunningplichtig.
De aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen van een ondergrondse afvalcontainer binnen de functie Verkeer
verkeer
wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:
Reserveren voor latere toevoeging ten behoeve van aanvraagvereisten binnen de functie Verkeer
verkeer
.
Deze subparagraaf gaat over de bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve van het bouwen van een woongebouw binnen het bouwvlak-woning, bouwvlak-twee-onder-een-kapwoning, bouwvlak-appartementencomplex 1 en bouwvlak-appartementencomplex 2 zoals aangegeven op de kaart voor de ontwikkeling Copijnlaan 43-45;
Het gaat hierbij om geluidsgevoelige gebouwen, waardoor er voldaan moet worden aan de bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals opgenomen in artikel 5.78t en 5.78u;
Deze subparagraaf gaat niet over vervangende nieuwbouw van bestaande woningen voor de ontwikkeling Copijnlaan 43-45.
De bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen voor het realiseren van een woongebouw is vergunningplichtig voor de
de gebiedsontwikkeling
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
.
Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning voor
de gebiedsontwikkeling
de
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
wordt getoetst aan het volgende maatvoering ten behoeve van de woongebouwen:
Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning voor
de gebiedsontwikkeling
de
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
gelden de volgende regels om te voldoen aan de bepalingen uit artikel 5.78t en 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving:
Iedere woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte waar het geluid (ten gevolge van de afzonderlijke geluidsbronnen) niet hoger is dan de standaardwaarde zoals genoemd in art. 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
Per woning dienen zoveel mogelijk verblijfsruimten, maar minimaal een (hoofd)slaapkamer, aan de geluidsluwe zijde te zijn gesitueerd;
Indien het bepaalde onder a niet mogelijk is moet door het toepassen en in stand houden van (bouwkundige) maatregelen een geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel ter plaatse van te openen ramen worden gerealiseerd;
Indien het bepaalde onder a niet mogelijk is kan voor de geluidluwe buitenruimte maximaal 5 dB van de standaardwaarde worden afgeweken;
Wanneer de berekende geluidbelasting meer bedraagt dan de grenswaarde van 60 dB van de rijksweg dient:
een uitwendige scheidingsconstructie te worden toegepast die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger te zijn dan de grenswaarde.
Vanwege het hoge geluid dienen, om ongewenste reflecties te voorkomen, alle balkons/plafonds van geluidabsorptie te worden voorzien met een absorptiewaarde van minimaal 0,85 NRC (Noise Reduction Coëfficient).
Er wordt uitgegaan van een absorberende bodem (bodemfactor 1,0 of meer);
Het uiterlijk of de plaatsing van de woongebouwen moet voldoen aan de criteria voor omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de Welstandsnota gemeente De Bilt.
Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning voor
de gebiedsontwikkeling
de
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
wordt getoetst aan het volgende:
het woongebouw binnen het bouwvlak-appartementencomplex 1 wordt getoetst aan de volgende maatvoering:
het woongebouw binnen het bouwvlak-appartementencomplex 2 wordt getoetst aan de volgende maatvoering:
om te voldoen aan de bepalingen uit artikel 5.78t en 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving gelden de volgende regels voor woongebouwen:
iedere woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte waar het geluid (ten gevolge van de afzonderlijke geluidsbronnen) niet hoger is dan de standaardwaarde zoals genoemd in art. 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
per woning dienen zoveel mogelijk verblijfsruimten, maar minimaal een (hoofd)slaapkamer, aan de geluidsluwe zijde te zijn gesitueerd;
indien het bepaalde onder a niet mogelijk is moet door het toepassen en in stand houden van (bouwkundige) maatregelen een geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel ter plaatse van te openen ramen worden gerealiseerd;
indien het bepaalde onder a niet mogelijk is kan voor de geluidluwe buitenruimte maximaal 5 dB van de standaardwaarde worden afgeweken;
wanneer de berekende geluidbelasting meer bedraagt dan de grenswaarde van 60 dB van de rijksweg dient:
een uitwendige scheidingsconstructie te worden toegepast die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger te zijn dan de grenswaarde;
vanwege het hoge geluid dienen, om ongewenste reflecties te voorkomen, alle balkons/plafonds van geluidabsorptie te worden voorzien met een absorptiewaarde van minimaal 0,85 NRC (Noise Reduction Coëfficient);
er wordt uitgegaan van een absorberende bodem (bodemfactor 1,0 of meer); en
het uiterlijk of de plaatsing van de woongebouwen moeten voldoen aan de criteria voor omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de Welstandsnota gemeente De Bilt.
Gereserveerd voor latere toevoeging ten behoeve van de
de gebiedsontwikkeling
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een werkzaamheid die wordt uitgevoerd in het kader van normaal onderhoud, gebruik en beheer.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor werkzaamheden die uitgevoerd worden op basis van de Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder en Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de regels van die betreffende activiteit toestemmingsvrij is en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de regels van die betreffende activiteit meldingsplichtig is en er voldaan is aan de meldplicht en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de regels van die activiteit informatieplichtig is en er voldaan is aan de informatieplicht en volgens deze regels wordt uitgevoerd.
[Red: Artikel 11.18 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.2 naar subparagraaf 11.3.3.2. ]
Deze subparagraaf gaat over het aanleggen van groenstructuren ten behoeve van landschappelijke inrichting bij de gebiedsontwikkeling ten behoeve van de woningbouwontwikkeling Copijnlaan.
Deze subparagraaf gaat over het aanbrengen van bomen of houtopstanden, waaronder hoogopgaande beplating, binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf voor de locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11.
Het bebossen of anderszins beplanten met hoogopgaande beplanting, waaronder het kweken en telen van bomen, struiken en heesters is vergunningsplichtig binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf voor de locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11.
De omgevingsvergunning voor boom of houtopstand aanbrengen binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf voor de locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11 wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
ter plaatse van laagstam bomen de te verwachten maximale boomhoogte hoger is dan 3 meter;
ter plaatse van hoogstam bomen de te verwachten maximale boomhoogte hoger is dan 5 meter; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor boom of houtopstand aanbrengen binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf voor de locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11 wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf gaat over grasland scheuren binnen de functie natuur.
Grasland scheuren of vernietigen binnen de functie natuur is vergunningsplichtig.
De omgevingsvergunning voor de activiteit grasland scheuren binnen de functie natuur wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor grasland scheuren binnen de functie natuur wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf gaat over het graven in de bodem binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf.
Graven in de bodem binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf is toestemmingsvrij, mits:
In alle overige gevallen geldt er een vergunningplicht.
De omgevingsvergunning voor graven in de bodem binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.18 Maatwerkvoorschriften activiteiten kan voor de activiteit graven in de bodem binnen archeologische verwachtingswaarden in ieder geval worden bepaald:
dat met het oog op archeologische verwachtingswaarden een archeoloog toeziet op de uitvoering van de werkzaamheden.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor graven in de bodem binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf gaat over het aanleggen van groenstructuren ten behoeve van landschappelijke inrichting bij de ontwikkeling Copijnlaan 43-45 ten behoeve van de woningbouwontwikkeling Copijnlaan.
[Red: Artikel 11.19 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.2 naar subparagraaf 11.3.3.5. ]
Het aanleggen van de groenstructuren voor de
de gebiedsontwikkeling
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
, waaronder bomen, conform het Inrichtingsplan_Copijnlaan is meldingplichtig.
Het Inrichtingsplan_Copijnlaan ten behoeve van
de gebiedsontwikkeling
de
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
dient uitgevoerd te zijn binnen 1 jaar na gereedmelding bouw van de 31 woningen.
[Red: Artikel 11.20 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.2 naar subparagraaf 11.3.3.5. ]
In aanvulling op artikel 1.5 dienen binnen
de gebiedsontwikkeling
de
ontwikkeling Copijnlaan 43-45
ten behoeve van de activiteit Boom of beplanting aanbrengen de volgende gegevens te worden verstrekt:
contactgegevens van de grondeigenaar, indien degene die de activiteit uitvoert geen eigenaar is van de grond;
klic-melding voor de locatie waar de activiteit uitgevoerd wordt;
een situatietekening van de locatie waarbij per boom aangegeven staat:
1°. de boomsoort;
2°. de omtrek van de bomen op 130 cm vanaf maaiveld;
Deze subparagraaf gaat over het ophogen van gronden binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf.
Gronden ophogen binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf is vergunningplichtig.
De omgevingsvergunning voor het ophogen van gronden binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het ophogen van gronden binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren ten behoeve van het aanleggen van een wadi binnen de functie groen.
[Red: Artikel 11.16 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.1 naar subparagraaf 11.3.3.7. ]
De bepalingen in deze paragraaf zijn gesteld om een goede waterhuishouding te borgen en waardoor wateroverlast wordt tegengegaan binnen de functie Groen
groen
.
[Red: Artikel 11.17 verplaatst van subparagraaf 11.3.2.1 naar subparagraaf 11.3.3.7. ]
Het aanleggen van een wadi binnen de functie Groen
groen
is toestemmingsvrij.
Deze subparagraaf gaat over het dempen van sloten binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf.
Het dempen van sloten binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf is vergunningplichtig.
De omgevingsvergunning voor het dempen van sloten binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
er onvoldoende evenredige compensatie plaatsvindt van het verlies aan waterareaal. De vergunning wordt niet verleend, indien de breedte van het perceel dat ontstaat na demping van de sloot of watergang, die parallel aan de verkavelingsrichting (opstrek) loopt, meer dan 70 m zal bedragen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het dempen van sloten binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf gaat over het aanbrengen van verharding binnen de functie natuur.
Verharding aanbrengen binnen de functie natuur is vergunningplichtig.
De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van verharding binnen de functie natuur wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van verharding binnen de functie natuur wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze subparagraaf gaat over overige grondroeringen binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf.
Overige grondroeringen binnen de functie natuur en de functie agrarisch bedrijf zijn vergunningplichtig.
De omgevingsvergunning voor overige grondroeringen binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf wordt alleen geweigerd indien:
de werkzaamheden blijvende onevenredige afbreuk doen aan de natuur- en/of landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; en
er voor de locatie een inrichtingsplan van toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden niet bijdragen aan de doelstellingen van het inrichtingsplan.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor overige grondroeringen binnen de functie natuur en functie agrarisch bedrijf wordt, in aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op afdeling 22.5 dient het gebouw binnen de locatie sloopverplichting verwijderd te worden voor 1 januari 2028.
F
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt.
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.
een bouwwerk, dat ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan bestaat, dat/die of in uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend of krachtens een omgevingsvergunning die na dit tijdstip, hoewel in strijd met dit plan, niet mag worden geweigerd.
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied.
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater.
Onder
onder forensische zorg wordt verstaan zorg, die wordt verleend aan een justitiabele met:
een verstandelijke handicap en die al dan niet:
als een voorwaarde onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel of;
als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd.
gebouw:
dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en
dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en
dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, of
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Het
het scheuren van agrarische grond (graslandvernietiging) is een activiteit die met name gericht op het beschermen van blijvend grasland en het voorkomen van stikstofverliezen (nitraatuitspoeling);
.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
verkoop van agrarische producten van eigen bedrijf dan wel elders geproduceerd tot maximaal 50m2.
het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a en b van de Omgevingswet;
.
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
G
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_wonen/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_verkeer/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_groen/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_woning/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_geschakelde_woning/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_gestap_woningen_10m/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_gestap_woningen_1/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/Gebiedsontwikkeling_Copijnlaan/nld@2026‑03‑17;10001
/join/id/regdata/gm0310/2025/Archeologie/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/Nieuwe_Hollandse_Waterlinie/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/Beschermingszone_waardevol_landelement/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_gestap_woningen_1/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_gestap_woningen_10m/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_geschakelde_woning/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/bouwvlak_woning/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf_intensieve_veehouderij/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_groen/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/natuur_regulier/nld@2026‑08‑03;10001
/join/id/regdata/gm0310/2026/Voedselbos/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_natuur_extensief_agrarisch/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_verkeer/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_wonen/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_hoogstam/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_laagstam/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/ontwikkeling_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/Ontwikkellocatie/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2026/sloopverplichting/nld@2026‑08‑03;10002
/join/id/regdata/gm0310/2025/Gebiedsontwikkeling_Copijnlaan/nld@2026‑08‑03;10002
H
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0310/2026/Inrichtingsplan_Copijnlaan/nld@2026‑05‑29;1
/join/id/regdata/gm0310/2026/Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/regdata/gm0310/2026/Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/regdata/gm0310/2026/Natuurontwikkelingsplan_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
I
Na sectie 'Artikel 1.1 Begripsbepalingen' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_3_Etfal_onderbouwing_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_4_Situatietekening_wijziging_bedrijf_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_6_Advies_Stichting_ABC_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_8_Toelichting_klimaatregeling_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_9_Akoestisch_onderzoek_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_10_QuickScan_flora_en_fauna_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_11_Verslag_omgevingsdialoog_Nieuwe_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_3_Etfal_onderbouwing_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_4_Quickscan_Flora_en_Fauna_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_5_Stikstofrapportage_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_6_Bodemonderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_7_Afspraken_grondverzet_Odru_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_8_Archeologisch_onderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_9_Mer_beoordeling_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_10_Participatiesverslag_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_11_Was_wordt_tabel_na_ontwerp_WW139/nld@2026‑08‑03;1
/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_12_Nota_van_zienswijzen_Voorveldse_Polder/nld@2026‑08‑03;1
Deze wijziging van het omgevingsplan ziet op het het mogelijk maken van overdekte uitloopgebieden bij de stallen van een pluimveebedrijf aan de Nieuwe Weteringseweg 139 en een functiewijziging ten behoeve van natuur in het gebied van de Voorveldse Polder.
Voor het perceel Nieuwe Weteringseweg 139 wordt het bouwvlak gewijzigd en het maximumaantal vierkante meters aan bebouwing vergroot ten behoeve van uitloopgebieden bij stallen op het perceel. Dit in lijn met de eisen die een supermarktketen als afnemer in het kader van dierenwelzijn aan agrariërs stelt. Ter compensatie wordt een landschappelijk inrichtingsplan vastgesteld, een sloopverplichting voor een oude stal opgelegd en de functie natuur aan de omliggende percelen toegevoegd.
Voor de Voorveldse Polder geldt dat een deel van de Voorveldse Polder de functie agrarisch heeft. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt op een aantal gronden deze functie naar ’natuur’ gewijzigd, ten behoeve van het ontwikkelen van natuur in het gebied Voorveldse Polder en het herstel en behoud van cultuurhistorische waarden.
Met deze wijziging van het omgevingsplan worden uitloopgebieden bij de stallen op het perceel Nieuwe Weteringseweg 139 en natuurontwikkeling in het gebied Voorveldse Polder mogelijk gemaakt door:
het bouwvlak op het perceel Nieuwe Weteringseweg 139 te wijzigen en het maximumaantal vierkante meters aan bebouwing te vergroten;
ter compensatie van de ontwikkeling op het perceel Nieuwe Weteringseweg 139 een sloopverplichting voor een oude stal op te leggen, de functie natuur aan de omliggende percelen toe te voegen en een landschappelijk inrichtingsplan op te nemen;
een aantal gronden percelen in het gebied Voorveldse Polder als natuur in te richten, waarbij een voedselbos wordt mogelijk gemaakt en op bepaalde plaatsen cultuurhistorische waarden kunnen worden behouden en hersteld;
door middel van het uitvoeren van een Pons het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor de locatie van de Voorveldse Polder te laten vervallen.
Voor beide ontwikkelingen is een participatietraject doorlopen. Op verschillende manieren en momenten zijn stakeholders, omwonenden, bewoners en andere belangstellenden geïnformeerd over de plannen en konden zij hun ideeën en zorgen kenbaar maken. De participatieverslagen en uitkomsten zijn, als onderdeel van de ETFAL-motivering, bijgevoegd in de bijlagen van dit besluit.
Ten behoeve van de ontwikkelingen zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd welke in de bijlagen van dit besluit vindbaar zijn. Het nieuwe omgevingsplan voldoet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In de ETFAL-onderbouwingen in de bijlage staat ook de motivering dat de ontwikkelingen passend zijn binnen rijk, provinciaal en gemeentelijk beleid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-374472.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.