Gemeenteblad van Bergen (NH)
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (NH) | Gemeenteblad 2026, 37229 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (NH) | Gemeenteblad 2026, 37229 | beleidsregel |
Algemeen Controleplan Toezicht en Handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet
Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet. Dit houdt in dat zij verantwoordelijk zijn voor de organisatie van toegang, het bieden van een passende zorg en ondersteuning (hulp), het inkopen van kwalitatief en doelmatige zorg, contractmanagement, de financiële administratie, de uitvoering van controles en de handhaving van zowel rechtmatigheid (voor Wmo en Jeugdwet) als de kwaliteit in de uitvoering van de Wmo (en in mindere mate voor de Jeugdwet). Hoe er gewerkt gaat worden aan Toezicht en handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet is eerder dit jaar vastgesteld in een Regionaal Beleidskader Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet.
Om de rechtmatigheid en kwaliteit met voldoende zekerheid vast te stellen kunnen controles worden uitgevoerd. Er is niet één algemene "wettelijke taak controleplan", maar verschillende wettelijke taken vereisen een controleplan. Een controleplan is een plan dat beschrijft hoe een organisatie aan wettelijke controleverplichtingen voldoet. Dit Algemeen Controleplan is bedoeld voor aanbieders 1 en inwoners (die zorg inkopen via een Persoonsgebonden budget) en gaat over:
Op basis van dit Algemene controleplan, inclusief de daarin opgenomen algemene risicoanalyse (bijlage 1), is de gemeente gerechtigd een controle te starten.
Het doel van het uitvoeren van controles is terug te lezen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft de kaders en uitgangspunten weer, waarbinnen de gemeente de controles op de gedeclareerde zorg uitvoert. Hoofdstuk 4 geeft duiding aan de aanpak van controles. Specifieker de risico-analyse en de controleprocessen welke uitgevoerd (kunnen) worden en op welke gegevens de controles zich richten. Ook de maatregelen die ingezet kunnen worden is terug te vinden in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat specifieker in op de publicatie van de controles en de controleresultaten.
De bijlagen geven toelichting op de algemene risicoanalyse (bijlage 1) en de gebruikte bronnen voor dit controleplan (bijlage 2)
Vragen over dit controleplan kunnen gesteld worden via het mailadres toezichtwmojeugd@debuch.nl.
Bij de uitvoering van de (rechtmatigheids-) controles in het Sociaal Domein is de wet- en regelgeving relevant zoals vastgesteld in het Beleidskader Toezicht en Handhaving Wmo en Jeugdwet.
Waar verder in de Wmo 2015 geen wet- en regelgeving is op bepaalde onderwerpen, zal de uitwerking van de Jeugdwet aangehouden worden.
Handreiking Toegang en verwijzing, bijlage van de aanbestedingsdocumenten Wmo en Jeugdhulp;2
De wetgever heeft in het belang van de aanbieders én de privacy van cliënten, regels opgesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het uitvoeren van controles. De basisregel volgends de handreiking materiële controle van de VNG is: licht beginnen en pas indien nodig vindt verdiepend onderzoek plaats. Dit betekent dat:
de subsidiariteit is met name van belang als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens. Hier geldt: er worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan noodzakelijk is om het vastgestelde controledoel te kunnen behalen. De AVG vormt samen met hoofdstuk 5 van de Wmo 2015 en de Regeling Jeugdwet het wettelijk kader3 .
Bij het vaststellen van voldoende zekerheid over de rechtmatig- en doelmatigheid, wordt rekening gehouden met o.a.:
3.3.1 Recht om geïnformeerd te worden
De bevindingen van elke controlestap worden, in hoor & wederhoor met de aanbieder besproken.
Verder zullen de verslagen van de uitgevoerde onderzoeken gepubliceerd worden op de site van de gemeente. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5.
Tijdens hoor & wederhoor krijgt de aanbieder een terugkoppeling van de resultaten per controle(stap). Hoor & wederhoor houdt in dat een aanbieder mag reageren op eventuele onjuistheden die benoemd zijn in het opgestelde verslag en/of om zijn visie te geven. Een zorgaanbieder mag dan door middel van bewijs een tegendeel bewijzen.
De controleaanpak is in eerste instantie gericht op het efficiënt vormen van een oordeel over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gedeclareerde zorg en ondersteuning. Voorafgaand aan de controle(s), wordt de risicoanalyse uitgevoerd.
Iedere vorm van controle heeft een specifieke controledoelstelling. Controle is gericht op het met voldoende zekerheid4 vaststellen dat er sprake is van rechtmatigheid op het gebied van financiën en/of passende zorg en/of professioneel verantwoord handelen.
Controle van de rechtmatigheid van de zorg richt zich op het toetsen van de overeenkomst tussen de geleverde zorg en de bestaande afspraken ten aanzien van de levering hiervan. Geldende afspraken worden onder andere vastgelegd in de overeenkomsten en in de beschikking en hebben betrekking op o.a. de hoeveelheid in te zetten zorg, de juiste basis (geldige beschikking met hulpvraag) en het hanteren van de juiste tarieven.
Controle op doelmatigheid heeft als doel om te toetsen of de geleverde zorg en de bijhorende uitgaven ook daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van het beoogde behandeldoel (hulpvraag) en of de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten hiervan. Een controle op doelmatigheid is daarmee zowel inhoudelijk als financieel gericht. Bij een doelmatigheidscontrole wordt bijvoorbeeld getoetst of de ingezette zorg in verhouding staat tot de problematiek en of er bijvoorbeeld niet veel te zware zorg is ingezet.
De risicoanalyse en het controleplan zijn dynamische modellen. Dit betekent dat, wanneer actuele ontwikkelingen en ministeriële beslissingen impact hebben op de controleaanpak, deze aanpak wordt geactualiseerd.
Er zijn twee vormen van risicoanalyse: algemene risicoanalyse en specifieke risicoanalyse. De algemene risicoanalyse (bijlage 1) wordt uitgevoerd door de toezichthouders Wmo en Jeugdhulp. Op basis van deze analyse wordt bepaald op welke risico’s de controle zich richt en welke vorm controle wordt ingezet. Dit wordt vastgelegd in het specifiek controleplan.
De algemene risicoanalyse is de basis voor het algemene controleplan.
Het doel van de risicoanalyse is om alle relevante risico’s in beeld te brengen die niet al in een formele controle doorgenomen worden. In 4.2.1 is terug te vinden wat in een formele controle wordt gecontroleerd.
De algemene risicoanalyse betreft:
Het resultaat is een lijst met risico’s en die als leidraad dient bij de uitvoer van materiële controles. Zie ‘tabel algemene risicoanalyse’ (bijlage 1) voor de op dit moment geldende algemene risicoanalyse. In deze tabel zijn de risico’s die al in een formele controle getoetst worden niet nog een keer benoemd, maar deze zijn wel van toepassing. Wat getoetst wordt in een formele controle is terug te vinden in 4.2.1.
4.1.2. Specifieke risicoanalyse
De specifieke risicoanalyse betreft:
Deze stappen helpen om een gestructureerde en effectieve risicoanalyse uit te voeren, waardoor de kwaliteit en rechtmatigheid van de hulp beter gewaarborgd kunnen worden.
4.1.3 Bronnen voor bepaling van de risico’s
Voorbeeld van bronnen zijn bijvoorbeeld:
Niet ieder signaal is aanleiding om een controle uit te voeren. Meerdere signalen kunnen echter wel ervoor zorgen dat een aanbieder sneller te maken krijgt met een controle dan wanneer er géén signalen zijn over een aanbieder.
Jaarlijks vindt actualisatie plaats van de risicoanalyse. Hierbij worden risico’s geïnventariseerd en wordt de kans en impact van de benoemde risico’s bepaald. Op basis van deze kans-impactanalyse wordt bepaald welke prioriteit risico’s hebben. Risico’s die gekwalificeerd zijn als “midden” en “hoog” vormen de basis voor de controleactiviteiten. De risico’s met een score “laag” worden beschouwd als voorlopig voldoende gemitigeerde risico’s. Mocht het voorkomen dat bij een aanbieder meerdere ‘lage’ risico’s gesignaleerd zijn, kan dat wel reden zijn tot het inzetten van een controle. De impactanalyse geeft input op beleidsontwikkeling en aanscherping van processen Toezicht en handhaving.
In de volgende paragrafen worden de aanpak en de diverse controleprocessen toegelicht. Vanuit de Regeling Jeugdwet zijn de volgende controles gedefinieerd:
In de opzet en uitvoer van een controle maakt de toezichthouder bij elk onderzoek een specifiek controleplan. De toezichthouder kan besluiten om lichtere controlemiddelen over te slaan wanneer deze naar verwachting geen extra zekerheid bieden over de feitelijke en rechtmatige levering van zorg en ondersteuning. Gedurende een controleproces kunnen er nieuwe risico’s naar voren komen, die op elk moment tot een aanvullende controle kunnen leiden. De toezichthouder informeert het college over de uitgevoerde onderzoeken en de in te zetten controlemiddelen.
Formele controles betreffen een controle op de ingediende declaraties en worden uitgevoerd bij de reguliere verwerking van facturen.
Formele controles omvatten geen toetsing van feitelijke levering, dat een belangrijk onderdeel van rechtmatigheid is.
Bij formele controle controleert de gemeente:
Signalen uit de formele controle kunnen aanleiding zijn tot de inzet van een materiële controle.
Voorbeelden, niet limitatief, van signalen uit de formele controle zijn:
Materiële controles zijn gericht op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de geleverde zorg.
Materiele controles leveren een belangrijke bijdrage aan de beheersing van zorgkosten en daarmee de duurzaamheid van toegankelijke en goede zorg. De controles helpen de kwaliteit van de hulp inzichtelijk te maken en te verbeteren.
Deze controle gaat dieper en onderzoekt of de geleverde zorg daadwerkelijk doelmatig en rechtmatig is geweest. Het betreft een onderzoek waarbij het college, of een door het college aangewezen persoon, nagaat of de gedeclareerde prestatie:
De wettelijk vereiste inzet van gepaste zorg en professionele standaarden bij jeugdhulp omvat:
In artikel 6a.7 lid 2 van de Regeling Jeugdwet en hoofdstuk 5 van de Wmo 2015 is beschreven dat gemeenten persoonsgegevens mogen verwerken ten behoeve van het uitvoeren van materiële controles. Een materiële controle mag worden uitgevoerd door iedereen met een geheimhoudingsplicht, dan wel een aanstelling heeft bij een gemeente met bijbehorende geheimhoudingsplicht.
Volgens de VNG richtlijnen dient de gemeente vooraf:
Het college kan een materiële controle inzetten naar aanleiding van:
Is het controledoel vanuit een materiële controle niet behaald doordat voldoende gebleken is dat er sprake is onrechtmatigheden, besluit de gemeente eenzijdig tot het terugvorderen van declaraties en indien relevant andere maatregelen.
In het verlengde van een materiële controle zal detailonderzoek (zwaarste controle instrument) ingezet worden. Dat is alleen toegestaan als er uit de algemene controle een indicatie van onvoldoende zekerheid naar voren komt, of uit een andere bron van buitenaf5 .
Bij een detailcontrole kan gebruik gemaakt worden van persoonsgegevens van cliënten (dan wel medewerkers) en deze worden dan door de gemeente verwerkt. De Regeling Jeugdwet beschrijft in artikel 6b.5 tweede lid dat de onderzoeker (die persoonsgegevens inziet en verwerkt) in het geval van jeugd-GGZ7 een persoon moet zijn waarop een medisch beroepsgeheim van toepassing is. In andere gevallen van jeugdhulp moet de onderzoeker:
Inzage in het dossier is alleen in het uiterste geval toegestaan in een detailcontrole.
Tot dossierinzage bevoegde personen kunnen zijn artsen, gedragswetenschappers, verpleegkundigen of jeugdhulpverleners, die beroepshalve een geheimhoudingsplicht hebben. Of een arts of juist een jeugdhulpverlener wordt ingezet is afhankelijk van de aard van de jeugdhulp. Bij GGZ is inzet van een arts nodig voor dossierinzage, voor reguliere jeugdhulp ligt inzet van een SKJ-geregistreerde jeugdhulpverlener voor de hand. Inzage in cliëntdossiers onder de Wmo vindt plaats door BIG geregistreerde professionals.
Doel van deze verplichting om personen met een geheimhoudingsplicht in te zetten, is de inzet van voldoende zorginhoudelijke deskundigheid die de relevante dossierinformatie zorgvuldig verzamelt en op de juiste wijze interpreteert. Deze deskundigheidsborging draagt bij aan de conclusies uit de detailcontrole en de mogelijk te nemen handhavingsmaatregelen.
4.2.4 Controle op naleving van contractvoorwaarden
Dit betreft onderzoek op de naleving van voorwaarden zoals overeengekomen met zorgaanbieders die de overeenkomst met de gemeente hebben afgesloten. Het gaat om eisen die ten opzichte van vigerende wet- en regelgeving (waaraan onverkort dient te worden voldaan) aanvullend zijn. De gemeenten hebben in de overeenkomst voorwaarden opgenomen zoals o.a.:
De controle op naleving van de contractvoorwaarden wordt o.a. uitgevoerd, middels risico-, data-analyse, het opvragen en onderzoeken van gegevens, door ambtenaren of externe medewerkers
die hiermee zijn belast. De controle eindigt indien het controledoel is behaald en er geen andere signalen zijn waaruit blijkt dat er onvoldoende zekerheid is. Is die zekerheid er onvoldoende of niet, dan wordt de controle voortgezet. De controle kan echter ook eindigen als beide partijen tot een afspraak komen, waardoor naar het oordeel van de gemeenten de onzekerheden en risico’s voldoende gecompenseerd lijken.
De controle kan worden beëindigd met gevolgen voor de aanbieder als:
Het controledoel niet is behaald, maar partijen het wel eens worden over een acceptabele compensatie en/of andere maatregelen, waardoor het risico op financiële schade voor de gemeente voldoende verlaagd is. En het risico op schade voor cliënten in het heden en naar de toekomst toe voldoende verlaagd is en voldoende vast staat dat wel sprake is geweest van onrechtmatigheden. De gemeente gaat daarbij eenzijdig over tot oplegging van een of meer repressieve en/of preventieve maatregelen, zoals hieronder beschreven;
Maatregelen kunnen ook preventief zijn:
Indien er vermoeden is van fraude, wordt aangifte gedaan en vindt overdracht plaats aan het Openbaar Ministerie. Dit onderzoek richt zich op mogelijke valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering met als doel onterecht betalingen of voordelen te verkrijgen. De gemeentelijke toezichthouder(s) voeren dit onderzoek niet uit.
De Toezichthouders Rechtmatigheid kijken of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet goed worden nageleefd door zorgaanbieders. Als zij onrechtmatigheden vermoeden, dan kunnen zij onderzoek doen naar de betreffende zorgaanbieder. Na afronding van zo’n onderzoek stellen de toezichthouders een toezichtsrapport op. We maken een verslag van het onderzoek openbaar op de website van de desbetreffende gemeente(n), tenzij als aangegeven in 5.4. In het rapport staan geen persoonsgegevens vermeld.
5.3 Hoe het openbaar maken werkt
Bij openbaar maken van de toezichtsrapport worden verschillende stappen doorlopen:
5.3.1 Reactie op feitelijke onjuistheden en conclusies
Als de Toezichthouders Rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet het onderzoek hebben afgerond en een concept-rapport rechtmatigheid (inclusief voorlopige conclusie en advies) hebben opgesteld, krijgt een zorgaanbieder dit concept toegezonden. De zorgaanbieder wordt, in het kader van hoor en wederhoor, de gelegenheid geboden te reageren op dit concept om feitelijke onjuistheden te corrigeren en/of om zijn visie te geven op de voorlopige conclusie. De reactie van de aanbieder wordt opgenomen in het rapport. De toezichthouders reageren in het rapport op de reactie van de aanbieder, passen zo nodig de conclusies en adviezen aan en stellen het rapport daarna definitief vast. De zorgaanbieder ontvangt een kopie van dit definitieve rapport, samen met een brief over de voorgenomen openbaarmaking ervan.
5.3.2 Zienswijze op het voornemen tot openbaar maken en reactie bij het rapport
Met deze brief wordt de zorgaanbieder geïnformeerd over 2 stappen die hij kan ondernemen:
5.3.3 Bezwaar maken tegen openbaarmaking van het rapport
Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen het besluit tot openbaarmaking van het rapport. Vanaf de datum van verzending van de brief over dit besluit geldt een periode van 2 weken waarin het rapport nog niet openbaar wordt gemaakt. Na 2 weken wordt het rapport openbaar gemaakt6 . De belanghebbende kan dit alleen voorkomen door binnen deze 2 weken bij de rechtbank een verzoek tot een voorlopige voorziening in te dienen. Parallel hieraan moet belanghebbende dan ook binnen 2 weken na verzending van de brief over het besluit tot openbaarmaking bezwaar hebben gemaakt tegen dit besluit.
Een belanghebbende kan er ook voor kiezen alleen bezwaar in te stellen tegen het besluit tot openbaarmaking. In dat geval geldt een wettelijke indieningstermijn van 6 weken en een beslistermijn van 6 tot 12 weken. De openbaarmaking wordt door het bezwaar niet opgeschort. Nadat de bezwaarprocedure is doorlopen, kan een belanghebbende in beroep gaan. Als belanghebbende het niet eens is met de beslissing op het beroep, dan is hoger beroep mogelijk.
Bijlage 1 Tabel algemene risicoanalyse
|
|
|
|
|
Professionele standaard en overige eisen wet- en regelgeving |
|
De algemene risicoanalyse is tot stand gekomen op grond van:
Voor de inventarisatie van signalen en risico’s zijn de volgende bronnen gebruikt:
Bekende risico’s uit de volwassen GGZ, voor zover van toepassing voor de K&J GGZ 16
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-37229.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.