Gemeenteblad van Culemborg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2026, 37173 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2026, 37173 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026
1 Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
1.1. Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze nadere regelingen de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Eigen bijdrage: Een door het college vast te stellen bijdrage, die bij resp. de verstrekking van een Wmo- voorziening in natura, het persoonsgebonden budget (eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (eigen aandeel) betaald moet worden. De regels van de verordening Wmo en beleidsregels zijn hierbij van toepassing.
1.2. Artikel 2. Overige begrippen
Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de op die wetten gebaseerde lagere regelgeving, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2026 en de Algemene Wet bestuursrecht (Awb).
2 Hoofdstuk 2. Maatwerkvoorzieningen
2.1. Artikel 3. Tarieven Hulp bij het Huishouden
In onderstaande overzichten vindt u de tarieven voor de verschillende vormen van Hulp bij het Huishouden voor het contractjaar 2026 van de Wmo Regio Rivierenland. Alle genoemde bedragen zijn per aangegeven eenheid.
Voor iedere productcode geldt het tarief zoals hieronder vermeld en worden berekend per de genoemde eenheid. De producten omvatten onder andere huishoudelijke schoonmaak, verzorging van kleding, organisatie van taken, het beschikken over levensmiddelen en de verzorging van maaltijden.
2.2.1 Tarieven Wmo Regio Rivierenland
Voor het jaar 2026 zijn de tarieven voor Wmo en Jeugd in de Regio Rivierenland vastgesteld voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026. Hieronder volgt een overzicht van de tarieven:
2.3. Artikel 5. Regiotaxi Versis
Het individuele reizigerstarief 2026 bedraagt € 0,231 per kilometer t/m 25 km. Vanaf de 26ste kilometer bedraagt het tarief € 2,71 per kilometer. Reist u van of naar een Puntbestemming1, dan geldt het opstaptarief bedraagt € 1,97 en het kilometertarief € 0,231 ongeacht de reisafstand.
3 Hoofdstuk 3. Procedure en hoogte van het PGB
3.1. Artikel 6. Hoogte persoonsgebonden budget (PGB)
3.3. Artikel 8: Toetsing motivatie eis, bekwaamheid en kwaliteit
Een persoonsgebonden budget wordt na toetsing verstrekt, indien de inwoner aan alle onderstaande voorwaarden voldoet:
Motivatie-eis: de inwoner stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij de maatwerkvoorziening als PGB geleverd wenst te krijgen; hiertoe dient de inwoner een persoonlijk PGB-plan in bij de gemeente. Tevens wordt gewaarborgd dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om een PGB aan te vragen en dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorzieningen in natura.
Bekwaamheid: de inwoner dient naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat te worden geacht zijn belangen te kunnen behartigen en op eigen kracht dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat worden geacht de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Bij aanvraag volgt er een proefperiode van zes maanden. Inwoner wordt dan getoetst op zijn/haar budgethouderschap.
Kwaliteit: naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren en die de inwoner van het budget wil inkopen, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en inwonergericht) zijn. De kwaliteit wordt benoemd in het persoonlijk PGB-plan. De beheerder van het PGB kan nooit de uitvoerder van de voorziening/zorg zijn.
3.5. Artikel 10: Trekkingsrecht PGB
Het bedrag voor PGB wordt overgemaakt op rekening van de Sociale Verzekeringsband (SVB). De budgethouder geeft het te betalen bedrag (bon/factuur) door aan de SVB. Vervolgens verzorgt de SVB, na diverse controles, de betalingen aan de zorgverlener of zorginstelling. Zowel de budgethouder als de gemeente krijgt inzicht in de besteding van het PGB en ontvangen overzichten, waarin duidelijk wordt hoeveel van het PGB waaraan is besteed en wat er nog over is. Niet bestede bedragen worden teruggestort aan de gemeente. De volgende afspraken zijn gemaakt met de SVB:
4 Hoofdstuk 4. Financiële tegemoetkoming en PGB
4.2. Artikel 12. Financiële tegemoetkoming en PGB bij woningaanpassing
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in de beleidsregels financiële tegemoetkoming tijdelijke huisvesting bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van €560,64 per maand. Het betreft de tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. Het college brengt geen eigen bijdrage in de kosten bij tijdelijke huisvesting.
Indien een eigenaar-bewoner zijn woning verkoopt binnen vijf jaar na gereed melding van een woningaanpassing waarvoor een PGB is verleend die meer bedraagt dan € 5.000,- is de eigenaar-bewoner verplicht tot terugbetaling van een deel van de aanpassingskosten indien en voor zover de aanpassing heeft geleid tot waardestijging van de woning. De waardestijging van de woning wordt vastgesteld conform de WOZ-waarde.
Het college geeft opdracht tot het verrichten van een waardebepaling van de woning direct voorafgaand aan de verstrekking van de PGB en binnen 6 maanden na gereed melding van de aanpassing. Het positieve verschil in waarde tussen beide waardebepalingen is beschouwd als waardestijging als gevolg van de aanpassing van de woning.
Direct na voltooiing van de werkzaamheden van een woningaanpassing, maar uiterlijk binnen 12 maanden na het verlenen van de financiële tegemoetkoming, verklaart de woningeigenaar aan het college dat bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. De gereed melding vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de PGB is verstrekt.
5.1. Artikel 14. Minimabeleid eigen bijdrage
Iedereen onder de inkomensgrens wordt vrijgesteld van het abonnementstarief. Zij ontvangen een € 0,00 factuur van het CAK (minimabeleid)
5.2. Artikel 15. Duur/proces opleggen eigen bijdrage
De eigen bijdrage start bij het opvoeren van een startbericht van gemeente naar het CAK. Dat is de datum waarop de eigen bijdrage moet starten. Het CAK start de maand volgend op de startdatum met het innen van de eigen bijdrage. Voor de eigen bijdrage wordt de aangeleverde stopdatum aan het CAK geïnterpreteerd als datum waarop de eigen bijdrage moet stoppen. De eigen bijdrage kan ook opgeschort worden (pauzeren). Dat kan door de zorgaanbieder een stopbericht te sturen en later weer een startbericht te sturen.
6 Hoofdstuk 6. Herziening, wijziging en terugvordering
6.1. Artikel 19. Herziening of intrekking
Op basis van de uitkomst van een periodiek (her)onderzoek kan geconcludeerd worden dat een eerdere toekenning moet worden herzien of ingetrokken op basis van één van de gronden die genoemd zijn in lid 3 artikel 19 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026. Met name de onder a en f genoemde gronden zijn van belang in het kader van handhaving. Dat is schending van de inlichtingenplicht (zie artikel 2.3.8. lid 1 Wmo 2015). Een andere grond om een toekenning te herzien of in te trekken, is het niet voldoen aan de daarbij gestelde verstrekking voorwaarden (e).
De beslissing herziening of intrekking van een toekenning treedt in met terugwerkende kracht.
Besluiten tot een herziening of een intrekking van een eerder toegekende voorziening moet goed onderbouwd worden. Het betreft belastende besluiten waarvoor een zwaardere motiveringsplicht (zie 3:7 Awb) geldt.
6.2. Artikel 20. Terug- en invordering
Artikel 19 lid 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 bouwt rechtstreeks voort op het eerdergenoemde artikel 2.3.10 Wmo 2015. Als een toekenning op basis van lid 1, onder a, wordt ingetrokken en die intrekking vindt plaats met terugwerkende kracht, is het gevolg dat het recht ook met terugwerkende kracht vervalt. Wat in de tussentijd is verstrekt is dan in principe ten onrechte verstrekt. Daarom is in lid 1 van dit artikel 2.4.1 bepaald, dat we de geldswaarde van hetgeen tussentijds is verstrekt kunt terugvorderen van de inwoner, maar ook degene die daaraan heeft meegewerkt.
7 Hoofdstuk 7. Melden van calamiteiten en geweld
Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar stuurt de aanbieder binnen twee weken na de melding een feitenrelaas over de calamiteit toe aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar geeft aan uit welke elementen het feitenrelaas moet bestaan.
7.4. Artikel 24. Verzoek tot het doen van onderzoek
Op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar voert de aanbieder een onafhankelijk onderzoek uit naar de calamiteit. De aanbieder legt binnen drie weken na het verzoek de opzet van het onderzoek aan de toezichthoudende ambtenaar voor en wacht op goedkeuring van de toezichthoudende ambtenaar. Na deze goedkeuring voert de aanbieder het onderzoek uit en stuurt de rapportage binnen uiterlijk zes weken na goedkeuring naar de toezichthoudende ambtenaar. De aanbieder draagt er zorg voor dat de opzet en uitvoering van dit onderzoek van verantwoord niveau zijn.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-37173.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.