Gemeenteblad van 's-Hertogenbosch
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Hertogenbosch | Gemeenteblad 2026, 37127 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Hertogenbosch | Gemeenteblad 2026, 37127 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Gedragscode Gemeenteraad ’s-Hertogenbosch 2026
De Gemeentewet bepaalt dat de raad zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (burgemeester en wethouders) een gedragscode vaststelt. Déze gedragscode ziet toe op de leden van de raad en de commissieleden niet-raadsleden. De gedragscode heeft tot doel de integriteit van raads- en commissieleden te waarborgen alsmede de zuiverheid van de besluitvorming te bevorderen.
Bijzondere rol raadslid/commissielid niet-raadslid en bereidheid om verantwoording af te leggen
Goed bestuur betekent ook dat sprake moet zijn van integer bestuur. Onze gemeente kan niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Eenieder dient zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de raadsleden en commissieleden niet-raadsleden die (mede)verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen in de gemeentelijke organen worden aangetast en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.
Integer bestuurlijk handelen gaat echter veel verder dan enkel het zich houden aan wetten en regels. Het gaat er ook om dat een raadslid/commissielid niet-raadslid zich bewust moet zijn van de bijzondere positie die men bekleedt en extra zorgvuldig dient te handelen bij het invullen van diens politieke rol. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Ook houdt de bijzondere positie in dat men die verantwoordelijkheid dient te nemen die met de functie samenhangt en bereid moet zijn hierover verantwoording af te leggen aan de eigen fractie, collega-raadsleden/commissie niet-raadsleden, de raad, maar ook aan de journalistiek en aan burgers voor wie de raadsleden en commissieleden niet-raadsleden hun functie vervullen.
Aanvullende en interne werking gedragscode
Vertrekpunt voor raadsleden en commissieleden niet-raadsleden is de eed of gelofte die men bij de ambtsaanvaarding aflegt. De gedragscode bevat, in aanvulling op de wettelijke regels, gedragsnormen en (proces)afspraken die de transparantie van het handelen van raadsleden/commissieleden niet-raadsleden vergroten. De gedragscode is een richtsnoer en heeft tot doel raadleden en commissieleden niet-raadsleden te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Daarbij vormt de code een eerste leidraad/beoordelingskader bij vragen, twijfel en discussies omtrent integriteit.
Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. Er is sprake van zelfbinding. In dit licht moeten de afspraken in de code worden gezien. Raads- en commissieleden niet-raadsleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben.
In de code wordt in tekstkaders verwezen naar de wettelijke bepalingen die raads- en commissieleden niet-raadsleden in acht dienen te nemen.
De gedragscode richt zich overigens niet alleen op de individuele of collectieve verantwoordelijkheid maar als afgeleide (en in een enkel geval specifiek) ook op de verantwoordelijkheid die de raad als geheel of als orgaan heeft.
Continue aandacht voor bewustwording integer handelen
Integriteit is uiteindelijk niet in afspraken of codes te vangen. De code met de daarin voorgestelde “checks & balances” zijn slechts instrumenten. Integriteit krijgt pas echt betekenis indien het onderdeel wordt van het afwegingskader van een raadslid/commissielid niet-raadslid en deze daarnaar handelt. Daarom moet het handelen van raadsleden/commissieleden niet-raadsleden regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling. Om die reden zal de burgemeester in samenwerking met het presidium het onderlinge gesprek over integriteitsvraagstukken en –dilemma’s voor raads- en commissieleden faciliteren. Afgezien van integriteitsvraagstukken en dilemma’s kunnen ook aanverwante thema’s hierbij aan de orde komen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een thema ten aanzien van respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politici onderling en tussen raadsleden/commissieleden niet-raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl.
Maar ook het bespreekbaar maken van situaties waarin raadsleden, commissieleden niet -raadsleden of bestuurders omwille van hun politieke standpunt door derden onheus worden bejegend of op een oneigenlijke manier druk wordt uitgeoefend door hun omgeving om anders te stemmen kan onderwerp van gesprek zijn. Bijvoorbeeld door met elkaar na te gaan hoe we elkaar hier collegiaal in kunnen steunen en als raad hierop kunnen acteren.
4. Aannemen van geschenken en uitnodigingen
6. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen
De raad richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures voor de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
7. Procedure bij vermoeden van integriteitsschending
Bij dergelijke dilemma’s of twijfels kan een oriënterend vooronderzoek worden uitgevoerd door de burgemeester of namens de burgemeester door de griffier waarbij partijen kunnen worden gehoord. De burgemeester legt zijn bevindingen van dit vooronderzoek schriftelijk vast. Voorzover niet een integriteitsonderzoek maar een ander traject (zoals een klachtenprocedure) meer voor de hand ligt, wordt dit ook medegedeeld in de bevindingen.
Indien wordt overgegaan tot het doen van een integriteitsmelding over een raadslid/commissielid niet-raadslid, dan wordt deze via de griffier, bij de burgemeester ingediend. Een dergelijke melding wordt pas gedaan nadat eerst advies is ingewonnen bij de griffier zoals bedoeld in artikel 7.1. Anonieme meldingen worden in beginsel niet in behandeling genomen. Wel wordt de identiteit van een melder op verzoek anoniem gehouden als wet- en regelgeving dit toelaten.
Als de burgemeester oordeelt dat er sprake is van een integriteitsschending, dan besluit hij na overleg met presidium en griffier welke verdere stappen er gezet moeten worden en informeert de fractievoorzitters hierover. Als de burgemeester oordeelt dat er geen sprake is van een integriteitsschending, dan wordt dit gemeld aan de melder, de betrokkene en aan de voorzitter of vicevoorzitter van het presidium.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-37127.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.