Gemeenteblad van Uitgeest
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uitgeest | Gemeenteblad 2026, 370688 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uitgeest | Gemeenteblad 2026, 370688 | beleidsregel |
Groenplan Uitgeest 2026-2030 Beleid & Beheer
Voor u ligt het Groenplan Uitgeest 2026-2030: een document dat richting geeft aan de wijze waarop de gemeente Uitgeest met haar openbaar groen omgaat. Groen is nooit zomaar een decor. Het is bepalend voor de leefruimte waarin wij ons dagelijks bewegen, ontspannen en elkaar ontmoeten. Ook drukt het haar stempel op de wijze waarop ons dorp “voelt” en hoe goed de gemeente is voorbereid op de toekomst.
In dit plan hebben we vijf pijlers centraal gezet: identiteit, gezondheid, klimaat-bestendigheid, biodiversiteit en bomen. Deze pijlers zijn geen losse thema’s, maar versterken elkaar. De identiteit van Uitgeest komt tot leven door een herkenbaar en karakteristieke groenkarakter dat past bij de gemeente. Meer biodiversiteit betekent een rijker en veerkrachtiger ecosysteem. Klimaatbestendig groen helpt ons omgaan met hitte, droogte en wateroverlast. Groen nodigt uit tot bewegen, spelen en ontmoeten en bevorderd daarmee onze gezondheid. Bomen verdienen een eigen plek in dit plan, vanwege hun enorme bijdrage aan alle opgaven en de leef kwaliteit van onze gemeente.
De komende jaren willen we investeren in een groene openbare ruimte die toekomstbestendig is én past bij de identiteit van ons dorp.
Ik nodig u van harte uit om dit Groenplan te lezen en vooral om mee te denken en mee te doen. Het realiseren van een groene, klimaatbestendige en plezierige openbare ruimte doen wij natuurlijk samen met onze inwoners. Zij voelen zich sterk betrokken bij het openbare groen in onze gemeente en hechten grote waarde aan meer bomen die kunnen uitgroeien tot volwasdom.
Een groene leefomgeving maken we samen!
Het huidige groenbeleidsplan moet worden geactualiseerd. Deze is vastgesteld in 2016 en loopt tot en met 2025. Daarnaast dient ook het groenbeheerplan geactualiseerd te worden, deze liep tot 2022. In de regel wordt het groenbeleid eerst vastgesteld. Het vastgestelde beleid wordt vervolgens verwerkt en geborgd in het beheerplan. Deze documenten zijn aan elkaar gelinkt maar het zijn twee losse documenten. Er is nu voor gekozen om beide plannen samen te voegen tot het ‘groenplan Uitgeest’. Hierdoor wordt de connectie tussen de twee onderdelen versterkt. Na het vaststellen van het beleidsdeel, kan het beheer deel daarop afgestemd worden en ook spoedig worden vastgesteld.
Dit groenplan beschrijft de visie, ambitie en het daarbij behorende beheer van het openbaar groen binnen de gemeentegrenzen. Verder sluit dit plan aan op actuele maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en het verbeteren van biodiversiteit. Het tempo van de veranderingen die de fysieke leefomgeving doormaakt, en de noodzaak om deze ontwikkelingen op de voet te blijven volgen, heeft ertoe geleidt dat dit groenplan voor vier jaar is opgesteld.
Dit plan sluit aan op de Omgevingsvisie van Uitgeest, eerder vastgesteld beleid dat raakt aan het openbaar groen en de huidige wet- en regelgeving. De Europese Natuurherstelwet (bijlage I) is een belangrijke wet voor dit plan. Deze wet dwingt ons om het huidige bomenareaal beter te beschermen. En ook om bewustere keuzes te maken over nieuw aan te planten bomen en te werken aan de aanwezige ecosystemen.
De visie en ambities voor het openbaar groen, worden uitgewerkt in vijf pijlers:
De pijlers geven richting aan de wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht, welke beplanting er wordt gebruikt en hoe het groenbeheer wordt uitgevoerd.
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor dit groenplan:
Het openbaar groen maakt direct onderdeel uit van de leefomgeving van onze inwoners. Als gemeente vinden wij het belangrijk om hen te betrekken bij het opstellen van nieuw beleid. Om die reden is er, in aanloop naar het opstellen van het groenplan, een enquête uitgezet via de website ‘Ik denk mee over Uitgeest’. Hierin is de inwoners gevraagd hoe zij over bepaalde onderwerpen op het gebied van openbaar groen denken. De resultaten staan in bijlage II. De opgehaalde informatie levert een bijdrage aan dit groenplan. Het beleidsdeel van dit plan heeft ook ter inzage gelegen, hierdoor is de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen. Binnen elke pijler van het groenplan is er ruimte voor bewoners om te participeren of een bijdrage te leveren. De inwoners van Uitgeest spelen een belangrijke rol in relatie tot herinrichtingsprojecten en renovaties van de openbare ruimte. Dit is ook gebleken bij de totstandkoming van de herinrichtingsplannen van de Koog noord en de Koog zuid. De Dorpsraad Uitgeest is een belangrijke partner van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie en openbaar groen. Zij zetten zich in om een schoon, groen, en prettig leefbaar dorp te realiseren.
Er vindt monitoring plaats om een vinger aan de pols te houden over hoe inwoners denken over het openbaar groen in de gemeente, en om inzichtelijk te maken wat de stand van zaken is van de ambities en het beheer.
De volgende monitoring vindt tijdens de duur van het groenplan plaats:
Om inwoners zoveel mogelijk te betrekken en te informeren bij het beheer van het openbaar groen, wordt er op periodieke wijze via verschillende kanalen gecommuniceerd (gemeentepagina, lokale krant en sociale media kanalen). Zo wordt er bijvoorbeeld gecommuniceerd over het extensief maaien en het snoeien van bomen. Als gemeente vinden wij het belangrijk dat inwoners weten wanneer bepaalde werkzaamheden plaats vinden, en ook waarom dit plaatsvindt.
Wanneer een inwoner behoefte heeft aan extra informatie wordt deze verstrekt.
2. Het belang van groen in Uitgeest
De gemeente Uitgeest heeft een dorpskern met een historisch karakter en is gelegen te midden van een groene omgeving. De gemeente ligt in een zeekleilandschap en de bodem bestaat voornamelijk uit zware klei. Het landschap waarin Uitgeest ligt kenmerkt zich door polders en strandwallen. De gemeente heeft een oppervlakte van 2229 ha, waarvan 1917 ha land en 312 ha water. Het groenareaal, het groen dat door de gemeente wordt onderhouden, bestaat uit verschillende groentypen die de volgende oppervlakten en hoeveelheden bedragen:
De inrichting en functie van een gebied zijn bepalend voor de aanwezige groentypen. Het aanleggen en onderhouden van groen brengt weliswaar kosten met zich mee, maar daar krijgen we ook veel voor terug. Dit zijn de zogenoemde ‘maatschappelijke baten’, deze dragen bij aan verschillende opgaves. Zo draagt groen bij aan de identiteit en uitstraling van het dorp, door o.a. de kenmerkende structuren in het dorp te markeren. Ook heeft het groen een positieve invloed op de gezondheid van inwoners. Het stimuleert inwoners bijvoorbeeld om te gaan bewegen. Daarnaast draagt het bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Door te kiezen voor een divers groenassortiment en een ecologische manier van beheren, wordt het leefgebied van verschillende flora en fauna verbeterd. Tot slot draagt groen bij aan een klimaatbestendige gemeente, onder meer door het waterbergende- en verkoelende vermogen. Wat niet altijd zichtbaar is, is dat de aanwezigheid van groen in de gemeente ook voor financiële baten zorgt. Zoals benoemd heeft het een positief effect op de gezondheid van inwoners, wat ten goede komt aan het verlagen van de zorgkosten. Ook verlaagd het kosten die samenhangen met het veranderende klimaat. De aan-, of afwezigheid van openbaar groen heeft ook invloed op de WOZ-waarde van vastgoed. Openbaar groen maakt op haar beurt ook onderdeel uit van een ecosysteem. Ecosystemen leveren diensten aan mensen, ecosysteemdiensten, afbeelding 1 geeft hier een overzicht van.
Om ervoor te zorgen dat Uitgeest een fijne gemeente blijft voor haar inwoners om te wonen, is de aanwezigheid van groen essentieel. In het verleden werd groen nog wel eens gezien als decoratie. Tegenwoordig weten we dat planten en bomen een belangrijke bijdrage leveren aan het leefbaar houden van de gemeente. Hieronder worden de redenen om het groen in de gemeente te behouden en waar mogelijk uit te breiden, op het gebied van identiteit, gezondheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit verder toegelicht. Dit zijn de pijlers die een rode draad vormen in dit plan.
Identiteit - Aantrekkelijk & herkenbaar
De gemeente Uitgeest heeft een mooie dorpse kern en een waardevol groen buitengebied. Door de opbouw en inrichting van het dorp, verschilt de groeninrichting per wijk. Het behouden en versterken van groen op belangrijke locaties en op wijkniveau, draagt bij aan het aantrekkelijk en herkenbaar maken van de identiteit van Uitgeest. In de gemeente zijn er in de bebouwde kern een aantal groenparels. Deze plekken zijn kleine, unieke, cultuurhistorische delen groen en (potentieel) monumentale bomen. Het zijn geen natuurgebieden. Het gaat hier vooral om cultuurgroen, dat intensiever onderhoud vraagt. Bij verlies van dit openbaar groen valt ook een deel van de cultuurhistorie in de kern weg. Deze groenparels dienen behouden of ontwikkeld te worden naar de volledige potentie (hoofdstuk 4). Dit draagt bij aan het benadrukken van de identiteit van Uitgeest. Ook het beschermen van bijzondere en monumentale bomen zorgt ervoor dat de gemeente haar identiteit behoud. Net als zorgdragen voor de omgeving (molenbiotoop) van de molens.
Gezondheid - Ontspannen & bewegen
Een groene omgeving heeft een positief effect op de gezondheid van mensen. Zowel mentaal als fysiek. Zo nodigt groen uit om te bewegen, helpt het om te ontspannen, wordt het concentratievermogen erdoor vergroot en wordt het herstel van mensen erdoor bevordert. Een groene omgeving werkt zelfs stress verlagend. Alleen al het kijken naar een boom en ander groen zorgt voor minder stress,. Je hoeft er eigenlijk niet eens bewust naar te kijken — het in de buurt zijn van (met name grote) bomen heeft al effect. Voor kinderen is een groene omgeving ook erg belangrijk, het stimuleert namelijk het speelgedrag. Op groene schoolpleinen wordt tevens minder gepest en meer samen gespeeld. Openbaar groen zorgt ook voor een gezonde leefomgeving doordat het luchtverontreiniging, hittestress en geluidhinder vermindert. Het openbaar groen kan in bepaalde perioden van het jaar ook een negatief effect hebben op de gezondheid van mens en dier. Denk bijvoorbeeld aan hooikoorts (veroorzaakt door pollen in de lucht, ook afkomstig van buiten de gemeente) en de grasaren die in de huid en vacht van honden kan komen.
Klimaatbestendigheid - Waterberging & verkoeling
Klimaatverandering speelt een al grotere rol in relatie tot de inrichting van de openbare ruimte. Openbaar groen draagt namelijk op verschillende manieren bij aan het klimaatbestendig maken van Uitgeest en is daarom hard nodig. Vooral (grote) bomen spelen een grote rol in het leefbaar houden van de gemeente. Bomen verminderen bijvoorbeeld hittestress doordat ze voor schaduw zorgen. Ook verdampen ze water met hun bladeren (transpiratie) waardoor ze voor verkoeling zorgen. Openbaar groen levert ook een bijdrage aan het tegengaan van wateroverlast. Bomen en beplanting zorgen voor minder grote afvoerpieken bij heftige neerslag. Dit komt doordat het infiltratievermogen van de bodem wordt vergroot door de aanwezige wortels. Ook blijft de regen hangen in de boombladeren en vertragen de bladeren het vallen van de neerslag op de bodem. De aanwezigheid van groen draagt eraan bij dat er bij heftige neerslag minder water op straat blijft staan en dat het rioolstelsel niet overbelast raakt. Bomen en beplanting draagt ook bij aan het tegengaan van de opwarming van de aarde, dit komt doordat het CO2 vastlegt. Een teveel hiervan in de atmosfeer draagt bij aan het opwarmen van de aarde.
Biodiversiteit - Ecologisch beheer & inheems
Het woord ‘biodiversiteit’ staat voor de verscheidenheid aan leven. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen zoals schimmels en bacteriën. Maar ook de verscheidenheid in genetisch materiaal, de levensgemeenschappen en ecosystemen. Wanneer er in de gemeente gesproken wordt over biodiversiteit, heeft de term vooral betrekking op planten, bomen, vogels, insecten en hun leefomgeving. Deze groepen zijn van elkaar afhankelijk. Een vogel eet onder andere insecten, insecten eten van planten en bomen en spelen daarnaast ook een rol in de bestuiving.
De biodiversiteit staat in Nederland onder druk. Doordat steeds meer leefgebieden van diverse inheemse flora en fauna wordt aangetast, neemt de biodiversiteit af. Deze afname heeft nadelige effecten voor de natuur maar ook voor de mens. Mensen profiteren namelijk op veel manieren van de natuur door middel van ecosysteemdiensten (afbeelding 1). De bestuiving van gewassen is hier een belangrijk voorbeeld van. Wanneer bestuivende insecten zoals wilde bijen en vlinders verdwijnen, heeft dit nadelige consequenties. Het treft zowel de voedselketen voor dieren als de voedselproductie voor mensen en de economie. Een andere belangrijke dienst die biodiversiteit ons levert, is dat veel mensen op verschillende manieren genieten van de aanwezigheid van de natuur.
Het doel is om het aanwezige openbaar groen te behouden en waar mogelijk uit te breiden en te versterken. Dit leidt er vervolgens toe dat Uitgeest aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig is.
Om dit te bereiken wordt er teruggeblikt op het groenbeleid en -beheer van de afgelopen 10 jaar om hier lering uit te trekken.
Per pijler (identiteit, gezondheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit) zijn er ambities en manieren van werken opgesteld om invulling te geven aan de pijler. De ambities en manieren van werken leiden er ook toe dat openbaar groen behouden blijft en waar mogelijk wordt uitgebreid. Bomen leveren een heel belangrijke bijdrage aan de vier eerder genoemde pijlers, maar vormt ook een op zichzelf staand onderwerp waar ambities aan zijn gekoppeld. Hierdoor wordt de huidige en toekomstige positie van bomen geborgd. Uit de enquêteresultaten blijkt dat inwoners bomen ook erg belangrijk vinden. Om die reden vormt ‘bomen’ de vijfde pijler.
Evaluatie Groenbeleid 2016-2025
In het groenbeleidsplan 2016-2025 staan de nodige ambities en de daarop aansluitende gewenste verbeteringen. Deze ambities zijn nagenoeg allemaal gerealiseerd. De resultaten van de ambities staan in bijlage III. De onderstaande ambities zijn niet gehaald:
‘Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met zoveel mogelijk groen en in het buitengebied kansen voor natuurontwikkeling: in 2025 heeft Uitgeest gemiddeld 75 m2 groen per woning en 6.700 bomen (0,5 boom per inwoner) waarbij het buitengebied voor 50% meetelt.’
Het aantal bomen dat de gemeente in haar beheer heeft is 5875 bomen. Een van de redenen dat het beoogde aantal bomen niet is gehaald, heeft te maken met het aantal geschikte groeiplekken. Bij het beoordelen van een groeiplek wordt rekening gehouden met verschillende ruimtelijke aspecten: de aanwezigheid van kabels en leidingen, ondergrondse afvalcontainers, lichtmasten, verharding, groeiruimte en afstand tot andere bomen. Ook parkeren en verkeersveiligheid speelt een rol. Al deze aspecten bemoeilijken het vinden van geschikte groeiplekken. In het verleden is het voorgekomen dat bomen verwijderd zijn omdat er situaties ontstonden waarbij de boomwortels conflicteerden met de ondergrondse infrastructuur. Om wordt tegenwoordig extra rekening gehouden met het vinden van geschikte groeiplekken.
In dit groenplan ligt de nadruk op het vergroten van het boomkroonbedekking en niet op het aantal bomen.
‘Groenparels / bijzondere groenelementen zichtbaar maken en beschermen.’ ‘Een lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit.’
Van de vier potentiële groenparels die binnenstedelijk worden genoemd, is het Veteranenplantsoen ontwikkeld en zijn de groeilocaties van de bomen bij de Katholieke kerk en op het Regthuysplein verbeterd. Het plein voor het gemeentehuis is niet ontwikkeld. De verschillende publieke functies van het plein bemoeilijkt een ontwikkeling. Dit plein maakt ook onderdeel uit van het gebied waar het bouwen van woningen wordt onderzocht. De lijst met beschermwaardige bomen, waarop bijzondere en monumentale bomen staan, is niet opgesteld. Er wordt onderzocht wat haalbaar is op het plein wat betreft de opwaardering van het groen, en het behouden van de publieke functie. Ook wordt er een waardevolle bomenlijst opgesteld.
Evaluatie Groenbeheerplan 2017-2021
In het groenbeheerplan 2017-2021 staat per groenelement op welk beeldkwaliteitsniveau het beheerd moet worden. Ook staat beschreven welke beheersmaatregelen er genomen dienen te worden. In bijlage IV staat de evaluatie per beheerelement.
Het groenbeheer is grotendeels uitgevoerd zoals beschreven in het beheerplan. In sommige gevallen is er een aanpassing gedaan met betrekking tot de intensiteit van het beheer. Dit heeft als resultaat dat bijna alle groenelementen nu op beeldkwaliteitsniveau B worden beheerd. Extensief beheer vindt niet plaats op B niveau. De bijdrage aan de ecologie is dan leidend en niet het beeld. Het beheer vindt daarom plaats op frequentie. Natuurtechnisch maaien wordt volgens de richtlijnen van Kleurkeur (Vlinderstichting) gedaan. In het huidige beheerplan wordt er tussen, maar ook binnen, bepaalde beheerelementen onderscheid gemaakt in de beeldkwaliteit waarop het wordt beheerd. Het beheer wordt uitgevoerd op één niveau, dit werkt efficiënter.
3.2 Wat is de visie op een groener Uitgeest?
De in 2019 vastgestelde Omgevingsvisie van Uitgeest, beschrijft de ambities en koers van de gemeente tot 2030. De gemeente heeft voor zichzelf vier kernopgaven geformuleerd, dit zijn overkoepelende thema’s en hebben betrekking op:
Deze vier kernopgaven hanteert de gemeente als leidraad voor de beslissingen die genomen worden in de fysieke leefomgeving. De vijf geformuleerde pijlers in dit groenplan, sluiten aan op deze kernopgaven en dragen bij aan het realiseren van de kernopgaven.
Het belang van openbaar groen wordt ook in het samenwerkingsakkoord ‘Uitgeest, Sterk in samenwerken! 2022-2026’ onderschreven. In dit akkoord staan de afspraken die de partijen met elkaar gemaakt hebben. Twee afspraken hebben specifiek betrekking op het openbare groen in de gemeente.
Openbare ruimte. De waardering voor het buitenleven neemt toe en het openbaar groen is ook cruciaal voor een gezond en duurzaam leven waarin we buiten sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Dit biedt kansen om integraal naar de inrichting van de openbare buitenruimte te kijken en naar de routes en verbindingen, denk bijvoorbeeld aan wandelroutes in en om het dorp voor een rondje Uitgeest. In het algemeen moet er bij de inrichting aandacht zijn voor inwoners die een fysieke beperking hebben, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen.
Klimaatadaptatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bij planten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie.
Vanaf 2019 tot eind 2025 is er beleid geweest voor de verkoop en verhuur van snippergroen. Met snippergroen wordt bedoelt: openbaar groen die a) direct grenst aan particulier eigendom, b) niet bijdraagt aan de functies van de openbare ruimte, en c) geen deel uitmaakt van de gemeentelijke groenstructuur.
Vanaf eind 2025 is het voor inwoners niet meer mogelijk om snippergroen te kopen of huren van de gemeente. Door de verschillende opgaven die de gemeente heeft, waarbij het openbaar groen een belangrijke rol speelt, is besloten te geen snippergroen meer te verhuren en verkopen. Huidige huurovereenkomsten tussen inwoners en de gemeente blijven ongewijzigd. In een enkel geval krijgt een huidige huurder van snippergroen een eenmalig aanbod om het perceel te kopen. Bij het te koop aanbieden van een perceel wordt rekening gehouden met a) strategisch grondbeheer voor toekomstige ontwikkelingen, b) het ontstaan van een logische perceelgrens met aangrenzende percelen en c) de mogelijkheid om het perceel als gemeente te beheren.
4.1 Groenstructuren en groenparels
Structurerend groen binnen de bebouwde kom
Aan beide zijden van het spoor heeft de gemeente groenstructuren lopen (afbeelding 8). Een groenstructuur vormt een verbinding tussen de groene buitengebieden en groen in de bebouwde kom. Flora en fauna soorten kunnen zich via deze structuren verplaatsen tussen het openbaar groen en de natuurgebieden rondom het dorp. Het buitengebied bestaat uit meerdere Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden (afbeelding 9), dit zijn natuurgebieden en verbindingen daartussen. De verplaatsing van soorten wordt nog eens bevorderd doordat verschillende plekken in de groenstructuur een combinatie van water en groen is. Naast het bevorderen van de biodiversiteit, nodigen de groenstructuren ook uit tot bewegen. Het is belangrijk dat de groenstructuur behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt.
In het noordelijke deel bevindt de groenstructuur zich langs de Geesterweg (afbeelding 10). Ook zijn er oost-west verbindingen, hierdoor is het groen in de bebouwde kom en de groenstructuur beter verbonden. In Waldijk lopen er verschillende groenstructuren door de wijk heen. Deze hebben een verbinding met Park Waldijk (afbeelding 11) dat gelegen is naast de Haverkamplaan en De Darse .
In 2026 wordt in de gemeente een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld. Een SMP is een plan dat voor de hele gemeente wordt opgesteld ter bescherming van aanwezige gebouw bewonende beschermde soorten, zoals vleermuizen. Hierdoor is individueel ecologisch onderzoek per woning niet meer nodig bij bijvoorbeeld woningisolatie.
Het SMP streeft naar het waarborgen en versterken van de staat van instandhouding van de beschermde soorten. Dit wordt bereikt door het implementeren van maatregelen zoals het aanbrengen van voorzieningen voor soorten zoals de vleermuis, gierzwaluw en huismus in nieuwbouwwoningen. Maar ook het behouden en creëren van nieuwe groenstructuren en het opzetten van ecologisch beheer is hierbij essentieel. Het SMP resulteert in het behouden en verbeteren van de staat van instandhouding van deze soorten en door de gebiedsgericht aanpak herstelt de natuur beter.
De gemeente Uitgeest heeft zeven (potentiële) groenparels in het binnen- en buitengebied. Deze staan beschreven in het groenbeleidsplan 2016-2025 en zijn destijds aangewezen op basis van hun (historische) locatie. Het dorp Uitgeest kent relatief weinig openbare groene ruimtes. Het is daarom zaak om te koesteren wat er is.
Uitgeest is herkenbaar als een op een strandwal liggend geestdorp. Dit komt onder andere door de kenmerkende noord-zuid structuur van het oude hart, met drie noord-zuid gerichte wegen. Langs ieder van deze drie noord-zuid wegen is een groenparel aangewezen. In dit plan worden de vier groenparels binnen het bebouwd gebied uitgelicht.
Groenparel 1: Omgeving Hervormde kerk: Regthuysplein, de begraafplaats en het bosje.
De omgeving van de Hervormde kerk is een van de meest historische locaties in Uitgeest en bestaat uit het Regthuysplein, de begraafplaats en een ten noorden van de begraafplaats gelegen bosje.
Het Regthuysplein wordt gekenmerkt door monumentale bomen en historische bebouwing.
Op de begraafplaats bevinden zich 5 lindes die op het Landelijk Register Monumentale Bomen staan.
De waardevolle bomen op het plein worden op dusdanige wijze verzorgd dat ze hun gezondheid behouden en kunnen groeien.
Groenparel 2: Het plein voor het gemeentehuis
Het aan de Middelweg gelegen plein voor het gemeentehuis is een van de weinige openbare ruimtes in het oude hart van Uitgeest. De openbare ruimte is ingericht met straatmeubilair en de bomen zijn vrij klein. Het plein heeft door de centrale ligging aan een van de oude dorpslinten, alsmede de ligging aan een prominent uit het jaar 1893 stammend pand, de potentie een groenparel te worden. Het kan een bijzondere openbare ruimte voor het hart van Uitgeest worden. Grote bomen kunnen daar een belangrijke rol bij spelen.
Ambitie: Er wordt onderzocht wat haalbaar is op deze locatie wat betreft de opwaardering van het groen, en het behouden van de publieke functie.
Groenparel 3: Omgeving Katholieke kerk: voorplein en begraafplaats
De openbare ruimte voor de entree van de Katholieke kerk kent enkele grote bomen en is een kenmerkende plek voor de gemeente. Deze bomen krijgen net als de bomen op het Regthuysplein, wanneer het nodig is, extra verzorging waardoor ze gezond blijven.
Groenparel 4: Plantsoen tussen Westergeest en Middelweg
Het plantsoen gelegen tussen Westergeest en de Middelweg is een van de weinige groene openbare ruimtes in het oude hart van Uitgeest. Deze locatie is ingericht als gedenkplaats voor veteranen en een plek om te verblijven. Het plantsoen is ingericht met vaste, kenmerkende planten. Het plantsoen nodigt inwoners uit om er te verblijven.
6.1 De ambities en manier van werken per pijler
Om invulling te geven aan de verschillende opgaven zijn er ambities en aansluitende acties geformuleerd. Ook is te lezen hoe wij invulling geven aan de opgaven. De onderstaande icoontjes worden gebruikt om het bovenstaande inzichtelijk te maken.
Het thema ‘bomen’ wordt hier als aparte pijler behandeld, maar levert uiteraard ook een bijdrage aan de overige pijlers.
Het bomenbeleid- en beheer is gericht op het creëren en in stand houden van een gezond, divers en toekomstbestendig bomenareaal. Daarnaast is het van belang dat het huidige bomenareaal beter beschermd wordt. Dit moet ertoe leiden dat de oppervlakte boomkroonbedekking (afbeelding 20) van de gemeentelijke bomen wordt vergroot. Dit is een opgave vanuit de EU Natuurherstelwet.
De boomkroonbedekking is het percentage van de ondergrond dat wordt bedekt door de kronen (takken en bladeren) van de bomen. De afgelopen jaren lag de nadruk op het laten toenemen van het aantal bomen. Het aantal bomen zegt alleen niks over de bedekking die de kronen geven op de ondergrond.
Volwassen bomen in de openbare ruimte zijn in te delen in drie verschillende groottes: de 1e, 2e en 3e orde grootte (afbeelding 21). Wanneer het over de 1e, 2e en 3e orde van grootte gaat, wordt hiermee de gedoeld op de volwassen grootte die een boom kan halen. In afbeelding 21 is het verschil te zien tussen de kroongroottes van de bomen en de bedekking die dat geeft op de ondergrond die ze als eindbeeld hebben. Tien bomen van de 1e orde grootte bomen hebben een veel grotere kroonbedekking dan tien bomen van de 3e orde grootte, en dragen daardoor veel meer bij aan klimaatbestendigheid en andere functies die bomen leveren (afbeelding 22). Wanneer er beredeneerd wordt vanuit de bijdrage die een boom kan leveren, kan dit beter vanuit de boomkroonbedekking dan vanuit het aantal bomen.
Sinds 2024 geldt de EU Natuurherstelwet. Hierin staat dat er vanaf 2024 tot 2031 geen nettoverlies van stedelijke boomkroonbedekking mag zijn. Vanaf 2031 moet de stedelijke boomkroonbedekking toenemen. Het doel is dat er een minimale bedekking van 10% wordt bereikt. In het berekenen van deze bedekking wordt er gekeken naar alle bomen binnen de gemeentegrens, niet alleen naar gemeentelijke bomen. De situatie in 2025 was dat de gemeente Uitgeest een boomkroonbedekking van 4,1 % had. Vanuit de EU Natuur-herstelwet moet de gemeente zich ook inzetten om bomen buiten het gemeentelijke areaal (bomen van particulieren en (natuur) organisaties), beter te beschermen en behouden. Gemiddeld vormt het gemeentelijk bomenareaal in Nederland maar 20% van het totaal aantal bomen in een gemeente.
Door in te zetten op een duurzaam bomenareaal waarbij bomen tot volle wasdom kunnen groeien, levert een boom maximaal bij aan de boomkroonbedekking en aan de ander functies van een boom (afbeelding 22). Deze functies hebben betrekking tot het verbeteren van de gezondheid doordat bomen verkoeling bieden. Ook speelt een boom, en dan met name een van de 1e orde grootte, een belangrijke bijdrage aan het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Daarnaast zijn bomen belangrijk voor een heleboel diersoorten, bijvoorbeeld voor vogels, vleermuizen en insecten.
9. Financiële uitwerking ambities
Financiële verwerking wordt weergegeven in bestuurlijke aanbieding.
(volgt na vaststelling beleidsdeel)
Bijlage I: Europese Natuurherstelwet
Bijlage II: Resultaten enquête groenbeheer- en beleid
Bijlage III: Evaluatie groenbeleid 2016-2025
Bijlage IV: Evaluatie groenbeheerplan 2017-2021
Bijlage V: Condities voor Basiskwaliteit natuur (inrichting, abiotiek, beheer)
Bijlage VI: Regels provincie Noord-Holland molenbiotoop
Bijlage VII: Unielijst invasieve exoten
Bijlage: VIII: Waardevolle bomenlijst
Bijlage IX: Landelijke wetgeving
Bijlage I: Europese Natuurherstelwet
Volledige Europese Natuurherstelwet: pdf
Het doel van de wet is de schade aan de Europese natuur tegen 2050 compleet te herstellen. De wet kent doelstellingen voor natuurherstel in verschillende, aangetaste ecosystemen.
Lidstaten zijn verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle, in lijsten genoemde, beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Tot in 2030 moeten lidstaten bij de uitvoering van de herstelmaatregelen prioriteit geven aan Natura 2000-gebieden. Voor Natura 2000-gebieden geldt al een verslechteringsverbod, dat voortkomt uit de reeds bestaande Europese Habitatrichtlijn. Oftewel, deze gebieden mogen niet achteruitgaan. Dit verslechteringsverbod wordt niet uitgebreid naar gebieden buiten de Natura 2000-gebieden. Er is tot 2030 geen wettelijke herstelverplichting om maatregelen voor andere gebieden binnen deze ecosystemen te implementeren.
Het akkoord stelt enkele specifieke doelstellingen om de aangetaste ecosystemen te herstellen. (In groen de doelstellingen die op het groenbeleid van toepassing zijn)
Landbouwecosystemen: stijgende trend creëren voor minstens twee van de drie indicatoren: (1) de aantallen grasvlinders en akker- en weidevogels, (2) het aandeel organische koolstof in minerale akkerbodems en (3) het aandeel landbouwgrond met zeer uiteenlopende landschapselementen. Vernatten van veengebieden: herstel van 30% in 2030, 40% in 2040 en 50% in 2050. Dit houdt echter geen verplichting in voor landbouwers en particuliere grondeigenaren.
Het Rijk stelt een Nationaal herstelplan op, deze dient uiterlijk medio 2026 ingediend te worden bij de EU. Wanneer dit Nationaal herstelplan is opgesteld, weet de gemeente Uitgeest wat dit gaat betekenen voor het groenbeheer.
Bijlage II: Resultaten enquête groenbeheer- en beleid
Vraag 1: In welke wijk woont u?
Waardering en beleving openbaar groen
Vraag 3: Hoe zou u het groen in Uitgeest omschrijven?
Vraag 4: Welk type groen ziet u het liefst?
Vraag 5: Hoe beoordeelt u het onderhoud van het groen in de gemeente?
Vraag 6: Vindt u dat het openbaar groen in de hele gemeente op niveau B onderhouden moet worden?
Vraag 7: Alleen beantwoorden als u bij vraag 6 B het 2e antwoord heeft gekozen: Bent u bereid om meer te betalen voor een hogere beeldkwaliteit?
Vraag 8: Wilt u dat waardevolle bomen beter worden beschermd door deze op een lijst met waardevolle bomen te plaatsen? Onder waardevolle bomen vallen: monumentale bomen (vanaf 80 jaar), bijzondere bomen (vanaf 50 jaar) en herdenkingsbomen. Bomen die op de waardevolle bomenlijst staan, worden beschermd tegen onnodige kap omdat er een kapvergunning nodig is.
Vraag 9: Alle waardevolle bomen worden door de gemeente elke 3 jaar gecontroleerd. Wilt u dat er op de lijst van waardevolle bomen zowel gemeentelijke als particuliere bomen komen? De particuliere bomen moeten door bewoners zelf worden opgegeven.
Vraag 10: Wilt u dat de gemeente een kapvergunning invoert? Zo ja, voor welke bomen?
Vraag 11: De gemeente zet zich in om de biodiversiteit te verbeteren. Dit doen wij o.a. door inheemse planten te planten en minder te maaien waardoor er meer kruiden gaan bloeien. Wilt u dat de gemeente nog meer doet voor de biodiversiteit?
Vraag 12: Welke maatregelen zou de gemeente moeten nemen om de biodiversiteit te verbeteren? (meerdere antwoorden mogelijk)
Vraag 15: Krijgt u genoeg mogelijkheden om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen in uw woonomgeving?
Vraag 16: Hoe tevreden bent u over de communicatie van de gemeente over het beheer en beleid van het openbaar groen?
Vraag 17: Hoe belangrijk vindt u het dat de gemeente communiceert over het beheer en beleid van het openbaar groen?
Bijlage III: Evaluatie groenbeleid 2016-2025
Bijlage IV: Evaluatie groenbeheerplan 2017-2021
Bijlage V: Condities voor Basiskwaliteit natuur (inrichting, abiotiek, beheer)
|
8% van het totaal aantal bomen met een leeftijd van 80 jaar of ouder |
|||
Bijlage VI: Regels provincie Noord-Holland molenbiotoop
De algemene ambitie van de provincie Noord-Holland is om bij te dragen aan het zichtbaar houden van draaiende molens in het landschap.
De molenbiotoop, de vrije ruimte rond de molen, is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen. Deze dient zowel om de zichtbaarheid van de molen en de karakteristiek van de omgeving in stand te houden als om de windvang voor het daadwerkelijk functioneren te borgen. Binnen deze molenbiotoop mag bebouwing en begroeiing de windvang niet belemmeren.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de molenbiotoop, de vrije ruimte rond molens. De 1:100 regel, dit komt erop neer dat elke 100 meter verder vanaf de molen het obstakel één meter hoger mag zijn.
binnen 100 tot 400 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek.
Bijlage VII: Unielijst invasieve exoten
Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Deze soorten staan op de zogenoemde Unielijst: Unielijst invasieve exoten | Invasieve exoten | NVWA
Invasieve planten op de Unielijst - Terrestrische planten
|
Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii synoniem Koenigia polystachya) |
|||
|
Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus) |
|||
|
Basterdduizendknoop (Fallopia bohemica, synoniem Reynoutria × bohemica) |
|||
|
Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum) |
|||
|
Bleekgele acacia (Acacia mearnsii) |
|||
|
Boomwurger (Celastrus orbiculatus) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 5 jaar na de datum bovenin de tabel in. |
|||
|
Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata) |
|||
|
Klimopkruiskruid (Delairea odorata) |
|||
|
Fraai lampenpoetsersgras (Cenchrus setaceus, synoniem Pennisetum setaceum) |
|||
|
Gewone gunnera (Gunnera tinctoria) |
|||
|
Gestekelde duizendknoop (Persicaria perfoliata, synoniem Polygonum perfoliatum) |
|||
|
Hakea (Hakea sericea) |
|||
|
Hemelboom (Ailanthus altissima) |
|||
|
Hoog pampagras (Cortaderia jubata) |
|||
|
Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, synoniemReynoutria japonica) |
|||
|
Japanse klimvaren (Lygodium japonicum) |
|||
|
Japans steltgras (Microstegium vimineum) |
|||
|
Kudzu (Pueraria montana var. lobata) |
|||
|
Mesquite (Prosopis juliflora) |
|||
|
Oosterse hop (Humulus scandens) |
|||
|
Papiermoerbei (Broussonetia papyrifera) |
|||
|
Perzische berenklauw (Heracleum persicum) |
|||
|
Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) |
|||
|
Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) |
|||
|
Roze rimpelgras (Ehrharta calycina) |
|||
|
Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis, synoniem Reynoutria sachalinensis) |
|||
|
Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus) |
|||
|
Sosnowsky's berenklauw (Heracleum sosnowskyi) |
|||
|
Struikaster (Baccharis halimifolia) |
|||
|
Talgboom (Triadica sebifera) |
|||
|
Wilgacacia (Acacia saligna) |
|||
|
Zijdeplant (Asclepias syriaca) |
Invasieve planten op de Unielijst – Water- en oeverplanten
|
Alligatorkruid (Alternanthera philoxeroides) |
|||
|
Grote vlotvaren (Salvinia molesta) |
|||
|
Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) |
|||
|
Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) |
|||
|
Moeraslantaarn (Lysichiton americanus) |
|||
|
Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum) |
|||
|
Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum) |
|||
|
Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides) |
|||
|
Smalle waterpest (Elodea nuttallii) |
|||
|
Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major) |
|||
|
Watercrassula (Crassula helmsii) |
|||
|
Watersla (Pistia stratiotes) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 2 jaar na de datum bovenin de tabel in. |
|||
|
Waterhyacint (Pontederia crassipes, synoniem Eichhornia crassipes) |
|||
|
Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora) |
|||
|
Waterwaaier (Cabomba caroliniana) |
Bijlage VIII: waardevolle bomenlijst
De waardevolle bomenlijst bestaat uit twee categorieën:
Aanwijscriteria waardevolle bomen
Monumentale leeftijd van minimaal 80 jaar
Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of houtopstand. Het plantjaar van de boom of de stamdiameter wordt als criterium hiervoor gebruikt. Een boom wordt in de gemeente waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is, wat overeen komt is met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld (uitgezonderd snelgroeiende soorten). Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 80 centimeter stamdiameter komt overeen met 250 centimeter stamomtrek.
Ecologische waarde voor aanwezige flora en fauna
Bomen en houtopstanden zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit en kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Het gaat hier om bomen waarbij na kap een andere boom de functie niet zomaar kan overnemen (en mitigerende maatregelen dus niet voldoende zouden zijn). Ecologisch waardevolle bomen zijn tenminste 50 jaar geleden aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.
Specifieke bomen en houtopstanden kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of monument hebben vaak grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn bomen die onderdeel zijn van het ontwerp en het aanzicht van het stadsgezicht of monument bepalen. Denk bijvoorbeeld aan leilinden voor een monumentale boerderij.
Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere (maar niet uitsluitend):
Voor cultuurhistorisch waardevolle bomen geldt geen minimumleeftijd.
Bijzondere boomsoorten kunnen ook boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. Of er is sprake van een weinig voorkomende soort.
Een boom of houtopstand is waardevol als bijzonderheid indien deze voor de leefomgeving van grote waarde is en bij kap niet makkelijk meer door herplant een nieuw exemplaar gerealiseerd kan worden. Dergelijke bomen komen weinig voor binnen de gemeente (maximaal 10 volwassen exemplaren) en kunnen dan ook zeldzaam genoemd worden
Beeldbepalende waarde voor de openbaar toegankelijke leefomgeving of de herkenbaarheid op straat-, wijk- of dorpsniveau
Een boom is beeldbepalend als deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of als de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau.
Bij particulieren staan de bomen vooral in voor‐ en zijtuinen. Ze spelen een grote rol in het straatbeeld van de gemeente, want de habitus (vorm van de boom) is zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied. Soms gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat.
De boom of houtopstand is van een dusdanige omvang dat deze vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, of is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, dan speelt de omvang geen rol. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom of houtopstand kan mede bepalend zijn voor opname op de waardevolle bomenlijst.
Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich toont. In specifieke gevallen geldt dit ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom, maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen 1 kroon vormen.
Een boom heeft beeldbepalende waarde als deze tenminste 50 jaar geleden is aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.
Aandragen bomen waardevolle bomenlijst
Bij het opstellen van de waardevolle bomenlijst is de werkwijze in het startjaar als volgt: de gemeentelijke en particuliere waardevolle bomen worden aangewezen door de gemeente. Wanneer er een particuliere boom is aangewezen om opgenomen te worden op de waardevolle bomenlijst, wordt de bewoner hierover geïnformeerd. De bewoner kan bezwaar maken tegen dit besluit.
De waardevolle bomenlijst wordt elke vier jaar geactualiseerd. Voorafgaand aan de actualisatie wordt de inwoners gevraagd of zij hun boom willen aandragen. De gemeentelijks waardevolle bomen worden aangedragen vanuit de gemeente.
Alle waardevolle bomen worden elke drie jaar gecontroleerd (attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd), dit heet een boomveiligheidscontrole (BVC). Bewoners met een boom op de waardevolle bomenlijst krijgen de boomrapportage van deze controle. Eventuele maatregelen die genomen dienen te worden om de gezondheid en veiligheid van de boom te borgen, zijn voor rekening van de inwoner.
Als een boom op de bomenlijst staat, dan is een omgevingsvergunning (kapvergunning) verplicht om een boom te verwijderen. Dit geldt voor zowel gemeentelijke als particuliere waardevolle bomen. De vergunning moet aangevraagd worden bij de gemeente. Een kapvergunning wordt alleen bij uitzondering verleend. Alternatieven moeten zijn onderzocht en daaruit moet zijn gebleken dat die niet haalbaar zijn. Bovendien:
Bijlage IX: Landelijke wetgeving
C4.5.2 Bomen, Bossen en Natuur
‘Biodiversiteit én biomassa in aantrekkelijkste koolstofopslag van Nederland’
Bomen, bossen en natuur leggen al veel koolstof (CO2) vast. Een toename van bomen, bossen en natuur (ten opzichte van het business as usual scenario) leidt dus tot ‘klimaatwinst’ die bijdraagt aan de opgave voor 2030 en nadrukkelijk ook 2050. Vroeg initiëren, ook met het oog op 2050, is noodzakelijk. Natuurlijke koolstofvastlegging is namelijk een proces van lange adem. Partijen werken aan een klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, en ondersteunen elkaar daar waar nodig en mogelijk. Partijen in dit domein zetten zich gezamenlijk in voor vier maatregelen die in 2030 tot een klimaatwinst van ten minste 0,4 Mton CO2/jaar moeten leiden en streven naar zo mogelijk 0,8 Mton/jaar in 2030:
Uitbreiding bos en landschap. Door aanleg van extra bomen, bos- en natuurgebieden binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland, in de openbare ruimte, bij infrastructuur en op landbouwgrond wordt de CO2-vastlegging vergroot. Hierbij worden nationale parken en doelen voor onder andere biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit, verstedelijkingsopgaven en recreatie maximaal mee gekoppeld.
Versterking koolstofvastlegging in de keten. Door het gebruik in de keten van hout, maaisel en andere natuurproducten (cascadering) die vrijkomen bij het beheer van de groene ruimte wordt de CO2-vastlegging vergroot en wordt CO2-uitstoot als gevolg van gebruik van alternatieve bouwmaterialen voorkomen. 141 Van belang is dat bij deze maatregelen actief wordt gezocht naar win-win combinaties met biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt op korte termijn de ontwikkeling een (wetenschappelijke) kennisbasis, die met behulp van pilots in beeld gebracht kan worden.
Burgerlijk wetboek – Zorgplicht bomen
Er is naast de zorgplicht voor eenieder van de Wnb ook een zorgplicht van de eigenaar van een of meer bomen. Deze zorgplicht dient ter bescherming van medeburgers en hun eigendommen. De oorsprong van deze zorgplicht is te vinden de voorschriften over ‘onrechtmatige daad’ in Boek 6 van het Burgerlijk wetboek (BW), te weten artikel 6.162. De zorgplicht voor bomen betekent dat de boomeigenaar zijn boom moet onderhouden en regelmatig inspecteren ten behoeve van de veiligheid.
Omgevingswet & Aanvullingswet Natuur Omgevingswet
Artikel 2.6. (ontheffingen soortenbeschermingsverboden)
Ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste, derde of vierde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid in samenhang met 3.8, eerste lid, artikel 3.32, tweede lid, of 3.34, derde of vijfde lid, en opdrachten als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet.
Onderdelen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die onherroepelijk is, die betrekking hebben op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als onderdelen van een omgevingsvergunning voor meer activiteiten als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet, die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet.
Verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die zijn gegeven voor aanvragen van een omgevingsvergunning die ook betrekking heeft op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als instemmingen als bedoeld in artikel 16.16 van de Omgevingswet.
Vrijstellingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee, zoals deze gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, gelden als afwijkingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee.
Artikel 2.6a. (gedoogplicht maatregelen dieren en planten)
Besluiten als bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, eerste lid, van de Omgevingswet.
Besluiten als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, tweede lid, van de Omgevingswet.
Artikel 2.7. (overige regels flora en fauna)
Benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 3.41, derde lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 17.2, eerste lid, van de Omgevingswet.
De artikelen 18.16a en 18.16b van de Omgevingswet zijn van overeenkomstige toepassing op dieren, planten of producten van planten of dieren of eieren die in strijd met de Flora- en faunawet of de Wet natuurbescherming binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht.
Artikel 2.8. (houtopstanden en hout)
Meldingen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming gelden als meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet.
Verboden als bedoeld in artikel 4.2, derde lid, van de Wet natuurbescherming, vastgesteld bij:
–beschikking die onherroepelijk is, gelden als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet,
–verordening, gelden maatwerkregels in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, van de Omgevingswet.
Ontheffingen als bedoeld in artikel 4.5, eerste of derde lid, of artikel 4.9 van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als besluiten tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet.
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Geen gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw
Als professionele gebruiker mag u alleen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken op bedrijven in de land- en tuinbouw die gewassen telen of kweken.
U mag deze middelen niet gebruiken als u in een andere sector werkt. Ook niet als u hovenier, groenaannemer, medewerker van de gemeente of een andere professional in het groen bent. Als professionele gebruiker mag u ook geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die zijn toegelaten voor particulier gebruik.
Professioneel gebruik op plaatsen als bedrijventerreinen, plantsoenen, tuinen, parken, bossen, wegen, pleinen en openbare parkeergelegenheden is niet toegestaan.
Deze regel is ingesteld om de risico’s voor mens, dier en milieu te beperken en staat in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Gedragscode soortenbescherming gemeenten 2025
Deze gedragscode is bedoeld voor het zorgvuldig handelen bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen met wettelijk beschermde soorten. Deze flora- en fauna-activiteiten dienen te vallen onder ruimtelijke ontwikkeling of inrichting (RO) of onder bestendig beheer of onderhoud (BB), zie artikelen 11.45, 11.53 en 11.59 in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als onderdeel van de Omgevingswet.
Deze gedragscode voorziet daarin op 2 niveaus:
Praktische borging: Deze gedragscode beschrijft hoe het zorgvuldig handelen specifiek en aantoonbaar dient te worden ingevuld. Omdat er bij gemeenten en bedrijven en organisaties die in opdracht en/of onder regie van gemeenten werken meestal een duidelijke organisatorische scheiding is, tussen het werkproces “ruimtelijke ontwikkeling of inrichting” en het werkproces “bestendig beheer of onderhoud”, zijn deze processen in deze gedragscode in twee aparte delen uitgewerkt.
Bijlage X: Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, Gezond, Duurzaam’
In de Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, gezond, duurzaam’ beschrijft Uitgeest haar ambities en koers tot 2030 (met een doorkijk naar de periode daarna) voor de ontwikkeling van de woon-, werk- en leefomgeving op haar grondgebied. Groen speelt een rol in: a) de ruimtelijke kwaliteit, b) een gezond, sociaal en vitaal Uitgeest en c)meen duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Uitgeest.
Het overkoepelende doel van het Programma Klimaat is om bij te dragen aan de CO2-reductiedoelstellingen uit het Klimaatakkoord (49% reductie in 2030 t.o.v. 1990), de leefomgeving klimaatbestendig in te richten zoals omschreven is in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en toe te werken naar een Circulaire Economie in 2050.
Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten: Beleidsplan & uitvoeringsprogramma 2023-2026
Dit beleidsplan & uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de pijler klimaatadaptatie uit het programma Klimaat 2021-2025, en benoemt de volgende punten die betrekking hebben op het groenbeleid:
Programma Water en Riolering 2023-2026
We streven ernaar om het rioleringssysteem en de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen de ideeën daarvoor af met andere gemeentelijke vakdisciplines en integreren de werkzaamheden; als we straten opengooien voor rioleringswerkzaamheden verbeteren we waar mogelijk ook de afvoer van water op straat en de kwaliteit van het groen. De werkzaamheden in de openbare ruimte beogen ook om water meer ruimte te geven en beter zichtbaar te maken. Ook willen we de beleving bij inwoners van water en groen versterken.
C. Vergroenen van de openbare speelruimte en natuurlijk spelen
Veel speelplekken zijn nu al groen. Met name doordat veel toestellen op gras zijn geplaatst. Ook in Uitgeest is het echter belangrijk om in te zetten op de vergroening binnen het stedelijk gebied. Omwille van klimaatadaptatie, maar ook om de verbinding te maken tussen buiten zijn/spelen en natuur (zie ook de Omgevingsvisie van Uitgeest).Hiervoor kan op speelplekken meer worden ingezet op natuurlijke ondergronden zoals bijvoorbeeld gras, maar ook beplanting en bomen die zorgen voor extra beschutting. Vergroening zorgt daarbij naast verkoeling ook voor het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater en biedt bij de juiste toepassing extra speel- en verblijfswaarde voor een plek. Ook stimuleren we hiermee het informeel en spontaan spelen in het groen.
Samenwerkingsakkoord Uitgeest 2022
Goede leefomgeving. We willen allemaal wonen in een fijne en leefbare omgeving. Daarom zetten wij bij de realisatie van woningen in op bebouwing die past binnen het dorpse karakter, waarbij er aandacht is voor de leefbaarheid o.a. met betrekking tot parkeren en afvalinzameling. Daarnaast moeten woningbouwplannen worden voorzien van een groenplan.
Hoofdstuk 3: Verkeer en Vervoer
Openbare ruimte. De waardering voor het buitenleven neemt toe en het openbaar groen is ook cruciaal voor een gezond en duurzaam leven waarin we buiten sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Dit biedt kansen om integraal naar de inrichting van de openbare buitenruimte te kijken en naar de routes en verbindingen, denk bijvoorbeeld aan wandelroutes in en om het dorp voor een rondje Uitgeest. In het algemeen moet er bij de inrichting aandacht zijn voor inwoners die een fysieke beperking hebben, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen.
Hoofdstuk 6: Duurzaamheid en klimaat
Klimaatadaptatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bijplanten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie.
Verordening Fysieke Leefomgeving Uitgeest: Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte
Afdeling 4.1 Bewaren van houtopstanden
Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-370688.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.