Verkeersmaatregel Akersteenweg

Ruimte / Mobiliteit / 2026-2513221

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het verlagen van de maximumsnelheid voor de ventwegen aan de zuidzijde van de Akersteenweg.

 

Overwegingen

De Akersteenweg is een gebiedsontsluitingsweg en de ventwegen zijn erftoegangswegen gelegen in de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

De ventwegen aan de zuidzijde van de Akersteenweg zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Maastricht en hebben primair een verblijfs- en ontsluitingsfunctie voor de aanliggende woningen en percelen. De ventwegen worden gebruikt door zowel gemotoriseerd verkeer als fietsers, die gebruikmaken van dezelfde rijbaan. Op deze wegen geldt momenteel een maximumsnelheid van 50 km/uur.

De gemeente Maastricht streeft naar een verkeersveilige inrichting van haar wegennet, waarbij de functie van de weg leidend is voor de toegestane snelheid. De ventwegen aan de zuidzijde van de Akersteenweg hebben geen gebiedsontsluitende functie, maar dienen voornamelijk voor bestemmingsverkeer. Een maximumsnelheid van 30 km/uur sluit daarom beter aan bij de functie en het gebruik van deze wegen.

Door de huidige maximumsnelheid van 50 km/uur ontstaat een relatief groot snelheidsverschil tussen gemotoriseerd verkeer en fietsers. Dit vergroot de kans op verkeersonveilige situaties en verhoogt de ernst van eventuele ongevallen. Door de maximumsnelheid te verlagen naar 30 km/uur wordt het snelheidsverschil tussen auto's en fietsers verkleind, waardoor de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers wordt verbeterd. Daarnaast leidt een lagere rijsnelheid tot een rustiger verkeersbeeld en draagt deze bij aan een prettigere en meer leefbare verblijfsomgeving.

Op de overige ventwegen geldt reeds een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het onderhavige wegvak vormt hierop momenteel een uitzondering. Door ook op deze ventwegen een maximumsnelheid van 30 km/uur in te stellen, ontstaat een eenduidig en herkenbaar snelheidsregime dat beter aansluit bij de functie van de ventwegen en de verwachtingen van weggebruikers

De maatregel past binnen de landelijke uitgangspunten van Duurzaam Veilig en het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030, waarin is vastgelegd dat wegen met een verblijfsfunctie zoveel mogelijk als 30 km/uur-wegen worden ingericht. Tevens sluit de maatregel aan bij het gemeentelijke beleid om de verkeersveiligheid te vergroten en actieve mobiliteit, waaronder fietsen, te stimuleren.

De met dit besluit beoogde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder en schade als bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.

 

Belangenafweging

Bij het nemen van dit verkeersbesluit zijn de verschillende betrokken belangen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. Enerzijds hebben weggebruikers belang bij een goede doorstroming van het verkeer en een vlotte bereikbaarheid van de aanliggende percelen. Anderzijds hebben fietsers, voetgangers, bewoners en overige weggebruikers belang bij een verkeersveilige en leefbare omgeving.

De nadelige gevolgen van de maatregel voor de bereikbaarheid en de doorstroming worden beperkt geacht. De ventwegen hebben voornamelijk een functie voor bestemmingsverkeer en kennen relatief korte rijafstanden. De verlaging van de maximumsnelheid heeft daardoor slechts een zeer beperkte invloed op de reistijd van gemotoriseerd verkeer. Daar staat tegenover dat de maatregel een positieve bijdrage levert aan de verkeersveiligheid, de leefbaarheid en het comfort van alle weggebruikers.

Gelet op het voorgaande zijn burgemeester en wethouders van oordeel dat het belang van het verzekeren van de verkeersveiligheid, het beschermen van weggebruikers en het bevorderen van een veilige inrichting van de weg zwaarder weegt dan het beperkte belang van een hogere rijsnelheid op deze ventwegen. De met dit besluit gediende belangen als bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 wegen daarom zwaarder dan de eventuele nadelige gevolgen voor individuele weggebruikers.

 

Overleg politie

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Akersteenweg uit hun besluit van 19 november 2024, Ruimte / Mobiliteit / 2024-92600;

  • 2.

    door het plaatsen van de borden A1 (30 km) van Bijlage I van het RVV 1990 een maximumsnelheid van 30 km/uur in te stellen voor de ventwegen aan de zuidzijde van de Akersteenweg;

  • 3.

    de borden worden geplaatst zoals aangegeven in de tekeningen “Akersteenweg-ventweg-DO-BRD-1_20260623”, “Akersteenweg-ventweg-DO-BRD-2_20260623” en “Akersteenweg-ventweg-DO-BRD-3_20260623”;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  • 4.

    de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om de Akersteenweg aan te wijzen als voorrangsweg;

  • 5.

    de haaientanden om aan te geven dat het verkeer op de parallelweg van de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 118, voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de hoofdrijbaan van de Akersteenweg;

  • 6.

    de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als eenrichtingsweg:

    • a.

      de parallelweg aan de noordzijde van de Akersteenweg in westelijke richting tussen de huisnummers 5a en 5s;

    • b.

      de parallelweg aan de zuidzijde van de Akersteenweg in oostelijke richting tussen de huisnummers 132 en 188;

    • c.

      de parallelweg bij het tankstation, ter hoogte van huisnummer 216, in oostelijke richting;

  • 7.

    het bord C4 van Bijlage I van het RVV 1990 om het verkeer komend van de 1 juliweg aan te geven dat de hoofdrijbaan van de Akersteenweg van die kant eenrichting is;

  • 8.

    het bord C15 van Bijlage I van het RVV om aan te geven dat het zuidelijk gelegen fietspad ten westen van de 1 juliweg gesloten is voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen;

  • 9.

    de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 om alle bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 10.

    de borden D4 en D6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden om op de Akersteenweg motorvoertuigen te gebieden de rijrichting of één van de rijrichtingen te volgen die op het bord is aangegeven:

    • a.

      nabij de aansluiting met de Raadhuisstraat;

    • b.

      nabij de aansluiting met Onder de Kerk;

    • c.

      nabij de aansluiting met de 1 juliweg;

  • 11.

    het bord D4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB11 ten oosten van de kruising Akersteenweg / Burgemeester Cortenstraat om vrachtauto’s komende uit oostelijke richting te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven;

  • 12.

    de borden D6 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven:

    • a.

      ten westen en ten oosten van de kruising Akersteenweg/Dorpsstraat/Burgemeester Cortenstraat;

    • b.

      ter hoogte van de Akersteenweg huisnummers 226 en 216;

  • 13.

    het bord E4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “maximaal 10 minuten” om aan te geven dat deze gelegenheid een parkeergelegenheid is waar het parkeren is toegestaan voor de duur van maximaal 10 minuten om het informatiebord, ter hoogte van de Uiverstraat, te raadplegen;

  • 14.

    het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB309 om een parkeervak in de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 40, aan te wijzen als een individuele gehandicaptenparkeerplaats;

  • 15.

    de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om de vrijliggende paden van de Akersteenweg aan te wijzen als fiets/bromfietspad;

  • 16.

    de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de haltes aan de Akersteenweg aan te wijzen als bushaltes;

  • 17.

    de doorgetrokken strepen op het wegdek als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990 om aan te geven dat bestuurders deze strepen niet links mogen overschrijden en zich niet links van deze strepen mogen bevinden;

  • 18.

    de gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990, om het parkeren van voertuigen te verbieden ter hoogte van de uitritten langs de Akersteenweg 5b t/m 5s;

  • 19.

    de gele doorgetrokken streep, als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990, om een stopverbod in te stellen aan de zuidzijde van de parallelweg van de Akersteenweg ter hoogte van huisnummer 92;

  • 20.

    het woord “BUS” op het wegdek van de haltekom aan de zuidzijde en aan de noordzijde van de Akersteenweg ter hoogte van de Uiverstraat om deze haltekommen aan te wijzen als busstrook als bedoeld in artikelen 1k en 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurders van een bus en lijnbus mogen worden gebruikt;

  • 21.

    het woord “LIJNBUS” op het wegdek van de noordelijke rijstrook van het gedeelte van de Akersteenweg tussen de grens bebouwde kom tot het punt ter hoogte van huisnummer 190, om deze rijstrook aan te wijzen als busstrook, als bedoeld in de artikels 1j en 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurder van een lijnbus mag worden gebruikt;

  • 22.

    de onderbroken streep en fietsvignetten om aan te wijzen als fietsstrook als bedoeld in artikel 1 lid n van het RVV 1990 de strook ter hoogte van de Akersteenweg huisnummer 14;

  • 23.

    de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering om aan te wijzen als voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990, de oversteekplaatsen:

    • a.

      de oversteekplaats ter hoogte van de Demertstraat;

    • b.

      de oversteekplaats ten westen van de Raadhuisstraat;

    • c.

      de oversteekplaatsen ten westen, zuiden, oosten en noorden van de kruising met de Dorpstraat/Burgemeester Cortenstraat;

    • d.

      de oversteekplaatsen ten westen en ten oosten van de splitsing met de Burgemeester Kessensingel.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht.

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Noteborn,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 3 augustus 2026

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Naar boven