Gemeenteblad van Neder-Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2026, 368615 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2026, 368615 | beleidsregel |
Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe 2026
Artikel 1. Algemene bepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Niet vrij toegankelijke voorziening: een voorziening van de gemeentelijke schuldhulpverlening waarvoor een intake, beoordeling of besluit van het college nodig is; zoals stabilisatie, begeleiding, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of een schuldregeling zonder afloscapaciteit;
Problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart;
Inwoners kunnen zich bij de gemeente melden met een hulpvraag op het gebied van financiën of schulden. Een verzoek loopt via Kernpunt Neder-Betuwe en is vormvrij: bijvoorbeeld telefonisch, per mail of via het online aanvraagformulier op www.kernpuntnederbetuwe.nl.
Na het verzoek, of na hulpacceptatie vanuit de vroegsignalering, volgt een intake waarin het college samen met de inwoner de hulpvraag vaststelt en de inwoner informeert over het proces. Tijdens de intake houdt het college rekening met de financiële situatie en met andere leefgebieden die van invloed kunnen zijn op de hulpverlening.
Tijdens het eerste gesprek kan direct sprake zijn van een aanvraag voor schuldhulpverlening, tenzij de inwoner aangeeft geen verdere hulp te willen. Een eerste gesprek leidt dus niet altijd tot een formele aanvraag. Soms is een enkel gesprek, of een beperkt aantal gesprekken, voldoende om de inwoner verder te helpen. Dit noemen we informatie en advies.
Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Neder-Betuwe 2021 binnen acht weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.
Artikel 7. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de aanvraag tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
Artikel 9. Aanbod schuldhulpverlening
Het aanbod schuldhulpverlening kan bestaan uit informatie en advies, stabilisatie, begeleiding, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of een schuldregeling zonder afloscapaciteit. Als een minnelijke oplossing niet tot stand komt, kunnen vervolgstappen zoals een dwangakkoord of een aanvraag Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) worden onderzocht.
Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast in het plan van aanpak.
Artikel 13. Beëindiging schuldhulpverlening
Als er in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, dan neemt het college contact met de inwoner op en wordt op basis van dat contact onderzocht welke hulp geboden wordt. Voor een niet vrij toegankelijke voorziening zal het college een beschikking afgeven.
Artikel 15. BKR-registratie problematische schulden
Het college kan een melding bij het BKR maken wanneer een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een schuldregeling, conform artikel 17 Bgs en het BKR-reglement. Het college beoordeelt per situatie of registratie proportioneel is en beperkt blijft tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn.
Aldus besloten in de vergadering van 07 juli 2026,
Burgemeester en wethouders van gemeente Neder-Betuwe,
de secretaris,
de burgemeester,
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.
Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening.
Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden – ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een verzoek vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet, accepteert naar aanleiding van vroegsignalering van schulden, wordt dit aangemerkt als een aanvraag.
Na het aanmeldproces volgt een intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is.
In de bepaling is ook vastgelegd dat het college de inwoner tijdens het eerste gesprek informeert over het verloop van het proces. Dit betreft de inspanningen die het college doet om relevante informatie te verzamelen en te ordenen zodat het de inwoner kan ontzorgen en ondersteunen bij het krijgen van inzicht in de financiële situatie. Daarnaast informeert het college de inwoner over de persoonsgegevens die in verband met de schuldhulpverlening verwerkt worden en hoe de schuldhulpverlening er ongeveer uit zal zien. Het gaat dan onder andere om de doelen, de mogelijkheden en de duur van de schuldhulpverlening inclusief nazorg.
Nadat tijdens de intake in één of meerdere gesprekken heeft plaatsgevonden wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.
Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.
Artikel 7. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot schuldhulpverlening krijgen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is ook geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag om zo uitval te voorkomen.
Artikel 8. Inhoud plan van aanpak
Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.
Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel zelfredzaam te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden.
Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.
Artikel 9. Aanbod schuldhulpverlening
Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel zelfredzaam te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd.
Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit de intake kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding.
In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden.
Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.
Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht, voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Bgs kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen. Voor het vergroten van de afloscapaciteit geldt dat de inwoner er onder andere voor moet zorgen dat de inwoner werkt voor zover dat kan of voor zover mogelijk probeert om werk te krijgen, dat de inwoner beschikbaar vermogen inzet om schulden af te lossen en uitgaven zoveel mogelijk probeert te beperken.
Dit artikel regelt dat het college, naast het plan van aanpak, ook invulling geeft aan de begeleiding van de inwoner tijdens het schuldhulpverleningstraject.
Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat er gedurende één jaar nog één of meerdere keren contact met de inwoner wordt opgenomen om na te vragen hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is.
Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval stuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen.
Artikel. 13. Beëindiging schuldhulpverlening
Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.
Als een vroegsignaal wordt ontvangen voor een inwoner waarvan het traject zes maanden of korter is afgesloten, wordt de inwoner uitgenodigd voor een gesprek. Bij voorkeur bij de professional die de inwoner als laatste heeft begeleid.
Artikel 14. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.
Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren. De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding (SH) kan doen bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-368615.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.