Gemeenteblad van Steenbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 368555 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 368555 | overige overheidsinformatie |
Voor u ligt het jaarverslag Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente Steenbergen. Dit verslag geeft inzicht in de uitvoering van de VTH-taken in 2025 en de mate waarin deze hebben bijgedragen aan het realiseren van de doelstellingen uit het Uitvoeringsplan VTH 2025 en het VTH-beleidsplan 2022-2025 (met één jaar verlengd). Op grond van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit is het college verplicht deze taken jaarlijks te evalueren. In dit jaarverslag worden de volgende taakvelden behandeld, voor zover deze betrekking hebben op het omgevingsrecht (niet APV en bijzondere wetten):
De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats op basis van het Uitvoeringsplan VTH 2025, vastgesteld door het college op 28 januari 2025 (inwerkingtreding: 10 april 2025). Waar nodig is gehandhaafd conform de landelijke handhavingsstrategie (LHSO), zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk.
De door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) uitgevoerde VTH-taken zijn opgenomen in de bijgevoegde termijnrapportage 3 over 2025. Het jaarverslag wordt aangeboden aan het college, de gemeenteraad en gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.
lnterbestuurlijk Toezicht (lBT)
Het IBT van de provincie Noord-Brabant beoordeelt jaarlijks de VTH-documenten op actualiteit, tijdige vaststelling en naleving van de procescriteria op grond van de Omgevingswet. Het samenvattend eindoordeel omgevingsrecht over het jaar 2025 was dat de gemeente Steenbergen “voldoet”. Het eindoordeel op basis van punten was 96,67 (van de 100). Dit is een verbetering van 5,49 punten ten opzichte van 2024 (toen 91,18 punten).
Ten aanzien van het VTH-beleidsplan 2022-2025 is het advies meegegeven om de doelstelling volledig SMART-geformuleerd te maken, door de prestatie-indicator ‘meetbaar’ toe te voegen. Verder wordt aanbevolen om in het uitvoeringsprogramma meer expliciete aandacht te besteden aan cultureel erfgoed en om de budgetten van de OMWB ook daarin op te nemen.
Welke ontwikkelingen zijn er in het vakgebied? Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen beschreven die een rol spelen in het VTH-vakgebied en van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Dit zijn landelijke en lokale ontwikkelingen en zaken die doorlopen vanuit voorgaande jaren.
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en vraagt om een andere manier van werken. Deze wet vormt nog steeds de belangrijkste ontwikkeling binnen het VTH-werkveld. Centraal staat een integrale en participatieve benadering, waarbij initiatieven in een vroeg stadium worden afgestemd. Na het transitiejaar 2024, waarin vooral ervaring is opgedaan met de nieuwe werkwijze, stond 2025 in het teken van verdere implementatie in de praktijk. Er is al actief ingezet op het integraal beoordelen van initiatieven en het eerder in het proces afstemmen met initiatiefnemers en ketenpartners, nog vóórdat een formele aanvraag wordt ingediend. Om dit te formaliseren is in 2025 verkend hoe een Omgevingstafel kan bijdragen aan een integrale en efficiënte behandeling van plannen, waarbij verschillende disciplines gezamenlijk tot een afgewogen oordeel komen. Dit wordt verder uitgewerkt in een intern werkproces, wat in 2026 wordt opgeleverd. In 2026 wordt gestart met de interne Omgevingstafel.
Kwaliteitscriteria voor uniforme kwaliteit in VTH
De landelijke kwaliteitscriteria voor VTH (versie 3.0) zijn op 1 januari 2025 ingevoerd. De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie (robuustheid van de taakuitvoering) als de kwaliteit van de medewerkers (kennis en ervaring). Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus is, een inhoudelijke ondergrens en dat de taken belegd worden bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen. Op medewerkersniveau betekent dit o.a. dat voldoende deskundigheid en ‘vlieguren’ (frequente uitvoering) gevraagd worden om de taken adequaat uit te kunnen voeren.
De Wet goed verhuurderschap is sinds 1 juli 2023 van kracht en geeft gemeenten bevoegdheden om op te treden tegen ongewenst verhuurgedrag. De wet stelt regels voor verhuurders en verhuurbemiddelaars en biedt huurders extra bescherming. In 2025 is de eerste melding ontvangen over mogelijk ongewenst verhuurgedrag. Deze melding is in behandeling genomen en heeft bijgedragen aan het verder concretiseren van de gemeentelijke werkwijze rondom de toepassing van de wet. Naar aanleiding hiervan is gestart met het opstellen en borgen van een intern werkproces, zodat toekomstige meldingen op een eenduidige en zorgvuldige manier kunnen worden behandeld. In 2025 zijn nog geen formele besluiten genomen naar aanleiding van de melding omdat het dossier nog doorloopt in 2026.
Vanaf 1 januari 2024 wordt volledig gewerkt in het zaaksysteem Centric Leefomgeving (CLO), waarbij Corsa als archiefsysteem in gebruik blijft. In 2025 is het systeem verder doorontwikkeld en uitgebreid, onder andere voor de behandeling van bezwaar- en beroepszaken binnen VTH, evenals voor APV-vergunningen en principeverzoeken binnen RO. Hoewel er nog digitale aandachtspunten zijn en de werkprocessen continu worden doorontwikkeld en geoptimaliseerd, draagt CLO bij aan een efficiënte en compliant uitvoering van de VTH-processen. Daarnaast is CLO gekoppeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
In het beleidsplan VTH 2022-2025 (zoals eerder genoemd is dit met een jaar verlengd) zijn de doelstellingen voor de beleidsperiode 2022-2026 opgenomen, naast de primaire doelstelling, het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving om een veilige, gezonde en schone fysieke leefomgeving te bereiken. In onderstaande tabel zijn deze doelstellingen opgenomen, met daarachter aangegeven wat wij daarvoor gaan doen en hebben gedaan.
In het beleidsplan VTH 2022-2025 zijn tevens de vijf activiteiten met de hoogste prioriteit weergegeven. In onderstaande tabel zijn deze activiteiten weergegeven, met daarachter een omschrijving van de activiteiten en wat wij hiermee hebben gedaan.
De milieutaken zijn ondergebracht bij de OMWB. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlage: T3 rapportage OMWB januari tot en met december 2025 Gemeente Steenbergen.
Op 24 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Steenbergen de 'Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht' vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de actuele kwaliteitscriteria van toepassing zijn op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders. Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.
Per 1 januari 2025 zijn de nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 in werking treden. Daarom is in 2024 opdracht gegeven aan MasterMeester om een kwaliteitsmeting uit te voeren aan de hand van deze nieuwe kwaliteitscriteria. Doel hiervan is te weten of onze organisatie voldoet aan het kwaliteitsniveau dat is vastgesteld in de ‘verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht’. In 2025 hebben we de uitkomsten van de kwaliteitsmeting ontvangen.
Samengevat volgt dat er gedeeltelijk voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria. In het opgeleverde rapport zijn concrete aanbevelingen gegeven ter verbetering. In 2025 zijn mogelijke oplossingsrichtingen verkend, en zijn er ook al concrete stappen gezet om aan de kwaliteitseisen te voldoen. Op verschillende onderdelen is nog verdere verbetering mogelijk. Daarbij is bewust aangesloten bij lopende ontwikkelingen, zoals de aanbesteding voor constructiewerkzaamheden. Bij het selecteren van een nieuwe constructeur is expliciet getoetst of de betreffende partij voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria. Ook bij het inhuren van externe medewerkers en het werven van nieuw vast personeel wordt hierop gestuurd, door onder andere te letten op opleidingsniveau en ervaring. De verdere uitwerking wordt in de komende periode voortgezet.
In de Jaarstukken 2025 heeft de OMWB in bijlage 2 aangegeven in hoeverre wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0. De slotconclusies op de 0-meting en voortgang zijn hieronder opgenomen.
Uit de update van de toetsing blijkt het volgende:
Op basis van de analyse op de kenniselementen wordt samen met de afdeling HRM een uitvraag gedaan naar de opleidingsmarkt. Omdat er nauwkeurig in beeld is gebracht wie wat nog moet doen, wordt hierop een efficiëntieslag verwacht. Ook wordt er gekeken naar een mogelijke samenwerking met de partners. Daarnaast levert de OMWB voor het beoordelen van de frequentie een uitdraai: “Kritieke massa Frequentie geschreven uren OMWB”. Dit geeft een goed en waarheidsgetrouw overzicht van de continuïteit ( frequentie).
Het e-portfolio Ditkanik.nu wordt door de medewerkers bijgehouden; (nieuwe) bewijsstukken en certificaten worden geüpload en gedeeld met de teammanager. Het vormt de basis voor ontwikkeling. Ook de medewerkers die niet onder een deskundigheidsgebied van de kwaliteitscriteria vallen kunnen hun e-portfolio bijhouden en aanvullen. Verder zal de VTH-monitor onderhouden en geactualiseerd worden, zodat de OMWB blijvend kan aantonen te voldoen aan de kwaliteitscriteria.
Het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht hierop, maakt deel uit van het cluster VTH. De functiescheiding tussen vergunningverleners en toezichthouders is daarbij strikt in acht genomen. Met andere woorden: in de planning en registratie is vastgelegd dat een verleende vergunning niet door dezelfde medewerker wordt gecontroleerd.
* Zonder doorbelasting overhead
De ureninzet is gebaseerd op 1450 uur per fte (exclusief overleg, opleidingen en trainingen, uitgaande van het uurtarief zonder overhead). In totaal is 9.614 uur aan VTH in 2025 besteed.
In het uitvoeringsprogramma voor 2025 was een totaalbedrag van €537.765 (8.939 uur) aan middelen geraamd. Uiteindelijk is €65.267 (675 uur) meer ingezet dan vooraf begroot. Deze overschrijding wordt verklaard door een extra inzet van juridische capaciteit als gevolg van een toename van bezwaar- en handhavingsdossiers en juridische advisering. Daarnaast was extra inzet van vergunningverleners noodzakelijk vanwege een stijging van (complexe) vergunningaanvragen en -meldingen (zie ook hoofdstuk 5).
4.2. Samenwerking, overleg en bereikbaarheid buiten werktijd
Niet alle situaties die worden aangetroffen of worden opgespoord houden op bij de gemeentegrens of bij de bevoegdheid van de ambtenaar. Samenwerking met andere instanties is noodzakelijk en kan leiden tot een andere aanpak en kan er voor zorgen dat meerdere problemen in één keer worden aangepakt en/of worden opgelost.
De gemeente Steenbergen hanteert een 24-uurs bereikbaarheidssysteem. Deze bereikbaarheid werd in 2025 door het cluster VTH samen met de buitendienst gedragen. De calamiteitendienst wordt uitgevoerd door buitendienstmedewerkers van de afdeling BRA en de toezichthouders Fysieke Leefomgeving, zodat adequaat op calamiteiten kan worden gereageerd.
In het beleidsplan VTH 2022-2025 staan de beleidsdoelstellingen beschreven en de daarbij horende activiteiten. Primaire doelstelling is het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving om een veilige, gezonde en schone fysieke leefomgeving te bereiken. In onderstaande tabel zijn de activiteiten opgesomd die hebben bijgedragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen.
Ontvangen aanvragen omgevingsvergunning (reguliere procedure):
Toename van vergunningaanvragen (+53) ten opzichte van kalenderjaar 2024. Het betreft hier zowel de omgevingsplanactiviteiten, als de technische bouwactiviteiten.
Het gaat hier om het houden van toezicht op verleende omgevingsvergunningen.
In de uitvoering is op onderdelen meer fysiek toezicht ingezet dan vooraf gepland, en minder digitaal. Dit hangt samen met de aard van de werkzaamheden en de zichtbaarheid daarvan. In totaliteit is het aantal controles echter in lijn met hetgeen vooraf in het uitvoeringsprogramma is geraamd.
Bij grotere bouwprojecten (prio 1 en 2) is vanaf de start actief toezicht gehouden, met meerdere fysieke controles gedurende het bouwproces. Hierdoor kan tijdig worden gestuurd op kwaliteit en veiligheid en is duidelijk wanneer een project wordt afgerond, nog voordat dit zichtbaar is op luchtfoto’s.
Bij kleinere bouwprojecten (prio 3 en 4) wordt in principe meer digitaal en signaalgestuurd gewerkt, onder andere op basis van luchtfoto’s. In de praktijk blijkt echter dat niet alle ontwikkelingen zichtbaar zijn op luchtfoto’s en dat er in 2025 sprake is van een relatief groot aantal (verwachte) opleveringen. Hierdoor is vaker gekozen voor fysieke controles om een betrouwbaar beeld van de naleving te verkrijgen.
Beeldbepalende panden (cultureel erfgoed): er is bewust gekozen voor meer fysieke controles bij beeldbepalende panden. Dit hing samen met de inwerkperiode van nieuwe toezichthouders, waarbij een nulmeting nodig was om een goed referentiebeeld op te bouwen. Dit vormt de basis voor efficiënter en meer digitaal toezicht in de toekomst.
In 2025 is gebleken dat er steeds meer flexibiliteit nodig is om in te spelen op actuele ontwikkelingen en pieken in de vraag. Vanaf 2026 wordt daarom ingezet op een betere afstemming tussen prioritering, werkvoorraad en inzet, zodat het uitvoeringsprogramma hier realistischer op aansluit.
Er is een toename geconstateerd van +4 handhavingszaken (+ 4). Er zijn meer handhavingsverzoeken ingediend. Daarnaast resulteert het actiever controleren op huisvesting van arbeidsmigranten in meer handhavingsdossiers.
Er is een toename van +8 geconstateerd van de hoeveelheid bezwaarzaken ten opzichte van vorig jaar. Bij een viertal dossiers ook meerdere bezwaarmakers per besluit. Op elk bezwaar wordt een apart besluit genomen, wat dus ook meer inzet vraagt.
Hierbij ontvangt u de derde Termijnrapportage (T3) over 2025. Deze rapportage heeft betrekking op de inspanningen en inhoudelijke resultaten van het gehele jaar. De financiële afrekening van het jaar 2025 heeft reeds in februari 2026 plaatsgehad.
Jaarlijks leggen wij via de Termijnrapportage verantwoording af over onze inspanningen. Doordat de cijfers die via Power BI beschikbaar worden gesteld steeds vollediger zijn, heeft u als onze opdrachtgever meer en beter inzicht in de realisatie van het werkprogramma. De eerste twee Termijnrapportages zijn daarom, in overleg met u, steeds meer gericht op afwijkingen. De T3 blijft echter een uitgebreide rapportage, zoals u van ons gewend bent.
In 2025 is een organisatorische wijziging doorgevoerd binnen de uitvoeringsteams. Het aantal teams is uitgebreid van zeven naar negen. Dit betreft de vorming van een extra toezichtsteam en een extra adviesteam. De bestaande clusters zijn daarbij herverdeeld en ondergebracht in deze nieuwe teams. Met deze herstructurering kunnen wij onder andere beter sturen op de inhoud en de voortgang van de werkprogramma’s, waardoor de uitvoering gerichter en effectiever wordt ondersteund.
Wij hopen en vertrouwen erop dat u deze verantwoording op prijs stelt.
-------- afdelingshoofd Uitvoering Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
De Omgevingswet vereist een nieuwe aanpak: niet alleen de formele volledigheid van aanvragen telt, maar ook de samenhang met het omgevingsplan en het tijdig signaleren van randvoorwaarden. Ontbrekende voorzieningen bij de start van activiteiten vragen actieve communicatie met initiatiefnemers. Bovendien geldt nu per activiteit een aparte melding of informatieplicht, wat parallelle procedures en extra administratieve druk veroorzaakt. Hiervoor is een praktisch aanpak nodig
In het kader van het GUK is gestart met actualisatietoetsen van vergunningen. Per gemeente zijn de oudste 10% vergunningen geselecteerd, voor uw gemeente betekent dit dat er 3 actualisatietoetsen uitgevoerd zijn/worden. Door knelpunten in de datakwaliteit is er gestart in juni, waardoor een deel van de werkzaamheden doorloopt in 2026. Het doel is om alle toetsen begin 2026 af te ronden. De uitvoering ligt op schema; de eerste resultaten laten zien dat actualisatie van vergunningen vaak niet noodzakelijk is. Wel leidt het soms tot vervolgacties zoals intrekking van vergunningen of verbetering van registraties. Na afronding wordt de gemeente geïnformeerd over de uitkomst.
Het aantal in behandeling genomen zaken is afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze daling is vooral zichtbaar bij de informatieplichten. Het aantal aanvragen voor omgevingsvergunning is gelijk gebleven en het aantal meldingen is licht gestegen. Het totale budget is overschreden.
Er waren dit jaar 3 zaken waar meer tijd aan is besteed, zoals een vergunning (uitgebreide procedure) voor een agrarisch toeleverancier aan de Prins Reinierstraat in Steenbergen. Aan deze zaak zijn 2 vergunningverleners toegewezen en er zijn meerdere adviseurs voor geluid, lucht en externe veiligheid bij betrokken. Verder is er ook meer tijd besteed aan een vergunningaanvraag voor een pluimveehouderij aan de Steenbergseweg in Dinteloord, deze zaak betreft een meervoudige aanvraag waar meerdere aspecten spelen, zoals geur, geluid en externe veiligheid. Daarnaast speelt vanwege de ligging gezondheid een rol. De GGD is als externe adviseur betrokken bij deze procedure. Tot slot is er extra tijd besteed aan een vergunningaanvraag voor een varkenshouderij aan de Mariaweg in Dinteloord. Het betreft een complexe aanvraag waar meerdere aspecten spelen, zoals geur, geluid en externe veiligheid. Het bedrijf valt onder de IPPC-richtlijn hierdoor MER-plichtig. Daarnaast speelt vanwege de ligging gezondheid een rol. De GGD is als externe adviseur betrokken bij deze procedure. De procedure is inmiddels afgerond
In totaal zijn bij negen bedrijven ZZS-inventarisaties uitgevoerd. Voor vier bedrijven is de verplichting tot het uitvoeren van een ZZS-inventarisatie vervallen als gevolg van wetswijzigingen bij de invoering van de Omgevingswet of door het meldingsplichtig worden van activiteiten. Twee bedrijven hadden geen ZZS. Eén bedrijf is gestopt met zijn activiteiten. Voor één bedrijf loopt de uitvraag nog. Tot slot is er één bedrijf waarbij uitsluitend potentiële ZZS zijn aangetroffen; hiervoor geldt niet dezelfde wet- en regelgeving als voor ZZS, waardoor er geen VRP is opgevraagd.
Er waren voor dit taakveld 61 controles geprogrammeerd. Er zijn in totaal twee controles in uw opdracht stopgezet en er is extra werk uitgevoerd, waaronder een ongewoon voorval en een verplichte rapportage.
Het toezichtprogramma is geheel afgerond.
Er is één controle t.b.v. mestopslag uitgevoerd onder budget P3, die ter correcte administratieve verwerking is opgenomen binnen de gerapporteerde totalen van P1.
Er wordt aangestuurd op uitvoering van hercontroles binnen twee weken na het verstrijken van de hersteltermijn. De hercontroles die op dit moment nog open staan betreffen hercontroles waarvan de hersteltermijn nog niet is verstreken.
Er wordt aangestuurd op uitvoering van hercontroles binnen twee weken na het verstrijken van de hersteltermijn. De hercontroles die op dit moment nog open staan betreffen hercontroles waarvan de hersteltermijn nog niet is verstreken. Een aantal overtredingen waren niet opgelost nadat de termijn was verstreken. Deze zaken zijn doorgezet naar de afdeling Repressief voor verdere afhandeling.
Naleefgedrag is geen rapportcijfer voor succes of falen. Binnen het risicogericht programmeren richten we ons op de hoogste milieurisico’s. Een lager naleefgedrag kan juist betekenen dat we scherp controleren waar de meeste milieuwinst te behalen is. Een hoog naleefgedrag laat zien dat eerdere keuzes en interventies effect hebben gehad.
Voor repressieve handhaving zijn we afhankelijk van het naleefgedrag van de bedrijven. Als er veel overtredingen worden geconstateerd en overgedragen naar repressieve handhaving dan zijn er veel zaken. Repressieve handhaving is daardoor niet planbaar.
Gedurende het jaar is het repressieve budget niet bijgesteld. Er is sprake van een overschrijding. Er zijn meer zaken opgepakt dan vorig jaar.
Er zijn de nodige uren besteed aan de zaak met betrekking tot het bedrijf aan de Westlandse Langeweg. In deze zaak is het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom kenbaar gemaakt voor een negental overtredingen voornamelijk voor periodieke inspecties en uit te voeren emissiemetingen. Er is een repressieve controle op het voornemen uitgevoerd. Momenteel worden hier de resultaten van verwerkt. Daarnaast zijn de nodige uren besteed aan de zaak met betrekking tot het bedrijf aan de Kapelaan Kockstraat 59. In deze zaak is een verzoek om handhaving ingediend ten aanzien van rook- en geuroverlast. Ten aanzien hiervan is een controle uitgevoerd. De resultaten van deze controle worden momenteel verwerkt.
Voor bezwaar en beroep zijn we afhankelijk van de ingediende bezwaar- en/of beroepsschriften. Als die veel worden ingediend dan zijn er veel zaken. Bezwaar en beroep is daardoor niet planbaar.
Gedurende het jaar is het budget niet bijgesteld. Er is sprake van een overschrijding. Er zijn meer zaken behandeld dan vorig jaar.
Een zaak waar de nodige uren aan zijn besteed heeft betrekking op het bedrijf aan de Boonhil. In deze zaak is een Omgevingsvergunning verleend. Hiertegen is bezwaar gemaakt. De concept-beslissing op bezwaar is opgesteld. Daarnaast zijn er de nodige uren besteed aan de zaak met betrekking tot het bedrijf aan de Van Haaftenweg. In deze zaak is het mer-beoordelingsbesluit ingetrokken en besloten dat een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Hiertegen is bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. Hiertegen is beroep aangetekend. Dit beroep is eveneens ongegrond verklaard.
Het aantal klachten in 2025 (75 klachten) is sterk verminderd in vergelijking met voorgaande jaren en met name ten opzichte van 2024 (181 klachten). Dit is duidelijk terug te zien in het (sterk) verminderd aantal ontvangen 'trillingsklachten' en horeca geluidklachten. Daarbij is de inzet ook sterk verminderd wat heeft bijgedragen aan een verminderde uitputting van het budget.
Maar liefst 98% van de ingediende sloopmeldingen werd akkoord bevonden.
Er zijn 45% van de bedrijfsmatige startmeldingen op locatie gecontroleerd. Het naleefpercentage was 95%.
Er zijn 19 binnengekomen vragen beantwoord.
Tijdens de controle op de locatie Hoogstraat in Steenbergen is geconstateerd dat er een onzorgvuldige asbestverwijdering heeft plaatsgevonden waardoor na de sanering en vrijgave door het laboratorium er op de locatie restanten van de asbesthoudende golfplaten zijn aangetroffen. Er heeft een aanvullende sanering plaatsgevonden, waarna de vrijgavelaboratorium het gebied heeft afgekeurd omdat er alsnog restanten aanwezig waren. Na nogmaals een aanvullende sanering werd het gebied vrijgegeven. Zowel het asbestverwijderingsbedrijf als de vrijgavelaboratorium hebben een waarschuwing ontvangen.
Op diverse locaties blijken geen sloopmeldingen en/of asbestinventarisatierapport te zijn ingediend. Vaak zijn de eigenaren en/of uitvoerders niet op de hoogte van de geldende wet- en regelgeving. Er zijn minder (vrije) veldcontroles uitgevoerd dan beoogd. Om deze reden is er een lagere uitputting van het ingebrachte budget.
Uitvoering asbestsloopgerelateerde activiteiten
Op de locatie Nieuwstad in Steenbergen heeft de eigenaar een schuur gesloopt, waarbij golfplaten zijn verplaatst. Na inventarisatie bleek het om asbestvrije golfplaten te gaan. Omdat er sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd voordat het asbestinventarisatierapport was opgesteld en/of sloopmelding was ingediend, is de eigenaar over de overtreding geïnformeerd om herhaling
Cluster Bodemtoezicht is in 2025 gestart met het toekomstbestendig maken van het team, mede door de uitdagingen van de wet DBA. In 2025 is de formatie van het team op orde gebracht en is er vol ingezet op de uitvoering van de basistaken. In 2026 starten we met een volgende professionaliseringsslag waaronder het vernieuwen van het LPF (Level Playing Field), waarbij het doel is om zo uniform mogelijk toezicht te houden binnen ons beheergebied.
Cluster Bodemtoezicht is in 2025 gestart met het toekomstbestendig maken van het team, mede door de uitdagingen van de wet DBA. In 2025 is de formatie van het team op orde gebracht en is er vol ingezet op de uitvoering van de basistaken. In 2026 starten we met een volgende professionaliseringsslag waaronder het vernieuwen van het LPF (Level Playing Field), waarbij het doel is om zo uniform mogelijk toezicht te houden binnen ons beheergebied.
NIG: Ketengericht milieutoezicht
De ketenaanpak vult de traditionele, inrichtinggerichte risicobenadering aan door te kijken naar hele ketens van activiteiten rondom afval, asbest en bodem. Deze ketens zijn groot, complex en bevatten veel actoren, waardoor er kansen ontstaan voor milieucriminaliteit, vooral wanneer bedrijven meerdere schakels in de keten beheersen.
De kern van de ketenaanpak is het gezamenlijk verzamelen, delen, analyseren en interpreteren van informatie met alle ketenpartners. Door deze gedeelde informatiepositie kunnen gerichte barrières worden opgeworpen tegen malafide bedrijven en schadelijke fenomenen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via handhaving, informatieverstrekking of beleidsaanpassingen, zodat sleutelfiguren en risicovolle werkwijzen effectief worden aangepakt.
Niet elk beoogd en begroot project is (volledig) volgens het werkplan gerealiseerd. Dit heeft te maken met een onderbezetting binnen het programma ketenaanpak, mede het gevolg van ziekteverzuim. Zo is het project asbest in puin niet opgepakt en zal het project ‘’asbestdaken’’ opgepakt worden in 2026.
Het project Co-vergisting is onderzocht maar hier bleken geen aanknopingspunten te zitten om op door te pakken.
Er zijn ook meerdere successen behaald;
Bij het project ‘’Recycling en opslag van textiel’’ is het duidelijk(er) geworden welke bedrijven textiel inzamelen en bij twee van de drie bedrijven die bezocht zijn, zijn ook daadwerkelijk overtredingen aangetroffen. Bij een controle op 26 september 2025 is gebleken dat er geen informatie kon worden overleg om aan te tonen dat wordt voldaan aan de Wet milieubeheer. Ook konden geen gegevens worden overlegd van de wijze waarop het ingezamelde textiel weer wordt afgevoerd. Bij een controle op 1 september 2025 is gebleken dat er nog informatie overlegd moest worden om aan te tonen dat wordt voldaan aan de Wet milieubeheer. Ook is er een aandachtspunt geconstateerd dat de locatie waar het textiel is ingezameld, niet correct was op de begeleidingsbrief.
Bij het project ‘’Voorlichting vakscholen asbest’’ hebben drie toezichthouders samen met docenten van een vakschool voor bouw gerelateerde opleidingen gekeken naar een opzet voor een presentatie/voorlichting voor de studenten en die ook gepresenteerd. Zodat de scholieren leren welke regels en gevaren er spelen rondom asbest en zo beter voorbereid het werkveld in kunnen gaan. Uit de praktijk blijkt dat er veel onduidelijkheid is of kennis ontbreekt over dit onderwerp bij schoolverlaters en mensen die al werkzaam zijn in het veld.
Voor een inhoudelijke toelichting per ketenproject en de resultaten daarvan is een website ingericht. https://omwb.foleon.com/ketenaanpak/ketenaanpak/
Cluster Bodemtoezicht is in 2025 gestart met het toekomstbestendig maken van het team, mede door de uitdagingen van de wet DBA. In 2025 is de formatie van het team op orde gebracht en is er vol ingezet op de uitvoering van de basistaken. In 2026 starten we met een volgende professionaliseringsslag waaronder het vernieuwen van het LPF (Level Playing Field) waarbij het doel is om zo uniform mogelijk toezicht te houden binnen ons beheergebied.
Geen volledige uitputting van het budget door minder meldingen gBES.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt regels voor het bewerken van bouw- en sloopafval met een mobiele puinbreker. De ingediende meldingen worden risicogericht beoordeeld en waar nodig voeren we velden/of administratief toezicht uit.
Er is indicatief bepaald welke energiebesparing en CO2- reductie met het uitvoeren van energietoezicht in uw gemeente gerealiseerd is.
Besparing elektriciteit: 1.650.000 kWh per jaar
Besparing aardgas: 155.100 m³ per jaar
CO2-reductie: 891 ton per jaar
Ter illustratie: deze CO2-reductie komt overeen met de jaaropbrengst van 9.060 zonnepanelen.
Naast de uitgevoerde energiecontroles zijn waarschuwingsbrieven verstuurd naar bedrijven die nog niet aan de informatieplicht en/of onderzoeksplicht. Tevens zijn energieonderzoeksrapporten beoordeeld, de ingediende informatieplichtrapportages steekproefsgewijs beoordeeld en zijn er energiegebruiksgegevens opgevraagd bij bedrijven.
Sinds eind 2022 beschikt de OMWB over aanvullend rijksbudget voor extra energietoezicht. In deze rapportage worden de met dit budget uitgevoerde energiecontroles apart vermeld.
Gemiddeld worden bij 85% van de eerste controles overtredingen aangetroffen. Het gemiddelde aantal overtredingen bedraagt 3,9 per controle. Dit is minder dan in 2024 (4,7). Relatief vaak gaat het daarbij om niet geïsoleerde leidingen, ontbrekende Led-verlichting en het ontbreken van een automatisch energieregistratie en -bewakingssysteem. Bij hercontrole zijn de overtredingen meestal opgeheven.
Er zijn 2 zaken overgedragen naar repressieve handhaving.
Werkgebonden personenmobiliteit
De nieuwe basistaak toezicht op de regeling Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) is in 2025 voor het eerst uitgevoerd. De rapportageplicht WPM geldt voor alle bedrijven met 100 medewerkers of meer. Vanaf 2027 zal deze plicht naar verwachting gelden voor bedrijven met 250 medewerkers of meer. Bedrijven met 250 medewerkers of meer die niet tijdig voldaan hebben aan de rapportageplicht zijn aangeschreven. De ingediende rapportages zijn beoordeeld aan de hand van een geautomatiseerde plausibiliteitstoets. Afgekeurde rapportages moeten worden gecorrigeerd en/of aangevuld. Aangepaste rapportages en reacties op onze waarschuwingsbrieven worden in 2026 beoordeeld.
Onderstaand zijn de resultaten van de uitgevoerde werkzaamheden samengevat.
De onderbesteding komt doordat de werkzaamheden pas vanaf de uiterste indieningsdatum voor de rapportages (1 juli) konden worden uitgevoerd en deels in 2026 doorlopen. Bij de budgetadviezen voor 2026 is met deze doorloop rekening gehouden. Daarnaast was er een sprake van een efficiencyvoordeel als gevolg van de geautomatiseerde rapportagebeoordeling. Eerder in het jaar is aangegeven dat wij op advies van Omgevingsdienst NL niet gingen anticiperen op de voorgestelde wetswijziging. Omgevingsdienst NL heeft later haar advies aangepast en geadviseerd om bedrijven niet onnodig op kosten te jagen en als nog te anticiperen op de voorgestelde wetswijziging. Hierdoor zijn er geen waarschuwingsbrieven verstuurd naar bedrijven met minder dan 250 medewerkers en zorgt ook dat voor een lagere uitputting.
Vergunningverlening bodem en grondwater
Bodemtaken onder de Omgevingswet (Ow) Ten opzichte van 2024 hebben we regionaal een duidelijke toename van het aantal meldingen graven en saneren (en bijbehorende informatieplichten) gezien. De kwaliteit van de meldingen laat vaak nog wel te wensen over. Hierdoor moeten vaak nog gegevens opgevraagd worden of dient er een nieuwe melding gedaan te worden.
Gesloten Bodemenergiesystemen (gBes) In 2024 heeft de dieptebeperking in de provinciale Omgevingsverordening in onze regio geleid tot een forse daling van het aantal meldingen. Dit jaar zijn er voor de OMWB-regio, ten opzichte van 2024, iets meer meldingen binnengekomen (±15%). Omdat de maximale boordiepte varieert per gemeente zijn er verschillen tussen gemeenten onderling.
Ook voor uw gemeente is het aantal meldingen graven/saneren en bijbehorende informatieplichten toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Er zijn voor diverse locaties meldingen binnengekomen. Ook het aantal gBes meldingen ligt hoger dan vorig jaar. Er is sprake van overschrijding van het budget doordat er meer zaken behandeld zijn.
Op zaakniveau is aan één locatie meer tijd besteed dan verwacht, het gaat om de locatie Frederiksbolwerk. Voor deze locatie zijn meerdere informatieplichten en (wijzigings)meldingen binnengekomen.
Vergunningverlening totaalsloop
Er zijn iets minder totaalsloopmeldingen ontvangen ten opzichte van vorig jaar.
Er zijn geen bijzonderheden te vermelden.
In het vooraf vastgestelde toezichtprogramma zijn 46 controles bij de niet-basistaak bedrijven geprogrammeerd. Er is extra werk uitgevoerd, waaronder een tanksanering.
In de financiële rapportage is geadviseerd om extra budget op te nemen, in overleg is budgetoverschrijding geaccepteerd.
Het toezichtprogramma is (geheel) afgerond met overschrijding van het geraamde budget.
Hercontroles grijs (niet-basis)
Er wordt aangestuurd op uitvoering van hercontroles binnen twee weken na het verstrijken van de hersteltermijn. De hercontroles die op dit moment nog open staan betreffen hercontroles waarvan de hersteltermijn nog niet is verstreken.
Bij één bedrijf waren de overtredingen met betrekking tot de keuring van de stookinstallatie en het indienen van informatie over de koelinstallatie niet opgelost nadat de termijn was verstreken. Deze zaak is doorgezet naar de afdeling Repressief voor verdere afhandeling.
Naleefgedrag is geen rapportcijfer voor succes of falen. Binnen het risicogericht programmeren richten we ons op de hoogste milieurisico’s. Een lager naleefgedrag kan juist betekenen dat we scherp controleren waar de meeste milieuwinst te behalen is. Een hoog naleefgedrag laat zien dat eerdere keuzes en interventies effect hebben gehad.
Er zijn geen opdrachten door uw gemeente ingediend.
Er is minder toezicht uitgevoerd dan beoogd op de daadwerkelijke sloop van ingediende sloopmeldingen. Dit heeft als gevolg dat ook de uitputting lager is uitgevallen ten opzichte van het ingebrachte budget.
NIG-taken – asbestsloop particulieren
Particuliere asbestsloopmeldingen
66,7% van de particuliere sloopmeldingen voldoet.
Het naleefpercentage van de particulieren was dit jaar 25%. De overtredingen die zijn geconstateerd, betreft met name het particulier verwijderen van asbest voordat er een asbestsloopmelding is ingediend.
Er zijn minder particuliere asbestsloopmeldingen ontvangen ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft als gevolg dat ook de uitputting lager is uitgevallen ten opzichte van het ingebrachte budget.
Er zijn van uw gemeente geen opdrachten ontvangen voor dit taakveld.
Er zijn 2 projecten met een hogere tijdsbesteding (25 en 29 uur) geweest. Deze hogere tijdsbesteding wordt veroorzaakt door de complexiteit van de projecten en de te toetsen deelaspecten.
De overige projecten hadden een normale tijdsbesteding.
Er is ondersteund bij de advisering op bodemzaken. In totaal zijn zeventien zaken in behandeling geweest. Dit zijn zaken die met name bestaan uit het beoordelen van bodemonderzoeken in het kader van omgevingsvergunningen onderdeel bouwen. Verder is er nog een bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van een woningbouwontwikkeling.
Bij de update van de bodemkwaliteitskaart zijn de kwaliteitszones in samenspraak gedefinieerd. De achterstand met het invoeren van bodemkwaliteitsgegevens in het bodeminformatiesysteem is ingelopen. Na het doorrekenen van de data is bekend voor welke kwaliteitszones voldoende gegevens aanwezig zijn en voor welke niet. In samenspraak worden keuzes gemaakt welke vervolgstappen worden genomen om te komen tot een nieuwe bodemkwaliteitskaart.
In vergelijking met het werkprogramma zijn er minder verzoekaanvragen ontvangen en dus opdrachten uitgevoerd dan was verwacht. Hierdoor is de uitputting lager.
Er zijn negen opdrachten uitgevoerd. De werkzaamheden bestonden uit het uitvoeren van geluiden trillingsmetingen bij evenementen en klachtensituaties. Daarnaast zijn geluidonderzoeken beoordeeld en adviezen verstrekt, onder andere over het evenementenbeleid.
Er zijn twee opdrachten afgerond. De werkzaamheden bestonden uit het beoordelen van een stikstofdepositieonderzoek. Daarnaast is één beoordeling gedaan in het kader van berekeningen achtergrondconcentraties fijnstof en geur in het buitengebied van uw gemeente.
Er is gewerkt met een nieuw jaarprogramma Externe Veiligheid. Met name aan de speerpunten Beleid Externe Veiligheid, het REV (Register Externe Veiligheid) en de samenwerking met interne afdelingen en andere overheidsinstanties is gewerkt. Er zijn 2 themasessies EV gehouden. Het REV is verder gevuld en geoptimaliseerd. De propaantanks zijn naar aanleiding van de gegevens vanuit het Ministerie gecontroleerd aangevuld en geoptimaliseerd. De activiteit “Tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen” is toegevoegd en er is begonnen met de inventarisatie ‘Behandelen, regelen en meten van aardgas”. Tevens zijn de eerste overleggen geweest met de leverancier van ons VTH systeem om het REV via een API (Application Programming Interface) aan te sluiten. Samen met de Veiligheidsregio is gewerkt aan een processchema waarbij duidelijk wordt gemaakt bij wie de gemeente voor welke adviesvraag moet zijn (bij de OMWB of bij de VR). Verder is bijgedragen aan een landelijke werkwijze voor activiteiten zoals Energie Opslagsystemen, Li-ion opslag en is begonnen met de werkwijze waterstof (waterstofaggregaten). Door uw gemeente zijn losse opdrachten gegeven: Beleid EV, advies perceel SBG O Y 587, gasleiding Westlandse Langeweg Steenbergen.
De overuitputting komt doordat het "opstellen van Beleid EV" meer uren heeft gekost dan verwacht.
Wij registreren de natte koeltorens die zijn gemeld via de Atlas van de leefomgeving. Daarnaast worden uit onze digitale checklisten en omgevingsdossiers (uit ons VTHsysteem) ieder jaar een uitdraai gemaakt van alle natte koeltorens die tijdens toezichtscontroles zijn geconstateerd of in een vergunning worden aangevraagd. De natte koeltorens die niet op de Atlas staan worden door ons aangemeld en gevalideerd. Het aantal in te voeren natte koeltorens is afgenomen omdat er minder meldingen zijn binnen gekomen. Er zijn geen natte koeltorens ingevoerd.
Zoals ieder jaar was er budget opgenomen om korte vragen te beantwoorden. Die zijn dit jaar niet binnengekomen.
Wel is op verzoek van uw gemeente een presentatiemiddag gehouden voor verschillende milieuthema's
Er is openbare informatie opgevraagd over 4 verschillende onderwerpen. Deze informatie is verstrekt. Er zijn geen bijzonderheden over te vermelden.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet Open Overheid, oftewel de Woo, zien bij al onze deelnemers een toename van het aantal verzoeken dat wij ontvangen en namens u afhandelen. Wij zien als trend een toename in het budget dat er benodigd is voor de uitvoering van dit taakveld.
Register Externe Veiligheid (REV)
Wij hebben het oorspronkelijke REV budget dit jaar overschreden. De reden hiervan betreft de subsidie procedure vanuit het Rijk. Ze hebben de beoogde subsidie helaas niet tijdig geregeld. De werkzaamheden die oorspronkelijk gepland stonden om in 2024 uit te voeren konden wij pas begin 2025 oppakken. Het budget dat we dus eigenlijk in 2024 zouden besteden hebben we niet in 2024 maar pas in 2025 besteed. Afgelopen jaar zijn door ons de missende adresgegevens handmatig in het systeem gecorrigeerd. We hebben een aansluiting met het zaaksysteem gemaakt en hebben wij een coördinerende rol opgepakt ten aanzien van kwetsbare gebouwen en locaties.
Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC)
Waar nodig hebben wij tijdens de uitvoering van ons reguliere werk aanpassingen in de IPPC-database doorgevoerd.
Monitoring luchtkwaliteit (CIMLK)
De controle en actualisatie van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is door ons voltooid. We hebben verslag gemaakt van de uitgevoerde werkzaamheden. De werkzaamheden hebben minder tijd gekost dan van tevoren werd ingeschat. Uit de resultaten van de berekeningen wordt geconcludeerd dat in 2024 langs de wegen geen overschrijdingen van de omgevingswaarden plaatsvonden en er zijn geen overschrijdingen van omgevingswaarden gesignaleerd bij veehouderijen.
Abonnement Bodeminformatiesysteem (BIS)
De kosten voor het abonnement vallen lager uit doordat er minder uren aan functioneel beheer zijn besteed.
De kosten voor het invoeren van bodemrapporten vallen ook lager uit doordat er minder bodemrapporten zijn aangeboden, ondanks het van kracht worden van de Wet Basisregistratie Ondergrond (BRO). De achterstand die we hadden bij de invoer is inmiddels ingelopen.
Bijlage 1 Financieel overzicht 2025
Bijlage 2 Klachten en bedrijfsmeldingen
De klachten en meldingen hebben een directe relatie met uw gemeente. Ze worden ervaren in uw gemeente of de (vermoedelijke) veroorzaker is binnen uw gemeente gevestigd.
Buiten het totaal aantal klachten, wordt ook het aantal unieke klachten benoemd. Dit zijn de klachten waarbij meerdere zintuiglijke waarnemingen (categorieën) zijn genoemd door de klager (bijvoorbeeld: het stinkt en ik krijg er hoofdpijn van). Het totaal aantal (unieke) klachten wijkt af van de optelling van de genoemde klachtcategorieën;
De klachtcategorieën zijn onderverdeeld in vaak voorkomende subcategorieën. Past de omschrijving van een klacht niet binnen deze subcategorieën, dan is gekozen voor “overige”.
* Indien een gehinderde aangeeft gezondheidsklachten te ondervinden (veelal hoofdpijn, misselijk, slapeloosheid), dan wordt dat geregistreerd en wordt de gehinderde er doorgaans door de klachtenintake op geattendeerd dat hij/zij met de gezondheidsklachten terecht kan bij huisarts of GGD. Bij ernstige gezondheidsklachten zal de klachtenmedewerker de situatie opschalen.
Bij deze meldingen van overlast is door de melder geen vermoedelijke veroorzaker genoemd. Een groot deel van deze meldingen is niet onderzocht. Dit komt doordat deze bijvoorbeeld buiten kantoortijd zijn ingediend, er geen drempel overschreden is qua hoeveelheid klachten per uur/ dag en/of de overlast vaak kortstondig is. Als de meldingen wel onderzocht zijn, is er geen veroorzaker van de overlast gevonden of de overlast niet meer waargenomen. Hierdoor is er geen (vermoedelijke) veroorzaker aan de overlast gekoppeld en blijft deze in het klachtensysteem op ‘onbekend’ staan.
Vanaf november 2023 ontvangt de OMWB opnieuw meldingen over trilling overlast van deze locatie. In 2019 bleek uit onderzoek dat het bedrijf normen overschreed, het bedrijf is hierop aangeschreven. Heeft maatregelen genomen waarna incidenteel klachten binnenkwamen. Sinds 2023 is het aantal meldingen echter sterk toegenomen. Eind 2023 en in maart 2024 zijn door Team Metingen en Onderzoek trillingsmetingen uitgevoerd, waarbij normoverschrijdingen zijn vastgesteld. Het bedrijf is aangeschreven en kreeg een begunstigingstermijn tot begin januari 2025. Begin 2025 bevestigden nieuwe metingen opnieuw objectiveerbare trillingshinder, met gegronde klachten als gevolg. De casus ligt nu bij de jurist en gemeente voor verdere handhaving.
Melk- en fokveebedrijf Graumans “De Belhoeve”
Betreffen klachten aangaande geluidsoverlast van de beregeningsinstallatie/ sproei installatie. Het informatieregime staat al langere tijd aan om daar een geluidmeting te kunnen verrichtten. Tevens is door de gemeente contact gelegd met de veroorzaker. Hierna zijn echter geen telefonische klachten meer ontvangen. Mogelijk heeft dit het gewenste effect gehad.
Het aantal klachten in 2025 (75 klachten) is sterk verminderd in vergelijking met voorgaande jaren en met name ten opzichte van 2024 (181 klachten). Dit is duidelijk terug te zien in het (sterk) verminderd aantal ontvangen 'trillingsklachten' en horeca geluidklachten. De inzet (uitruk) is ook sterk verminderd wat heeft bijgedragen aan een verminderde uitputting van het budget.
Branche Risicorelevante bedrijven:
Voor al onze gemeenten voeren we milieutoezicht uit bij de basistaakbedrijven. Het toezichtprogramma als onderdeel van het werkprogramma is daarin leidend. Preventief toezicht op milieubelastende activiteiten in de leefomgeving verkleint de kans op ongevallen, incidenten of zelfs rampen. Voor een deel van de bedrijven doen we dit conform het Gemeenschappelijk uitvoeringskader (GUK) sinds 2025 branchegericht. Risicorelevante bedrijven (hierna: RRB) kunnen vanwege de diversiteit niet in een doelgroep en/of branche worden ingedeeld. De bedrijven zijn te specifiek waardoor maatwerk in de uitvoering van toezicht nodig is en blijft. Een doelgroep en naleefanalyse (DGNA), zoals deze bij brancheaanpak wel opgesteld, is voor deze bedrijven daardoor niet mogelijk. Met behulp van dynamische meerjaren inspectieplannen geven we invulling aan de relevante focuspunten zoals benoemd in het milieu meerjaren inspectieplan. Vanwege hun complexiteit en omvang, is het niet mogelijk om alle voorschriften uit de vergunning en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) jaarlijks te controleren. Het milieu meerjaren inspectieplan is bij deze bedrijven een hulpmiddel om op een systematische risicogerichte manier de (hoofd)onderwerpen uit de vergunning te toetsen. Uitgangspunt is dat de bedrijven ten minste jaarlijks worden bezocht waarbij alle milieuthema’s in een periode van ca. 5 jaar worden belicht. Op basis van deze informatie zorgen we ervoor dat de interventies aansluiten bij het gedrag, de specifieke risico's van de bedrijven en de toegevoegde waarde/ effectiviteit van toezicht wordt vergroot. In deze brancherapportage leest u wat de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (OMWB) heeft uitgevoerd en geconstateerd in 2025 m.b.t. deze branche en geven we een advies voor aanpassing van het brancheplan en de inzet voor toezicht 2026. Deze rapportage is gemaakt op basis van digitale checklisten, dashboards in PowerBI en afzonderlijke data-analyses. Het dynamische milieu meerjaren inspectieplan is hiervoor het uitgangspunt.
Binnen de branche van gemeentelijke risicorelevante bedrijven zijn in de regio Midden- en West Brabant 112 actieve locaties met milieubelastende activiteiten (MBA’s) waarvoor de gemeenten het bevoegd gezag zijn. Enkele gemeenten hebben naast de inzet vanuit het brancheplan gevraagd om bij deze bedrijven (buiten het GUK om) toch extra controles uit te voeren. De resultaten hiervan zijn meegenomen in deze evaluatie.
In 2025 heeft de OMWB de volgende middelen en instrumenten ingezet om de naleving te verbeteren. Er zijn in totaal 165 fysieke controles conform inspectieplan uitgevoerd. Deze zijn als volgt uitgevoerd
Er zijn 24 zaken in verband met een ongewoon voorval (OVV) uitgevoerd (uiteindelijk zijn 10 meldingen als significant ovv aangemerkt).
Milieumeldingen, ongewone voorvallen (OVV) en trends:
Aantal ontvangen klachten met betrekking tot overlast ten aanzien van geluid (ik hoor), geur (ik ruik), trilling (ik voel), zicht (ik zie) en overige.
Het percentage spontane naleving wanneer bedrijven regels en wetten uit zichzelf, zonder dwang van handhaving, volgen, gedreven door interne motivaties zoals overtuiging, begrip, of sociale normen. Dit percentage wordt berekend door het aantal uitgevoerde eerste controles zónder overtreding, te delen door het totaal aantal uitgevoerde eerste controles.
Wanneer sprake is van overdracht bij een overtreding, dan gaat deze van preventieve handhaving naar repressieve handhaving. Dit is het geval wanneer blijkt dat een bedrijf een overtreding niet binnen de gestelde termijnen ongedaan maakt of wanneer er sprake is van directe overdracht vanwege een zware overtreding (categorie A4, B3, B4, C2, C3, C4, D1, D2, D3 en D4 conform de LHSO)
Er zijn 28 overtredingen geconstateerd bij 8 bedrijven die zijn overgedragen naar repressief.
De overtredingen met LHS A1 en A2 (14) zijn geregistreerd en afgedaan met aanspreken informeren, de overtredingen LHS A3 tot en met B2 (129) zijn afgehandeld met een ambtelijke waarschuwing en hersteltermijn en in de hercontrole opgelost. De zwaardere overtredingen LHS B3 tot C4 (28) zijn afgehandeld met een repressief traject (voornemen) last onder dwangsom met daarnaast in sommige gevallen ook een strafrechtelijk traject.
Het naleefthema wordt per 2025 bijgehouden, er zijn dus nog geen trends zichtbaar/mogelijk. Externe veiligheid is het thema met de meeste overtredingen, hier vallen onder andere opslag chemicaliën (37 overtredingen), noodplannen en brandblussystem (15 overtredingen) en 4 overtredingen met ammoniakkoelinstallaties onder.
De meeste overtredingen die geconstateerd zijn hebben betrekking op externe veiligheid. Dit kan verklaard worden, omdat hier de meeste focus op ligt bij de risicorelevante bedrijven. Het dynamische milieu meerjaren inspectieplan zal verder afgestemd worden zodat alle milieuthema's binnen 5 jaar gecontroleerd worden en er geen blinde vlekken ontstaan op het gebied van toezicht.
Klachten en ongewone voorvallen:
De klachten en ongewone voorvallen meldingen worden door de toezichthouder tijdens de reguliere controles besproken met de bedrijven. In enkele gevallen bijvoorbeeld na een grote brand zal er meer capaciteit van de toezichthouder worden gevraagd voor de afwikkeling.
Door betere datakwaliteit worden overtredingen al die eerder zijn geconstateerd nu opgepakt in een repressief traject. De afhandeling van repressieve handhaving zaken van categorie LHSO B3 zaken vindt ook plaats met verlengd toezicht. Dit is altijd in overleg met onze juristen die de nut en noodzaak van handhavend optreden beoordelen. Het component gedrag en de ernst van de overtreding wordt hierin meegenomen. In deze gevallen wordt er gewerkt met een plan van aanpak en als een bedrijf zich daar niet aan houdt wordt er alsnog handhavend opgetreden.
De datakwaliteit is gedurende het project verder verbeterd. In het dashboard is een rapportage voor datakwaliteit ontwikkeld. Verder is gedurende het project geconstateerd dat een deel van de Omgevingsdossier niet geheel compleet zijn. Als voorbeeld is niet overal het type inrichting of branche gevuld.
In oktober is er een intervisie dag geweest met de samenwerkende partners (veiligheidsregio en waterschap) waarbij kennis is gedeeld over het adviesrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over tankcleaners.
Branche IPPC Veehouderijen 2025
Voor al onze gemeenten voeren we milieutoezicht uit bij de basistaakbedrijven. Het toezichtprogramma als onderdeel van het werkprogramma is daarin leidend. Preventief toezicht op milieubelastende activiteiten in de leefomgeving verkleint de kans op ongevallen, incidenten of zelfs rampen. Voor een deel van de bedrijven doen we dit conform het Gemeenschappelijk uitvoeringskader (GUK) sinds 2025 branchegericht. Met behulp van dynamische meerjaren brancheplannen geven we invulling aan de relevante focuspunten zoals benoemd in het meerjarenprogramma. Daarbij spelen we in op actuele ontwikkelingen en thema’s die gebaseerd zijn op duidelijke objectieve analyses zoals een (gedrags)analyse van de doelgroep (waarom men naleeft of overtreedt) en een analyse van de naleving zelf. Op basis van deze informatie zorgen we ervoor dat de interventies aansluiten bij het gedrag van de branche en de toegevoegde waarde/ effectiviteit van toezicht wordt vergroot.
In deze brancherapportage leest u wat de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (OMWB) heeft uitgevoerd en geconstateerd in 2025 voor deze branche en geven we een advies voor aanpassing van het brancheplan. Deze rapportage is gemaakt op basis van digitale checklisten, dashboards in Power BI en afzonderlijke dataanalyses. Het dynamische brancheplan 2025-2028 is de basis van deze uitvoering. Op basis van de resultaten van 2025 en 2026 bepalen we de verdere strategie voor 2027 en 2028.
Binnen de branche IPPC veehouderijen waren begin 2025 in de regio Midden- en West Brabant 192 actieve locaties met milieubelastende activiteiten (MBA) waarvoor de gemeenten het bevoegd gezag zijn. Door onze inzet en screening blijken er diverse bedrijven te zijn gestopt door onder andere de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV). Hierdoor is het aantal werkelijke actieve locaties gedaald naar 175.
Uit de uitgevoerde doelgroep- en naleefanalyse zijn relevante focuspunten gekomen. Op deze onderwerpen zitten de grootste risico's voor de leefomgeving en zijn voorgaande jaren veel overtredingen geconstateerd.
Deze afbakening betekent ook dat bepaalde onderwerpen geen specifieke aandacht krijgen tijdens de controles. Deze worden in latere controles weer behandeld. Bijvoorbeeld het thema Afval. Dit betekent dan ook niet dat, wanneer in onderstaande analyse geen overtredingen zijn aangetroffen op het thema Afval, deze er helemaal niet zijn. Het onderwerp was simpelweg geen focuspunt.
In 2025 heeft de OMWB de volgende middelen en instrumenten ingezet om de naleving te verbeteren.
Milieumeldingen, ongewone voorvallen (OVV) en trends
Aantal ontvangen klachten met betrekking tot overlast ten aanzien van geluid (ik hoor), geur (ik ruik), trilling (ik voel), zicht (ik zie) en overige.
Men spreekt van spontane naleving wanneer bedrijven regels en wetten uit zichzelf, zonder dwang van handhaving volgen, gedreven door interne motivaties zoals overtuiging, begrip, of sociale normen opvolgen. Het percentage wordt berekend door het aantal uitgevoerde eerste controles zónder overtreding, te delen door het totaal aantal uitgevoerde eerste controles.
Digitale checklist (DC): Naast het verwerken van de resultaten van de controle in het registratiesysteem RX Mission hanteren we voor deze branche ook nog een digitale checklist. Na het doorlopen van de ingevulde DC's IPPC-veehouderij kunnen kort de volgende onderstaande conclusies meegegeven worden (analyse over 76 ingevulde DC's bij het opstellen van dit stuk):
Bij 17% van de gecontroleerde bedrijven was er sprake van een overschrijding van de ammoniak, dan wel fijnstofemissie (1 op fijnstof, de overige allemaal op ammoniak). Redenen voor de overschrijding waren een niet correct werkend stalsysteem, het houden van te veel dieren, of het niet aanwezig hebben van een stalsysteem zoals vergund.
Wanneer sprake is van overdracht bij een overtreding, dan gaat deze van preventieve handhaving naar repressieve handhaving. Dit is het geval wanneer blijkt dat een bedrijf een overtreding niet binnen de gestelde termijnen ongedaan maakt of wanneer er sprake is van directe overdracht vanwege een zware overtreding (vaak categorie 3 of 4 overtreding conform de LHSO). In 2026 zal gewerkt worden aan een nieuwe rapportage waarin we het aantal en soort repressieve zaken per branche overzichtelijk willen weergeven.
Ten opzichte van voorgaande jaren zien we een flinke stijging in het aantal overtredingen. Vanuit de doelgroep- en naleefanalyse is vooral ingezet op het thema lucht. Dit is ook terug te zien in het aantal overtredingen per milieuthema. Naast het aantal overtredingen zien we ook een stijging in de zwaarte van overtredingen. Ten opzichte van voorgaande jaren zien we vrij veel B3 en C3 overtredingen waarbij vaak ook sprake is van directe overdracht naar repressieve handhaving. Een deel van deze zwaardere overtredingen vindt bij een beperkt aantal locaties plaats. De zwaardere overtredingen hebben vaak te maken met het aanpassen van stallen en systemen zoals luchtwassers. Ook zijn er veel afwijkingen geconstateerd op emissiepunten. Het betreft voor ondernemers ook vaak dure overtredingen om te herstellen. Door een andere manier van inspecteren en het toepassen van andere soorten preventieve toezicht interventies zijn de nodige overtredingen geconstateerd die al jaren aanwezig waren, maar die bij voorgaande inspecties niet zijn opgemerkt.
Klachten en ongewone voorvallen
In totaal heeft 95% van de ingediende klachten betrekking op het thema geur/lucht. Dit is ook het onderwerp waar in 2025 de grootse inzet van toezicht heeft plaatsgevonden. Trends van de komende jaren moeten uitwijzen of de inzet op dit thema ook leidt tot achteruitgang van het aantal klachten.
Overdracht naar repressieve handhaving: Bij de zwaardere C3 en B3 overtredingen heeft niet altijd direct een overdracht naar repressieve handhaving plaatsgevonden, door een beperkte capaciteit bij repressieve handhaving. In 2026 is de repressieve capaciteit verhoogd en zullen dergelijke overtredingen wel direct worden doorgezet naar repressieve handhaving.
De datakwaliteit is gedurende het project verder verbeterd. In het dashboard is een rapportage voor datakwaliteit ontwikkeld. Hierin is te zien dat nog enkele controles zijn afgewerkt zonder thema en enkele overtredingen zonder LHSO of onvolledige LHSO. Verder is gedurende het project geconstateerd dat een deel van de Omgevingsdossiers niet geheel compleet zijn. Als voorbeeld is niet overal het type inrichting of branche gevuld.
Actie: Het onderwerp is besproken tijdens de evaluatie met de toezichthouders. Verder is het een aandachtspunt tijdens de collegiale toets en is het opnemen bij de instructie CT.
In 2025 is, samen met de afdeling communicatie, een controlekaart luchtwassers ontworpen. Deze sticker bevat de belangrijkste onderwerpen voor de dagelijkse en wekelijkse monitoring van de luchtwassers. Uit de uitgevoerde controles blijkt dat de sticker heel positief door de bedrijven wordt ontvangen. Een aandachtspunt voor de doorontwikkeling is het melden van een OVV. Dit telefoonnummer staat nu niet op de sticker.
Training luchtwassers en V-stacks
Alle toezichthouders hebben een training gevolgd op het gebied van V-stacks en luchtwassers waarmee hun inhoudelijke kennis en vaardigheden verder zijn verbreed. Voor 2026 is het advies om meer inhoudelijk casussen te bespreken voor extra diepgang en eenduidigheid van de controles. Het inschalen van de LHSO wordt daar in meegenomen.
Drone inzet is ook bijzonder nuttig gebleken. In 2024/2025 is hier een pilot over gestart samen met de droneunit van team Onderzoek & Advies. Hiervoor zijn ook IPPC-locaties geselecteerd. Deze inzet wordt in 2026 gecontinueerd. Enkele zaken die met de inzet van drones opgemerkt zijn, die anders voor een toezichthouder moeilijk tot vrijwel niet te constateren zijn:
Het weglaten van kleinere controlezaken zoals de propaantank, dieseltank, mestopslagen etcetera leidt tot tijdswinst die een toezichthouder vervolgens kan gebruiken om zich te focussen op, in dit geval, de geursituatie. De extra tijd die men kwijt is aan het onderdeel geur staat niet altijd in verhouding tot de kleinere thema’s. Het in kaart brengen van de emissiepunten, spiegelen aan de V-stacks berekening en vervolgens een eigen nieuwe V-stacks berekening uitvoeren kost een stuk meer tijd dan het controleren van bijvoorbeeld de vraag of de keuring van een propaantank wel of niet is uitgevoerd.
Binnen de branche lopen veel vergunningprocedures. De vergunbare geconstateerde overtredingen uit de toezichtsbezoeken kunnen dan goed worden meegenomen bij de lopende procedures. Daarnaast zien bedrijven ook de meerwaarde van het meenemen van geconstateerde afwijkingen in een lopende vergunningprocedure. Ook hebben ondernemers meer contact met de adviesbureaus over dit onderwerp om fouten in de toekomst te voorkomen.
Branche Agrarisch Veehouderijen
In totaal zijn er 435 gemeentelijke controles uitgevoerd in 2025 binnen de veehouderij waarbij er bij 55% van de gecontroleerde bedrijven sprake was van 1- of meer geconstateerde overtredingen.
Hierbij de volgende verdeling in LHSO scores:
Bij 40 gecontroleerde locaties was er sprake van een overschrijding van de vergunde emissies (ammoniak / fijnstof- en geur).
Op 109 locaties is er sprake van grondwateronttrekking.
Bij 64 locaties lag een- of meerdere stallen minder dan 50 meter af van een geurgevoelig object.
Bij 132 gecontroleerde adressen lagen er 1- of meerdere emissiepunten op minder dan 100 meter afstand van een geurgevoelig object.
42% van de gecontroleerde veehouderijen die over een dieseltank beschikten waren in overtreding van het aftanken van een voertuig boven een niet aaneengesloten bodemvoorziening. Context: dit lijkt veel maar heeft te maken met een gewijzigd artikel t.a.v. bodembescherming die onder de Omgevingswet strenger is geworden t.o.v. de oude wet- en regelgeving. Dit is dus nieuw voor de veehouder waardoor hier nu zoveel overtredingen op worden geconstateerd
2025 is daarnaast als jaar gebruikt voor het opstellen van het brancheplan voor de uitvoering voor de jaren 2026 – 2028. Binnen de plan is de uitvoering voor de komende jaren uitgestippeld op focuspunten die wij binnen de uitvoering zien. Dit a.d.h.v. ontwikkelingen binnen het (Europese) speelveld, denkende aan het einde van de derogatie. Ook de aanpak van de geursituatie c.q. het controleren van de V-stacks berekeningen vormen een onderdeel hiervan kijkende naar de situatie bij de IPPC-veehouderijen (vele overtredingen op dit onderdeel).
Daarnaast is een aanpak ontwikkeld voor het projectmatig controleren van luchtwassers. Dit op een zodanige manier dat na 3 uitvoeringsjaren er een kwalitatief beeld opgeleverd kan worden over de werking van deze techniek binnen ons gebied.
In 2025 lag de focus op de continuering van het verzamelen en analyseren van de opgehaalde data en implementatie van de Omgevingswet. De data geeft inzicht in de milieurisico’s per bedrijf, het aantal overtredingen en de aard van de overtredingen. De verkregen inzichten hieruit dragen bij aan een meer risicogericht uitvoeren van de VTH- taken en de mogelijkheid om gericht interventies in te zetten. In uw gemeente zijn 4 glastuinbouwbedrijven gecontroleerd. De meest voorkomende overtredingen (ruim 30%) betreft het niet tijdig gekeurd zijn van stookinstallaties waaronder warmtekrachtkoppelingen. Het niet tijdig keuren en onderhouden van stookinstallaties kan leiden tot onveilige situaties en ongewenst hoge rookgasemissies.
De overige meest voorkomende overtredingen hebben betrekking op de opslag van gevaarlijke stoffen, waaronder vloeibare meststoffen en reinigingsmiddelen, het niet in werking zijn conform de meldingen of vergunning en het niet juist of illegaal lozen van drainagewater. In 2026 wordt een brancheplan opgesteld voor de glastuinbouwbedrijven op basis van de risicogerichte aanpak uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). In dit brancheplan zullen een naleefanalyse en een risicoinschatting worden uitgewerkt, waarna gerichte interventies worden ontwikkeld voor de risico’s met de grootste impact. Dit vormt de basis voor een effectieve en proportionele toezichtstrategie voor de komende jaren.
In 2025 zijn afvalverwerkende bedrijven risicogericht bezocht. Dit betekent dat achterblijvers en bedrijven die op verzoek van een gemeente zijn ingebracht, gecontroleerd zijn. Binnen het OMWB werkgebied zijn er circa 141 afvalverwerkende bedrijven gevestigd die onder het gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Bij circa 78 van deze afvalverwerkende bedrijven is een milieucontrole uitgevoerd. Hierbij zijn overtredingen van uiteenlopende aard geconstateerd. Voor inrichting specifieke informatie kan contact worden opgenomen met de OMWB. De groep achterblijvers bestaat uit bedrijven met uiteenlopende subbranches. Hierdoor is er geen algemeen beeld of trend te geven van het naleefgedrag. In de praktijk zien we wel dat, vooral, de achterblijvers in de afvalbranche aandacht blijven vragen, het gaat dan om uiteenlopende aspecten zoals het juist melden en registreren van afvalstoffen, het op de juiste wijze opslaan van afval, het innemen van onvergunde afvalstromen, etc. Het gaat hier om bedrijven die niet actief bezig zijn met naleving van wet- en regelgeving. Het is noodzakelijk om de toezichtsdruk op deze bedrijven hoog te houden om een gedragsverandering te bewerkstelligen
Naast fysiek toezicht voeren toezichthouders bij de afvalverwerkende ook administratieve controles uit. Daar waar mogelijk combineren we controlebezoeken met medewerkers van de Waterschappen, IL&T, gemeente, etc.
Li-ion batterijen kunnen risicovol zijn bij onjuiste opslag en/of verwerking. Bij alle bedrijven hebben we hier nog steeds extra aandacht voor. In 2025 hebben we twee brancheplannen opgesteld in het kader van het GUK. Het gaat hierbij dan om Autodemontagebedrijven en Kunststofverwerkende bedrijven. Vanaf 2026 gaan we aan de slag met het branchegerichte toezicht bij deze branches. Binnen uw gemeente is een bedrijf onder de branche afval bezocht. De controle is in lijn met het uitvoeringsprogramma uitgevoerd.
Naar aanleiding van de overtredingen die zijn geconstateerd tijdens de uitgevoerde controles zijn er twee hercontroles uitgevoerd. De overtredingen hadden betrekking op opslag en verwerken van afvalstoffen. De overtredingen zijn met een ambtelijke waarschuwing en hersteltermijn in de hercontrole opgelost.
Ook in 2025 heeft de OMWB toezicht gehouden op de vuurwerkverkooppunten en opslaglocaties. Dit toezicht is uitgevoerd op basis van het Vuurwerkbesluit en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De controles vonden plaats in twee fasen: een voorcontrole en de controle tijdens de verkoopdagen. Op basis van de omvang van het verkooppunt en de toezichtgeschiedenis is vooraf bepaald of de voorcontrole fysiek of administratief plaatsvond. Tijdens deze voorcontroles is beoordeeld of werd voldaan aan de gestelde eisen rondom de verplichte jaarlijkse keuringen en het aan kunnen tonen van de bijbehorende certificaten. Tijdens de drie verkoopdagen bezochten toezichthouders de vuurwerkverkooppunten dagelijks, soms meerdere keren per dag. Door middel van een digitale checklist is gecontroleerd op naleving van het Vuurwerkbesluit en het Bal.
De verkoop van consumentenvuurwerk bleef ook in 2025 verder toenemen. Waar in 2024/2025 een recordomzet van circa €118 miljoen werd gerealiseerd, steeg dit in 2025 naar circa €129 miljoen. De voorverkoop was aanzienlijk groter dan voorgaande jaren, wat tijdens de verkoopdagen resulteerde in lange wachtrijen. Een belangrijke drijfveer achter deze drukte is de verwachting van een landelijk verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk door particulieren. De verhoogde drukte leidde tot een toename van lichte tot zwaardere overtredingen. De meest voorkomende overtredingen hadden betrekking op het niet naleven van de voorgeschreven stapelhoogte, te smalle gangpaden en vuurwerk dat na het lossen te lang buiten de vuurwerkbunkers bleef staan. Tijdens de controles werd hier direct aandacht voor gevraagd, waarna deze overtredingen in de meeste gevallen onmiddellijk konden worden verholpen. De constateringen bij de verkooppunten binnen uw gemeente sluiten aan bij bovenstaande trend. Er zijn geen overtredingen geconstateerd die repressieve opvolging nodig hebben gehad.
Tot slot hebben wij in onze communicatie, zowel tijdens de controles als in de eindbrief, aangegeven dat er op dit moment nog geen duidelijkheid is over de invulling en voorwaarden van een eventuele vuurwerkverkoop in 2026. Totdat hierover definitieve besluiten zijn genomen, blijft de huidige wet- en regelgeving van kracht. Zodra meer bekend is, informeren wij de betrokken partijen. Indien nieuwe besluiten gevolgen hebben voor het toezicht, zal samen met de deelnemers worden gewerkt aan een passende invulling van het toezicht op de vuurwerkverkoop.
Branche Rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s)
De branche rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) is in 2025 gestart met een gerichte brancheaanpak binnen het reguliere toezichtprogramma. De rwzi’s die in de uitvoeringsprogramma’s waren opgenomen, hebben hierbij een integrale milieucontrole ondergaan, gericht op zowel de milieutechnische processen als de naleving van de voorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In 2024 is voor deze branche een brancheplan opgesteld, gebaseerd op de risicogerichte aanpak uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). In dit brancheplan zijn een naleefanalyse en een risico-inschatting uitgewerkt, waarmee de belangrijkste risico’s in de sector inzichtelijk zijn gemaakt. Op basis hiervan zijn gerichte interventies ontwikkeld voor de onderdelen met de grootste potentiële impact. Deze aanpak vormt vanaf 2025 de basis voor een uniforme, doelgerichte en risicogerichte toezichtstrategie binnen de rwzi branche.
Binnen uw gemeente zijn in 2025 twee controles op de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi) uitgevoerd op basis van het brancheplan uit 2024, conform de risicogerichte benadering van het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het toezicht bestond uit een integrale milieucontrole, gericht op naleving van het Bal en de sectorale risico’s.
Bevindingen 2025: op beide locaties zijn geen overtredingen geconstateerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-368555.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.