Gemeenteblad van Vlaardingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2026, 367078 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2026, 367078 | beleidsregel |
Nota standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027
De fleurige bloemenstal op de hoek van de straat, de oliebollenkraam in de winter en de haringkar in het voorjaar: stands, kramen en foodtrucks zijn een vertrouwd gezicht in veel Nederlandse gemeenten. Standplaatsen vormen doorgaans een waardevolle aanvulling op het bestaande winkelaanbod, vaak met verse producten. Daarnaast kunnen ze flexibel inspelen op de vraag naar specifieke goederen, diensten of informatie.
Standplaatsen worden vaak geassocieerd met gezelligheid en dragen bij aan de levendigheid van de omgeving. Uit navraag onder winkeliers en bezoekers van verschillende winkelcentra in Vlaardingen blijkt dat standplaatsen en winkels elkaar versterken in het aantrekken van consumenten. Een aankoop bij een kraam wordt regelmatig gecombineerd met een winkelbezoek – en andersom.
Tegelijkertijd is regulering noodzakelijk. Standplaatsen kunnen namelijk ook overlast veroorzaken, bijvoorbeeld door geur, afval of onveilige verkeerssituaties. In deze nota wordt toegelicht hoe de gemeente invulling geeft aan de regulering van standplaatsen, met oog voor consumenten, standplaatshouders, bewoners en winkeliers. De nota bevat regels voor het verlenen, weigeren of intrekken van vergunningen en beschrijft wanneer er handhavend wordt opgetreden.
2. Aanleiding voor nieuw beleid
In 2021 is een derde herziening van de nota standplaatsen Vlaardingen uit 2011 gepubliceerd. Met de derde herziening in 2021 is onder andere opgenomen dat standplaatsen jaarlijks vergund worden om te voldoen aan de Dienstenrichtlijn (2006) waarin is gesteld dat vergunningen voor onbepaalde tijd niet meer mogen worden uitgegeven.
Gezien recente jurisprudentie over de vergunningstermijn voor standplaatsen, de Dienstenrichtlijn en het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) over de terugverdientijd van ambulante ondernemers (2021 en 2025) is duidelijk geworden dat het jaarlijks verlenen van schaarse vergunningen niet als redelijk wordt geacht. Een kalenderjaar is te kort voor ondernemers om investeringen te kunnen terugverdienen.
Onderstaand zijn de voornaamste redenen waarom ervoor is gekozen om het standplaatsenbeleid volledig te herzien.
De verlening van jaarlijkse vergunningen is niet in lijn met de geldende Dienstenrichtlijn. Uit het onderzoek van SEO over de terugverdientijd in de ambulante handel, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, blijkt dat een termijn van 9 tot 12 jaar redelijk is om investeringen terug te verdienen.
In maart 2024 heeft participatie plaatsgevonden in een fysieke sessie met vergunde standplaatshouders. In dezelfde periode zijn verschillende winkeliers en consumenten in de winkelcentra van Vlaardingen bevraagd over de standplaatsen. Daarnaast is het nodige onderzoek verricht, waaronder het analyseren van de standplaatslocaties uit bijlage 2 van de derde herziening van de nota Standplaatsenbeleid 2011.
Bij de totstandkoming van dit beleidsstuk vormen de uitkomsten van participatie en nader onderzoek het fundament. Dit is vertaald in de volgende uitgangspunten:
Locaties van standplaatsen dienen aantrekkelijk en veilig te zijn voor standplaatshouders, bewoners, bezoekers (consumenten) en lokale winkeliers. De gemeente streeft naar duurzame locaties waar in goede orde, zonder overlast en naar tevredenheid van alle belanghebbenden een mobiele verkoopinrichting geëxploiteerd kan worden. Het geheel van de mobiele verkoopinrichtingen én de nabije omgeving dient er netjes en verzorgd uit te zien.
Aanbod van producten en diensten dient bij voorkeur onderscheidend te zijn ten opzichte van het bestaande aanbod in de detailhandel en wat geboden wordt op andere standplaatsen. Dankzij de flexibiliteit van de ambulante handel kan hierop worden ingespeeld. De gemeente mengt zich niet in de branchering, aangezien dit volgens wet- en regelgeving aan de markt moet worden overgelaten. Alleen wanneer het voorzieningenniveau in gevaar komt of er een dringende reden van algemeen belang is, heeft de gemeente hierin een rol.
In deze nota worden de volgende definities gehanteerd.
APV: De Algemene Plaatselijke Verordening van Vlaardingen.
College: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen.
Standplaats: het met een fysiek middel, zoals een kraam, een foodtruck, een mobiele verkoopinrichting of een tafel, innemen van een openbare en in de openlucht gelegen vaste locatie met het doel goederen en diensten (te koop) aan te bieden, af te leveren, meningen of religie te uiten of informatie te bieden. Zie ook de definitie van een standplaats in artikel 5.17 van de APV.
Standplaatsvergunning: Een vergunning van het college om op een bepaalde locatie een standplaats te mogen innemen gedurende een aantal dagen per week.
Standplaatshouder: Een natuurlijk persoon die met een standplaatsvergunning op een vastgestelde dag of dagen een standplaatslocatie inneemt.
Jaarstandplaats: Een locatie waar gedurende het hele jaar een standplaats ingenomen kan worden met een door het college uitgegeven vergunning op vastgestelde dagen. Een standplaatslocatie wordt uitsluitend voor hele dagen vergund, dus niet per dagdeel.
Seizoenstandplaats: Een standplaats bedoeld voor de verkoop van seizoensgebonden producten, zoals haring, oliebollen, koek & zopie of ijs, met een door het college uitgegeven vergunning op vastgestelde dagen in een bepaald seizoen.
Tijdelijke standplaats: Een standplaats die incidenteel ingenomen kan worden voor maximaal 15 losse of aaneengesloten dagen per jaar, met een door het college uitgegeven vergunning op een vastgestelde dag of dagen.
Vergunningverlener: Een vergunningverlener is namens het bestuursorgaan bevoegd om vergunningaanvragen te toetsen en verwerken op basis van wet- en regelgeving.
Maatschappelijke standplaats: Een standplaats voor maatschappelijke activiteiten op het gebied van volksgezondheid, niet zijnde het te koop aanbieden of verkopen van goederen. Denk aan het uitvoeren van een dienst of het verstrekken van informatie of producten met betrekking tot zorg.
Politieke partij: Een georganiseerde groep mensen die zich ten doel stelt invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid, meestal door deel te nemen aan verkiezingen en vertegenwoordigers in politieke organen te laten kiezen.
Verkiezingsperiode: De dag van kandidaatstelling tot en met de verkiezingsdag.
4.2 Afbakening: wat niet bedoeld wordt met standplaatsen
Er zijn situaties die vaak worden geassocieerd met standplaatsen, maar daar niet onder vallen en dus geen onderdeel zijn van dit beleid. Ter verduidelijking worden deze onderstaand toegelicht.
Uitstallingen: Het plaatsen van bijvoorbeeld rekken en bakken met goederen voor fysieke winkels wordt beschouwd als ‘uitstallingen’. De producten worden in de winkel afgerekend. Uitstallingen vallen niet onder het standplaatsenbeleid. Zie de gemeentelijke website voor het aanvragen van een uitstalling.
Kerstboomverkoop: Naast de losse seizoenstandplaatsvergunning voor kerstbomen mogen bloemen- en plantenhandelaren met zowel een fysieke winkel als een standplaatsvergunning ruimte innemen voor kerstboomverkoop. Ook zij moeten hiervoor uitstalruimte aanvragen. Hiervoor gelden aparte voorwaarden en er moet jaarlijks worden gemeld dat zij deze ruimte gaan innemen.
Venten: Venten is het te koop aanbieden of afleveren van goederen aan huis, op of aan de weg, of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats. Een venter is in beweging en biedt zijn producten steeds vanaf een andere plek aan (bijvoorbeeld de rijdende kaasboer). Voor venten is geen vergunning nodig. Zodra een verkoper stil staat en op klanten wacht, is er wél sprake van een standplaats en is een vergunning vereist.
Kermissen: Voor het organiseren van een kermis is een evenementenvergunning nodig. Een kermis wordt niet gezien als (een verzameling van) standplaatsen.
Weekmarkten: De weekmarkten in Vlaardingen worden georganiseerd door de Coöperatie Weekmarkten Vlaardingen. Het standplaatsenbeleid is hierop niet van toepassing omdat er aparte afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de coöperatie. Standplaatshouders kunnen alleen deelnemen aan de weekmarkten met schriftelijke toestemming van de coöperatie.
Snuffelmarkten: Snuffelmarkten zijn geen verzameling van standplaatsen. Het standplaatsenbeleid is niet van toepassing op snuffelmarkten.
Vaste, permanente standplaatsen: In het verleden zijn enkele standplaatsen vergund als permanente standplaats met vaste bebouwing. Dat is inmiddels niet meer mogelijk. Deze vallen feitelijk ook niet onder de definitie van een standplaats omdat een standplaats een mobiel karakter heeft.
Verkooppunten bij agrarische bedrijven: Boeren en agrariërs die producten rechtstreeks aan consumenten verkopen bij hun eigen bedrijf, bijvoorbeeld vanuit een kast of mobiele voorziening op het erf, worden niet als standplaatshouders beschouwd.
Winterijs: Voor de verkoop van eten en drinken op winterijs (zoals bevroren sloten en meren) zijn de regels voor standplaatsen niet van toepassing.
Vaste standplaats voor campers: Er bestaan ook vaste standplaatsen voor campers, maar deze vallen niet onder de definitie van standplaatsen zoals bedoeld in deze nota.
5. Vergunningsduur en regels per soort standplaats
Aanvullend op de definities van de verschillende standplaatsen zoals opgenomen in hoofdstuk 4, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de regels per soort standplaats, de vergunningsduur en de locaties.
5.1 Vergunningsduur voor jaar- en seizoenstandplaatsen
In 2021 gaf het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat opdracht aan SEO Economisch Onderzoek om de terugverdientijd van ambulante ondernemers te onderzoeken. Het doel was om gemeenten te ondersteunen bij het bepalen van een passende vergunningstermijn, in lijn met de Europese Dienstenrichtlijn, die stelt dat vergunningen niet van onbepaalde duur of buitensporig lang mogen zijn.
SEO concludeerde dat de gemiddelde terugverdientijd ligt tussen de 9 en 12 jaar. De ondergrens betreft enkel de kapitaalvergoeding; de bovengrens houdt ook rekening met een minimuminkomen. Er werd geen verband gevonden tussen terugverdientijd en factoren zoals branche, aantal medewerkers of rechtsvorm. Het geactualiseerde rapport uit februari 2025 bevestigt deze termijn en benadrukt dat de vergunningsduur invloed heeft op financieringsmogelijkheden.
Gezien deze overwegingen en de eerdergenoemde uitgangspunten is gekozen voor een vergunningsduur van 12 jaar. Dit biedt ambulante handelaren voldoende tijd om hun investering terug te verdienen en vergroot de kans op externe financiering, zonder dat potentiële nieuwe toetreders onnodig lang worden uitgesloten.
De volgende regels zijn van toepassing:
Van een aantal jaar- en seizoenstandplaatslocaties is bekend dat er op termijn gebiedsontwikkelingen plaatsvinden, waardoor de standplaats niet behouden kan blijven. Voor deze locaties worden vergunningen verleend voor de duur die mogelijk is tot aan de start van de gebiedsontwikkeling. In bijlage 2 is per locatie aangegeven of een gebiedsontwikkeling van toepassing is en wat daarbij de maximale vergunningsduur is.
Het is niet toegestaan om zowel een jaarstandplaats als een seizoenstandplaats in te nemen. Een vergunninghouder met een jaarstandplaats komt dus niet in aanmerking voor een extra seizoenstandplaatsvergunning, en vice versa. Gezien het beperkt aantal jaar- en seizoenplaatsen wordt op deze manier ruimte gecreëerd voor andere geïnteresseerden.
5.2 Regels voor de jaar- en seizoenstandplaatsen
De jaar- en seizoenstandplaatsen zijn vastgestelde locaties. Alle locaties zijn beoordeeld op verkeersveiligheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten en brandveiligheid. Zie bijlage 2 voor het volledige overzicht van de locaties. In de onderstaande paragrafen worden de regels per soort standplaats toegelicht.
Aan een aanvrager kan voor maximaal drie dagen per week op maximaal drie locaties een standplaats worden vergund. Eén locatie kan dus, mits beschikbaar, worden vergund voor één, twee of drie dagen. Er kan ook gekozen worden voor meerdere locaties, maar het totaal is maximaal drie dagen per week. Bij drie locaties betekent dit dus maximaal één dag per locatie.
Tabel 1: De maanden waarin seizoengebonden producten kunnen worden aangeboden
5.2.3 Tijdelijke standplaatsen
Tijdelijke standplaatsen kunnen worden ingenomen voor een commercieel, ideëel of religieus doel. Denk aan een collecte voor een goed doel, het werven van leden voor een organisatie, of de verkoop van goederen en diensten voor één of enkele dagen. Ook politieke partijen kunnen een tijdelijke standplaats innemen; zie hiervoor de regels onder paragrafen 5.2.4 en 5.2.5.
Het is mogelijk om een voorkeurslocatie aan te vragen die afwijkt van de lijst in bijlage 2. Het wordt aanbevolen om bij de keuze van zo’n locatie de checklist uit bijlage 1 te hanteren. Zo dient er bijvoorbeeld afstand gehouden te worden tot bouwsels en tussen de verkoopinrichtingen onderling bij bakken, braden en frituren. De vergunningverlener beoordeelt of de opgegeven locatie geschikt is.
5.2.5 Politieke partijen buiten verkiezingsperioden
Het is mogelijk om een voorkeurslocatie aan te vragen die afwijkt van de lijst met tijdelijke standplaatslocaties zoals opgenomen in bijlage 2. Het wordt aanbevolen om bij de keuze van een locatie de checklist uit bijlage 1 te hanteren. De vergunningverlener beoordeelt of de opgegeven locatie geschikt is.
5.2.6 Maatschappelijke standplaatsen
Maatschappelijke organisaties kunnen een standplaats innemen op de vastgestelde locaties voor tijdelijke standplaatsen. Ook kan gebruik worden gemaakt van een jaar- of seizoenstandplaats, mits deze op de betreffende dag(en) niet in gebruik is door een vergunde standplaatshouder. Zie bijlage 2 voor de standplaatslocaties.
5.3 Standplaatslocaties tijdens evenementen en festiviteiten
Een standplaatshouder heeft het recht om de standplaats op de vergunde dag in te nemen. De vergunninghouder van een evenement dient hier rekening mee te houden. Alleen wanneer dit noodzakelijk is, kan in overleg met de gemeente en de standplaatshouder worden besloten om de standplaats binnen het evenemententerrein te verplaatsen, en uitsluitend in het uiterste geval om de standplaats niet toe te staan. Een dergelijk verzoek moet goed gemotiveerd zijn.
De volgende uitgangspunten zijn mogelijk, in onderstaande volgorde van voorkeur:
Mochten de evenementcoördinator en standplaatshouder er niet uitkomen, dan besluit de vergunningverlener namens het college.
Indien uitgangspunt 1, 2 of 3 van toepassing is, dan dient de aanvrager van de evenementenvergunning de betreffende standplaats op te nemen in de stukken die horen bij de aanvraag, zoals de plattegrond. Daarnaast moet de aanvrager van het evenement contact opnemen met de standplaatshouder.
In het geval dat uitgangspunt 4 van toepassing is, kijkt de vergunningverlener uit naar een alternatieve locatie voor de duur van het evenement. Dat kan zijn een bestaande standplaats of een tijdelijke nieuwe locatie. De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel geleden schade of verloren inkomsten — zowel in het geval dat een alternatieve locatie wordt gevonden als wanneer dat niet lukt. Dit is een risico waarmee een standplaatshouder rekening dient te houden.
6. Procedure voor het aanvragen van een standplaatsvergunning
Een standplaatsvergunning is ingevolge artikel 1:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) persoonlijk en mag derhalve niet worden overgedragen of in gebruik worden gegeven aan een ander. De artikelen uit afdeling 4 van de APV zijn van toepassing op de (toetsing van de) standplaatsvergunningen.
6.2 Procedure aanvragen standplaatsvergunning
6.2.1 Het indienen van de aanvraag
Stappen in de aanvraagprocedure
Voor het indienen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning dient het formulier “Aanvraag standplaatsvergunning” te worden gebruikt. Het formulier is te downloaden via www.vlaardingen.nl onder het onderwerp Vergunningen of het kan aangevraagd worden bij het team Openbare Orde & Veiligheid. Het aanvragen van een standplaatsvergunning zal op termijn ook digitaal mogelijk zijn.
Voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag dient de aanvrager leges te betalen. Dit zijn kosten die de gemeente in rekening brengt voor de tijd die wordt besteed aan het behandelen van de aanvraag en het verlenen van de vergunning. De leges worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld in de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges van de gemeente Vlaardingen’. Deze verordening wordt jaarlijks geactualiseerd.
Bij een vergunningaanvraag voor meerdere jaren hoeft slechts eenmalig leges te worden betaald, omdat de behandeling ervan ook eenmalig is. Wel dient per gevraagde locatie een aparte aanvraag te worden ingediend, aangezien vergunningverlening per locatie plaatsvindt. Bijvoorbeeld: bij het aanvragen van locatie A voor twee dagen en locatie B voor één dag, gaat het om twee afzonderlijke aanvragen en worden dus tweemaal legeskosten in rekening gebracht.
Ook bij uitloting moeten leges worden betaald omdat de aanvraag wel behandeld is. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de leges namens de gemeente Vlaardingen.
6.3.2 Het betalen van precariobelasting
Bij het innemen van een standplaats op gemeentegrond wordt precariobelasting in rekening gebracht, omdat er gebruik wordt gemaakt van gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de oppervlakte van de mobiele verkoopinrichting (inclusief luifel, in m²) en het aantal dagen dat de standplaats wordt ingenomen.
Het precariotarief wordt jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld in de ‘Verordening Precariobelasting Vlaardingen’. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de precariobelasting namens de gemeente Vlaardingen.
6.3.3 Niet betalen van leges of precariobelasting
Wanneer de leges voor de standplaatsvergunning of de precariobelasting niet worden betaald, kan dat tot gevolg hebben dat bij het uitblijven van betaling de vergunning wordt ingetrokken of dat de standplaats niet mag worden ingenomen zolang er niet is betaald.
6.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
De weigeringsgronden voor een standplaatsvergunning zijn bepaald in artikel 1.8 en artikel 5.18 van de APV. Deze weigeringsgronden zijn in deze nota nader uitgewerkt in de regels en criteria voor vergunningverlening. De intrekkingsgronden zijn benoemd in artikel 1.6 van de APV. Hieronder vallen in ieder geval:
Het niet in acht nemen van de regels met betrekking tot brandveiligheid. Voor alle standplaatshouders gelden de bepalingen in het ‘besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ (BBGBOP). Dit document is te vinden op www.wetten.overheid.nl
6.5 Het voortijdig opzeggen van de standplaatsvergunning
Het voortijdig opzeggen van een vergunning dient schriftelijk bevestigd te worden aan het college via het team Openbare Orde en Veiligheid. Er geldt een opzegtermijn van één maand, ingaande na afloop van de lopende maand. De precariobelasting wordt verrekend op basis van de maanden waarin de standplaats vergund was. Na opzegging komt de standplaats beschikbaar voor vergunningverlening aan andere geïnteresseerden.
6.6 Toetsing van aanvragen voor de jaar- en seizoenstandplaatsen
Voor de aanvragers van jaar- en seizoenstandplaatsen is onderstaande van toepassing om in aanmerking te komen voor een standplaatsvergunning.
6.6.1 Het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting
Er wordt belang gehecht aan een representatief en aantrekkelijk uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting. Des te meer omdat vergunningen worden verleend voor meerdere, achtereenvolgende jaren voor standplaatsen veelal op centrale locaties in de stad. Om in aanmerking te komen voor een vergunning is een minimumscore van 7 punten vereist. Indien deze score niet wordt behaald, krijgt de standplaatshouder inzicht in de motivatie voor het toegekende aantal punten.
Zie bijlage 3 voor de gestelde criteria. De criteria worden getoetst door de adviescommissie Omgevingskwaliteit Vlaardingen. Na gunning van de standplaats dient de verkoopinrichting blijvend te voldoen aan de gestelde criteria.
De Wet Bibob stelt de gemeente Vlaardingen in staat om te beoordelen of personen en ondernemingen mogelijk betrokken zijn bij criminele activiteiten. Hiermee voorkomt de gemeente dat vergunningen, vastgoedtransacties, subsidies, overheidsopdrachten en ontheffingen worden gebruikt voor illegale doeleinden, zoals het witwassen van geld of het financieren van georganiseerde misdaad.
De gemeente is op grond van de Wet Bibob bevoegd om bij een vergunningsaanvraag een eigen onderzoek te starten. Een eigen onderzoek is de wijze waarop de gemeente in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de Wet Bibob. Het weigeren of intrekken van een vergunning is mogelijk bij het bestaan van gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of voor het witwassen van financiële middelen verkregen door gepleegde strafbare feiten. Zie voor meer informatie over de toepassing van de wet, de beleidsregels Wet Bibob.
De gemeente Vlaardingen past vanaf 2026 voor de jaar- en seizoenvergunningen de Wet Bibob toe. Een eigen onderzoek vormt dan een onderdeel van het vergunningverleningsproces. De gemeente voert een eigen onderzoek uit, als bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob:
6.6.3 Selectiecriteria en loting bij meerdere aanvragen
Bij meerdere aanvragen voor eenzelfde standplaats en dezelfde voorkeursdagen komt de aanvrager met de hoogste score op de selectiecriteria in aanmerking voor de vergunning. Zie bijlage 3 voor de gestelde criteria over het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting. Indien meerdere aanvragers gelijk scoren, wordt er overgegaan tot loting, begeleid door een notaris. De kosten hiervan worden gedragen door de gemeente. Ook bij uitloting moeten leges worden betaald omdat de aanvraag wel behandeld is. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de leges namens de gemeente Vlaardingen.
De vergunninghouder is verplicht om de vergunning daadwerkelijk te benutten door de standplaats op de daarvoor gestelde dagen in te nemen. De standplaatslocaties zijn schaars, er wordt door de gemeente een maximum gesteld aan het aantal te verlenen vergunningen en er is overwegend meer vraag dan aanbod. Het zou niet eerlijk zijn tegenover andere geïnteresseerden als een standplaats bijvoorbeeld slechts twee van de drie vergunde dagen wordt benut.
7.3 Aanwezigheid op de standplaats van andere personen dan de vergunninghouder.
De vergunning voor een standplaats is persoonsgebonden. Dit vanwege het persoonlijke karakter van de ambulante handel. Het houdt ook in dat degene aan wie de vergunning is verleend te allen tijde verantwoordelijk is voor de standplaats. De standplaatshouder hoeft niet te allen tijde in persoon aanwezig te zijn op de standplaats. De standplaatshouder aan wie de vergunning is verleend kan zich laten vervangen. Daarbij is het volgende van toepassing.
Ter verkrijging van toestemming om zich te laten vervangen dient de vergunninghouder een aanvraag in waaruit blijkt door wie de vergunninghouder wordt vervangen. De gegevens van de vervanger dienen overhandigd te worden. Het gaat dan om een kopie van het paspoort of identiteitsbewijs en de adresgegevens, en een door de vervanger ondertekende verklaring waarin hij/zij instemt met het tijdelijk innemen van de standplaats als vervanger van de vergunninghouder.
7.4 Het overdragen van de vergunning.
Het college kan besluiten om de persoonsgebonden standplaatsvergunning over te dragen aan een ander persoon bij specifieke omstandigheden zoals bij overlijden of bij blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder.
In dergelijke gevallen kan de vergunning worden overgeschreven op uitsluitend één van de volgende personen, mits de relatie aantoonbaar is en enkel voor de resterende duur van de vergunning:
Aan het overdragen van een vergunning zijn kosten verbonden. De kosten voor het overdragen van de vergunning worden opgenomen in de ‘Verordening op de heffing en invordering van leges Vlaardingen’. Tevens dient de precariobelasting doorbetaald te worden, ook gedurende het overdragen van de vergunning.
Ter verduidelijking, het overdragen van de vergunning aan gezinsleden vanwege bijvoorbeeld pensioen of faillissement zijn geen geldige redenen. In zojuist genoemde situaties zou het betekenen dat de vergunning wordt ingetrokken en opnieuw beschikbaar wordt gesteld aan geïnteresseerden.
7.5 Het wijzigen van de vergunning
Een vergunning kan niet worden gewijzigd. Indien een wijziging gewenst is, bijvoorbeeld van de voorkeurdag of standplaatslocatie, dient de verleende vergunning beëindigd te worden. De standplaatshouder moet vervolgens een nieuwe aanvraag indienen.
Een wijziging van het adres, het KvK-nummer of de bedrijfsnaam dient zo spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan de vergunningverleners van team Openbare Orde en Veiligheid. Deze gegevens kunnen kosteloos worden aangepast.
7.6 Stroomvoorziening op de standplaatsen
De stroomkasten die op enkele standplaatsen in 2026 nog worden gebruikt, zijn verouderd. Ten tijde van de vaststelling van voorliggend document is de gemeente nog in overleg met de standplaatshouders over de vervanging van de stroomkasten. Bij het vaststellen van dit beleidsdocument kunnen daarom nog geen definitieve uitspraken gedaan worden over de toekomstige inrichting op de verschillende standplaatsen voor wat betreft een stroomvoorziening. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt dat zo snel mogelijk kenbaar gemaakt. Onderstaande blijft eveneens van toepassing.
De standplaatshouders zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van een geschikte en veilige stroomvoorziening op een standplaats. Het gebruik van generatoren en aggregaten is niet toegestaan en stroomkabels over straat moeten worden afgedekt. Bij het zelf organiseren van een stroomvoorziening blijft de standplaatshouder verantwoordelijk voor veilig gebruik en het redelijkerwijs nemen van maatregelen die voorkomen dat de gemeente en derden schade, hinder, overlast of gevaar ondervinden. Een stroomkast op eigen initiatief (laten) plaatsen kan enkel met toestemming van de gemeente. Indien een standplaatshouder voor eigen rekening en met toestemming van de gemeente een stroomvoorziening aanlegt bij een standplaats, gebeurt dit altijd voor risico van de standplaatshouder navenant bovenstaande. Voorts moeten de stroomkasten voldoen aan alle wettelijke eisen en de daarvoor in Nederland gestelde normeringen.
Als er een gemeentelijke stroomvoorziening in de nabijheid van de standplaats beschikbaar is, dan kan hier tegen betaling stroom afgenomen worden. Mocht een standplaats, al dan niet gedwongen, worden verplaatst naar een andere locatie, dan is de gemeente niet aansprakelijk voor de door de standplaatshouder geleden schade in de vorm van verplaatsing- of vervangingskosten of restitutie van de aanlegkosten van de stroomvoorziening.
Toezichthouders van de gemeente Vlaardingen zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels zoals gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 (APV), het Omgevingsplan gemeente Vlaardingen (omgevingsplan) en de vergunning. Bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden opgelegd als een standplaats:
Bijlage 1: Voorwaarden voor een tijdelijke standplaatslocatie naar keuze
Om in aanmerking te komen voor een vergunning voor een locatie naar keuze, dient bij alle voorwaarden zoals beschreven in onderstaande tabel een ‘ja’ te kunnen worden ingevuld. Er kan overigens niet zonder meer van uitgegaan worden dat de locatie dan vergund wordt.
Bijlage 2: De locaties voor het innemen van een standplaats
A1. Station Vlaardingen West (Westwijk)
A2. Fransenstraat (Centrum) ter hoogte van nummer 2 en nummer 7.
A3. Veerplein (Centrum) ter hoogte van nummer 27 en prullenbak op het plein
A4. Winkelcentrum De Loper (Holy) ter hoogte van nummer 8
B5. Het Plein winkelcentrum De Loper (Holy)
Toelichting over de standplaatslocaties op de parkeerplaats van de Loper nabij supermarkt Jumbo.
Voor de jaar- en de seizoenstandplaats die tot en met 2026 gesitueerd waren op de parkeerplaats van de Loper (locatie 8 en locatie 9 van de Nota Standplaatsenbeleid (Derde herziening Nota Standplaatsenbeleid 2011) gemeente Vlaardingen), is het streven om een nieuwe jaar- en seizoenstandplaats te realiseren in het nieuwe gebiedsontwerp van de Loper 2.
Voor de periode van de bouw van de Loper 2 vanaf 2027 wordt nog onderzocht of er tijdelijk een locatie voor de standplaatshouders van de parkeerplaats de Loper mogelijk gemaakt kan worden om de betreffende ondernemers, dan wel deels, een alternatief te bieden voor de jaren dat er geen standplaats ingenomen kan worden. Hier kunnen geen rechten aan ontleend worden.
B6. Holiërhoek – Reigerlaan tussen nummer 32 en nummer 34 voor de ingang naar het plein.
B7 + B8 Van Hogendorplaan (Babberspolder) ter hoogte van nummer 47 - het wijkcentrum
B9. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)
B10. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)
B11. Parallelweg (Vettenoordse Polder) ter hoogte van nummer 6
B13. Infopunt Vlaardingen (Centrum) – Westhavenkade 56
Enkel voor de verkoop van typisch Vlaardingse producten zoals haring of ijzerkoekjes, van lokale producten of producten met een directe relatie met ambachtelijke Vlaardingse ondernemers op het gebied van food en alcoholvrije dranken. In dit geval wordt er een uitzondering gemaakt voor de verkoop van haring (want het is een seizoenproduct). Omdat deze locatie, nabij het Infopunt Vlaardingen en Museum Vlaardingen een toeristische ‘inslag’ heeft, zijn dergelijke producten passend bij de locatie.
B14. Parkeerterrein Gamma Bouwmarkt (bedrijventerrein ’t Scheur)
B15. Nabij de ingang van Gamma Bouwmarkt (bedrijventerrein ’t Scheur)
Standplaatsen B14 en B15 kunnen enkel ingenomen in overleg en met goedkeuring van het management van Gamma Vlaardingen.
C16. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)
C18. Kethelweg (Babberspolder) op de parkeerplaats tegenover Trimpad 4
Bijlage 3: Eisen ten aanzien van het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting
Om in aanmerking te komen voor een vergunning, dient de mobiele verkoopinrichting aan de onderstaande criteria te voldoen. Per criterium kan er 0, 1 of 3 punten worden toegekend:
Er moet in totaal aan minimaal 7 punten worden voldaan om in aanmerking te komen voor een vergunning. Het is aan de aanvrager om duidelijke, recente foto’s en eventueel een video opname te overhandigen.
De criteria en rekenwijze zijn onderdeel van de vergunningsvoorwaarden. Dit houdt in dat het uiterlijk van de verkoopinrichting gedurende de duur van de vergunning op peil moet blijven. Indien blijkt dat niet meer aan de criteria en rekenwijze wordt voldaan, dan volgt een waarschuwing en termijn om het in orde te brengen. Verstrijkt die termijn, dan volgt schorsing van de vergunning totdat de verkoopinrichting weer voldoet.
De criteria worden beoordeeld door de adviescommissie Omgevingskwaliteit. Dit is een onafhankelijke commissie samengesteld uit experts vanuit de regio. Onderstaand is toegelicht wat elke eis inhoudt en in welke situatie er 0, 1 of 3 punten toebedeeld wordt.
Netheid en verzorging De mobiele verkoopinrichting ziet er netjes en verzorgd uit. Dit houdt het volgende in:
Plaatsing en stabiliteit Dit houdt het volgende in.
Gebalanceerde reclame-uitingen
Onderstaande foto’s van mobiele verkoopinrichtingen zijn ter illustratie en voldoen aan bovenstaande criteria.
Bij de volgende overtredingen worden bijbehorende sancties aangehouden.
Bijlage 5: Een voorbeeld van voorschriften in een vergunning voor alle soorten standplaatsen (deze kunnen afwijken van de uiteindelijke te verkrijgen vergunning)
De standplaats mag alleen worden ingenomen op de volgende dag / dagen, tijdens de periode van (DATUM) tot en met (DATUM):
Het plaatsen van maximaal 2 statafels bij de standplaats is toegestaan wanneer deze binnen 1.5 meter vanuit de standplaats staan, zolang de statafels geen hinder opleveren en zolang de statafels binnen de afmetingen van de standplaats staan. Er dient altijd voldoende ruimte over te blijven voor voetgangers om te passeren.
De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften uit het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). De BGBOP is online te raadplegen via deze link. Onderstaand zijn ter verduidelijking een aantal voorschriften uit de BGBOP opgenomen.
Bijlage 6: Indieningsvereisten bij het aanvragen van een standplaatsvergunning
Bij het aanvragen van een standplaatsvergunning voor alle soorten standplaatsen dienen, naast het volledig invullen van het aanvraagformulier, de volgende bescheiden te worden ingediend:
Jaar- en seizoenstandplaatsvergunningen worden enkel verleend aan een natuurlijk persoon die als ambulant handelaar of detailhandelaar bij de KVK is ingeschreven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-367078.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.