Nota standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027

 

1. Inleiding

De fleurige bloemenstal op de hoek van de straat, de oliebollenkraam in de winter en de haringkar in het voorjaar: stands, kramen en foodtrucks zijn een vertrouwd gezicht in veel Nederlandse gemeenten. Standplaatsen vormen doorgaans een waardevolle aanvulling op het bestaande winkelaanbod, vaak met verse producten. Daarnaast kunnen ze flexibel inspelen op de vraag naar specifieke goederen, diensten of informatie.

 

Standplaatsen worden vaak geassocieerd met gezelligheid en dragen bij aan de levendigheid van de omgeving. Uit navraag onder winkeliers en bezoekers van verschillende winkelcentra in Vlaardingen blijkt dat standplaatsen en winkels elkaar versterken in het aantrekken van consumenten. Een aankoop bij een kraam wordt regelmatig gecombineerd met een winkelbezoek – en andersom.

 

Tegelijkertijd is regulering noodzakelijk. Standplaatsen kunnen namelijk ook overlast veroorzaken, bijvoorbeeld door geur, afval of onveilige verkeerssituaties. In deze nota wordt toegelicht hoe de gemeente invulling geeft aan de regulering van standplaatsen, met oog voor consumenten, standplaatshouders, bewoners en winkeliers. De nota bevat regels voor het verlenen, weigeren of intrekken van vergunningen en beschrijft wanneer er handhavend wordt opgetreden.

2. Aanleiding voor nieuw beleid

In 2021 is een derde herziening van de nota standplaatsen Vlaardingen uit 2011 gepubliceerd. Met de derde herziening in 2021 is onder andere opgenomen dat standplaatsen jaarlijks vergund worden om te voldoen aan de Dienstenrichtlijn (2006) waarin is gesteld dat vergunningen voor onbepaalde tijd niet meer mogen worden uitgegeven.

 

Gezien recente jurisprudentie over de vergunningstermijn voor standplaatsen, de Dienstenrichtlijn en het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) over de terugverdientijd van ambulante ondernemers (2021 en 2025) is duidelijk geworden dat het jaarlijks verlenen van schaarse vergunningen niet als redelijk wordt geacht. Een kalenderjaar is te kort voor ondernemers om investeringen te kunnen terugverdienen.

 

Onderstaand zijn de voornaamste redenen waarom ervoor is gekozen om het standplaatsenbeleid volledig te herzien.

  • De verlening van jaarlijkse vergunningen is niet in lijn met de geldende Dienstenrichtlijn. Uit het onderzoek van SEO over de terugverdientijd in de ambulante handel, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, blijkt dat een termijn van 9 tot 12 jaar redelijk is om investeringen terug te verdienen.

  • De lijst met standplaatslocaties, zoals opgenomen in bijlage 2 van de nota Standplaatsenbeleid (Derde herziening Nota Standplaatsenbeleid 2011), is de afgelopen jaren niet geëvalueerd. Met het oog op de uitbreiding van de vergunningsduur is het vaststellen van geschikte locaties van evident belang.

  • Met de overgang naar meerjarige vergunningen en de vaststelling van nieuwe locaties is een nieuw kader nodig met regels voor een eerlijke verdeling van schaarse vergunningen, inclusief een overgangsfase.

  • Het beleid in de nota Standplaatsenbeleid (Derde herziening Nota Standplaatsenbeleid 2011) is op verschillende punten verouderd. Zo is onder andere verduidelijking nodig over definities, voorwaarden en het proces van vergunningverlening.

3. Uitgangspunten

In maart 2024 heeft participatie plaatsgevonden in een fysieke sessie met vergunde standplaatshouders. In dezelfde periode zijn verschillende winkeliers en consumenten in de winkelcentra van Vlaardingen bevraagd over de standplaatsen. Daarnaast is het nodige onderzoek verricht, waaronder het analyseren van de standplaatslocaties uit bijlage 2 van de derde herziening van de nota Standplaatsenbeleid 2011.

 

Bij de totstandkoming van dit beleidsstuk vormen de uitkomsten van participatie en nader onderzoek het fundament. Dit is vertaald in de volgende uitgangspunten:

 

  • Locaties van standplaatsen dienen aantrekkelijk en veilig te zijn voor standplaatshouders, bewoners, bezoekers (consumenten) en lokale winkeliers. De gemeente streeft naar duurzame locaties waar in goede orde, zonder overlast en naar tevredenheid van alle belanghebbenden een mobiele verkoopinrichting geëxploiteerd kan worden. Het geheel van de mobiele verkoopinrichtingen én de nabije omgeving dient er netjes en verzorgd uit te zien.

     

  • Goed ondernemerschap wordt gewaardeerd. De gemeente ziet graag ondernemers met een zuivere bedrijfsvoering: integer en deugdelijk ondernemerschap, een correcte boekhouding, geen illegale praktijken en het naleven van regels en vergunningsvoorwaarden.

     

  • Aanbod van producten en diensten dient bij voorkeur onderscheidend te zijn ten opzichte van het bestaande aanbod in de detailhandel en wat geboden wordt op andere standplaatsen. Dankzij de flexibiliteit van de ambulante handel kan hierop worden ingespeeld. De gemeente mengt zich niet in de branchering, aangezien dit volgens wet- en regelgeving aan de markt moet worden overgelaten. Alleen wanneer het voorzieningenniveau in gevaar komt of er een dringende reden van algemeen belang is, heeft de gemeente hierin een rol.

     

  • Duurzaamheid heeft de voorkeur. De gemeente ziet graag vernieuwende en duurzame producten (of zelfs nieuwe concepten), duurzame productverpakkingen en een duurzame manier van het opwekken of gebruiken van energie.

4. Definities en afbakening

4.1 Definities

In deze nota worden de volgende definities gehanteerd.

 

APV: De Algemene Plaatselijke Verordening van Vlaardingen.

 

College: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen.

 

Standplaats: het met een fysiek middel, zoals een kraam, een foodtruck, een mobiele verkoopinrichting of een tafel, innemen van een openbare en in de openlucht gelegen vaste locatie met het doel goederen en diensten (te koop) aan te bieden, af te leveren, meningen of religie te uiten of informatie te bieden. Zie ook de definitie van een standplaats in artikel 5.17 van de APV.

 

Standplaatsvergunning: Een vergunning van het college om op een bepaalde locatie een standplaats te mogen innemen gedurende een aantal dagen per week.

 

Standplaatshouder: Een natuurlijk persoon die met een standplaatsvergunning op een vastgestelde dag of dagen een standplaatslocatie inneemt.

 

Jaarstandplaats: Een locatie waar gedurende het hele jaar een standplaats ingenomen kan worden met een door het college uitgegeven vergunning op vastgestelde dagen. Een standplaatslocatie wordt uitsluitend voor hele dagen vergund, dus niet per dagdeel.

 

Seizoenstandplaats: Een standplaats bedoeld voor de verkoop van seizoensgebonden producten, zoals haring, oliebollen, koek & zopie of ijs, met een door het college uitgegeven vergunning op vastgestelde dagen in een bepaald seizoen.

 

Tijdelijke standplaats: Een standplaats die incidenteel ingenomen kan worden voor maximaal 15 losse of aaneengesloten dagen per jaar, met een door het college uitgegeven vergunning op een vastgestelde dag of dagen.

 

Vergunningverlener: Een vergunningverlener is namens het bestuursorgaan bevoegd om vergunningaanvragen te toetsen en verwerken op basis van wet- en regelgeving.

 

Maatschappelijke standplaats: Een standplaats voor maatschappelijke activiteiten op het gebied van volksgezondheid, niet zijnde het te koop aanbieden of verkopen van goederen. Denk aan het uitvoeren van een dienst of het verstrekken van informatie of producten met betrekking tot zorg.

 

Politieke partij: Een georganiseerde groep mensen die zich ten doel stelt invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid, meestal door deel te nemen aan verkiezingen en vertegenwoordigers in politieke organen te laten kiezen.

 

Verkiezingsperiode: De dag van kandidaatstelling tot en met de verkiezingsdag.

 

4.2 Afbakening: wat niet bedoeld wordt met standplaatsen

Er zijn situaties die vaak worden geassocieerd met standplaatsen, maar daar niet onder vallen en dus geen onderdeel zijn van dit beleid. Ter verduidelijking worden deze onderstaand toegelicht.

 

Uitstallingen: Het plaatsen van bijvoorbeeld rekken en bakken met goederen voor fysieke winkels wordt beschouwd als ‘uitstallingen’. De producten worden in de winkel afgerekend. Uitstallingen vallen niet onder het standplaatsenbeleid. Zie de gemeentelijke website voor het aanvragen van een uitstalling.

 

Kerstboomverkoop: Naast de losse seizoenstandplaatsvergunning voor kerstbomen mogen bloemen- en plantenhandelaren met zowel een fysieke winkel als een standplaatsvergunning ruimte innemen voor kerstboomverkoop. Ook zij moeten hiervoor uitstalruimte aanvragen. Hiervoor gelden aparte voorwaarden en er moet jaarlijks worden gemeld dat zij deze ruimte gaan innemen.

 

Venten: Venten is het te koop aanbieden of afleveren van goederen aan huis, op of aan de weg, of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats. Een venter is in beweging en biedt zijn producten steeds vanaf een andere plek aan (bijvoorbeeld de rijdende kaasboer). Voor venten is geen vergunning nodig. Zodra een verkoper stil staat en op klanten wacht, is er wél sprake van een standplaats en is een vergunning vereist.

 

Kermissen: Voor het organiseren van een kermis is een evenementenvergunning nodig. Een kermis wordt niet gezien als (een verzameling van) standplaatsen.

 

Weekmarkten: De weekmarkten in Vlaardingen worden georganiseerd door de Coöperatie Weekmarkten Vlaardingen. Het standplaatsenbeleid is hierop niet van toepassing omdat er aparte afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de coöperatie. Standplaatshouders kunnen alleen deelnemen aan de weekmarkten met schriftelijke toestemming van de coöperatie.

 

Snuffelmarkten: Snuffelmarkten zijn geen verzameling van standplaatsen. Het standplaatsenbeleid is niet van toepassing op snuffelmarkten.

 

Vaste, permanente standplaatsen: In het verleden zijn enkele standplaatsen vergund als permanente standplaats met vaste bebouwing. Dat is inmiddels niet meer mogelijk. Deze vallen feitelijk ook niet onder de definitie van een standplaats omdat een standplaats een mobiel karakter heeft.

 

Verkooppunten bij agrarische bedrijven: Boeren en agrariërs die producten rechtstreeks aan consumenten verkopen bij hun eigen bedrijf, bijvoorbeeld vanuit een kast of mobiele voorziening op het erf, worden niet als standplaatshouders beschouwd.

 

Winterijs: Voor de verkoop van eten en drinken op winterijs (zoals bevroren sloten en meren) zijn de regels voor standplaatsen niet van toepassing.

 

Vaste standplaats voor campers: Er bestaan ook vaste standplaatsen voor campers, maar deze vallen niet onder de definitie van standplaatsen zoals bedoeld in deze nota.

5. Vergunningsduur en regels per soort standplaats

Aanvullend op de definities van de verschillende standplaatsen zoals opgenomen in hoofdstuk 4, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de regels per soort standplaats, de vergunningsduur en de locaties.

 

5.1 Vergunningsduur voor jaar- en seizoenstandplaatsen

In 2021 gaf het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat opdracht aan SEO Economisch Onderzoek om de terugverdientijd van ambulante ondernemers te onderzoeken. Het doel was om gemeenten te ondersteunen bij het bepalen van een passende vergunningstermijn, in lijn met de Europese Dienstenrichtlijn, die stelt dat vergunningen niet van onbepaalde duur of buitensporig lang mogen zijn.

 

SEO concludeerde dat de gemiddelde terugverdientijd ligt tussen de 9 en 12 jaar. De ondergrens betreft enkel de kapitaalvergoeding; de bovengrens houdt ook rekening met een minimuminkomen. Er werd geen verband gevonden tussen terugverdientijd en factoren zoals branche, aantal medewerkers of rechtsvorm. Het geactualiseerde rapport uit februari 2025 bevestigt deze termijn en benadrukt dat de vergunningsduur invloed heeft op financieringsmogelijkheden.

 

Gezien deze overwegingen en de eerdergenoemde uitgangspunten is gekozen voor een vergunningsduur van 12 jaar. Dit biedt ambulante handelaren voldoende tijd om hun investering terug te verdienen en vergroot de kans op externe financiering, zonder dat potentiële nieuwe toetreders onnodig lang worden uitgesloten.

 

De volgende regels zijn van toepassing:

  • Vergunningen voor jaar- en seizoenstandplaatsen worden verleend met een looptijd van maximaal 12 jaar. Seizoenstandplaatsen gelden voor 12 kalenderjaren, beperkt tot de maand(en) waarin het product seizoensgebonden is (zie tabel 1).

  • Een aanvrager kan desgewenst ook een vergunning aanvragen met een kortere geldigheidsduur dan 12 jaar.

  • Van een aantal jaar- en seizoenstandplaatslocaties is bekend dat er op termijn gebiedsontwikkelingen plaatsvinden, waardoor de standplaats niet behouden kan blijven. Voor deze locaties worden vergunningen verleend voor de duur die mogelijk is tot aan de start van de gebiedsontwikkeling. In bijlage 2 is per locatie aangegeven of een gebiedsontwikkeling van toepassing is en wat daarbij de maximale vergunningsduur is.

  • Het is niet toegestaan om zowel een jaarstandplaats als een seizoenstandplaats in te nemen. Een vergunninghouder met een jaarstandplaats komt dus niet in aanmerking voor een extra seizoenstandplaatsvergunning, en vice versa. Gezien het beperkt aantal jaar- en seizoenplaatsen wordt op deze manier ruimte gecreëerd voor andere geïnteresseerden.

5.2 Regels voor de jaar- en seizoenstandplaatsen

De jaar- en seizoenstandplaatsen zijn vastgestelde locaties. Alle locaties zijn beoordeeld op verkeersveiligheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten en brandveiligheid. Zie bijlage 2 voor het volledige overzicht van de locaties. In de onderstaande paragrafen worden de regels per soort standplaats toegelicht.

5.2.1 Jaarstandplaatsen

  • Aan een aanvrager kan voor maximaal drie dagen per week op maximaal drie locaties een standplaats worden vergund. Eén locatie kan dus, mits beschikbaar, worden vergund voor één, twee of drie dagen. Er kan ook gekozen worden voor meerdere locaties, maar het totaal is maximaal drie dagen per week. Bij drie locaties betekent dit dus maximaal één dag per locatie.

  • De vergunning voor een jaarstandplaats kan op elke dag van het jaar ingaan.

  • Jaarstandplaatsen die niet vergund zijn, kunnen tijdelijk worden toegewezen aan een aanvrager met seizoenproducten, voor de duur van maximaal één seizoenperiode.

  • Er geldt geen minimaal aantal weken per jaar voor het innemen van een jaarstandplaats, aangezien deze voor één of enkele dagen per week het hele jaar door kan worden ingenomen.

5.2.2 Seizoenstandplaatsen

  • Seizoenstandplaatsen kunnen uitsluitend worden vergund voor aaneengesloten dagen gedurende de betreffende seizoenperiode, zoals weergegeven in tabel 1. Het is aan de aanvrager om te bepalen of slechts een deel van het seizoen wordt ingenomen, mits dit vooraf duidelijk wordt aangegeven.

  • Zie tabel 1 voor een overzicht van de producten die aangeboden mogen worden en de bijbehorende perioden waarin dit is toegestaan op de seizoenstandplaatsen.

  • Een seizoenstandplaats kan vergund worden voor maximaal één locatie en mag niet worden gedeeld in dagen met andere seizoenstandplaatsen.

  • Voor de seizoenstandplaatsen worden geen jaarstandplaatsvergunningen uitgegeven.

  • Voor de verkoop van kerstbomen is één locatie beschikbaar. Zie bijlage 2, locatienummer C21.

Tabel 1: De maanden waarin seizoengebonden producten kunnen worden aangeboden

Seizoen product

Periode

Notitie

Oliebollen

15 oktober – 15 januari

75% van het assortiment dient oliebollen te zijn. De overige 25% mogen aanverwante producten zijn.

IJs

1 april – 30 september

75% van het assortiment dient ijs te zijn. De overige 25% mogen aanverwante producten zijn.

Haring

1 juni – 30 september

75% van het assortiment dient haring te zijn. De overige 25% mogen aanverwante producten zijn.

Kerstbomen

1 december – 24 december

90% van het assortiment dient kerstbomen te zijn

Koek en zopie

1 nov – 1 maart

snert, chocomelk, poffertjes en koek

5.2.3 Tijdelijke standplaatsen

  • Tijdelijke standplaatsen kunnen worden ingenomen voor een commercieel, ideëel of religieus doel. Denk aan een collecte voor een goed doel, het werven van leden voor een organisatie, of de verkoop van goederen en diensten voor één of enkele dagen. Ook politieke partijen kunnen een tijdelijke standplaats innemen; zie hiervoor de regels onder paragrafen 5.2.4 en 5.2.5.

  • Per dag worden aan maximaal drie aanvragers tijdelijke standplaatsvergunningen verleend.

  • Per aanvrager kan er voor maximaal 15 dagen per jaar een standplaats ingenomen worden.

  • Bij meerdere aanvragen geldt dat de eerste drie aanvragers voorrang hebben op de betreffende dag.

  • Er zijn aangewezen locaties voor tijdelijke standplaatsen (zie bijlage 2). Buiten deze aangewezen locaties kan een tijdelijke standplaats ook worden ingenomen op een jaar- of seizoenstandplaats, mits deze op de betreffende dag(en) niet in gebruik is door een vergunde standplaatshouder.

  • Het is mogelijk om een voorkeurslocatie aan te vragen die afwijkt van de lijst in bijlage 2. Het wordt aanbevolen om bij de keuze van zo’n locatie de checklist uit bijlage 1 te hanteren. Zo dient er bijvoorbeeld afstand gehouden te worden tot bouwsels en tussen de verkoopinrichtingen onderling bij bakken, braden en frituren. De vergunningverlener beoordeelt of de opgegeven locatie geschikt is.

5.2.4 Politieke partijen tijdens verkiezingsperioden

  • Politieke partijen die deelnemen aan een verkiezing kunnen gedurende de verkiezingsperiode voor twee dagen per week (aaneengesloten) een tijdelijke standplaats innemen. Zie ook ’Beleidsregels voor verkiezingsreclame gemeente Vlaardingen’.

  • Gedurende een verkiezingsperiode krijgen deelnemende politieke partijen voorrang op andere aanvragen voor tijdelijke standplaatslocaties.

  • Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal standplaatsvergunningen dat wordt uitgegeven aan politieke partijen tijdens een verkiezingsperiode, maar vol is vol.

  • Politieke partijen mogen gebruikmaken van jaar- en seizoenstandplaatsen, mits deze op de betreffende dag(en) niet in gebruik zijn door een vergunde standplaatshouder.

  • Voor een standplaatslocatie kan gekozen worden uit de lijst van standplaatslocaties (zie bijlage 2).

  • Het is niet mogelijk om tijdens een verkiezingsperiode een standplaatslocatie naar eigen voorkeur aan te vragen, omdat er in deze periode onvoldoende tijd is voor de vergunningverlener om de benodigde afstemming met adviseurs te verzorgen.

5.2.5 Politieke partijen buiten verkiezingsperioden

  • Buiten verkiezingsperioden kunnen politieke partijen één keer per vier weken een tijdelijke standplaats innemen.

  • Er kunnen maximaal twee standplaatsen per dag worden ingenomen. Hierbij geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

  • Het is mogelijk om een voorkeurslocatie aan te vragen die afwijkt van de lijst met tijdelijke standplaatslocaties zoals opgenomen in bijlage 2. Het wordt aanbevolen om bij de keuze van een locatie de checklist uit bijlage 1 te hanteren. De vergunningverlener beoordeelt of de opgegeven locatie geschikt is.

  • Politieke partijen mogen gebruikmaken van jaar- en seizoenstandplaatsen, mits deze op de betreffende dag niet in gebruik is door een vergunde standplaatshouder.

5.2.6 Maatschappelijke standplaatsen

  • Onder maatschappelijke standplaatsen worden organisaties zonder winstoogmerk verstaan die diensten, informatie of producten aanbieden waarbij het maatschappelijk belang voorop staat. Denk aan het geven van voorlichting, gezondheidsonderzoek of andere vormen van hulp aan mensen of dieren.

  • Voor het innemen van standplaatsen door maatschappelijke organisaties geldt een vrijstelling van precario en leges, mits de organisatie beschikt over een ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling). Het ANBI-register is te raadplegen via de website van de Belastingdienst.

  • Maatschappelijke organisaties kunnen een standplaats innemen op de vastgestelde locaties voor tijdelijke standplaatsen. Ook kan gebruik worden gemaakt van een jaar- of seizoenstandplaats, mits deze op de betreffende dag(en) niet in gebruik is door een vergunde standplaatshouder. Zie bijlage 2 voor de standplaatslocaties.

  • Het is mogelijk om een voorkeurslocatie aan te vragen die afwijkt van de lijst in bijlage 2. Het wordt aanbevolen om bij de keuze van zo’n locatie de checklist uit bijlage 1 te hanteren. De vergunningverlener beoordeelt of de opgegeven locatie geschikt is.

  • Indien er behoefte is om een maatschappelijke standplaats langer dan 15 dagen in te nemen, dient dit vooraf te worden overlegd met de vergunningverlener.

5.3 Standplaatslocaties tijdens evenementen en festiviteiten

Een standplaatshouder heeft het recht om de standplaats op de vergunde dag in te nemen. De vergunninghouder van een evenement dient hier rekening mee te houden. Alleen wanneer dit noodzakelijk is, kan in overleg met de gemeente en de standplaatshouder worden besloten om de standplaats binnen het evenemententerrein te verplaatsen, en uitsluitend in het uiterste geval om de standplaats niet toe te staan. Een dergelijk verzoek moet goed gemotiveerd zijn.

 

De volgende uitgangspunten zijn mogelijk, in onderstaande volgorde van voorkeur:

  • 1.

    De standplaats blijft behouden tijdens het evenement.

  • 2.

    De standplaats wordt verplaatst binnen het evenemententerrein. Dit dient tijdig afgestemd te worden met de vergunningverlener zodat de nieuwe locatie getoetst kan worden. Hierbij moet rekening worden gehouden met de indieningstermijnen:

    • A-evenement: uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het evenement.

    • B- of C-evenement: uiterlijk 8 weken voorafgaand aan het evenement.

  • 3.

    De standplaats wordt niet toegestaan tijdens de duur van het evenement.

Mochten de evenementcoördinator en standplaatshouder er niet uitkomen, dan besluit de vergunningverlener namens het college.

 

Indien uitgangspunt 1, 2 of 3 van toepassing is, dan dient de aanvrager van de evenementenvergunning de betreffende standplaats op te nemen in de stukken die horen bij de aanvraag, zoals de plattegrond. Daarnaast moet de aanvrager van het evenement contact opnemen met de standplaatshouder.

In het geval dat uitgangspunt 4 van toepassing is, kijkt de vergunningverlener uit naar een alternatieve locatie voor de duur van het evenement. Dat kan zijn een bestaande standplaats of een tijdelijke nieuwe locatie. De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel geleden schade of verloren inkomsten — zowel in het geval dat een alternatieve locatie wordt gevonden als wanneer dat niet lukt. Dit is een risico waarmee een standplaatshouder rekening dient te houden.

6. Procedure voor het aanvragen van een standplaatsvergunning

6.1 Algemeen

Een standplaatsvergunning is ingevolge artikel 1:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) persoonlijk en mag derhalve niet worden overgedragen of in gebruik worden gegeven aan een ander. De artikelen uit afdeling 4 van de APV zijn van toepassing op de (toetsing van de) standplaatsvergunningen.

 

6.2 Procedure aanvragen standplaatsvergunning

6.2.1 Het indienen van de aanvraag

  • De aanvrager is minimaal 18 jaar oud ten tijde van de aanvraag.

  • De aanvrager is in het geval van gunning de vergunninghouder.

  • Een vergunning kan op maximaal één adres en op maximaal één KvK-nummer staan.

Stappen in de aanvraagprocedure

  • 1.

    Beschikbare standplaatsen worden bekend gemaakt op de website van gemeente Vlaardingen. Een standplaats kan beschikbaar komen doordat een vergunning is opgezegd of verlopen is. Het is tevens mogelijk dat er nieuwe standplaatsen bijkomen.

  • 2.

    Op de website van gemeente Vlaardingen wordt aangegeven wanneer een aanvraag kan worden ingediend. Er worden geen wachtlijsten bijgehouden. Aanvragen buiten de gestelde periode worden afgewezen.

  • 3.

    Als er na afloop van de aanvraagperiode geen aanvragen zijn ingediend, geldt het principe: wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

  • 4.

    Voor het indienen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning dient het formulier “Aanvraag standplaatsvergunning” te worden gebruikt. Het formulier is te downloaden via www.vlaardingen.nl onder het onderwerp Vergunningen of het kan aangevraagd worden bij het team Openbare Orde & Veiligheid. Het aanvragen van een standplaatsvergunning zal op termijn ook digitaal mogelijk zijn.

  • 5.

    Voor de indieningsvereisten wordt verwezen naar bijlage 6.

  • 6.

    Na indiening ontvangt de aanvrager een ontvangstbevestiging.

  • 7.

    Zolang opgevraagde informatie niet is aangeleverd, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen en bestaat de kans dat de vergunningaanvraag buiten behandeling wordt gesteld. De termijn om ontbrekende gegevens aan te leveren is twee weken na het verzoek daartoe.

  • 8.

    De behandeltermijn voor een aanvraag voor een standplaats bedraagt in principe acht weken tenzij de aanvraag niet volledig is of nader onderzoek nodig is. Het streven voor politieke partijen tijdens de verkiezingsperiode is om een aanvraag in 5 werkdagen te behandelen.

  • 9.

    Gedurende de periode waarin nog geen beslissing is genomen op de aanvraag, mag de gevraagde standplaats niet worden ingenomen.

  • 10.

    Voor aanvragers van jaar- en seizoenstandplaatsen zijn de toetsingscriteria van toepassing zoals beschreven in paragraaf 6.6.

6.2.2 Besluit op de aanvraag voor een vergunning

  • Aanvragen die niet in aanmerking komen voor vergunningverlening worden in eerste instantie afgewezen met een voornemen tot weigering. De aanvrager krijgt de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarna wordt een definitief besluit genomen om de vergunning te verlenen of te weigeren.

  • Tegen het besluit op de aanvraag kan bezwaar en beroep worden ingediend.

6.3 Kosten

6.3.1 Het betalen van leges

Voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag dient de aanvrager leges te betalen. Dit zijn kosten die de gemeente in rekening brengt voor de tijd die wordt besteed aan het behandelen van de aanvraag en het verlenen van de vergunning. De leges worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld in de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges van de gemeente Vlaardingen’. Deze verordening wordt jaarlijks geactualiseerd.

 

Bij een vergunningaanvraag voor meerdere jaren hoeft slechts eenmalig leges te worden betaald, omdat de behandeling ervan ook eenmalig is. Wel dient per gevraagde locatie een aparte aanvraag te worden ingediend, aangezien vergunningverlening per locatie plaatsvindt. Bijvoorbeeld: bij het aanvragen van locatie A voor twee dagen en locatie B voor één dag, gaat het om twee afzonderlijke aanvragen en worden dus tweemaal legeskosten in rekening gebracht.

 

Ook bij uitloting moeten leges worden betaald omdat de aanvraag wel behandeld is. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de leges namens de gemeente Vlaardingen.

6.3.2 Het betalen van precariobelasting

Bij het innemen van een standplaats op gemeentegrond wordt precariobelasting in rekening gebracht, omdat er gebruik wordt gemaakt van gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de oppervlakte van de mobiele verkoopinrichting (inclusief luifel, in m²) en het aantal dagen dat de standplaats wordt ingenomen.

Het precariotarief wordt jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld in de ‘Verordening Precariobelasting Vlaardingen’. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de precariobelasting namens de gemeente Vlaardingen.

6.3.3 Niet betalen van leges of precariobelasting

Wanneer de leges voor de standplaatsvergunning of de precariobelasting niet worden betaald, kan dat tot gevolg hebben dat bij het uitblijven van betaling de vergunning wordt ingetrokken of dat de standplaats niet mag worden ingenomen zolang er niet is betaald.

 

6.4 Weigerings- en intrekkingsgronden

De weigeringsgronden voor een standplaatsvergunning zijn bepaald in artikel 1.8 en artikel 5.18 van de APV. Deze weigeringsgronden zijn in deze nota nader uitgewerkt in de regels en criteria voor vergunningverlening. De intrekkingsgronden zijn benoemd in artikel 1.6 van de APV. Hieronder vallen in ieder geval:

  • Het niet in acht nemen van de regels met betrekking tot brandveiligheid. Voor alle standplaatshouders gelden de bepalingen in het ‘besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ (BBGBOP). Dit document is te vinden op www.wetten.overheid.nl

  • Indien als gevolg van gebiedsontwikkeling, herinrichting- of reconstructiewerkzaamheden aan de openbare weg geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning.

6.5 Het voortijdig opzeggen van de standplaatsvergunning

Het voortijdig opzeggen van een vergunning dient schriftelijk bevestigd te worden aan het college via het team Openbare Orde en Veiligheid. Er geldt een opzegtermijn van één maand, ingaande na afloop van de lopende maand. De precariobelasting wordt verrekend op basis van de maanden waarin de standplaats vergund was. Na opzegging komt de standplaats beschikbaar voor vergunningverlening aan andere geïnteresseerden.

 

6.6 Toetsing van aanvragen voor de jaar- en seizoenstandplaatsen

Voor de aanvragers van jaar- en seizoenstandplaatsen is onderstaande van toepassing om in aanmerking te komen voor een standplaatsvergunning.

  • 1.

    Het uiterlijk van de verkoopinrichting

  • 2.

    Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob)

  • 3.

    Selectiecriteria en loting bij meerdere aanvragen

6.6.1 Het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting

Er wordt belang gehecht aan een representatief en aantrekkelijk uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting. Des te meer omdat vergunningen worden verleend voor meerdere, achtereenvolgende jaren voor standplaatsen veelal op centrale locaties in de stad. Om in aanmerking te komen voor een vergunning is een minimumscore van 7 punten vereist. Indien deze score niet wordt behaald, krijgt de standplaatshouder inzicht in de motivatie voor het toegekende aantal punten.

Zie bijlage 3 voor de gestelde criteria. De criteria worden getoetst door de adviescommissie Omgevingskwaliteit Vlaardingen. Na gunning van de standplaats dient de verkoopinrichting blijvend te voldoen aan de gestelde criteria.

6.6.2 Wet Bibob

De Wet Bibob stelt de gemeente Vlaardingen in staat om te beoordelen of personen en ondernemingen mogelijk betrokken zijn bij criminele activiteiten. Hiermee voorkomt de gemeente dat vergunningen, vastgoedtransacties, subsidies, overheidsopdrachten en ontheffingen worden gebruikt voor illegale doeleinden, zoals het witwassen van geld of het financieren van georganiseerde misdaad.

 

De gemeente is op grond van de Wet Bibob bevoegd om bij een vergunningsaanvraag een eigen onderzoek te starten. Een eigen onderzoek is de wijze waarop de gemeente in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de Wet Bibob. Het weigeren of intrekken van een vergunning is mogelijk bij het bestaan van gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of voor het witwassen van financiële middelen verkregen door gepleegde strafbare feiten. Zie voor meer informatie over de toepassing van de wet, de beleidsregels Wet Bibob.

 

De gemeente Vlaardingen past vanaf 2026 voor de jaar- en seizoenvergunningen de Wet Bibob toe. Een eigen onderzoek vormt dan een onderdeel van het vergunningverleningsproces. De gemeente voert een eigen onderzoek uit, als bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob:

  • A.

    voorafgaand aan het verlenen van de vergunning;

  • B.

    bij het verlopen van de geldigheidsduur van de vergunning en een nieuwe aanvraag is ingediend;

  • C.

    gedurende de looptijd van de vergunning bij het ontstaan van integriteitsvragen.

6.6.3 Selectiecriteria en loting bij meerdere aanvragen

Bij meerdere aanvragen voor eenzelfde standplaats en dezelfde voorkeursdagen komt de aanvrager met de hoogste score op de selectiecriteria in aanmerking voor de vergunning. Zie bijlage 3 voor de gestelde criteria over het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting. Indien meerdere aanvragers gelijk scoren, wordt er overgegaan tot loting, begeleid door een notaris. De kosten hiervan worden gedragen door de gemeente. Ook bij uitloting moeten leges worden betaald omdat de aanvraag wel behandeld is. De Regionale Belasting Groep (RBG) int de leges namens de gemeente Vlaardingen.

7. De standplaatsvergunning

7.1 De vergunninghouder

De vergunninghouder is verplicht om de vergunning daadwerkelijk te benutten door de standplaats op de daarvoor gestelde dagen in te nemen. De standplaatslocaties zijn schaars, er wordt door de gemeente een maximum gesteld aan het aantal te verlenen vergunningen en er is overwegend meer vraag dan aanbod. Het zou niet eerlijk zijn tegenover andere geïnteresseerden als een standplaats bijvoorbeeld slechts twee van de drie vergunde dagen wordt benut.

 

7.2 Het melden bij afwezigheid op de vergunde dagen

Afmelden is voor de volgende situaties van toepassing.

  • Indien de standplaats op (één van) de vergunde dagen niet wordt ingenomen, dient dit zo vroeg mogelijk, maar minimaal twee weken van tevoren, te worden doorgegeven. Zo krijgt de gemeente inzicht in beschikbare locaties voor tijdelijke invulling.

  • Bij ziekte kan uiteraard geen rekening worden gehouden met een termijn van twee weken. Er wordt vertrouwd op een eerlijke opgave van de reden.

Aansluitend is het volgende van toepassing.

  • Voor het niet afmelden bij afwezigheid op de vergunde dagen, gelden de acties zoals weergegeven in het handhavingskader in bijlage 4.

  • Indien blijkt dat een standplaats gedurende een periode van zes maanden regelmatig niet wordt ingenomen, ook al wordt er afgemeld, kan het college besluiten om de vergunning in te trekken.

  • Bij afwezigheid is er geen mogelijkheid tot restitutie of het niet innen van leges en precariobelasting.

7.3 Aanwezigheid op de standplaats van andere personen dan de vergunninghouder.

De vergunning voor een standplaats is persoonsgebonden. Dit vanwege het persoonlijke karakter van de ambulante handel. Het houdt ook in dat degene aan wie de vergunning is verleend te allen tijde verantwoordelijk is voor de standplaats. De standplaatshouder hoeft niet te allen tijde in persoon aanwezig te zijn op de standplaats. De standplaatshouder aan wie de vergunning is verleend kan zich laten vervangen. Daarbij is het volgende van toepassing.

  • 1.

    Aan de vergunninghouder die zijn standplaats niet persoonlijk wenst in te nemen, verleent het college toestemming zich te laten vervangen door een met name genoemd persoon. Door de vergunninghouder kunnen maximaal drie personen ter vervanging opgegeven worden.

  • 2.

    Ter verkrijging van toestemming om zich te laten vervangen dient de vergunninghouder een aanvraag in waaruit blijkt door wie de vergunninghouder wordt vervangen. De gegevens van de vervanger dienen overhandigd te worden. Het gaat dan om een kopie van het paspoort of identiteitsbewijs en de adresgegevens, en een door de vervanger ondertekende verklaring waarin hij/zij instemt met het tijdelijk innemen van de standplaats als vervanger van de vergunninghouder.

  • 3.

    De vervanger treedt op namens de vergunninghouder en handelt namens de vergunninghouder. Het bepaalde in de APV, de nota standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027 en de vergunningsvoorschriften is van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

  • 4.

    Alle handelingen van de vervanger op de standplaats worden aan de vergunninghouder toegerekend. De vergunninghouder blijft, ook bij een vervanger, altijd verantwoordelijk voor het gebruik van de standplaats.

  • 5.

    De vervanger maakt enkel gebruik van de mobiele verkoopinrichting van de vergunninghouder en dus niet van een eigen mobiele verkoopinrichting of een gehuurde of geleende verkoopinrichting.

  • 6.

    De kosten voor het aanvragen van een vervanger zijn terug te vinden in de Verordening op de heffing en de invordering van leges Vlaardingen. Een Bibob onderzoek kan onderdeel uitmaken van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob.

7.4 Het overdragen van de vergunning.

Het college kan besluiten om de persoonsgebonden standplaatsvergunning over te dragen aan een ander persoon bij specifieke omstandigheden zoals bij overlijden of bij blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder.

 

In dergelijke gevallen kan de vergunning worden overgeschreven op uitsluitend één van de volgende personen, mits de relatie aantoonbaar is en enkel voor de resterende duur van de vergunning:

  • levenspartner: de echtgenoot of geregistreerde partner van de vergunninghouder (zoals in de Basisregistratie personen vastgelegd is), dan wel de

  • persoon met wie de vergunninghouder minimaal twee jaar aantoonbaar een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd.

  • één van de geregistreerde kinderen van de vergunninghouder (zoals in de Basisregistratie personen vastgelegd is).

  • de broer, zus of ouders van de vergunninghouder (zoals in de Basisregistratie personen vastgelegd is).

  • een medewerker, medevennoot of partner die aantoonbaar minimaal twee jaar werkzaam is geweest in de onderneming van de vergunninghouder of aantoonbaar heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar.

7.4.1. Voorwaarden

  • De looptijd van de vergunning verandert niet; alleen de resterende duur van de standplaatsvergunning kan overgedragen worden.

  • Een daartoe strekkende aanvraag moet binnen acht weken na het overlijden of de vaststelling van de blijvende arbeidsongeschiktheid worden ingediend bij het college.

  • Ondersteunende documenten om aan te tonen dat het om overlijden of arbeidsongeschiktheid gaat, dienen te worden overhandigd zoals een overlijdensakte.

  • Gegevens van de vervanger moeten worden aangeleverd. Het gaat dan om een kopie van het paspoort of identiteitsbewijs en adresgegevens.

  • De gemeente Vlaardingen voert een eigen Bibob-onderzoek uit, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob.

  • Aan het overdragen van een vergunning zijn kosten verbonden. De kosten voor het overdragen van de vergunning worden opgenomen in de ‘Verordening op de heffing en invordering van leges Vlaardingen’. Tevens dient de precariobelasting doorbetaald te worden, ook gedurende het overdragen van de vergunning.

  • De gemeente is niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade of verloren inkomsten.

Ter verduidelijking, het overdragen van de vergunning aan gezinsleden vanwege bijvoorbeeld pensioen of faillissement zijn geen geldige redenen. In zojuist genoemde situaties zou het betekenen dat de vergunning wordt ingetrokken en opnieuw beschikbaar wordt gesteld aan geïnteresseerden.

 

7.5 Het wijzigen van de vergunning

Een vergunning kan niet worden gewijzigd. Indien een wijziging gewenst is, bijvoorbeeld van de voorkeurdag of standplaatslocatie, dient de verleende vergunning beëindigd te worden. De standplaatshouder moet vervolgens een nieuwe aanvraag indienen.

Een wijziging van het adres, het KvK-nummer of de bedrijfsnaam dient zo spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan de vergunningverleners van team Openbare Orde en Veiligheid. Deze gegevens kunnen kosteloos worden aangepast.

 

7.6 Stroomvoorziening op de standplaatsen

De stroomkasten die op enkele standplaatsen in 2026 nog worden gebruikt, zijn verouderd. Ten tijde van de vaststelling van voorliggend document is de gemeente nog in overleg met de standplaatshouders over de vervanging van de stroomkasten. Bij het vaststellen van dit beleidsdocument kunnen daarom nog geen definitieve uitspraken gedaan worden over de toekomstige inrichting op de verschillende standplaatsen voor wat betreft een stroomvoorziening. Zodra hierover meer duidelijkheid is, wordt dat zo snel mogelijk kenbaar gemaakt. Onderstaande blijft eveneens van toepassing.

 

De standplaatshouders zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van een geschikte en veilige stroomvoorziening op een standplaats. Het gebruik van generatoren en aggregaten is niet toegestaan en stroomkabels over straat moeten worden afgedekt. Bij het zelf organiseren van een stroomvoorziening blijft de standplaatshouder verantwoordelijk voor veilig gebruik en het redelijkerwijs nemen van maatregelen die voorkomen dat de gemeente en derden schade, hinder, overlast of gevaar ondervinden. Een stroomkast op eigen initiatief (laten) plaatsen kan enkel met toestemming van de gemeente. Indien een standplaatshouder voor eigen rekening en met toestemming van de gemeente een stroomvoorziening aanlegt bij een standplaats, gebeurt dit altijd voor risico van de standplaatshouder navenant bovenstaande. Voorts moeten de stroomkasten voldoen aan alle wettelijke eisen en de daarvoor in Nederland gestelde normeringen.

Als er een gemeentelijke stroomvoorziening in de nabijheid van de standplaats beschikbaar is, dan kan hier tegen betaling stroom afgenomen worden. Mocht een standplaats, al dan niet gedwongen, worden verplaatst naar een andere locatie, dan is de gemeente niet aansprakelijk voor de door de standplaatshouder geleden schade in de vorm van verplaatsing- of vervangingskosten of restitutie van de aanlegkosten van de stroomvoorziening.

 

7.7 Zero-emissie zones

Voorlopig is er nog geen zicht op een aanpak voor het instellen van emissievrije-zones in Vlaardingen.

8. Handhaving en veiligheid

Toezichthouders van de gemeente Vlaardingen zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels zoals gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 (APV), het Omgevingsplan gemeente Vlaardingen (omgevingsplan) en de vergunning. Bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden opgelegd als een standplaats:

  • wordt ingenomen zonder vergunning;

  • in strijd is met de voorwaarden uit de vergunning, het omgevingsplan of de APV. Zie bijlage 4 voor het handhavingskader waarin wordt aangegeven hoe er bestuursrechtelijk wordt opgetreden bij overtredingen.

9. Hardheidsclausule

Het college heeft de bevoegdheid om, in gevallen die naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leiden, ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze beleidsregels.

10. Overgangsregeling

De vergunde standplaatshouders in 2026 krijgen voorrang bij inschrijving voor nieuwe vergunningen in 2027, mits zij voldoen aan de gestelde regelgeving en de criteria voor het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting zoals opgenomen in voorliggende nota.

11. Slotbepaling

  • 1.

    Deze nota kan worden aangehaald als ‘Nota Standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027’.

  • 2.

    De ‘Nota Standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027’ treedt in werking op 1 januari 2027, onder gelijktijdige intrekking van de ‘Nota Standplaatsenbeleid (Derde herziening Nota Standplaatsenbeleid 2011) gemeente Vlaardingen’.

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 16 juni 2026.

Bijlage 1: Voorwaarden voor een tijdelijke standplaatslocatie naar keuze

 

Om in aanmerking te komen voor een vergunning voor een locatie naar keuze, dient bij alle voorwaarden zoals beschreven in onderstaande tabel een ‘ja’ te kunnen worden ingevuld. Er kan overigens niet zonder meer van uitgegaan worden dat de locatie dan vergund wordt.

#

Criteria

Omschrijving

Akkoord

1

Locatie

De locatie van de mobiele verkoopinrichting geeft geen aanleiding tot ongewenste en onveilige oversteekbewegingen

Ja/Nee

2

Bewegingsruimte

Verkeersdeelnemers hebben voldoende ruimte om zich veilig door het verkeer te kunnen bewegen

Ja/Nee

3

Doorstroming verkeer

De mobiele verkoopinrichting vormt geen beperking voor de doorstroming van al het verkeer

Ja/Nee

4

Zicht

De mobiele verkoopinrichting wordt zo neergezet dat verkeersdeelnemers altijd vrij zicht hebben om de verkeerssituatie goed te kunnen inschatten

Ja/Nee

5

Parkeren (1)

In de directe omgeving van de mobiele verkoopinrichting zijn voldoende parkeermogelijkheden zodat er geen verkeersonveilige situaties ontstaan.

Ja/Nee

6

Parkeren (2)

De locatie van de mobiele verkoopinrichting leidt niet direct tot ongewenste parkeeracties.

Ja/Nee

7

Bereikbaarheid percelen

De mobiele verkoopinrichting wordt zo neergezet dat alle percelen in de directe omgeving van de standplaats vrij toegankelijk zijn. De bereikbaarheid van de nabijgelegen percelen wordt niet belemmerd.

Ja/Nee

8

Hulpverlenings-diensten

De bereikbaarheid voor hulpdiensten wordt niet belemmerd. Voor de hulpdiensten moet er altijd een vrije doorgang zijn van minimaal 3,25 meter breed. De mobiele verkoopinrichting en de nabijgelegen percelen en straten zijn goed bereikbaar voor hulpdiensten.

Ja/Nee

9

Bakken, braden en frituren en afstanden tot bouwsels

Voor frituren op gas dient een afstand van 5 meter tot een gevel en 2 meter onderlinge afstand vanaf een bouwsel aangehouden te worden.

Voor bakken en braden met gas, water of elektra moeten mobiele verkoopinrichtingen op een afstand van minimaal 2 meter uit de gevel en 2 meter onderlinge afstand tot overige bouwsels (mobiele verkoopinrichtingen, auto’s etc.) staan.

Ja/Nee

10

Doorloopruimte

Er is minimaal 1,5 meter vrije doorloopruimte voor de mobiele verkoopinrichting

Ja/Nee

11

Brandbluswaterpun-ten

De bereikbaarheid en het gebruik van de brandbluswaterpunten worden niet belemmerd.

Ja/Nee

12

Stedenbouw

De mobiele verkoopinrichting doet geen afbreuk aan stedenbouwkundige bijzonderheden en detaillering

Ja/Nee

13

Monumenten en erfgoed

De mobiele verkoopinrichting doet geen afbreuk aan historische of monumentale bijzonderheden en detaillering.

Ja/Nee

Bijlage 2: De locaties voor het innemen van een standplaats

 

A. Tijdelijke standplaatsen

 

A1. Station Vlaardingen West (Westwijk)

  • o

    Afmetingen: maximaal 6,5 bij 4 meter (26 m2).

  • o

    Het is niet toegestaan om onder de boomkruin te staan.

 

A2. Fransenstraat (Centrum) ter hoogte van nummer 2 en nummer 7.

  • o

    Afmetingen: maximaal 3 bij 4 meter (12 m2).

 

A3. Veerplein (Centrum) ter hoogte van nummer 27 en prullenbak op het plein

  • o

    Niet in te nemen op de dagen van de weekmarkt.

  • o

    Afmetingen: maximaal 4 bij 7 meter zoals is aangegeven op onderstaande afbeelding (28 m2).

  • o

    Gezien de verwachte transformatie van het Veerplein wordt deze standplaatslocatie vergund tot en met 2029.

 

A4. Winkelcentrum De Loper (Holy) ter hoogte van nummer 8

  • o

    Afmetingen: maximaal 4 bij 4 meter (16 m2)

 

B. Jaarstandplaatsen

 

B5. Het Plein winkelcentrum De Loper (Holy)

  • o

    Niet in te nemen op de dagen van de weekmarkt.

  • o

    Afmetingen: maximaal 7 bij 4 meter (28 m2)

  • o

    Op deze locatie mag niet gebakken, gebraden of gefrituurd worden in verband met overlast voor omwonenden.

 

Toelichting over de standplaatslocaties op de parkeerplaats van de Loper nabij supermarkt Jumbo.

Voor de jaar- en de seizoenstandplaats die tot en met 2026 gesitueerd waren op de parkeerplaats van de Loper (locatie 8 en locatie 9 van de Nota Standplaatsenbeleid (Derde herziening Nota Standplaatsenbeleid 2011) gemeente Vlaardingen), is het streven om een nieuwe jaar- en seizoenstandplaats te realiseren in het nieuwe gebiedsontwerp van de Loper 2.

 

Voor de periode van de bouw van de Loper 2 vanaf 2027 wordt nog onderzocht of er tijdelijk een locatie voor de standplaatshouders van de parkeerplaats de Loper mogelijk gemaakt kan worden om de betreffende ondernemers, dan wel deels, een alternatief te bieden voor de jaren dat er geen standplaats ingenomen kan worden. Hier kunnen geen rechten aan ontleend worden.

 

B6. Holiërhoek – Reigerlaan tussen nummer 32 en nummer 34 voor de ingang naar het plein.

  • o

    Afmetingen: maximaal 6.5 bij 4 meter (26 m2)

  • o

    Voor mobiele verkoopinrichtingen met uitlaat(gassen) en -dampen moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet op de bomen gericht zijn. De mobiele verkoopinrichting mag op de paaltjes geplaatst worden (die in de grond kunnen zakken).

 

B7 + B8 Van Hogendorplaan (Babberspolder) ter hoogte van nummer 47 - het wijkcentrum

  • o

    De vakken met witte kruisen moeten vrij blijven voor het legen van de containers.

  • o

    Bij bakken, braden en frituren moet er minimaal 2 meter afstand tot andere objecten aangehouden worden.

  • o

    Locatie B7. Afmetingen: maximaal 6 x 3 meter (18 m2).

  • o

    Locatie B8. Afmetingen: maximaal 6.5 x 3 meter (19.5 m2)

 

B9. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)

  • o

    Afmetingen locatie B9: maximaal 7 x 4 meter (28 m2)

  • o

    Plaatsing zo ver mogelijk aan de weg zodat er voldoende ruimte is voor voetgangers.

 

B10. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)

  • o

    Afmetingen locatie B10: maximaal 6,5 x 3,5 meter (22,75 m2)

  • o

    Plaatsing zo ver mogelijk aan de weg zodat er voldoende ruimte is voor voetgangers.

 

B11. Parallelweg (Vettenoordse Polder) ter hoogte van nummer 6

  • o

    Afmetingen: maximaal 3 x 7 meter (21 m2)

  • o

    Voor bakken, braden en frituren dient er rekening gehouden te worden met minimaal 2 meter afstand tot de geparkeerde auto's en te allen tijde dient de 1.5 meter vrije doorloopruimte aan de voorzijde van de kraam aangehouden te worden.

  • o

    Binnen enkele jaren zal dit gebied ontwikkeld worden. Deze standplaatslocatie wordt daarom vergund tot en met 2031.

 

B12. Veerplein (Centrum)

  • o

    Deze locatie wordt per aanvrager voor maximaal één dag per week vergund

  • o

    Niet in te nemen op de dagen van de weekmarkt.

  • o

    Afmetingen: maximaal 7 x 4 meter (28 m2)

  • o

    Gezien de verwachte transformatie van het Veerplein wordt deze standplaatslocatie vergund tot en met 2029.

 

B13. Infopunt Vlaardingen (Centrum) – Westhavenkade 56

  • o

    Enkel voor de verkoop van typisch Vlaardingse producten zoals haring of ijzerkoekjes, van lokale producten of producten met een directe relatie met ambachtelijke Vlaardingse ondernemers op het gebied van food en alcoholvrije dranken. In dit geval wordt er een uitzondering gemaakt voor de verkoop van haring (want het is een seizoenproduct). Omdat deze locatie, nabij het Infopunt Vlaardingen en Museum Vlaardingen een toeristische ‘inslag’ heeft, zijn dergelijke producten passend bij de locatie.

  • o

    Afmetingen: maximaal 2.5 x 5 meter (12.5 m2)

  • o

    Stroom kan afgenomen worden in overleg met het management van Vlaardingen Partners.

 

B14. Parkeerterrein Gamma Bouwmarkt (bedrijventerrein ’t Scheur)

  • o

    Een standplaats jaarrond voor zowel jaar- en seizoenproducten.

  • o

    Stroom kan afgenomen worden in overleg met het management van Gamma Vlaardingen.

  • o

    Afmetingen: maximaal 5 bij 10 meter (50 m2)

 

B15. Nabij de ingang van Gamma Bouwmarkt (bedrijventerrein ’t Scheur)

  • o

    Een standplaats voor jaar- en seizoenproducten onder het afdak nabij de ingang.

  • o

    Niet beschikbaar in december vanwege de kerstboomverkoop van Gamma.

  • o

    Het is niet mogelijk om te bakken, braden en frituren.

  • o

    Stroom kan afgenomen worden in overleg met het management van Gamma Vlaardingen.

  • o

    Afmetingen: maximaal 5 bij 10 meter (50 m2).

Standplaatsen B14 en B15 kunnen enkel ingenomen in overleg en met goedkeuring van het management van Gamma Vlaardingen.

 

C. Seizoenstandplaatsen

 

C16. Doctor Wiardi Beckmansingel (Westwijk)

  • o

    Afmetingen: maximaal 6,5 x 3,5 meter (22,75 m2)

 

C17. De Krabbeplas (Westwijk)

  • o

    Afmetingen: maximaal 3 bij 6 meter (18 m2)

 

C18. Kethelweg (Babberspolder) op de parkeerplaats tegenover Trimpad 4

  • o

    Deze standplaats is jaarlijks van 6-24 december in te nemen voor de verkoop van kerstbomen.

  • o

    Afmetingen: maximaal 14 x 10 meter (140 m2).

Bijlage 3: Eisen ten aanzien van het uiterlijk van de mobiele verkoopinrichting

 

Om in aanmerking te komen voor een vergunning, dient de mobiele verkoopinrichting aan de onderstaande criteria te voldoen. Per criterium kan er 0, 1 of 3 punten worden toegekend:

0 punten = onvoldoende

1 punt = matig/voldoende

3 punten = goed

 

Er moet in totaal aan minimaal 7 punten worden voldaan om in aanmerking te komen voor een vergunning. Het is aan de aanvrager om duidelijke, recente foto’s en eventueel een video opname te overhandigen.

 

De criteria en rekenwijze zijn onderdeel van de vergunningsvoorwaarden. Dit houdt in dat het uiterlijk van de verkoopinrichting gedurende de duur van de vergunning op peil moet blijven. Indien blijkt dat niet meer aan de criteria en rekenwijze wordt voldaan, dan volgt een waarschuwing en termijn om het in orde te brengen. Verstrijkt die termijn, dan volgt schorsing van de vergunning totdat de verkoopinrichting weer voldoet.

 

De criteria worden beoordeeld door de adviescommissie Omgevingskwaliteit. Dit is een onafhankelijke commissie samengesteld uit experts vanuit de regio. Onderstaand is toegelicht wat elke eis inhoudt en in welke situatie er 0, 1 of 3 punten toebedeeld wordt.

 

Netheid en verzorging De mobiele verkoopinrichting ziet er netjes en verzorgd uit. Dit houdt het volgende in:

  • De verf zit er goed op; er is geen sprake van afgebladderde verf of kale plekken.

  • Geen deuken, krassen, scheuren of andere oneffenheden.

  • Bedrading is netjes en veilig weggewerkt.

  • De verkoopinrichting is schoon van buiten.

  • Indien er luifels zijn, geldt bovenstaande ook voor de luifels.

Puntenverdeling criterium a.

  • -

    Als de mobiele verkoopinrichting aan bovenstaande punten voldoet dan levert dat 3 punten op.

  • -

    Als er sprake is van enigerlei afgebladderde verf en of kale plekken, deuken, krassen, scheuren en/of vuil, alsmede zojuist genoemde voor de luifels, dan levert dat 1 punt op.

  • -

    Als er duidelijk sprake is van een onverzorgde, mobiele verkoopinrichting dan is er duidelijk op één of meerdere van genoemde punten onder a. geen sprake. In dat geval levert het geen punten op.

Plaatsing en stabiliteit Dit houdt het volgende in.

  • De verkoopinrichting staat in rechte lijnen en stabiel op de grond.

  • Er zijn geen verzakkingen of uitstekende of loslatende onderdelen.

Puntenverdeling criterium b.

  • -

    Als de mobiele verkoopinrichting aan bovenstaande punten voldoet dan levert dat 3 punten op.

  • -

    Als er sprake is van een kleine, marginale afwijking met betrekking tot genoemde punten, dan levert dat 1 punt op.

  • -

    Als er duidelijk geen sprake is van een stabiel geplaatste verkoopinrichting en/of als er duidelijk sprake is van uitstekende en/of loslatende onderdelen, dan levert dit criterium geen punten op.

Samenhangend uiterlijk

  • De verkoopinrichting oogt zoveel mogelijk als één geheel.

  • Er worden geen eisen gesteld aan het kleurgebruik, maar het geheel dient er samenhangend, consistent en representatief uit te zien.

Puntenverdeling criterium c.

  • -

    Als de mobiele verkoopinrichting aan bovenstaande punten voldoet dan levert dat 3 punten op.

  • -

    Als er sprake is van een kleine, marginale afwijking op basis van bovenstaande punten dan levert dat 1 punt op.

  • -

    Als er duidelijk geen sprake is van een samenhangend uiterlijk op basis van bovenstaande punten, dan levert dit criterium geen punten op.

Gebalanceerde reclame-uitingen

  • Reclame is toegestaan, maar uitsluitend voor eigen producten of diensten.

  • De reclame-uiting sluit aan bij de vormgeving van de wagen, de kleuren en het beeldmateriaal.

  • Reclame is ondergeschikt aan het geheel en overschreeuwt niet.

Puntenverdeling criterium d.

  • -

    Als de mobiele verkoopinrichting aan bovenstaande punten voldoet, dan levert dat 3 punten op.

  • -

    Als de mobiele verkoopinrichting enigszins afwijkt op bovenstaande punten, dan levert dat 1 punt op.

  • -

    Als er duidelijk geen sprake is van gebalanceerde reclame-uitingen, dan levert dit criterium geen punten op.

Onderstaande foto’s van mobiele verkoopinrichtingen zijn ter illustratie en voldoen aan bovenstaande criteria.

 

 

Bijlage 4: Handhavingskader

 

Bij de volgende overtredingen worden bijbehorende sancties aangehouden.

Overtreding

1e keer

2e keer

3e keer

4e keer

1. Innemen van de standplaats zonder vergunning. *

Overtreding per direct laten stoppen en schriftelijke waarschuwing

Overtreding per direct laten stoppen en last onder dwangsom opleggen

Overtreding per direct laten stoppen en invorderen last onder dwangsom

Overtreding per direct laten stoppen en invorderen last onder dwangsom

2. Innemen van de vergunde standplaats in strijd met de voorschriften. *

Schriftelijke waarschuwing

Schorsing vergunning voor een week

Schorsing vergunning voor één maand

Intrekking van de vergunning

3. Niet innemen van vergunde standplaats zonder melding aan gemeente. *

Schriftelijke waarschuwing

Schorsing vergunning voor een week

Schorsing vergunning voor één maand

Intrekking van de vergunning

*De gemeente hanteert een recidivetermijn van 6 maanden.

Bijlage 5: Een voorbeeld van voorschriften in een vergunning voor alle soorten standplaatsen (deze kunnen afwijken van de uiteindelijke te verkrijgen vergunning)

 

  • 1

    De standplaats mag alleen worden ingenomen op de volgende dag / dagen, tijdens de periode van (DATUM) tot en met (DATUM):

    maandag + dinsdag + woensdag + donderdag + vrijdag + zaterdag

    van 06:00 uur tot 22:00 uur (volgens de Winkeltijdenwet)

    zondag

    van 08:00 tot 22:00 uur

    (volgens de Verordening Winkeltijden

    Vlaardingen 2020)

    Als bovenstaande dag een feestdag is / Als bovenstaande dagen feestdagen zijn

    van 08:00 tot 22:00 uur

    (volgens de Verordening Winkeltijden

    Vlaardingen 2020)

 

  • 2

    Voor locatie A3, B12 en B5. De standplaats mag niet worden ingenomen op marktdagen.

 

  • 3

    De verkoop van alcohol is niet toegestaan.

 

  • 4

    Het op eigen initiatief aanleggen of laten aanleggen van nutsvoorzieningen op of nabij de standplaats is niet toegestaan.

 

  • 5

    Bij een standplaats mag geen terras met stoelen worden geplaatst.

 

  • 6

    Het plaatsen van maximaal 2 statafels bij de standplaats is toegestaan wanneer deze binnen 1.5 meter vanuit de standplaats staan, zolang de statafels geen hinder opleveren en zolang de statafels binnen de afmetingen van de standplaats staan. Er dient altijd voldoende ruimte over te blijven voor voetgangers om te passeren.

 

  • 7

    Op de standplaats is het toegestaan om (PRODUCTEN) en bijbehorende artikelen in voorraad te hebben, uit te stallen, te verkopen of te leveren zolang dit niet leidt tot overlast en de standplaats er netjes uit blijft zien. Voor uitstallingen dient een aanvraag gedaan te worden.

 

  • 8

    De standplaats moet worden ingenomen aan (LOCATIENR EN OMSCHIJVING ZIE BELEID) zoals op de plattegrond in de bijlage.

 

  • 9

    De mobiele verkoopinrichting inclusief luifel mag niet groter zijn dan (GETAL)m².

 

  • 10

    De opstelling van de mobiele verkoopinrichting op de standplaats mag niet leiden tot onveilige verkeerssituaties.

 

  • 11

    Er dient 1.5 meter doorloopruimte aangehouden te worden tussen de rand van de stoep (aan de weg) en de mobiele verkoopinrichting. Indien er een uitstaande luifel is, dan moet de afstand vanaf het uiteinde van de luifel aangehouden te worden.

 

  • 12

    De standplaats moet er altijd netjes uitzien.

 

  • 13

    De locatie moet bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. Dit geldt ook tijdens het opbouwen en afbouwen. Voor de hulpdiensten moet er altijd een vrije doorgang zijn van minimaal 3,25 meter breed.

 

  • 14

    Er mag geen afval, papier en andere materialen achter blijven op het terrein en in de directe omgeving. De locatie moet na afloop bezemschoon zijn. Als u zich hier niet aan houdt, worden de kosten voor het schoonmaken bij u in rekening gebracht.

 

  • 15

    Er moet ook gedurende de looptijd van uw vergunning worden voldaan aan de uiterlijke eisen van de verkoopinrichting zoals deze zijn getoetst bij de aanvraag. Zie bijlage 3 van de nota standplaatsenbeleid.

 

  • 16

    Er mag geen aanbouw worden geplaatst aan de standplaats. Ook mogen er geen schotten worden geplaatst.

 

  • 17

    Verse etenswaren moeten gekoeld bewaard worden bij een temperatuur van maximaal zeven graden Celsius.

 

  • 18

    Drukhouders met vloeibaar gas moeten buiten bereik van onbevoegden worden opgesteld, op een veilige en goed geventileerde plaats.

 

  • 19

    De waterinhoud van de gevulde en de lege drukhouders is maximaal 110 liter.

 

  • 20

    Er mag geen gebruik worden gemaakt van aggregaten.

 

  • 21

    Er mag geen schade ontstaan aan bomen, planten en bestrating op en rondom de locatie.

 

  • 22

    Alle aangebrachte pennen en dergelijke moeten na afloop zorgvuldig worden verwijderd door de vergunninghouder om eventuele beschadigingen aan (veeg)machines te voorkomen.

 

  • 23

    Er moet zorg voor worden gedragen dat niemand in aanraking kan komen met de elektriciteitskabels.

 

  • 24

    Alle kabels en snoeren waar mensen overheen kunnen lopen moeten worden afgedekt met beschermmatten of zo zijn afgeplakt dat er geen hinder of struikelgevaar is.

 

  • 25

    Het gebruiken van luidsprekers of versterkers is niet toegestaan.

 

  • 26

    De vergunninghouder moet zelf in persoon bij de standplaats aanwezig zijn tenzij de vergunninghouder toestemming van het college heeft om zich te laten vervangen door een met name genoemd persoon.

 

  • 27

    Deze vergunning is alleen van de vergunninghouder en kan enkel in uitzonderlijke gevallen worden overgedragen. Zie paragraaf 7.4 van de nota standplaatsen Vlaardingen 2027.

 

  • 28

    De vergunning dient te allen tijde aanwezig te zijn op de standplaats.

 

  • 29

    De standplaats moet op de vergunde dagen worden ingenomen. Als dit niet mogelijk is, dan moet de vergunninghouder zich tijdig, maar minimaal twee weken van tevoren, afmelden bij team Openbare Orde en Veiligheid via bijzonderewetten@vlaardingen.nl

 

  • 30

    De standplaats moet aan het einde van de dag leeg zijn. De mobiele verkoopinrichting mag niet blijven staan. UITZONDERING geldt voor de mobiele verkoopinrichtingen van seizoenproducten.

 

  • 31

    De mobiele verkoopinrichting mag niet voor de nooduitgang van een winkel/bedrijfspand/woongebouw staan.

 

  • 32

    De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften uit het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). De BGBOP is online te raadplegen via deze link. Onderstaand zijn ter verduidelijking een aantal voorschriften uit de BGBOP opgenomen.

 

  • 33

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN In de mobiele verkoopinrichting waar eten wordt bereid, moet een afzuiginstallatie met koolstoffilter aanwezig zijn om de dampen van het bakken, grillen, verwarmen en/of frituren van etenswaren af te voeren.

 

  • 34

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Het koolstoffilter moet minimaal één keer per jaar vervangen worden. Het bewijs van keuring of van de vervanging van het filter moet op verzoek van medewerkers van de hulpdiensten en/of de gemeente Vlaardingen getoond kunnen worden.

 

  • 35

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het juist afvoeren van frituurvet bij de daarvoor bestemde punten zoals de milieustraat. Het vet mag niet afgevoerd worden bij het afvalwater.

 

  • 36

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Een mobiele verkoopinrichting moet op minimaal twee meter afstand staan van een gebouw, bouwwerk of een andere mobiele verkoopinrichting met een gasinstallatie.

 

  • 37

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Voor frituren op gas moet er een afstand van vijf meter tot een gevel en twee meter onderlinge afstand vanaf een bouwsel aangehouden te worden.

 

  • 38

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Een frituurtoestel moet thermisch zodanig beveiligd zijn dat de temperatuur van het frituurtoestel niet boven de 200°C kan oplopen.

 

  • 39

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Een bakinstallatie moet zodanig geplaatst worden dat bij overbruisen, over de rand of door kieren om de rand, olie of vet niet in de verbrandingsruimte kan komen.

 

  • 40

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Binnen handbereik van een baktoestel moet er voor iedere bak een passend deksel of een blusdeken aanwezig zijn waarmee de bakken ingeval van brand kunnen worden afgedekt.

 

  • 41

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Er moet te allen tijde een passend en gevuld blusmiddel staan bij een opslag voor brandbare goederen, open vuur en een toestel of installatie voor koken, bakken, braden of frituren.

 

  • 42

    OPNEMEN ALS ER WORDT GEBAKKEN EN/OF GEBRADEN Het blusmiddel is in lijn met de voorschriften zoals gesteld onder de BGBOP.

Bijlage 6: Indieningsvereisten bij het aanvragen van een standplaatsvergunning

 

Bij het aanvragen van een standplaatsvergunning voor alle soorten standplaatsen dienen, naast het volledig invullen van het aanvraagformulier, de volgende bescheiden te worden ingediend:

  • Een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager.

  • Meerdere foto’s van de mobiele verkoopinrichting op een openbare locatie. Uit de foto’s moet blijken dat wordt voldaan aan de gestelde criteria (zie bijlage 3). Foto’s van een eventuele verkoopwebsite worden niet geaccepteerd.

  • De afmetingen van de mobiele verkoopinrichting in centimeters, inclusief de afmetingen in centimeters bij uitstaande luifel(s).

  • Bewijs van toestemming van de eigenaar van het terrein indien de standplaats wordt ingenomen op particulier terrein.

  • Bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK). Ook stichtingen, verenigingen en organisaties dienen een inschrijving van de KVK te overhandigen.

Jaar- en seizoenstandplaatsvergunningen worden enkel verleend aan een natuurlijk persoon die als ambulant handelaar of detailhandelaar bij de KVK is ingeschreven.

Naar boven